Juni-aug. 2010, 5e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus 268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
 
VOORKANT BERICHTEN ACTUEEL OPINIE BOEKEN AGENDA COLOFON  
Voorpagina
artikel
tentoonstellingen
in het kort
over kunst en kunstenaars meningen
en columns
artikelen
over boeken
actuele
exposities
Het Beeldende Kunstjournaal  
 

Berichten van musea, galeries en kunstenaarsinitiatieven.

Teylers Museum & Nieuwe Vide presenteren The Object Lag, The Archaeology Of Autonomy

Nieuwe Vide presenteert in samenwerking met Teylers Museum het derde deel van haar jaarprogramma, The Object Lag, The Archaeology Of Autonomy. Kunstenaars en ontwerpers Phil Baber, Martine Derks, Rana Hamadeh, Falke Pisano, Charlotte Rooijackers en David Weber-Krebs verrassen museumbezoekers op 24 juli met tijdelijke interventies en performances. Deze zijn geïnspireerd op een periode van reflectie en onderzoek over de autonomie van het object in Teylers Museum. Na afloop is iedereen welkom voor een feestelijke receptie met muziek in Nieuwe Vide.

Grote delen van het museum zijn onveranderd gebleven sinds het haar deuren opende voor publiek in 1784. De collectie van 'Teyler' - een verzameling schilderijen, tekeningen, fossielen, munten, boeken en natuurwetenschappelijke instrumenten- wordt nog altijd tentoongesteld in natuurlijk daglicht en antieke kabinetten. Door het museum te zien als een object, gevangen in de tijd, wil The Archaeology of Autonomy in contrast staande met het museummodel, de nadruk leggen op de instabiele kwaliteit van het object. Een object onderhevig aan externe invloeden verschuift continu van betekenis en waarneming.

De in Berlijn gevestigde beeldend kunstenaar, Falke Pisano (1978), focust in haar werk op spraak als gebaar in relatie tot andere vertegenwoordigingen van artistieke producties. Zij bracht eerder dit jaar haar werk bijeen in de publicatie Figures of Speech. Met haar boek als uitgangspunt, breidt ze haar onderzoek uit naar het lichaam, met als startpunt de functie en het nut van de lichaamsdelen, afgebeeld in 'Opera Omnia' van Claudii Galeni, een boek uit de bibliotheek van Teylers Museum.

David Weber-Krebs (1974) is beeldend kunstenaar en theatermaker. Recentelijk bracht hij samen met Alexander Schellow de performance ‘een Voorspel’ als vervolg op 'Miniature' voor De Appel in Amsterdam, iedere keer uitgevoerd voor één toeschouwer. De gedachtegang van deze performances zullen voor een deel in dezelfde lijn worden voortgezet in Teylers Museum en zullen inspelen op de situatie van het museumbezoek.

Beeldend kunstenaar Rana Hamadeh (1983) is geïntrigeerd door de tekening De eerste schilderijenzaal van Greive jr, Johan Conrad (1837-1891). Deze tekening hangt in de gelijknamige zaal in het museum. De tekening en de zaal roepen vragen en associaties op bij de kunstenaar, welke het focuspunt zijn voor Hamadeh's derde halte in haar voortgaande onderzoek in The Object Lag onder de naam Chine de Commande. Dit onderzoek is een reflectie op het tonen van gearchiveerde objecten in musea en de hierbij voorgestelde verleden, heden en toekomstige tijden.

Charlotte Rooijackers (1986) en Martine Derks (1979) hielden eerder in het kader van The Object Lag een performance in Nieuwe Vide, naar aanleiding van een gastenboek uit 1835. In Teyler gaan zij voort met hun onderzoek waarbij ze het museum verkennen door de perspectieven van de gastenboeken gedateerd uit verschillende periodes.

Phil Baber (1987) is grafische vormgever, redacteur en uitgever van Cannon Magazine. Hij verdiept zich in de collectie fossielen en mineralen in Teylers Museum, waarmee hij zijn doorlopend onderzoek voor The Object Lag voortzet waarbij zijn fascinatie met de rots in relatie tot taal en tijd zijn uitgangspunten vormen. Als onderdeel van dit onderzoek liet Baber een rots uit elkaar vallen in een zeer vertraagde snelheid.

The Object Lag is het 2010 jaarprogramma van Nieuwe Vide. Een concept ontwikkeld door kunstenaar Emily Williams. Het project concentreert zich op de tendens, waarin men zich vooral richt op de materiële aanwezigheid van het (kunst)object. The Object Lag wil deze tendens ter discussie stellen, en in plaats hiervan juist de vaak onzichtbare en ontastbare samenhangende contexten die om het object heen zijn benadrukken.

The Object Lag bestaat uit vijf onderdelen, elk met een ander invalshoek met betrekking tot het object: Form & Content, Translation, The Archaeology of Autonomy, Cross-Reference en The Intangible.

The Object Lag, The Archaeology Of Autonomy, 24 juli 2010, 14.00-17.00u in Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem, www.teylersmuseum.nl.

Receptie 17.30-23.00u in Art Space Nieuwe Vide, Minckelersweg 6, Haarlem.
Website: www.nieuwevide.nl.

Bron: Nieuwe Vide Haarlem, 8 juli 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

StreetCanvas: Kunstenaars gebruiken Oude Groenmarkt als canvas

Op 7 oktober 2010 vindt de eerste editie plaats van het media-art evenement StreetCanvas op de Oude Groenmarkt in Haarlem. StreetCanvas is een multidisciplinair evenement waarbij een samenspel ontstaat tussen de stad, de kunst, bewoners en bezoekers. De inspirerende media-art, zoals videokunst, 3D-vormgeving en sounddesign, laat de stad stralen.

 
©StreetCanvas

StreetCanvas is een idee van Shevia Limmen. Zij studeerde in september 2008 af als Master in Digital Video Design aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Als jonge Haarlemse kunstenaar ging zij op zoek naar mogelijkheden om haar videokunst te kunnen presenteren. 'Tijdens mijn zoektocht ontdekte ik hoeveel andere jonge kunstenaars en creatieven vol ideeën zitten om de stad als 'canvas’ te gebruiken', aldus Shevia. Al snel was het idee voor StreetCanvas geboren.

StreetCanvas zal Haarlem in 2010 op een inspirerende manier op de culturele kaart zetten. Het biedt een podium voor vernieuwende kunst van hedendaagse makers. De media-art krijgt een extra dimensie omdat de echo van de rijke stadshistorie doorklinkt. Het Haarlemse culturele erfgoed dient als inspiratiebron voor de kunstenaars. De installaties en andere werken zullen bezoekers en toevallige passanten prikkelen om te genieten van de stad en de kunst.

Op donderdag avond 7 oktober opent Haarlem haar hart. Tussen 17:00 en 23:00 vindt er een programma plaats in de vorm van een Total Art Work. Tot en met 10 oktober blijven diverse werken te bezichtigen.

StreetCanvas, 7 t/m 10 oktober 2010, Haarlem, www.streetcanvas.nl.

Bron: StreetCanvas Haarlem, 6 juli 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Museum van Bommel van Dam, Venlo: Aanwinsten uit de Collectie Knecht-Drenth Venlo

Medio 2009 heeft Museum van Bommel van Dam van het verzamelaarsechtpaar Tijmen en Helen Knecht-Drenth, die in heel veel opzichten op Maarten en Reina van Bommel-van Dam lijken, naast bijzondere werken van internationaal bekende kunstenaars een supergrote geldelijke gift à € 726.000,- gekregen. De museumstaf wendt het formidabele bedrag gericht aan om de sterk groeiende museumverzameling verder te internationaliseren.

In de projectruimte presenteert Museum van Bommel van Dam dankzij de gift van Tijmen en Helen Knecht-Drenth deze zomer nieuwe aanwinsten uit de collectie Knecht-Drenth Venlo. Daaronder bevinden zich onder andere monumentale werken van Michael Kiernan (Engeland), Tom Liekens (België), Raquel Maulwurf (Spanje) en Cornelia Schleime (Duitsland). Deze aanwinsten worden gecombineerd met karakteristieke werken op papier en grafiek van (inter)nationale kunstenaars die al eerder aan de gemeente Venlo zijn geschonken.

Wie kunst verzamelt, is in het rijk van de schoonheid.

