Apr. - mei 2017, 12e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Goede Hoop
Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600

De komst van Nederlanders halverwege de zeventiende eeuw heeft Zuid-Afrika diepgaand beïnvloed. Door de blanke kolonisten veranderde de samenstelling van de bevolking. Zij introduceerden hun taal, dat uiteindelijk het huidige Afrikaans werd, hun gereformeerde kerk, Hollandse architectuur, de islam, de slavernij. Ook Nederland zelf veranderde door gebeurtenissen in Zuid-Afrika, denk aan de Boerenoorlogen en de Apartheid. Met ongeveer 300 artefacten, tekeningen, schilderijen, documenten, foto's, films, meubels, souvenirs heeft het Rijksmuseum een bijzondere tentoonstelling samengesteld over de relatie tussen Zuid-Afrika en Nederland.

Door Peter van Dijk

Geschiedenis kan nooit neutraal en objectief zijn, ook niet achteraf. Dat bewijst de grote tentoonstelling over de relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika ten overvloede. De Nederlandse kijk op de kolonie veranderde een aantal malen. In 1652 noemden de bestuursleden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie het net veroverde Kaapstad 'een nuttig verversingsstation op de route naar Indië'. Een station, waar je aanlegt, overstapt, uitrust.

Naarmate de kolonie groeide, kon dezelfde firma de kosten van het station alleen in de hand houden door de import van goedkope arbeidskrachten.

 
Tentoonstelling Goede Hoop. Foto Rijksmuseum.

Zuid-Afrika werd een grote slavenkolonie, die haar legitimatie vond in de superioriteit van het blanke ras, gezegend door de juiste godheid. In 1814 verbood de Nederlandse regering de handel in slaven en werd het houden van slaven verdacht, maar pas in 1863 officieel verboden.

Toen de Engelsen aan het eind van de negentiende eeuw dreigden de gehele kolonie over te nemen, zamelde Nederland ijverig geld in om de nobele bebaarde Afrikaner boeren, immers van Nederlandse stam, te steunen in hun oorlog tegen de onrechtvaardige wetten en discriminatie van de perfide Engelsen. De ruige generaal Paul Kruger, die door Nederland toerde om steun te werven voor de Boerenzaak en door de jonge koningin Wilhelmina aan de dinertafel genood werd, was de verpersoonlijking en held van deze mythe. Hij en zijn godsvruchtige blanke Afrikaner strijders legden de basis voor de latere apartheid.

Na Sharpeville, de opstand in 1960 tegen de apartheid, waarbij 67 mensen door politiekogels werden gedood, kantelde de publieke opinie in Nederland weer. In de Beurs van Berlage scandeerden 500 demonstranten 'Stop de negervervolging in Zuid-Afrika'. Een woord dat ze nu, een halve eeuw later, niet meer in de mond mogen nemen. Het kan verkeren.

Helder standpunt
Een van de missies van het Rijksmuseum is, behalve het conserveren en tentoonstellen van werken van Rembrandt en andere vaderlandse beeldende kunstenaars, het documenteren van de moderne geschiedenis. Zo geeft het Rijks geregeld opdrachten voor fotoreportages over eigentijdse vraagstukken en maakt het tentoonstellingen. Maar een grote tentoonstelling over zo'n ingrijpende fase in de vaderlandse geschiedenis, die het best als een museale documentaire getypeerd kan worden, heeft het museum bij mijn weten nog nooit georganiseerd.

In deze documentaire over Zuid-Afrika heeft het museum een helder moreel standpunt ingenomen, namelijk tegen de ongelijkheid van individuen en rassen, tegen de apartheid. Zonder schroom. Op de muren van de tien tentoonstellingszalen staan strijdbare leuzen gekalkt als 'Je hebt mijn land ingepikt', 'Wat doe je op mijn land?', 'Ik werk altijd ik moet ook rusten'. De pretentie van objectiviteit is opzettelijk losgelaten, met als resultaat dat de poging tot waarheidsvinding heel goed geslaagd is.

Jan Brandes, 'De Tafelberg en Kaapstad gezien vanaf de zee', 1787. Rijksmuseum, Amsterdam.

Een schilderij van Charles Bell (1850), dat de aankomst van Jan van Riebeeck op de Kaap laat zien, is een adequaat begin van de tentoonstelling, die chronologisch is opgebouwd. Een groep van vijf blanke mannen, met hoeden, sjerpen om de borst en brede witte kragen, tussen hen in een lange vlaggenstok met de driekleur schuin omhoog, heeft zich opgesteld tegenover drie zwarte mannen en een vrouw met baby in een draagdoek. Een zwarte man staat en probeert iets met zijn vingers uit te leggen, de rest zit deemoedig op de grond. De blanken proberen geamuseerd te begrijpen wat er gecommuniceerd wordt. Op de achtergrond gaat het uitladen van de schepen rustig door.

