| |
Okt.
-nov. 2011, 6e jg. nr.5. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus
268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
|
|||||||
| VOORKANT | ACTUEEL | OPINIE | AGENDA | UITGELICHT | DOSSIERS | ARCHIEF | COLOFON |
| Voorpagina artikel |
over kunst en kunstenaars | meningen en columns |
actuele exposities |
opmerkelijke kunstberichten |
artikelen
uit alle vorige nummers |
de
laatste |
Informatie
over Het Beeldende Kunstjournaal |
| Actueel De schilder Jan Sluijters (1881-1957) werd in zijn tijd geregeld neergezet als een kunstenaar met weinig diepgang, een na-aper, of een productiemachine, die teveel vlak werk afleverde. Een oordeel dat in onze tijd nog doorklinkt. Door Peter van Dijk
In mijn ogen is de Van Rossum van Sluijters wel degelijk een 'fundamenteel' portret, van een man vol mededogen en vergeestelijking. De conclusie lijkt onvermijdelijk: veronderstelde diepgang of het gebrek eraan komt voor een deel voor rekening van de kijker. Een na-aper
is Jan Sluijters zeker geweest. Na-apen is een vrij gewoon onderdeel
van de artistieke opleiding. Iedere academieleerling werd vroeger met
een schetsboek het museum ingestuurd om erkende meesters na te tekenen.
Zo leren kinderen, zo leren artistieke talenten. Vakmannen leerden vroeger
hun vak in een meester-gezel verhouding. De vraag in het geval van Sluijters
is of het na-apen uit een tekort aan eigen artistiek vermogen voortkwam
en dus zijn hele artistieke leven heeft geduurd of uit puur enthousiasme
over het werk van zijn buitenlandse collega's en uiteindelijk
overging in een eigen stijl? In 1911 bezocht hij samen met Leo Gestel Parijs en zag tentoonstellingen van Picasso en Braque. Prompt brak er weer een nieuwe episode van experimenten aan. En waarom ook niet? Welke schilder heeft geen invloeden van voorgangers ondergaan? Invloeden van voorgangers is zelfs een nieuwe mode onder tentoonstellingmakers. De grote tentoonstelling De meesters van Picasso in Parijs in 2008-2009 trok ongeëvenaarde drommen bezoekers naar het Grand Palais. Het Parijse Musée d'Orsay toonde dit voorjaar Manet in zijn historische context. Onafzienbare rijen buiten en binnen. Het Van Gogh Museum in Amsterdam geeft permanent onderricht in de geestelijke vaders van Vincent van Gogh, in Amsterdam en in zijn annex in Den Haag, de Collectie Mesdag. Het heeft overigens wel lang geduurd voordat Sluijters zijn eigen constante stijl ontwikkeld had, ruwweg tot 1920, zo'n 15 jaar. Tenslotte de productiemachine-Sluijters. Het is waar, het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag is nog altijd aan het tellen hoeveel werken Sluijters gemaakt heeft en de tellers worden voortdurend verrast door nieuwe werken die door particulieren aangeboden worden op veilingen. Schattingen geven aan dat Sluijters een oeuvre heeft nagelaten van zo'n drieduizend schilderijen. Veel prachtig naast veel vlak werk. Hoogtepunten
se kunstnotabelen en botste herhaaldelijk met hen. In die zin was hij waarlijk een modernist op Hollandse bodem. Aan welke schilderkunstige beelden die artistieke notabelen gewend waren wordt in dezelfde eerste zaal mooi gedemonstreerd door 'Eliza wekt de zoon op van de Sunamitische vrouw', het zeer classicistische schilderij, zoetsappig als een echte Arij Scheffer, waarmee de tweeëntwintig-jarige Sluijters de Prix de Rome won in 1904. De prijs was een reisbeurs voor vier achtereenvolgende jaren, waarvan Sluijters er maar twee vol mocht maken. Na een bezoek aan Parijs schilderde hij als een Hollandse Toulouse-Lautrec twee zoenende vrouwen, de een roze gekleed de ander zwart, vuurrode lippen, elkaar in een zinnelijke vloeiende beweging omhelzend. De jury van de Prix de Rome oordeelde dat het goede geld niet aan dergelijke "drieste veronachtzaming der schoonheid in de vrouwelijke vormen, de quasi-schitterende maar pijndoende kleuren-wreedheid" verspild hoefde te worden en trok de reisbeurs doodleuk in. Onder deze juryleden bevonden zich zijn leraar prof. August Allebé, Pieter Josselin de Jong en Willem Maris, alle drie bekende schilders. Allebé was een fundamentalist, hij verbood aan het begin van de twintigste eeuw zijn leerlingen van de Rijksacademie de naam Vincent van Gogh in mond te nemen. Een halve eeuw eerder werd dergelijk autoritair regentengedrag ook nog in Frankrijk in de Academie gesignaleerd bij schilders van naam die bang waren voor concurrentie, maar na 1870 eigenlijk niet meer. Nederland leefde wel erg geïsoleerd van de grote wereld. De 'Femmes qui s'embrassent' werd ook op een tentoonstelling in Utrecht en door het Stedelijk Museum in Amsterdam geweigerd wegens "onzedelijke strekking." De afgewezen schilder trok zich enige tijd terug in Renkum en ging voor het eerst gedurende een lange periode buiten schilderen. Door het tumult rond zijn schilderijen van "onzedelijke strekking" was zijn naam wel bekender geworden en de kunstcritici begonnen zijn werk ook voorzichtig te prijzen. De criticus W. Steenhoff vond Sluijters begaafder dan Mondriaan. "Kwaliteiten in zijn werk moeten erkend zijn." En dan volgt de onvermijdelijke kritiek: "'Bal Tabarin' is niet zozeer een mislukking, maar een overmatigheid, een zeer handige pastiche der werken van sommige machtige ultra-moderne Fransen, een artistieke brooddronkenheid." Na-aper dus. Verstoring van het vertrouwde leidt vaak tot afwijzingen die verpakt worden in kritiek als na-aperij of decadentie. De arts-schrijver Frederik van Eeden kwalificeerde het werk van Sluijters, na een tentoonstelling te hebben bezocht als ziek. "Nooit heb ik zulke zuivere gevallen van acute decadence zoo duidelijk voor ogen gehad." Maar Sluijters had ook fans, hij werd enthousiast gesteund door Conrad Kickert, de criticus van de Telegraaf. In Parijs was Sluijters onder de indruk geraakt van het uitbundige kleurgebruik en de verfstreek van de impressionisten en zijn landgenoot Van Gogh. Tijdens een verblijf in Laren rond 1910 ging hij landschappen schilderen in felle kleuren en in pointillistische stijl, een techniek waarbij de gebruikte puntjes, blokjes en kleine streepjes van verf over het doek lijken te bewegen. Zelf schreef hij in een brief dat het gebruik van deze techniek niet voortkwam uit "een zoeken naar effect, door met kleur te patsen, niet vanuit een onmacht van gewoon realistisch te zijn (…) maar van een heviger voelen van een superioriteit van geest, die ontroerd wordt door de dingen, die boven het gewoon optisch waarneembare staan." Later gebruikte hij de term 'gevoelskleur'. Kortom, hij poogde de ziel van een landschap vast te leggen. Op de tentoonstelling hangen ettelijke spetterende Larense landschappen, 'Zonsopgangen', 'Oktoberzonnen', bosgezichten en prachtige verinnerlijkte 'Maannachten', rode en blauwe vlakken, grillige boomschaduwen en in de hemel een gele maan met halo's van rood en paars. Sluijters lijkt evenals zijn vriend Piet Mondriaan het pad van de abstractie in te slaan.
