Voorkant
Alexander
Calder
een grote passie voor dynamiek en balans
In het Gemeentemuseum
Den Haag is tot en met 28 mei aanstaande een grote overzichtsexpositie
te zien van de Amerikaanse beeldhouwer Alexander Calder (1898-1978).
Deze tentoonstelling geeft de bezoeker een duidelijk beeld van zijn
werk en persoon. De toepassing van dynamiek in zijn werk vormde destijds
een grote vernieuwing in de beeldhouwkunst. Met bewegende objecten probeerde
Calder het statische karakter van de toenmalige beeldhouwkunst te doorbreken.
Opmerkelijk in deze expositie is evenwel de prominente aandacht voor
de relatie tussen Alexander Calder en Piet Mondriaan. Hierdoor veranderde
echter naar mijn mening de primaire opzet van deze expositie: Alexander
Calder, de grote ontdekking.
Door
Wim Adema
| Deze
grote tentoonstelling in Den Haag geeft kunsthistorisch zeker
een duidelijk beeld van de beeldhouwer Alexander Calder. Zijn
fascinatie voor dynamiek in de ruimte wordt sterk zichtbaar. Calder,
die uit een artistiek gezin kwam (zijn vader was beeldhouwer en
zijn moeder schilderes) was reeds vanaf het begin van zijn artiestieke
loopbaan geboeid door vormverandering en beweging in de ruimte.
Hij probeerde al snel de dogmatiek van de destijds statische beeldhouwkunst
te doorbreken. In dat streven stond hij zeker niet alleen. Kinetische
kunst, een stroming in de kunst waarin beweging centraal staat,
werd door meerdere kunstenaars in die periode vormgegeven. Marcel
Duchamp bijvoorbeeld introduceerde een draaiend fietswiel als
object. Het Dadaïsme kende talrijke optische illusies. De
Hongaarse kunstenaar Lászlo Moholy-Nagy ontwikkelde tussen
1922 en 1933 zijn 'Modulateur Espace', waarin hij licht, ruimte
en beweging onderzocht. In 1932 begon Alexander Calder met zijn
'Mobiles'. Later volgden kunstenaars als Victor Vasarely en Jean
Tinguely.
Animal
Sketching en Cirque Calder
Wie
het werk van Alexander Calder visueel probeert te begrijpen, ontdekt
dat deze kunstenaar in 1929 reeds met zijn metalen draadmodellen
(Jouets de Calder) een hoogst originele beeldtaal ontwikkelde.
|
|
| |
Alexander
Calder, 'Josephine Baker' (III), circa 1927, staal, ijzerdraad,
99 x 56.6 x 24.5 cm, Museum of Modern Art, New York. Schenking
van de kunstenaar. |
Op een ingenieuze manier, hij studeerde eerst ook af als ingenieur werktuigbouwkunde,
draaide hij de metaaldraad in herkenbare maar ook vaak abstracte (dier)vormen.
Deze studies bleken later een aanloop te zijn voor zijn 'Cirque Calder'.
Zijn 'dynamische' circus toonde hij in een zeer kleine piste. Er waren
talrijke bewegende dieren en acrobaten. Bijvoorbeeld 'Een vis op wielen'
of een 'Zeerob met bal'. Deze wire sculptures toonden reeds
zijn grote liefde voor draad en beweging. Met deze metaaldraad maakte
hij ook portretten, onder andere van Josephine Baker. Calder voelde
zich heel goed thuis in de wereld van het theater en het toneelspel.
Joan Miró, een zeer goede vriend van hem, vond echter zijn 'vlinders'
(stukjes papier aan draad) het mooist. Hij noemde zijn vriend soms gekscherend
een 'kleerkast met de ziel van een nachtegaal'.
Hemelbestormers
Steeds
meer raakte Alexander Calder in de ban van de magische ruimte. Hij wilde
in zijn werk loskomen van de binding met de aarde. De kunstenaar had
visioenen van hemellichamen die in de ruimte zweefden. Hij dacht daarbij
aan tientallen bolletjes die op de wind door het universum dwaalden.
Dingen die ronddraaien en steeds weer bewegen. In een installatie met
balletjes, flessen en beweging ontstonden ook onverwachte geluiden.
De schoonheid van de balans intrigeerde hem mateloos. Steeds opnieuw
zocht hij naar een evenwicht tussen zijn vormen en kleuren. Calder vond
zijn werk nutteloos, maar mooi. Hij genoot er steeds weer van. Metalen
van verschillende diktes werden geknipt, gesorteerd en opnieuw gerangschikt.
