|
|
Juni-aug.
2010, 5e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus 268, 4100
AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
|
| Kandinsky
en Der Blaue Reiter De recente expositie 'Kandinsky en Der Blaue Reiter' in het Gemeentemuseum van Den Haag bleek een grote publiekstrekker. Ongetwijfeld veroorzaakt door de aanwezigheid van een groot aantal schilderijen van de Russische kunstenaar Wassily Kandinsky, maar ook de naam van 'Der Blaue Reiter' zal aantrekkingskracht voor het publiek gehad hebben. Door Wim Adema Kandinsky was in de eerste helft van de vorige eeuw een kunstenaar die intellectueel en creatief zocht naar de grenzen van de schilderkunst. Hij maakte een zoektocht in het gebied van figuratie en abstractie en slaagde er daadwerkelijk in om zijn belangwekkende publicaties over de essentie van kleur, lijn, vorm en compositie te vertalen in overtuigende schilderwerken. Tegelijkertijd was Wassily Kandinsky betrokken bij een maatschappelijke discussie over nieuwe kunst. Uit een vriendschap en samenwerking met de Duitse schilder Franz Marc ontstond in de periode 1911-1914 een platform van internationale kunstenaars die vanuit vrije schildersopvattingen werkten. Onder de naam 'Der Blaue Reiter' organiseerden Marc en Kandinsky een prikkelend antwoord op een zeer conservatieve tijdgeest. Vooraanstaande kunstenaars als Von Jawlensky, Delaunay, Henri Rousseau, Münter, Campendonk, Erbslöh en Schönberg (componist en schilder) namen toen deel aan de tentoonstellingen. Der Blaue Reiter De naamgeving schijnt op een originele manier door Franz Marc en Wassily Kandinsky bedacht te zijn: bij de koffie in een prieel bij Sindelsdorf. De kunstenaars hielden allebei van de kleur blauw. Kandinsky bewonderde ruiters en Marc hield van paarden. En zo ontstond zeer spontaan: Der Blaue Reiter. Bij Kandinsky vormde de kleur blauw ook een typische hemelkleur, die verwees naar een transcendente atmosfeer. De ruiter belichaamde het strijdende en zoekende. Beide kunstenaars waren het erover eens dat de nieuwste ontwikkelingen in de schilderkunst een platform moesten krijgen. Het diende een reactie te zijn op de zeer behoudende tijdgeest, die ook in de kunstwereld aanwezig was. In galerie Thannhauser te München konden zij in 1911 een eerste tentoonstelling organiseren. Wassily Kandinsky stelde voor om in een almanak een presentatie te geven van de grote rijkdom aan technieken en ontwerpen van de deelnemende kunstenaars. Het zou een heel kunstjaar kunnen omvatten, zodat een geheel nieuwe ontwikkeling voor het publiek duidelijk werd. Hij ontwierp hiertoe een aantal omslagen voor dit boek. Uiteindelijk werd het ontwerp met inktpenseel en aquarel de definitieve omslag. Het is begrijpelijk dat er bij het publiek in die tijd zeer veel kritische reacties waren. Met name op het werk van Kandinsky. Deze zocht reeds intensief naar de abstrahering van zijn composities. De centrale gedachte was het loskomen van het naturalisme. De kunstenaars streefden een grote eigen vrijheid na, waardoor vorm en stijl ontstonden vanuit een innerlijk vrij kunstenaarsproces. Men voelde zich niet direct verbonden met een bepaalde manier van schilderen, maar vond met name de individuele expressie heel belangrijk. Los van de visuele werkelijkheid wilde men een nieuwe dimensie aan het schilderen toevoegen. Schönberg en Kandinsky Ook de componist Arnold Schönberg zocht in de schilderkunst naar een eigen idioom. In zijn atonale composities had hij reeds een nieuwe vorm van componeren ontwikkeld. Kandinsky was bijzonder onder de indruk van Schönbergs muziek, omdat diens klankkleur losstond van de traditionele compositieleer. Ook in de schilderkunst zocht de Russische kunstenaar