 
Cornelia Schleime, Equilibriste, 2008

Dat was de overtuiging van Tijmen Knecht. Enkele maanden voor zijn dood op tweede kerstdag 2009 schonk hij met zijn vrouw Helen Knecht-Drenth, 600 kunstwerken aan Museum van Bommel van Dam plus een geldbedrag voor toekomstige aanvullingen. Het betreft werken op papier (aquarel, gouache, krijt, pastel, pentekeningen) en grafiek (aquatint, blinddruk, heliogravure, houtgravure, litho-grafie, seriegrafie) van internationale kunstenaars als Karel Appel, Pierre Alechinsky, Armando, Bram Bogart, Georges Braque, Alexander Calder, Marlène Dumas, Hans Hartung, Barbara Hepworth, François Morellet, Robert Rauschenberg, Mimmo Rotella, Jan Schoonhoven, Antoni Tàpies en Andy Warhol. De kunstwerken, die ruim vijftig jaar omspannen, sluiten goed aan bij de eigen museumcollectie waarin zich ook internationale grafiek bevindt van beeldend kunstenaars uit België, Duitsland, Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten.

Aanwinsten uit de Collectie Knecht-Drenth Venlo, t/m 15 augustus 2010, Museum van Bommel van Dam, Deken van Oppensingel 6, Venlo. Website: www.vanbommelvandam.nl.

Bron: Museum van Bommel van Dam, 5 juli 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Kunsthal Rotterdam: Feest der herkenning! Internationaal realisme

De Kunsthal Rotterdam besteedt ruim aandacht aan het internationaal realisme. Ruim honderdvijftig schilderijen, sculpturen, foto's en videowerken belichten de rijkdom en diversiteit van de realistische kunst van 1850 tot nu. Het indrukwekkende overzicht omvat werk van talrijke internationaal gerenommeerde kunstenaars als Jean-François Millet, Walker Evans, Edward Hopper, Richard Estes, Duane Hanson en Thomas Ruff en is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Kunsthalle Emden en de Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung in München. In de tentoonstelling is ook een aantal vooraanstaande Nederlandse kunstenaars vertegenwoordigd waaronder Carel Willink, Rineke Dijkstra, Jan Worst en Aernout Mik.

Het veelzijdige overzicht in de Kunsthal laat zien hoe kunstenaars de afgelopen honderdvijftig jaar de werkelijkheid weergeven: op doek, in foto’s of als videoprojectie. Het werk van belangrijke vertegenwoordigers van internationale realistische kunststromingen als de Nieuwe Zakelijkheid, het magisch realisme en het hyperrealisme zijn samengebracht. 'Feest der herkenning' toont de vele gezichten van het realisme:

 

Christian Schad, Maika, 1929, olieverf op linnen, © Christian Schad Stiftung Aschaffenburg / VG Bild, Bonn 2010.

van de levensechte figuren van beeldhouwers als John de Andrea tot de gedetailleerde landschappen van fotograaf Michael Reisch. Gegroepeerd naar thema's als het interieur, het stilleven, het portret en het landschap levert de tentoonstelling verrassende en spannende combinaties op. Zo zijn de krachtige vrouwenportretten van Christian Schad uit het Interbellum naast de technisch perfecte fotoportretten van Thomas Ruff uit de jaren tachtig te zien. En hangt een stilleven van magisch realist Franz Radziwill in nabijheid van een assemblage van Daniël Spoerri.

De tentoonstelling werpt een nieuw licht op realistische kunst. Het overzicht onthult dat achter het technisch raffinement en de virtuositeit van realistische kunst veelal een maatschappelijke boodschap schuilgaat. Ondanks de enorme diversiteit in onderwerpen en gekozen media blijkt er tussen kunstenaars uit verschillende tijden grote verwantschap te bestaan. De sculptuur Two Workers die de Amerikaanse beeldhouwer Duane Hanson in 1993 maakt, komt thematisch overeen met August Sander’s foto’s van straatarbeiders ruim zestig jaar eerder. Hansons maatschappijkritische toon is anderzijds voelbaar in de schilderijen van sociaalrealisten als Eugène Buland of Jean-François Millet uit de negentiende eeuw. Door te wijzen op de relaties tussen kunstenaars uit verschillende perioden van het realisme, wordt de tentoonstelling een 'Feest der herkenning!'

Bij de tentoonstelling verschijnt bij uitgeverij d'jonge Hond de gelijknamige catalogus in het Nederlands (ISBN 978-89-089102-11-9).

Feest der herkenning! Internationaal realisme, 25 september 2010 t/m 16 januari 2011, Kunsthal Rotterdam, info 010-4400301, openingstijden: dinsdag t/m zaterdag 10.00 - 17.00 uur, zon- en feestdagen 11.00 - 17.00 uur. Website: www.kunsthal.nl.

Bron: Kunsthal Rotterdam, 2 juli 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

GEM, Museum voor actuele kunst, Den Haag, David Schnell, Stunde

Al eeuwenlang proberen kunstenaars beweging in schilderijen te suggereren. De Duitse kunstenaar David Schnell (Bergisch Gladbach, 1971) weet de illusie van vaart en diepte in duizelingwekkende combinaties van organische en kunstmatige elementen in zijn werk vast te leggen. Een extreem centraal perspectief kenmerkt zijn meeste werk, evenals het ontbreken van een verhalend element of een gebeurtenis. Schnell, opgeleid aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig, behoort tot een succesvolle schildersgeneratie, vaak aangeduid als de Neue Leipziger Schule, waar onder anderen ook Matthias Weischer toe behoort. Deze groep van kunstenaars staat bekend om hun vakmanschap in zowel schilderkunst als in verschillende grafische technieken. Het GEM Den Haag eert deze talentvolle kunstenaar in de zomer van 2010 met een grote solotentoonstelling.

Herinneringen van de kunstenaar zelf staan aan de basis van zijn werk. Schnell wandelt graag door gebieden waar de natuur ooit de baas was maar waar de mens nu langzamerhand de overhand krijgt. Door parken rondom rijzige kastelen, door industriegebieden waar nieuwe recreatieterreinen worden aangelegd of speeltuinen, alles wat maar planmatig door de mens wordt ingericht heeft zijn aandacht.

 
David Schnell, Verschlag (Bouwsel), 2004, olieverf op doek, 220 x 130 cm, Hall Collection, courtesy Galerie EIGEN + ART Leipzig/Berlijn, foto: Uwe Walter, Berlijn.

Met die herinneringen gaat hij vervolgens aan het werk, zonder foto of ander voorbeeld. Zo vermengen de natuurlijke en gecultiveerde elementen zich op het doek. Zijn kleurgebruik is zo extreem en intens dat de werelden die hij creëert ook wel doen denken aan de kunstmatige scènes uit computergames of sciencefictionfilms.

Het werk van Schnell, dat goed past in deze moderne tijd, wortelt ook in de traditie van de perspectivische landschapsschilderkunst. Zo vertoont zijn recente werk overeenkomsten met de impressionistische schilderkunst, in het bijzonder de waterlelies van Claude Monet. Ook Schnell plaatst in zijn schilderijen vluchtige en transparante kleurvlekken, die pas optisch mengen tot een landschap met gebladerte. Elementen van landschap en architectuur komen samen in de doeken van Schnell, waardoor hij de grenzen van de traditionele genreschilderkunst overschrijdt. De landschappelijke elementen van zijn werk doen romantisch aan, maar de snelheid en agressie van de 'vreemde' elementen steken daar scherp bij af.

Stunde is tot stand gekomen in samenwerking met het Kunstverein Hannover en het Museum Zu Allerheiligen in Schaffhausen, waarmee het GEM eerder succesvolle tentoonstellingen organiseerde, zoals overzichten van Matthias Weischer en Léopold Rabus. In het GEM bereikt de tentoonstelling haar grootste omvang, hier wordt naast de schilderkunst, die drie grote zalen beslaat, ook een serie kabinetten ingericht met grafiek; zeefdrukken en linoleumsneden, een selectie die nooit eerder te zien is geweest. In de dagen voorafgaande aan de opening zal Schnell een reusachtige, tijdelijke muurschildering vervaardigen.

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus die wordt uitgegeven in samenwerking met Hatje Cantz (€24,95). David Schnell vervaardigde speciaal voor het GEM een editie van 35 exemplaren, deze is tijdens de looptijd van de tentoonstelling te koop, € 580,- (zonder lijst).

David Schnell, Stunde, t/m 3 oktober 2010, GEM, Museum voor actuele kunst, Den Haag, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Website: www.gem-online.nl.

