|
|
Dec.
2011 -Jan. 2012, 6e jg. nr.6. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus
268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
|
|||||||
| VOORKANT | ACTUEEL | OPINIE | AGENDA | UITGELICHT | DOSSIERS | ARCHIEF | COLOFON |
| Voorpagina artikel |
over kunst en kunstenaars | meningen en columns |
actuele exposities |
opmerkelijke kunstberichten |
artikelen
uit alle vorige nummers |
de
laatste |
Informatie
over Het Beeldende Kunstjournaal |
| Opinie Over
'De groep' van Mary McCarthy en vriendschappen tussen Tekst van een lezing die Joke J. Hermsen op 21 juni 2011 hield in Spui 25, in Amsterdam ter gelegenheid van de verschijning van de gemoderniseerde vertaling van Mary McCarthy's wereldberoemde roman 'De groep'. Door Joke J. Hermsen
de feiten van dat historische jaar 1963 zal leren, inclusief de laatste schok die de wereld in dat memorabele jaar op 22 november nog te verstouwen kreeg. Op die bewuste dag drinken in Amerika twee schrijfsters thee met elkaar in Chicago en zijn erg blij elkaar weer te zien. Ze praten aan een stuk door, maar zullen later op de dag aan de televisie vast gekluisterd zitten, waar ze hun president vrolijk zwaaiend in zijn zwarte limousine door de stad Dallas zien rijden, even later getroffen door een kogel, en springen beiden uit hun stoel, net als Jacky, en zijn zo geschokt en ontredderd dat ze vrezen dat de republiek op het spel staat, dat Amerika ten onder gaat, en houden elkaar innig in een bange omarming vast. De een is geboren in Seattle, en heeft dat jaar een roman over een groep vrouwen gepubliceerd, die vanwege de openhartige passages over seks, ontrouw, voorbehoedsmiddelen en homoseksualiteit een enorm schandaal wordt, de ander is geboren in Hamburg en is in Amerika terecht gekomen, omdat zij voor de terreur van de nazis op de vlucht moest slaan. Zij heeft dat jaar ook een boek gepubliceerd, 'Eichmann in Jerusalem', en krijgt mogelijk nog meer hoon en kritiek te verstouwen dan haar vriendin. In de enkele jaren geleden gepubliceerde briefwisseling tussen beide hartsvriendinnen, 'Between Friends' geheten, kunnen we lezen hoe zij elkaar in die moeilijke tijd ondersteunden en troostten, adviezen gaven en telkens opnieuw moed inspraken. Inmiddels ben ik bijna net zo oud als Mary McCarthy en Hannah Arendt in 1963 waren. Inmiddels weet ik van de moord op Kennedy, van de speech van Martin Luther King, inmiddels heb ik de boeken van deze schrijfsters gelezen en herlezen, en word ik nog altijd getroffen door de moed van beide schrijfsters om sociale misstanden aan de kaak te stellen en vlijmscherpe politieke analyses van de bekrompen, burgerlijke samenleving van begin jaren zestig te geven, maar bovenal word ik geraakt door de vriendschap die uit die brieven spreekt. Solidariteit onder vrouwen was en is nog steeds geen vanzelfsprekendheid, solidariteit en vriendschap onder schrijvers is dat misschien nog minder, solidariteit onder vrouwelijke schrijvers, dames en heren, is van een nog grotere zeldzaamheid, en daarom wilde ik daar iets over zeggen. 'De groep' van Mary McCarthy verhaalt immers over een groep vriendinnen, die elkaar van college kennen en met elkaar blijven optrekken in de jaren daarna, elkaar blijven bezoeken, elkaars leven volgen, dus vriendschap, zo zou je verwachten, zou een van de belangrijke thema's in die roman kunnen zijn. Wat mij echter bij herlezing opviel, is dat er eigenlijk nauwelijks sprake lijkt te zijn van een oprechte vriendschap tussen deze zeven verschillende jonge vrouwen. Ze trekken met elkaar op, zeker, ze gaan naar elkaars hoogtijdagen, ze komen bij elkaar over de vloer, en leggen soms gezamenlijk doktersbezoekjes