Apr-mei. 2010, 5e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus 268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
 
VOORKANT BERICHTEN ACTUEEL OPINIE BOEKEN AGENDA COLOFON  
 

Dit nummer in de rubriek opinie:

Klik op de titel om direct naar het artikel van uw keuze te gaan.

 
   

Bedrijfscollecties in Nederland

Er bestaan in Nederland diverse bedrijven die kunst verzamelen. In deze collecties bevinden zich vaak goede werken van vooraanstaande kunstenaars. Helaas zijn veel bedrijfscollecties slechts beperkt toegankelijk voor het publiek. De vraag rijst daardoor welke drijfveren bedrijven hebben om een kunstcollectie bijeen te brengen en wat zij hiermee beogen. Is een kunstcollectie enkel ter verfraaiing van het interieur of is er een hoger doel mee gemoeid? En in hoeverre heeft een bedrijfscollectie eigenlijk bestaansrecht?

Door Damiët Kuin

Een korte ontstaansgeschiedenis
Alle bedrijfscollecties in Nederland hebben een ding gemeen: ze zijn gestart vanuit de overtuiging dat kunst een plaats heeft binnen de bedrijfsvoering en ze worden vanuit passie gerund. Naast deze twee overeenkomsten zijn er echter ook grote verschillen.

Over wat een bedrijfscollectie precies is, bestaan veel ongefundeerde uitspraken aangezien er door de jaren heen weinig wetenschappelijke aandacht aan dit fenomeen is besteed. In een in 2009 uitgegeven publicatie over bedrijfscollecties in Nederland heeft de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN) een onderzoek gehouden onder haar 43 leden.

 

Zij komt aan de hand hiervan tot de definitie van bedrijfscollecties als een collectie van beeldende kunst, schilderijen, fotografie, beeldend en andere media, die door de organisatie van het bedrijf worden aangekocht. Onder een bedrijfcollectie vallen dus niet de portretten van de eigenaren of historisch materiaal van het bedrijf zelf, zoals eerder vaak wel werd aangenomen.

De keuze voor de kunst die wordt verzameld, komt vaak voort uit de identiteit van het bedrijf en het moment waarop is gestart met het bijeen brengen van de collectie. De meeste bedrijfscollecties in Nederland bestaan uit hedendaagse kunst, maar natuurlijk zijn er uitzonderingen, zoals de kunstcollectie van Van Lanschot Bankiers, die onder meer een munt- en penningenkabinet en vele antieke stukken bevat. Van Lanschot Bankiers bestaat sinds 1737, en sinds de oprichting van het bedrijf hebben firmanten en leden van de Raad van Bestuur met regelmaat kunst en antiek aangekocht.
De bedrijfscollectie van dit bedrijf is met zijn lange ontstaansgeschiedenis een uitzondering. De meeste bedrijfscollecties in Nederland zijn namelijk pas ontstaan vanaf de jaren veertig en veel van de collecties dateren zelfs pas van de laatste twee decennia. Even in concrete cijfers: de helft van de bij de VBCN aangesloten bedrijfscollecties is opgericht na 1990; slechts tien procent van de collecties bestond al voor 1980.

Een eerste uitgangspunt voor het opzetten van een bedrijfscollectie is de opkomst van de arbeidspsychologie rond 1945. Vanuit deze theorie werd het belang van verfraaiing van de werkplek onderschreven met de aankoop van kunst. Een goed voorbeeld hiervan is de in 1945 gestarte collectie van PTT Post (nu TNT Post). De werknemers van dit bedrijf konden in de jaren vijftig en zestig kunst voor het bedrijf uitkiezen op interne tentoonstellingen. Eind jaren zestig ontstond vervolgens het begrip 'corporate identity' en daarmee het idee dat kunst een positief effect kon hebben op het bedrijfsimago, zowel bij werknemers als bij zakelijke relaties. Collecties die onder meer vanuit deze gedachte werden opgezet zijn die van de luchtvaartmaatschappij KLM en van warenhuis de Bijenkorf. Deze trend heeft een lange navolging gehad in diverse collecties en tegenwoordig proberen bedrijven nog steeds vaak de link te leggen tussen de aangekochte kunstwerken en de activiteiten of het karakter van het bedrijf. Ook geldt het mecenaat – het actief ondersteunen van kunstenaar – en daarmee ook de sociale en culturele verplichting van bedrijven naar de maatschappij waar zij deel van uitmaken, als een belangrijk uitgangspunt van diverse bedrijfscollecties.