Bron: Gemeentemuseum Den Haag, 30 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Museum voor Moderne Kunst Arnhem: Elger Esser. Eigentijd

De tentoonstelling Eigentijd toont een breed overzicht van het oeuvre van de fotograaf Elger Esser (Stuttgart, 1967), een van Duitslands belangrijkste fotografen van dit moment. Esser verbindt zijn eigen werk met het einde van de 19e eeuw, de tijd van de ontdekking van de fotografie en de daarop volgende totale ontsluiting van het landschap. Deze relatie met het verleden komt in het werk van Elger Esser niet alleen tot uitdrukking in het gebruik van oude technieken zoals de heliogravure, maar ook door nafotograferen en bewerken van vroeg 20e eeuwse ansichtkaarten uit zijn eigen verzameling.

Esser groeide op in Rome en studeerde aan de kunstacademie van Düsseldorf waar hij les kreeg van de bijzonder invloedrijke Duitse fotografen Bernd en Hilla Becher. In tegenstelling tot de emotieloze, zakelijke benadering van zijn leermeesters heeft Esser een voorkeur voor landschapsfotografie waarin persoonlijke waarneming en subjectiviteit een grote rol spelen.

Net als in de schilderkunst, koppelt Esser het onderwerp los van tijd en plaats en creëert in plaats daarvan een krachtig tijdloos en atmosferisch beeld. In zijn onsentimentele afbeeldingen zet Esser stille en onopvallende locaties neer die hij daarmee redt van de vergetelheid.

 
Elger Esser, 727 Wimereux, 2004, C-Print & DiaSec Face / Forex, Atelier Elger Esser © Elger Esser, VG Bild-Kunst, Bonn 2009.

In Essers oeuvre spelen ansichtkaarten ook de rol van schakel tussen zijn landschapsfotografie en zijn meest recente heliogravures. Hij selecteert een sectie uit een postkaart en vergroot het zodat de korrel of ruis duidelijk zichtbaar wordt. Vervolgens kleurt hij de vergrootte secties in en slaagt er daarbij in om het onderwerp te vervreemden. Het oog dwaalt tussen nabijheid en afstand. Eigentijd, een groot overzicht van Essers oeuvre, bevat 31 grootformaat kunstfoto's, 11 kunstfoto's n.a.v. ansichtkaarten en een aantal originele ansichtkaarten uit Essers verzameling en uit het Gelders Archief.

Elger Esser. Eigentijd, t/m 26 september 2010, Museum voor Moderne Kunst Arnhem, Utrechtseweg 87, Arnhem. Website: www.mmkarnhem.nl.

Bron: MMK Arnhem, 29 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Pulchri Studio, Tentoonstelling Museum View I – Marieke van Diemen

Deze zomer is beeldend kunstenaar Marieke van Diemen één van de genodigde Kringleden die bij kunstenaarssociëteit Pulchri Studio in Den Haag een solo-presentatie verzorgt. Met deze tentoonstelling laat Van Diemen voor het eerst een selectie uit haar fotoreeks Museum View zien. Sinds 2001 werkt zij aan een serie foto's die genomen zijn tijdens haar museumbezoeken. In die natuurlijke habitat van 'het kijken' overkomt het haar regelmatig dat een argeloos raam een onverwachte blik op de werkelijkheid daarbuiten biedt. Zonwering, regendruppels, vuil of glas-in-lood spelen een spel met lichtinval en de werkelijkheid daarachter, wat tot vervreemdende beelden leidt.

 
Castello di Rivoli, Turijn, IT, 2003. Foto: Marieke van Diemen.

Van Diemen gebruikt fotografie, installaties en sculptuur in haar onderzoek naar het waarnemen, ordenen en tonen van beeld; niet zelden in de vorm van verzamelingen, al dan niet door haarzelf aangelegd. Leidende fascinatie hierbij vormt de vraag: Hoe beïnvloedt het ordenende kader de waarneming van het getoonde? En hoe verhoudt de interpretatie van de kijker zich vervolgens tot het getoonde? Zo kan er een derde beeld ontstaan, waardoor je je bewust wordt van het fenomeen van het kijken zelf.

Marieke van Diemen (Hilversum, 1959) studeerde aan St. Joost, Breda en de Rijksakademie, Amsterdam. Woont en werkt in Amsterdam. In 2008 ontwikkelde Van Diemen in opdracht van Museum Boijmans van Beuningen het concept en ontwerp voor het nieuwe Prentenkabinet en -depot. Een hedendaags-klassiek prentenkabinet, waarbij het depot en alle daarmee samenhangende activiteiten zichtbaar zijn geworden voor het publiek. Een ander voorbeeld van haar ordening van beeld is regelmatig te zien in de media: de Statenpassage (Passage II) in de Tweede Kamer. In opdracht van het Instituut Collectie Nederland ontwierp Van Diemen in 2001 een opstelling van witmarmeren bustes van oude BN-ers die lagen te verstoffen in de depots van Nederlandse musea. De bruiklenen waren aanvankelijk bedoeld voor twee jaar, het succes van deze installatie heeft er voor gezorgd dat de bustes niet zijn teruggekeerd naar het stof.

Tentoonstelling Museum View I – Marieke van Diemen, t/m 14 juli 2010, Pulchri Studio Lange Voorhout 15, Den Haag, website: www.pulchri.nl.

Bron: Marieke van Diemen, 25 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Van Abbemuseum Eindhoven: Op zoek naar het geluk, Ahmet Ögüt in Het Oog

Vanaf 4 juli 2010 kunnen bezoekers in het Van Abbemuseum op zoek naar het geluk. De kunstenaar Ahmet Ögüt (1981, Diyarbakir, Turkije) heeft dan de totale ruimte van Het Oog gevuld met twaalf ton steenkool en heeft hierin een 'stukje museum' begraven. Dit stukje museum is weggehaald uit een wand in het museum en is op deze plaats vervangen door een waardevolle diamant. Wanneer een van de bezoekers die op zoektocht gaat het 'stukje museum' vindt, dan leidt dit tot geluk. Wanneer het stukje museum wordt teruggeplaatst in het museum, wordt de vinder de eigenaar van de diamant.

 
Ahmet Ögüt in Het Oog, schets. Van Abbemuseum, 2010

Ahmet Ögüt is de derde kunstenaar in de reeks van Het Oog en zijn werkperiode duurt tot december 2010. Dit keer bestaat de werkperiode niet uit de voortdurende aanwezigheid van de kunstenaar en zijn activiteiten, maar juist uit de aanwezigheid van het publiek. Ögüt geeft bezoekers van het museum de kans deel uit temaken van de ontwikkeling en het begrip van zijn werkdoor het open te stellen voor deze bijzondere zoektocht naar ultiem geluk. Voor alle bezoekers is er een alternatieve schatkaart die tentoongesteld ligt in een vitrine in het museum. Via eencryptische routebeschrijving en een verrekijker wordt iedereen uitgenodigd rond te dwalen in het museum en krijgt men de kans de diamant met eigen ogen te zien. Zoek mee!

De start van de zoektocht in Het Oog is zondag 4 juli om14.00 uur tijdens de opening van Ahmet Ögüt's werk. Deeerste inschrijvingen zijn dan mogelijk en de eerste geïnteresseerden zullen hun zoektocht beginnen. Om deel te nemen aan de zoektocht kunnen bezoekers zich inschrijven bij de informatiebalie van het museum, per telefoon (040-2381098) of aan de balie zelf. Per dag worden er vier mensen toegelaten die ieder maximaal 1,5 uur mogen zoeken in en rond Het Oog naar het stukjemuseum en de diamant.

Het Oog Het Oog is een plek in het Van Abbemuseum die kunstenaars ruimte biedt een werk uit te voerengedurende een werkperiode van zes maanden. Het Oog is een bijzondere locatie in de 'openlucht' van het museum waar kunstenaars een specifiek werk ter plaatseuitvoeren.

Op zoek naar het geluk, Ahmet Ögüt in Het Oog, t/m 31 december 2010, Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10 Eindhoven, website: www.vanabbemuseum.nl.

Bron: Van Abbemuseum Eindhoven, 24 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Gemak Den Haag: Friso Keuris, Dutchbat III

Tijdens de Veteranendag op zaterdag 26 juni tussen 12.00 en 17.00 uur zal fotograaf Friso Keuris zelf aanwezig zijn in Gemak om tekst en uitleg te geven aan de indringende portretten die hij maakte van de soldaten van Dutchbat III.

In 2006 begon Friso Keuris met het fotograferen van de soldaten van Dutchbat III. Zijn interesse in ooggetuigen van de hoogte- en dieptepunten van onze geschiedenis stond aan de basis van dit project. De portretten van de veteranen van Dutchbat III geven een gezicht aan de individuen die samen het veelbesproken bataljon vormden dat getuige was van de grootste massamoord in Europa na de Tweede Wereldoorlog.

