Aug. -sept. 2011, 6e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus 268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL OPINIE AGENDA UITGELICHT DOSSIERS ARCHIEF COLOFON
Voorpagina
artikel
over kunst en kunstenaars meningen
en columns
actuele
exposities
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit alle 
vorige nummers

de laatste  
drie nummers

Informatie over
Het Beeldende Kunstjournaal
 

Actueel

Mijn antwoord op het leven
Beeldend kunstenaar Paul van Dongen, een mens in beweging.

Elk mens is een spiritueel wezen en stelt zich vroeg of laat de vraag: "Wat is de zin van dit alles? Waarom ben ik hier?" Volgens de Brabantse beeldend kunstenaar Paul van Dongen (1958) is een dergelijk persoonlijk appel de drijfveer om het antwoord te ontdekken. Dat vergt speuren en verwonderen. Ingaan op die signalen die aangereikt worden vanuit de traditie. Het vergt moed om op zoek te gaan naar de wezenlijke inspiratiebron en van daaruit zo authentiek mogelijk te leven.

Door Marianne van Waterschoot

Paul van Dongen noemt vriend en schrijver/ dichter Willem-Jan Otten als voorbeeld van iemand die kunst met de paplepel ingegoten kreeg. Kunst was een onbekende binnen het katholieke gezin, waarin Van Dongen geboren werd. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Kunstenaar word je niet, dat ben je. Volgens Van Dongen heeft het alles te maken met zoeken, vragen, hard werken, ontdekken en ontdekt worden. Met reageren op het leven zelf. Na zijn studie aan de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost te Breda werd hij zelfstandig kunstenaar. Vanwege zijn fascinatie voor stripverhalen begon hij te tekenen. Hij was toen nog erg jong en heeft in wezen zijn hele leven op papier doorgebracht is zijn conclusie nu. "En dat is erg prettig, want papier is zoals je weet heel geduldig." Paul van Dongen woont en werkt in Tilburg. Het huis ademt ruimte en kalmte uit. Bijna sereniteit. Eigen werken sieren de muren. Zijn atelier ligt achter zijn woning. Hij is een ambachtsman pur sang, die zo authentiek en natuurlijk mogelijk wil weergeven. Tot in het kleinste detail moet alles kloppen. Elke streep, punt, schaduw, elk blaadje, doorntje en nerfje, elk haartje is een ode aan de werkelijkheid.

Persoonlijke vrijheid
Zijn persoonlijke vrijheid is hem dierbaar en voorwaarde voor een doorgaande ontwikkeling als kunstenaar.

 
Paul van Dongen, 'Zonder titel', 2009, aquarel, 70 x 50 cm.

Zijn veelzijdigheid draagt ertoe bij dat hij voor uiteenlopende projecten gevraagd wordt. Behalve exposeren, illustreerde hij bijvoorbeeld ook het boek 'De donkere stilte van God' voor voormalig bisschop van Den Bosch, Jan Bluyssen en maakt hij portretten in opdracht voor particulieren en organisaties. "Ook al weet ik niet altijd hoe het werkt, het (net)werkt wel. Ik zit in een luxe positie dat men mij en mijn werk kent. Ik prijs me gelukkig daarmee." De universele thema's mens en natuur zijn herkenbaar en veelvoudig toe- en inpasbaar. Bovendien getuigen zijn etsen, tekeningen en aquarellen van zijn kunde door hun gedetailleerdheid en subtiliteit. Van Dongen vraagt zich constant af of zijn ego of zijn kunstenaarschap het voortouw neemt als hij aan het werk is. Hij kijkt naar het leven, bestudeert het in al zijn diversiteit en wil daaromheen zijn leven blijven weven. Op mijn vraag of kunstenaars mogelijk profeten zijn, glimlacht hij. "Dat zou zomaar kunnen, maar ik wil niet uit het zicht van mijn naasten verdwijnen."

Spirituele erfenis
Paul van Dongen is opgegroeid in een katholiek gezin, maar vooral na zijn veertigste heeft religiositeit een cruciale plek in zijn leven gekregen. Of beter gezegd: ingenomen. Hij herontdekte het christelijk geloof via protestante vrienden. Geworteld in de rijke traditie van de religieuze symboliek van het 'Rijke Roomsche leven' werden oude waarden nieuw leven ingeblazen en dat was merkbaar in zijn werk. Een traditie van meer dan 2000 jaar gaat aan Van Dongen en vele anderen vooraf. De context van tijd en cultuur in combinatie met de uniciteit van de kunstenaar leidt tot een stroom van wat hij zelf benoemt als christelijk-humane fascinatie en uiting.

Elk werk is een persoonlijke getuigenis en doortrokken van dit diep religieus besef. Hij hertaalt bekende onderwerpen en herschept ze. Oude rituelen en gebeden zijn teruggekeerd met een natuurlijkheid alsof ze nooit weggeweest zijn. Het loopt door zijn leven als een rode draad, die hem intenser laat zien en horen. "Ik besefte mede daardoor dat elk mens enorm kwetsbaar is. Een vallend mens is, die niet op eigen benen kan staan, maar gedragen wordt door iets veel groters, dat ik zelf God noem."

De kracht van symboliek
'De aquarel 'Verrijzenis' (2006 – aquareldruk, 70 x 33 cm) symboliseert het kwetsbare, het pijnlijke, het gebrokene van de mens. Toch weet diezelfde mens zich te onttrekken aan de dood via Christus. De doornenkroon symboliseert de weg van Christus: door lijden en dood naar de opstanding. Het leven overwint de dood. 'IJdelheid, alles is ijdelheid', vergankelijkheid uitgedragen door de schedels. Christus had zijn meest zwakke en meest sterke moment op Golgotha, het Aramese woord voor 'schedelplaats'. Het leven gaat door, ook als wijzelf gestorven zijn. Een krachtige gedachte, dat de natuur – en de mens maakt daar deel van uit – zichzelf eindeloos opnieuw uitvindt.
Paul van Dongen, 'Deemoed’, 2010, ets, 169 x 100 cm.

Ik raak gefascineerd door zijn aquarellen. Er schuilt kracht en toch zachtheid in, een paradox die Van Dongen meesterlijk weet weer te geven. Het werk 'De Zoon' (2010 – aquarel, 40 x 45 cm) waarop de lijdende of misschien zelfs gestorven Christus te zien is, roept de verschrikking van de kruisdood op, maar de kleur- en materiaalkeuze begeleidt dat impliciet en op zachte wijze tot de verrijzenis-gedachte. Totaal in zichzelf gekeerd weet de figuur hoop en kracht op te wekken. De christelijke symboliek is inwisselbaar tegen de algemeen menselijke variant. Lijden is universeel en geen eigendom van welke religie dan ook. Dat heeft Paul van Dongen goed begrepen.

Zijn werk wenkt, gebaart en verwijst. Appelleert aan de gevoelens van de kijker. Manipuleert zelfs wel. Let op gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen, een belangrijk element in zijn figuratieve kunst. In eenvoud of complexiteit wordt een scala aan intieme emoties weergegeven. De detaillering trekt aan, maar tegelijkertijd is er element van schaamte over dergelijk voyeurisme. Dramatiek en ingetogenheid gaan hand in hand, zoals het aardse en het transcendente voor Paul van Dongen onlosmakelijk verbonden zijn. De realiteit van alledag is wonderlijk en zit vol rijkdom. Dat moet alleen ontdekt worden.

Zie, de mens
Het oeuvre van Paul van Dongen bevat veel voorstellingen van naakte mannen en vrouwen. Hij poseerde zelf voor de manlijke. De anatomie van het menselijk lichaam heeft hem altijd geïntrigeerd en is nog steeds een van de belangrijkste onderwerpen in zijn werk. Bij het bezoek aan zijn atelier valt mijn oog op de ets van flink formaat 'Deemoed' (2010 – ets, 169 x 100 cm).

Erotisch aantrekkelijk in de natuurgetrouwe naaktheid en ongemakkelijk tegelijkertijd. Het personage kronkelt, draait, valt, zoekt houvast, bidt misschien wel … Hij worstelt met het leven, weet zich geen houding te geven. Voelt zich feilbaar en schuldig tegenover zijn medemens en God. Zijn gezicht is afgewend. Het valt me ineens op dat in de meeste van zijn naakten het aangezicht niet te zien is. Misschien heeft dat te maken met de gedachte dat het om het werk gaat, niet om de kunstenaar zelf.

Zonder titel wellicht, maar nadrukkelijk aanwezig is de in aquarel uitgevoerde man, die met armen en handen tegen zijn borst gedrukt, het gezicht omhoog heft (2009 – aquarel, 70 x 50 cm). Bidt hij? Dankt hij? Smeekt hij of zwijgt hij? Of dat alles tegelijkertijd? Een van zijn meest recente werken is 'De tweede Eva' (2011 – ets, 42 x 29 cm), waarvoor één van zijn dochters poseerde. In christelijke setting is er sprake van Adam en Eva. Minder bekend is dat er ook een tweede Adam en Eva zijn: Jezus Christus en Maria, de Moeder. Hier komen zijn liefde voor de natuur, de mens en het geloof op een bijna speelse manier bij elkaar.

