Actueel
Mijn
antwoord op het leven
Beeldend kunstenaar Paul van Dongen, een mens in beweging.
Elk
mens is een spiritueel wezen en stelt zich vroeg of laat de vraag: "Wat
is de zin van dit alles? Waarom ben ik hier?" Volgens de Brabantse
beeldend kunstenaar Paul van Dongen (1958) is een dergelijk persoonlijk
appel de drijfveer om het antwoord te ontdekken. Dat vergt speuren en
verwonderen. Ingaan op die signalen die aangereikt worden vanuit de
traditie. Het vergt moed om op zoek te gaan naar de wezenlijke inspiratiebron
en van daaruit zo authentiek mogelijk te leven.
Door
Marianne van Waterschoot
| Paul
van Dongen noemt vriend en schrijver/ dichter Willem-Jan Otten
als voorbeeld van iemand die kunst met de paplepel ingegoten kreeg.
Kunst was een onbekende binnen het katholieke gezin, waarin Van
Dongen geboren werd. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan
kan. Kunstenaar word je niet, dat ben je. Volgens Van Dongen heeft
het alles te maken met zoeken, vragen, hard werken, ontdekken
en ontdekt worden. Met reageren op het leven zelf. Na zijn studie
aan de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost te Breda werd
hij zelfstandig kunstenaar. Vanwege zijn fascinatie voor stripverhalen
begon hij te tekenen. Hij was toen nog erg jong en heeft in wezen
zijn hele leven op papier doorgebracht is zijn conclusie nu. "En
dat is erg prettig, want papier is zoals je weet heel geduldig."
Paul van Dongen woont en werkt in Tilburg. Het huis ademt ruimte
en kalmte uit. Bijna sereniteit. Eigen werken sieren de muren.
Zijn atelier ligt achter zijn woning. Hij is een ambachtsman pur
sang, die zo authentiek en natuurlijk mogelijk wil weergeven.
Tot in het kleinste detail moet alles kloppen. Elke streep, punt,
schaduw, elk blaadje, doorntje en nerfje, elk haartje is een ode
aan de werkelijkheid.
Persoonlijke
vrijheid
Zijn persoonlijke vrijheid is hem dierbaar en voorwaarde voor
een doorgaande ontwikkeling als kunstenaar. |
|
| |
Paul van Dongen, 'Zonder titel', 2009, aquarel, 70 x 50 cm. |
Zijn veelzijdigheid
draagt ertoe bij dat hij voor uiteenlopende projecten gevraagd wordt.
Behalve exposeren, illustreerde hij bijvoorbeeld ook het boek 'De donkere
stilte van God' voor voormalig bisschop van Den Bosch, Jan Bluyssen
en maakt hij portretten in opdracht voor particulieren en organisaties.
"Ook al weet ik niet altijd hoe het werkt, het (net)werkt wel.
Ik zit in een luxe positie dat men mij en mijn werk kent. Ik prijs me
gelukkig daarmee." De universele thema's mens en natuur zijn herkenbaar
en veelvoudig toe- en inpasbaar. Bovendien getuigen zijn etsen, tekeningen
en aquarellen van zijn kunde door hun gedetailleerdheid en subtiliteit.
Van Dongen vraagt zich constant af of zijn ego of zijn kunstenaarschap
het voortouw neemt als hij aan het werk is. Hij kijkt naar het leven,
bestudeert het in al zijn diversiteit en wil daaromheen zijn leven blijven
weven. Op mijn vraag of kunstenaars mogelijk profeten zijn, glimlacht
hij. "Dat zou zomaar kunnen, maar ik wil niet uit het zicht van
mijn naasten verdwijnen."
Spirituele
erfenis
Paul van Dongen is opgegroeid in een katholiek gezin, maar vooral na
zijn veertigste heeft religiositeit een cruciale plek in zijn leven
gekregen. Of beter gezegd: ingenomen. Hij herontdekte het christelijk
geloof via protestante vrienden. Geworteld in de rijke traditie van
de religieuze symboliek van het 'Rijke Roomsche leven' werden oude waarden
nieuw leven ingeblazen en dat was merkbaar in zijn werk. Een traditie
van meer dan 2000 jaar gaat aan Van Dongen en vele anderen vooraf. De
context van tijd en cultuur in combinatie met de uniciteit van de kunstenaar
leidt tot een stroom van wat hij zelf benoemt als christelijk-humane
fascinatie en uiting.
|

|
Elk
werk is een persoonlijke getuigenis en doortrokken van dit diep
religieus besef. Hij hertaalt bekende onderwerpen en herschept
ze. Oude rituelen en gebeden zijn teruggekeerd met een natuurlijkheid
alsof ze nooit weggeweest zijn. Het loopt door zijn leven als
een rode draad, die hem intenser laat zien en horen. "Ik
besefte mede daardoor dat elk mens enorm kwetsbaar is. Een vallend
mens is, die niet op eigen benen kan staan, maar gedragen wordt
door iets veel groters, dat ik zelf God noem."
De kracht van symboliek
'De aquarel 'Verrijzenis' (2006 – aquareldruk, 70 x 33 cm)
symboliseert het kwetsbare, het pijnlijke, het gebrokene van de
mens. Toch weet diezelfde mens zich te onttrekken aan de dood
via Christus. De doornenkroon symboliseert de weg van Christus:
door lijden en dood naar de opstanding. Het leven overwint de
dood. 'IJdelheid, alles is ijdelheid', vergankelijkheid uitgedragen
door de schedels. Christus had zijn meest zwakke en meest sterke
moment op Golgotha, het Aramese woord voor 'schedelplaats'. Het
leven gaat door, ook als wijzelf gestorven zijn. Een krachtige
gedachte, dat de natuur – en de mens maakt daar deel van
uit – zichzelf eindeloos opnieuw uitvindt.
|
Paul
van Dongen, 'Deemoed’, 2010, ets, 169 x 100 cm. |
|
Ik raak
gefascineerd door zijn aquarellen. Er schuilt kracht en toch zachtheid
in, een paradox die Van Dongen meesterlijk weet weer te geven. Het werk
'De Zoon' (2010 – aquarel, 40 x 45 cm) waarop de lijdende of misschien
zelfs gestorven Christus te zien is, roept de verschrikking van de kruisdood
op, maar de kleur- en materiaalkeuze begeleidt dat impliciet en op zachte
wijze tot de verrijzenis-gedachte. Totaal in zichzelf gekeerd weet de
figuur hoop en kracht op te wekken. De christelijke symboliek is inwisselbaar
tegen de algemeen menselijke variant. Lijden is universeel en geen eigendom
van welke religie dan ook. Dat heeft Paul van Dongen goed begrepen.
Zijn werk
wenkt, gebaart en verwijst. Appelleert aan de gevoelens van de kijker.
Manipuleert zelfs wel. Let op gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen,
een belangrijk element in zijn figuratieve kunst. In eenvoud of complexiteit
wordt een scala aan intieme emoties weergegeven. De detaillering trekt
aan, maar tegelijkertijd is er element van schaamte over dergelijk voyeurisme.
Dramatiek en ingetogenheid gaan hand in hand, zoals het aardse en het
transcendente voor Paul van Dongen onlosmakelijk verbonden zijn. De
realiteit van alledag is wonderlijk en zit vol rijkdom. Dat moet alleen
ontdekt worden.
Zie,
de mens
Het oeuvre van Paul van Dongen bevat veel voorstellingen van naakte
mannen en vrouwen. Hij poseerde zelf voor de manlijke. De anatomie van
het menselijk lichaam heeft hem altijd geïntrigeerd en is nog steeds
een van de belangrijkste onderwerpen in zijn werk. Bij het bezoek aan
zijn atelier valt mijn oog op de ets van flink formaat 'Deemoed' (2010
– ets, 169 x 100 cm).
|
Erotisch aantrekkelijk in de natuurgetrouwe naaktheid en ongemakkelijk
tegelijkertijd. Het personage kronkelt, draait, valt, zoekt houvast,
bidt misschien wel … Hij worstelt met het leven, weet zich
geen houding te geven. Voelt zich feilbaar en schuldig tegenover
zijn medemens en God. Zijn gezicht is afgewend. Het valt me ineens
op dat in de meeste van zijn naakten het aangezicht niet te zien
is. Misschien heeft dat te maken met de gedachte dat het om het
werk gaat, niet om de kunstenaar zelf.
Zonder titel wellicht, maar nadrukkelijk aanwezig is de in aquarel
uitgevoerde man, die met armen en handen tegen zijn borst gedrukt,
het gezicht omhoog heft (2009 – aquarel, 70 x 50 cm). Bidt
hij? Dankt hij? Smeekt hij of zwijgt hij? Of dat alles tegelijkertijd?
Een van zijn meest recente werken is 'De tweede Eva' (2011 –
ets, 42 x 29 cm), waarvoor één van zijn dochters
poseerde. In christelijke setting is er sprake van Adam en Eva.
