Juni - aug. 2017, 12e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

De Kleuren van De Stijl
-een discussie, uitwerking en verbeelding-

De Kunsthal KAdE in Amersfoort biedt met de expositie 'De Kleuren van de Stijl' een boeiende confrontatie met het fenomeen kleur. Vanuit De Stijl-visie is een helder en inspirerend traject ontstaan over het gebruik van de kleur door kunstenaars. Ondersteund door veel documentatie, met belangrijke kunstwerken en uitgaand van de primaire kleuren rood, geel en blauw, is een tentoonstelling opgebouwd van drie delen: de kunstenaars van De Stijl en naoorlogse – en hedendaagse kunstenaars.

Door Wim Adema

De kabinetten met de kunstwerken van De Stijl-kunstenaars zijn een belangrijke introductie op deze tentoonstelling. Juist binnen deze groep is een intensieve discussie gevoerd over het gebruik van de kleuren, met name over de essentie van de primaire kleuren rood, geel en blauw. Rondom de vastomlijnde ideeën van Piet Mondriaan over lijn, vorm en kleurgebruik, laten de visies van Bart van der Leck, Vilmos Huszár, Theo van Doesburg, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo in veel opzichten ook afwijkende opvattingen zien.

Mondriaan en Van der Leck
De opvattingen van Piet Mondriaan (1872-1944)

 
Olafur Eliasson, 'Ephermeral Afterimage Star', 2008. Courtesy: de kunstenaar. Foto: Peter Cox.

vormden voor de leden van De Stijlgroep lange tijd een belangrijke inhoudelijke pijler. Zonder twijfel heeft hij als beeldend kunstenaar een volledig eigen weg gezocht en ook gevonden. Hij ontwikkelde een unieke wijze van schilderen en publiceerde tevens een belangwekkende studie hierover: 'De nieuwe beelding in de schilderkunst'. Kleur en vorm blijken voldoende voor Mondriaan. Het gebruik van kleur moest vereenvoudigd worden tot sterke en vlak opgezette kleuren. Primaire kleuren kunnen samen een witlicht veroorzaken, een zuivere verbeelding van het witte licht. Wolfgang von Goethe ontkende in zijn kleurtheorie het belang van de vorm. Die gedachte is mede belangrijk geworden voor het denken van Mondriaan. Met de kunstenaar Bart van der Leck ontstond een goede relatie, waarin een gezamenlijke visie op de functie van primaire kleuren gedurende een periode centraal bleef staan.

Bart van der Leck (1876-1958) zag kleur als een weergave van het licht en ervoer de primaire kleur als de directe weergave van het licht. 'Als rood, geel en blauw in één punt samenvallen, vormt dat wit licht'. Een compositie uit 1918, die op de tentoonstelling hangt, een olieverfschilderij met geel, rood en een donker blauw als aanwezige kleuren, veroorzaakt door rechtlijnige vierkanten een spontaan ruimtelijk en abstract beeld. Buiten de bedoeling van de schilder is een heel licht craquelé (ouderdom) ontstaan dat het schilderij door haar abstracte grafische structuur een extra dimensie geeft.

Huszár en Vantongerloo
Van Vilmos Huszár (1884, Hon)-1960 (NL) zie ik het olieverfdoek een 'Liggende figuur' uit 1928, in geel, rood en blauw met een asymmetrische driehoeksopbouw. Omringende grijstonen, een pastelgrijs, verzachten de werking van de primaire kleuren en geven ruimte aan een suggestieve abstracte liggende figuur. Bij Huszár is een grotere vrijheid in kleurgebruik en ruimtelijk conceptie aanwezig. Hij volgde de opvattingen van Wilhelm Ostwald, die alle kleuren als primair beschouwde. De kleur dient namelijk tot exactheid te worden gesteld. Kleur is niet afhankelijk van waarneming, maar van wetenschap. Bij Huszár is sprake van een ontwikkeling van subjectief naar objectief gegeven.

Georges Vantongerloo (1886-1965, B) was aanvankelijk werkzaam in de beeldhouwkunst en vond verwantschap in de opvattingen van De Stijl. Wetenschap en met name wiskunde hadden een grote invloed op het karakter van zijn werk. Hij maakte zijn tekeningen en schilderijen altijd vanuit een mathematische opvatting. Zijn keuze voor de vorm, lijn en kleur werd voorafgegaan door diepgaande wiskundige berekeningen. Hij gebruikte zeven kleuren en vijf tussenkleuren. Hierbij vormde zijn kennis en ervaring met de muziektheorie een extra invalshoek. Voor de andere leden van De Stijl vormde zijn werk een groot probleem, vooral voor Mondriaan en Huszár.
Fransje Killaars, 'Colours first', 2017, Handgeweven acryl / wol, Courtesy de kunstenaar. Foto: Peter Cox.

Vanwege de grote verschillen van opvatting verliet Vantongerloo de groep weer vrij snel.

Een discussie over de kleur; primaire en secundaire kleuren
In het werk van Theo van Doesburg (1883-1931) zie ik in hetzelfde jaar, namelijk 1917, twee verschillende manieren van werken. 'Lena in interieur' gemaakt met potlood en gouache, toont een zoekende figuratieve analyse van een zittende vrouw, waarbij herkenbare en abstracte beeldelementen in een compositie bij elkaar gebracht zijn. In 1917 ontwierp van Doesburg ook een schetsontwerp voor een glasmozaïek, 'Compositie IV', gemaakt met drukinkt en potlood, waarin een verticaallange compositie met kleine rechtlijnige en onderlinge afwijkende vormen in primaire kleuren een tegenbeeld oproept met het schilderij 'Lena'.

'Peinture pure', gemaakt in 1920, is een bovendien een verrassende tegenpool, waarin grijze en zwarte hoeklijnen een kleurspectrum van zwart, geel, lichtgrijs, groen, rood en blauw omringen. Deze kleuren lijken in elkaar over te gaan, de compositie is verticaal van opzet en toont kleur, ruimte en rust. Van Doesburg erkende het bestaan van primaire kleuren, maar ook de secundaire kleuren vond hij belangrijk. 'Kleur is het doel voor de kunstenaar bij het maken van kunst, evenwicht en juiste verhoudingen'. De kunstenaar zocht naar tintvarianten van een kleur. Verf en kleur waren twee verschillende dingen voor hem. Verf is een middel, maar kleur is het doel.

Architectuur en kleurgebruik
Bij de architect Gerrit Rietveld (1888-1964) ervaar ik dat de kleur gebruikt wordt voor de functionaliteit van zijn ontwerpen. Hij heeft hierover een heldere en strikte mening. Voor de schilder is kleur een middel om zich uit te drukken, maar voor de architect heeft de kleur alleen betekenis in de ruimte. Zijn visie op kleur wordt vooral bepaald door de definitie van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer: 'Farbe is die qualitative Teilung der Tätigkeit der Retina', ofwel, kleur is kwalitatieve verdeling van de activiteit van het netvlies.

In zijn tentoongestelde 'Vier bijzettafeltjes' uit 1953, gemaakt van multiplex, zie ik de aanwezigheid van rood, donkergroen, blauw en donkergeel. De kleuren hebben in de ingenieus gevormde tafelset, die in elkaar kan worden geschoven, een ondersteunende, maar geen functionele werking. In zijn ontwerpen voor het interieur van de Douglas DC 7 en de Lockheed Electra (KLM) vliegtuigen, zorgt het kleurgebruik, met potlood en gouache, juist voor een interieur, dat in het plafond, met pastelzachte kleuren blauw, grijs en roomwit, een rustgevend karakter krijgt. De geschetste vliegtuigstoelen zijn in lichtblauw en lichtgeel weergegeven. De ontworpen vloerbedekking heeft een donkerblauwe en grijze kleur.

Rietveld laat een veel vrijer maar tevens functioneler gebruik van kleuren zien, waarin de primaire kleuren een onderdeel van zijn ruimtelijk concept vormen.