af, maar ze bekijken elkaar doorgaans met een nogal kritische, afstandelijke blik, ze roddelen ook over elkaar, ze spreken schande over elkaars handel en wandel, en bovenal staan hun ogen telkens weer bol van ongeloof zo niet schaamte en wantrouwen, als ze naar elkaars ontboezemingen luisteren. De vriendschap tussen Mary McCarthy en Hannah Arendt echter, waar de brieven van getuigen, wordt ook wel eens een verliefde vriendschap genoemd, dermate waren de beide schrijfsters elkaar toegedaan, dermate waren zij oprecht in elkaar geinteresseerd, dermate ondersteunden zij elkaar door dik en dun en tegen alle haatcampagnes in, die zij over zich uitgestort kregen. Hoe anders vergaat het de vrouwen van 'De groep'. Deze vrouwen zijn zozeer een product van hun bekrompen opvoeding dat zij elkaar nauwelijks met open blik kunnen bekijken. Voortdurend zitten de wetten en voorschriften van hun burgerlijke klasse, de sociale mores van hun 'groep', een oprechte vriendschap in de weg. Het lijkt wel of deze vrouwen, getergd door hun gevoelens van inferioriteit en hun strijd met het andere geslacht, niet in staat zijn van elkaar te houden. De spiegel die de een de ander voorhoudt is dermate angstaanjagend, confronteert hen zo met de nadelen van hun vrouwelijkheid, dat het soms lijkt alsof zij het de anderen kwalijk nemen dat zij zelf ook vrouw zijn. Hoe anders was de vriendschap tussen Mary en Hannah... In het gezelschap van Mary McCarthy, kon Hannah Arendt zich "dronken van instemming voelen", te midden van een wereld vol vijanden. En Mary schreef op haar beurt dat Hannah haar deed denken aan een toneeldiva als Sarah Bernard: "Het dramatische aan Hannah was het spontane vermogen gegrepen te worden en zich te laten meeslepen, vaak plotseling en met opengesperde ogen. Ach!, riep zij luid uit voor een schilderij, waarmee zij zich, alsof ze tot het uiterste elektrisch geladen was, van de rest van ons onderscheidde. En: Als ze sprak was het alsof je de bewegingen van haar geest aan de oppervlakte in actie zag, door de manier waarop ze haar lippen samenkneep, haar voorhoofd fronste en nadenkend haar kin met haar hand ondersteunde." Ze maakten vele reizen samen, in Europa en Amerika, en beleefden en ondergingen gezamenlijk menige literaire en politieke controverses, ze steunden elkaar onvoorwaardelijk, en bleven elkaar trouw. Ze schreven elkaar troostrijke brieven in het voor beiden zo moeilijke jaar 1963, waarin hun boeken voor zoveel opschudding zorgden. Op 16 september 1963 schreef HA: "I like the Group very very much. It is quite different from your other books, at the same time milder and sadder, it reads like definite statement of that period, but looked at from a very great distance. You have won a perspective, or perhaps rather you have arrived at a point so far removed from your former life that everything now can fall into place. You yourself are no longer directly involved. And thus quality makes the book more of a novel than any of your other books. I don't need to repeat what everybody who knows anything says - that it is beautifully written – the inner balance of the sentences is extraordinary, and often hilariously funny." En een week later, schrijft ze dat ze zich geen zorgen moet maken over de negatieve kritieken van 'the boys', waarmee ze onder andere invloedrijke critici zoals Norman Mailer bedoelde: "That the boys have tried to turn against you seems to me only natural and I think it has more to do with 'The group' being a bestseller than with any literary matters." Als Arendt eigen boek, 'Eichmann in Jerusalem', maanden later de meest negatieve en vijandige kritieken krijgt, en Arendt er zelfs van wordt beschuldigd dat ze de nazis en Gestapo verdedigt en het leed van de joden heeft willen verdoezelen, reageert Mary als volgt: "I want to help you in some way and not simply by leaning an ear. What can be done about this Eichmann business, which is assuming the proportions of a progrom? I am going to write something to the boys." En dat deed ze, met een lang en belangwekkend stuk in de Partisan Review, waarin ze alle onheuse kritiek, leugens en verdenkingen ontmaskerde en weerlegde. Dat waren nog eens vriendinnen. 