Met de groei en de professionalisering van de bedrijfscollecties zijn in de loop der tijd gespecialiseerde medewerkers aangetrokken voor aankoop van nieuwe kunstwerken en het behoud en beheer van de collectie. Ook zijn er bedrijfscollecties, waarvoor museumdirecteuren een adviserende rol hebben vervuld. Naar het voorbeeld van musea worden er sinds de jaren negentig ook collectieplannen opgesteld op basis waarvan kunstwerken voor bedrijfscollecties worden aangekocht of worden afgestoten, door verkoop of veiling.

Zichtbaarheid van de collectie en stimulering van de kunstwereld
Door het steeds professioneler bijeenbrengen en beheren van bedrijfscollecties zijn er diverse samenwerkingsverbanden ontstaan tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en musea. Tevens zijn bedrijfscollecties steeds zichtbaarder geworden voor het grote, kunstlievende publiek.

Het verschil in toegankelijkheid van een bedrijfscollectie ligt in eerste instantie aan de locatie van het bedrijf en het soort bedrijf dat de collectie huisvest. Een ziekenhuis bijvoorbeeld is grotendeels toegankelijk en daardoor is een deel van de collectie voor iedere bezoeker zichtbaar, zoals bij het AMC in Amsterdam. Bij een organisatie als Van Lanschot Bankiers is de collectie veel meer besloten, aangezien dit een bedrijf is dat minder gemakkelijk toegankelijk is. Naast toegankelijkheid van het gebouw ligt de zichtbaarheid en bekendheid van bedrijfscollecties ook in de manier waarop een bedrijf met haar collectie naar buiten treedt. De ING Bank bijvoorbeeld verzorgt op aanvraag rondleidingen door de collectie in hun gebouw in Amsterdam Zuidoost. Ook brengen zij publicaties uit over de collectie of over afzonderlijke kunstenaars die zij representeren in hun collectie. Verder werken ze zo nu en dan samen met verschillende musea om tentoonstellingen over uiteenlopende onderwerpen tot stand te brengen.

Naast rondleidingen, publicaties en samenwerking met musea, werken bedrijven zo nu en dan ook onderling samen aan het tentoonstellen van de kunstcollectie voor het grote publiek. In november 2007 werd de beeldententoonstelling Energeia geopend. Deze unieke samenwerking tussen de VBCN en de Stichting Virtueel Museum Zuidas mondde uit in een tentoonstelling in de openbare ruimte (Zuidas Amsterdam) van beelden, foto’s, videowerken en installaties van internationaal hoog aangeschreven kunstenaars. De basis voor deze samenwerking werd gelegd door het ING Art Management, dat vaststelde dat de meeste bedrijven die zich vestigden rondom de Zuidas in Amsterdam kunst verzamelden. Het idee was aanvankelijk dat de beeldlijn een continue karakter zou krijgen en dat er iedere twee jaar nieuwe werken geëxposeerd zouden worden aan de hand van een nieuw thema.

In het verlengde van de kunstcollectie reiken een aantal bedrijven een jaarlijkse of tweejaarlijkse kunstprijs uit voor jong, aanstormend talent. Zo kent Van Lanschot Bankiers bijvoorbeeld een tweejaarlijkse prijs toe voor beeldende kunst en Océ een jaarlijks stipendium voor kunstenaars. Ook steunen sommige bedrijven musea of culturele projecten met een financiële bijdrage. Zo is de Rabo Vastgoed Groep bijvoorbeeld sponsor van de Open Monumentendag. Het Bonnefantenmuseum in Maastricht en het Glaspaleis in Heerlen worden gesteund door DSM en het alom bekende Van Gogh Museum wordt gesponsord door de BankGiro Loterij, de Rabobank en Shell.

Overigens betekent het opgenomen worden in een bedrijfscollectie een belangrijke meerwaarde voor een kunstenaar. Erik Bos van Galerie Nouvelles Images verwoordt het als volgt: 'Opname in een bedrijfscollectie is nu een belangrijke succesindicator. Wij schermen er ook mee als een kunstenaar van ons in een bedrijfscollectie zit. Het is toch een stempel van goedkeuring.' Het blijkt inderdaad dat het werk van een kunstenaar meer geld opbrengt als het vertegenwoordigd is in een betekenisvolle en gewaardeerde bedrijfscollectie. Het gevaar bestaat echter voor een kunstenaar dat zijn kunst op termijn om welke reden dan ook wordt afgestoten uit de collectie vanuit financieel, praktisch oogpunt.