Na de Tweede Wereldoorlog
Het eerste deel van deze expositie in de Kunsthal KAdE, de geschiedenis van De Stijl, vormt een prima theoretisch en concreet begin. In de betreffende kabinetten wordt deze fase van onze kunstgeschiedenis op een compacte en aantrekkelijke manier weergegeven. De verbinding met de periode na de Tweede Wereldoorlog laat een duidelijke voortzetting zien van het abstracte kleurgebruik door kunstenaars.

 
Gerrit Rietveld, ontwerp 1950, 3D mock-up van lounge gedeelte van Lockheed L-188 Electra, gebouwd door meubelmaker Erwin Kwant. Foto: Peter Cox.

Het beroemde schilderij 'Who's Afraid of Red, Yellow and Blue' (1967) van de Amerikaanse schilder Barnett Newman (1905-1970), beveiligd en wel in dit museum, vormt qua stijl wel een grote visuele overgang naar de naoorlogse schilderkunst. Bij Newman is een pleidooi waarneembaar om lijnen en kleuren in een groter en avontuurlijk universum te plaatsen. Hij deelde de opvattingen van Piet Mondriaan in het geheel niet. Als kunstenaar dien je de volledige vrijheid te hebben, vond hij. Hij wilde een taal uitdrukken die 'plasmisch' was, welke de plasticiteit van de kunst in een 'mentaal plasma' kon verbeelden. Barnett Newman gebruikte grote formaten doeken met gelijkvormige ruimtelijke kleurvlakken, die op een onverwachte en soms nauwelijks waarneembare manier de grote dynamische kleurvormen door smalle kleurstrepen laten onderbreken. In KAdE zie ik de primaire kleur rood in een heel groot en breed kleurvlak onderbroken worden door twee smalle kleuren geel (links) en blauw (rechts).

Door de aanwezigheid van kunstwerken van andere beroemde collega's als Yves Klein, Jasper Johns, Richard Paul Lohze, Joseph Kosuth, Robert Ryman, Richard Serra en Piero Manzoni wordt extra duidelijk gemaakt dat de naoorlogse schilderkunst een grote dynamische en creatieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het intense donkerblauw in de 'Venus Bleue' van Klein; de interesse van Johns voor de kleur als 'feit' in de compositie; de modulaire en seriële reeksen van zien in het werk van Lohze; kleuren als begrippen bij Kosuth; het anonieme wit bij Ryman en de puur lichte ruimte van Manzoni, tonen in deze zalen een brede kunsthistorische samenhang.

Josef Albers (1988-1976)
Op deze tentoonstelling vormt het hoog en verticaal geplaatste werk van de Duitse kunstenaar Josef Albers (1888-1976) met veertig zeefdrukken een opvallende ruimtelijke interventie. In een brede en gevarieerde setting laat Albers op indringende wijze de werking van kleuren zien. In vierkant opgezette kleurcomposities gaan transparante kleuren, bijvoorbeeld een diepzacht rood, in elkaar over, waarbij elke kleur, met licht afwijkende schakeringen, binnen deze kunstwerken een nieuw totaalbeeld vormt. Josef Albers had grote interesse in de waarneming van kleur. Kandinsky, Klee en Itten waren zijn leraren. Albers voelde een inhoudelijke verbinding met de opvattingen van De Stijl en het Constructivisme. In de Verenigde Staten gaf hij van 1950-1958 onder meer les aan Rothko, Newman en Rauschenberg. In 1963 publiceerde hij zijn studie 'Interaction of Colors'. Zijn visie op de werking van kleur werd van groot belang voor nieuwe generaties beeldende kunstenaars. Als geen ander wist Albers een pleidooi te houden voor de autonomie van kleuren. Het kijken naar kleuren was het belangrijkste. Bij hem stond de waarneming hiervan centraal.

Eigentijds avontuur met kleuren
Olafur Eliasson (1976) laat in KAdE een bijzonder inspirerende lichtinstallatie zien, waarin het mengen van kleuren centraal staat. Het is avontuur, waarbij de kijker in een donkere kijkruimte direct betrokken raakt. Zijn spectrale kleuren in 'Ephermeral Afterimage' (2008) laten vanuit het centrum van een groot projectiescherm een proces zien in geel, blauw en rood met transparante rechthoekige kleurvormen, waarbij kleuren in stervorm ontstaan door middel van licht en projectie. Telkens opnieuw ontwikkelen zich intuïtieve doorzichtige kleurpatronen, die een nieuwe ruimtelijke kijkervaring geven. De inhoud van dit werk roept associaties op met de opvattingen van Jozef Albers. Met deze installatie laat Eliasson op een indringende manier rechthoekig gevormde kleurvormen in het centrum van de projectie zich verbinden met andere kleuren en vormen. Doorzichtige en zachte kleuren tonen hun rijkdom.

Ook het werk van Steven Aalders (1959) vormt door zijn helderheid en monochroom karakter van rechthoekige kleurbalken een samengaan van vorm en kleur. Hij zegt hierover: 'Hoe minder vorm je in een schilderij hebt, hoe belangrijker de kleur wordt'. 'Phi Painted Blue Red' wordt in een oase van wit op een subtiele verticaal onderbroken door uiterst smalle verticale lijnen, met de kleur blauw (links) en rood (rechts).

De kunstenaars Fransje Killaars (1959), Katja Mater (1979), Jan van der Ploeg (1959), het kunstenaarsduo De Rijke/De Rooij (resp. 1970 en 1969) en Roy Villevoye (1960) ontwikkelden op een geheel eigen wijze een visie op het gebruik van kleur in hun werk. De combinaties van felle kleuren in de textielwerken van Killaars, de experimenten met de zelfgebouwde kleurwielen van Mater, de colorfield painting van Van der Ploeg, de autonomie van 'Orange' in de lichtinstallatie van de Rijke/de Rooij en de presentatie van primaire kleuren door leden van de Asmat stam in Papoea-Nieuw Guinea, een werk van Villevoye, onderstrepen de veelzijdigheid en het avontuur met kleur in de realisatie van hedendaagse kunst.
Jan van der Ploeg, 'Untitled 2017', Wall Painting No. 442, courtesy the artist. Foto: Peter Cox.

In Kunsthal KAdE biedt de tentoonstelling 'De Kleuren van De Stijl' een boeiend en eigentijds kunsthistorisch beeld van de kleurgeschiedenis. Ongeacht de verschillen in leeftijd tussen de aanwezige kunstenaars, vormt de fascinatie voor de werking van kleur een sterke onderlinge verbinding.

'De Kleuren van De Stijl', t/m 3 september 2017, Kunsthal KAdE, Eemplein 77, Amersfoort. Website: www.kunsthalkade.nl.

Een compacte en mooi gedrukte catalogus vormt een zeer goede kunsthistorische begeleiding, waarin op heldere en grondige wijze een verbinding wordt gemaakt met het tentoongestelde werk.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Op zoek naar nieuwe gedachten

Twee jaar geleden stapte ik het Japanse paviljoen in Venetië binnen en belandde in een web van rode draden. Deze installatie, 'The Key in the Hand' van Chiharu Shiota, was een van de hoogtepunten van de biënnale in 2015. Ik werd overdonderd door een bevreemdende translucente binnenruimte. Dezelfde ervaring had ik nu weer bij het bezoeken van Shiota's nieuwe werk 'Uncertain Journey', speciaal gemaakt voor een retrospectief in Het Noordbrabants Museum in Den Bosch.

Door Han de Kluijver

Shiota's werk weet hetzelfde gevoel op te wekken als een bezoek aan de Fushimi Taisha Inari Shrine in Kyoto, Japan. Deze kilometerslange transparante tunnel van dicht opeenstaande poortjes, soms in grootte variërend, soms splitsend en weer samenkomend, loopt tegen een beboste helling op. Al lopend door het gefilterde licht van de tunnel, besefte ik dat alles onderdeel uitmaakt van een veel grotere en rijkere wereld. Deze gedachte bracht me in 'een tussenstaat', ergens tussen zien en begrijpen, tussen vervreemding en toe-eigening in. Alleen in deze tussenstaat reproduceer je niet langer reeds gevestigde meningen, maar kunnen nieuwe gedachten opkomen. Ook Shiota's serene installaties weten deze tussenstaat op te wekken.