naar een nieuwe identiteit van kleur en vorm. De twee kunstenaars correspondeerden intensief over hun vernieuwende activiteiten. In 'Impressie II' (1911, olieverf op linnen) werd het eerste Schönbergconcert in München door Wassily Kandinsky opnieuw in kleur beleefd. Het is een weergave van een concertzaal. Een abstracte zwarte vlek suggereert een vleugel, terwijl geel als kleurklank het zwart omringt. Kleine zwarte boogjes zetten bovendien het publiek in een eigen spanningsveld. In dit schilderij herkent men de poging van Kandinsky om klank in kleurstructuur om te zetten. Tussen 1911 en 1914 ontstond een steeds sterkere onthechting van de figuratie. Stap voor stap werd de vorm teruggebracht tot een natuurlijke kleuressentie. Figuratieve beeldelementen bleven nog aanwezig, maar in de composities ontstond een geheel nieuwe abstracte beeldtaal. In 'Dame in Moskou' (1912, olieverf op linnen) zocht de schilder nog naar een harmonie tussen figuratie en abstractie, maar in de 'Compositie VII' (1913) kwam het visuele beeld geheel los van de werkelijkheid. In dit belangrijke werk lijkt hij de essentie van zijn zoektocht gevonden te hebben. Een dreigende kleurklank verwijst naar een naderende oorlog (1914-1918). Reacties op een conservatieve tijdgeest Op deze grote expositie in het Gemeentemuseum van Den Haag zijn belangrijke kunstenaars uit de periode 1911-1914 van Der Blaue Reiter aanwezig. Hoewel deze groep geen stijlopvattingen deelde, gaf hun streven naar innerlijke vrijheid en authentieke schilderkunst hen een sterke onderlinge band. Men voelde zich als kunstenaar sterk verbonden in het verzet tegen de conservatieve denkgeest in de maatschappij en in hun eigen kunstwereld. Franz Marc had een belangrijke positie binnen Der Blaue Reiter. Met Kandinsky formuleerde hij de inhoudelijke beleidslijn en organiseerde hij de exposities. Marc schilderde een beeldtaal die zich bewoog tussen figuratie en expressieve kleurvolumes. De kleuren leken de vorm te intensiveren. Zijn composities kenden een boeiende kleurdynamiek, waarbij hij aarzelde tussen botsing en harmonie. De kunstenaar was van mening dat kleur een eigen symbolische en spirituele waarde bezat. Rond 1913 ontstonden zijn eerste abstracte schilderijen. Hij volgde echter niet de definitieve weg van Kandinsky. Ook August Macke zocht naar een sobere kleurvormgeving. Hij schiep een unieke poëtische wereld. Marc en Macke stierven echter veel te vroeg. Beiden sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog, respectievelijk 36 en 27 jaar oud. Alexej von Jawlensky was eveneens een schilder met een sterke emotionele kracht. Het vrouwenportret uit circa 1911 is robuust, heftig en dominant van kleur. Het zocht een directe confrontatie met de kijker. Ook de aanwezigheid van het schilderwerk van onder andere Campendonk, Delaunay, Rousseau en Münter in galerie Thannhauser in München, bij de eerste expositie van Der Blaue Reiter in 1911, maakte duidelijk dat belangrijke kunstenaars uit binnen- en buitenland een eigen kritisch en creatief platform hadden gerealiseerd. 'Kleine Welten' In deze serie van twaalf bladen met afdrukken in steen, hout en koper, wordt naar mijn idee uistekend de kern van de zoektocht van Wassily Kandinsky weergegeven. De betreffende grafische serie uit 1922 - dus later dan de periode 1911-1914 - bestaat uit abstract-geometrische composities, die kenmerkend zijn voor zijn abstracte schilderstijl. Met enkele lijnen, een vorm en kleur werden in subtiele en tegelijk speelse composities de lijnen uitgezet van zijn nieuwe beelden. 