Bestaansrecht van bedrijfscollecties
Hoe zit het eigenlijk met het bestaansrecht van een bedrijfscollectie? Deze lijkt een stuk minder vanzelfsprekend dan die van een museale collectie. Dit komt onder meer doordat de visie op de kunstcollectie binnen een bedrijf, door invloed van de economie en wisseling van directeuren, veelal veranderlijker is dan in een museum. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met een collectie wanneer de grondlegger daarvan opstapt of overlijdt of als een bedrijf door middel van een fusie in handen komt van een nieuwe eigenaar? Of wanneer er simpel genoeg gewoon geen behoefte meer is aan de verzamelde collectie en als deze gaat vervelen?

Er wordt zeer verschillend gedacht over het beheer en de houdbaarheidsdatum van een bedrijfscollectie. Voor sommige bedrijven is de kunstcollectie een onlosmakelijk deel van de identiteit van het bedrijf. Louise Gunning-Schepers, voorzitter Raad van Bestuur AMC Amsterdam zegt hier het volgende over: 'Zo’n verzameling is een levend ding, daar ben je niet op een gegeven moment klaar mee.' Een ander voorbeeld van een stevig ingebedde kunstcollectie is de collectie van de ING. Er bestaat binnen de bank een aparte afdeling, ING Art Management, waardoor de kunstcollectie wordt beheerd en geëxploiteerd. Echter, zelfs bij een bedrijf waarin de kunstcollectie zo stevig is verankerd, is de kunst niet altijd veilig tegen verkoop. Dit bewijst het door middel van internetveilingen afstoten van 2500 grafische werken uit de collectie van de ING eind 2008, begin 2009 ten bate van Chances for Children Unicef.

Dat er ook anders wordt gedacht over het belang van een kunstcollectie bewijzen de volgende voorbeelden. De Bijenkorfcollectie, bijeengebracht tussen 1948 en 1995, mede met behulp van Willem Sandberg, oud directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, werd geveild in 1995. Naar eigen zeggen van het bedrijf werd tot een veiling besloten, omdat het personeel van het bedrijf was uitgekeken op de collectie en toe was aan iets nieuws en controversieels. De kunstcollectie was immers ook gestart om jonge, experimenterende (en daarmee spraakmakende en controversiële) Nederlandse kunstenaars een kans te geven en daarmee de discussie over 'mooi' of 'lelijk' aan te zwengelen. De opbrengst van de veiling in 1995 zou gebruikt worden om een nieuwe kunstcollectie op te bouwen. De Bijenkorf is na 1995 echter nooit overgegaan tot de aanschaf van nieuwe kunstwerken door de financiële malaise waarin het bedrijf destijds verkeerde.

Recentelijk is de voormalige Peter Stuyvesant-collectie geveild. De vanaf 1960 door tabaksdirecteur Alexander Orlow bijeengebrachte kunstcollectie genoot een enorme reputatie. Eminente adviseurs als de museumdirecteuren Willem Sandberg en Wim Beeren hielpen bij de samenstelling van de collectie naoorlogse kunst. Het uitgangspunt van de collectie: moderne kunst op de werkvloer om de monotone werkomstandigheden van de arbeiders in de sigarettenfabriek in het Gelderse Zevenaar te verbeteren, sprak tot de verbeelding van velen. Na het overlijden van Orlow en de sluiting van de fabriek in Zevenaar werd besloten de kunstcollectie van de hand te doen. Het gemeentebestuur van Zevenaar heeft in de jaren daarna met man en macht geprobeerd om de Stuyvesant-collectie bijeen te houden, maar alle pogingen daartoe liepen stuk op de vraagprijs van de eigenaar Britisch American Tobacco (BAT).

Wereldwijd is een enorme aandacht besteed aan de veiling van de beroemde bedrijfscollectie. Mede daardoor heeft de veiling een recordopbrengst van ruim 13,5 miljoen euro opgebracht, de hoogste opbrengst ooit voor een veiling van moderne kunst in Nederland. Drie Nederlandse musea krijgen een deel van de opbrengst. Dat is besloten door eigenaar British American Tobacco. Het bedrijf zegt hiermee de culturele activiteiten in Nederland te willen stimuleren. De grootste gift gaat naar het Stedelijk Museum in Amsterdam: 500.000 euro. Het Cobra Museum in Amstelveen en het Armando Museum in Amersfoort krijgen een ton. De tabaksonderneming heeft voor die musea gekozen, omdat deze instellingen historische banden hebben met de collectie van Peter Stuyvesant.