 
Chiharu Shiota, 'Uncertain Journey', 2017, metalen boten en rode draden (wol), Het Noordbrabants Museum. Foto: Joep Jacobs. © Chiharu Shiota, c/o Pictoright Amsterdam, 2017.

Chiharu Shiota, een artistiek dompelbad
Het werk van de in Japan geboren en in Berlijn werkende Chiharu Shiota (Osaka 1972) is tegelijk esthetisch en rijk aan betekenis. Met haar labyrintachtige web-constructies van draden en objecten, creëert ze een fascinerende gelaagdheid. Shiota gebruikt draden om zonder de beperking van papier of canvas lijnen in de lucht te tekenen. Die lijnen creëren ruimte, diepte, afscheiding en verbinding. De draden symboliseren het leven als een reis waarvan we de bestemming niet kennen, maar waarin ons leven verstrikt raakt met de levens van vele anderen.

Shiota weet op een verbluffende manier universele begrippen als 'identiteit' en 'herinnering' vorm te geven. De indrukwekkende ruimtevullende werken, 'The Key in the Hand' op de Venetiaanse Biënnale van 2015 en 'Uncertain Journey' in Het Noordbrabants Museum, zijn een universum op zich waar je in kunt verdwijnen. Door het immersieve (onderdompelende) karakter voel je je er direct bij betrokken. Zonder dat je het verhaal van deze schemerige, droomachtige wereld precies kent, vermoed je al waarover het gaat.

Zoektocht naar expressiemogelijkheden
Shiota begon in 1992 met een studie schilderkunst, maar het schilderen gaf haar weinig artistieke bevrediging. Ze ervaarde het als kleur op doek aanbrengen, zonder verdere betekenis. Daarom zocht ze naar nieuwe expressiemogelijkheden en kwam op de gedachte om zelf onderdeel te worden van het schilderij. In 'Becoming Paint' uit 1994 gebruikte ze haar eigen lichaam als bloederig verfoppervlak. Twee jaar later verhuisde ze naar Duitsland om haar kunstopleiding te vervolgen. Daar ontmoette ze performancekunstenaar Marina Abramovic (Belgrado, 1946) bij wie ze een workshop volgde. Deze ontmoeting bleek van grote invloed op Shiota's verdere werk.

In haar eerste performances speelde haar lichaam een grote rol. Voor 'Try and Go Home' (1997) vastte Shiota vier dagen lang, smeerde haar naakte lichaam in met aarde, en probeerde in een holte in een heuvel te kruipen waar ze telkens weer vanaf rolde. Die holte leek volgens sommigen op een beschermende baarmoeder, volgens anderen op een graf. Met haar performance verbeeldde ze een zoektocht naar haar eigen identiteit, en de herinneringen aan een oorspronkelijke staat van zijn.
Het aanbrengen van een tweede huid, of dit nu met aarde of met verf is zoals in 'Becoming Paint', is een constante in haar werk.

Chiharu Shiota, 'Wall', 2010, video, kleur, geluid, 16:9, 3’39’’. © Chiharu Shiota, co Pictoright Amsterdam, 2017.

Sinds ze naar Duitsland verhuisde, ervaart Shiota naar eigen zeggen een 'tussenin gevoel'. De bloedbanden met haar familie in Japan verbeeldde ze in 'Wall' (2010), door zich te wentelen in een web van rubberen slangen, waar een rode vloeistof doorheen stroomde. Hoe meer ze worstelde om zich van deze banden te ontdoen, hoe meer ze erin verstrikt raakte.

Zo is het ook met de beschouwer van haar werken: eenmaal binnen word je in een rode, droomachtige translucente gloed gezogen. Het zijn geen installaties waar je afstandelijk naar kunt kijken, het werk neemt je op. Door de manier waarop de rode draden zijn geknoopt, of juist uit elkaar getrokken, ontstaan tunnels waar je in verdwijnt.

De translucente gloed
Ook in de architectuur worden dergelijke translucente ruimtes gebruikt. Vroeger werd transparantie altijd bereikt door gebruik van glas, maar dankzij tal van technische ontwikkelingen is nu veel meer mogelijk. Gelaagde dichte vlakken kunnen de transparantie versterken en doorschijnendheid suggereren. Zo kan ook architectuur het stadium van translucentie bereiken.

Een gebouw is dus niet langer open of transparant uitsluitend door het gebruik van glas, maar kan dit ook met andere materialen of door de architectonische structuur bereiken. Een geweldig voorbeeld hiervan is het Ando Hiroshige Museum in Batoh (Japan) van de Japanse architect Kengo Kuma. Zowel de wanden als het dak van het gebouw zijn samengesteld uit roosters van cederhouten latwerk. Met de verandering van het licht dat door dit latwerk in de expositieruimten doordringt, verandert ook het wezen ervan. Soms laten de roosterpatronen de ruimten in fel licht baden, op andere momenten van de dag heerst er een diffuus, bijna sereen licht.

Kuma omschrijft zijn ontwerp als 'een plaats die de kunst en traditie van Hiroshige versterkt door middel van een traditioneel en toch ingehouden buitenkant'. Met zijn zadeldak gaat het ruime, één verdieping tellende gebouw inderdaad op in de rijke, natuurlijke omgeving van Batoh. Ook het sobere interieur, dat een extra dimensie aan de gelaagdheid van het ontwerp verleent, staat geheel in dienst van het tentoongestelde werk: de wanden zijn bedekt met Karasyama washi handgemaakt papier en de vloeren met Ashino-ishi stenen.

 
Ando Hiroshige museum in Batoh, Japan van Kengo Kuma. Foto: Han de Kluijver.

Het effect dat hij hiermee sorteert, is dat het gebouw aan de buitenkant geslotenheid suggereert en in de omgeving lijkt op te gaan. Maar in het interieur creëert hij er juist doorschijnendheid en een mooie diffuse lichtinval mee. Kengo benadert met zijn ontwerp het stadium van de translucentie. Zo inspireren de werken van Chiharu Shiota en Keno Kuma. Met translucente ruimtes maken ze ruimte voor verbazing en verwondering, zodat er ook in ons eigen hoofd nieuwe gedachten ontstaan die ons creatief bewustzijn vergroten.

'Between the lines', Chiharu Shiota, t/m 15 oktober 2017, Het Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41, 's-Hertogenbosch. Website: www.hetnoordbrabantsmuseum.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

het grasveld
besneeuwd met
madeliefjes

het gras is gemaaid
de madeliefjes steken
hun kopjes weer op

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

M HKA in Antwerpen vernieuwd

Het M HKA, Museum van Hedendaagse Kunst, heropende op 27 april 2017 na een grondige verbouwing die in vrij korte tijd werd gerealiseerd. Een extra reden om Antwerpen weer eens te bezoeken ! Het nu vernieuwde museum toont de inmiddels omvangrijke vaste collecties, met wisselende tentoonstellingen, die gratis toegankelijk zijn.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

De voorloper van het museum, het ICC (Internationaal Cultureel Centrum), werd opgericht in 1969. Het ICC was gevestigd in het (Koninklijk) Paleis op de Meir en toen al een van de bekendste kunstcentra in Europa.

In 1985 werd het ICC door de Vlaamse Gemeenschap omgedoopt tot het M HKA en twee jaar later ondergebracht in het huidige gebouw aan de Schelde, in 'het Zuid'.

Dit gebouw was oorspronkelijk een graansilo en is inmiddels al enkele malen (onder architectuur) verbouwd.

