Apr. - Mei 2012, 7e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. Postbus 268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL OPINIE AGENDA UITGELICHT DOSSIERS ARCHIEF COLOFON
Voorpagina
artikel
over kunst en kunstenaars meningen
en columns
actuele
exposities
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit alle 
vorige nummers

de laatste  
drie nummers

Informatie over
Het Beeldende Kunstjournaal
 

Voorkant

Alexander Calder
een grote passie voor dynamiek en balans

In het Gemeentemuseum Den Haag is tot en met 28 mei aanstaande een grote overzichtsexpositie te zien van de Amerikaanse beeldhouwer Alexander Calder (1898-1978). Deze tentoonstelling geeft de bezoeker een duidelijk beeld van zijn werk en persoon. De toepassing van dynamiek in zijn werk vormde destijds een grote vernieuwing in de beeldhouwkunst. Met bewegende objecten probeerde Calder het statische karakter van de toenmalige beeldhouwkunst te doorbreken. Opmerkelijk in deze expositie is evenwel de prominente aandacht voor de relatie tussen Alexander Calder en Piet Mondriaan. Hierdoor veranderde echter naar mijn mening de primaire opzet van deze expositie: Alexander Calder, de grote ontdekking.

Door Wim Adema

Deze grote tentoonstelling in Den Haag geeft kunsthistorisch zeker een duidelijk beeld van de beeldhouwer Alexander Calder. Zijn fascinatie voor dynamiek in de ruimte wordt sterk zichtbaar. Calder, die uit een artistiek gezin kwam (zijn vader was beeldhouwer en zijn moeder schilderes) was reeds vanaf het begin van zijn artiestieke loopbaan geboeid door vormverandering en beweging in de ruimte. Hij probeerde al snel de dogmatiek van de destijds statische beeldhouwkunst te doorbreken. In dat streven stond hij zeker niet alleen. Kinetische kunst, een stroming in de kunst waarin beweging centraal staat, werd door meerdere kunstenaars in die periode vormgegeven. Marcel Duchamp bijvoorbeeld introduceerde een draaiend fietswiel als object. Het Dadaïsme kende talrijke optische illusies. De Hongaarse kunstenaar Lászlo Moholy-Nagy ontwikkelde tussen 1922 en 1933 zijn 'Modulateur Espace', waarin hij licht, ruimte en beweging onderzocht. In 1932 begon Alexander Calder met zijn 'Mobiles'. Later volgden kunstenaars als Victor Vasarely en Jean Tinguely.

Animal Sketching en Cirque Calder
Wie het werk van Alexander Calder visueel probeert te begrijpen, ontdekt dat deze kunstenaar in 1929 reeds met zijn metalen draadmodellen (Jouets de Calder) een hoogst originele beeldtaal ontwikkelde.

 
Alexander Calder, 'Josephine Baker' (III), circa 1927, staal, ijzerdraad, 99 x 56.6 x 24.5 cm, Museum of Modern Art, New York. Schenking van de kunstenaar.

Op een ingenieuze manier, hij studeerde eerst ook af als ingenieur werktuigbouwkunde, draaide hij de metaaldraad in herkenbare maar ook vaak abstracte (dier)vormen. Deze studies bleken later een aanloop te zijn voor zijn 'Cirque Calder'. Zijn 'dynamische' circus toonde hij in een zeer kleine piste. Er waren talrijke bewegende dieren en acrobaten. Bijvoorbeeld 'Een vis op wielen' of een 'Zeerob met bal'. Deze wire sculptures toonden reeds zijn grote liefde voor draad en beweging. Met deze metaaldraad maakte hij ook portretten, onder andere van Josephine Baker. Calder voelde zich heel goed thuis in de wereld van het theater en het toneelspel. Joan Miró, een zeer goede vriend van hem, vond echter zijn 'vlinders' (stukjes papier aan draad) het mooist. Hij noemde zijn vriend soms gekscherend een 'kleerkast met de ziel van een nachtegaal'.