Minder bekend is dat er ook een tweede Adam en Eva zijn: Jezus
Christus en Maria, de Moeder. Hier komen zijn liefde voor de natuur,
de mens en het geloof op een bijna speelse manier bij elkaar.
Inspiratiebronnen
Wat opvalt is dat er weinig drukke taferelen te vinden zijn in
het werk van Paul Van Dongen. Hij zoomt in op details die zijn
verhaal moeten vertellen. De achtergronden zijn wit of heel licht
van kleur. De uitersten van het zuivere en het zondige worden
benadrukt. Centrale thema's als de feilbare en kwetsbare mens,
deugden en zonden, kruisiging en deemoed keren terug en zijn indirect
of expliciet terug te leiden tot Bijbelse symboliek.
|
|
| |
Paul
van Dongen, 'Verrijzenis', 2006, aquarel-druk, 70 x 33 cm. |
Dood en
leven, in beide aspecten de kleurrijke uitbundigheid maar ook de harde
eenzaamheid.
Paul van
Dongen kan eindeloos putten uit De Schrift en de natuur. Daarnaast maakte
hij jaren geleden kennis met de inmiddels overleden schilder Sierk Schröder,
die bekend staat als Nederlands meest gevraagde portrettist van de 20ste
eeuw. Schröder heeft ervoor gezorgd dat hij weer plezier in het
tekenen kreeg, toen dat ondergesneeuwd raakte. Hij bewondert en herkent
ook de liefde voor de natuur in de werken van de Bosnische tekenaar
en etser Drago Pecenica. "Dat wordt nog een grote," voorspelt
Van Dongen. Hij laat het leven grotendeels komen zoals het komt in het
besef dat niets zijn eigendom is, alles hem gegeven wordt. "Ik
hoop dat er ooit ook bij mij een jonge kunstenaar aanbelt, die mijn
werk ontdekt heeft en van me wil leren. Net zoals ik destijds bij Sierk
Schröder."
"Compositorisch
gezien is een vallende mens
ook het interessantst om te tekenen.
Alle ledematen zijn even belangrijk. Er is geen bovenkant of onderkant.
Geen staan, steunen, zitten of liggen. Benen zijn net zo nutteloos als
armen.
Ze graaien in de leegte.
Er is geen houvast.
Slechts ontreddering"
(uit De Crux – Christenen over de kern van hun geloof')
Werk van Paul van Dongen is te zien in het Stedelijk Museum
te Schiedam (All About Drawing. 100 Ned. kunstenaars. 200 tekeningen,
tot 29 augustus); Loods 6 te Amsterdam, tentoonstelling van vier galeries
met kunstenaars van de galerie; Galerie Witteveen komt met werk van
onder andere Paul van Dongen, verwacht in september.
Paul van Dongen, beeldend kunstenaar. Website: www.paulvandongen.com.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
De
Wand De Ruimte
beeldende experimenten met architectuur
In
het Mondriaanhuis te Amersfoort kregen vier beeldend kunstenaars, te
weten Jan van der Ploeg, Tonneke Sengers, Mark van Overeem en Guido
Nieuwendijk, de gelegenheid hun beeldende visie te geven op de ruimtes
en architectuur van dit pand. De gastcurator en beeldend kunstenaar
Michael Berkhemer wilde met deze expositie een beeldende verbinding
laten maken tussen de architectuur van het Mondriaanhuis, het geestelijke
erfgoed van Piet Mondriaan en de persoonlijke visie van deze beeldend
kunstenaars. De tweede etage van dit museum werd hun tijdelijke werkterrein.
Door
Wim Adema
| De
gastcurator Michael Berkhemer zocht naar kunstenaars die zijn
fascinatie voor 'ruimte' konden delen. Het hangen van 'werken
aan de muur' vond Berkhemer een te beperkt uitgangspunt.
Hij
wilde de deelnemers de gelegenheid geven de architectuur van het
pand volledig te benutten en tegelijk ook de geometrische abstractie
als inhoudelijk startpunt te hanteren.
In
onderling overleg kozen de kunstenaars voor een eigen ruimte.
Welk nieuw driedimensionaal perspectief zou ontstaan?
|
|
| |
Jan
van der Ploeg, WALL PAINTING No. 317 (detail), compositie met
kleurenvelden No.1 2011, 415 x 2700 cm, acrylverf op muur. Collectie
West, Den Haag. Foto Mike Bink.
|
Vier
Ruimtes
Bij binnenkomst verraste mij direct de ruimte vanMark van Overeem. Meteen
links bij het binnenkomen confronteert de kunstenaar mij met een geprojecteerd
filmbeeld op de muur: een deur op deze muur gaat doorlopend open en
dicht. Heel geraffineerd wordt ook een werkelijk bestaande toegangsdeur
in dit beeld betrokken. Het lijkt alsof deze deur toegang geeft tot
een achterliggende geprojecteerde gang. Men wordt visueel even op het
verkeerde been geplaatst. Deze imaginaire ruimte bestaat uit realiteit
en filmbeeld. Wanneer men zich omdraait, ontdekt men in de diepte van
dezelfde zolderetage een ongewoon perspectief van schuin weglopende
daken en ramen. Ook hier blijkt een visueel geheim aanwezig. Een onlogisch
aandoend perspectief domineert eerst deze hoek van de ruimte. Balken,
ramen en vierkanten ijzeren frames aan het plafond vertonen een onnatuurlijke
diepte. Dichterbij gekomen beseft men dat Mark van Overeem met 'Parallel
Desire' onze ruimtelijke ervaring een onbehagelijke impuls wil geven.
Hij suggereert een ruimte die niet aanwezig is. Men loopt tegen een
muurbrede filmprojectie aan. Hierdoor ontstaat een geheel andere ruimtelijke
beleving. Deze projectie op de volledige achtermuur doet de architectonische
schaal van de bestaande ruimte drastisch veranderen. Als men in het
midden van het geprojecteerde beeld staat, dan verandert bovendien het
perspectief door naar links of rechts te stappen.
Wanneer
men doorloopt naar de grote ruimte van Jan van der Ploeg komt men in
een totaal andere wereld terecht. Hielden bij Mark van Overeem de ruimtelijke
ingrepen direct verband met de authentieke eigenschappen van het lokaal,
bij Jan van der Ploeg is sprake van een grote driedimensionale verandering
van zijn zaal. De muren en de wanden zijn ingrijpend van karakter veranderd.
In grote contrasterende kleurvlakken met een opvallende verticale vormlijn
zijn de wanden geschilderd in abstracte en visueel dominante kleurvlakken,
die niet harmoniëren. Minutieus geverfd, waardoor zij met een strak
kader de verticaal aanwezige ijzeren steunbalken omvatten. Zijn manier
van schilderen doet denken aan het werk van Frank Stella en Gene Davis
(USA). Ik moet ook denken aan Daniël Buren (F). Een witte horizontale
abstracte vorm verbindt twee vrijstaande wanden. Diepzwart is een omhullende
tegenvorm. Dichtbij lijken deze kleuren te overmeesteren, terwijl zij
op een grotere afstand beeldend rustiger worden. Dan ontstaat er een
kijkbalans tussen vorm, lijn, kleur en compositie. Het is belangrijk
voor de kijker dat kijkevenwicht te vinden.
Tonneke
Sengers ontwierp twee monumentale muursculpturen. In zwart en wit, met
vierkanten en rasters ontstonden twee aparte wandobjecten. Hoewel los
geplaatst van de muur en de buitenramen zoeken zij toch een eigen ruimtelijke
plaats. De twee objecten raken staan net los van het plafond, waardoor
haar objecten op de eerste plaats als een zelfstandige ingreep in de
ruimte kunnen worden ervaren. Ik ervaar namelijk geen directe relatie
met de architectuur van haar ruimte. Zij maken deze ruimte zelfs donkerder
door hun gesloten vormen. 'Black squares/white squares'. Op één
wand kunnen imaginaire geometrische vierkanten ontstaan tussen de restvormen
van 'black squares'. De kunstenares nodigt ons uit om het beeldoppervlak
opnieuw in te vullen. Als kijker tast men het raster af van de abstracte
restvormen en ontdekt in witte lege ruimtes nieuwe structuren. In de
andere muursculptuur bedekt een diagonaal raster met open witte vierkanten
een dieperliggende schaduwwereld van verticale en horizontale vlakken
en lijnen. Deze witte buitenkant contrasteert met de donkere geheimzinnige
binnenzijde. Toch vinden haar muursculpturen langzaam een evenwicht
met de ruimte.
| 
|
De
muurschilderingen van Guido Nieuwendijk vormen een groot contrast
met het werk van Tonneke Sengers en Jan van der Ploeg. Er is geen
autonomie aanwezig van kleur of vorm, maar slechts een verstild
abstract lijnenspel met witte en zwarte verticale banen op zachtgroene
geschilderde muren. De aanwezigheid van deze kleur groen veroorzaakt
een merkwaardige rust. De architectuur van het plafond en de vloer
lijkt zich naadloos te voegen in de groene wandkleur. De horizontale
lijnen krijgen hierdoor volledig de gelegenheid om de ruimte te
verkennen. Hetgeen ook gebeurt. Alleen de balans tussen hun geometrisch
lijnenspel trekt de aandacht van de |
Tonneke
Sengers, BLACK SQUARES/WHITE SQUARES 2011, twee maal 244 x 244
x 26 cm, acrylverf op hout. Collectie kunstenaar. Foto Mike Bink. |
|
kijker.