 
Foto: M HKA

'Het karakter van een collectie'
(…) Het startpunt voor de M HKA -collectie ligt bij de Stichting Gordon Matta-Clark, opgericht in een vergeefse poging van het ICC om een museum te bouwen rond 'Office Baroque' van Gordon Matta-Clark (…), aldus Bart de Baere, directeur van het M HKA, in zijn voorwoord in de lijvige catalogus, met als titel 'Het karakter van een collectie', die bij deze gelegenheid is uitgegeven. De collectie hedendaagse kunst van het M HKA (ongeveer 4400 werken) is dus eigenlijk ontstaan uit het werk en de projecten van Gordon Matta-Clark (1943-1978). Een zo'n project vond in 1977 in Antwerpen centrum plaats, in een inmiddels afgebroken scheepvaartkantoor; Matta-Clark's insnijdingen in de verdiepingen van verlaten gebouwen. Flor Bex, de toenmalige directeur van het ICC, initieerde de Stichting Gordon Matta-Clark in 1979, na het overlijden van de kunstenaar. Onlangs werden door het M HKA, met de hulp van zijn weduwe, alle video's verworven die de projecten documenteren.

Kunsthal
Aanvankelijk had het M HKA-gebouw de uitstraling van een kunsthal, ook omdat elementen van de graansilo bewust zijn achtergebleven. Dat imago is niet meer van toepassing, nu het gebouw is getransformeerd en heringericht door ontwerper Axel Vervoordt, in samenwerking met de architect Tatsuro Miki.

Het eerste dat de bezoeker bij binnenkomst ervaart, is de ruime leeszaal/bibliotheek met een reuze lange tafel in het midden. In de bibliotheekwanden zijn, tussen de boeken, kleine vitrines geplaatst die zijn gevuld met werkjes die kunstenaars hebben vervaardigd en waarvan de grotere versies in de museumcollectie te vinden zijn. Tussen de boeken staat bijvoorbeeld een 'Fantasie-insecten-sculptuur' van Jan Fabre (uit de periode 1976-1979); een grote spin die als 'kop' een fietslichtlampje heeft gekregen.

Iedere bezoeker kan in deze bibliotheek monografieën raadplegen van de tweehonderd kernkunstenaars uit de collectie en eventueel zijn op aanvraag archiefdocumenten en -boeken te bekijken (meer dan 1000 kunstenaarsboeken).

De leeszaal of bibliotheek is een centraal (rust)punt in het museum, een ontmoetings- en reflectieplaats. Daarnaast is het ook aardig vertoeven in het M HKAfee, op de vierde verdieping (met terrassen), na enkele verdiepingen hedendaagse kunst en noviteiten bekeken te hebben ...

Zaal ontworpen en ingericht door Axel Vervoordt, met rechts 'Ik, aan het dromen', 1978, van Jan Fabre en 'Sacrifice', 1993, van Marlene Dumas en 'Steppen Police', 2010, van Almagul Menlibayeva.

Deurloos
Wat ook opvalt is dat de verschillende ruimtes en kabinetten op alle verdiepingen geen deuren hebben en je min of meer naadloos van de ene tentoonstelling in de andere wandelt. In een van deze ruimtes zit momenteel Jan Fabre (1957) te dromen in een stekelige outfit, getiteld: 'Ik, aan het dromen' uit 1978. De dunne plakjes vlees om de benen van 'de kunstenaar' zien er luguber uit en zitten ook aan de stoel- en tafelpoten. Dit verwijst naar performances van de veelzijdige Fabre, waarbij hij de huid van zijn benen schuurde, van schenen tot knieën... Nou ja, dat hoefde ik niet per se te weten, maar het intrigeert evengoed. Zo'n pijnlijke performance kan je, naar menselijke maatstaven, toch niet dagelijks uitvoeren?

NurturePod ®
Voor de 'leententoonstellingen' in het M HKA op de verdiepingen, dient overigens wel entree te worden betaald. Een van die tentoonstellingen is getiteld: 'Een Tijdelijk Toekomsteninstituut', en daar kan men zich onder meer verwonderen (tot 17 september 2017) over de installatie van Dr. Stuart Candy (1980), professor, futuroloog, ontwerper, en vice versa. Bij zijn nieuwste 'product van de toekomst' (2017) kan je je zelfs afvragen: is dit al te bestellen bij voorinschrijving? Het lijkt me eerder iets op het snijvlak van design en technische innovatie ...

'NurturePod' trekt beslist aandacht en ik vraag de professor of hij blij is met de nogal sinister geschilderde wanden in de ruimte, waarin zijn creatie is geplaatst. Een pasgeborene geef je toch zacht gekleurde wanden en omfloerst licht bij zo'n wiegende notendop? Candy twijfelde aanvankelijk ook, maar later vond hij, samen met de interieurschilders, dat de wanden wel vergeleken konden met de binnenkant van een baarmoeder... Afijn, de beweging waarmee de NurturePod met de (siliconen) baby, die een headset draagt (!), ritmisch wordt gewiegd, schijnt overeen te komen met (loop) bewegingen van de moeder tijdens de zwangerschap. Hmm, ik geef Candy het voordeel van de twijfel.

Panamarenko
Tenslotte, ook het vroegere woonhuis van Panamarenko behoort tot de vaste collectie van het M HKA en is op afspraak te bezichtigen. Kleine groepen kunnen zich aanmelden bij het museum, beslist een leuke ervaring om te zien hoe de kunstenaar daar tot 2002 in deze multiculturele wijk heeft gewoond. De woning, met enkele verdiepingen, werd in 2003 door de kunstenaar aan het M HKA geschonken.

Stuart Candy, 'NurturePod', 2017. Foto: M HKA.

Tussen 2007 en 2012 werd het pand gerenoveerd en bovenop werd een landingsplatformpje (waarop daadwerkelijk een lichte helikopter kan landen) gemonteerd. Toch ziet het eruit alsof de kunstenaar zo is weggelopen uit zijn huis, met achterlating van zijn verzamelingen, gereedschap, onafgemaakt werk en zijn losse muntgeld (nog Franken) op de vloer. Panamarenko (Henri Van Herreweghe 1940) doet het tegenwoordig wat rustiger aan en woont nu in de Vlaamse Ardennen.

M HKA, Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen, Leuvenstraat 32, Antwerpen. Websites: www.muhka.be ; www.ensembles.org.

Catalogus: HET KARAKTER VAN EEN COLLECTIE: ISBN 978-9-07282-847-7.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

De samenhang van alleenigheid

Vindt het plaats of niet? Dat is vraag die het meest gesteld wordt wanneer er wordt gepraat over het Kunstenfestival Watou. Vorig jaar leek het alsof het festival zou ophouden met bestaan, wegens een negatief advies van een van de vele commissies die dit landje rijk is. Gelukkig is Jan Moeyaert een overlever en vond hij opnieuw de nodige fondsen om Watou twee maanden om te toveren tot een alleenig en uniek stiltemoment in de Westhoek.

Door Yves JORIS

'Be a loner, that gives you time to wonder and to search for the truth' (Albert Einstein). Kunstenaars scharen zich graag achter deze uitspraak van Einstein. Ze nemen tijd om mensen en dingen te observeren en er ons vervolgens over te vertellen. Spijtig genoeg staan we nog zelden stil bij de steeds sneller wegglippende tijd. Op de schermen van onze iPad, GSM en andere communicatie-middelen drukken we ons uit in amper 160 tekens. En als er een emoji-teken bestaat, dan volstaat vaak slechts één druk op de knop.

We zijn steeds meer verbonden en tegelijk worden we eenzamer.

 
Willy Baeyens, 2015

Recent wetenschappelijk onderzoek wijst immers uit dat 14 procent van de Belgen tussen 18 en 80 jaar getroffen wordt door eenzaamheid. Meer dan 1.250.000 Belgen voelen zich eenzaam, al dan niet in een groep. Want laat ons duidelijk wezen, er is een groot verschil tussen alleen zijn en eenzaam. Laten deze alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid dan ook net de rode draad zijn in deze 37ste editie van het Kunstenfestival Watou. Watou blijft een totaalervaring, waar vaste waarden als de Douviehoeve, de kerk en de brouwerij afgewisseld worden met nieuwe locaties. Dit jaar verwelkomen de Vijfhoekstraat 13 en de kasteeltuin nieuwe kunstwerken. Net zoals bij vorige edities is er niet afgeweken van de gesmaakte mix van kunst en poëzie. De stilte van het Schrevedorp wordt slechts bij momenten opgeschrikt door een voorbijrazende tractor, een landbouwer op weg naar zijn kurkdroge akkers.