Inspiratiebronnen
Wat opvalt is dat er weinig drukke taferelen te vinden zijn in het werk van Paul Van Dongen. Hij zoomt in op details die zijn verhaal moeten vertellen. De achtergronden zijn wit of heel licht van kleur. De uitersten van het zuivere en het zondige worden benadrukt. Centrale thema's als de feilbare en kwetsbare mens, deugden en zonden, kruisiging en deemoed keren terug en zijn indirect of expliciet terug te leiden tot Bijbelse symboliek.

 
Paul van Dongen, 'Verrijzenis', 2006, aquarel-druk, 70 x 33 cm.

Dood en leven, in beide aspecten de kleurrijke uitbundigheid maar ook de harde eenzaamheid.

Paul van Dongen kan eindeloos putten uit De Schrift en de natuur. Daarnaast maakte hij jaren geleden kennis met de inmiddels overleden schilder Sierk Schröder, die bekend staat als Nederlands meest gevraagde portrettist van de 20ste eeuw. Schröder heeft ervoor gezorgd dat hij weer plezier in het tekenen kreeg, toen dat ondergesneeuwd raakte. Hij bewondert en herkent ook de liefde voor de natuur in de werken van de Bosnische tekenaar en etser Drago Pecenica. "Dat wordt nog een grote," voorspelt Van Dongen. Hij laat het leven grotendeels komen zoals het komt in het besef dat niets zijn eigendom is, alles hem gegeven wordt. "Ik hoop dat er ooit ook bij mij een jonge kunstenaar aanbelt, die mijn werk ontdekt heeft en van me wil leren. Net zoals ik destijds bij Sierk Schröder."

"Compositorisch gezien is een vallende mens
ook het interessantst om te tekenen.
Alle ledematen zijn even belangrijk. Er is geen bovenkant of onderkant.
Geen staan, steunen, zitten of liggen. Benen zijn net zo nutteloos als armen.
Ze graaien in de leegte.
Er is geen houvast.
Slechts ontreddering"

(uit De Crux – Christenen over de kern van hun geloof')


Werk van Paul van Dongen is te zien in het Stedelijk Museum te Schiedam (All About Drawing. 100 Ned. kunstenaars. 200 tekeningen, tot 29 augustus); Loods 6 te Amsterdam, tentoonstelling van vier galeries met kunstenaars van de galerie; Galerie Witteveen komt met werk van onder andere Paul van Dongen, verwacht in september.

Paul van Dongen, beeldend kunstenaar. Website: www.paulvandongen.com.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

De Wand De Ruimte
beeldende experimenten met architectuur

In het Mondriaanhuis te Amersfoort kregen vier beeldend kunstenaars, te weten Jan van der Ploeg, Tonneke Sengers, Mark van Overeem en Guido Nieuwendijk, de gelegenheid hun beeldende visie te geven op de ruimtes en architectuur van dit pand. De gastcurator en beeldend kunstenaar Michael Berkhemer wilde met deze expositie een beeldende verbinding laten maken tussen de architectuur van het Mondriaanhuis, het geestelijke erfgoed van Piet Mondriaan en de persoonlijke visie van deze beeldend kunstenaars. De tweede etage van dit museum werd hun tijdelijke werkterrein.

Door Wim Adema

De gastcurator Michael Berkhemer zocht naar kunstenaars die zijn fascinatie voor 'ruimte' konden delen. Het hangen van 'werken aan de muur' vond Berkhemer een te beperkt uitgangspunt.

Hij wilde de deelnemers de gelegenheid geven de architectuur van het pand volledig te benutten en tegelijk ook de geometrische abstractie als inhoudelijk startpunt te hanteren.

In onderling overleg kozen de kunstenaars voor een eigen ruimte. Welk nieuw driedimensionaal perspectief zou ontstaan?

 
Jan van der Ploeg, WALL PAINTING No. 317 (detail), compositie met kleurenvelden No.1 2011, 415 x 2700 cm, acrylverf op muur. Collectie West, Den Haag. Foto Mike Bink.

Vier Ruimtes
Bij binnenkomst verraste mij direct de ruimte vanMark van Overeem. Meteen links bij het binnenkomen confronteert de kunstenaar mij met een geprojecteerd filmbeeld op de muur: een deur op deze muur gaat doorlopend open en dicht. Heel geraffineerd wordt ook een werkelijk bestaande toegangsdeur in dit beeld betrokken. Het lijkt alsof deze deur toegang geeft tot een achterliggende geprojecteerde gang. Men wordt visueel even op het verkeerde been geplaatst. Deze imaginaire ruimte bestaat uit realiteit en filmbeeld. Wanneer men zich omdraait, ontdekt men in de diepte van dezelfde zolderetage een ongewoon perspectief van schuin weglopende daken en ramen. Ook hier blijkt een visueel geheim aanwezig. Een onlogisch aandoend perspectief domineert eerst deze hoek van de ruimte. Balken, ramen en vierkanten ijzeren frames aan het plafond vertonen een onnatuurlijke diepte. Dichterbij gekomen beseft men dat Mark van Overeem met 'Parallel Desire' onze ruimtelijke ervaring een onbehagelijke impuls wil geven. Hij suggereert een ruimte die niet aanwezig is. Men loopt tegen een muurbrede filmprojectie aan. Hierdoor ontstaat een geheel andere ruimtelijke beleving. Deze projectie op de volledige achtermuur doet de architectonische schaal van de bestaande ruimte drastisch veranderen. Als men in het midden van het geprojecteerde beeld staat, dan verandert bovendien het perspectief door naar links of rechts te stappen.

Wanneer men doorloopt naar de grote ruimte van Jan van der Ploeg komt men in een totaal andere wereld terecht. Hielden bij Mark van Overeem de ruimtelijke ingrepen direct verband met de authentieke eigenschappen van het lokaal, bij Jan van der Ploeg is sprake van een grote driedimensionale verandering van zijn zaal. De muren en de wanden zijn ingrijpend van karakter veranderd. In grote contrasterende kleurvlakken met een opvallende verticale vormlijn zijn de wanden geschilderd in abstracte en visueel dominante kleurvlakken, die niet harmoniëren. Minutieus geverfd, waardoor zij met een strak kader de verticaal aanwezige ijzeren steunbalken omvatten. Zijn manier van schilderen doet denken aan het werk van Frank Stella en Gene Davis (USA). Ik moet ook denken aan Daniël Buren (F). Een witte horizontale abstracte vorm verbindt twee vrijstaande wanden. Diepzwart is een omhullende tegenvorm. Dichtbij lijken deze kleuren te overmeesteren, terwijl zij op een grotere afstand beeldend rustiger worden. Dan ontstaat er een kijkbalans tussen vorm, lijn, kleur en compositie. Het is belangrijk voor de kijker dat kijkevenwicht te vinden.

Tonneke Sengers ontwierp twee monumentale muursculpturen. In zwart en wit, met vierkanten en rasters ontstonden twee aparte wandobjecten. Hoewel los geplaatst van de muur en de buitenramen zoeken zij toch een eigen ruimtelijke plaats. De twee objecten raken staan net los van het plafond, waardoor haar objecten op de eerste plaats als een zelfstandige ingreep in de ruimte kunnen worden ervaren. Ik ervaar namelijk geen directe relatie met de architectuur van haar ruimte. Zij maken deze ruimte zelfs donkerder door hun gesloten vormen. 'Black squares/white squares'. Op één wand kunnen imaginaire geometrische vierkanten ontstaan tussen de restvormen van 'black squares'. De kunstenares nodigt ons uit om het beeldoppervlak opnieuw in te vullen. Als kijker tast men het raster af van de abstracte restvormen en ontdekt in witte lege ruimtes nieuwe structuren. In de andere muursculptuur bedekt een diagonaal raster met open witte vierkanten een dieperliggende schaduwwereld van verticale en horizontale vlakken en lijnen. Deze witte buitenkant contrasteert met de donkere geheimzinnige binnenzijde. Toch vinden haar muursculpturen langzaam een evenwicht met de ruimte.

De muurschilderingen van Guido Nieuwendijk vormen een groot contrast met het werk van Tonneke Sengers en Jan van der Ploeg. Er is geen autonomie aanwezig van kleur of vorm, maar slechts een verstild abstract lijnenspel met witte en zwarte verticale banen op zachtgroene geschilderde muren. De aanwezigheid van deze kleur groen veroorzaakt een merkwaardige rust. De architectuur van het plafond en de vloer lijkt zich naadloos te voegen in de groene wandkleur. De horizontale lijnen krijgen hierdoor volledig de gelegenheid om de ruimte te verkennen. Hetgeen ook gebeurt. Alleen de balans tussen hun geometrisch lijnenspel trekt de aandacht van de
Tonneke Sengers, BLACK SQUARES/WHITE SQUARES 2011, twee maal 244 x 244 x 26 cm, acrylverf op hout. Collectie kunstenaar. Foto Mike Bink.

kijker. Niets leidt verder af. Een verstilde abstracte wereld, waarin een zwarte balk ongemerkt kan verspringen naar een nieuwe hoek.