Wat Keuris duidelijk wil maken is dat deze anonieme groep uit allerlei verschillende mensen bestaat met hun eigen verhalen en beweegredenen; de een nam een missie over van een vriend die ging trouwen, de ander wilde graag iets goeds doen voor de bevolking daar en weer anderen zagen het puur als werk. En allemaal zijn ze in dezelfde hel terecht gekomen die hen voorgoed heeft getekend.

 
©Friso Keuris, Dutchbat III, Adje

Gevoelens van onmacht en frustratie vormen een terugkerend thema in de verhalen en veel van deze veteranen lijden aan psychosomatische klachten. De Dutchbatters voelen zich in de steek gelaten, zowel in Bosnië als in Nederland. In hun ogen waren ze onmachtig om in te grijpen in de situatie; er waren geen wapens, er was geen internationale (lucht)steun en als blauwhelm mochten ze niets doen. Terug in Nederland waren ze onderwerp van discussie; waren ze geen helden maar lafaards. Door de pers werden ze gehekeld vanwege het gebrek aan optreden. In de tentoonstelling zullen deze persoonlijke ervaringen in een aantal begeleidende teksten, door soldaten zelfgemaakte foto’s en geluidsfragmenten worden geïllustreerd.

Met deze tentoonstelling en het bijbehorende boek, dat in de loop van dit jaar verschijnt, maakt Friso Keuris een monument voor de soldaten van Dutchbat III waarin de machteloosheid van de groep en het individu een belangrijke leidraad vormt. Keuris voelt het als een plicht om deze veteranen te portretteren, omdat zij als mens én als militair een ijkpunt vormen voor de uitzendingen van vandaag de dag.

De tentoonstelling wordt in aanwezigheid van enkele Dutchbatters geopend door Ad van Liempt, journalist en ex-hoofdredacteur van Nova en bedenker van het programma Andere Tijden.

Friso Keuris, Dutchbat III, t/m 2 augustus 2010, Gemak Den Haag, Paviljoensgracht 20-24, Den Haag. Gemak is een samenwerkingsverband is tussen het Gemeentemuseum en de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Website: www.gemak.org.

Bron: Gemeentemuseum Den Haag, 23 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Kunstvereniging Diepenheim: Shelagh Keeley, ‘Miscellanea’

Zaterdag 19 juni is de zomertentoonstelling in Kunstvereniging Diepenheim geopend door de curator van NOG Collectie SNS Reaalfonds, Corrie van der Veen. Zij sprak haar waardering uit over de inspanningen van Kunstvereniging Diepenheim om de verwondering en beleving een zo belangrijke plaats te geven in haar gebouw, locaties in de omgeving, haar exposities en andere activiteiten.

Ze heeft ook toegelicht waarom zij voor de collectie werk van de Canadese kunstenares Shelagh Keeley heeft aangekocht; de aangekochte werken zijn momenteel ook in Kunstvereniging Diepenheim te zien. Ze kreeg uit handen van de

 
Shelagh Keeley, Miscellanea. Foto: Rik Klein Gotink.

voorzitter van Kunstvereniging Diepenheim het eerste exemplaar uitgereikt van het Derde Tekeningencahier 'een choreografie van de geest', waarin de curator van Drawing Centre Diepenheim, Arno Kramer, een essay aan het werk van Keeley wijdt.

'Miscellanea' is de titel en de tentoonstelling met werk (voornamelijk tekeningen) van Shelagh Keeley, die tot en met woensdag 8 september bij Kunstvereniging Diepenheim te zien is. Bovendien exposeert ze in het Ottenhuis (een oud los hoes vlakbij het gebouw van Kunstvereniging Diepenheim) een speciaal voor die locatie gemaakte tekeningeninstallatie. Ook is er werk (foto’s) van haar te zien in de zogenoemde Cultural Boxes, die geplaatst zijn aan de Raadhuisstraat in Diepenheim. In de kelder van Kunstvereniging Diepenheim zijn bovendien twee films van Shelagh Keeley te zien.

Shelagh Keeley heeft in het weekend van 12 en 13 juni een succesvolle masterclass gegeven aan ongeveer 15 kunstenaars.

In juli en september wordt in Kunstvereniging Diepenheim nog meer aandacht aan tekenen als kunstvorm gegeven door middel van tweegesprekken, die steeds vooraf worden gegaan door een rondleiding door de tentoonstelling door de curator van Drawing Centre Diepenheim, Arno Kramer: zo 4 juli en zo 5 september, steeds om 15.00 uur. Op 4 juli: tweegesprek tussen Arno Kramer en Alex de Vries (auteur en adviseur kunst en cultuur). Op 5 september: tweegesprek tussen Alex de Vries en Corrie van der Veen (curator NOG Collectie SNS Reaalfonds). Entree: € 2,50, leden KvD € 1,50.

Het (Tweede) en Derde Tekeningenachier zijn verkrijgbaar bij Kunstvereniging Diepenheim; het Eerste tekeningencahier is inmiddels uitverkocht. Bovendien is er een multiple (oplage: 10 exemplaren) van Shelagh Keeley te koop. Tekeningencahier € 10,-, leden KvD € 5,- ; Multiple € 250,-, leden KvD € 200,-

Shelagh Keeley, 'Miscellanea', t/m 8 sept. 2010, Kunstvereniging Diepenheim, Grotestraat 17, Diepenheim, website: www.kunstvereniging.nl.

Bron: Kunstvereniging Diepenheim, 22 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Het Brabantpaviljoen op de Biënnale van Venetië

Lokaal 01 en academie St. Joost bundelen hun krachten om een Brabant Paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2011 te laten plaatsvinden.

Lokaal 01 en partner AKV St. Joost hebben van de Mondriaan Stichting (orgaan van de Rijksoverheid) subsidie verkregen om een plan te ontwikkelen voor Het Brabantpaviljoen. Aanleiding van dit plan is de mededinging van Brabantstad als Culturele hoofdstad van Europa in 2018.

In 2011 zal tijdens de 54e editie van de Biënnale van Venetië Het Brabantpaviljoen worden gerealiseerd. De Biënnale van Venetië is een toonaangevende internationale kunstmanifestatie.

 
Venetië

In Het Brabantpaviljoen zullen kunstenaars zijn vertegenwoordigd die van belang zijn voor Brabant maar zich ook daarbuiten hebben bewezen. ''En als dé kunstacademie van Brabant zal AKV St. Joost waarschijnlijk wel een goede leverancier van talenten zijn'', aldus Esther de Vries, zakelijke projectleider van Het Brabantpaviljoen.

BrabantStad bestaat uit de Brabantse steden: Breda, 's-Hertogenbosch, Tilburg, Eindhoven en Helmond. Brabantstad wil in 2018 culturele hoofdstad van Europa worden. In 2013 zal bekend worden wie deze eer krijgt. Een Brabant Paviljoen in Venetië in 2011 zou een mooie bijdrage aan de strijd om deze titel kunnen leveren. De Vries: ''Maar dit plan is een project op zich. Wij onderscheiden ons juist van andere BrabantStad-plannen door internationaal in te zetten.'' Er wordt nu onderzocht hoe het Brabant Paviljoen binnen het programma van de Biënnale past.

Het Brabantpaviljoen is een initiatief van de Academie Kunst en Vormgeving St.Joost en Lokaal 01 en heeft een eigen organisatie. Lokaal 01 is, sinds 1981, actief in de presentatie en stimulatie van beeldende kunst en muziek op nationaal en internationaal niveau. Sinds 1993 heeft Lokaal 01 ook een locatie in Antwerpen. AKV St. Joost heeft locaties in Breda en s'-Hertogenbosch en is daarmee het grootste opleidingsinstituut op het gebied van beeldende kunst in de regio. Onlangs is de opleiding beeldende kunst te Breda voor de 3e keer op een rij uitgeroepen tot beste kunstopleiding van Nederland.

De ontwikkeling van Het Brabantpaviljoen wordt ondersteund door Brabant Culturele Hoofdstad 2018.

Lokaal 01, Kloosterlaan 138, Breda, www.lokaal01.org

Bron: Lokaal 01, 15 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Museum Beelden aan Zee, 'Vaders en zonen. Beeldhouwers kiezen beeldhouwers'

Voor haar grote zomerexpositie vroeg Museum Beelden aan Zee aan 15 bekende Nederlandse beeldhouwers met welke jongere collega zij zich het meest verwant voelen. De antwoorden op deze prikkelende vraag zijn te zien op de tentoonstelling 'Vaders en Zonen. Beeldhouwers kiezen beeldhouwers'. 'Vaders en Zonen', gebaseerd op een oorspronkelijk concept van de beeldhouwers Shinkichi Tajiri (1923-2009) en Piet Slegers, brengt op bijzondere wijze de relaties tussen drie opeenvolgende generaties Nederlandse beeldhouwers in beeld. De eerste generatie werd geboren tussen 1910 en 1930, de tweede tussen 1930 en 1950, de derde tussen 1950 en 1970.