Niets leidt verder af. Een verstilde abstracte wereld, waarin een zwarte
balk ongemerkt kan verspringen naar een nieuwe hoek.
Complexe
beeldende visies
Na afloop besefte ik hoe verschillend kunstenaars de architectuur van
een ruimte kunnen beleven. Sommigen zoeken een direct contact met de
beleving van een ruimte, hun driedimensionale karakter. Er kan dan een
visueel spel ontstaan tussen kunstenaar, ruimte en kijker. Mark van
Overeem gaf mij een dergelijke ervaring. Hij plaatste zijn ruimte en
wanden in een nieuw perspectief. Hij veranderde de taal van de architectuur.
Bij Guido Nieuwendijk voelde ik een diep respect voor de vorm en inhoud
van een ruimte. Hij gebruikte de wanden en architectuur als dragers
voor een eigen vormgrammatica. Tonneke Sengers vergrootte als het ware
haar ruimte door de plaatsing van twee wandsculpturen. Toch verplaatste
zij mijn aandacht naar vorm, inhoud en structuur van haar monumentale
objecten, waardoor de ruimte echter langzaam integreerde met haar sculpturen.
De muur- en wandschilderingen van Jan van der Ploeg waren voor mij visueel
heel dwingend van karakter. Zijn beeldtaal overheerste eerst de vorm
van de zaal. Zonder twijfel geschilderd vanuit een autonome visie op
die ruimte. Slechts op grote afstand leken kleur en vorm werkelijk tot
rust te kunnen komen. Vonden zij een balans. De gastcurator Michael
Berkhemer ontwierp samen met deze kunstenaars voor het Mondriaanhuis
een boeiende en experimentele visie: 'De Wand De Ruimte'.
Een verkenning van ruimtelijke grenzen van het Mondriaanhuis. Een belangwekkend
initiatief.
De expositie 'De Wand De Ruimte' is nog te bezoeken t/m 25
september, Mondriaanhuis, Kortegracht 11, Amersfoort. Website: www.mondriaanhuis.nl.
Van deze tentoonstelling is een publicatie beschikbaar.
In
het Mondriaanhuis is tevens een expositie te zien over het leven en
werk van Piet Mondriaan. Er is ook een kopie van zijn atelier in Parijs
nagebouwd en aanwezig in dit museum.
Wim Adema
is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen
over beeldende kunst in diverse media. Klik hier
om zijn website te bekijken.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
Maria,
Idool van alle tijden
Een
tentoonstelling die een bezoek meer dan waard is, voor beminde en onbeminde
gelovigen, voor geboren vrijdenkers en voor overtuigd atheïsten!
Door
Joke Maria Nieuwenhuis Schrama
| Mijn
hemelsblauwe blouse heb ik van de hanger geplukt. Lijkt me een
uitstekende vermomming ter gelegenheid van het bezoek aan deze
expositie en het flatteert bovendien! Vijftien minuten lopen van
het station Amersfoort, maar een kleine stadswandeling kan geen
kwaad! Mooi gebouw! In 2008 / 2009 drastisch gerestaureerd, verbouwd
en aangepast aan de eisen der tijd. Oorspronkelijk drie kleinere
gebouwen, muurhuizen, uit de 16e eeuw en dat is binnen nog waarneembaar.
De voorzijde (terras!) geeft uitzicht op de vijftiende-eeuwse
Koppelpoort. Ik
kom evenwel binnen aan de achterkant, via oude straatjes…
Moeder aller moeders, vrouw aller vrouwen
De informatie- en activiteiten brochure vertelt dat het museum
op 8 september, dit is het feest van Maria Geboorte, gratis toegang
geeft aan alle Maria's! Dat geldt ook voor de eerste of volgende
naam, zowel voor vrouwen als mannen. Legitimeren graag! Oermoeder
Maria, moeder aller moeders, vrouw aller vrouwen. Inspiratie voor
kunstenaars en musici. Icoon voor velen.
Ik
ga kijken naar wat twaalf Nederlandse kunstenaars uit de 20ste
en 21ste eeuw bijdragen aan deze tentoonstelling: Barbara
Bläsing; Karin Bos; Joan Collette;
|
|
| |
Judith
Krebbekx, 'Het witte kind en de rode lucht', 2010, olieverf op
doek, collectie Catharijne Convent. |
Frans
Franciscus; Marliz Frencken; Pieter Geraerdts; Toon Kelder; Judith Krebbekx;
Marc Mulders; Carolein Smit; Toon Tieland; Marijke Vijfhuizen.
Een willekeurige selectie wordt hierna beschreven. Uiteraard is er veel
meer te zien: interessante informatie over het Mirakel van Amersfoort,
1444 en de toen ontstane bedevaart naar deze stad. Video, relieke voorwerpen,
parafernalia, de Mariaverering in het algemeen.
Ave
Maria
Beneden beginnen doe ik niet, zodra ik daar een bezoeker opmerk die
irritant eenzelfde deuntje door zijn tanden sist. Waarom kunnen mensen
niet gewoon stil zijn tijdens het kijken, vraag ik me af. Of spreek
gedempt als je iets met elkaar wil becommentariëren. Onopgemerkt
monster ik de tandfluiter. Hij loopt op blote voeten in sportsandalen
en is ongeschoren. Een pelgrim zeker, die verdwaald is. Is misschien
het Ave Maria in zijn gesis te horen? Nog vals ook! Ik besluit om in
de nok van het museum te beginnen. Bij een tentoonstelling als deze
raak je vanzelf ingetogen, hoewel eerlijkheid mij gebiedt te zeggen
dat er plotseling ook in mijn hoofd een liedje opkomt. 'West Side Story'
(Leonard Bernstein/Stephen Sondheim), maar ik zwijg! Om van neuriën
helemaal niet te spreken…
Maria!
Say it loud and there's music playing
Say it soft and it's almost like praying.
Maria (x5)
I'll never stop saying Maria!
The most beautiful sound I ever heard.
Maria…
Betoverend
en sinister
Op zolder aangekomen bekijk ik daar de sculpturen van Marliz Frencken
(1955) 'Madonna's'. Ze lijken glanzend bevroren, door heldere hars.
Verrassende materialen, zoals glasknopspelden, papieren taartranden,
kitscherige kruisjes, stukjes kant en guirlandes. Interessant. De kunstenares
moet vaak aan het snuffelen zijn geweest op markten en uitdragerijen
om dit te kunnen 'assembleren'. De 'kindekes' doen mij denken aan de
speelgoed babypopjes gemaakt uit dun celluloid, waar ik als kleuter
en schoolkind mee speelde. Kunstkenner actuele kunst, conservator, curator,
etc. etc. Jan Hoet (1936) heeft de serie 'poppen' beschouwd met de volgende
tekst: "De sculpturen lijken zowel aantrekkelijk als afstotend,
betoverend als sinister, figuurlijk als abstract, kostbaar als kitscherig."
Ik ga een verdieping
lager en in deze ruimte is onder meer een modern 'schrijn'
gesitueerd, waar men naar behoefte kan bidden, mediteren of niks doen.
Er liggen kussentjes op de grond en men kan een kaarsje 'drukken'
(waxinelichtjes met batterijen). Een gastenboek ligt open en met geoorloofde
nieuwsgierigheid kijk ik op de beschreven linkerbladzijde en lees: "Hoi,
Maria" (met initialen). Hmmm, vast van die tandfluiter…
Onze
lieve vrouwe en Mevr. M
Weer verder loop ik langs antieke tegeltableaus met Maria's zonder en
met kind, banieren van bedevaartverenigingen, vitrines met allerhande
pelgrims medailles. Bij het schilderwerk van Toon Tieland (1919-2006)
blijf ik staan. 'Onze lieve vrouw van Amersfoort', eigendom van de Geloofsgemeenschap
St. Franciscus Xaverius, kerk aan 't Zand in Amersfoort. Vrolijk palet
en toch stemmig vanwege de prominente Mariafiguur. De kleuren en lijnen
doen mij, met permissie, denken aan de schilderwerken van Toon Hermans.
Daarna bekijk ik werken van Marijke Vijfhuizen (1952), gemengde techniek
op papier, 6 x 'Mevr. M.', waarvan één met bokshandschoenen,
de stoere M. !
|

|
Op
weg naar beneden onder aan de trap hangt een subtiele collage
op zwarte ondergrond van Marc Mulders (1958). In zijn fotocollages
brengt deze kunstenaar schilderijen en bloemen samen, bij dit
werk lijken het stukjes oude ansichtkaarten en bidprentjes.