Boeren en boerinnen stileren tot langgerekte wezens met verfijnde vingers is misschien een aardig esthetisch experiment in verf, maar de geschilderde figuren zijn ongeloofwaardig gezien het harde boerenbestaan. De 'Staphorster boerin' uit 1915 is een mooi portret, maar eerder van een frêle balletdanseres verkleed als boerin dan van een boerin. Stijl en realiteit botsen pijnlijk, zonder zichtbare reden. Een logisch
vervolg op de gestileerde boerinnen zijn de gestileerde naakten die
Sluijters vanaf 1917 schildert. Deze naakten, dezelfde langgerekte figuren
als in Staphorst, verbeelden door hun wonderlijke sierlijke vormen de
wufte, verleidelijke stadse vrouwen. Ze zijn elegant, van een decoratieve
schoonheid, lange ledematen, emotieloos, bijna in hun bleekheid doods,
etalagepoppen. Ze doen sterk denken aan de portretten van Amedeo Modigliani.
De truc van overstilering werkte beter in Amsterdam dan in Staphorst. Zijn maniëristische liefde duikt rond 1920 nog een keer op in een serie danseressen, geïnspireerd door de Duitse danseres Gertrud Leistikow, die een lange soepele gestalte had. Ditmaal weet Sluijters met deze stijlfiguur overtuigend een sierlijke dans op te roepen. Zijn bescheiden kleurgebruik in het schilderij 'Danseres' (1920), overwegend warm rood, een beetje strogeel en groen, tegen een donkere achtergrond, verhoogt het effect van verstilde concentratie van de danseres. Ongetwijfeld een van de vele hoogtepunten van de tentoonstelling. Sluijters is nu rond de veertig jaar en zijn stijl, kleur en thematiek worden bedachtzamer. De permanente vernieuwingsdrang is verdwenen. Overzichtstentoonstellingen in Nederland zijn ondenkbaar zonder zijn inbreng. Zijn naam garandeert in die tijd hoge bezoekersaantallen en zijn werk fungeert als norm voor de kwaliteit van zijn collega's. Iedereen is het er over eens dat Sluijters het modernisme naar Nederland heeft gebracht. BNers willen zich alleen door hem laten portretteren. De gevierde pionier verdient er een fortuin mee. Na 1925 legt Sluijters zich in hoofdzaak toe op drie onderwerpen: stadsgezichten en landschappen, portretten en stillevens. In de interessante catalogus van de tentoonstelling, waarin overigens het kleurgebruik van Sluijters slecht afgedrukt staat, wordt deze rijpe Sluijters helder neergezet: realisme zonder opsmuk, forse expressieve techniek, veel kleur, primaire heldere thematiek zonder boodschap. Sluijters zelf zei in een interview: "Het gaat in de schilderkunst om de verdeeling van lijnen en vlakken, en wanneer het surrealisme evenals het futurisme uiting tracht te geven aan wat de kunstenaar in zijn onderbewustzijn voelt, dan acht ik dat alleen aanvaardbaar, wanneer hij inderdaad die gevoelens als schilder behandelt." Met een dergelijke opvatting maakte Sluijters zich kwetsbaar voor allerlei kritische opmerkingen in de trant van virtuoze schilder, maar lege vorm. Zeker van de kant van Nederlandse criticasters, voor wie diepgang blijkbaar een onmisbaar element in een kunstwerk is. Kunst zonder diepgang is hun ogen slechts decoratie.
