Aug. -sept. 2011, 6e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus 268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL OPINIE AGENDA UITGELICHT DOSSIERS ARCHIEF COLOFON
Voorpagina
artikel
over kunst en kunstenaars meningen
en columns
actuele
exposities
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit alle 
vorige nummers

de laatste  
drie nummers

Informatie over
Het Beeldende Kunstjournaal
 

Voorkant

De Mesdag Collectie

Trouwe bezoekers zullen misschien opkijken van de veranderingen in het Haagse Museum Mesdag: minder schilderijen aan de muur en minder boven elkaar, rond veertig procent van wat er voorheen tentoongesteld werd zit in het depot. Deze aanpak geeft meer kijkrust. De gangen zijn gebruikt om de tijd en de persoon van Hendrik Willem Mesdag te belichten, vooral door middel van historische foto's. En de decoratieve kunstwerken zoals vazen, offerbeelden en schalen hebben ereplaatsen gekregen.

Door Peter van Dijk

Na een verbouwing van meer dan twee jaar is het Mesdag museum in Den Haag sinds half mei weer open voor publiek. Het gebouw werd opgeknapt, beter beveiligd, schilderijen en lijsten werden gerestaureerd, de toegang is gewijzigd, de collectie werd opnieuw ingericht, eindelijk is er een levendig geschreven catalogus te koop, die ook het echtpaar Mesdag belicht en de naam is veranderd in De Mesdag Collectie. De voormalige naam Museum Mesdag suggereert het tonen van de schilderijen van Hendrik Willem Mesdag, de term 'collectie' wijst op een verzameling van meerdere schilders. Bovendien heeft de collectie een vleugje internationale allure. Denk aan de Frick Collection of Wallace Collection.

 
Daubignyzaal. Fotograaf Marleen Sleeuwits.

De Mesdag Collectie wordt sinds 1991 beheerd door het Van Gogh Museum en het zijn de conservatoren van dit museum die de verzameling een nieuwe glans gegeven hebben. Dat het Van Gogh de collectie onder zijn hoede heeft is begrijpelijk. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is de verzameling van Mesdag van groot belang voor het Amsterdamse museum. Vincent van Gogh kende en bewonderde vele meesters uit de Haagse School die ruim vertegenwoordigd zijn in de collectie, voorop zijn neef Anton Mauve bij wie hij les nam en die cruciaal is geweest voor zijn ontwikkeling als schilder. Als employé van het Haagse filiaal van de Parijse kunsthandel Goupil & Cie (van 1869 tot 1876) kon Vincent het werk van de Haagse schilders op zijn gemak bestuderen. In een brief bewonderde hij de directe wijze waarop zij de natuur weergaven, met "gevoel en impressie in plaats van suf- en dofheden."

Van Gogh bezocht geregeld exposities in Den Haag en is vermoedelijk Mesdag wel eens tegen het lijf gelopen. Hendrik Willem Mesdag was onvermijdelijk in Den Haag, hij zat in allerlei besturen, organiseerde exposities, zat breeduit op het strand te schilderen, verzamelde schilderijen en bezocht ongetwijfeld de winkel van Goupil. Vincent kende het werk van de schilder Mesdag goed, zo bezocht hij het 'Panorama van Scheveningen' vlak na de opening en recenseerde het in een brief aan zijn broer Theo: "Dat is een werk waar men alle respect voor moet hebben." Hij vond het enige gebrek van het schilderij dat het geen gebreken had.