Een sculptuur van Carolein Smit (1960): een bevallig zittende,
maar wel wenende Maria, haar tranen zijn tot talloze parels
verworden. Judith Krebbekx (1967) is vertegenwoordigd met haar
werk 'Het witte kind en de rode lucht': indrukwekkend en ook
dramatisch. Het werk is eigendom van Museum Catharijneconvent
Utrecht.
Mantelmadonna
Frans Franciscus' (1959) werk heb ik eerder gezien. Onder meer
zijn 'Saving the thirsty'. Roodkapje in een hemelsblauwe mantel!
In haar mandje geen koekjes voor grootmoeder, wel twee flessen
champagne. Dat werk zou ook wel passen hier, maar voor deze
gelegenheid is het 'Bling Madonna'. Zijn werken hebben iets
ironisch, soms aandoenlijk. In de grote zaal staat zijn grote
sculptuur 'De Mantelmadonna'.
|
Marc
Mulders, 'Maria kleed van bloemenharten', foto. |
|
Desgewenst
kan men hier een verlangen opschrijven en in een van de vele zakken
van de superwijde blauwe denim mantel stoppen. Zo te zien zijn er nog
veel wensen onder de mensen! De jaszakken puilen uit. Ik heb al zeven
kaarsjes gedrukt bij het schrijn, dat lijkt me voldoende bezwering.
Glossy
Het glossy MARIA koop ik bij het vertrek uit het museum. Een aardig
en informatief eenmalig magazine, met interessante artikelen, interviews
en wetenswaardigheden. Een tijdschrift met een dergelijke naam is moeilijk
te handhaven. Hoe krijg je het in 'des hemelsnaam' steeds weer vol?
Dat bleek eerder. 'Maria', maandblad, een uitgave van de KRO. Het blad
was geen lang leven beschoren; Editie nummer 1 verscheen oktober 2008;
het laatste nummer (5) april/mei 2009. De eerste kocht ik uit nieuwsgierigheid
en bij toeval ook het laatste nummer. Weer opgezocht tussen mijn stapels
'bewaartijdschriften' ter gelegenheid van dit evenement. De items varieerden:
'mediteren kun je leren'; 'stille krachten'; 'kraanvogels vouwen' en
jawel hoor: 'goddelijke seks' en 'onbevlekte ontvangenissen'!
De tentoonstelling
is een bezoek meer dan waard, voor alle gelovigen, bemind of onbemind,
voor geboren vrijdenkers en voor overtuigd atheïsten!
Maria,
Idool van alle tijden,
nog te zien t/m 6 november 2011, Museum Flehite, Westsingel 50, Amersfoort.
Website: www.museumflehite.nl;
www.idoolvanalletijden.nl.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
Twee
haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee (RdB).

Haiku:
Ria Giskes-Pieters; foto: ©John
Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.
Terug
naar boven
Lustwarande
'11 RAW
Een bospark als droomplaats voor beeldhouwers
Soms
biedt de natuur heel genereus de beeldende kunsten een handreiking.
Zoals in het park De Oude Warande te Tilburg. Beeldhouwers krijgen dan
in de zomermaanden, eenmaal per vier jaar, een kans om monumentale beelden
te plaatsen in een imponerend bospark.
Door
Wim Adema
| Het
park is ontstaan in 1712 en opgebouwd in een stervorm met wandelpaden
die verlopen langs vier cirkels met een afwijkende geometrische
structuur. Het park startte oorspronkelijk als een adellijk lusthof
en wordt thans door iedereen gebruikt als wandeloord. Door een
bewust ongecultiveerde aanpak veranderde dit park steeds meer
in een bos. Het werd bovendien voor de stichting Fundament Foundation
een grote inspiratiebron. Eenmaal per vier jaar organiseert deze
stichting nu creatieve beeldenroutes. (Dit keer een jaar eerder
vanwege de Dokumenta in Kassel van 2012.) De curator Chris Driessen
probeert steeds opnieuw ruimtelijke verrassingen te vinden en
nodigt hiervoor belangrijke internationale beeldhouwers uit. Dit
jaar werd de naam: 'Lustwarande '11 RAW'.
De
twee gezichten van Grotto
In
het centrum van het park staat op een grote ronde grasweide een
langwerpig glazen kunstgebouw: 'Grotto'. Ontworpen door Callum
Morton (Aus). De buitenkant van het kunstwerk bestaat uit reflecterend
zwart glas, waarin het omringende grasveld en bos een intrigerend
donker tegenbeeld oproepen. Dichtbij ontdekt men aan de binnenzijde
in het halfdonker de contouren van een verborgen rotsformatie.
Een grotvorm die voor een intieme en besloten ruimte zorgt.
|
|
| |
Thomas
Houseago, 'Giant, Giant', 2010. Collectie van de kunstenaar, Fundament
Foundation & Xavier Hufkens, Brussel. |
Tijdens
de lustwarande wordt zij gebruikt als pleisterplaats (met horecafaciliteiten)
voor de vermoeide wandelaar. Zodra het donker wordt, ontstaat buiten
een verlichte grotwand; een lichtbaken in het bos. Overdag weerspiegelt
binnen minimale architectuurlijnen in donker glas een donkergroene omgeving.
Met zonlicht lijkt het kunstwerk geheel opgenomen te kunnen worden in
haar ruimtelijke omgeving. Alleen de rechthoekige lijnen verwijzen nog
naar een bouwkundige vorm. Voor de bezoeker is dit grote contrast tussen
buiten en binnen een speciale driedimensionale beleving.
Verborgen
gestalten
Gestart
met internationaal zeer bekende kunstenaars als Anish Kapoor, Louise
Bourgeois en Paul McCarthy ontwikkelde Fundament Foundation langs de
lijnen van vier edities een internationaal beeldenparcours. Een lijn
die zich nu weer voortzet met 'RAW'. Sterling Ruby (USA), Rupert Norfolk
(GB), Thomas Houseago (GB) en Mark Manders (NL) behoorden mede tot de
genodigden. Vierentwintig beeldhouwers zorgden voor een metamorfose
met verborgen gestalten. Welke gedaantewisselingen vonden plaats in
dit bos? Want dat vermogen heeft De Oude Warande zeker. De beelden en
installaties hadden soms geheimzinnige contouren. Zij waren soms op
korte afstand nog niet zichtbaar. Zonlicht, regen, wind, waterplassen
en soms schemerdonker zorgden bovendien voor onverwachte momenten.
De natuur
bleek in staat om zelf sculpturen te maken. Waterdruppels gaven glinstereffecten
en een andere structuur aan bladeren; zonlicht zorgde voor lineaire
lijnen van licht en donker op boomstammen en een donkere bosatmosfeer
verborg bijna moedwillig de driedimensionale vormen van de kunstwerken.
Toch bleken fossiele afdrukken van mensenhanden aanwezig, weggedrukt
in vierkante blokken beton. Onverwachts kon het zonlicht een rode hoge
sculptuur extra verlichten met geometrische-abstracte lijnen. Een rudiment
van takken en bladeren werd een decor voor spontaan geplaatste klei-afdrukken.
Sommige kleivormen waren reeds gebroken en zochten opnieuw naar een
harmonie met de bosgrond. Een langwerpige halfvergane eik toont liggend
echter een sculptuur van donkerbruine aantasting. Een terugkeer naar
de aarde. In de verte weerkaatsen de kleuren van een regenboog in een
gothische kleine nisvorm van een woonhuis. Verrassend door de ritmiek
van haar verticale ovale kleurlijnen.
Giant,
Giant
Imponerend
is de 'reus' van de Britse Thomas Houseago (1972). Midden op een donker
zandpad beneemt 'Giant, Giant' mij bijna de doorgang. Opmerkelijke beeldhouwkunst;
in veel opzichten. Het beeld, bijna vier meter hoog, kijkt mij aan als
een witte reus. Dichtbij kijkt hij langs mij heen, in de verte. De sculptuur
is gemaakt als een groot en staand wit skelet, plat van vorm en heeft
boven op de schouder een intens getekend robotgezicht. Met wilde, maar
krachtige lijnen tekende Houseago een gezicht dat half mens, half robot
werd. De vorm doet ook denken aan de inwendige structuur van een menselijk
hoofd. Aan de achterkant oogt het beeld nog veilig, maar aan de voorzijde
verandert het in een overheersende reus, futuristisch van gestalte.
Opmerkelijk
is vooral de vormgeving, waarin zijn gestalte zowel gebogen als rechtopstaand
aanwezig lijkt te zijn. Het naar voren geplaatste hoofd ligt laag op
de linkerschouder. De horizontale witte spieslijnen geven het beeld
een krijgshaftig en dynamisch karakter. De zwarte kop contrasteert emotioneel
met het witte lichaam. Links heeft de beeldhouwer a-symmetrisch een
grillig geboetseerde bovenarm geplaatst. Alsof het tegen het zijlichaam
aangedrukt is. Dat geeft een grote sculpturale spanning, dat nog extra
versterkt wordt door de verbinding met een onderstaand rechterbeen.
