| |
Dec.
2011 -Jan. 2012, 6e jg. nr.6. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus
268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@gmail.com. |
| Haal
creatieve mensen binnen Een stad is meer dan alleen materie; ze bestaat niet alleen maar uit gebouwen en functies. Het karakter van een stad wordt vooral bepaald door haar inwoners met hun dromen, gevoelens van geluk, verlangen, angst en eenzaamheid. Die onmeetbare eigenschappen geven een stad karakter, een eigen ziel. Het probleem is echter dat met name de nieuwe steden – in de naoorlogse periode meestal razendsnel gegroeid - vaak niet worden beschouwd als een gemeenschap, een community, maar als een handelsartikel, een commodity. Het aantrekken van zo veel mogelijk creatieve, jonge mensen kan dat probleem helpen oplossen. De vraag is: hoe krijg je ze naar de nieuwe steden? Door Han de Kluijver Als we het hebben over het beeld van een stad, dan gaat het vaak niet over de visuele verschijningsvorm. We denken eerder aan de verhalen die worden verteld. Die hebben soms zo veel kracht dat het beeld zich zelfs vasthecht bij mensen die nog nooit een stap in die stad hebben gezet. Naarmate de verhalen rijker en gedifferentieerder zijn, komt een stad meer tot leven en benadert de beeldvorming de werkelijkheid. (1) Geen
uitgesleten stenen Toch hebben veel groeikernen in de naoorlogse periode laten zien wat ze wel kunnen. Ze hebben het immers gepresteerd om in een kleine veertig jaar een compleet nieuwe bevolking te huisvesten, daarvoor een infrastructuur te creëren met veelal uitstekende sociale voorzieningen, een aantrekkelijk stadscentrum met vaak een theater/bibliotheek en bioscoop en een ruim aanbod aan culturele voorzieningen. De stad als 'maakbaar bouwobject'. Culturele
uitvinders Door flexibelere arbeidscontracten, de dubbele carrières van steeds meer tweeverdieners, toenemende mobiliteit en toegenomen waarde die men hecht aan vrije tijd wordt de woonplek in toenemende mate onafhankelijk van de werkplek gekozen. De grote steden zijn niet alleen meer de plaatsen waar werk is te vinden, maar bovenal plekken waar geconsumeerd wordt. Met name de hoger opgeleiden hechten veel waarde aan de 'quality of life', waaronder de nabijheid van veel kunst en cultuur in de woon- en leefomgeving. Zij kiezen dus voor de grote stad. Essentiële
voorwaarde Ook kunstenaars vervullen dus een belangrijke rol binnen de stedelijke economie. De aanwezigheid van kunstenaars in alle sectoren stimuleert in een stad een klimaat van tolerantie, openheid en diversiteit, doordat kunstenaars over het algemeen vrijdenkend, creatief en vrijzinnig georiënteerd zijn. Dit trekt niet alleen andere bevolkingsgroepen - waaronder hoogopgeleiden - aan, maar genereert ook een klimaat van kennisoverdracht, innovatie en ondernemerschap in een stad. Dat is niet verwonderlijk: in veel functies in het bedrijfsleven waarin kunstenaars actief zijn worden vooral originaliteit, creativiteit en authenticiteit hogelijk gewaardeerd. Instromen In
de nieuwe groeisteden is wel degelijk een aantal creatievelingen actief
vanuit woonkamers, zolders, schuurtjes en garages. Deze steden werden
doorgaans ontworpen conform de strenge wetten van moderne stedenbouw,
met een strikte scheiding tussen wonen en werken, die ze ook de reputatie
van slaapsteden opgeleverde. De nieuwe culturele ondernemers zitten
dus vaak verborgen in de stad. Ateliers/werkplaatsen Daarom zouden – geheel of gedeeltelijk – leegstaande bedrijfspanden een ideale oplossing bieden voor het werkruimteprobleem van veel kunstenaars. Indien de gemeentebesturen van de nieuwe steden het belang van de aanwezigheid in hun stad van zoveel mogelijk creatieve mensen inzien, moet het mogelijk zijn hen daarin tegemoet te komen. Ook voor het bedrijfsleven is wat dat betreft een belangrijke rol weggelegd. (1) Marco Polo reisde in de 13de eeuw de wereld rond en beschreef zijn indrukken van de steden die hij tegenkwam aan Kublai Khan, de keizer van de Tartaren. In zijn boek 'De onzichtbare Steden' (1972) herschrijft Italo Calvino deze oude verhalen op een heel eigen manier. De kwaliteit van de verhalen van Marco Polo is niet dat ze dé realiteit proberen te beschrijven, maar dat ze er een subjectieve ervaring van stimuleren. De verhalen lieten zo ruimte voor de verbeelding van de keizer. Hij beschrijft uiteenlopende visies op plaatsen en ruimtes. Door ze te verbeelden, maakt hij angsten en verlangens in relatie tot deze ruimtes zichtbaar. De theorieën rond ruimte en plaats die zich in de loop van de jaren ontwikkeld hebben, helpen ons om onze ruimtes uit elkaar te rafelen, er de gaten en het potentieel opnieuw in te ontdekken. Han de Kluijver is architect bna bni bnsp. |