Een voorbeeld van een slimme topman die de kunstcollectie van zijn bedrijf heeft weten te behouden na overname is dat van Rijkman Groenink van de ABN AMRO. Na de overname van de bank in 2007 door een consortium van Fortis, Santander en Bank of Scotland, is het kunstbezit van de bank door voormalig topman Rijkman Groenink ondergebracht in een nieuwe stichting onder de naam ABN AMRO Kunstverzameling. Dit om de kunstverzameling veilig te stellen tegen een mogelijke verdeling of verkoop. Als het consortium de kunstcollectie wil liquideren, grote delen verkopen of als de drie banken de collectie – net als de overige bezittingen van de bank – in stukken willen hakken om onderling te verdelen, treedt een speciale overeenkomst in werking. Die overeenkomst geeft de stichting het recht de topstukken van de collectie voor een euro te kopen van de bank en onder te brengen bij het Stedelijk Museum in Amsterdam. Onlangs heeft de ABN AMRO de collectie van het voormalige Scheringa Museum in beslag genomen, omdat deze collectie als onderpand was gegeven voor een hypothecaire lening van 32 miljoen euro. Wat er met de kunstcollectie van Scheringa zal gebeuren, nu het faillissement van de DSB Bank is uitgesproken, is nog niet duidelijk.

Conclusie en aanbevelingen
Uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat het kopen van kunst en het beheren van een bedrijfscollectie voor veel bedrijven een nevenactiviteit is en blijft. Het maken van winst lijkt belangrijker ten opzichte van maatschappelijke relevantie van kunst en het welzijn van werknemers. Deze worden vaak opgeofferd als de primaire doelstelling, het maken van winst, wordt bedreigd. Hierdoor wordt er door de museale wereld en door critici vaak argwanend gekeken naar de drijfveren van bedrijven met een kunstcollectie. Waarschijnlijk zullen bedrijfscollecties in Nederland pas werkelijk serieus genomen worden op het moment dat hun fundament verzekerd is. Een mogelijkheid daartoe is een collectie onderbrengen in een stichting, zodat de kunst in enige mate beschermd is tegen de monetaire marktfluctuaties, alhoewel een stichting ook niet altijd waterdichte garanties biedt. De VBCN kan mogelijk een rol vervullen in het verstevigen van het bestaansrecht en het verlengen van de levensduur van bedrijfscollecties.

Lex ter Braak, directeur van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, zou graag zien dat musea meer gaan samenwerken met bedrijven met een kunstcollectie. Ook vindt hij dat bedrijven subsidies zouden moeten kunnen krijgen voor het aankopen van kunst, maar dan zouden de collecties wel toegankelijker moeten worden voor het publiek. De zichtbaarheid van bedrijfscollecties wordt door de VBCN als een nog op te lossen probleem gezien. Nout Wellink, van de Nederlandsche Bank, vindt een gezamenlijk museum voor bedrijfscollecties een briljant idee.

Maar bedrijven hoeven natuurlijk niet per se kunst te verzamelen, zij kunnen ook optreden als stimulator voor de kunstwereld. Sjarel Ex (directeur van het Museum Boijmans Van Beuningen) zou bedrijven graag enkel zien als stimulator van de kunstsector. Hij noemt in die context de naam van Han Nefkens, de mecenas die voor een afgepaste periode van vijf jaar geld pompt in het Museum Boijmans Van Beuningen en daar heel specifieke doelen mee wil bereiken. 'Wat hij doet is de energie van het moment aanzwengelen. Veel bedrijven zouden zich ook beter kunnen concentreren op zulke korteverband-energie; dat zou beter bij hun karakter passen. Ze zouden zich moeten afvragen: wil ik over 25 jaar nog tegen die sculptuur aankijken? Of wil ik me aansluiten bij de hartslag van nu?'

In navolging van dit artikel zal de komende tijd iedere twee maanden een artikel verschijnen dat één specifieke bedrijfscollectie behandelt.