Later werden ook de kleuren geel, zwart en geel belangrijk voor hem
en ontstond beweging in zijn beelden. Marcel Duchamp stelde hem voor
deze objecten 'Mobiles' te gaan noemen. Opmerkelijk was zijn werkopvatting:
'Soms was er een schets, maar nooit een werkplan vooraf'. Een groot
contrast vormde later de ontwikkeling van de grote staande metalen sculpturen,
'Stabiles'. Dit waren vaak indrukwekkende metalen assemblages. In deze
beelden vormden massiviteit, geladenheid, dreiging een combinatie met
lichtvoetigheid en evenwicht.
Ultieme
balans
Wie
het werk van Alexander Calder in het Gemeentemuseum Den Haag overziet,
ontmoet een indrukwekkende verscheidenheid aan ruimtelijke fantasie
in zijn 'Mobiles'. Elk beeld lijkt getransformeerd te zijn in een perfect
evenwicht. Tussen vorm, kleur en ruimte is een ultieme balans aanwezig.
Rechtlijnig gesneden metaal toont veelvormig een imaginaire wereld,
een transparant universum.
| 
|
Gebogen draden vormen een verbinding in een ongemerkt trapsgewijze
analyse van vorm, gewicht en richting. Deze objecten vermoeden
een diepgaande zoektocht naar evenwicht in de ruimte. Vanuit elke
hoek krijgen zijn composities een nieuwe dimensie. Zij vormen
visuele illusies voor de kijker. Soms houdt een grote zware bol
talloze kleine ijzervormen en bolletjes aan de andere kant in
een onlogisch aandoend evenwicht. Er is steeds sprake van een
ondoorgrondelijk spel met de zwaartekracht en materie. Misschien
is dit wel de essentie van zijn kunstenaarschap. Op het scherp
van deze snede balanceert Calder. Hij zoekt naar onmogelijke visuele
ervaringen van vorm en tegenvorm, gewicht en tegengewicht, materialiteit
en immaterieel perspectief ofwel 'Mobiles'. |
Alexander
Calder, 'Small Feathers', 1931, metaaldraad, hout, lood en verf,
97.8 x 81.3 x 40.6 cm. Calder Foundation, New York. |
|
Aardse
iconen
De 'Stabiles' van Calder zijn geheel anders van karakter. Het zijn vaak
zeer grote geabstraheerde metalen beelden (assemblages) in binnen- en
buitenruimtes. Aards, rustend, zwaar en dominant van vorm. Zij vormen
iconen in de ruimte. Deze werken vormen een groot contrast met zijn
lichtvoetige 'Mobiles'. Toch ziet men de metalen vormen op de grond
uitlopen in punten. Er ontstaat dan een impressie dat het zware beeld
gedragen wordt door lichtvoetigheid. Het lijkt op een poging van de
beeldhouwer om de zwaarte van zijn beelden alsnog een lichtvoetig karakter
te geven. In bepaalde objecten ervaart men echter een vermenging van
'Mobile' en 'Stabile', zoals in het object uit 1960 (z.t.). Het suggereert
stabiliteit en tegelijkertijd mobiliteit. In Nederland is slechts een
'Stabile' van Alexander Calder aanwezig, namelijk in de stad Hoogvliet.
Aan de rand van de centrale verbindingsweg door de stad staat 'Le Tamanoir'
uit 1963. Een miereneter die oogt als een grote zwarte metalen spin;
hij kruipt over het gras naar de stad. Het is een vertrouwd beeld, maar
wie kent nog de naam van de maker?
Speelse momenten
als begin
In
de talrijke vitrines van dit museum ziet men zijn vroegste draadobjecten.
Hier toont de Amerikaanse beeldhouwer reeds een speels raffinement met
tang, draad en vorm. 'Cirque Calder' nodigt uit met piste, acrobaten
en dieren. 'Object with red ball' uit 1931 en 'Constellation' (1943)
tonen reeds de onderstroom van zijn latere werk. Maar ook in zijn olieverfschilderij
'Fourteenth street' van 1925 ervaart men een ruimtelijke zoektocht.
Misschien laat Alexander Calder met 'Circus Scene' (1929) en 'Small
Feathers' (1931) wel de grondlijnen van zijn beeldhouwerschap zien:
het vinden van een ultiem evenwicht in de ruimte.