In het klooster treffen we kunstenaar Willy Baeyens aan. Zijn werken bevinden zich in een donkere ruimte die in schril contrast staat met de rest van de totaal witte kamers (zoals Kouwenaar het poëtisch zou uitdrukken). Dit multitalent runde tot 2014 een eigen reclamebureau, tot een emotionele gebeurtenis zijn leven een andere richting deed inslaan. Zijn werk 'One size jacket' is een perfect voorbeeld van alleenigheid. Deze dwangbuis wacht op een volgende gebruiker, de sporen van de vorige eigenaar nog latent aanwezig in de stof. Nog sterker is het werk met de alleszeggende titel 'Fragile'. In deze eigengemaakte diptiek zien we een potloodtekening van een man met gebogen hoofd, alsof hij zich schaamt in dit schilderij of in zichzelf opgesloten zit. Baeyens vertelt ons dat elke potloodtrek uniek is, geen enkele uitwisbeweging verstoort dit verstilde moment. Aan de andere kant van het tweeluik bemerken we tralies met een vaag, gedempt licht, dat moeite doet om de neerkijkende man nog verder op te sluiten. Stevige sloten vergrendelen het diptiek. Op de buitenkant lezen we de titel van het werk 'Fragile', het verwijst niet alleen letterlijk naar het werk, maar ook naar het emotionele moment gevat in potlood. In ditzelfde klooster neemt de Franse kunstenares Emilie Faïf ons mee, ab ovo (vanuit het ei) met haar zwerm uitvergrote spermacellen. Met dit beeld wijst ze de toeschouwer op de overlevingsdrang van het individu, dat ooit uit een groepje cellen is opgestaan.

Via het klooster belanden we in de kerk waar Javier Pérez' rozenkrans van doodshoofden een sterk memento mori brengt, een pijnlijke grens tussen verontwaardiging, verbondenheid en eenzaamheid.

In diezelfde kerk roept de Algerijnse kunstenaar Yzid Oulab met zijn 'Rift, The Crusade of the Innocents' beelden op van de talloze bootvluchtelingen die aanspoelen op Italiaanse stranden op zoek naar een veilige, betere toekomst. Het is een dunne lijn om de overstap te maken naar Géricault en zijn schipbreukvlot. Het grote verschil is hier echter dat er op dit vlot niemand meer aanwezig is.

Javier Pérez, 2013

Zijn het de doodshoofden die we in de rozenkrans aantroffen, of zijn de opvarenden gered van de woeste zee? Oulab gebruikte voor zijn vlot opgerolde oosterse tapijten. De mast is een grote offerkaars. Opnieuw is de confrontatie tussen oost en west niet ver weg, maar nu zijn ze samengesmolten tot een reddingsvlot.

Op een terras laten we onder het nuttigen van een hommelbiertje de indrukken over ons neerdalen. Sterk werk dat meer dan eens een mokerslag uitdeelt. In de Douviehoeve is het opnieuw Pérez die voor een kippenvelmoment zorgt. Met 'El baile del infinito' (De oneindige dans) voert hij een intimistische (intieme, sfeervolle) dans ten tonele. Twee witte gewaden wentelen langzaam om hun as. Het ruisen van de stof op het beton van de ruimte is het enige geluid dat doordringt. In een perpetuum mobile van rust tekenen ze het oneindigheidssymbool in rood zand. Elk jaar brengt het Kunstenfestival ook een ode aan een bekende zanger. Dit jaar vult de rauwe rookstem van Jacques Brel de ruimte: een mooiere plek is er niet om ode te brengen aan 'le plat pays' (het vlakke land).

Maar denk nu niet dat je Watou met een zwaarmoedig gevoel zal verlaten, daarvoor zijn er gelukkig ook kunstenaars en werken die ogenschijnlijk lichtvoetiger zijn. In de graanschuur tovert Pierre Frankel met zijn woordspeling 'Que serais-je sans toît' (Wat zou ik zijn zonder jou) een glimlach op de lippen. Thuiskomen in de ander en geborgenheid. Gevoelens die de alleenigheid moeten bestrijden.

Ook de Nederlander Daan den Houter speelt op ludieke wijze in op de moderne tijden. Met zijn 'Money Floor' nodigt hij de bezoekers uit om een van de 20.000 eurocentjes die op de vloer verspreid liggen, mee te nemen.

Op deze manier word je mede-eigenaar van '1/20.000 Daan den Houter'. Met zijn 'Keep on dreaming' gaat de kunstenaar nog verder. Voor € 333,- kan je eigenaar worden van een van de 16 kubussen waaruit dit werk bestaat. In een van deze kubussen zit een klompje goud van 50 gram (met de huidige koers toch een € 1.700,-). Er is echter een maar. Je moet beloven om deze kubus nooit te openen. Wie dit doet, kan door een van de 15 andere eigenaars aangeklaagd worden.

Wat is het belangrijkste voor deze 16 mensen die elkaar wellicht nooit zullen ontmoeten: het goud zelf of de gemeenschappelijke droom?

 
Daan den Houter, 2017

Ook dit jaar is Watou weer een aangenaam anachronisme in deze Twittertijden. Ik had nog tientallen andere werken kunnen beschrijven, maar momenteel heb ik al voldoende tekens gebruikt om meer dan 50 tweets te vullen. Tijdens de zomermaanden is het Kunstenfestival Watou opnieuw een reden om richting Westhoek te trekken. Vorig jaar verlieten we het dorp nog met een wrang gevoel, een vroegtijdige begrafenis meegemaakt te hebben. Nu weten we dat Moeyaert en de zijnen de feniksen van Poperinge en omstreken zijn. Ze zullen blijven vechten tegen commissies en vóór kunstliefhebbers, die op stilaan vertrouwde locaties zich willen laten verrassen door het ruisen van het riet, de lichtinval op een kunstwerk of gewoon de toevallige samenhang van alle alleenigen die genieten van het moment.

W’17 / PRAKTISCH, Catalogus: €20, Festivalhuis Watouplein 12, Watou Poperinge (België). Website: www.kunstenfestivalwatou.be.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

een zonnige middag
de kassière vraagt
of het nog regent

lezen in de tuin
een vlieg doorkruist
de regels

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

ARTZUID 2017
Internationale sculptuurroute door Amsterdam-Zuid en de Zuidas

Er bevinden zich monumentale abstracte kunstwerken op jubileumeditie van ARTZUID. De tweejaarlijkse beeldenroute is weer geopend en in deze vijfde editie staan 85 abstracte kunstwerken, op een parcours van inmiddels meer dan drie kilometer, opgesteld. De route zelf is gratis toegankelijk en bij het informatiepunt aan de Minervalaan, kruising Apollolaan, kan de bezoeker een plattegrond en een catalogus kopen.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Kunsthistoricus en oud-directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam Rudi Fuchs cureert voor de tweede keer op rij deze 'Biënnale', in nauwe samenwerking met Cintha van Heeswijk, directeur van Stichting Art Zuid en de initiatiefnemer van deze beeldenroute.

Eerdere curatoren van de route waren kunstenaar Michiel Romeyn met architect Roberto Meijer in 2009; kunstenaar/ schrijver Jan Cremer in 2011; oud-directeur van het Rijksmuseum en kunsthistoricus Henk van Os in 2013 en Rudi Fuchs met tentoonstellingsmaker Maarten Bertheux in 2015.

 
Cristoìbal Gabarroìn, 'Enlightened Universe', 2015. Foto: JW Kaldenbach voor ARTZUID 2017.

Al deze (co) curatoren zijn inwoners van Amsterdam-Zuid, zij kennen de buurt goed, wat van nut is bij de samenstelling. De editie van Jan Cremer in 2011, hij noemde het zelf de 'Sculpturale', staat nog een groot publiek bij, vanwege zijn figuratieve en surrealistische keuzes uit werken van onder meer Dali, Jan Fabre en Jean Tinguely.