Complexe beeldende visies
Na afloop besefte ik hoe verschillend kunstenaars de architectuur van een ruimte kunnen beleven. Sommigen zoeken een direct contact met de beleving van een ruimte, hun driedimensionale karakter. Er kan dan een visueel spel ontstaan tussen kunstenaar, ruimte en kijker. Mark van Overeem gaf mij een dergelijke ervaring. Hij plaatste zijn ruimte en wanden in een nieuw perspectief. Hij veranderde de taal van de architectuur. Bij Guido Nieuwendijk voelde ik een diep respect voor de vorm en inhoud van een ruimte. Hij gebruikte de wanden en architectuur als dragers voor een eigen vormgrammatica. Tonneke Sengers vergrootte als het ware haar ruimte door de plaatsing van twee wandsculpturen. Toch verplaatste zij mijn aandacht naar vorm, inhoud en structuur van haar monumentale objecten, waardoor de ruimte echter langzaam integreerde met haar sculpturen. De muur- en wandschilderingen van Jan van der Ploeg waren voor mij visueel heel dwingend van karakter. Zijn beeldtaal overheerste eerst de vorm van de zaal. Zonder twijfel geschilderd vanuit een autonome visie op die ruimte. Slechts op grote afstand leken kleur en vorm werkelijk tot rust te kunnen komen. Vonden zij een balans. De gastcurator Michael Berkhemer ontwierp samen met deze kunstenaars voor het Mondriaanhuis een boeiende en experimentele visie: 'De Wand De Ruimte'. Een verkenning van ruimtelijke grenzen van het Mondriaanhuis. Een belangwekkend initiatief.

De expositie 'De Wand De Ruimte' is nog te bezoeken t/m 25 september, Mondriaanhuis, Kortegracht 11, Amersfoort. Website: www.mondriaanhuis.nl. Van deze tentoonstelling is een publicatie beschikbaar.

In het Mondriaanhuis is tevens een expositie te zien over het leven en werk van Piet Mondriaan. Er is ook een kopie van zijn atelier in Parijs nagebouwd en aanwezig in dit museum.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Maria, Idool van alle tijden

Een tentoonstelling die een bezoek meer dan waard is, voor beminde en onbeminde gelovigen, voor geboren vrijdenkers en voor overtuigd atheïsten!

Door Joke Maria Nieuwenhuis Schrama

Mijn hemelsblauwe blouse heb ik van de hanger geplukt. Lijkt me een uitstekende vermomming ter gelegenheid van het bezoek aan deze expositie en het flatteert bovendien! Vijftien minuten lopen van het station Amersfoort, maar een kleine stadswandeling kan geen kwaad! Mooi gebouw! In 2008 / 2009 drastisch gerestaureerd, verbouwd en aangepast aan de eisen der tijd. Oorspronkelijk drie kleinere gebouwen, muurhuizen, uit de 16e eeuw en dat is binnen nog waarneembaar. De voorzijde (terras!) geeft uitzicht op de vijftiende-eeuwse Koppelpoort. Ik kom evenwel binnen aan de achterkant, via oude straatjes…

Moeder aller moeders, vrouw aller vrouwen
De informatie- en activiteiten brochure vertelt dat het museum op 8 september, dit is het feest van Maria Geboorte, gratis toegang geeft aan alle Maria's! Dat geldt ook voor de eerste of volgende naam, zowel voor vrouwen als mannen. Legitimeren graag! Oermoeder Maria, moeder aller moeders, vrouw aller vrouwen. Inspiratie voor kunstenaars en musici. Icoon voor velen.

Ik ga kijken naar wat twaalf Nederlandse kunstenaars uit de 20ste en 21ste eeuw bijdragen aan deze tentoonstelling: Barbara Bläsing; Karin Bos; Joan Collette;

 
Judith Krebbekx, 'Het witte kind en de rode lucht', 2010, olieverf op doek, collectie Catharijne Convent.

Frans Franciscus; Marliz Frencken; Pieter Geraerdts; Toon Kelder; Judith Krebbekx; Marc Mulders; Carolein Smit; Toon Tieland; Marijke Vijfhuizen. Een willekeurige selectie wordt hierna beschreven. Uiteraard is er veel meer te zien: interessante informatie over het Mirakel van Amersfoort, 1444 en de toen ontstane bedevaart naar deze stad. Video, relieke voorwerpen, parafernalia, de Mariaverering in het algemeen.

Ave Maria
Beneden beginnen doe ik niet, zodra ik daar een bezoeker opmerk die irritant eenzelfde deuntje door zijn tanden sist. Waarom kunnen mensen niet gewoon stil zijn tijdens het kijken, vraag ik me af. Of spreek gedempt als je iets met elkaar wil becommentariëren. Onopgemerkt monster ik de tandfluiter. Hij loopt op blote voeten in sportsandalen en is ongeschoren. Een pelgrim zeker, die verdwaald is. Is misschien het Ave Maria in zijn gesis te horen? Nog vals ook! Ik besluit om in de nok van het museum te beginnen. Bij een tentoonstelling als deze raak je vanzelf ingetogen, hoewel eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat er plotseling ook in mijn hoofd een liedje opkomt. 'West Side Story' (Leonard Bernstein/Stephen Sondheim), maar ik zwijg! Om van neuriën helemaal niet te spreken…

Maria!
Say it loud and there's music playing
Say it soft and it's almost like praying.
Maria (x5)
I'll never stop saying Maria!
The most beautiful sound I ever heard.
Maria…

Betoverend en sinister
Op zolder aangekomen bekijk ik daar de sculpturen van Marliz Frencken (1955) 'Madonna's'. Ze lijken glanzend bevroren, door heldere hars. Verrassende materialen, zoals glasknopspelden, papieren taartranden, kitscherige kruisjes, stukjes kant en guirlandes. Interessant. De kunstenares moet vaak aan het snuffelen zijn geweest op markten en uitdragerijen om dit te kunnen 'assembleren'. De 'kindekes' doen mij denken aan de speelgoed babypopjes gemaakt uit dun celluloid, waar ik als kleuter en schoolkind mee speelde. Kunstkenner actuele kunst, conservator, curator, etc. etc. Jan Hoet (1936) heeft de serie 'poppen' beschouwd met de volgende tekst: "De sculpturen lijken zowel aantrekkelijk als afstotend, betoverend als sinister, figuurlijk als abstract, kostbaar als kitscherig."

Ik ga een verdieping lager en in deze ruimte is onder meer een modern 'schrijn' gesitueerd, waar men naar behoefte kan bidden, mediteren of niks doen. Er liggen kussentjes op de grond en men kan een kaarsje 'drukken' (waxinelichtjes met batterijen). Een gastenboek ligt open en met geoorloofde nieuwsgierigheid kijk ik op de beschreven linkerbladzijde en lees: "Hoi, Maria" (met initialen). Hmmm, vast van die tandfluiter…

Onze lieve vrouwe en Mevr. M
Weer verder loop ik langs antieke tegeltableaus met Maria's zonder en met kind, banieren van bedevaartverenigingen, vitrines met allerhande pelgrims medailles. Bij het schilderwerk van Toon Tieland (1919-2006) blijf ik staan. 'Onze lieve vrouw van Amersfoort', eigendom van de Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius, kerk aan 't Zand in Amersfoort. Vrolijk palet en toch stemmig vanwege de prominente Mariafiguur. De kleuren en lijnen doen mij, met permissie, denken aan de schilderwerken van Toon Hermans. Daarna bekijk ik werken van Marijke Vijfhuizen (1952), gemengde techniek op papier, 6 x 'Mevr. M.', waarvan één met bokshandschoenen, de stoere M. !

Op weg naar beneden onder aan de trap hangt een subtiele collage op zwarte ondergrond van Marc Mulders (1958). In zijn fotocollages brengt deze kunstenaar schilderijen en bloemen samen, bij dit werk lijken het stukjes oude ansichtkaarten en bidprentjes. Een sculptuur van Carolein Smit (1960): een bevallig zittende, maar wel wenende Maria, haar tranen zijn tot talloze parels verworden. Judith Krebbekx (1967) is vertegenwoordigd met haar werk 'Het witte kind en de rode lucht': indrukwekkend en ook dramatisch. Het werk is eigendom van Museum Catharijneconvent Utrecht.

Mantelmadonna
Frans Franciscus' (1959) werk heb ik eerder gezien. Onder meer zijn 'Saving the thirsty'. Roodkapje in een hemelsblauwe mantel! In haar mandje geen koekjes voor grootmoeder, wel twee flessen champagne. Dat werk zou ook wel passen hier, maar voor deze gelegenheid is het 'Bling Madonna'. Zijn werken hebben iets ironisch, soms aandoenlijk. In de grote zaal staat zijn grote sculptuur 'De Mantelmadonna'.