'Het Panorama' uit 1881 is het schilderij dat Mesdag in Nederland beroemd heeft gemaakt. Nog altijd lopen toeristen de Mesdag Collectie binnen op zoek naar het 'Panorama van Scheveningen' dat zich een paar straten verder bevindt. De naamsverandering van het museum zal deze vergissing niet voorkomen. Maar Mesdag was al voordat hij 'Het Panorama' schilderde de bekendste Nederlandse schilder van zijn tijd. In Parijs had hij vroeg in zijn carrière, in 1870, met een indrukwekkend zeegezicht op de fameuze Salon een gouden medaille gewonnen. Ook in Nederland won hij belangrijke prijzen. In zes jaar tijd wist de schilder een klinkende reputatie op te bouwen en nog een leuke aanvulling op zijn fortuin te verdienen met zeegezichten, vissers, kotters, die ook buiten Nederland goed verkocht werden. Mesdag bleef de zakenman die hij in het begin van zijn loopbaan was, bankier in het bedrijf van zijn steenrijke vader. Hij stimuleerde de verkoop van zijn reproducties, richtte de Hollandsche Teekenmaatschappij op "om het aquarelleren te bevorderen," die jaarlijks een tentoonstelling organiseerde waarvoor Mesdag zelf inzond en als voorzitter het ingezonden werk van anderen als eerste mocht beoordelen en kopen. Verder was hij de drijvende kracht achter de kunstenaarssociëteit Pulchri. Mesdag was de spin in het Haagse kunstweb.

Erfenis
Toen Mesdag in 1881 een fortuin van zijn vader erfde, ging hij op grote schaal kunst verzamelen. Hij spendeerde tonnen aan de aanschaf van kunstwerken. Vooral de Franse School van Barbizon had zijn belangstelling. In 1882 kocht hij in totaal voor 114.902 gulden (omgerekend rond de 1.890.000 euro), onder meer een prijzig landschap van Charles-François Daubigny en 'Herfst' van Jules Dupré. De School van Barbizon geldt als de wegbereider van de Franse impressionisten. De leden werkten veel in de buitenlucht en schilderden de natuur en het boerenleven op een persoonlijke manier, losjes, natuurlijk, sfeervol.

Mesdag deelde hun voorkeur voor snelle schetsen, hij kocht liever een vlotte impressie dan een zorgvuldig en gedetailleerd uitgewerkte weergave. Grote namen van deze school zijn Jean-François Millet, Camille Corot, Charles-François Daubigny, Jules Dupré, Emile Breton en Théodore Rousseau. Van allen heeft Mesdag werk gekocht. Ook Vincent van Gogh had diepe bewondering voor de schilders van Barbizon, hij kwalificeerde hen als "het hart van de moderne kunst." Hoewel zijn eigen schilderkunst steeds persoonlijker en expressiever werd, bleef Vincent van Gogh schatplichtig aan de schilders van Barbizon. In 1889 schreef hij: "Ik geloof meer dan ooit in de eeuwige jeugdigheid van de school van Delacroix, Millet, Rousseau, Dupré, Daubigny."
Ezelstandplaats op het strand te Scheveningen, ca. 1876, Anton Mauve (1838-1888), De Mesdag Collectie, Den Haag.

Rijk, verzamelaar en zelf kunstenaar zijn is een vrij zeldzame combinatie. De Amerikaan William Henry Singer, die zich in Laren vestigde, was zo een gelukkige, in Frankrijk Gustave Caillebotte en Mesdag in 's Gravenhage dus ook. Er zijn weinig documenten, die onthullen welke afwegingen Mesdag maakte bij zijn aankopen. Wel zeker is dat zijn vrouw Sientje, zelf ook schilderes, een doorslaggevende rol in de besluitvorming speelde. Volgens een tekst van een kunsthandelaar uit 1919 was Mesdag "impulsief, snel in denken en doen, mevrouw was kalm en van voorzichtig overleg." Na de dood van Sientje in 1909 kocht Mesdag geen enkel kunstwerk meer. De Mesdag Collectie was het resultaat van hun beider smaak en inzicht en in veertig jaar tijd had het echtpaar een unieke verzameling bijeen gekocht.