 
Henk Visch, 'There is no song about it', brons/steen, 250 x 100 x 100 cm, collectie kunstenaar.

Allereerst werd de vraag voorgelegd aan vijf beeldhouwers uit de oudste generatie. Naast Tajiri en Slegers waren dit: Ben Guntenaar (1922-2009), Carel Kneulman (1915-2008) en Carel Visser. Zij kozen respectievelijk voor: Henk Visch, Paul Kubic, Berend Bodenkamp, Gerard Höweler en Joep van Lieshout. Vervolgens werd aan deze tweede generatie dezelfde vraag gesteld. De keuze viel op: Paul de Reus, Mathieu Knippenberg, Hieke Luik, Gerard van Rooij en Zoro Feigl.

Diverse stijlen en stromingen passeren op deze tentoonstelling de revue. Variërend van het abstract-expressionisme in de geest van Cobra tot het hedendaags figuratief-poëtisch realisme. 'Vaders en Zonen' biedt daarmee een prachtig, caleidoscopisch overzicht van de enorme verscheidenheid die de Nederlandse beeldhouwkunst de afgelopen 65 jaar heeft tentoongespreid.

Bij deze expositie verschijnt de catalogus 'Vaders en Zonen. Beeldhouwers kiezen beeldhouwers', geschreven door Jaap Bremer en Angeline Bremer-Cox, Zwolle (Waanders uitgevers) 2010 (ISBN 978 90 400 7701 2), €29,95.

’Vaders en zonen. Beeldhouwers kiezen beeldhouwers’, t/m 10 oktober 2010, Museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Den Haag, www.beeldenaanzee.nl.

Bron: Museum Beelden aan Zee, 14 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Beeldhouwerscollectief ABK i.s.m. Kasteel-Museum Sypesteyn: RE-CYCLE

De tentoonstelling 'Re-Cycle' sluit nauw aan bij de actualiteit in de milieuproblematiek en refereert tevens aan de ontstaansgeschiedenis van Kasteel-Museum Sypesteyn en haar tuin. Dertien kunstenaars reageren met een twintigtal recent vervaardigde beelden in de tuin en in het kasteel op dit thema.

Ter gelegenheid van het honderdjarige jubileum van Jonkheer Van Sypesteyn's publicatie over de Nederlandse tuingeschiedenis is er een historische tentoonstelling in het kasteel georganiseerd.

Bijdragen van ABK leden: Wim Bakker, Iris Bouwmeester, Karin Dekker, Willibrord Huijben, Claus-Pierre Leinenbach, *Simon Oud, Jack Prins, Jan van Schaik, Harriet Verleun, Auke Wassenaar en Karin ter Waarbeek. Gastexposanten: Pieter Obels en *Jan Vos (*ook in het kasteel).

 
'Photophobia' van Iris Bouwmeester. Foto: Rob Bohle.

Curator van het beeldhouwerscollectiefABK: Christianne Niesten
Conservator van Kasteel-Museum Sypesteyn: Rik van Wegen

Beeldhouwerscollectief ABK i.s.m. Kasteel-Museum Sypesteyn: RE-CYCLE, t/m 3 oktober 2010, Nieuwe Loosdrechtsedijk 150, Loosdrecht, open di t/m zo 11 – 17 uur. N.b. het kasteel zelf is alleen met rondleiding te bezichtigen.

Beeldhouwerscollectief ABK, van der Hoopstraat 39 hs, Amsterdam.
Website: www.beeldhouwerscollectiefABK.nl
.

Bron: Beeldhouwerscollectief ABK, 14 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Gemeentemuseum Den Haag: Guido van der Werve in Zaal 19

Megalomane projecten, met gevaar voor eigen leven. De films van Guido van der Werve (Papendrecht, 1977) zijn groots van opzet. De toeschouwer merkt echter weinig van de ontberingen die de kunstenaar voor zijn werk heeft geleden en maakt zelfs kennis met de humoristische kant ervan. Van der Werve zag zichzelf aanvankelijk als uitvinder en als muzikant, eenmaal aan de academie ontwikkelde hij zich als performancekunstenaar en kwam via omzwervingen terecht in waar hij goed in is én beroemd mee is geworden: de videokunst. In zaal 19 toont het Gemeentemuseum vanaf 15 juni zijn 'Number four. I don’t want to get involved in this. I don't want to be part of this. Talk me out of it', uit 2005.

Rode draad door zijn nog jonge oeuvre is het thema van eenzaamheid, aan de zijlijn staan, niet willen opgaan in de maatschappij. Vaak speelt zijn werk zich af tegen de achtergrond van de overweldigende natuur. Mede om deze reden wordt hij ook wel vergeleken met Caspar David Friedrich. In Number four zien we ook dat romantische escapisme, het is een eigentijdse versie van het negentiende- eeuwse spleen. In het werk worden onwaarschijnlijke gebeurtenissen (een man die piano speelt op een vlot; iemand die uit de hemel valt) aan elkaar geschakeld. Door de trage verbeelding werkt het deels op de lachspieren, maar de titel zegt genoeg over de zwaardere betekenis.

Voor een periode van drie jaar programmeert het Gemeentemuseum in zaal 19 video- en filmkunst uit de bekende Collectie Dommering. In 2010 zal na Guido van der Werve nog werk te zien zijn van Korpys/Löffler (The Nuclear Football, 2004) en Imogen Stidworthy (7AM, 2005). Andere kunstenaars die aan bod komen zijn Nguyen-Hatsusiba Michel Francois, Willy Doherty, Mircea Cantor, Yael Davids en Lonnie van Brummelen. In het najaar is het Gemeentemuseum voornemens een symposium te organiseren over videokunst in de Nederlandse musea.

Guido van der Werve in Zaal 19, De Collectie Dommering in het Gemeentemuseum, t/m 12 september 2010, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Website: www.gemeentemuseum.nl.

Bron: Gemeentemuseum Den Haag, 11 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Museum Beelden aan Zee: Retrospectief Gooitzen de Jong

Na de succesvolle overzichtstentoonstelling van Piet Esser, toont Beelden aan Zee nu werk van Essers 'lievelingsleerling' Gooitzen de Jong (1932-2004). Deze beeldhouwer, schilder en tekenaar was een van de talentvolste kunstenaars van zijn generatie. Toch bleven zijn naam en faam tot nu toe bescheiden. Met deze expositie en een nieuwe monografie is de tijd rijp voor een herwaardering van zijn geconcentreerde, maar veelzijdige oeuvre.

Gooitzen de Jong, die werkte onder de naam Gooitzen, werd opgeleid aan de AKI in Enschede en de Amsterdamse Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Na het behalen van zowel de zilveren als de gouden Prix de Rome, werd hij in 1961 benoemd tot stadsbeeldhouwer van Enschede. Samen met Hildo Krop in Amsterdam was hij de enige in Nederland die zo’n functie bekleedde.

In totaal werkte Gooitzen ruim vijftien jaar voor de gemeente Enschede. Tevens maakte hij sculpturen voor tal van andere steden, waaronder Den Haag, Schiedam, Amersfoort en Lelystad. Ook was hij als docent verbonden aan de AKI en de Academie Minerva in Groningen. Dat hij behalve beeldhouwer, ook een buitengewoon goede tekenaar en schilder was, weten slechts weinigen.

 
Gooitzen, 'Tamboer', 1967, brons, 57cm, collectie museum Beelden aan Zee.

Het vrouwelijk naakt was een van Gooitzens meest geliefde onderwerpen. Daarnaast introduceerde hij in de beeldhouwkunst enkele onderwerpen die voor deze kunstdiscipline zeer ongewoon zijn, zoals boerderijen en kermisterreinen. Hoewel zijn werk in de loop der jaren steeds abstracter werd, verloor hij de zichtbare werkelijkheid nooit uit het oog. Voor Gooitzen waren figuratie en abstractie dan ook geen tegenstelling, maar juist een twee-eenheid. De vele sculpturen, tekeningen en schilderijen op deze expositie maken dat eens te meer duidelijk.

Bij uitgeverij Waanders verscheen onlangs de volgende monografie: Feico Hoekstra (red.), Gooitzen de Jong. Beeldhouwer, schilder en tekenaar, Zwolle 2009. (ISBN 978 90 400 8653 3)

Gooitzen (1932-2004). Retrospectief, t/m 12 september 2010, Museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Den Haag. Website: www.beeldenaanzee.nl.