Marc Mulders, 'Maria kleed van bloemenharten', foto.

Desgewenst kan men hier een verlangen opschrijven en in een van de vele zakken van de superwijde blauwe denim mantel stoppen. Zo te zien zijn er nog veel wensen onder de mensen! De jaszakken puilen uit. Ik heb al zeven kaarsjes gedrukt bij het schrijn, dat lijkt me voldoende bezwering.

Glossy
Het glossy MARIA koop ik bij het vertrek uit het museum. Een aardig en informatief eenmalig magazine, met interessante artikelen, interviews en wetenswaardigheden. Een tijdschrift met een dergelijke naam is moeilijk te handhaven. Hoe krijg je het in 'des hemelsnaam' steeds weer vol? Dat bleek eerder. 'Maria', maandblad, een uitgave van de KRO. Het blad was geen lang leven beschoren; Editie nummer 1 verscheen oktober 2008; het laatste nummer (5) april/mei 2009. De eerste kocht ik uit nieuwsgierigheid en bij toeval ook het laatste nummer. Weer opgezocht tussen mijn stapels 'bewaartijdschriften' ter gelegenheid van dit evenement. De items varieerden: 'mediteren kun je leren'; 'stille krachten'; 'kraanvogels vouwen' en jawel hoor: 'goddelijke seks' en 'onbevlekte ontvangenissen'!

De tentoonstelling is een bezoek meer dan waard, voor alle gelovigen, bemind of onbemind, voor geboren vrijdenkers en voor overtuigd atheïsten!

Maria, Idool van alle tijden, nog te zien t/m 6 november 2011, Museum Flehite, Westsingel 50, Amersfoort. Website: www.museumflehite.nl; www.idoolvanalletijden.nl.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee (RdB).

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Lustwarande '11 RAW
Een bospark als droomplaats voor beeldhouwers

Soms biedt de natuur heel genereus de beeldende kunsten een handreiking. Zoals in het park De Oude Warande te Tilburg. Beeldhouwers krijgen dan in de zomermaanden, eenmaal per vier jaar, een kans om monumentale beelden te plaatsen in een imponerend bospark.

Door Wim Adema

Het park is ontstaan in 1712 en opgebouwd in een stervorm met wandelpaden die verlopen langs vier cirkels met een afwijkende geometrische structuur. Het park startte oorspronkelijk als een adellijk lusthof en wordt thans door iedereen gebruikt als wandeloord. Door een bewust ongecultiveerde aanpak veranderde dit park steeds meer in een bos. Het werd bovendien voor de stichting Fundament Foundation een grote inspiratiebron. Eenmaal per vier jaar organiseert deze stichting nu creatieve beeldenroutes. (Dit keer een jaar eerder vanwege de Dokumenta in Kassel van 2012.) De curator Chris Driessen probeert steeds opnieuw ruimtelijke verrassingen te vinden en nodigt hiervoor belangrijke internationale beeldhouwers uit. Dit jaar werd de naam: 'Lustwarande '11 RAW'.

De twee gezichten van Grotto
In het centrum van het park staat op een grote ronde grasweide een langwerpig glazen kunstgebouw: 'Grotto'. Ontworpen door Callum Morton (Aus). De buitenkant van het kunstwerk bestaat uit reflecterend zwart glas, waarin het omringende grasveld en bos een intrigerend donker tegenbeeld oproepen. Dichtbij ontdekt men aan de binnenzijde in het halfdonker de contouren van een verborgen rotsformatie. Een grotvorm die voor een intieme en besloten ruimte zorgt.

 
Thomas Houseago, 'Giant, Giant', 2010. Collectie van de kunstenaar, Fundament Foundation & Xavier Hufkens, Brussel.

Tijdens de lustwarande wordt zij gebruikt als pleisterplaats (met horecafaciliteiten) voor de vermoeide wandelaar. Zodra het donker wordt, ontstaat buiten een verlichte grotwand; een lichtbaken in het bos. Overdag weerspiegelt binnen minimale architectuurlijnen in donker glas een donkergroene omgeving. Met zonlicht lijkt het kunstwerk geheel opgenomen te kunnen worden in haar ruimtelijke omgeving. Alleen de rechthoekige lijnen verwijzen nog naar een bouwkundige vorm. Voor de bezoeker is dit grote contrast tussen buiten en binnen een speciale driedimensionale beleving.

Verborgen gestalten
Gestart met internationaal zeer bekende kunstenaars als Anish Kapoor, Louise Bourgeois en Paul McCarthy ontwikkelde Fundament Foundation langs de lijnen van vier edities een internationaal beeldenparcours. Een lijn die zich nu weer voortzet met 'RAW'. Sterling Ruby (USA), Rupert Norfolk (GB), Thomas Houseago (GB) en Mark Manders (NL) behoorden mede tot de genodigden. Vierentwintig beeldhouwers zorgden voor een metamorfose met verborgen gestalten. Welke gedaantewisselingen vonden plaats in dit bos? Want dat vermogen heeft De Oude Warande zeker. De beelden en installaties hadden soms geheimzinnige contouren. Zij waren soms op korte afstand nog niet zichtbaar. Zonlicht, regen, wind, waterplassen en soms schemerdonker zorgden bovendien voor onverwachte momenten.

De natuur bleek in staat om zelf sculpturen te maken. Waterdruppels gaven glinstereffecten en een andere structuur aan bladeren; zonlicht zorgde voor lineaire lijnen van licht en donker op boomstammen en een donkere bosatmosfeer verborg bijna moedwillig de driedimensionale vormen van de kunstwerken. Toch bleken fossiele afdrukken van mensenhanden aanwezig, weggedrukt in vierkante blokken beton. Onverwachts kon het zonlicht een rode hoge sculptuur extra verlichten met geometrische-abstracte lijnen. Een rudiment van takken en bladeren werd een decor voor spontaan geplaatste klei-afdrukken. Sommige kleivormen waren reeds gebroken en zochten opnieuw naar een harmonie met de bosgrond. Een langwerpige halfvergane eik toont liggend echter een sculptuur van donkerbruine aantasting. Een terugkeer naar de aarde. In de verte weerkaatsen de kleuren van een regenboog in een gothische kleine nisvorm van een woonhuis. Verrassend door de ritmiek van haar verticale ovale kleurlijnen.

Giant, Giant
Imponerend is de 'reus' van de Britse Thomas Houseago (1972). Midden op een donker zandpad beneemt 'Giant, Giant' mij bijna de doorgang. Opmerkelijke beeldhouwkunst; in veel opzichten. Het beeld, bijna vier meter hoog, kijkt mij aan als een witte reus. Dichtbij kijkt hij langs mij heen, in de verte. De sculptuur is gemaakt als een groot en staand wit skelet, plat van vorm en heeft boven op de schouder een intens getekend robotgezicht. Met wilde, maar krachtige lijnen tekende Houseago een gezicht dat half mens, half robot werd. De vorm doet ook denken aan de inwendige structuur van een menselijk hoofd. Aan de achterkant oogt het beeld nog veilig, maar aan de voorzijde verandert het in een overheersende reus, futuristisch van gestalte.

Opmerkelijk is vooral de vormgeving, waarin zijn gestalte zowel gebogen als rechtopstaand aanwezig lijkt te zijn. Het naar voren geplaatste hoofd ligt laag op de linkerschouder. De horizontale witte spieslijnen geven het beeld een krijgshaftig en dynamisch karakter. De zwarte kop contrasteert emotioneel met het witte lichaam. Links heeft de beeldhouwer a-symmetrisch een grillig geboetseerde bovenarm geplaatst. Alsof het tegen het zijlichaam aangedrukt is. Dat geeft een grote sculpturale spanning, dat nog extra versterkt wordt door de verbinding met een onderstaand rechterbeen. Beide lichaamsdelen benadrukken samen heel sterk een aparte organische identiteit en vormen ook ruimtelijk een horizontale verbindingslijn met elkaar. De witte kleur doet vergeten dat het beeld in brons gemaakt werd. Als totale indruk oogt de sculptuur als een imposant model in gips. 'Giant, giant' overrompelt de wandelaar. Het bos omringt hem echter zonder moeite.

Lustwarande '11 RAW
Men kan De Oude Warande op twee manieren bezoeken. Het park is als een spontaan wandelavontuur te beleven of men loopt met een routegids. Beide opties zijn aanlokkelijk. Zonder gids op pad gaan is veruit het meest spannend. Bospark en beelden vormen dan een geheimzinnig avontuur. Het bos lokt uit tot verdwalen en tot zoeken naar monumentale sculpturen. De routegids geeft meer zekerheid aan de wandelaar. Het zorgt voor visueel houvast, maar niet altijd. Het woord RAW geeft precies de bedoeling weer van curator Chris Driessen: "Het staat voor kunst die naar niets verwijst dan zichzelf en voorgangers. Zo'n noemer is breed en dat doen we bewust; een van onze doelstellingen is namelijk het maken van nieuw werk, dat we ook financieren, en dan moet je niet te afgebakend formuleren." Steeds zoekt Driessen opnieuw naar kunstenaars en werk. Het bospark De Oude Warande vormt daarin een blijvende bron van inspiratie. Na vier edities blijkt de beeldenmanifestatie in De Oude Warande een blijvend internationaal referentiepunt te zijn geworden. Voor kunstenaars en publiek. Een lustwarande vol beeldhouwkunst.