De kern van de collectie bestond uit de School van Barbizon en de Hollandse uitwerking daarvan: de Haagse School. Daarnaast kocht het echtpaar voorwerpen die het mooi en geschikt vond voor hun huis, zoals Perzische tapijten, Turks koperwerk, Japanse altaarvazen, bronzen kraanvogels en aardewerk van de Nederlandse kunstenaar Theodoor Colenbrander. Ze verzamelden zoveel dat ze besloten een museum naast hun huis te bouwen. Vanaf 1887 konden kunstenaars en liefhebbers op de zondagochtend en alleen op afspraak de verzameling bewonderen. Mijnheer Mesdag deed persoonlijk de rondleiding en startte altijd in zijn eigen atelier. Ook Sientje's atelier werd op de ronde aangedaan. Daarna werd de moderne kunst in het museum bekeken. Het werk van de Mesdags hing tussen de collega's van de Haagse School en de School van Barbizon, Hendrik Willem had zichzelf en zijn vrouw al een plaats gegeven in de kunstgeschiedenis. Het museum was een monument voor zichzelf en zijn eigen generatie. De bezoekers waren verbluft door de kwaliteit van de collectie. De recensent Carel Vosmaer schreef in 1888: "Voor zeker deel der nieuwere kunst is deze verzameling iets geheel bizonders, dat elders zelden en in ons land zeker nergens in zulke eene mate en volledigheid wordt aangetroffen." Nog altijd klopt zijn mening: nergens buiten Frankrijk vindt men zo'n grote verzameling Haagse School en Barbizon-schilderijen van zo'n hoge kwaliteit.

Uitleg
Een rondgang leert dat de leidraad bij de verbouwing van het huis en het museum en de restyling van de collectie de volgende was: meer ruimte voor het kunstwerk en meer uitleg bij het kunstwerk. Waar mogelijk heeft de conservator de museale en huiselijke ideeën van de Mesdags intact gelaten. Historische context en moderne museale opvattingen zijn bij elkaar gebracht. Het respect voor de geschiedenis leidde tot een paar bijzondere, authentieke zalen. De tuinzaal met zijn zware wandkleden, vazen, houten vloer, donkere sfeer en zicht op de stille tuin door de grote ramen, geflankeerd door twee elegante bronzen kraanvogels uit Japan. Het licht in deze zaal is waarschijnlijk hetzelfde als in de tijd van de Mesdags. En daarmee ook de rust en de verstilling. Een andere historische zaal is de grote ovalen museumzaal met antieke banken, en aan de muur, onder andere, een van de schitterendste werken van Daubigny, een strandzicht in Normandië. Een rijkdom aan teksten geeft uitleg bij de schilderijen en hun historische context. Audiofoons zijn gelukkig niet nodig en afwezig. Er zijn twee korte en heldere videoprojecties gemaakt over het leven en werk van het echtpaar Mesdag, die in alle rust te midden van de schilderijen bekeken kunnen worden. In welk museum in een grote stad is dat nog mogelijk?

Vóór en in deze authentieke zalen staat keramiek tentoongesteld, vooral vazen en wandborden, van Theodoor Colenbrander. Mesdag was een van de eerste bewonderaars van deze kunstenaar en probeerde hem waar mogelijk te helpen en stimuleren. Hij nam aandelen in de plateelfabriek die het aardewerk van Colenbrander bakte. Hij kocht maar liefst 165 stukken van de kunstenaar. Colenbrander gebruikte verrassende kleuren, zachtgeel, goud, pastelroze, olijfgroen voor zijn bloem- en bladmotieven, geïnspireerd op islamitische kunst uit Turkije. Ook uit deze verzameling blijkt de goede smaak van de Mesdags.

 
Ondergaande zon bij Villerville, 1874, Charles-François Daubigny (1817-1878), De Mesdag Collectie, Den Haag.

Dankzij de herinrichting krijgt het unieke werk van Colenbrander naast de Aziatische kunstnijverheid een nieuw elan.