Bron: Museum Beelden aan Zee, 11 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Stedelijk Museum Schiedam: PLAY ON, A.P. Komen / Karen Murphy

Liefdesintriges vormen het thema van de tentoonstelling PLAY ON. A.P. Komen / Karen Murphy die deze zomer te zien is in het Stedelijk Museum Schiedam. De titel PLAY ON refereert aan het spelen van rollen en bespelen van de ander. In de tentoonstelling zijn sculpturale en ruimtelijk geïnstalleerde videowerken te zien, waarin het spel met eigen en andermans emoties centraal staat. De video-installaties, soms luchtig, dan weer duister, betrekken de beschouwer in een web van intriges, dat het inlevingsvermogen aanspreekt, maar ook aan het denken zet over het eigen optreden in het spel der liefde.

Het kunstenaarsduo A.P. Komen (Leeuwarden, 1964) en Karen Murphy (Waterford, Ireland - 1968) brengt op geraffineerde wijze de complexe relatie tussen mensen in beeld. In elk van de werken zien we de hoofdpersonen als 'spelers', waarbij de definitie van het woord 'speler' varieert van mensen die evident een rol vertolken - zoals acteurs – tot mensen die schijnbaar met hun rol samenvallen en als gedreven manipulators anderen verleiden dan wel misleiden. Het gekonkel en het spelen van spelletjes geven vaak aan dat de hoofdfiguren vooral met zichzelf overhoop liggen. De vraag naar geloofwaardigheid en oprechtheid speelt iedere keer weer opnieuw.

In het videowerk PLAY ON (2005) bijvoorbeeld, speelt muziek in relatie tot liefde een centrale rol. Mannen laten hun kwetsbare kant zien door op het strand het liedje Eternal Flame (van de meidengroep The Bangles) te zingen voor de camera. Het werk heeft de lengte van een videoclip, waarin de oprechtheid van de hoofdrolspelers wisselt, sommige zangers komen eerlijk, liefdevol en dus betrouwbaar over, maar anderen wekken een ongeloofwaardige, zelfs cynische indruk. In feite 'acteren' zij hun liefde.

Stedelijk Museum Schiedam heeft in 1996 naar aanleiding van de tentoonstelling Home Movie het werk The Secret Garden (1995) aangekocht en volgt het kunstenaarsduo met veel belangstelling. Het werk van A.P. Komen / Karen Murphy sluit aan bij een van de drie kerncollecties van het museum: het sociaal-maatschappelijk engagement, de hedendaagse kunst (vanaf 1990).

PLAY ON, A.P. Komen / Karen Murphy, t/m 3 oktober 2010, Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam. Website: www.stedelijkmuseumschiedam.nl.

Bron: Stedelijk Museum Schiedam, 11 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

CODA Museum Apeldoorn: Galerie Marzee: Sieraden komen tot leven

Galerie Marzee uit Nijmegen toont in CODA Museum een bloemlezing uit de fameuze eigen collectie, die vele (inter)nationaal bekende sieraadontwerpers en kunstenaars omvat.

CODA nodigde voor deze bijzondere tentoonstelling twaalf koppels uit die door werk, vriendschap, liefde of bloedverwantschap met elkaar verbonden zijn. Aan de hand van hun CV en een foto, maar zonder de mensen persoonlijk te kennen, heeft galeriehouder Marie-José van den Hout voor hen een uniek sieraad uitgekozen.

De deelnemers kregen dit sieraad tijdens een amicale bijeenkomst opgespeld c.q. omgehangen en waarbij ze tevens geïnformeerd werden over het object en de reden waarom Marie-José dit voor hen had uitgekozen. Vervolgens werden alle koppels gefotografeerd en geïnterviewd.

 
Diny van Teeckelenburgh en Krista Walter. Foto: CODA/Jan Boeve.

De middag in CODA werd afgesloten met een gastronomisch diner aan een lange tafel. Deze tafel vormt het middelpunt van de expositie: alle gedragen sieraden liggen hierop uitgestald alsof de deelnemers ze achteloos hebben achtergelaten. De expositie wordt gecompleteerd met foto's en een video-opname waarin de deelnemers vertellen wat het aan hen toegewezen sieraad voor hen betekent.

De sieraden zijn ontworpen door:

Amandine Meunier, Annelies Planteijdt, Carla Nuis, Carmen Hauser, Christine Matthias, Daniëlle Koninkx, Dongchun Lee, Dorothea Prühl, Felieke van der Leest, Francesco Pavan, Hans Stofer, Herman Hermsen, Iris Bodemer, Julia Walter, Julie Mollenhauer, Kajsa Lindberg, Lucy Sarneel, Lynne Kirstin Murray, Nanna Melland, Okinari Kurokawa, Philip Sajet, Rudolf Kocéa, Stefano Marchetti, Susanna Loew, Tarja Tuupanen, Ted Noten, Tore Svensson, Ulrich Reithofer en Vera Siemund.

De sieraden werden gedragen door:

Carin E.M. Reinders & Beatrijs Bijl - Davoud Mirbagheri & Olga van den Steene - Guido Nieuwendijk & Marije Vermeulen - Krista Walter & Diny van Teeckelenburgh - Lex en Eli Bolwerk - Margriet Pleiter & Anne-Maria Waterreus - Nanda Roep & Silvester Zwaneveld - Olaf Prinsen & Sophie van Rixtel - Peter Eemsing & Olaf-Marijn de Leur - Richard Bulinga & Piet van Manen - Ronald van de Wetering & Susan Eeftink.

Galerie Marzee: Sieraden komen tot leven, t/m 29 augustus 2010, CODA Museum, website: www.coda-apeldoorn.nl.

Bron: CODA Museum, 10 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Bonnefanten Museum: Sandra Vásquez de la Horra

Sandra Vásquez de la Horra (1967) heeft de Chileense nationaliteit maar woont sinds 1995 in Düsseldorf. Ze maakt 'bescheiden' werk. Het is klein van formaat en het betreft tekeningen. Maar, oh wee, wanneer ze de tekeningen aan de muur hangt. Dan zijn ze een onderdeel van een grotere samenhang, een ketting die zich over de hele muur kan uitstrekken. Genode en ongenode gasten bevolken haar wereld. Gastvrij laat ze hen toe, zonder aanzien des persoons. Het moet echter gezegd, dat eenmaal in haar net verstrikt, is er geen ontsnappen aan. Alles en iedereen wordt 'verzegeld' achter een dunne laag bijenwas, die over alle tekeningen is aangebracht. Wat eerst vloei- en dus kneedbaar was, blijkt plots weerbarstig, klaar voor de eeuwigheid.

Zoals strookt met haar studie antropologie, staan mythen en volksverhalen in het middelpunt van haar artistieke belangstelling en leveren tal van onderwerpen. Religie en seks zijn belangrijke thema's in haar werk. Sandra Vásquez de la Horra waagt zich zowel aan het Heilig Hart van Jezus, de Onbevlekte Ontvangenis als aan heiligen als St Lazarus en St Sebastiaan. Het geslacht is daarentegen heel natuurlijk en met een zekere nonchalance behandeld. De politiek is een belangrijk element in het universum van Sandra Vásquez de la Horra, maar speelt vooral een rol op de achtergrond.

 
Sandra Vásquez de la Horra, ´Traumfäger (Dream Catcher)´ 2006 Graphite on paper, waxed, 50 x 35 cm, UBS Art Collection, Zurich.

Maar Sandra Vásquez de la Horra baseert zich in haar werk niet alleen op nationale bronnen. Ze past het ook in in een traditie, in de grote kunstenaarsfamilie waarvan enkelen van de voorvaderen Goya en Redon betreffen. Bepaalde figuren, en vooral hun gezichten, zijn een discrete, aangrijpende hommage aan de 'grote meester van de zwarten'. Net als hij gebruikt ze graag doodshoofden, gehangenen, spookverschijningen, en heeft ze een voorkeur van de figuur van St Sebastiaan, die Redon vaak tekende en schilderde. Ze heeft die invloed op een bijna onmerkbare manier weten te herschrijven in haar eigen beeldtaal.

In juni 2010 zal een begeleidende catalogus bij deze tentoonstelling worden gepubliceerd door Hatje Cantz. (184 pagina's, 136 illustraties in kleur. Engels, Nederlands en Duits). Deze is verkrijgbaar in de museumshop.

Sandra Vásquez de la Horra, 12 juli t/m 24 oktober 2010, Bonnefantenmuseum, Avenue Ceramique 250, Maastricht. Website: www.bonnefanten.nl.