De Lustwarande 'll RAW, t/m 25 september 2011. De hoofdingang bevindt zich op de hoek van de Bredaseweg en de Warandelaan in Tilburg. Website: www.lw11.nl.

In Museum De Pont in Tilburg loopt gelijktijdig een expositie van de Belgische beeldhouwer Peter Buggenhout. Deze tentoonstelling vormt een onderdeel van Lustwarande '11 RAW (www.depont.nl).

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Interdisciplinaire kunst op het Open dans festival 2011

Op het Open Dans Festival dat in juni van dit jaar in Rotterdam werd gehouden, kwam ik twee voorstellingen tegen die techniek en de menselijke inbreng met elkaar in verbinding brengen. Interdisciplinaire kunst met een hoog technisch karakter, maar met een onmisbare menselijke inbreng tijdens de performance. Niet een ondersteunende inbreng zoals bijvoorbeeld een technicus heeft, maar inbreng die zich in het zichtveld van het publiek als onderdeel van het visueel gebodene bevindt. Het Open Dans festival vond plaats in het RO theater dat in het centrum van Rotterdam is gevestigd. Beide voorstellingen werden gegeven in de kleine zaal van het RO theater.

Door John Giskes

De voorstelling Mix[ing]redients vond plaats in een heel druk ingerichte ruimte. Tussen het publiek op de eerste rij stonden 3 computers (laptops) en twee projectoren opgesteld. Een danseres in een soort opengewerkte tutu, met net boven haar bil een soort kastje, waaruit draadjes komen die leiden naar een plaatje aan de achterkant van haar schouder. De voorstelling begint en aan het publiek wordt gevraagd op de laptops netwerkadressen in te typen. Aan het publiek wordt tevens gevraagd hun mobiele telefoons uit te doen. Op een bepaald moment is de techniek blijkbaar in orde en gaat het zaallicht uit.

Sjoerd Leijten
Dieter Vandoren

Op de muren projecties met strepen en allerlei onduidelijke figuren. De danseres beweegt daarin, tegelijkertijd worden een aantal afschuwelijk krijsende geluiden hoorbaar. De danseres beweegt over het toneel, dat zich op gelijk niveau bevindt als de toeschouwers. Het ziet er allemaal leuk uit, het is niet duidelijk hoe het allemaal werkt, maar er gebeurt iets. Aan het eind van de voorstelling leggen de makers uit wat wij eigenlijk gezien en gehoord hebben. Op de rug van de danseres zijn een geluidsmodule en een lichtgevoelige cel aangebracht. Door zich in en uit het licht te plaatsen controleert de danseres het geluid. Het is eigenlijk de bedoeling dat de toeschouwers met hun mobiele telefoon invloed kunnen hebben op de voorstelling, door het aansturen van één van de projectoren. Tijdens de voorstelling die ik gezien heb is dat niet gebeurd. Niettemin was het een voorstelling die de nieuwsgierigheid opwekt.

Toen het publiek de kleine zaal van het RO theater betrad, werd het opgevangen door Dieter Vandoren, de kunstenaar zelf. In de zaal was een driehoekige installatie te zien. Ik herkende beamers, die met een bundel kabels aan elkaar verbonden waren, aldus een duidelijke driehoek vormend. Het publiek werd uitgenodigd om rondom deze installatie plaats te nemen. Dieter weerhield ons ervan om de driehoek te betreden, later vertelde hij mij dat bewegingen binnen de driehoek het computerprogramma zouden verstoren. Want een computer was het andere apparaat dat deel uitmaakte van deze installatie. Eenmaal de deuren gesloten werd er een lichte mist gegenereerd door een nevelmachine.

 

Dieter Vandoren, 'Integration.03' op het Open Dans festival 2011

Dieter ging in het midden van de driehoek staan, de drie beamers stuurden dunne stralen licht naar hem. Die lichtstralen waren duidelijk zichtbaar door de nevel. De performer was in een witte overal gekleed, hij bewoog langzaam in de lichtsculptuur, daarmee het licht en het geluid sturend. Er waren drie instellingen in deze performance, eerst met dunne langgerekte bundels licht, later strepen licht die een patroon op zijn kostuum veroorzaakten. Het laatste deel deed denken aan een figuur die aan laserstralen van een alarmsysteem probeert te ontsnappen. Een visueel interessante performance afwisselend en met interessante geluiden. De toeschouwer komt in aanraking met een vreemde wereld, waarvan de regels hem onbekend zijn. De kunstenaar, Dieter Vandoren is naast kunstenaar ook technicus/computerprogrammeur. Pure multimediakunst, gebruik makend van de modernste technieken. Het is heel leuk om een performance van Dieter mee te maken.

Links: www.sjoerdleijten.nl; http://dtr.noisepages.com; http://dietervandoren.net.

John Giskes is een veelzijdig beeldend kunstenaar. Website: www.xs4all.nl/~johngis/nav/

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

La Sculpture flottante Otterlo

De beeldentuin van Museum Kröller-Müller te Otterlo heeft reeds jarenlang een grote aantrekkingskracht op de liefhebber van beeldhouwkunst. Het uitgestrekte, heuvelachtige park lijkt de beeldhouwer een unieke werkplek te kunnen bieden.

Door Wim Adema

Het is natuurlijk een intrigerende vraag of de ruimtelijke mogelijkheden ook werkelijk door de kunstenaars gebruikt zijn. In hoeverre vormen de geplaatste beelden, installaties en paviljoens een harmonie met hun omgeving en ontstond een nieuwe ruimtelijke identiteit? Na een wandeling door dit beeldenpark blijkt die vraag nog niet gemakkelijk te beantwoorden. Men kan namelijk tussen de beelden en installaties in dit park een groot contrast ervaren in ruimtelijke werking.

 
Marta Pan, 'Sculpture flottante, Otterlo', 1960 - 1961, vijver, glasvezel versterkt polyester, aluminium, 216 x 226 x 185 cm.

Een aantal beeldhouwers gaat zeker geen gesprek aan met de hen omringende natuur. Zij kozen voor een monumentale en autonome vormgeving. Hun beelden en installaties eisen de ruimte op, maar vormen geen dialoog met hun omgeving. Opmerkelijk is echter de creatieve visie van Marta Pan. Zij ontwikkelde voor het park in Otterlo een schitterend driedimensionaal antwoord.

Water en wind
Haar drijvende sculptuur uit 1960-1961 blijkt na vijftig jaar nog niets aan beeldkracht verloren te hebben. De 'Sculpture flottante Otterlo' vormt voor mij nog steeds het hart van de beeldentuin. Water en wind, licht en beweging vormen haast ongemerkt de ingrediënten van een ruimtelijk spel tegen een decor van vele tinten groen. Soms nauwelijks bewegend vindt 'la sculpture flottante' echter nooit rust. Ook als het windstil is en men rond de grote vijver wandelt, verandert de 'zwaan' steeds van vorm. Deze drijvende sculptuur doet namelijk denken aan een zwaan. Majesteus en langzaam bewegend. Als haar gesloten buitenvorm beweegt op de wind en licht schommelt door de waterstroming ontstaat in het water een open tegenvorm met geheimzinnige binnenruimtes. Het is opmerkelijk dat haar beeld op twee manieren ervaren kan worden: veraf en dichtbij. Op een afstand valt vooral de harmonie van haar lijnenspel met de omringende natuur op. Door haar beweging in de wind krijgt haar omgeving een dynamisch karakter. Onverwachte bewegingen en verrassende wendingen ontstaan bij de bezoekers. Dichtbij regisseert de wind een doorlopende verandering tussen twee beelden.

Een dubbel beeld
Marta Pan lijkt de innerlijke structuur van dit beeldenpark begrepen te hebben. Zij ontdekte wat nog ontbrak. Namelijk: een beweging, water, wind en ruimtelijk avontuur. Het is duidelijk dat temidden van de vele 'statische' beelden in dit park juist water en beweging een extra kracht kunnen toevoegen aan de reeds aanwezige dynamiek van wind in planten, struiken en bomen. Deze sculptuur lijkt het landschap van de beeldentuin haar ultieme vorm te hebben gegeven. Er ontstond een fascinerend driedimensionaal spel. Dichtbij domineert boven water een gesloten bovenvorm die haar sierlijkheid benadrukt. Onder water spiegelt echter een geheimzinnige open tegenvorm. Als kijker ervaart men in feite twee drijvende objecten. Boven water ziet men haar beeld van open naar gesloten veranderen, terwijl in de diepte van het water een verborgen volume zichtbaar wordt. Een dubbelbeeld zonder weerga. Er lijken twee identiteiten aanwezig te zijn. Tegenover de concrete bovenvorm contrasteert een verborgen binnenwereld in het water. Door de ronddraaiende beweging opent zich in het water steeds een verborgen onderkant, die wel boven het water ontstaat. Bovenaf is dat niet zichtbaar, alleen door de waterspiegeling ontstaat een unieke binnenvorm.