'The Group of Two', werden Mary en Hannah ook wel genoemd. De vraag die mij bezighoudt is de volgende: hoe kan het dat in McCarthy's roman 'De groep' nauwelijks een dergelijke vriendschap bij de zeven vrouwen onderling te zien is, terwijl de schrijfster zelf op dat moment zo'n intense vriendschap met een collega beleefde. Moeten we de nogal krampachtige en op zijn minst gebrekkige vriendschapsrelaties die de zeven vrouwen in 'De groep' met elkaar aangaan ook als een aspect van McCarthy's maatschappijkritiek zien? In deze roman toont de schrijfster immers hoe moeilijk het voor vrouwen is, en was, een aan mannen gelijkwaardige positie in de maatschappij te verwerven, zichzelf te ontwikkelen, een zekere balans tussen prive en werk te vinden en uit de gouden kooi van het welopgevoede meisje te stappen. Ze laat ook zien dat de smeerolie van de vriendschap, om het eens oneerbiedig te zeggen, bij hen ontbreekt, de olie die bij mannen juist zo rijkelijk stroomt en er niet alleen voor zorgt dat ze elkaar hogerop en aan baantjes en posities helpen, maar ook dat ze zich thuis, om niet te zeggen als een vis in het water, voelen in het openbare domein, want omringd door vrinden. Ik denk dat Mary McCarthy met 'De groep' behalve een genadeloze kritiek op het huwelijk, de seksuele moraal en de patriarchale samenleving ook wilde laten zien hoe gevoelens van onderdrukking en inferioriteit doorwerken in de verhouding tussen vrouwen onderling, hoe eenzaam dit hen ook maakt, en hoe moeilijk het is om vol te houden, als er niemand is die je echt kunt vertrouwen, niemand is van wie je weet dat je haar onvoorwaardelijke solidariteit krijgt. Als er geen hecht sociaal netwerk bestaat, sta je op drijfzand en kun je je nooit veilig en onbedreigd voelen. Ik
vermoed dat McCarthy dit wilde laten zien, omdat ik anders de scherpe
tegenstelling tussen de roman en haar eigen leven niet kan begrijpen.
Ik vermoed ook dat dit zo is, omdat zowel voor McCarthy als voor Arendt
vriendschap juist een van de allerbelangrijkste aspecten van het sociale
en dus ook politieke leven is. Ik vermoed dat McCarthy haar lezeressen
van toen en van nu wilde vertellen dat zij die solidariteit zich eigen
moeten maken, willen zij ooit een rol van betekenis in het openbare leven
kunnen spelen. Dat kun je niet als je met je linkerhand vecht tegen de
mannelijke dominantie en met je rechterhand de vrouwelijke collega's
die ook uit de krabbenmand omhoog Vriendschap, schreef McCarthy, is essentieel. "You can date the evolving life of a mind, like the age of a tree, by the rings of friendship formed by the expanding central trunk." Voor Hannah Arendt gold dat niet minder, zoals zij in veel van haar filosofische teksten demonstreert. Vriendschap was voor haar niet hetzelfde als medelijden hebben met, zoals sommige personages in 'De groep' nog net voor elkaar kunnen opbrengen, zoals Polly bijvoorbeeld halverwege het boek (p.277). Vriendschap heeft voor Arendt vooral met solidariteit te maken, de twee begrippen zijn voor haar onlosmakelijk met elkaar verbonden; voor elkaar opkomen, elkaar ondersteunen en vooral ook: elkaar tot