Het koloniaal bestuur
Een treffend beeld voor een groot deel van de hierop volgende geschiedenis tussen zwart en blank in Zuid-Afrika. De blanke pretendeert welwillendheid, maar gaat intussen zijn eigen gang. De oorspronkelijke zwarte bewoners, de Khoikoi, proberen duidelijk te maken dat zij hier rondtrekken op gemeenschappelijke weidegronden. Maar in de loop der jaren zullen zij het de blanken nooit aan hun verstand kunnen brengen dat gemeenschappelijke weidegrond voor hen hetzelfde is als 'bezit' voor de blanke. Bezit, zeggen de westerlingen hoort bij landbouwers die hun lapjes grond omheinen. Niet bij mij mensen die voortdurend rondtrekken en er dus nooit zijn.

De Khoikoi krijgen met prenten, mantels, sieraden en teksten veel aandacht van de makers van de tentoonstelling. Voor de toenmalige kolonist zou dat overdreven aandacht zijn geweest. Een koopman schreef in 1595: 'Zij waren altijds zeer stinkende, overmits zij haar altijd met vet ende ongel (smeer) besmeren'. De Khoikoi werden door de Hollanders 'hottentotten' genoemd, een zeventiende eeuws scheldwoord voor stotteraar. De Khoikoi gebruikten namelijk klikklanken, net zoals de San in de Kalahari nog altijd doen. De Hollanders begrepen er niets van. 'Alle deze volkeren is haar sprake zeer belemmerd, klokkende als kalkoense hanen'. De Khoikoi, die geregeld hun gestolen koeien kwamen terugstelen en uit woede de groententuintjes van de Hollanders vernielden, kregen het stigma van onbetrouwbare bloeddorstige wilden.

De naam van een ander volk, de Xhosa, werd tot 'kaffer' verbasterd en de San werden als bosjesmannen aangeduid. Al in de achttiende eeuw waren dit negatieve begrippen. Hoe respectloos de blanken met de plaatselijke mensen omsprongen, blijkt ook uit het onder reizigers populaire 'kutkykum'. In ruil voor een beetje tabak of brood toonden vrouwen hun schaamdelen. De Kaapkolonie werd jarenlang bestuurd door ijzervreters, die constant in oorlog verkeerden met de oorspronkelijke bewoners en altijd goed voor zich zelf zorgden. Gouverneur Simon van der Stel was het prototype van de VOC-bestuurder, zijn vader was de eerste bestuurder van het net veroverde Mauritius, hijzelf zorgde als gouverneur (1679-1699) van Zuid-Afrika beter voor zijn landgoed Constantia dan voor de Kaapkolonie en zijn opvolger zoon Willem Adriaan was eigenlijk alleen maar corrupt.

Het kameelpaard

Het was een wonder dat in 1777 in dit milieu een verlichte man benoemd werd door de VOC. Een van de essays in het rijke boekwerk 'Goede Hoop', dat de tentoonstelling begeleidt, suggereert dat deze militair, Robert Jacob Gordon, niet zozeer door de hoge heren van de VOC, maar op verzoek van Willem V, uitgezonden was. Gordon was een bijzondere man. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit Schotland en wist snel te integreren in Holland. Zijn grootvader (derde generatie) was burgemeester van Schiedam en zijn vader bracht het tot generaal-majoor in het Staatse leger. Ook Robert werd opgeleid voor het leger. Maar in zijn geval betekende dat een combinatie van Franse School, privé-lessen, tekenlessen, plantkunde en fysiologie aan de Universiteit van Harderwijk. Gordon vertrok op zijn dertigste als kapitein naar Zuid-Afrika. Hij trok onmiddellijk de binnenlanden in, als een van de eerste Europeanen, op zoek naar onbekende dieren en planten. Drie jaar later werd hij benoemd tot militaire commandant van de kolonie. Hij zou nog vele reizen maken, namen geven aan rivieren, landstreken en baaien. Gordon was een onvermoeibare vorser en wetenschapper.

Robert Jacob Gordon, 'Giraf met links een Khoi', 1779. Collectie Rijksmuseum.

Het geraamte van een onbekend fantasiebeest, het kameelpaard, stuurde hij in kisten naar de stadhouder. Giraffe heet dat beest tegenwoordig. Het skelet werd in Willems 'menagerie' verkeerd in elkaar gezet, op de tentoonstelling is dat hersteld. De reparatie van de rechterknie van het geraamte, vanwege de schotwond die hem velde, is goed zichtbaar. De kaffers en bosjesmannen waren verbluft dat deze 'witvel' hen in hun eigen taal aansprak. Overal waar Gordon verscheen, maakte hij indruk door zijn kennis, zijn verhalen, zijn interesse en zijn charme. Hij reisde zonder pruik en scheergerei en maakte vele tekeningen van landschap, dieren en inwoners. Gordon stond open voor andere culturen, opvattingen en talen. Hij wilde alles weten, begrijpen en vastleggen voor de wetenschap.