Beide lichaamsdelen benadrukken samen heel sterk een aparte organische
identiteit en vormen ook ruimtelijk een horizontale verbindingslijn
met elkaar. De witte kleur doet vergeten dat het beeld in brons gemaakt
werd. Als totale indruk oogt de sculptuur als een imposant model in
gips. 'Giant, giant' overrompelt de wandelaar. Het bos omringt
hem echter zonder moeite.
Lustwarande
'11 RAW
Men
kan De Oude Warande op twee manieren bezoeken. Het park is als een spontaan
wandelavontuur te beleven of men loopt met een routegids. Beide opties
zijn aanlokkelijk. Zonder gids op pad gaan is veruit het meest spannend.
Bospark en beelden vormen dan een geheimzinnig avontuur. Het bos lokt
uit tot verdwalen en tot zoeken naar monumentale sculpturen. De routegids
geeft meer zekerheid aan de wandelaar. Het zorgt voor visueel houvast,
maar niet altijd. Het woord RAW geeft precies de bedoeling weer van
curator Chris Driessen: "Het staat voor kunst die naar niets verwijst
dan zichzelf en voorgangers. Zo'n noemer is breed en dat doen we bewust;
een van onze doelstellingen is namelijk het maken van nieuw werk, dat
we ook financieren, en dan moet je niet te afgebakend formuleren."
Steeds zoekt Driessen opnieuw naar kunstenaars en werk. Het bospark
De Oude Warande vormt daarin een blijvende bron van inspiratie. Na vier
edities blijkt de beeldenmanifestatie in De Oude Warande een blijvend
internationaal referentiepunt te zijn geworden. Voor kunstenaars en
publiek. Een lustwarande vol beeldhouwkunst.
De
Lustwarande 'll RAW, t/m 25 september 2011. De hoofdingang bevindt zich
op de hoek van de Bredaseweg en de Warandelaan in Tilburg. Website:
www.lw11.nl.
In
Museum De Pont in Tilburg loopt gelijktijdig een expositie van de Belgische
beeldhouwer Peter Buggenhout. Deze tentoonstelling vormt een onderdeel
van Lustwarande '11 RAW (www.depont.nl).
Wim Adema
is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen
over beeldende kunst in diverse media. Klik hier
om zijn website te bekijken.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
Interdisciplinaire
kunst op het Open dans festival 2011
Op
het Open Dans Festival dat in juni van dit jaar in Rotterdam werd gehouden,
kwam ik twee voorstellingen tegen die techniek en de menselijke inbreng
met elkaar in verbinding brengen. Interdisciplinaire kunst met een hoog
technisch karakter, maar met een onmisbare menselijke inbreng tijdens
de performance. Niet een ondersteunende inbreng zoals bijvoorbeeld een
technicus heeft, maar inbreng die zich in het zichtveld van het publiek
als onderdeel van het visueel gebodene bevindt. Het Open Dans festival
vond plaats in het RO theater dat in het centrum van Rotterdam is gevestigd.
Beide voorstellingen werden gegeven in de kleine zaal van het RO theater.
Door
John Giskes
De voorstelling
Mix[ing]redients vond plaats in een heel druk ingerichte ruimte. Tussen
het publiek op de eerste rij stonden 3 computers (laptops) en twee projectoren
opgesteld. Een danseres in een soort opengewerkte tutu, met net boven
haar bil een soort kastje, waaruit draadjes komen die leiden naar een
plaatje aan de achterkant van haar schouder. De voorstelling begint
en aan het publiek wordt gevraagd op de laptops netwerkadressen in te
typen. Aan het publiek wordt tevens gevraagd hun mobiele telefoons uit
te doen. Op een bepaald moment is de techniek blijkbaar in orde en gaat
het zaallicht uit.
| 
|
|
Sjoerd
Leijten |
Dieter
Vandoren |
Op de muren
projecties met strepen en allerlei onduidelijke figuren. De danseres
beweegt daarin, tegelijkertijd worden een aantal afschuwelijk krijsende
geluiden hoorbaar. De danseres beweegt over het toneel, dat zich op
gelijk niveau bevindt als de toeschouwers. Het ziet er allemaal leuk
uit, het is niet duidelijk hoe het allemaal werkt, maar er gebeurt iets.
Aan het eind van de voorstelling leggen de makers uit wat wij eigenlijk
gezien en gehoord hebben. Op de rug van de danseres zijn een geluidsmodule
en een lichtgevoelige cel aangebracht. Door zich in en uit het licht
te plaatsen controleert de danseres het geluid. Het is eigenlijk de
bedoeling dat de toeschouwers met hun mobiele telefoon invloed kunnen
hebben op de voorstelling, door het aansturen van één
van de projectoren. Tijdens de voorstelling die ik gezien heb is dat
niet gebeurd. Niettemin was het een voorstelling die de nieuwsgierigheid
opwekt.
Toen het
publiek de kleine zaal van het RO theater betrad, werd het opgevangen
door Dieter Vandoren, de kunstenaar zelf. In de zaal was een driehoekige
installatie te zien. Ik herkende beamers, die met een bundel kabels
aan elkaar verbonden waren, aldus een duidelijke driehoek vormend. Het
publiek werd uitgenodigd om rondom deze installatie plaats te nemen.
Dieter weerhield ons ervan om de driehoek te betreden, later vertelde
hij mij dat bewegingen binnen de driehoek het computerprogramma zouden
verstoren. Want een computer was het andere apparaat dat deel uitmaakte
van deze installatie. Eenmaal de deuren gesloten werd er een lichte
mist gegenereerd door een nevelmachine.
Dieter
Vandoren, 'Integration.03' op het Open Dans festival 2011
Dieter
ging in het midden van de driehoek staan, de drie beamers stuurden dunne
stralen licht naar hem. Die lichtstralen waren duidelijk zichtbaar door
de nevel. De performer was in een witte overal gekleed, hij bewoog langzaam
in de lichtsculptuur, daarmee het licht en het geluid sturend. Er waren
drie instellingen in deze performance, eerst met dunne langgerekte bundels
licht, later strepen licht die een patroon op zijn kostuum veroorzaakten.
Het laatste deel deed denken aan een figuur die aan laserstralen van
een alarmsysteem probeert te ontsnappen. Een visueel interessante performance
afwisselend en met interessante geluiden. De toeschouwer komt in aanraking
met een vreemde wereld, waarvan de regels hem onbekend zijn. De kunstenaar,
Dieter Vandoren is naast kunstenaar ook technicus/computerprogrammeur.
Pure multimediakunst, gebruik makend van de modernste technieken. Het
is heel leuk om een performance van Dieter mee te maken.
Links:
www.sjoerdleijten.nl;
http://dtr.noisepages.com;
http://dietervandoren.net.
John Giskes
is een veelzijdig beeldend kunstenaar. Website: www.xs4all.nl/~johngis/nav/
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
La
Sculpture flottante Otterlo
De
beeldentuin van Museum Kröller-Müller te Otterlo heeft reeds
jarenlang een grote aantrekkingskracht op de liefhebber van beeldhouwkunst.
Het uitgestrekte, heuvelachtige park lijkt de beeldhouwer een unieke
werkplek te kunnen bieden.
Door
Wim Adema
| Het
is natuurlijk een intrigerende vraag of de ruimtelijke mogelijkheden
ook werkelijk door de kunstenaars gebruikt zijn. In hoeverre vormen
de geplaatste beelden, installaties en paviljoens een harmonie
met hun omgeving en ontstond een nieuwe ruimtelijke identiteit?
Na een wandeling door dit beeldenpark blijkt die vraag nog niet
gemakkelijk te beantwoorden. Men kan namelijk tussen de beelden
en installaties in dit park een groot contrast ervaren in ruimtelijke
werking. |
|
| |
Marta
Pan, 'Sculpture flottante, Otterlo', 1960 - 1961, vijver, glasvezel
versterkt polyester, aluminium, 216 x 226 x 185 cm.
|
Een aantal beeldhouwers gaat zeker geen gesprek aan met de hen omringende
natuur. Zij kozen voor een monumentale en autonome vormgeving. Hun beelden
en installaties eisen de ruimte op, maar vormen geen dialoog met hun
omgeving. Opmerkelijk is echter de creatieve visie van Marta Pan. Zij
ontwikkelde voor het park in Otterlo een schitterend driedimensionaal
antwoord.
Water en wind
Haar drijvende sculptuur uit 1960-1961 blijkt na vijftig jaar nog niets
aan beeldkracht verloren te hebben. De 'Sculpture flottante Otterlo'
vormt voor mij nog steeds het hart van de beeldentuin. Water en wind,
licht en beweging vormen haast ongemerkt de ingrediënten van een
ruimtelijk spel tegen een decor van vele tinten groen. Soms nauwelijks
bewegend vindt 'la sculpture flottante' echter nooit rust.