De essentie van beeldhouwkunst
In de beeldende kunst kan men soms getuige zijn van pure schoonheid. Dat gebeurde ook in Otterlo. Marta Pan zocht de grens op van de beeldhouwkunst. Bij haar passen vorm, lijn, kleur, licht en volume schijnbaar naadloos in een ideaal concept. Met dit beeld raakt zij de essentie van beeldhouwkunst. Zij plaatste haar bijzondere sculptuur in een perfecte ruimte en creëerde tevens voor de kijker een onontkoombare visuele ervaring. Er zijn natuurlijk in dit beeldenpark meer beeldhouwers die een relatie zochten met de natuur, zoals Cornelius Rogge, Mario Merz of Marinus Boezem, maar niemand benaderde naar mijn mening het spontane en creatieve concept van deze beeldhouwster. Met haar poëzie versterkte de zwaan namelijk de ruimte van dit landschap. Ik zag dit beeld voor het eerst in de jaren zeventig. Het bleef steeds in mijn herinnering. Veertig jaar later, nu, beweegt de zwaan nog steeds geruisloos op de rimpelingen van het water en verhuldt zij nog steeds haar identiteit.

Het beeldenpark van Museum Kröller-Müller, Houtkampweg 6, Otterlo is het gehele jaar open. Website: www.kmm.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Nog twee haiku's van Ria Giskes (RdB).

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Elmgreen & Dragset
The One & The Many in Onderzeebootloods Rotterdam

De metalen schotten worden opzij gezet. Ze kletteren hard tegen elkaar. Twee mannen met 'Security' op hun sweater werken rustig door om de deuren te openen. Tafels en banken worden buitengezet. Een jongen met baard en krulletjes loopt een beetje rond. Zon en wind, hijskranen, water.

Door Lea Nieuwhof

De toegang tot de tentoonstelling bestaat uit een lange halfronde buis van golfplaten. Affiches beloven licht aan het einde van de tunnel. Voor de pinautomaat heeft iemand een mand met baby laten staan. De straatmuzikant is net even weg en heeft zijn bril, pillen, shag en blindenstok laten liggen. Aan het einde van de tunnel is het donker. Ver kan je niet kijken in de hoge en wijde ruimte van de hal. Plompverloren voor je neus staat een vierkant flatgebouw. De enige lichte plekken zijn de ramen. Vanuit een hoek komt het geluid van een luide stem en opgewonden muziek. Door de half opengeschoven zwart-wit gestreepte gordijnen van het raam naar binnen kijkend zie je

 
Elmgreen & Dragset, 'The One & The Many' (2011). Museum Boijmans Van Beuningen. Foto: Tot en met ontwerpen.

de bewoner liggen op de bank, kijkend naar een scherm waarop de openingsintro van X -Factor voorbijraast. Nee, niet echt, ook deze persoon is net even weg, terwijl hij lag te lezen in een boek met briljante ideeën. Je ziet wat foto's op de muren. Zijn het vrienden, familie, is het de bewoner zelf? De inrichting is consequent en gedetailleerd uitgevoerd in wit en zwart en simpele geometrisch vormen. De bolvormige lampen zijn opgebouwd uit draden. Een mand ligt vol stressballen gemaakt van elastiekjes.

Elmgreen & Dragset
Elmgreen & Dragset is een Scandinavisch kunstenaarsduo. Ze zijn bekend geworden met grootschalige installaties, die als onderwerp de invloed van de stedelijke leefomgeving op mensen hebben. Bij de expositie is in de tweede hal een korte filmische inleiding te zien. Ze verwijzen daarin naar eerder werk. Hierin bekritiseren ze de codes en gedragingen van de kunstwereld en leggen ze een relatie tussen 'the white cube' waarin volgens hen wereldwijd moderne kunst gepresenteerd wordt en de manier waarop ziekenhuizen en gevangenissen gebouwd en georganiseerd zijn. Ze bekritiseren de starre structuren en de kille zakelijke vormgeving van hedendaagse openbare ruimtes, omdat die volgens hen mensen belemmeren in het waarmaken van hun dromen en in het leggen van contacten.

Op uitnodiging van Museum Boijmans Van Beuningen presenteren zij 'The One & The Many' in de Onderzeebootloods op Rotterdam Heijplaat. Het werk is onderdeel van een drieluik. Andere onderdelen hiervan zijn 'The Welfare Show', geëxposeerd in de Serpentine Gallery in Londen 2005/2006 en 'The Collectors', gepresenteerd op de Biënnale van Venetië in 2009. Bij 'The Welfare Show' lag de nadruk op de steriele leefomgeving van ziekenhuis en wachtkamer. Bij 'The Collectors' zagen we de luxueuze wereld van een kunstverzamelaar gecombineerd met sporen van agressie en geweld.

In 'The One & The Many' zijn de verlangens en frustraties van de sociale middenklasse het onderwerp. Door de verschillende ramen kun je binnen gluren in de levens van de bewoners. De afwezige bewoners leven tussen hun droom, verlangen en hun dagelijkse werkelijkheid. Ze proberen zichzelf te verheffen, dromen waar te maken of ze zijn tevreden met pilsjes, sigaretten en flikkerende beeldschermen. Kleine trofeeën en prijzen herinneren aan een moment van glorie.

Een Chinees gelukspoppetje zwaait met de hand om het geluk vast te houden onder het licht van TL- lampen. Aan de muur hangt een grote foto van een Aziatische schoonheid met een kroontje. Op het beeldscherm aan de muur is een videoclip te zien. Een vrouw met lange haren slentert zingend door een haven, de plek waar mensen vertrekken en arriveren. De wok staat op het fornuis. De slippers liggen op de vloer. Een tijdschrift op de keukentafel geeft tips om haar te verven en te verzorgen.

Bezoeker als voyeur of deelnemer
De bezoeker dwaalt rond in het donker aangetrokken door de verschillende vormen die het licht en de geluiden aannemen. Vanuit elke gezichtshoek kun je weer nieuwe dingen waarnemen en zo vorm je langzaam een voorstelling van de bezigheden van de bewoners. Een donkere trap voert naar een overloop met verrekijkers, waarmee je in de bovenste ramen van het gebouw kan kijken. Achter het gebouw flikkeren de sterren van het reuzenrad. De jongen met krulletjes haalt een grote sleutel uit zijn zak en opent de deuren van het reuzenrad voor je. Op de vloer verschuiven heel langzaam een paar ovale lichtvlekken. Er staat een bronzen beeld van een naakte vrouw, een kopie van een bestaand kunstwerk. Je ziet nog een beetje de gietnaad. Soms zitten er mensen op de bankjes die om het beeld staan. Soms heeft ze alleen de aandacht van een witte rat. Tussen het zwerfvuil van waterflesjes en sigarettenpakjes ligt een schelp met een afdruk van rode lippen.

In de verte gaat een lichtreclame aan en uit. In het fel verlichte openbare toilet hangt een jongen tegen de condoomautomaat. Hij reageert hautain op een bezoeker die hem aanspreekt. De afvoerbuizen van twee pisbakken zijn met elkaar verstrengeld in een innige omhelzing. De stedelijke ruimte wordt met paaltjes, stoeptegels, lantarenpalen, betonnen banken en een enkel boompje tussen de tegels vormgegeven. Een limousine, het symbool van glamour en roem ligt ontmanteld en onttakeld in een hoek. Een naslagwerk van de Nederlandse en Vlaamse schilderkunst slingert naast colablikjes in een vuilcontainer. Mensen lopen rond in het donker en voeren telefoongesprekken.

De installatie wordt zo gepresenteerd dat de bezoeker voortdurend van rol wisselt. Hij is de voyeur, de afstandelijke kijker of hij is zelf de bewoner van een ruimte, de persoon die droomt, de immigrant met heimwee, de bezoeker van een internetsite om contact te leggen. Hij is de onbekende in de nacht, de wandelaar op straat, de in een telefoon pratende persoon op de bank. Terwijl de bezoeker zijn waarnemingen en indrukken uitbreidt, kan hij het verhaal en de verbanden tussen de waargenomen situaties verder ontwikkelen. De leegte die ontstaat door de afwezigheid van de personages, wordt door de fantasie en de inleving van de toeschouwer ingevuld.

Elmgreen & Dragset, 'The One & The Many' (2011). Museum Boijmans Van Beuningen. Foto: Tot en met ontwerpen.