Het hart van de tentoonstelling in het Rijks bestaat terecht uit het werk van deze verlichte geest en atypische kolonist. Beschrijvingen en tekeningen van destijds nauwelijks bekende dieren als het nijlpaard, de springbok, de gnoe, de giraffe, maar ook van details als de penis van het nijlpaard in slappe en stijve staat, stuurde hij op naar de Leidse professor J.N.S. Allamand, die in de laatste decennia van de achttiende eeuw meewerkte aan een herziening en vertaling van Buffon's 'Histoire Naturelle', een van de invloedrijkste wetenschappelijke publicaties van die eeuw.

Gordon maakte schitterende kaarten van Zuid-Afrika en tekende zeer precies, als een militaire verkenner, panorama's op schaal van de Oranjerivier, de Tafelberg, allerlei baaien. Hij schetste San-families, Xhosa-dansen, boerderijen, de giraffenjacht, zeeschepen. Hij was de meest begiftigde en geïnteresseerdste koloniale chroniqueur die in Zuid-Afrika rondgelopen heeft en zijn werk tilt deze docu-tentoonstelling naar een artistiek niveau.

Apartheid

De Boerenoorlogen en de Apartheid krijgen uiteraard ook veel aandacht in de expositie. Deze periodes worden vooral zichtbaar gemaakt aan de hand van foto's, cartoons, tekeningen, affiches en filmmateriaal. Twee familieleden van beroemde schilders vochten mee in de Tweede Boerenoorlog. Een broer van Piet Mondriaan raakte gewond in de slag bij Elandslaagte, waarvan hij een strip-achtige tekening maakte. En de jongste broer van Vincent van Gogh, Cor, stierf aan zijn verwondingen in deze slag. Van hem geen tekeningen, hoewel hij tekenaar bij het Spoor was, maar hij is wel te zien op een foto.

Apartheid was gewoon grof racisme, dat in Zuid-Afrika vanaf 1948 in wetten werd gereglementeerd, maar natuurlijk al de dagelijkse praktijk was voor dat jaar. De verandering van 1948 hield in dat de niet-blanke bij wet een 'Untermensch' werd, die geen land mocht bezitten, geen staatsburger was, op eigen banken in het park moest zitten, baantjes moest aannemen die de superieure blanke man hem toewees.

 
Anoniem, collectebus met portretten van Paul Kruger en Martinus Steyn, 1899-1902. Rijksmuseum, Amsterdam.

De boycot-acties tegen Zuid-Afrika zijn onderdeel van onze eigen na-ooorlogse geschiedenis, dus redelijk bekend en vertrouwd. Waarschijnlijk is dat de reden dat ik dit deel van de expositie minder geïnteresseerd beleefde. Wel ontroerend was het om de toespraak van Nelson Mandela op het Leidseplein 16 juni 1999 terug te zien. Ook hij werd door de vorstin voor een staatsdiner ontvangen. Waaruit ten overvloede blijkt hoezeer het Nederlandse vorstenhuis in de pas loopt met de publieke opinie.

Goede Hoop, Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600, t/m 21 mei 2017, Rijksmuseum, Museumstraat 1, Amsterdam. Website: www.rijksmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist

Terug naar boven | Print dit artikel!

Verder in dit nummer:
Actueel

Bonnefantenmuseum,
een special over een opmerkelijk museum-gebouw en nieuwe exposities,
door Wim Adema 

Chagall en de tijd, door Margaretha Coornstra

Haiku 1 van Ria Giskes

Genghis Khan,
wereldveroveraar
te paard,

door Peter van Dijk

Paul van der Eerden -
Good Company,

door Lea Nieuwhof

Haiku 2 van Ria Giskes

Kunstflitsen,
kunsttips voor lezers

 

Achtergrond

TEFAF 2017, door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Beatrice Wood
Mama of Dada,

door Wim Adema

Onbegrensd
Vakmanschap
- het andere werk van architecten,

door Han de Kluijver

 

Agenda
actuele exposities in Nederland en België

Uitgelicht
opmerkelijke
kunstberichten

Archief
vorige nummers

Colofon
over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Nieuwsbrief
Verschijnt als er een nieuw nummer uit is.
Aanmelden kan door
een e-mail te sturen.

Facebook
Bezoek Het Beeldende Kunstjournaal op Facebook! Wordt fan!

Oproep
Vrijwiligers gezocht!