'Lyrisches' (1911), een houtsnede op papier, symboliseert voor mij op deze tentoonstelling de zoektocht van Kandinsky naar abstractie. Met een paard in galop ontstond een prachtige dynamische en lichtvoetige impressie, die tegelijk de geest van een nieuwe tijd weergaf. Ongetwijfeld was het in die tijd een verbijsterende ervaring voor een conservatief publiek. Zijn talrijke schilderijen in het Haagse Gemeentemuseum gaven een indrukwekkend beeld van zijn zoektocht als schilder. Er zijn weinig kunstenaars die hun intellecte visie zo doeltreffend in verbeelding wisten te vertalen. Über das Geistige in der Kunst In een aantal geschriften formuleerde Kandinsky ook een intellectueel concept, waarbinnen de essentie van kunst beschreven werd. Hij maakte duidelijk welke weg een kunstenaar beeldend kan volgen. 'Über das Geistige in der Kunst' (1912) werd zijn belangrijkste theoretische werk. Dit boek was ontstaan uit een 'innerlijke noodzaak'. Deze laatste twee woorden waren een sleutelbegrip bij Kandinsky. De innerlijke stem van een kunstenaar was bepalend bij het ontstaan van een kunstwerk. Hij wilde het ontstaansproces van kunst en de werkwijze van de kunstenaar verwoorden en hieraan een theoretische structuur geven. De macht van het 'spirituele', de innerlijke stem, was de bepalende autoriteit. Zijn aanleg voor diepe innerlijke gewaarwordingen was voor Wassily Kandinsky de kracht van zijn creativiteit. De inhoud van het bovengenoemde boek had een grote invloed op de hem omringende kunstwereld. Door de combinatie van schrijven en schilderen realiseerde hij een unieke visie op het ontstaan van kunst. Het is een zeldzame gebeurtenis dat een beeldend kunstenaar zo doeltreffend op twee manieren de ontstaanswijze van beeldende kunst weet te verwoorden. Kandinsky en Der Blaue Reiter De expositie in het Gemeentemuseum was een boeiende kijkervaring en was historisch goed gedocumenteerd en duidelijk van vormgeving. De aanwezigheid van een groot aantal belangrijke schilderijen van Kandinsky gaf de tentoonstelling zeker een bepaalde allure. Van de overige kunstenaars van Der Blaue Reiter waren voldoende werken aanwezig om een beeld op te roepen, maar zij kregen minder ruimte toebedeeld. Zonder twijfel vormde de persoon van Wassily Kandinsky het middelpunt. Door de aanwezigheid van een aantal belangrijke schilderijen kon zijn ontwikkeling als kunstschilder, maar ook als publicist (over de essentie van kunst) duidelijk getoond worden. De andere kunstenaars van Der Blaue Reiter bleven echter in zijn schaduw. Dat vormde een gemis voor mij. Lastige dualiteit Het thema van de expositie 'Kandinsky en Der Blaue Reiter' vond ik bij nader inzien inhoudelijk verwarrend. Ik verwachtte namelijk een expositie met een directe verbinding tussen Wassily Kandinsky en Der Blaue Reiter. In Den Haag zag ik echter twee exposities: een tentoonstelling over Kandinsky en een expositie over Kandinsky en Der Blaue Reiter. Door deze opzet lag de nadruk teveel op het werk van Kandinsky en kreeg Der Blaue Reiter als groep te weinig ruimte. Persoonlijk had ik het historische perspectief van Der Blaue Reiter breder gemaakt en meer aandacht gegeven aan de andere leden van deze groep. Het is namelijk een fascinerende periode geweest uit de Duitse kunstgeschiedenis. Ondanks de duidelijke zaalinformatie liep namelijk de ontwikkeling van Kandinsky als schilder dwars door de geschiedenis van Der Blaue Reiter. Kunsthistorisch werd het hierdoor voor het publiek bepaald ingewikkeld. Niettemin was de reis naar Den Haag de moeite waard, omdat het vooral een bijzondere kunsthistorische kijkbelevenis was. De
tentoonstelling Kandinsky en Der Blaue Reiter was van 6
februari t/m 24 mei 2010 te zien in het
Haags
Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag.
Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn CV te bekijken. |