Abstractie als uitgangspunt
''(..) De grote nieuwe vinding in de moderne kunst is zonder twijfel de abstractheid – en vooral die van rechthoekige soort. Die doorbraak heeft geleid tot een nieuwe helderheid en ook lenigheid van vormgeving. Het kunstmaken is er diepgaand door veranderd. Rechthoekige en ander soortgelijke vormen kunnen zich vrij bewegen en daarom ook op vele manieren met elkaar verbonden worden. Een figuratieve vorm als bijvoorbeeld een boom staat recht in de aarde met zijn kruin in de lucht. Een rechthoek daarentegen heeft niet op die manier een boven en een onder en kan daarom heel vrij en onvoorspelbaar bewegen (…)'' stelt Fuchs in zijn voorwoord in de catalogus van ArtZuid 2017. ''Met Nederlanders als Mondriaan, van Doesburg, van der Leck en Rietveld heeft Nederland aan de wieg gestaan van deze vernieuwing. Artzuid 2017 laat zien hoe de abstractie heeft doorgewerkt in de Nederlandse beeldhouwkunst en sluit hiermee aan bij het themajaar ' Van Mondriaan tot Dutch Design – 100 jaar De Stijl' “

Route
Waar te beginnen? Voor de OV reizigers is station Amsterdam-Zuid al een startpunt. Vanaf het treinstation even in zuidelijke richting lopen naar het Gustav Mahlerplein en het Gershwinplein, waar een tiental beelden zijn gepositioneerd. Bekijk de werken van Christóbal Gabarrón en vergeet niet een blokje om te gaan naar de Boelelaan, om Jeroen Henneman niet over te slaan. Zo kom je weer terug op het parcours richting het Hilton Hotel en dat is het langste stuk van circa 2,5 km.

Het parcours Apollolaan, Olympiaplein naar Stadionweg, meet ongeveer 1,3 km. Maar, er zijn wat 'uitlopers' in deze editie en laat die beslist niet links dan wel rechts liggen, of maak een wat meer uitgelezen keuze, zoals de Art Space in het AkzoNobel-gebouw, de Art Chapel aan Prinses Irenestraat, beide locaties zijn gratis toegankelijk; in het verlengde hiervan ga je richting RAI Strandzuid.

Nog meer zuidelijk is het Gelderlandplein met diverse sculpturen en hier is tevens een kleine keur aan cafe/restaurants te vinden, voor de straffe wandelaar. Al met al is goed schoeisel een aanrader, en/of de fiets, het is meer dan vijf kilometer om alles te bekijken. Een kleine greep uit de beeldenroute leest u in de volgende alinea's.

Marmerberg
Schuin tegenover het Hilton hotel, in het middenberm van de Apollolaan, staat de creatie van Leo Vroegindeweij (1955). Het werk heeft geen titel, maar is afgeleid van zijn installatie uit 2015, 'Mutatis Mutandis' (nadat veranderd is wat

Leo Vroegindeweij, 'Untitled', 2017. Foto: JW Kaldenbach voor ARTZUID 2017.

veranderd moet worden), dat wil zeggen: 'aangepast aan de omstandigheden'. Een deel van deze installatie, die oorspronkelijk in zijn geheel is uitgevoerd met speelgoedauto's, staat nu levensgroot in de berm. De laadbak van deze installatie is welwillend afgestaan voor de duur van de tentoonstelling, maar, hoe hou je deze berg met marmersplit in de gewenste vorm?

Het is, desgevraagd aan de kunstenaar, de structuur van het marmersplit, hoekig en ruw, die deze berg op de plaats en in vorm houdt. Zouden het bijvoorbeeld doperwten zijn, dan zou een dergelijke berg zich niet zo vormen. Overigens is er wel een basisvorm van piepschuim gemaakt door de kunstenaar, zodat de hoeveelheid marmerstukjes zich perfect heeft kunnen 'ophopen'. Evengoed is het een raadselachtige berg, een toverberg, want kijk goed en loop er omheen, de lading is niet uit de laadbak gekomen.

Dag en nacht
Esther Tielemans (1976) heeft haar bijdrage, geplaatst op de Minervalaan, nipt kunnen vervolmaken, de verse verf is als het ware nog te ruiken. Bij het bekijken, van alle kanten, doet deze installatie mij denken aan de overgangen van dag naar nacht, en weer naar dag. Of dat de intentie van de kunstenaar is, mag een vraag zijn. Maar zoals eerder vermeld, de Amerikaanse kunstenaar Frank Stella zegt: ''What you see is what you see."

Over dit werk van Tielemans een stukje uit de catalogus ter verduidelijking: ''(…) Op ArtZuid zijn het vier monochrome vlakken in de drie primaire kleuren van De Stijl, uitgebreid met het groen dat in de kleurentheorie als alternatief voor het blauw geldt. In het werk 'Untitled' (seven columns, four paintings) zijn de kleuren weergegeven in een licht-donker schakering waardoor de monochromie wordt doorsneden door een diagonale scheidslijn.

Ook verticaal zijn de vier schilderijen gedeeld en wel in zeven fragmenten. Die vormen elk één van de vier zijden van zeven kolommen (…)"

Verlicht universum
Aan de Zuidas, op het Gershwinplein, staat de installatie van Cristóbal Gabarrón (1945), 'Enlightened Universe'. Deze is ingewijd door Ban Ki-Moon in het New Yorkse Central Park, ter gelegenheid van het 70-jarig bestaan van de Verenigde Naties, in oktober 2015. Zeventig mensfiguren, voor ieder jaar één, staan spiraalsgewijs hand in hand rond een gigantische spiegelende globe. Na New York stond de installatie in Geneve en nu is het de beurt aan Amsterdam.

 
Esther Tielemans, 'Untitled', seven columns, four paintings, 2017. Foto: JW Kaldenbach voor ARTZUID 2017.

De kunstenaar heeft hier en daar (symbolisch) figuren weggelaten, die door een bezoeker kunnen worden ingenomen, wat eventueel een aardige foto kan opleveren... Ook andere werken van Gabarrón zijn te zien op de Zuidas, richting winkelcentrum Gelderlandplein en richting het terras van Strandzuid (bij de RAI).

ARTZUID 2017, Internationale sculptuur route, t/m 17 september 2017. Websites: www.artzuid.nl ; www.artchapel.nl ; www.artfoundation.akzonobel.com.

Routekaart: € 2,00, Catalogus ArtZuid 2017: € 17,50

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Van 16 mei tot en met 24 september 2017 vindt de 5e Rijswijk Textiel Biënnale plaats, waaraan een grote groep internationale kunstenaars deelneemt, onder meer Maryam Ashkanion (IR), Renato Dib (BR), Rieko Koga (JP) en Tamar Mason (ZA). Op deze manifestatie staat de textielkunst centraal, waarbij traditionele technieken als breien, borduren en weven, maar ook fotografie en digitale werkvormen beeldend gebruikt worden. Maatschappelijke, politieke en individuele thema's vormen de onderwerpen in deze kunstwerken. Onderwerpen als onderdrukking, terrorisme, het ouder worden, politiek en kunst raken met elkaar verbonden. Meer informatie: www.museumrijswijk.nl.
 
In Witte de With te Rotterdam zal Cinema Olanda Platform van 17 juni tot en met 20 augustus 2017 gedurende zes weken een presentatie laten zien van kunstenaars en groepen die met hun werk een inspiratiebron vormen voor het programma van het Nederlandse paviljoen in Venetië (2017). Dit jaar berust de presentatie van dit paviljoen bij de filmer Wendelien van Oldenborch en de curator Lucy Cotter. In Rotterdam tonen de deelnemende kunstenaars, activisten, filmmakers en onderzoekers het werk waarmee zij bezig zijn. Door de opzet van het flexibele platform is een reeks live evenementen ontstaan welke gecombineerd zijn met filminstallaties van Wendelien van Oldenborch. Er is tevens een archiefproject aanwezig van de Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA, The Black Archives. Het werd gemaakt door New Urban Collective. Simone Zeefuik en Wayne Modest houden lezingen tijdens dit platform. Wendelien van Oldenborch toont ook eerder gemaakte films, zoals 'The Basis for a Song' (2003) en 'And you also love me' (2011). Meer informatie: www.wdw.nl.
 