Hemelbestormers
Steeds meer raakte Alexander Calder in de ban van de magische ruimte. Hij wilde in zijn werk loskomen van de binding met de aarde. De kunstenaar had visioenen van hemellichamen die in de ruimte zweefden. Hij dacht daarbij aan tientallen bolletjes die op de wind door het universum dwaalden. Dingen die ronddraaien en steeds weer bewegen. In een installatie met balletjes, flessen en beweging ontstonden ook onverwachte geluiden. De schoonheid van de balans intrigeerde hem mateloos. Steeds opnieuw zocht hij naar een evenwicht tussen zijn vormen en kleuren. Calder vond zijn werk nutteloos, maar mooi. Hij genoot er steeds weer van. Metalen van verschillende diktes werden geknipt, gesorteerd en opnieuw gerangschikt. Later werden ook de kleuren geel, zwart en geel belangrijk voor hem en ontstond beweging in zijn beelden. Marcel Duchamp stelde hem voor deze objecten 'Mobiles' te gaan noemen. Opmerkelijk was zijn werkopvatting: 'Soms was er een schets, maar nooit een werkplan vooraf'. Een groot contrast vormde later de ontwikkeling van de grote staande metalen sculpturen, 'Stabiles'. Dit waren vaak indrukwekkende metalen assemblages. In deze beelden vormden massiviteit, geladenheid, dreiging een combinatie met lichtvoetigheid en evenwicht.

Ultieme balans
Wie het werk van Alexander Calder in het Gemeentemuseum Den Haag overziet, ontmoet een indrukwekkende verscheidenheid aan ruimtelijke fantasie in zijn 'Mobiles'. Elk beeld lijkt getransformeerd te zijn in een perfect evenwicht. Tussen vorm, kleur en ruimte is een ultieme balans aanwezig. Rechtlijnig gesneden metaal toont veelvormig een imaginaire wereld, een transparant universum.

Gebogen draden vormen een verbinding in een ongemerkt trapsgewijze analyse van vorm, gewicht en richting. Deze objecten vermoeden een diepgaande zoektocht naar evenwicht in de ruimte. Vanuit elke hoek krijgen zijn composities een nieuwe dimensie. Zij vormen visuele illusies voor de kijker. Soms houdt een grote zware bol talloze kleine ijzervormen en bolletjes aan de andere kant in een onlogisch aandoend evenwicht. Er is steeds sprake van een ondoorgrondelijk spel met de zwaartekracht en materie. Misschien is dit wel de essentie van zijn kunstenaarschap. Op het scherp van deze snede balanceert Calder. Hij zoekt naar onmogelijke visuele ervaringen van vorm en tegenvorm, gewicht en tegengewicht, materialiteit en immaterieel perspectief ofwel 'Mobiles'.
Alexander Calder, 'Small Feathers', 1931, metaaldraad, hout, lood en verf, 97.8 x 81.3 x 40.6 cm. Calder Foundation, New York.

Aardse iconen
De 'Stabiles' van Calder zijn geheel anders van karakter. Het zijn vaak zeer grote geabstraheerde metalen beelden (assemblages) in binnen- en buitenruimtes. Aards, rustend, zwaar en dominant van vorm. Zij vormen iconen in de ruimte. Deze werken vormen een groot contrast met zijn lichtvoetige 'Mobiles'. Toch ziet men de metalen vormen op de grond uitlopen in punten. Er ontstaat dan een impressie dat het zware beeld gedragen wordt door lichtvoetigheid. Het lijkt op een poging van de beeldhouwer om de zwaarte van zijn beelden alsnog een lichtvoetig karakter te geven. In bepaalde objecten ervaart men echter een vermenging van 'Mobile' en 'Stabile', zoals in het object uit 1960 (z.t.). Het suggereert stabiliteit en tegelijkertijd mobiliteit. In Nederland is slechts een 'Stabile' van Alexander Calder aanwezig, namelijk in de stad Hoogvliet. Aan de rand van de centrale verbindingsweg door de stad staat 'Le Tamanoir' uit 1963. Een miereneter die oogt als een grote zwarte metalen spin; hij kruipt over het gras naar de stad. Het is een vertrouwd beeld, maar wie kent nog de naam van de maker?


Speelse momenten als begin
In de talrijke vitrines van dit museum ziet men zijn vroegste draadobjecten. Hier toont de Amerikaanse beeldhouwer reeds een speels raffinement met tang, draad en vorm. 'Cirque Calder' nodigt uit met piste, acrobaten en dieren. 'Object with red ball' uit 1931 en 'Constellation' (1943) tonen reeds de onderstroom van zijn latere werk. Maar ook in zijn olieverfschilderij 'Fourteenth street' van 1925 ervaart men een ruimtelijke zoektocht. Misschien laat Alexander Calder met 'Circus Scene' (1929) en 'Small Feathers' (1931) wel de grondlijnen van zijn beeldhouwerschap zien: het vinden van een ultiem evenwicht in de ruimte.