Mengelberg wordt met zijn poenige bontkraag als een hautaine maestro neergezet, de natuurkundige prof. De Sitter wordt getypeerd door zijn verlegen maar intelligente ogen, kardinaal Van Rossum straalt spiritualiteit uit en zijn eigen vrouw heeft hij raak getroffen als 'grande dame'. Zijn portretten bewijzen dat Sluijters een karakter kon peilen en neerzetten. Hij zag meer dan alleen oppervlakte. Maar ook zijn virtuoze kant krijgt in deze periode dichterlijke allure. Een van zijn mooiste werken vind ik 'Stilleven met naakt' (1933). In stemmige kleuren -grijs, taupe, lichtbruin, roomwit, - schildert hij fruit, een paar vazen, een schaal, een kopje, een Afrikaans beeldje en een uitdrukkingsloze naakte vrouw, een helder wit overhemd losjes over de rechterschouder. De vrouw is geheel in zichzelf verzonken, stil en roerloos. Het naakt is zelf stilleven geworden, levenloos onderdeel van de compositie, los van sensualiteit en erotiek, elementen die Sluijters' vroegere werk vaak kenmerkten. Het enige leven op dit schilderij zit in de priemende oogjes van het Afrikaanse beeldje. Een zelfde poëtisch effect heeft 'Vrouwelijk naakt op de rug', de draai van de vrouw, haar armen en de ronding van haar billen ziet men terug in de witte amfoor op het tafeltje naast haar. In veel van Jan Sluijters' werk, dat binnen geschilderd is, treffen we vazen met bloemen, fruitschalen, flesjes, beeldjes uit Afrika. Ze zijn niet alleen mooi, maar geven ook accent aan de kleur en vorm van de andere objecten. Door al die aandacht voor detail en compositie, voor vorm en kleur gaf Sluijters zijn latere schilderijen, naast zijn beste portretten, een eigen diepgang. De diepgang van de harmonie en schoonheid. Sluijters,
t/m 20 januari 2012, Museum Singer Laren, Oude Drift 1, Laren. Peter van Dijk is journalist. Terug naar boven | Print dit artikel!
Interview:
Kunstenaars vertellen het verhaal van hun streek Museum De Oude Wolden in het Groningse Bellingwolde wil van een typisch 'klassiek' streekmuseum, waar de uiteenlopende collecties gescheiden in diverse zalen worden getoond veranderen naar een museum waar (regionale) kunstenaars de geschiedenis van de streek vertellen. Voor dit doel wordt het huidige museum op dit moment ingrijpend verbouwd. Daardoor kan meer betekenis worden gegeven aan de collecties streekgeschiedenis en moderne kunst, zodat een bezoek aan het museum een ware belevenis wordt. Een interview met de directeur die dit proces begeleidt, mevrouw Obby Veenstra. Door Rob den Boer
Het museum bevindt zich aan dezelfde weg, in de stenen schuur van een herenhuis dat is afgebroken. De schuur heeft vervolgens, na een verbouwing waarbij ook ramen in de muren werden aangebracht, tot woonhuis gediend. Binnen is de oude haard nog steeds te bezichtigen in wat nu de ontvangstruimte is, waar ook wisselexposities worden gehouden. Daarachter bevindt zich nieuwbouw, doorsneden door een lange gang met glasoverkapping. Directeur Obby Veenstra leidt me rond. We beginnen in de grootste zaal waar foto's van arbeiders hangen, in of om hun huis. De foto's zijn gemaakt door de huisarts Pieter Bloemers Middendorp uit Bellingwolde en de fotograaf Tonnis Post uit Winschoten, die hiermee vanaf circa 1913 aandacht wilden vragen voor de erbarmelijke leefomstandigheden van de arbeiders uit de streek. Hun huizen waren eigenlijk niet meer dan bouwvallige hutten, met benauwde bedsteden en ramen die niet open konden, waarin men vaak met grote gezinnen op een kluitje leefde. Ze stonden meestal niet langs de weg maar achteraf op het land, want de armoede mocht niet worden gezien. Ook de werkomstandigheden bij de boeren waren zeer zwaar; er moest van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat worden gewerkt, met het hele gezin.
Een aparte zaal is gereserveerd voor de collectie Bruckman. Lodewijk Bruckman (1903-1995) was een Nederlandse fijnschilder, geboren in Den Haag, die te karakteriseren is als Magisch Realist. Hij had behoorlijk succes in de Verenigde Staten waar hij jarenlang woonde, maar nooit in Nederland. Ik herinner me een programma op de Nederlandse televisie ergens begin jaren '90 waarin hij zijn teleurstelling hierover duidelijk liet merken. Het Museum De Oude Wolden is het enige museum in Nederland dat een collectie van behoorlijke omvang van zijn schilderijen bezit, merendeel stillevens uit zijn latere jaren. Het is wel werk waar je van moet houden, maar Bruckman had in ieder geval een fenomenale techniek. Terug uit Amerika woonde hij met zijn levenspartner Evert Zeeven in verschillende plaatsen in Nederland, waaronder een hotel in Bellingwolde, dat tegenover het museum staat en nog steeds een hotel is. Het verblijf beviel kennelijk goed want in 1988 schonken Bruckman en Zeeven de genoemde collectie aan het Museum De Oude Wolden. Het museum wordt momenteel grondig vernieuwd en ik ga in gesprek met Obby Veenstra over het doel hiervan en het artistieke beleid voor de toekomst. Den Boer: "Wat is doelstelling van Museum De Oude Wolden (MOW)?" Veenstra: "Het MOW is een aparte stichting die als doel heeft om een stuk cultuurhistorie uit deze omgeving te behouden. Daarnaast organiseren we exposities met werk van locale kunstenaars. Je zou onze doelstelling samen kunnen vatten in de trefwoorden: kunst – streek – geschiedenis. Die drie zien wij niet als losse thema's, maar kunnen elkaar juist goed aanvullen."
Het nieuwe museum zal geen compleet nieuw gebouw worden; op basis van de bestaande structuur zal een ingrijpende verbouwing plaatsvinden waarvoor het geld al is gealloceerd, ook vanuit particuliere fondsen. We streven naar oplevering in april/mei 2012." Den Boer: "Wat wilt u vooral veranderen in het nieuwe museum?" Veenstra: "We willen meer eenheid in het museum. Kunst en de historische collecties moeten samen de verhalen vertellen die achter de grote gevels in de omgeving spelen. Een kunstenaar kan dat bij uitstek op een interactieve manier vormgeven. Verder willen we de zichtbaarheid verbeteren door de ingang van de zijkant naar de voorkant van het complex te verhuizen en deze opvallender vorm te geven. Binnen moet een logische looproute komen zodat de bezoeker als het ware door het museum wordt geleid. Het vernieuwde gebouw moet de kunst dienen en zal daarom van binnen als een 'white cube' worden uitgevoerd. Daarentegen zal de 'oudbouw' waar nu de ontvangstruimte in is gevestigd en wisseltentoonstellingen worden gehouden, in originele staat worden hersteld. In het vernieuwde museum zal ook ruimte komen voor lezingen en performances want we willen van vijf tentoonstellingen per jaar terug naar twee tot drie, die dan wel groter van opzet zullen zijn met een aantrekkelijke randprogrammering die daarop voortborduurt." Den Boer: "Kunt u iets meer vertellen over de nieuwe programmering?"