Damiët Kuin studeerde Algemene Cultuurwetenschappen (BA) en heeft de master voor Museumconservator afgerond.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Column: De kunst van het eten:
vormen, kleuren en betekenis van voedsel en het eten ervan

Door Viviane Rose

In het museum staart een schilderij mij aan. De kleuren, vormen en structuur van de verf neem ik op. Het daagt mij uit mijn smaak te leren kennen en te bepalen. Wat bepaalt deze smaak? Dat zijn zowel genen, opvoeding, ervaring, kennis, leeftijd, als omgeving en meer.
De olijven, de spruitjes en de glibberige structuur van champignons konden in mijn kinderjaren mijn smaakpapillen niet bekoren. Volwassenen hadden blijkbaar geen smaak. Alles wat zoet was en geen rare bittere smaak had, was als kunst voor boven de bank, acceptabel. Soms, en vaker dan men denkt, moet je iets leren kennen en het aandurven om je smaak te ontwikkelen, het museale aan te gaan. Alcoholische drankjes kunnen mij echter nog steeds niet bekoren. Het zal wel aan de uitwerking van alcohol liggen dat mensen geloven dat het ook daadwerkelijk goed smaakt.
Koppig vasthouden aan een gewoonte is wel zo veilig. Wanneer ik op een boterham pindakaas en jam combineer, krijg ik rare blikken, het is niet Nederlands. In Amerika zouden ze er niet van op kijken. Zelfs nationaliteit bepaalt dat de Chinees in Nederland meer Indonesisch eten is en nog maar een fractie zo scherp.

foto's: Viviane Rose

Het beeldende onderdeel van voedsel bepaalt zeker ook de smaak. Een citroen is opvallend geel, er wordt zo niet vergist met een limoen. De citroen is echter niet altijd geel, in de ene periode is zij groen en in de andere geel. Door marketing ga je geloven dat een citroen altijd geel is, een banaan altijd krom en dat wortels altijd recht zijn en geen rare vormen hebben die alle richtingen op gaan. Om extra mooi te glimmen wordt er ook nog eens schellak (luizen en chemische middelen) gebruikt op citrusvruchten, appels en peren. Alleen in de biologische wereld wil men wel eens wat meer van de natuur showen.
Net als met kunst, is kennis zeker van invloed op de waardering van voedsel. Dit kan onze waardering en zelfs daardoor onze smaak beslissen. Een groene citroen leren we waarderen als we weten dat dat normaal is en als we het vaker zien en proeven. De kennis kan het plezier ook vergroten. Dit ontdekte ik bij mijn eigen overgang naar een veganistische levensstijl. Ik zag het als een hobby en ontdekte dat er veel meer mogelijkheden waren dan ik voor mogelijk had gehouden. Veelzijdig en gezond eten, heeft meer te maken met interesse, dan de keus voor een specifiek dieet.

Het is de kunst om een courgette zo te bereiden dat de smaak tot zijn uiting komt, de kruiden toegevoegde waarde hebben en niet overheersend worden. Zout en suiker werken verslavend. Dit verminderen lijkt het eten opeens smaakloos te maken, terwijl het vaak al snel went en juist de smaak terug brengt van de groenten en andere ingrediënten. Dat geldt ook voor kunst: minder is vaak meer.

Wat, hoe en hoeveel je eet wordt meestal bepaald door je omgeving. Mensen met overgewicht hebben vaak mensen om zich heen die ook overgewicht hebben. Ook als je vegetarisch eet, is dat makkelijker is als minstens enkelen uit je omgeving dat ook doen. Jonathan Safran Foer beschrijft in zijn boek ’Eating Animals’ wat het verhaal achter eten is en betekent. Onze individuele voorkeur voor voedsel wordt bepaald door ons verleden. Zijn schrijfstijl en humor maken het meer dan een informatief boek. Het is dan ook een aanrader om meer te begrijpen over wat we tot ons nemen.

Eten is gewoon nodig. In de westerse wereld leven we echter in overvloed ervan, de diversiteit is enorm. Hierdoor verwaarlozen we helaas onze basisbehoefte. Voedsel wordt vaak als een extra kostenpost gezien en we verlagen de waarde van eten tot die van kiloknallers. Overgewicht wordt gewoon en we kunnen ons afvragen of we niet anders naar eten moeten gaan kijken. Nee, niet terug naar vroeger, maar een nieuwe richting opgaan, een nieuwe stijl en waarde creëren. Als een kunstwerk van de toekomst. De kunst van het eten.

Viviane Rose is groen activist en filosoof vanuit kunst (performances/(inter)acties) en schrijven, website: www.vivianerose.biz

Terug naar boven | Print dit artikel!