Ontmoeting Calder en Mondriaan
Op deze overzichtsexpositie van Alexander Calder in Den Haag nam de persoon en werk van Piet Mondriaan om voor mij onduidelijke redenen wel een bijzonder prominente plaats in. Vooral de zeer centrale wijze waarop Mondriaans werk gepresenteerd werd, veroorzaakte een groot probleem. Ik ervaarde dat Calders overzichtstentoonstelling door deze thematische toevoeging zeer negatief beïnvloed werd. Afgezien nog van de vraag of er kunsthistorisch werkelijk sprake was van een diepgaande invloed van Mondriaan op Calder, is het naar mijn mening onjuist om op een overzichtstentoonstelling van een kunstenaar een andere beeldend kunstenaar mede centraal te stellen. Indien men een relatie tussen twee of meer kunstenaars wil weergeven, dan lijkt het mij zinvoller om een andere expositie-opzet te denken. Nu ontstonden naar mijn beleving in Den Haag twee exposities. Bovendien waren het exact gekopieërde Parijse atelier (Rue du Départ) van Mondriaan en een groot aantal van diens schilderwerken in dit museum te prominent en centraal (in het midden van de tentoonstelling) aanwezig. Daarom werd het een lastige zaak om de hoofdlijn van deze expositie vast te blijven houden: namelijk het volgen van leven en werk van Alexander Calder.

.
Een afsluitend onderwerp
Het is natuurlijk kunsthistorisch een interessante vraag of het bezoek van Alexander Calder in 1930 aan het atelier van Piet Mondriaan een diepgaande invloed heeft gehad op de ontwikkeling van zijn werk. De kunstenaars waren elkaars vrienden, maar bleken ook tegenpolen. Als beeldhouwer en schilder benaderden zij de vormgeving van de ruimte op een geheel verschillende wijze.

Calder bewonderde zeker de kleurtheorie en de fysieke inrichting van Mondriaans atelier. Hij ervaarde bij hem een zoektocht naar pure abstractie. ('It was the visit to Mondrian's studio, that made me abstract'). Het opende waarschijnlijk bij Alexander Calder een nieuw perspectief van abstrahering van de ruimte. Toch bleef de dynamiek, de beweging en balans echter bij hem voorop staan. Er ontstond wel meer immaterialiteit in zijn vormgeving. Centraal bleef echter zijn zoektocht naar zwaartekracht en materie, het ultieme evenwicht in zijn objecten. Piet Mondriaan vertoefde met zijn werk in een haast verstilde contemplatieve binnenwereld, waar hij naar zuiverheid van kleur, vorm en pure abstractie zocht.

 
Alexander Calder, 'Zonder titel', ca. 1960, beschilderd metaal en draad, 23.5 x 25.5 cm. Particuliere collectie.

Afsluitend kan men hierover zeggen, dat Alexander Calder, behalve zijn contact met Piet Mondriaan, ook nog talrijke andere, goede contacten en vriendschappen had. De Spaanse schilder Joan Miró bijvoorbeeld had waarschijnlijk een even grote zeggingskracht voor Calder. Diens vloeiende organische vormen en fantasierijke kleurgebruik spraken de beeldhouwer evenzeer aan. De originaliteit van van Marcel Duchamp, Hans Arp en de componist Eric Satie vond hij eveneens bijzonder inspirerend. Arp was trouwens zeer betrokken bij Calders objecten en stelde hem bijvoorbeeld voor de naam 'Stabiles' te gaan gebruiken. Ik wil hiermee aantonen, dat Alexander Calder een brede interesse had voor het werk van zijn collega's. Hij stond open voor hun artistieke verbeelding. Misschien was dat een beter uitgangspunt geweest voor een tweede expositie: de relatie van Alexander Calder met vrienden en collega's, dus zeker ook Piet Mondriaan.

Ondanks de ingewikkelde en mijns inziens verkeerde expositie-opzet zag ik een boeiend en duidelijk beeld van leven en werk van Alexander Calder.

Alexander Calder, de grote ontdekking, t/m 28 mei, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Website: www.gemeentemuseum.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

Service

 

Nieuwsbrief
Verschijnt als er een nieuw nummer uit is.
Aanmelden kan door
een e-mail te sturen.

Facebook
Bezoek Het Beeldende Kunstjournaal op Facebook! Wordt fan!

Oproep
Vrijwiligers gezocht!

Uitgever
Het Beeldende Kunstjournaal
is een uitgave
van het
Platform
ArtizonTaal.