Den Boer: "Kunt u een voorbeeld geven van zo'n interactief kunstproject over de streek dat u in het nieuwe museum wilt tonen?" Veenstra: "We kunnen bijvoorbeeld kunstenaars opdracht geven foto's te maken van locaties in de omgeving aan de hand waarvan we de geschiedenis van de streek kunnen vertellen. Zo kunnen we tegelijkertijd regionale kunstenaars promoten." Den Boer: "Is een plaggenhut in de tuin van het museum een optie, zodat mensen de leefomstandigheden van de arbeiders van toen zelf kunnen ervaren?" Veenstra: "Nee, die staan al in openluchtmusea. Ik kan me wel voorstellen dat we een keer zo'n grote herenboerderij op schaal in kijkdoosvorm namaken. Zoiets moet je dan ook museaal overdrijven, zoals ik dat noem. Het interessante aan een museum leiden is dat je je kunt onderscheiden door betekenis te geven. Waar gaat het over? Wat wil ik vertellen? Hoe creëer ik een verrassende blik op alledaagse zaken? Het MOW van nu heeft de losse ingrediënten wel, de vraag is hoe we die op een zinvolle wijze kunnen samenbinden." Den Boer: "Waar wilt u over vijf jaar met het MOW staan?" Veenstra: "Dan wil ik dat mensen het MOW bezoeken omdat ze weten dat het goed en verrassend is wat ze te zien krijgen en dat er wat te doen is. Daarnaast willen we laagdrempelig blijven. Verder kunnen door samen te werken met andere streekmusea in de regio een complete schil vormen, waarbij de diverse collecties elkaar aanvullen en versterken. Het belangrijkste van onze nieuwe opzet is dat we de mensen er bewust van maken dat kunst luikjes in hun hoofd kan openen die anders gesloten blijven." Museum De Oude Wolden, Hoofdweg 161, Bellingwolde, www.museumdeoudewolden.nl. Rob den Boer is beeldend kunstenaar en publiceerde over beeldende kunst in diverse media. Terug naar boven | Print dit artikel!
Lodewijk van Deyssel en de schilderkunst van Matthijs Maris Waarom zijn sommige schrijvers zo gefascineerd door schilderkunst? Kunnen schilders met verf en penseel dichter bij de essentie van het leven komen dan schrijvers. Of is er sprake van een diepgaande verwantschap? Een zoektocht naar de kracht van licht en donker. Door Wim Adema
De schrijver had een grote bewondering voor de Gouden Eeuw, met name schilders als Rembrandt, Frans Hals en Vermeer. Met geestverwanten probeerde Van Deyssel (een pseudoniem voor Karel Alberdingk Thijm) opnieuw een nieuwe literaire bloeitijd te scheppen: "Wij, troep jonge Nederlanders, schilders en schrijvers,....zouden in ons 'beroep', een nieuw tijdperk van bloei, zoo als er nog nimmer- en sedert de zeventiende eeuw zeker niet- een geweest was, doen ontstaan...Wij gevoelden ons aan onze zeventiende-eeuwsche schilders gelijk..." Met opstellen over Jozef Israëls, Jan Toorop, Piet Mondriaan, Kees Verwey, Jacobus van Looy en Isaac Israëls toonde hij zich een scherpzinnig en gevoelvol observator, vaak heftig en kritisch, maar ook open en spontaan over zijn kunstbelevingen. Hij toonde zonder schroom altijd een rijk palet van zijn belevingen. Achter zijn soms breedvoerige zinnen, een pathos zonder gêne, verscholen zich echter de meeste subtiele kunstgedachten en -observaties. Zonder schaamte schreef hij over 'huilen bij kunst', liever gothiek dan Palladio, antipathiek, Van Meegeren, weemoed en 'leelyk' en superieur. Voor de schilder Matthijs Maris had hij een grote bewondering. In 1894 reisde hij naar Londen, waar Maris woonde. Londen:
Thijs Maris en Alma Tadema Een
half open stoffig venster Het
gele witte licht.... Groote
schilderijen... 'De
Vlinders' Als men zijn 'Verzamelde Opstellen' of het boek 'Verbeeldingen' leest, dan wordt steeds meer duidelijk dat Lodewijk van Deyssel met woorden de verbeelding van schilders wilde aanvullen. Bij Thijs Maris ervaarde echter hij een grens. Je voelt echter ook zijn schroom om verder te vragen. Bronnen: Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken. Terug naar boven | Print dit artikel!
Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee (RdB).
Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.
Een
regenboog in het ziekenhuis Het is de blikvanger in de centrale hal van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis: 'De Regenboog' vervaardigd door Maria Roosen, tenminste als je even een moment omhoog kijkt bij binnenkomst. Dit kunstwerk, bestaande uit 400 handgeblazen bollen in alle kleuren van de regenboog, is door de kunstenares speciaal voor de entreehal ontworpen voor de officiële opening van het nieuwe ziekenhuisgebouw in 2004. Door Damiët Kuin
Frederieke Trouw: "Wij zorgen ervoor dat er in de algemene ruimten objecten staan en hangen die esthetisch prettig zijn om naar te kijken, plezierig voor de ogen. We willen graag een omgeving creëren waarin mensen zich op hun gemak voelen. Daarom kopen we geen confronterende kunst, die patiënten in het ziekenhuis onaangenaam kan treffen. Daarmee is niet gezegd dat de kunst die hier te zien is alleen makkelijke of populaire kunst is. Het zou mooi zijn als de patiënten het fijn vinden om te kijken naar de aanwezige kunst en we hun interesse wekken, maar we begrijpen dat velen te ziek zijn om zich hier met kunst bezig te houden. Het effect dat wij als kunstcommissie daarom met de kunstwerken willen bereiken, is patiënten even afleiden van hun ziek-zijn en hun zorgen." De kunstcommissie
verwerft jaarlijks twee à drie nieuwe kunstwerken door middel
van opdrachten. Kunstenaars worden door de commissie benaderd om een
kunstwerk te ontwerpen voor een specifieke plek in het ziekenhuis. De
kunstenaar wordt betaald voor het ontwerp. Na beoordeling van het ontwerp
geeft de commissie al dan niet de opdracht om het kunstwerk te vervaardigen.