Appetizer
Het hart van de collectie blijft de schilderijenverzameling van het echtpaar. Een grappige vondst van de herinrichting is de eerste zaal, die vooraf gaat aan de tuinzaal en de grote museumzaal. Deze eerste zaal is een soort appetizer, waarin de bezoeker kennis maakt met een tiental schilders van de School van Barbizon en de Haagse School, zoals met Camille Corot en zijn 'Krijtrotsen bij Yport', de Belg Constant Gabriël, vertegenwoordigd door een nauwkeurig geschilderd boerenhuis annex moestuin, vol bijzondere kleuraccenten, een zelfportret van Gustave Courbet, met Mesdag en een schetsmatig havengezicht, met 'De Ezelstandplaats' van Anton Mauve.
In tegenstelling tot de bedoeling van Mesdag richt de aandacht zich nu minder op zijn werk en meer op dat van zijn tijdgenoten, vaak zijn dat bomen, haast onvermijdelijk bij natuurschilders, prachtige bomen van Dupré, gekapte bomen van Hippolyte Boulenger, houtkap van Théodore Rousseau, 'Houtverkoping' van Anton Mauve, dat Van Gogh tot zijn 'Houtverkoping' inspireerde.

Maar ook glorieuze kustlandschappen van Daubigny en Corot. Een ontroerend naakt slapend meisje van Gustave Courbet, een uitgeputte druivenplukker van Millet. Millet en Courbet zijn met meerdere schilderijen goed aanwezig. Voor zijn collectie Haagse schilders kocht Mesdag onder meer een aantal elegante strandschilderijen van Anton Mauve, maar zijn oog werd niet alleen door strand en vissers gebiologeerd.

Hij kocht ook landschappen, bijvoorbeeld van Willem Roelofs, Willem Maris en Willem van Konijnenburg, mensen in eenzaamheid, zoals het indrukwekkende 'Alleen' van Jozef Israels, vrolijke mensen, zoals op het schilderij 'Trompetles' van Isaac Israels, geconcentreerde mensen zoals 'De Keukenprinses' van Matthijs Maris. Voorwaarde was dat de voorstelling vlot geschilderd was, persoonlijk, onopgesmukt. Daarom kocht hij ook kerkinterieurs van Johannes Bosboom, waarin de stijl los was en de vrome intieme sfeer van de kerk voelbaar.

In zijn verzamelwoede kocht Mesdag honderden werken van de Haagse School en van de School van Barbizon, plus nog wat los werk van Italiaanse en Belgische kunstenaars. Een omvangrijke en rijke kunstschat. Met deze hoeveelheden in het depot, Mesdags eigen productie, het aardewerk, porselein, de wandkleden en andere objecten van kunstnijverheid kunnen nog vele schitterende tentoonstellingen gemaakt worden. Dat is een veelbelovend vooruitzicht.

Hendrik Willem Mesdag in zijn atelier, A.J.M. Steinmetz (1867-1950), De Mesdag Collectie, Den Haag.

De Mesdag Collectie is te bewonderen in een aangenaam en sfeervol museum, ver van de verstikkende drukte van grote tentoonstellingen, waar je de exquise verzameling nog in ongestoorde aandacht kunt bekijken, en je je al lezend en kijkend werkelijk kunt verdiepen in het artistieke klimaat rond de eeuwwisseling en in twee uiterst belangrijke kunststromingen van de 19de eeuw. De Mesdag Collectie is gelukkig nog steeds een goed bewaard geheim.

De Mesdag Collectie, Laan van Meerdervoort 7f, Den Haag. Website: www.museummesdag.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

Service

 

Nieuwsbrief
Verschijnt als er een nieuw nummer uit is.
Aanmelden kan door
een e-mail te sturen.

Facebook
Bezoek Het Beeldende Kunstjournaal op Facebook! Wordt fan!

Oproep
Vrijwiligers gezocht!

Uitgever
Het Beeldende Kunstjournaal
is een uitgave
van het
Platform
ArtizonTaal.