Bron: Bonnefantenmuseum, 9 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Museum van Bommel van Dam: Marijn Akkermans winnaar Van Bommel Van Dam Prijs 2010

Op 6 juni is de Van Bommel Van Dam Prijs 2010 uitgereikt aan Marijn Akkermans. Het werk van de winnaar en dat van alle andere genomineerden is tot en met 5 september te zien in de gelijknamige tentoonstelling in Museum van Bommel van Dam in Venlo.

De steevast zwart-witte werken op papier van Marijn Akkermans (Nijmegen 1975) worden bevolkt door archetypische mannen en vrouwen, soms in gezelschap van kinderen, honden of teddyberen. Het beeld van het gelukkige gezinsleven wordt op de hak genomen. De werken ademen een ongemakkelijke sfeer uit. De personages bevinden zich niet zelden in een compromitterende of dreigende houding ten opzichte van elkaar. Soms is er sprake van agressie. Ondertussen wordt de beschouwer strak aangekeken met een onheilspellende, haast dierlijke blik.

Volgens de jury onderscheiden de tekeningen van Akkermans zich in zowel techniek als inhoudelijke thematiek van de andere genomineerden. Uit het juryrapport: ''Zijn beeldtaal ontaardt nooit in stereotypen en wordt gekenmerkt door een psychologische spanning van de figuren die hij uitbeeldt. Het werk is figuratief, maar hij is zich terdege bewust van allerlei verworvenhe-

 
Marijn Akkermans, You May Grow Up To Be a Fish, 2010.

den die eigen zijn aan een abstracte manier van werken.''

De Van Bommel Van Dam Prijs is een aanmoedigingsprijs voor beeldend kunstenaars tot 35 jaar in de disciplines schilderkunst, werk op papier en fotografie. De prijs bestaat uit een bedrag van vijfduizend euro en de aankoop van een werk ten behoeve van de collectie. Er zijn acht genomineerden voor de Van Bommel Van Dam Prijs Prijs 2010. Naast winnaar Marijn Akkermans zijn dat: Benedikt Hipp, Frank Koolen, Sandim Mendes, Jugoslav Mitevski, Jochen Mühlenbrink, Paulien Oltheten en Ulrich Pester.

Marijn Akkermans winnaar Van Bommel Van Dam Prijs 2010, t/m 5 september 2010, Museum Van Bommel Van Dam, Deken van Oppensingel 6, Venlo. Website: www.vanbommelvandam.nl.

Bron: Museum Van Bommel Van Dam, 6 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Gemeentemuseum Den Haag: Louise Bourgeois geëerd in Gemeentemuseum

Het Gemeentemuseum Den Haag opent op 11 september het nieuwe culturele seizoen met een tentoonstelling over de op 29 mei overleden Louise Bourgeois.

De tentoonstelling waarbij het werk van Louise Bourgeois een confrontatie aangaat met dat van Hans Bellmer is ontstaan in samenwerking met de Nationalgalerie Berlin en is de laatste tentoonstelling waar Bourgeois persoonlijk bij betrokken was.

Met name de confrontatie van haar werk met dat van de surrealist Bellmer sprak tot haar verbeelding. Directeur Benno Tempel: 'Hoewel Louise Bourgeois al op leeftijd was, komt haar dood toch onverwacht. Ze is altijd met een indrukwekkende energie blijven werken en was enorm betrokken bij de voorbereidingen.'

Zowel het werk van Bourgeois als van Bellmer wordt sterk beïnvloed door ervaringen uit hun kindertijd. Met name hun relatie tot hun dominante vaders speelt daarbij een belangrijke rol. Louise Bourgeois werd in 1911 geboren in Parijs.

 
Louise Bourgeois, Fragile Goddess, 2002, stof, 31,7 x 12,7 x 15,2 cm, Privatsammlung, Courtesy Barbara Gross Galerie, München.
Haar vader was een eigengereide autoritaire man die Bourgeois kleineerde al vanaf dat ze een jong meisje was en gaf haar het gevoel als vrouw minderwaardig te zijn. Ze benadrukte nog vaak dat ze door middel van de beeldhouwkunst het verleden kon herbeleven en verwerken. Hans Bellmer werd in 1920 in Katowic, Polen, geboren in een gezin waar de vader met strakke hand regeerde. Bellmer past thuis in de surrealistische traditie, waarbij de invloed van het onderbewuste en de seksuele drang groot is.

Bourgeois’ werk wordt gekenmerkt door een zoektocht naar identiteit, naar een aftasten van de man-vrouw relatie en door een fascinatie voor het menselijk lichaam en de mogelijkheden dat lichaam te modeleren. Door de tweeslachtigheid te verenigen wordt de vanzelfsprekende machtsverhouding tussen man en vrouw op losse schroeven gezet. Ook Bellmer experimenteert met die versmelting van man en vrouw in poppen, foto's en tekeningen.

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus met bijdragen van onder anderen Elfriede Jelinek en Henry Miller (Ludion, € 34,95 in de museumwinkel, € 39,95 in de boekhandel).

Louise Bourgeois geëerd in Gemeentemuseum, 11 september 2010 t/m 16 januari 2011, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag,
website: www.gemeentemuseum.nl.

Bron: Gemeentemuseum den Haag, 1 juni 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Cobra Museum Amstelveen: Maskerade, Cobra’s spel met het masker

Van 12 juni tot en met 10 oktober 2010 vindt in het Cobra Museum de expositie 'Maskerade. Cobra’s spel met het masker' plaats.

In de tentoonstelling wordt de uitzonderlijke connectie tussen Cobra en het masker aan de orde gesteld. Er is aandacht voor het ontstaan en de toepassing van een maskerbeeldtaal binnen de Deense moderne kunst in de jaren dertig en veertig, voor het specifieke gebruik van het masker als symbool, motief en uitdrukkingsvorm binnen de Nederlandse tak van Cobra en de verwante kunstenaar Piet Ouborg, alsmede voor de Cobrakunstenaar als verzamelaar van etnografische maskers.

De kunstwerken zijn van Ejler Bille, Eugène Brands, Corneille, Sonja Ferlov, Egill Jacobsen, Robert Jacobsen, Asger Jorn, Carl-Henning Pedersen, Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en de aan Cobra verwante kunstenaar Piet Ouborg. Ook wordt bijzondere etnografica getoond: Afrikaanse maskers afkomstig uit een Deense Koninklijke verzameling, uit twee toonaangevende museumcollecties

 
Jan Elburg, Neuzenmasker, 1950, karton, diverse materialen, particuliere collectie.

en uit de privéverzamelingen van Brands, Corneille, Jan Nieuwenhuijs, Ouborg en Rooskens. Eveneens zijn werken in bruikleen afgestaan door Deense en Nederlandse verzamelaars. In totaal zijn er zo’n 80 werken te zien.

Het masker spreekt van oudsher tot onze verbeelding. 'Maskerade' is daardoor van nature leuk en uitdagend voor kinderen. Kinderen kunnen in de tentoonstelling allerlei opdrachten uitvoeren met de 'Expeditie Cobra' plattegrond en via hyves. Verder zijn er onder andere inloopactiviteiten op de zaterdagen en door kunstenaars begeleide workshops op de zondagen. 'Expeditie Cobra' zie: www.cobra-museum.nl en www.hyves.cobra-museum.nl.

'Maskerade, Cobra’s spel met het masker', Cobra Museum voor Moderne Kunst, Sandbergplein 1, Amstelveen, website: www.cobra-museum.nl.

Bron: Cobra Museum, 31 mei 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

De Appel arts centre, Bjarne Melgaard/Rod Bianco 'Super Normal'

Deze zomer presenteert 'de Appel' een soloproject van de Noorse kunstenaar Bjarne Melgaard (1967). Melgaards werk evolueert en muteert razendsnel door de introductie van steeds weer andere thema's, ideeën en quasi-imaginaire personages. Rod Bianco is de nieuwste protagonist; geen alter-ego of avatar van de kunstenaar, maar een fictief personage dat tegelijkertijd als een 'productie-unit' kan worden gezien.

Het geheel aan werken en activiteiten dat onder zijn auspiciën tot stand komt laat zich lezen als een veelgelaagde beeldende roman. Melgaard manifesteert zich hierbij als een begenadigd verteller die aan de hand van visuele en tekstuele indicaties een narratieve microkosmos opbouwt.

Melgaard brengt schijnbare uitersten bijeen vanuit een overkoepelende interesse in de rol van gender en stereotypering bij de vorming van (seksuele) identiteit en vanuit een interesse in de omkering van (klassieke) rolmodellen. De tentoonstelling bevat, naast een serie sculpturen, een reeks nieuwe fotorealistische schilderijen die in Melgaards kenmerkende krachtige lijnvoering zijn overschilderd met een expressieve iconografie.