De aankopen van nieuwe kunstwerken worden gefinancierd met gelden uit
fondsen en door middel van schenkingen van bedrijven en particulieren.
Healing
environment Het begrip
'healing environment' werd in de jaren '80 en '90
van de vorige eeuw al veel gebruikt in Amerika en is sinds het begin
van deze eeuw ook steeds meer doorgedrongen in Nederland. Ook
het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis speelt in op de ontwikkelingen
op het gebied van de 'healing environment'. De
collectie
In een repeterende compositie zoomt dit kunstwerk herhaaldelijk in en uit: van celniveau, de oorsprong van ons bestaan, naar 'overview' van het menselijk bestaan, door gebruik van satellietfoto's van de aarde. Van een afstand is in het werk het gezicht van de moeder van Broekman te zien. Eenmaal dichtbij zijn er diverse portretten zichtbaar van bekenden van de kunstenares die in de loop der tijd geraakt zijn door kanker. Dit maakt het werk tegelijkertijd kwetsbaar en confronterend. Op de
tegenover gelegen wand hangt een werk van Broekman, waarop in zwart
en wit enorm grote cellen van planten en bomen zijn geborduurd. Dit
zijn de cellen die Antoni van Leeuwenhoek in 1670 tekende in een van
zijn studies. Een heel ander werk van Broekman hangt in een van de gangen
van het ziekenhuis. In de wachtruimte
voor de dagbehandeling hangt een kunstwerk van Hazel Ling. Het werk
heet 'Ribbon' en het lijkt op een lint, dat over de muur
loopt en voortdurend overgaat in verschillende kleuren. Frederieke:
"Die kleuren zijn een 'link' naar de veelkleurige
bollen in de grote hal." In het
ziekenhuis zijn er naast de vaste collectie ook wisselende tentoonstellingen
te zien van jonge en oudere kunstenaars in en rondom de wachtruimten.
Het getoonde werk kan worden aangekocht. Kunstenaars kunnen zich bij
de kunstcommissie aanmelden als zij in het ziekenhuis willen exposeren,
zo vertelt Frederieke. Zij kunnen, wanneer ze geselecteerd worden, ongeveer
drie maanden werk tentoonstellen. Stichting Patiëntenzorg NKI
Frederieke: "Patiënten kiezen vaak voor een reproductie die een bepaalde herinnering of gevoel bij hen oproept. Sommigen kiezen voor een afbeelding met boten omdat zij veel gevaren hebben, of voor een afbeelding van een bepaald land waar ze gereisd hebben. Ook zijn er patiënten die afbeeldingen kiezen van honden of katten speciaal voor hun kinderen en kleinkinderen die op bezoek komen. We proberen de omgeving hier zo aangenaam mogelijk te maken voor de patiënten. Soms willen patiënten een reproductie zelfs mee naar huis nemen na afloop van hun ziekbed. In bijzondere gevallen geven we daar gehoor aan. Onlangs hebben we een reproductie meegegeven aan een patiënt die naar huis ging om te sterven. Een bijzonder verhaal is dat van een patiënte die erg ziek was en 's morgens een reproductie uitkoos van een abstract landschap van Nicolaas de Staël. 's Middags overleed ze. Haar echtgenoot vroeg ons of hij de reproductie mee mocht nemen naar huis. Een paar maanden later kreeg ik een telefoontje dat hij de reproductie terug wilde komen brengen omdat hij deze niet meer nodig had. De reproductie had hem geholpen tijdens zijn rouwproces. Als dank heeft hij een serie zelfgemaakte foto's, van bloemen uit zijn tuin, geschonken aan het ziekenhuis. Deze foto's hangen nu tegenover de kamer waar zijn vrouw werd verpleegd." Tot
slot Een wens van de kunstcommissie voor de toekomst is het op een heldere manier ontsluiten van de collectie, via een eigen website, om, zo voegt Frederieke toe, die op deze wijze nog toegankelijker te maken. Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Plesmanlaan 121, Amsterdam. Website: www.nki.nl. U komt rechtstreeks op de pagina van de kunstcommissie. Dit is het zevende artikel uit een serie over bedrijfscollecties van Damiët Kuin. De vorige afleveringen stonden in Het Beeldende Kunstjournaal 2010-nr.2, 3 en 5 en 2011-nr.1, 2 en 3. Damiët Kuin studeerde Algemene Cultuurwetenschappen (BA) en heeft de master voor Museumconservator afgerond. Terug naar boven | Print dit artikel!