handelen, bijvoorbeeld tot het schrijven van boeken inspireren. Daarom heeft echte vriendschap voor Arendt ook zo'n belangrijke politieke component: het is niet alleen elkaar helpen vooruit te komen, maar het is ook gezamenlijk een betere wereld na streven. Waar de liefde de inspirerende bron voor het privé leven is, en ook moet blijven, meent Arendt, is vriendschap het draagvlak voor het sociale, openbare leven. Dan pas kan daar ontwikkeling en zelfontplooiing plaats vinden, dan pas kan een individu, man of vrouw, getuigen van zijn of haar uniekheid, zodat de pluraliteit, de onderlinge verscheidenheid, van de door zoveel verschillende mensen bewoonde wereld gewaarborgd blijft. Als binnen de openbare wereld slechts de stem van een specifieke groep klinkt, wordt die noodzakelijke pluraliteit bedreigd en zullen anderen worden onderdrukt of buiten gesloten. Zonder vriendschap in het openbare domein gaat het dus niet. Vrouwen zijn eeuwenlang gewend geweest om vriendschappen slechts in het privé domein te sluiten, en hebben wellicht nog altijd enige moeite om in de betrekkelijk korte tijd dat zij de openbare arena hebben beklommen, echte vriendschappen met vrouwelijke collega's te sluiten. Menig onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat het beruchte glazen plafond niet alleen gecreëerd wordt door mannen, maar ook omdat vrouwen elkaar soms het licht in de ogen niet gunnen en elkaar gaan beconcurreren, omdat zij menen alleen op die manier een plek tussen 'the boys' te kunnen vergaren. Een grotere denkfout kun je niet maken, meende Hannah Arendt, en meende Mary McCarthy, die in 'De groep' liet zien waartoe al die vrouwenlevens leiden, als zij niet door onderlinge vriendschap en solidariteit gedragen worden. Zoals maar duidelijk wordt uit het fragment van Priss en Norine, die over hun vriendin Kay spreken, die door haar man in een inrichting is opgesloten, nadat hij haar mishandeld heeft. Als je dan leest hoe de vrouwelijke solidariteit er in 1963 uitzag, vanaf bladzijde 374 ongeveer, dan word je daar niet vrolijk van. Het belooft weinig goeds, en inderdaad, in het laatste hoofdstuk zijn we weer terug bij de kerk, waarmee het boek begon, namelijk met de huwelijks plechtigheid van Kay met Harald, maar dit keer, precies een jaar later, wordt de kist van Kay de kerk binnen gedragen. Zijn de vriendinnen er kapot van? Rouwen en treuren zij om het vroege verlies van een van hun 'beste' vriendinnen? Nee, ze maken zich zorgen welke jurk ze haar in haar kist moeten aantrekken, zoals we op bladzijde 385 mogen lezen. Lakey, de bloedmooie, koele, arrogante vriendin, die in het begin van de roman naar Europa verdwijnt en als lesbienne terugkomt in het gezelschap van een barones, lijkt de enige te zijn, die openlijk verzet weet te bieden tegen de heersende orde. Na de kerkdienst neemt ze Harald mee, de ex echtgenoot van Kay, naar de begraafplaats, en drinkt halverwege een borrel met hem. Ze neemt wraak op hem, en op alle mannen, voor Kay en voor alle vrouwen, door te suggereren dat zij met Kay naar bed is geweest en hij raakt buiten zichzelf van woede. Dat is misschien dan op het einde van de roman, een eerste sprankje hoop, een eerste glimp van vrouwelijke solidariteit, die McCarthy er bij wijze van troost en bij wijze van aanmoediging er op de allerlaatste bladzijden van haar roman gelukkig in heeft verwerkt. De groep, Mary McCarthy, vertaald door J.F. Kliphuis en R.W.M. Kliphuis-Vlaskamp, De Arbeiderspers, prijs: € 19,95, als e-book € 15,95. Joke J. Hermsen is filosofe en romanschrijfster en publiceert geregeld in diverse landelijke media. Website: www.jokehermsen.nl. Terug naar boven | Print dit artikel!