 
Bjarne Melgaard/Rod Bianco, Untitled, 2010, olie, krink markers and spuitbusverf op doek, 118.7 cm x 167.6 cm x 4.4 cm. Fotograaf: Jason Mandella.

In de Appel wordt aan de hand van een sculpturale ode aan het vogelbekdier, ontleningen aan de Afrikaanse cultuurgeschiedenis, populaire- en underground muziekcultuur, West-Europese kunstgeschiedenis, en (gefingeerde) autobiografische anekdotes, de beeldvorming en stereotypering rondom de zwarte man binnen en buiten de massamedia geëvoceerd en ondervraagd.

Bij de tentoonstelling verschijnt het boek 'Rod Bianco', inclusief dagboeknotities vanuit de Zuid Pacific en snapshots van Barcelona, schilderijen van Melgaard en anderen, gehypnotiseerde chihuahuas en Fiorucci meisjes; en een nieuw essay van Ann Demeester.

Bjarne Melgaard/Rod Bianco 'Super Normal', t/m 5 september 2010, de Appel arts centre, Eerste Jacob van Campenstraat 59, Amsterdam, www.deappel.nl.

Bron: de Appel arts centre, 20 mei 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

CODA Museum Apeldoorn - Museum Rijswijk, 'Holland Papier Biënnale 2010'

Van 5 juni tot en met 12 september 2010 wordt de achtste Holland Papier Biënnale gepresenteerd op twee locaties: Museum Rijswijk en CODA Museum, Apeldoorn.

Zevenentwintig gerenommeerde papierkunstenaars uit binnen- en buitenland stellen de meest fascinerende kunstwerken van papier en karton tentoon.

Zo is er een adembenemende waterval van rood papier van Lu Shengzhong (China), een 5 meter hoge capsule van de Spaanse kunstenares Amparo Sard, maar ook een installatie van de Armeens/Nederlandse Karen Sargsyan, die door toevoeging van muziek niet alleen de ogen maar ook de oren zal strelen.

 
Lu Shengzhong - Book of Humanities. Courtesy of the artist, Chambers Fine Art and the University Art Museum at University at Albany, State University of New York.

Bij CODA is werk te zien van: Lu Shenszhong (China); Karen Sargsyan (Nederland/Armenië); Josef Baier (Oostenrijk); Desiree de Baar (Nederland); Sam Grigorian (Duitsland); Kuin Heuff (Nederland); Raquel Maulwurf (Nederland); Christophe Piallat (VS); Jens Semjan (Duitsland); Carel Visser (Nederland); Amparo Sard (Spanje); Couzijn van Leeuwen (Nederland); Anouk Kruithof (Nederland).

Bij Museum Rijswijk is werk te zien van: Noriko Ambe (Japan); Brian Dettmer (VS); Alexandra Deutsch (Duitsland); Lydia Hirte (Duitsland); Suzanne Holzinger (Duitsland); Hideo Iwasaki (Japan); Bovey Lee (VS); Javier Leon (Spanje); Chiaki Morita (Japan); Janna Syvänoja (Finland); Noriko Takamiya (Japan); Boukje Voet (Nederland); Ton Zwerver (Nederland).

Zowel bij CODA als in Museum Rijswijk is werk te zien van: Peter Clark (Verenigd Koninkrijk); Gjertrud Hals (Noorwegen); Birgit Knoechl (Duitsland); Riki Moss (VS).

In de CODA Winkel zijn kleine papierwerken, boeken, catalogi en kaarten te koop. Uitgebreide documentatie over de kunstenaars ligt ter inzage in CODA Kenniscentrum. Bovendien organiseert CODA in deze periode speciale activiteiten en arrangementen rond het thema papier.
Kijk voor actuele informatie op www.coda-apeldoorn.nl.

'Holland Papier Biënnale 2010' t/m 12 september 2010, CODA Museum, Vosselmanstraat 299, Apeldoorn, www.coda-apeldoorn.nl en Museum Rijswijk, Herenstraat 67, Rijswijk, www.museumryswyk.nl. Website: www.hollandpapierbiennale.nl.

Bron: CODA Museum, Apeldoorn, 14 mei 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

 

Gemeentemuseum Den Haag, Jan Dibbets, 'Horizons'

Het boegbeeld van de conceptuele kunst, Jan Dibbets wordt vanaf dit voorjaar t/m 12 september 2010 vertegenwoordigd met een tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Hier toont Dibbets zijn meest recente serie 'Horizons', dat is opgenomen in de collectie van het Gemeentemuseum.

De serie vormt een installatie, waarin Dibbets niet alleen het belang van zijn eerdere werk onderstreept, maar ook verder experimenteert met het oorspronkelijke idee. In een steeds wisselende spanning tussen perspectief en horizon brengt Dibbets de beschouwer in verwarring. Tegelijkertijd kun je in het grote aantal variaties binnen de serie, de zoektocht naar de perfecte horizon waarnemen.

 
Jan Dibbets, Sectio Aurea, serie B, 2007, 107 x 90 cm

Dibbets heeft zich in zijn oeuvre vaak geconcentreerd op het Nederlandse landschap. Met gemanipuleerde beelden van land en zee laat hij het Nederlandse landschap zijn wat het eigenlijk niet is: glooiend, zoals in zijn serie 'Dutch mountains'. Ook in de nieuwe series speelt Dibbets met de platheid van Nederland, met een wisselend viewpoint en een steeds wisselende uitsnede van de foto. Soms is de wisseling bijna nihil maar heeft dan toch een vervreemdende uitwerking op de beschouwer. In de series worden telkens de horizonten van een landschap en een zeegezicht met elkaar gecombineerd.

In deze tentoonstelling met recent werk zijn twee series te zien: 'New Horizons / Land + Sea' en 'Sectio Aurea', gebaseerd op het werk 'Sectio Aurea' (gulden snede) uit 1972, dat zich nu in de collectie van het Gemeentemuseum bevindt. Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus in kleur, met bijdragen van onder anderen Rudi Fuchs en Erik Verhagen en vormgegeven door Rutger Fuchs (€ 29,80).

Jan Dibbets, ‘Horizons’, t/m 12 september 2010, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag, www.gemeentemuseum.nl.

Bron: Gemeentemuseum den Haag, 11 mei 2010, | terug naar het overzicht | terug naar boven

Inhoud

 

Teylers Museum & Nieuwe Vide presenteren The Object Lag, The Archaeology Of Autonomy

StreetCanvas: Kunstenaars gebruiken Oude Groenmarkt als canvas

Museum van Bommel van Dam, Venlo: Aanwinsten uit de Collectie Knecht-Drenth Venlo

Kunsthal Rotterdam: Feest der herkenning! Internationaal realisme

GEM, Museum voor actuele kunst, Den Haag, David Schnell, Stunde

Museum voor Moderne Kunst Arnhem: Elger Esser. Eigentijd

Pulchri Studio, Tentoonstelling Museum View I – Marieke van Diemen

Van Abbemuseum Eindhoven: Op zoek naar het geluk, Ahmet Ögüt in Het Oog

Gemak Den Haag: Friso Keuris, Dutchbat III

Kunstvereniging Diepenheim: Shelagh Keeley, ‘Miscellanea’

Het Brabantpaviljoen op de Biënnale van Venetië

Museum Beelden aan Zee, ‘Vaders en zonen. Beeldhouwers kiezen beeldhouwers’

Beeldhouwerscollectief ABK i.s.m. Kasteel-Museum Sypesteyn: RE-CYCLE

Gemeentemuseum Den Haag: Guido van der Werve in Zaal 19

Museum Beelden aan Zee: Retrospectief Gooitzen de Jong

Stedelijk Museum Schiedam: PLAY ON, A.P. Komen / Karen Murphy

CODA Museum Apeldoorn: Galerie Marzee: Sieraden komen tot leven

Bonnefanten Museum: Sandra Vásquez de la Horra

Museum van Bommel van Dam: Marijn Akkermans winnaar Van Bommel Van Dam Prijs 2010

Gemeentemuseum Den Haag: Louise Bourgeois geëerd in Gemeentemuseum

Cobra Museum Amstelveen: Maskerade, Cobra’s spel met het masker

De Appel arts centre, Bjarne Melgaard/Rod Bianco ‘Super Normal’

CODA Museum Apeldoorn - Museum Rijswijk, ‘Holland Papier Biënnale 2010’

Gemeentemuseum Den Haag, Jan Dibbets ‘Horizons’