Cabaret Voltaire te Zürich en het ontstaan van Dada Een recente expositie in het Joods Historisch Museum te Amsterdam 'Van Dada tot Surrealisme' gaf aandacht aan Joodse avant-garde kunstenaars uit Roemenië. Het betrof de periode van 1910 tot 1938. Zonder twijfel vormde deze tentoonstelling voor veel bezoekers een eerste kennismaking. Door Wim Adema
Hij schreef onthutsende woorden hierover: "I
didn't like the death hussars. De dramatisch verlopende Eerste Wereldoorlog was voor Hugo Ball een volstrekt zinloze menselijke vernietiging, zodat hij innerlijk zocht naar een plaats waar hij en andere kunstenaars zich konden verzetten tegen de poltieke, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen in Europa. In het liberale klimaat van de Zwitserse stad Zürich was het mogelijk om 'Cabaret Voltaire' te laten ontstaan. Künstlerkneipe
Voltaire: All abendlich, Musik, Vorträge, Rezitationen 'Willkommen
sollen alle sein!' Mouvement
Dada Dada als beweging had echter geen bepaald plan of theorie. Allerlei kunstenaars in Keulen, Berlijn, Parijs en New York hadden soortgelijke ideeën en zorgden mede voor een snelle verbreiding van het Dadaïsme. Volgens de Franse schrijver en filosoof André Breton (1896-1966) was 'Dada meer een geestesgesteldheid'. Men had zich als doel gesteld om de gevestigde waarden in maatschappij en kunst te vernietigen. Dat deze vernietiging tegelijk het zoeken naar nieuwe kunstvormen inhield, was een ironisch feit. Dada hield zich bezig met toeval en irrationaliteit. Men schreef beledigende teksten en hield agressieve en spottende voorstellingen om het publiek te shockeren. In Berlijn kreeg de Dada-beweging zijn meeste politieke vorm. Gallery
Dada Een noodlottige avond
Talrijke kunstenaars, zoals Victor Brauner, M.H. Maxy en Arthur Segal, waren actief betrokken bij de experimentele kunstontwikkelingen in Europa. Met name Marcel Janco speelde een bijzonder belangrijke rol bij de start en ontwikkeling van 'Cabaret Voltaire'. In de Kunsthal te Rotterdam werd in 1997 een tentoonstelling gehouden over Brancusi, Tzara en de Roemeense avant-garde. In 2003 hield de Kunsthal een speciale presentatie met werk van Marcel Janco. De Roemeense kunstenaar Adrian Ghenie maakte in het S.M.A.K. te Antwerpen een installatie 'The Dada Room' (2010). Dit bouwwerk was geïnspireerd op de 'Erste Internationale Dada-Messe' in Berlijn (1920). Het thema van zijn installatie heette 'Let's do it a Dada'. Het 'Tavern Meierei' in Zürich bleek de bakermat voor een wereldwijde kunstenaarsreactie! De tentoonstelling 'Van Dada tot Surrealisme' was van 1 juni t/m 2 oktober 2011 te zien in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Website: www.jhm.nl. Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken. Terug naar boven | Print dit artikel!
In de architectuur wordt glas gebruikt om licht in een gebouw toe te laten, de omgeving van een gebouw te weerspiegelen, de illusie van ruimte te creëren en ruimtes onderling zichtbaar te maken. Door het gebruik van veel glas komt de buitenwereld het gebouw binnen, maar wordt anderzijds de binnenkant aan de buitenwereld getoond. De relatie tussen glas en architectuur is duidelijk, maar deze gaat veel verder dan louter de toepassing van het materiaal. Met glas kan men, meer dan met andere materialen, architectonische ruimtes scheppen. Door Han de Kluijver
Daarbij wordt de eerste schets telkens opnieuw gemaakt en verbeterd. Een ontwerper werkt daarbij vaak van de grote schaal, van de ruwe opzet naar het detail, dat uiteindelijk op een schaal van een op een wordt gemaakt. Zo hoef je als architect niet alles in keer te tekenen en te ontwerpen. Je kunt stappen maken om tot een oplossing komen. Chronologie De
schets – gedachten en ideeën bevriezen
Functionaliteit Wat in dit proces voorop staat, is de idee, de grondslag voor een project. In eerste instantie is deze vaak nog onuitgewerkt en associatief, maar in die fase dienen zich ook de eerste aanknopingspunten aan. Vervolgens gaat het erom de meest adequate idee te vinden. De ontwerper moet trachten zo blanco mogelijk te beginnen, opdat nieuwe ideeën zich kunnen vormen. Zo'n idee ontstaat bovendien niet alleen rationeel, maar ook intuïtief, vanuit het gevoel. Scheppende ideeën roepen associaties op met van alles, met de stad, het landschap, de constructie, maar ook met volume, spel, lichtinval, materiaal en afwerking. Het ontwerpproces vraagt om een specifieke attitude en een bepaalde bezetenheid. Wie zich die houding eenmaal heeft eigen gemaakt, moet in staat zijn zowel objecten te ontwerpen als gebouwen of zelfs een deel van een stad. Uiteindelijk moet de uitgewerkte idee, het ontwerp, resulteren in waar het in de architectuur de facto om gaat: het in letterlijke zin creëren van ruimte. Dat is, zoals ik hiervoor heb trachten uiteen te zetten, een proces dat zeer strak is gebonden aan wensen, eisen en voorschriften. Daarmee zijn de creativiteit en de inventiviteit van de architect slechts in bepaalde fasen van het ontwerpproces cruciaal. Architectuur
en glaskunst: overeenkomsten en verschillen
Een verschil tussen ruimtewerking in de architectuur en mijn glasobjecten is echter de ondoordringbaarheid van het materiaal. Creëer je als architect in je ontwerp met behulp van glazen wanden en gevels open ruimtes, in glasobjecten wordt er door de transparantie slechts ruimte gesuggereerd. Anders gezegd: glasobjecten creëren alleen ruimte in figuurlijke zin. Daarmee zijn ze een metafoor van de concrete, letterlijke ruimtebeleving waarin de architectuur voorziet. Han de
Kluijver is architect bna bni bnsp.
Mass Moving, kunst naar de straat Tussen de jaren 1969 en 1976 was een Vlaamse artistieke beweging actief die de kunst naar de straat wilde brengen: weg uit de stoffige musea en galeries: 'Mass Moving'. Zij was als een artistieke en politieke beweging in België ontstaan in het kielzog van de studentenprotesten van mei 1968. Door Wim Adema
10.000
vlinders Soundstream Verbeke Foundation
toont de groeikracht van de natuur, haar fysieke vormgeving en ruimtelijke c.q. picturale eigenschappen. De lijn van 'Mass Moving' lijkt nog steeds actueel. Haar erfgoed vindt men terug op de Verbeke Foundation. Verbeke Foundation: www.verbekefoundation.be; Mass Moving: www.blaakmeer.blogspot.com; project Anne Geene: fotografisch flora-overzicht Verbeke Foundation: www.annegeene.nl. Bron artikel: documentaire RTBF/Avro Lichtpunt. Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken. Terug naar boven | Print dit artikel!
Nog twee haiku's van Ria Giskes (RdB).
Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.