Ontmoeting
Calder en Mondriaan
Op deze overzichtsexpositie van Alexander Calder in Den Haag nam de
persoon en werk van Piet Mondriaan om voor mij onduidelijke redenen
wel een bijzonder prominente plaats in. Vooral de zeer centrale wijze
waarop Mondriaans werk gepresenteerd werd, veroorzaakte een groot probleem.
Ik ervaarde dat Calders overzichtstentoonstelling door deze thematische
toevoeging zeer negatief beïnvloed werd. Afgezien nog van de vraag
of er kunsthistorisch werkelijk sprake was van een diepgaande invloed
van Mondriaan op Calder, is het naar mijn mening onjuist om op een overzichtstentoonstelling
van een kunstenaar een andere beeldend kunstenaar mede centraal te stellen.
Indien men een relatie tussen twee of meer kunstenaars wil weergeven,
dan lijkt het mij zinvoller om een andere expositie-opzet te denken.
Nu ontstonden naar mijn beleving in Den Haag twee exposities. Bovendien
waren het exact gekopieërde Parijse atelier (Rue du Départ)
van Mondriaan en een groot aantal van diens schilderwerken in dit museum
te prominent en centraal (in het midden van de tentoonstelling) aanwezig.
Daarom werd het een lastige zaak om de hoofdlijn van deze expositie
vast te blijven houden: namelijk het volgen van leven en werk van Alexander
Calder.
.
Een afsluitend
onderwerp
Het
is natuurlijk kunsthistorisch een interessante vraag of het bezoek van
Alexander Calder in 1930 aan het atelier van Piet Mondriaan een diepgaande
invloed heeft gehad op de ontwikkeling van zijn werk. De kunstenaars
waren elkaars vrienden, maar bleken ook tegenpolen. Als beeldhouwer
en schilder benaderden zij de vormgeving van de ruimte op een geheel
verschillende wijze.
|
Calder bewonderde zeker de kleurtheorie en de fysieke inrichting
van Mondriaans atelier. Hij ervaarde bij hem een zoektocht naar
pure abstractie. ('It was the visit to Mondrian's studio, that
made me abstract'). Het opende waarschijnlijk bij Alexander Calder
een nieuw perspectief van abstrahering van de ruimte. Toch bleef
de dynamiek, de beweging en balans echter bij hem voorop staan.
Er ontstond wel meer immaterialiteit in zijn vormgeving. Centraal
bleef echter zijn zoektocht naar zwaartekracht en materie, het
ultieme evenwicht in zijn objecten. Piet Mondriaan vertoefde met
zijn werk in een haast verstilde contemplatieve binnenwereld,
waar hij naar zuiverheid van kleur, vorm en pure abstractie zocht. |
|
| |
Alexander
Calder, 'Zonder titel', ca. 1960, beschilderd metaal en draad,
23.5 x 25.5 cm. Particuliere collectie. |
Afsluitend
kan men hierover zeggen, dat Alexander Calder, behalve zijn contact
met Piet Mondriaan, ook nog talrijke andere, goede contacten en vriendschappen
had. De Spaanse schilder Joan Miró bijvoorbeeld had waarschijnlijk
een even grote zeggingskracht voor Calder. Diens vloeiende organische
vormen en fantasierijke kleurgebruik spraken de beeldhouwer evenzeer
aan. De originaliteit van van Marcel Duchamp, Hans Arp en de componist
Eric Satie vond hij eveneens bijzonder inspirerend. Arp was trouwens
zeer betrokken bij Calders objecten en stelde hem bijvoorbeeld voor
de naam 'Stabiles' te gaan gebruiken. Ik wil hiermee aantonen, dat Alexander
Calder een brede interesse had voor het werk van zijn collega's. Hij
stond open voor hun artistieke verbeelding. Misschien was dat een beter
uitgangspunt geweest voor een tweede expositie: de relatie van Alexander
Calder met vrienden en collega's, dus zeker ook Piet Mondriaan.
Ondanks de ingewikkelde en mijns inziens verkeerde expositie-opzet zag
ik een boeiend en duidelijk beeld van leven en werk van Alexander Calder.
Alexander Calder, de grote ontdekking, t/m 28 mei, Gemeentemuseum
Den Haag,
Stadhouderslaan 41, Den Haag. Website: www.gemeentemuseum.nl.
Wim
Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen
over beeldende kunst in diverse media. Klik hier
om zijn website te bekijken.