Anneke Smelik schreef een opmerkelijke studie over de Nederlandse mode: Delft Blue to Denim Blue. Het is het eerste wetenschappelijke overzichtswerk over de Nederlandse mode. Hierover is weinig geschreven en nog minder onderzoek naar gedaan. Anneke Smelik, hoogleraar Visuele Cultuur aan de Radbout Universiteit te Nijmegen, voerde de redactie van deze interdisciplinaire studie, waarin stijl, modegrafie en het productieproces van kleding onderzocht is. Zij wil met dit boek  aantonen dat de Nederlandse mode niet alleen sober is, maar dat kleur en hippieachtige ontwerpen in de Nederlandse modestijlen ook aanwezig kunnen zijn. Haar studie is een door het NWO gesubsidieerd project: 'Dutch fashion in a globalised world', ISBN: 978 178 453 1973. Meer informatie vindt u hier: www.ibtauris.com ; www.nwo.nl.
 
Sinds 16 april 2017 is DordtYart te Dordrecht weer van start gegaan. Dit keer met de expositie 'Cross Works'. In dit internationale kunstcentrum voor hedendaagse kunst worden jaarlijks grote kunstmanifestaties gehouden. Dit jaar laten kunstenaars in het eerste deel van DordtYart hun onderzoek, experiment en werkproces zien. Vandaar de werktitel 'Cross Works'. In de grote hal kan het publiek van dichtbij hun werkzaamheden volgen en is ook een gesprek met de kunstenaars mogelijk. De zes uitgenodigde kunstenaars (samenwerkend met assistenten) zijn Pieke Bergmans, Maurice Bogaert, David Jablonowski, Stan Wannet, Martens & Visser en Boris van Berkum. In de werkplaatsen richt men zich vooral op taxidermie, 3 D-printen, kinetiek met motoren en sensoren, alsmede diverse materialen. In het tweede deel van DordtYart 2017 staat van half augustus tot en met half oktober de geluidkunst centraal. In de Biesboschhal zijn geluidinstallaties aanwezig, terwijl het klankbodempaviljoen muziek en klank presenteert. Het thema van dit gebeuren is Sense of Sound. In een speciaal programma van het klankbodempaviljoen zal ook het werk van de kunstenaar Dré Wapenaar te beluisteren zijn. Meer informatie: www.dordtyart.nl.  

In museum Speelklok te Utrecht wordt tot en met 17 september 2017 de Roemeense tentoonstelling  Selfie Automation getoond. Deze engelstalige expositie bestaat uit tweeënveertig mechanisch aangedreven mens- en dierfiguren die in verschillende scènes zijn opgesteld, die door het in beweging gezet kunnen worden. Een team van architecten en kunstenaars uit Roemenië en Griekenland heeft het oude ambacht van het poppenspel gecombineerd met kunst en mechaniek. Deze interactieve tentoonstelling was in 2016 al eerder te zien in het Roemeense paviljoen op de 15e Architectuur Biënnale van Venetië. Door deze expositie in de Speelklok is een verbinding ontstaan tussen haar museumcollectie en de mechanische poppenwereld van Selfie Automation. Meer informatie: www.museumspeelklok.nl.
 
Dit jaar zal Documenta # 14 in Kassel een verbinding maken met Athene. In de laatstgenoemde stad zal editie nr. 14 officieel met een grote kunstmanifestatie van start gaan. De werktitel 'Learning from Athens' laat zien dat hoofdcurator van Documenta 2017, Adam Szymczyk uit Polen, gekozen heeft voor een inhoudelijke verbinding tussen Athene en Kassel. Voor dit jaar is een groep van zeven curatoren aanwezig die direct betrokken zijn bij de voorbereiding. Reeds vanaf 2013 voelden de curatoren de noodzaak om de politieke ontwikkelingen centraal te stellen. De Spaanse curator Paul B. Preciado concludeert: 'Wij moeten nu handelen'. In Athene doen circa twintig instellingen mee, waaronder de kunstacademie en het museum voor hedendaagse kunst EMST. Ongeveer tweehonderd kunstwerken uit Griekenland zullen in het Kasselse Fridericianum geëxposeerd worden. De Documenta 2017 wordt in Athene tot en met 16 juli 2017 gehouden, terwijl de editie in Kassel zal lopen tot en met 17 september 2017. Meer informatie: www.documenta14.de.
 
In Münster wordt dit jaar op verschillende locaties de kunstmanifestatie Skulptur Projekte 2017 gehouden. Van 10 juni tot en met 1 oktober 2017. Steeds opnieuw, al vanaf 1977, vindt in deze stad een onderzoek plaats tussen kunst, publieke ruimte en stedelijke omgeving. Om de tien jaar wordt deze beeldhouwpresentatie gehouden. De uitgenodigde kunstenaars geven op hun eigen manier hun visie op de thematiek van Skulptur Projekte weer. Voor deze editie concentreerden de kunstenaars zich op mechanisering, vormgeving en uitwerking, digitalisering en globalisering. Kasper König leidt deze vijfde editie. Ongeveer dertig werken zullen gerealiseerd worden, welke kunnen variëren van beeldhouwkunst tot performances. Het menselijk lichaam en de relatie sculptuur en tijd vormen inhoudelijke verbindingsschakels. Van de voorgaande vier edities zijn nog vijfendertig sculpturen in Münster bewaard gebleven. Meer informatie: www.skulptur-projekte.de.
 
De stad Den Helder heeft een uniek totaalkunstproject, namelijk De Nollen van de beeldend kunstenaar R.W. van de Wint (1942-2006). In het duinlandschap heeft deze kunstenaar namelijk zijn levenswerk gemaakt met beelden, bouwsels en schilderijen, dat onverwachte beeldende en ruimtelijke dimensies laat zien. Vijfentwintig jaar was Van de Wint hier intensief werkzaam met sculpturen die de schaal en maat van De Nollen een bijzondere kunstdimensie hebben gegeven. Het licht, de kleur en de ruimte van het landschap inspireerden hem doorlopend tot het maken van nieuwe objecten. Op een uur rijden van Amsterdam en een minuut lopen van station Den Helder Zuid bevindt zich een landschap van de 'verbeelding'. De stalen sculpturen en de monumentale bouwsels met schilderijen op de wanden hebben dit duinlandschap voor altijd veranderd. Opmerkelijk is de onderaardse gang, welke met twee trappen naar de 'halve bollen' leidt. Men kan deze kunstcreatie De Nollen misschien vergelijken met beeldentuin van Henry Moore of Insel Hombroich bij Neuss (Dld). Bezoek aan De Nollen is mogelijk van 1 april tot en met 31 oktober, van donderdag tot en met zondag tussen 10.30 uur en 17.00 uur. De bouwsels kunnen bezocht worden om 11.00. 13.00 en 15.00 uur. Meer informatie: www.projectdenollen.nl.  
 
Een schitterend ongeluk kun je de muziekcompositie 'Five Monoliths' van de Amerikaanse componist en beeldkunstenaar Mark Barden (1980) noemen. Dit moet 'monolithisch' klinken, alsof de muziek met kracht en precisie uit een blok natuursteen gehouwen is. Rebecca Saunders, de mentor van Mark Barden, was hierdoor ook geïnspireerd. Zij wilde de muziekklank tastbaar maken, waarbij de toehoorder kon ervaren wat de schoonheid van mislukking is. Barden wil zangers buiten hun stembereik laten zingen, zodat zij even de controle over hun zangstem kwijtraken. Dat zijn kwetsbare momenten voor de luisteraars die het opmerken. In het stuk 'Five Monoliths' liet Mark Barden dat gebeuren in de uitzending van de WDR-3 studio Neue Musik op 29 maart 2017. Meer informatie: www1.wdr.de/radio/wdr3-studio-neue-musik.
 