Het kan moeilijk kiezen zijn tussen alle activiteiten waarmee de creatieve sector het begin van het nieuwe seizoen opent en het publiek verleidt. In Rotterdam werd een kleine manifestatie 'Manifeessie', georganiseerd in de Witte Slagerij door Janna Kool, grafisch vormgever, Vera Harmsen, beeldend kunstenaar en Theo Huijgens en het was een succes. Waarom? Door Lea Nieuwhof
Bij de informele, pretentieloze en rommelig door elkaar heen opgehangen expositie, werd de show gestolen door een ring en door de ongeveer honderd losse bladen met twee gaten die door de ring met elkaar verbonden konden worden. De losse bladen, die op volgorde in de Slagerij hingen, konden tijdens de expositie door de bezoekers samengevoegd worden tot een catalogus. Het publiek was met veel plezier aan het verzamelen en het puzzelen wat de juiste volgorde was. Ook kunstenaars konden nog werken toevoegen. Naast het beeldmateriaal variëren de bijdragen van oneliners, stripverhalen, cryptische boodschappen, liefdesverklaringen aan de kunst tot serieuze verhalen en de lege witte pagina. De catalogus werd later ook aan de heren Zijlstra en Rutte aangeboden. Of het veel effect heeft, valt te betwijfelen, maar moet je het daarom niet doen…? Verschillende sprekers, dansers, muzikanten en dichters verzorgden een afwisselend programma. Arjo Klamer, hoogleraar economie aan de Erasmus universiteit en een van de auteurs van PAK AAN, was uitgenodigd als spreker. PAK AAN bundelt in een klein boekje inzichten, voorstellen en tips van Arjo Klamer en Cees Langeveld. Ook ervaringen en plannen van kunstenaars, die reageerden op een oproep in het NRC, zijn er in verwerkt. PAK AAN gaat ervan uit dat je mensen bewust moet maken van de culturele, sociale, artistieke, maatschappelijke en financiële waarden van kunst. Dan zijn ze ook bereid tijd, aandacht en geld eraan te besteden. Ze bespreken uitgaande van vier sferen, namelijk de markt, de overheid, de sociale sfeer en de directe leefomgeving, ideeën om anderen voor kunst te interesseren en aan je te binden. De middenstand van de wijk, die klanten ziet vertrekken, was betrokken bij het project als sponsor. Niet door geld te geven, maar door hun diensten te verlenen. Een aantal bakkerskisten met plaatcake, fruit, bloemen, kip en allerlei hapjes werden gul geleverd. Aan alle deelnemers was gevraagd om met een kleine bijdrage actief mee te werken. Als resultaat was er genoeg te eten en drinken om in een feestelijke en ontspannen sfeer het programma te volgen. De organisatoren betrokken concurrerende activiteiten, zoals die zich afspeelden in de Wereld van de Witte de With, bij de manifestatie door een aantal keer per dag fietstochten te organiseren vanuit die locatie naar de Witte Slagerij. Manifeessie, de Witte Slagerij, Rakstraat 2 en 4a, Rotterdam. Website: www.dewitteslagerij.nl. Lea Nieuwhof is beeldend kunstenaar. Terug naar boven | Print dit artikel!
Slow
art Naast de groot opgezette expositie 'Facing China' werd recent in het Singer Museum te Laren ook de expositie 'Chinese Abstract' gehouden. In dit artikel wordt nader ingegaan op een bijzonder aspect van schilderkunst, dat in de tentoonstelling 'Chinese Abstract' aanwezig was: namelijk 'Slow Art'. Door Wim Adema
Langzaam
schilderen De
weg naar het doel, is het doel (Lao Tse) Wat lijken deze schilders ons te willen zeggen: schilderen vanuit innerlijke rust en ritme is mogelijk. De tijd speelt geen rol. Binnen een balans van onszelf zijn de diepste kleurlagen te maken en te beleven. Door hun langzame manier van werken ontstaat laag voor laag op het canvas een diepere bewustwording van hun schilderkunst. Zij geven een kritisch antwoord op 'Facing China'. De tentoonstelling 'Chinese Abstract Art' was van 29 mei t/m 28 augustus 2011 te zien in het Singer Museum, Laren, gebaseerd op kunstverzameling van Lao Fu, www.chinese-abstract-slow-art.com. Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken. Terug naar boven | Print dit artikel!
Houwerzijl in de gemeente De Marne is zo'n dorpje. De ene kerk is omgebouwd tot De Theefabriek, een theemuseum met theeschenkerij, de andere is galerie geworden, de Ruimtela. Een mooie witte ruimte waarin de schilderijen uit de tentoonstelling 'Onder de Wolken' in salonopstelling, dicht naast en boven elkaar zijn opgehangen. Aan de rand van het dorp heeft Henk Rijzinga op uiteenlopend terrein, van boerenerf tot binnendijk, vijf sculpturen gebouwd, die lijken op reusachtige schildersezels, met voor ieder ervan, op een kleinere ezel, een wolkenschilderij dat in verhouding veel kleiner is. De wolken in de lucht, die langs drijven, worden op het schilderij in verf verstild. Maar het meest opvallend zijn de monumentale sculpturen zelf, ranke lijnen van hout, zwart geschilderd, wachters in het landschap. Henk zelf ziet het als 'antennes die op zoek gaan naar de teloorgang van de beschaving in Nederland', daarmee verwijzend naar de recente, rigoureuze bezuinigingen op onder andere kunst en cultuur. Een van de sculpturen, die op een binnendijk staat, vlak voor het dorp, ontvouwt zich als het ware om een impressie van de – al dan niet aanwezige – wolken achter zich, aan de toeschouwer te tonen op het schilderij op de ezel ervoor. Samen met twee collega's werkte Henk drie weken full-time aan de sculpturen, die hij ter plekke maakte en die hij bij plaatselijke boeren op het erf mocht installeren. De schilderijen die hij ervoor zette, maakte hij simultaan, door steeds een stukje verder te werken aan ieder schilderij tot ze na de laatste ronde allemaal af waren. Een project als 'Onder de wolken' bereidt Henk nauwkeurig voor. Hij maakt talloze werktekeningen en bouwt eerst maquettes voordat hij aan de uitvoering op werkelijke grootte begint. Een aantal van die maquettes is ook in de Ruimtela te zien. Een buitenobject van een bepaalde hoogte moet een fundament van een bepaalde afmeting hebben om te blijven staan, zeker in een vlak landschap met veel wind als dat van Groningen. Henk zette zijn sculpturen gewoon in het landschap neer. Dat ze om kunnen waaien neemt hij op de koop toe. Als geboren Groninger houdt hij ervan om de elementen uit te dagen, te spelen met wind en de zwaartekracht. Als er een keer een beeld omvalt of een schilderij er af waait, plaatst hij het gewoon weer terug. En zo is het goed. De tentoonstelling 'Onder de wolken', met werk van Henk Rijzinga, Ben Steijn, Huib van der Stelt, Johanneke Dun, Josefien Alkema, Sita Geerling en Theo Onnes, was te zien t/m 25 september 2011 in de Ruimtela, Hollemastraat 16, Houwerzijl. Website: www.ruimtela.nl; een filmpje over dit project is te zien op http://www.marnecultuur.nl/Films/expohouwerzijl.html; website Henk Rijzinga: www.weerentegenweer.nl. Rob den Boer Rob den Boer is beeldend kunstenaar en publiceerde over beeldende kunst in diverse media. Terug naar boven | Print dit artikel!