Ook als het windstil is en men rond de grote vijver wandelt, verandert
de 'zwaan' steeds van vorm. Deze drijvende sculptuur doet namelijk denken
aan een zwaan. Majesteus en langzaam bewegend. Als haar gesloten buitenvorm
beweegt op de wind en licht schommelt door de waterstroming ontstaat
in het water een open tegenvorm met geheimzinnige binnenruimtes. Het
is opmerkelijk dat haar beeld op twee manieren ervaren kan worden: veraf
en dichtbij. Op een afstand valt vooral de harmonie van haar lijnenspel
met de omringende natuur op. Door haar beweging in de wind krijgt haar
omgeving een dynamisch karakter. Onverwachte bewegingen en verrassende
wendingen ontstaan bij de bezoekers. Dichtbij regisseert de wind een
doorlopende verandering tussen twee beelden.
Een dubbel beeld
Marta Pan lijkt de innerlijke structuur van dit beeldenpark begrepen
te hebben. Zij ontdekte wat nog ontbrak. Namelijk: een beweging, water,
wind en ruimtelijk avontuur. Het is duidelijk dat temidden van de vele
'statische' beelden in dit park juist water en beweging een extra kracht
kunnen toevoegen aan de reeds aanwezige dynamiek van wind in planten,
struiken en bomen. Deze sculptuur lijkt het landschap van de beeldentuin
haar ultieme vorm te hebben gegeven. Er ontstond een fascinerend driedimensionaal
spel. Dichtbij domineert boven water een gesloten bovenvorm die haar
sierlijkheid benadrukt. Onder water spiegelt echter een geheimzinnige
open tegenvorm. Als kijker ervaart men in feite twee drijvende objecten.
Boven water ziet men haar beeld van open naar gesloten veranderen, terwijl
in de diepte van het water een verborgen volume zichtbaar wordt. Een
dubbelbeeld zonder weerga. Er lijken twee identiteiten aanwezig te zijn.
Tegenover de concrete bovenvorm contrasteert een verborgen binnenwereld
in het water. Door de ronddraaiende beweging opent zich in het water
steeds een verborgen onderkant, die wel boven het water ontstaat. Bovenaf
is dat niet zichtbaar, alleen door de waterspiegeling ontstaat een unieke
binnenvorm.
De
essentie van beeldhouwkunst
In de beeldende kunst kan men soms getuige zijn van pure schoonheid.
Dat gebeurde ook in Otterlo. Marta Pan zocht de grens op van de beeldhouwkunst.
Bij haar passen vorm, lijn, kleur, licht en volume schijnbaar naadloos
in een ideaal concept. Met dit beeld raakt zij de essentie van beeldhouwkunst.
Zij plaatste haar bijzondere sculptuur in een perfecte ruimte en creëerde
tevens voor de kijker een onontkoombare visuele ervaring. Er zijn natuurlijk
in dit beeldenpark meer beeldhouwers die een relatie zochten met de
natuur, zoals Cornelius Rogge, Mario Merz of Marinus Boezem, maar niemand
benaderde naar mijn mening het spontane en creatieve concept van deze
beeldhouwster. Met haar poëzie versterkte de zwaan namelijk de
ruimte van dit landschap. Ik zag dit beeld voor het eerst in de jaren
zeventig. Het bleef steeds in mijn herinnering. Veertig jaar later,
nu, beweegt de zwaan nog steeds geruisloos op de rimpelingen van het
water en verhuldt zij nog steeds haar identiteit.
Het beeldenpark van Museum Kröller-Müller, Houtkampweg
6, Otterlo is het gehele jaar open. Website: www.kmm.nl.
Wim
Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen
over beeldende kunst in diverse media. Klik hier
om zijn website te bekijken.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
Nog
twee haiku's van Ria Giskes (RdB).

Haiku:
Ria Giskes-Pieters; foto: ©John
Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.
Terug
naar boven
Elmgreen
& Dragset
The One & The Many in Onderzeebootloods Rotterdam
De
metalen schotten worden opzij gezet. Ze kletteren hard tegen elkaar.
Twee mannen met 'Security' op hun sweater werken rustig door om de deuren
te openen. Tafels en banken worden buitengezet. Een jongen met baard
en krulletjes loopt een beetje rond. Zon en wind, hijskranen, water.
Door
Lea Nieuwhof
| De
toegang tot de tentoonstelling bestaat uit een lange halfronde
buis van golfplaten. Affiches beloven licht aan het einde van
de tunnel. Voor de pinautomaat heeft iemand een mand met baby
laten staan. De straatmuzikant is net even weg en heeft zijn bril,
pillen, shag en blindenstok laten liggen. Aan het einde van de
tunnel is het donker. Ver kan je niet kijken in de hoge en wijde
ruimte van de hal. Plompverloren voor je neus staat een vierkant
flatgebouw. De enige lichte plekken zijn de ramen. Vanuit een
hoek komt het geluid van een luide stem en opgewonden muziek.
Door de half opengeschoven zwart-wit gestreepte gordijnen van
het raam naar binnen kijkend zie je |
|
| |
Elmgreen
& Dragset, 'The One & The Many' (2011). Museum Boijmans
Van Beuningen. Foto: Tot en met ontwerpen. |
de bewoner
liggen op de bank, kijkend naar een scherm waarop de openingsintro van
X -Factor voorbijraast. Nee, niet echt, ook deze persoon is net even
weg, terwijl hij lag te lezen in een boek met briljante ideeën.
Je ziet wat foto's op de muren. Zijn het vrienden, familie, is het de
bewoner zelf? De inrichting is consequent en gedetailleerd uitgevoerd
in wit en zwart en simpele geometrisch vormen. De bolvormige lampen
zijn opgebouwd uit draden. Een mand ligt vol stressballen gemaakt van
elastiekjes.
Elmgreen
& Dragset
Elmgreen & Dragset is een Scandinavisch kunstenaarsduo. Ze zijn
bekend geworden met grootschalige installaties, die als onderwerp de
invloed van de stedelijke leefomgeving op mensen hebben. Bij de expositie
is in de tweede hal een korte filmische inleiding te zien. Ze verwijzen
daarin naar eerder werk. Hierin bekritiseren ze de codes en gedragingen
van de kunstwereld en leggen ze een relatie tussen 'the white
cube' waarin volgens hen wereldwijd moderne kunst gepresenteerd
wordt en de manier waarop ziekenhuizen en gevangenissen gebouwd en georganiseerd
zijn. Ze bekritiseren de starre structuren en de kille zakelijke vormgeving
van hedendaagse openbare ruimtes, omdat die volgens hen mensen belemmeren
in het waarmaken van hun dromen en in het leggen van contacten.
Op uitnodiging
van Museum Boijmans Van Beuningen presenteren zij 'The One & The
Many' in de Onderzeebootloods op Rotterdam Heijplaat. Het werk is onderdeel
van een drieluik. Andere onderdelen hiervan zijn 'The Welfare Show',
geëxposeerd in de Serpentine Gallery in Londen 2005/2006 en 'The
Collectors', gepresenteerd op de Biënnale van Venetië in 2009.
Bij 'The Welfare Show' lag de nadruk op de steriele leefomgeving van
ziekenhuis en wachtkamer. Bij 'The Collectors' zagen we de luxueuze
wereld van een kunstverzamelaar gecombineerd met sporen van agressie
en geweld.
In 'The
One & The Many' zijn de verlangens en frustraties van de sociale
middenklasse het onderwerp. Door de verschillende ramen kun je binnen
gluren in de levens van de bewoners. De afwezige bewoners leven tussen
hun droom, verlangen en hun dagelijkse werkelijkheid. Ze proberen zichzelf
te verheffen, dromen waar te maken of ze zijn tevreden met pilsjes,
sigaretten en flikkerende beeldschermen. Kleine trofeeën en prijzen
herinneren aan een moment van glorie.
Een Chinees
gelukspoppetje zwaait met de hand om het geluk vast te houden onder
het licht van TL- lampen. Aan de muur hangt een grote foto van een Aziatische
schoonheid met een kroontje. Op het beeldscherm aan de muur is een videoclip
te zien. Een vrouw met lange haren slentert zingend door een haven,
de plek waar mensen vertrekken en arriveren. De wok staat op het fornuis.
De slippers liggen op de vloer. Een tijdschrift op de keukentafel geeft
tips om haar te verven en te verzorgen.
Bezoeker
als voyeur of deelnemer
De bezoeker dwaalt rond in het donker aangetrokken door de verschillende
vormen die het licht en de geluiden aannemen. Vanuit elke gezichtshoek
kun je weer nieuwe dingen waarnemen en zo vorm je langzaam een voorstelling
van de bezigheden van de bewoners. Een donkere trap voert naar een overloop
met verrekijkers, waarmee je in de bovenste ramen van het gebouw kan
kijken. Achter het gebouw flikkeren de sterren van het reuzenrad. De
jongen met krulletjes haalt een grote sleutel uit zijn zak en opent
de deuren van het reuzenrad voor je. Op de vloer verschuiven heel langzaam
een paar ovale lichtvlekken. Er staat een bronzen beeld van een naakte
vrouw, een kopie van een bestaand kunstwerk. Je ziet nog een beetje
de gietnaad. Soms zitten er mensen op de bankjes die om het beeld staan.