Om een dergelijke totaalervaring te bewerkstelligen maken Elmgreen en Dragset gebruik van een gedetailleerd en natuurgetrouw vormgegeven decor, licht, geluid en moderne beeldmedia als tv en computer. Acteurs van het Rotheater mengen zich met het publiek. De wereld van de kunst is teruggebracht tot een poster van Chagall's 'Bruiloft', een naslagwerk over de schilderkunst in de vuilnisbak, de verstrengelde afvoerbuizen, een flikkerende reclame, een standbeeld. Ze is nauwelijks opgewassen tegen de sporen van dagelijks gebruik en slijtage.

Elmgreen & Dragset, 'The One & The Many', t/m 25 september 2011, Onderzeebootloods, RDM-straat 1, Rotterdam. Websites: www.onderzeebootloods.nl; www.boijmans.nl.

Lea Nieuwhof is beeldend kunstenaar.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Joaquin Torres-García, een herinnering

Een bericht in het kunstblad Collect (nr. 05-2011) vestigde mijn aandacht op een belangrijk beeldend kunstenaar uit Uruguay: Joaquin Torres-García. Een expositie in het Museu Nacional d'Art Catalunya te Barcelona toont een overzicht van zijn werk. Opmerkelijk vond ik direct zijn beeldtaal en de karakterisering van Torres-García: hij was met Mondriaan en Van Doesburg een pionier van de geometrische abstracte kunst in de eerste helft van de vorige eeuw. Die verbinding tussen Uruguay en Europa intrigeerde mij en vormde een uitgangspunt voor een profiel van zijn persoon, leven en werk.

Door Wim Adema

Joaquin Torres-García werd in 1874 te Montevideo (Uruguay) geboren. Al jong trok hij echter naar Europa om daar te studeren. Bij Vinardelle te Barcelona volgde hij lessen in tekenen, schilderen en beeldhouwen (1891-1896). Het constructivisme en de precolumbiaanse kunst vormden zijn inspiratiebronnen. Reeds vroeg ontwikkelde hij een eigen beeldtaal, waarin hij op een geometrische vlakverdeling symbolen van concrete voorwerpen en herinneringen beeldend vorm gaf. Met zelfgevonden hiërogliefen probeerde Torres-García in een primitieve stijl alledaagse taferelen uit te beelden. Met name zijn pictogrammen zijn hiervan een goed voorbeeld. Een werk uit 1942 laat een 'stadsconstructie met de universele mens' zien. De rijke symboliek in dit werk toont zijn inspiratiebronnen: de zon, de mens, het huis, water en vissen. Deze symbolische taal is in zijn hele oeuvre steeds aanwezig.

Universalismo constructivo
In de eerste helft van de twintigste eeuw vormde
Joaquin Torres-García een belangrijke verbinding tussen Zuid-Amerika en Europa. Zijn herinneringen aan de Precolumbiaanse kunst en cultuur blijven zeker een inhoudelijke leidraad vormen in zijn beeldende werk, maar tegelijkertijd onderging Torres-García de nieuwe stijlontwikkelingen in Europa. Met name het werk van Piet Mondriaan en Theo van Doesburg sprak hem bijzonder aan. Geestelijk voelde Torres-García zich verwant met het constructivisme en verdiepte hij zich in het geometrische vlak. Net als Van Doesburg en Mondriaan zocht hij naar een inhoudelijke grensverlegging van mens en kunst. Men kan het omschrijven als een 'universalismo constructivo'. De groep 'Cercle et Carré' vormde voor deze drie kunstenaars een inhoudelijk platform. Het kubisme, surrealisme, purisme en constructivisme gingen vooraf aan de door hen ontwikkelde geometrische abstractie. Rond 1929 kenmerkte het werk van Joaquin Torres-García zich door een sobere stijl, veel kleuren en veelvuldige grafische tekens. Hij beschreef dit als een 'vouloir construire'. De eerste expositie van de groep Cercle et Carré in 1930 werd geopend door Torres-García zelf. In een indrukwekkende toespraak schetste hij de achtergrond van het kubisme en de zoektocht naar een neo-plastiek. Toen reeds viel zijn grote denkkracht op en zijn vermogen om de inhoud van de beeldende kunsten te benoemen en een nieuwe richting te geven.

Universeel kunstenaar
Torres-García verbleef tijdens zijn leven in talrijke landen. Opmerkelijke periodes waren: de Verenigde Staten (New York, 1920-1922), Italië (1922-1924) en Frankrijk (Parijs, 1924-1932). Met name Spanje was vooral in de beginperiode van zijn artistieke ontwikkeling heel belangrijk. Vanaf 1934 keerde hij terug naar Montevideo en bleef daar wonen tot aan het eind van zijn leven in 1949. Uruguay vormde dus een begin- en een eindpunt. Zijn reizen en verblijf in Europa hebben echter mede een grote invloed gehad op de geestelijke inhoud van zijn werk; zij versterkten hem in zijn opvattingen over de essentie van het menselijk bestaan. Zijn zoektocht naar de mens, haar beschaving, godsdienst, de natuur en astrologie verdiepte zijn verlangen naar harmonie in zijn composities. In een rasterachtig patroon probeerde hij zijn ervaringen te vertalen in autonome tekens. Er ontstond een naiëve stijl met verwijzingen naar precolumbiaanse beeldhouwkunst. In een raster met universele symbolen toont hij zijn geloof in de werkelijke kracht van Latijns-Amerika.

La tradición del hombre abstracto
Joaquin Torres-García werd een universeel kunstenaar: schrijver, leraar, theoreticus, beeldhouwer en schilder. Een man met een zeer grote invloed op kunstenaars. Zeker in de eerste helft van de twintigste eeuw. In 1935 vormde hij in Uruguay de 'Asociación de Arte Constructivo, Luego el taller Torres-García, a Escuela del sur' en vormde daarmee in Zuid-Amerika tevens een verbinding met kunstenaars in Chili en Argentinië. Reeds in 1912 inspireerde hem 'Consideraciones a propósito del cubisme y del estructuralisme pictórico' van Eugenio d'Ors. Talrijke publicaties ondersteunden zijn beeldende werk: 'La tradición del hombre abstracto uit 1936; 'Metafisica de la prehistoria indoamericana' uit 1939 en het boek 'Universalismo constructivo' uit 1941 getuigde van zijn geestelijke en artistieke zoektocht. De huidige expositie over Joaquin Torres-García in Barcelona zal ongetwijfeld de onderstroom zichtbaar maken van een artistiek bijzonder vruchtbaar en inspirerend leven. Deze tentoonstelling is een belangrijk initiatief van het Museu Nacional d'Art de Catalunya. Zijn werk blijft belangrijk, ook nu.

De expositie over Joaquin Torres-García loopt t/m 11 september in het Museu Nacional d'Art Catalunuya (MNAC), Palau Nacional, Parc de Montjuïc, Barcelona. Website: www.mnac.cat.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Een beweeglijke blik

Het intrigerende werk van Helly Oestreicher in Boijmans van Beuningen. Met een kleine expositie in een vitrine geeft Museum Boijmans Van Beuningen aandacht aan het bijzondere en eigenzinnige werk van Helly Oestreicher. Verstopt in een smalle gang achter zaal F wordt een selectie uit vijftig jaar werk getoond.

Door Lea Nieuwhof

Helly Oestreicher werd in 1936 geboren in Karlovy Vary in de Republiek Tsjechië. Ze werd opgeleid als keramisch- industrieel ontwerper aan de huidige Rietveld Academie. Haar objecten hebben in tegenstelling tot wat men verwacht van keramiek geen enkele gebruiksfunctie. Het zijn ruimtelijke objecten, bedoeld om de verbeelding te prikkelen. Er kan niets in, maar ze 'om'vatten ruimte. Een vroeg voorbeeld is 'Vogelhuis', dat is aangekocht door Boijmans. De vorm is samengesteld uit drie op elkaar gestapelde cilindervormige elementen. Elk element bestaat uit een smallere en een bredere holle cilinder. Je kunt naar binnen kijken en ziet een glanzende, warm okerkleurige glazuur. Je krijgt het gevoel dat je even een tikje moet geven om de stapel recht op elkaar te zetten, maar de afwijkingen zijn erin gebakken. De strakke vormen zijn op de draaischijf gemaakt. Ook in de afwerking met het matte grijsblauwe glazuur zijn geen zichtbare onregelmatigheden. Zelf spreekt zij van 'antipotten'.

Sterker nog werkt de ruimtelijkheid bij 'Gras' (1981). 'Gras' bestaat uit vijf achter elkaar liggende U-vormige elementen. Elke scheidslijn tussen de elementen is scheef. De openingen tussen de vormen worden lichte lijnen, die als in de wind wiegend gras zachtjes heen en weer lijken te bewegen, wanneer de kijker langs loopt.

 
Helly Oestreicher, 'Vogelhuis', 1961, keramiek, 29.5 x 13 x 13 cm. Foto: Thijs Quispel.

Vormen en lijnen zijn strak. Objecten worden opgebouwd door herhaling en ritme. Glazuren zijn mat, ingetogen en onbestemd van kleur. Mengkleuren ontstaan door de onderliggende kleur van het materiaal.