Op 22 september jongstleden werd in het Persmuseum in Amsterdam de tentoonstelling 'Verdachte portretten' geopend. De opening werd verricht door schrijver en journalist Piet Hagen, voorafgegaan door de presentatie van het boek met de gelijknamige titel, geschreven door journalist (schrijver!) Paul Arnoldussen. Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama
weer
zijn bewerkt met gescande afbeeldingen van pagina's uit kranten
en tijdschriften, met verslagen van de betreffende rechtszaken.
Maar ook anekdotes van de tekenaars zelf, over bijvoorbeeld verdachten
en hun raadsheren in hun (doorgaans) geruchtmakende rechtszaken
uit de laatste 50 jaar. Ook zijn er illustraties te zien van vroegere
datum, behorend bij verslagen van spraakmakende rechtszaken van
weleer. Het museum zelf laat 400 jaar Pers in Nederland
zien. Hoe dan ook, rechtbanktekenaars weten er een dimensie aan toe te voegen. De Amerikaanse rechtbanktekenaar Paulette Frankl beschrijft dat heel goed: "Being a courtroom artist is like capturing lightning in a jar." Ook technieken hebben invloed. Aloys Oosterwijk werkt met sepia inkt, dat geeft iets droevigs, dramatisch. Het zijn immers ook serieuze zaken. Rechtbanktekenaars zullen een rechter nimmer lachend afbeelden. Het gebeurt weleens dat een grillige advocaat de tekenaars verbiedt te werken en de zaal moeten verlaten. Dan moeten zij elders de tekening 'uit het hoofd' afmaken. Het originele
formaat van de tekening wordt niet in krant of tijdschrift afgebeeld,
tenzij de tekenaar klein werkt. Felix Guérin's tekeningen
zijn fors, A2 schat ik in, gemengde techniek op meestal grijs
papier, puur zwart en gewassen inkt, met kleine accentjes in wit
krijt. Hierdoor ontstaat een glansje op bijvoorbeeld kaalhoofden
of blonde (dan wel grijze) lokken van verdachten, rechters, officieren
van justitie, of advocaten. Mooi! Van zijn tekeningen wordt gebruikt
gemaakt door cameramensen van TV nieuws en journalistiek, zij
kunnen inzoomen op de verschillende personen in de getekende situatie,
alsof het om een werk van 2.00 x 2.00 meter gaat. Rechtbanktekeningen
van Felix Guérain, Jan Hensema, Marlèn Nolta, Aloys
Oosterwijk, Waldemar Post, Chris Roodbeen, Peter van Straaten,
Petra Urban en Annet Zuurveen. Nog te zien t/m 6 november 2011.
Noteer het snel, want de tijd gaat als een oordeel! Daarna gaat
de tentoonstelling reizen -vandaar de paneel constructie- en zal
in verschillende Nederlandse rechtbanken te zien zijn. Het Persmuseum
is evenwel toegankelijker. Terug naar boven | Print dit artikel!
Een gedicht van Ingrid van den Bergh
© Ingrid van den Bergh. Weblog: http://ingridvandenbergh.wordpress.com.
Een rubriek waarin medewerkers van Het Beeldende Kunstjournaal tips geven over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn of een mooi boek aanprijzen. Op zondag 6 november aaanstaande wordt de expositie Abstract Modern-Traditioneel Afrikaans geopend (15.00 uur) in De Buytensael te Arnhem. In samenwerking met Graphics International zijn zeven gerenommeerde kunstenaars uitgenodigd uit Engeland, Duitsland en Nederland. Zij werken allen in een abstracte stijl op een eigen, unieke manier. Im combinatie met de traditionele Afrikaanse kunst, die de De Buytensael gewoon is te exposeren. Deze confrontatie levert spannende contrasten op. Deelnemende kunstenaars: Barbara Koch, Anita Ford, Eileen Martin, Lucas Silawanabessy, Didi van der Velde,Thijs van Kimmenade en Bert de Wilde. De expositie duurt tot en met zondag 18 december 2011. De Buytensael, Utrechtseweg 74, Arnhem. Website: www.debuytensael.nl. De ligging is tegenover het Museum voor Moderne Kunst Arnhem. (WA) Marc Mulders bundelt van 29 oktober 2011 tot 15 januari 2012 een aantal vrije kunst olieverf schilderijen met design-gebonden werk in vilt van Claudy Jongstra tijdens de expositie 'Pelgrimage' in de abdij OLV Koningshoeven te Tilburg. De installaties in de Kapittelzaal nemen de bezoeker mee op een spirituele reis van ontdekking en bezinning Een pelgrimage van actie en contemplatie. Meer informatie vindt u op de website: www.koningshoeven.nl. (MvW) |