Soms heeft ze alleen de aandacht van een witte rat. Tussen het zwerfvuil
van waterflesjes en sigarettenpakjes ligt een schelp met een afdruk
van rode lippen.
|

|
In
de verte gaat een lichtreclame aan en uit. In het fel verlichte
openbare toilet hangt een jongen tegen de condoomautomaat. Hij
reageert hautain op een bezoeker die hem aanspreekt. De afvoerbuizen
van twee pisbakken zijn met elkaar verstrengeld in een innige
omhelzing. De stedelijke ruimte wordt met paaltjes, stoeptegels,
lantarenpalen, betonnen banken en een enkel boompje tussen de
tegels vormgegeven. Een limousine, het symbool van glamour en
roem ligt ontmanteld en onttakeld in een hoek. Een naslagwerk
van de Nederlandse en Vlaamse schilderkunst slingert naast colablikjes
in een vuilcontainer. Mensen lopen rond in het donker en voeren
telefoongesprekken.
De
installatie wordt zo gepresenteerd dat de bezoeker voortdurend
van rol wisselt. Hij is de voyeur, de afstandelijke kijker of
hij is zelf de bewoner van een ruimte, de persoon die droomt,
de immigrant met heimwee, de bezoeker van een internetsite om
contact te leggen. Hij is de onbekende in de nacht, de wandelaar
op straat, de in een telefoon pratende persoon op de bank. Terwijl
de bezoeker zijn waarnemingen en indrukken uitbreidt, kan hij
het verhaal en de verbanden tussen de waargenomen situaties
verder ontwikkelen. De leegte die ontstaat door de afwezigheid
van de personages, wordt door de fantasie en de inleving van
de toeschouwer ingevuld.
|
Elmgreen
& Dragset, 'The One & The Many' (2011). Museum Boijmans
Van Beuningen. Foto: Tot en met ontwerpen. |
|
Om een
dergelijke totaalervaring te bewerkstelligen maken Elmgreen en Dragset
gebruik van een gedetailleerd en natuurgetrouw vormgegeven decor, licht,
geluid en moderne beeldmedia als tv en computer. Acteurs van het Rotheater
mengen zich met het publiek. De wereld van de kunst is teruggebracht
tot een poster van Chagall's 'Bruiloft', een naslagwerk over de schilderkunst
in de vuilnisbak, de verstrengelde afvoerbuizen, een flikkerende reclame,
een standbeeld. Ze is nauwelijks opgewassen tegen de sporen van dagelijks
gebruik en slijtage.
Elmgreen
& Dragset, 'The One & The Many', t/m 25 september 2011, Onderzeebootloods,
RDM-straat 1, Rotterdam. Websites: www.onderzeebootloods.nl;
www.boijmans.nl.
Lea Nieuwhof
is beeldend kunstenaar.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
Joaquin
Torres-García, een herinnering
Een bericht in het kunstblad Collect (nr. 05-2011) vestigde
mijn aandacht op een belangrijk beeldend kunstenaar uit Uruguay: Joaquin
Torres-García. Een expositie in het Museu Nacional d'Art Catalunya
te Barcelona toont een overzicht van zijn werk. Opmerkelijk vond ik
direct zijn beeldtaal en de karakterisering van Torres-García:
hij was met Mondriaan en Van Doesburg een pionier van de geometrische
abstracte kunst in de eerste helft van de vorige eeuw. Die verbinding
tussen Uruguay en Europa intrigeerde mij en vormde een uitgangspunt
voor een profiel van zijn persoon, leven en werk.
Door
Wim Adema
Joaquin Torres-García werd in 1874 te Montevideo (Uruguay) geboren.
Al jong trok hij echter naar Europa om daar te studeren. Bij Vinardelle
te Barcelona volgde hij lessen in tekenen, schilderen en beeldhouwen
(1891-1896). Het constructivisme en de precolumbiaanse kunst vormden
zijn inspiratiebronnen. Reeds vroeg ontwikkelde hij een eigen beeldtaal,
waarin hij op een geometrische vlakverdeling symbolen van concrete voorwerpen
en herinneringen beeldend vorm gaf. Met zelfgevonden hiërogliefen
probeerde Torres-García in een primitieve stijl alledaagse taferelen
uit te beelden. Met name zijn pictogrammen zijn hiervan een goed voorbeeld.
Een werk uit 1942 laat een 'stadsconstructie met de universele mens'
zien. De rijke symboliek in dit werk toont zijn inspiratiebronnen: de
zon, de mens, het huis, water en vissen. Deze symbolische taal is in
zijn hele oeuvre steeds aanwezig.
Universalismo constructivo
In de eerste helft van de twintigste eeuw vormde Joaquin
Torres-García een belangrijke verbinding
tussen Zuid-Amerika en Europa. Zijn herinneringen aan de Precolumbiaanse
kunst en cultuur blijven zeker een inhoudelijke leidraad vormen in zijn
beeldende werk, maar tegelijkertijd onderging Torres-García de
nieuwe stijlontwikkelingen in Europa. Met name het werk van Piet Mondriaan
en Theo van Doesburg sprak hem bijzonder aan. Geestelijk voelde Torres-García
zich verwant met het constructivisme en verdiepte hij zich in het geometrische
vlak. Net als Van Doesburg en Mondriaan zocht hij naar een inhoudelijke
grensverlegging van mens en kunst. Men kan het omschrijven als een 'universalismo
constructivo'. De groep 'Cercle et Carré' vormde voor deze drie
kunstenaars een inhoudelijk platform. Het kubisme, surrealisme, purisme
en constructivisme gingen vooraf aan de door hen ontwikkelde geometrische
abstractie. Rond 1929 kenmerkte het werk van Joaquin Torres-García
zich door een sobere stijl, veel kleuren en veelvuldige grafische tekens.
Hij beschreef dit als een 'vouloir construire'. De eerste expositie
van de groep Cercle et Carré in 1930 werd geopend door Torres-García
zelf. In een indrukwekkende toespraak schetste hij de achtergrond van
het kubisme en de zoektocht naar een neo-plastiek. Toen reeds viel zijn
grote denkkracht op en zijn vermogen om de inhoud van de beeldende kunsten
te benoemen en een nieuwe richting te geven.
Universeel kunstenaar
Torres-García verbleef tijdens zijn leven in talrijke landen.
Opmerkelijke periodes waren: de Verenigde Staten (New York, 1920-1922),
Italië (1922-1924) en Frankrijk (Parijs, 1924-1932). Met name Spanje
was vooral in de beginperiode van zijn artistieke ontwikkeling heel
belangrijk. Vanaf 1934 keerde hij terug naar Montevideo en bleef daar
wonen tot aan het eind van zijn leven in 1949. Uruguay vormde dus een
begin- en een eindpunt. Zijn reizen en verblijf in Europa hebben echter
mede een grote invloed gehad op de geestelijke inhoud van zijn werk;
zij versterkten hem in zijn opvattingen over de essentie van het menselijk
bestaan. Zijn zoektocht naar de mens, haar beschaving, godsdienst, de
natuur en astrologie verdiepte zijn verlangen naar harmonie in zijn
composities. In een rasterachtig patroon probeerde hij zijn ervaringen
te vertalen in autonome tekens. Er ontstond een naiëve stijl met
verwijzingen naar precolumbiaanse beeldhouwkunst. In een raster met
universele symbolen toont hij zijn geloof in de werkelijke kracht van
Latijns-Amerika.
La tradición del hombre abstracto
Joaquin Torres-García werd een universeel kunstenaar: schrijver,
leraar, theoreticus, beeldhouwer en schilder. Een man met een zeer grote
invloed op kunstenaars. Zeker in de eerste helft van de twintigste eeuw.
In 1935 vormde hij in Uruguay de 'Asociación de Arte Constructivo,
Luego el taller Torres-García, a Escuela del sur' en vormde
daarmee in Zuid-Amerika tevens een verbinding met kunstenaars in Chili
en Argentinië. Reeds in 1912 inspireerde hem 'Consideraciones a
propósito del cubisme y del estructuralisme pictórico'
van Eugenio d'Ors. Talrijke publicaties ondersteunden zijn beeldende
werk: 'La tradición del hombre abstracto uit 1936; 'Metafisica
de la prehistoria indoamericana' uit 1939 en het boek 'Universalismo
constructivo' uit 1941 getuigde van zijn geestelijke en artistieke
zoektocht. De huidige expositie over Joaquin Torres-García in
Barcelona zal ongetwijfeld de onderstroom zichtbaar maken van een artistiek
bijzonder vruchtbaar en inspirerend leven. Deze tentoonstelling is een
belangrijk initiatief van het Museu Nacional d'Art de Catalunya. Zijn
werk blijft belangrijk, ook nu.