Haal
creatieve mensen binnen Een stad is meer dan alleen materie; ze bestaat niet alleen maar uit gebouwen en functies. Het karakter van een stad wordt vooral bepaald door haar inwoners met hun dromen, gevoelens van geluk, verlangen, angst en eenzaamheid. Die onmeetbare eigenschappen geven een stad karakter, een eigen ziel. Het probleem is echter dat met name de nieuwe steden – in de naoorlogse periode meestal razendsnel gegroeid - vaak niet worden beschouwd als een gemeenschap, een community, maar als een handelsartikel, een commodity. Het aantrekken van zo veel mogelijk creatieve, jonge mensen kan dat probleem helpen oplossen. De vraag is: hoe krijg je ze naar de nieuwe steden? Door Han de Kluijver
de oorlog is, dat deze nog geen 'uitgesleten stenen van borrelaars voor het eten' voor kroegen hebben, geen jaarringen van grachten die honderden jaren oud zijn. Geen kathedralen, waar pelgrims langstrokken op weg naar hun bedevaartsoorden. Geen cohesie door het jarenlang schuren van bevolkingsgroepen tegen elkaar. Toch hebben veel groeikernen in de naoorlogse periode laten zien wat ze wel kunnen. Ze hebben het immers gepresteerd om in een kleine veertig jaar een compleet nieuwe bevolking te huisvesten, daarvoor een infrastructuur te creëren met veelal uitstekende sociale voorzieningen, een aantrekkelijk stadscentrum met vaak een theater/bibliotheek en bioscoop en een ruim aanbod aan culturele voorzieningen. De stad als 'maakbaar bouwobject'. Culturele
uitvinders Door flexibelere arbeidscontracten, de dubbele carrières van steeds meer tweeverdieners, toenemende mobiliteit en toegenomen waarde die men hecht aan vrije tijd wordt de woonplek in toenemende mate onafhankelijk van de werkplek gekozen. De grote steden zijn niet alleen meer de plaatsen waar werk is te vinden, maar bovenal plekken waar geconsumeerd wordt. Met name de hoger opgeleiden hechten veel waarde aan de 'quality of life', waaronder de nabijheid van veel kunst en cultuur in de woon- en leefomgeving. Zij kiezen dus voor de grote stad. Essentiële
voorwaarde Ook kunstenaars vervullen dus een belangrijke rol binnen de stedelijke economie. De aanwezigheid van kunstenaars in alle sectoren stimuleert in een stad een klimaat van tolerantie, openheid en diversiteit, doordat kunstenaars over het algemeen vrijdenkend, creatief en vrijzinnig georiënteerd zijn. Dit trekt niet alleen andere bevolkingsgroepen - waaronder hoogopgeleiden - aan, maar genereert ook een klimaat van kennisoverdracht, innovatie en ondernemerschap in een stad. Dat is niet verwonderlijk: in veel functies in het bedrijfsleven waarin kunstenaars actief zijn worden vooral originaliteit, creativiteit en authenticiteit hogelijk gewaardeerd. Instromen
Ateliers/werkplaatsen Daarom zouden – geheel of gedeeltelijk – leegstaande bedrijfspanden een ideale oplossing bieden voor het werkruimteprobleem van veel kunstenaars. Indien de gemeentebesturen van de nieuwe steden het belang van de aanwezigheid in hun stad van zoveel mogelijk creatieve mensen inzien, moet het mogelijk zijn hen daarin tegemoet te komen. Ook voor het bedrijfsleven is wat dat betreft een belangrijke rol weggelegd. (1) Marco Polo reisde in de 13de eeuw de wereld rond en beschreef zijn indrukken van de steden die hij tegenkwam aan Kublai Khan, de keizer van de Tartaren. In zijn boek 'De onzichtbare Steden' (1972) herschrijft Italo Calvino deze oude verhalen op een heel eigen manier. De kwaliteit van de verhalen van Marco Polo is niet dat ze dé realiteit proberen te beschrijven, maar dat ze er een subjectieve ervaring van stimuleren. De verhalen lieten zo ruimte voor de verbeelding van de keizer. Hij beschrijft uiteenlopende visies op plaatsen en ruimtes. Door ze te verbeelden, maakt hij angsten en verlangens in relatie tot deze ruimtes zichtbaar. De theorieën rond ruimte en plaats die zich in de loop van de jaren ontwikkeld hebben, helpen ons om onze ruimtes uit elkaar te rafelen, er de gaten en het potentieel opnieuw in te ontdekken. Han de Kluijver is architect bna bni bnsp. |
|