Deze strakke beheerste vormgeving gaat in de loop van de jaren over naar een lossere spontane stijl. Grillige vormen en lijnen wisselen strakheid en regelmaat af. Helly Oestreicher combineert materialen zoals glas, brons, baksteen met keramiek. Ze blijft voortdurend experimenteren met de diverse bewerkingstechnieken van de materialen. De eigenschappen van de materialen bepalen steeds sterker de vormgeving. Wel gebruikt ze nog elementaire ruimtelijke vormen als bij voorbeeld ronde en vierkante buizen, maar vormen zien er kwetsbaar en onhandig uit. Soms lijken ze bijna mislukt. Ze zoeken naar evenwicht en een wankele balans. De huid is glad of ruw, glanzend of mat. Werk wordt vaak niet meer geglazuurd, maar heeft de eigen kleur van de materialen.

Verderop is een ruimtelijk object dat bestaat uit twee kruisende diagonale vormen (2001). De ene vorm bestaat uit een één centimeter dikke vierkante glazen plaat met een schurend scherpe groene rand. Het transparante glas lijkt afwezig behalve de ruwe rand, die een groen schuinstaand vierkant vormt. Een bundel van vijf roodgebakken ruwe cilinders vouwt om tegen het glas. De ronde vorm wordt net zo als bij een lege fietsband plat en dubbelgevouwen. Uiteinden lijken afgebrokkeld. De huid is ruw en barst bijna. Alsof de vormen door het glas geduwd worden gaan zij verder aan de andere kant. Behalve de kleine autonome objecten die Boijmans toont, maakt zij ook monumentaal werk en werk in opdracht.

Helly Oestreicher, Kleine Werken, t/m 25 september, Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Website: www.boijmans.nl.

Lea Nieuwhof is beeldend kunstenaar.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

François Morellet, een danseuse bleu en een weinig kitsch

Een zeer belangrijke kunstgebeurtenis vond deze maanden plaats in het Parijse museum 'le Centre Pompidou'. De inmiddels 86-jarige Franse beeldend kunstenaar François Morellet kreeg de gelegenheid een overzicht te geven van zijn installaties: 'Réinstallations'.

Door Wim Adema

Morellet werd internationaal mede bekend door zijn talloze vernieuwende installaties. Geïnspireerd door de Tjechische kunstenaar Pesanek en de Amerikaan Dan Flavin begon hij sinds 1963 de neonbuis te gebruiken als beeldend materiaal. Hoewel Morellet aanvankelijk vooral abstract schilderde, raakte hij geïnteresseerd in de toepassing van industriële materialen als rubber, neonbuizen, metaal en hout. Met name de mogelijkheden van de neonbuis verraste hem.

Sinds 1952 was François Morellet hierdoor reeds gefascineerd. De rechte lijn van dit licht gaf hem veel inspiratie. De brutaliteit en agressie van haar licht versterkte zijn eigen beeldtaal. Met 'Le Groupe de recherche d'art' (GRAV) had hij sinds 1960 contact. Samen met Francisco Sobrino, Horaciò Garcia Rossi, Julio le Parc, Yvaral en Joël Stein experimenteerde Morellet met kinetische effecten. Op wetenschappelijke wijze zochten zij naar mogelijkheden voor de beeldende kunst. Deze experimentele jaren waren voor Morellet zeer belangrijk. 'Le néon comme material moderne' werd zijn voornaamste beeldmateriaal. Vanaf 1963 ontstonden de talrijke lichtobjecten met neonbuizen. Steeds opnieuw herïnterpreteerde deze Franse kunstenaar zijn installaties en zocht hij naar een nieuw perspectief. Aan het eind van de jaren zestig werd de relatie met de architectuur steeds belangrijker voor hem. In expositie- en museumzalen zocht hij steeds meer naar een inhoudelijke verbinding met de aanwezige bouwstijlen. In zijn werk verschijnen dan begrippen als 'néons pleureurs' en 'l'immortalité'. Er ontstaat een spel met licht, een vervreemdende wereld en opwinding.

Een bekend parcours
In het Centre Pompidou hield François Morellet een gelijksoortig parcours aan. De chronologische ontwikkeling van zijn installatiewerken stond centraal. De titels van zijn werk lijken figuratief, mysterieus en doen denken aan een woordspel, maar in feite maakt hij duidelijk wat de essentie van zijn installaties is: een 'danseuse bleu' en een weinig kitsch.
Wie zijn werk kent, ontkomt echter niet aan zijn dramatische werking, In een zaal kunnen witte neonbuizen veranderen in een donker en mysterieus blauw, dat weer door diepzwart omringd wordt. Zo'n installatie is aangrijpend, maakt onzeker en desoriënteert. Zijn talloze bestaande kunstwerken, zoals 'l'Église Saint Irène d'Istanbul' en 'le Musée de Dyon' veroorzaakten ingrijpende veranderingen. De interieurs van deze gebouwen veranderden, maar ook zijn 'ingrepen' aan de kades van de Seine. Installaties in de lucht, op de muren en in de bomen veranderden tijdelijk mens en omgeving.

François Morellet formuleerde het als volgt: 'La qualité doit être ephémères': de kwaliteit moet kortstondig zijn. Wanneer men het werk van Morellet overziet, dan ontstaat een constante geestelijke beweging. De kunstenaar vernieuwt steeds zichzelf en neemt zijn oudere werk als vertrekpunt. Dat gebeurde ook in zijn 'Réinstallations' in het Centre Pompidou te Parijs. Morellet lijkt doorlopend creatief onderweg te zijn. Op zoek naar nieuwe experimenten en situaties zoals in 'La nuit blanche à Paris' (2005), die de kades van de Seine tijdelijk veranderde.

De tentoonstelling 'François Morellet, Réinstallations' was van 2 maart t/m 4 juli 2011 te zien in het Centre Pompidou. Website: www.centrepompidou.fr.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Een gedicht van Ingrid van den Bergh

© Ingrid van den Bergh. Weblog: http://ingridvandenbergh.wordpress.com.

Terug naar boven

 

Kunstflitsen

Een rubriek waarin medewerkers van Het Beeldende Kunstjournaal tips geven over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn of een mooi boek aanprijzen.

Op de vijfde Biënnale voor Bewegend Beeld in Mechelen (B) worden onder de werktitel 'Sound and Vision: Beyond Reason' verbanden onderzocht tussen geluid, beeld en sociale veranderingen. Er is speciale aandacht voor Dan Grahams beroemde film 'Rock My Religion' (1982-1984). Hierin onderzoekt de kunstenaar de rockmuziek als cultureel fenomeen. De vijfde Biënnale voor Bewegend Beeld, 21 augustus t/m 30 oktober, Mechelen (B). Website: www.contour2011.be (WA).

In de gemeente De Marne en omgeving in het Noord-Oosten van Groningen strijken de laatste jaren steeds meer beeldend kunstenaars neer, vanwege de prettige prijzen van onroerend goed. Het land zelf is zeer inspirerend door de krachtige wolkenluchten boven vlak land waar op amper twee kilometer van elkaar dorpjes liggen met soms slechts rond de honderd inwoners, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Oude kerkjes zijn opgeknapt en worden als expositieruimte gebruikt, bijvoorbeeld in Vierhuizen en Zoutkamp. In Houwerzijl vindt u de Ruimtela, waar nog t/m 25 september de tentoonstelling 'Onder de wolken' te bekijken is, met vijf grote buitensculpturen van Henk Rijzinga die aan de rand van het dorp staan opgesteld. Een langer verblijf voor een gunstig tarief is niet moeilijk vanwege de vele B&B's die u in bijna ieder dorp tegen komt. Ruimtela, Hollemastraat 16, Houwerzijl, website: www.ruimtela.nl (RdB).

Terug naar boven

Inhoud

 

Mijn antwoord op het leven;
Beeldend kunstenaar Paul van Dongen,
een mens in beweging,
door Marianne van Waterschoot

De Wand De Ruimte
beeldende experimenten met architectuur
,
door Wim Adema

Maria, Idool van
alle tijden,
d
oor Joke Maria Nieuwenhuis Schrama

Haiku 1 van Ria Giskes

Lustwarande '11 RAW
Een bospark als droomplaats voor beeldhouwers,
door Wim Adema

Interdisciplinaire
kunst op het
Open dans festival '11
, door John Giskes

La Sculpture
flottante Otterlo
,
door Wim Adema

Haiku 2 van Ria Giskes

Elmgreen & Dragset
The One & The Many
in Onderzeebootloods Rotterdam
,
door Lea Nieuwhof

Joaquin Torres-García, een herinnering,
door Wim Adema

Een beweeglijke blik,
h
et intrigerende werk
van Helly Oestreicher in Boijmans van Beuningen,
door Lea Nieuwhof

François Morellet,
een danseuse bleu
en een weinig kitsch
,
door Wim Adema

Een gedicht van Ingrid van den Bergh

Kunstflitsen,
tips van
medewerkers