De expositie over Joaquin Torres-García loopt t/m 11
september in het Museu Nacional d'Art Catalunuya (MNAC), Palau Nacional,
Parc de Montjuïc, Barcelona. Website: www.mnac.cat.
Wim Adema
is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen
over beeldende kunst in diverse media. Klik hier
om zijn website te bekijken.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
Een
beweeglijke blik
Het intrigerende werk van Helly Oestreicher in Boijmans van Beuningen.
Met een kleine expositie in een vitrine geeft Museum Boijmans Van Beuningen
aandacht aan het bijzondere en eigenzinnige werk van Helly Oestreicher.
Verstopt in een smalle gang achter zaal F wordt een selectie uit vijftig
jaar werk getoond.
Door
Lea Nieuwhof
| Helly
Oestreicher werd in 1936 geboren in Karlovy Vary in de Republiek
Tsjechië. Ze werd opgeleid als keramisch- industrieel ontwerper
aan de huidige Rietveld Academie. Haar objecten hebben in tegenstelling
tot wat men verwacht van keramiek geen enkele gebruiksfunctie.
Het zijn ruimtelijke objecten, bedoeld om de verbeelding te prikkelen.
Er kan niets in, maar ze 'om'vatten ruimte. Een vroeg voorbeeld
is 'Vogelhuis', dat is aangekocht door Boijmans. De vorm is samengesteld
uit drie op elkaar gestapelde cilindervormige elementen. Elk element
bestaat uit een smallere en een bredere holle cilinder. Je kunt
naar binnen kijken en ziet een glanzende, warm okerkleurige glazuur.
Je krijgt het gevoel dat je even een tikje moet geven om de stapel
recht op elkaar te zetten, maar de afwijkingen zijn erin gebakken.
De strakke vormen zijn op de draaischijf gemaakt. Ook in de afwerking
met het matte grijsblauwe glazuur zijn geen zichtbare onregelmatigheden.
Zelf spreekt zij van 'antipotten'.
Sterker
nog werkt de ruimtelijkheid bij 'Gras' (1981). 'Gras' bestaat
uit vijf achter elkaar liggende U-vormige elementen. Elke scheidslijn
tussen de elementen is scheef. De openingen tussen de vormen worden
lichte lijnen, die als in de wind wiegend gras zachtjes heen en
weer lijken te bewegen, wanneer de kijker langs loopt. |
|
| |
Helly
Oestreicher, 'Vogelhuis', 1961, keramiek, 29.5 x 13 x 13 cm. Foto:
Thijs Quispel. |
Vormen
en lijnen zijn strak. Objecten worden opgebouwd door herhaling en ritme.
Glazuren zijn mat, ingetogen en onbestemd van kleur. Mengkleuren ontstaan
door de onderliggende kleur van het materiaal.
Deze strakke
beheerste vormgeving gaat in de loop van de jaren over naar een lossere
spontane stijl. Grillige vormen en lijnen wisselen strakheid en regelmaat
af. Helly Oestreicher combineert materialen zoals glas, brons, baksteen
met keramiek. Ze blijft voortdurend experimenteren met de diverse bewerkingstechnieken
van de materialen. De eigenschappen van de materialen bepalen steeds
sterker de vormgeving. Wel gebruikt ze nog elementaire ruimtelijke vormen
als bij voorbeeld ronde en vierkante buizen, maar vormen zien er kwetsbaar
en onhandig uit. Soms lijken ze bijna mislukt. Ze zoeken naar evenwicht
en een wankele balans. De huid is glad of ruw, glanzend of mat. Werk
wordt vaak niet meer geglazuurd, maar heeft de eigen kleur van de materialen.
Verderop
is een ruimtelijk object dat bestaat uit twee kruisende diagonale vormen
(2001). De ene vorm bestaat uit een één centimeter dikke
vierkante glazen plaat met een schurend scherpe groene rand. Het transparante
glas lijkt afwezig behalve de ruwe rand, die een groen schuinstaand
vierkant vormt. Een bundel van vijf roodgebakken ruwe cilinders vouwt
om tegen het glas. De ronde vorm wordt net zo als bij een lege fietsband
plat en dubbelgevouwen. Uiteinden lijken afgebrokkeld. De huid is ruw
en barst bijna. Alsof de vormen door het glas geduwd worden gaan zij
verder aan de andere kant. Behalve de kleine autonome objecten die Boijmans
toont, maakt zij ook monumentaal werk en werk in opdracht.
Helly
Oestreicher, Kleine Werken, t/m 25 september, Museum Boijmans Van Beuningen,
Museumpark 18-20, Rotterdam. Website: www.boijmans.nl.
Lea Nieuwhof
is beeldend kunstenaar.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!
François
Morellet, een danseuse bleu en een weinig kitsch
Een zeer belangrijke kunstgebeurtenis vond deze maanden plaats
in het Parijse museum 'le Centre Pompidou'. De inmiddels 86-jarige Franse
beeldend kunstenaar François Morellet kreeg de gelegenheid een
overzicht te geven van zijn installaties: 'Réinstallations'.
Door
Wim Adema
Morellet
werd internationaal mede bekend door zijn talloze vernieuwende installaties.
Geïnspireerd door de Tjechische kunstenaar Pesanek en de Amerikaan
Dan Flavin begon hij sinds 1963 de neonbuis te gebruiken als beeldend
materiaal. Hoewel Morellet aanvankelijk vooral abstract schilderde,
raakte hij geïnteresseerd in de toepassing van industriële
materialen als rubber, neonbuizen, metaal en hout. Met name de mogelijkheden
van de neonbuis verraste hem.
Sinds
1952 was François Morellet hierdoor reeds gefascineerd. De rechte
lijn van dit licht gaf hem veel inspiratie. De brutaliteit en agressie
van haar licht versterkte zijn eigen beeldtaal. Met 'Le Groupe de recherche
d'art' (GRAV) had hij sinds 1960 contact. Samen met Francisco Sobrino,
Horaciò Garcia Rossi, Julio le Parc, Yvaral en Joël Stein
experimenteerde Morellet met kinetische effecten. Op wetenschappelijke
wijze zochten zij naar mogelijkheden voor de beeldende kunst. Deze experimentele
jaren waren voor Morellet zeer belangrijk. 'Le néon comme material
moderne' werd zijn voornaamste beeldmateriaal. Vanaf
1963 ontstonden de talrijke lichtobjecten met neonbuizen. Steeds opnieuw
herïnterpreteerde deze Franse kunstenaar zijn installaties en zocht
hij naar een nieuw perspectief. Aan het eind van de jaren zestig werd
de relatie met de architectuur steeds belangrijker voor hem. In expositie-
en museumzalen zocht hij steeds meer naar een inhoudelijke verbinding
met de aanwezige bouwstijlen. In zijn werk verschijnen dan begrippen
als 'néons pleureurs' en 'l'immortalité'. Er ontstaat
een spel met licht, een vervreemdende wereld en opwinding.
Een bekend parcours
In het Centre Pompidou hield François Morellet een gelijksoortig
parcours aan. De chronologische ontwikkeling van zijn installatiewerken
stond centraal. De titels van zijn werk lijken figuratief, mysterieus
en doen denken aan een woordspel, maar in feite maakt hij duidelijk
wat de essentie van zijn installaties is: een 'danseuse bleu' en een
weinig kitsch. Wie
zijn werk kent, ontkomt echter niet aan zijn dramatische werking, In
een zaal kunnen witte neonbuizen veranderen in een donker en mysterieus
blauw, dat weer door diepzwart omringd wordt. Zo'n installatie is aangrijpend,
maakt onzeker en desoriënteert. Zijn talloze bestaande kunstwerken,
zoals 'l'Église Saint Irène d'Istanbul' en 'le Musée
de Dyon' veroorzaakten ingrijpende veranderingen. De interieurs van
deze gebouwen veranderden, maar ook zijn 'ingrepen' aan de kades van
de Seine. Installaties in de lucht, op de muren en in de bomen veranderden
tijdelijk mens en omgeving.
François
Morellet formuleerde het als volgt: 'La qualité doit être
ephémères': de kwaliteit moet kortstondig zijn. Wanneer
men het werk van Morellet overziet, dan ontstaat een constante geestelijke
beweging. De kunstenaar vernieuwt steeds zichzelf en neemt zijn oudere
werk als vertrekpunt. Dat gebeurde ook in zijn 'Réinstallations'
in het Centre Pompidou te Parijs. Morellet lijkt doorlopend creatief
onderweg te zijn. Op zoek naar nieuwe experimenten en situaties zoals
in 'La nuit blanche à Paris' (2005), die de kades van de Seine
tijdelijk veranderde.
De
tentoonstelling 'François Morellet, Réinstallations' was
van 2 maart t/m 4 juli 2011 te zien in het Centre Pompidou. Website:
www.centrepompidou.fr.
Wim Adema
is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen
over beeldende kunst in diverse media. Klik hier
om zijn website te bekijken.
Terug
naar boven |
Print
dit artikel!