Dit jaar vindt de 57e editie plaats van de Biënnale van Venetië 2017,
t/m 26 november 2017. Artistiek directeur is deze keer Christine Macel (1969), hoofdcurator van het Centre Pompidou in Parijs. Met de werktitel 'Via Arte Viva' wil Macel aangeven dat kunstenaars en kunst in deze tijd een eigen plaats hebben. 'The role, the voice and the responsability of the artist are more crucial than ever before within the framework of contemporary debates'. Circa honderdtwintig kunstenaars werden voor de hoofdtentoonstelling uitgenodigd. Opmerkelijk is dat alleen het werk van de Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader (1941-1975) voor de hoofdexpositie is uitgekozen. In het Nederlandse paviljoen van de Biënnale zorgen filmmaker Wendelien van Oldenborch en curator Lucy Cotter voor de presentatie van Cinema Olanda, waarin de geschiedenis van Nederland verbonden wordt met een nieuw nationaal zelfbeeld. (Zie ook de informatie over Witte de With in deze Kunstflitsen). Meer informatie: www.labiennale.org.
 
Nog steeds is het werk van de Poolse cineast Wojciech Jerzy Has (1925-2000) in de naoorlogse Poolse cinema een filmisch hoogtepunt. Hij maakte tijdloze en pure films, die een grote menselijke diepgang laten zien. Ondanks zijn grote kwaliteiten bleef Has toch een verborgen grootheid, wiens filmische meesterschap in de film 'Ida' uit 2013 van de Poolse filmer Pawel Pawlikowski echter opnieuw aanwezig lijkt te zijn, als een hommage aan het werk van Has. Het filmwerk doet sterk denken aan zijn zeggingskracht. Pawlikowski wist op ontroerende wijze het dramatische leven van de novice Ida filmisch vorm te geven. In deze film moet zij op zoek gaan naar de geschiedenis van haar familie, wat haar leven als novice volledig op haar kop zet. Zij komt uiteindelijk in een grote innerlijke onzekerheid terecht over haar roeping. Opmerkelijk is het 'grijze' filmpanorama waarin dit drama zich afspeelt, terwijl tegelijk de speelmomenten op poëtische wijze met elkaar verbonden worden. Pawel Pawlikowski maakte een intiem filmisch document, dat herinneringen oproept aan het werk van de filmer Wojciech Has. Gezien op NPO-2, 1 april 2017 (bron: VPRO-gids, Oliver Kerkdijk)
 
Tijdens de recente Nationale Museumweek was een Pop-up museum van scholieren
, een klein maar opvallend museum, open in een schoollokaal in Bergen (NH). Middelbare scholieren gaven in deze ruimte met een eigen expositie hun visie op beeldende kunst. In samenwerking met Museum Kranenburg in Bergen kregen VWO-leerlingen van de Berger Scholengemeenschap de mogelijkheid om kunstwerken van dit museum uit te kiezen voor een eigen schoolexpositie. Hierna hebben zij zelf een expositie samengesteld en ingericht. Zij hebben een verhaallijn ontworpen die aandacht schenkt aan het dorp Bergen, de zee en het leven. De leerlingen hoopten op deze wijze ook de aandacht van jongeren voor beeldende kunst te kunnen vergroten. De Berger Scholengemeenschap presenteert zich als cultuurschool en heeft kunst als belangrijk onderdeel in haar lespakket. Er is speciale aandacht voor de vakken handvaardigheid, textiel en tekenen. Vanwege dat speciale lesprogramma volgen veel leerlingen buiten Bergen ook deze lessen. Het Pop-up museum was een bijzonder educatieve gebeurtenis en is ongetwijfeld ook door andere scholen uit te voeren.
 
'The man who made angels' (Close-up, 3 maart jl. NPO2) is een film die het leven en werk toont van de vermaarde Zweedse poppenpeler Michael Meschke (1931). Samen met zijn vrouw, die ook poppen maakt, laat hij met zijn poppen (o.a. de figuur Baptiste) de menselijke uitbuiting en onmacht zien. 'Ik leg mijn lichaam af als een oude boomschors'. Meschke en zijn vrouw leefden voor poppen op stokken die met draden waren verbonden. Met hun uitvoeringen hebben zij veertig jaar lang een boodschap gebracht en mensen geïnspireerd. Meschke is ook regisseur, toneelschrijver en theater- en museumdirecteur.
 
In Roermond bevindt zich het Cuyperslab, een werkplek voor 3 D-ontwerpen en kunstobjecten. Sinds 17 februari 2017 is dit project gestart in het Cuypershuis. Meer informatie: www.cuypershuisroermond.nl. Het 'afwezige' museum in Wiels bestaat tien jaar. Kunst met een knipoog. Bekende kunstenaars als Veronica Janssens en Thomas Hirschhorn gaven mede betekenis aan dit museum. Meer informatie: www.wiels.org. In Museum Hans Esters in Krefeld vindt tot en met 27 augustus 2017 een presentatie plaats van Naufus Ramirez-Figuera, in het kader van het Mies von der Rohe Stipendium 2017. Meer informatie: www.kunstmuseenkrefeld.de/hausesters.
 
Tot en met 17 september 2017 is de expositie 'A temporary futures institute' te bezoeken. 'Futurists' en 'Artists' plaatsen werken binnen het framework 'The Uses of Art, a project by the European Confideration International'. Het MUHKA is een tijdelijk toekomstinstituut geworden, een laboratorium/werkatelier, waarin kunst en toekomststudies met elkaar samengaan. Meer informatie: www.muhka.be.
 
In het radioprogramma 'Open Sounds' van WDR-3 werd op zaterdag 27 mei 2017 (22.04-24.00 uur) de elektronische muziek van de Italiaanse componiste Teresa Rampazzi (1914-2001) besproken. Hoewel zij aanvankelijk pianiste was, raakte zij in de ban van de elektronische muziek. In Padua had zij een eigen computermuziekstudio. Haar composities weerspiegelen klanklandschappen waarin soms op subtiele en intieme wijze een ruimtelijke structuur te horen is, maar waarin ook botsende en grillige klankpatronen met elkaar een confrontatie aangaan. Muziek die de ruimte van een kamer laat veranderen in een experimentele geluidruimte. Experimentele klankbeeldkunst!

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

In 2009 bezocht de Nederlandse fotojournalist Jeroen Swolfs alle landen van de wereld om er een foto te maken van het straatleven en de mensen. Dat resulteerde in de tentoonstelling 'Streets of the World', t/m 1 april 2018 op het Hembrugterrein in Zaandam, met 195 straatfoto’s uit 195 landen, waarmee Swolfs een positief beeld wil geven van de wereld. De tentoonstelling is bedoeld voor iedereen die wil ontdekken wat een straat voor de samenleving betekent: opleiding, wijsheid, jeugd, ervaring, geluk, verhalen, voedsel en nog heel veel meer. Het is rauw materiaal, zonder esthetiek of ensceneringen. Swolfs: "Zonder straten zouden we verloren ronddolen over de aarde, zonder richting of referentiepunten. Zonder straten zou er geen communicatie, geen organisatie en geen structuur zijn." Bron en meer informatie: www.streetsoftheworld.com. (JMNS/RdB)

In de geest van Van Gogh is t/m 11 maart 2018 te zien in Het Vincent van GoghHuis in Zundert. Op deze expositie wordt een keuze getoond uit de collectie van het Kunstfonds Vincent van GoghHuis, waarin werken zijn opgenomen van hedendaagse kunstenaars, die in het Van GoghHuis hebben geëxposeerd of een tijdlang hebben gewerkt in het gastatelier bij de kosterswoning uit Van Goghs tijd. De omgeving met het boerendorp endaaromheen uitgestrekte natuurgebieden, is bepalend geweest voor de motieven die Vincent later in zijn briefschetsen, tekeningen en schilderijen uitwerkte. Dezelfde streek biedt nu nog altijd inspiratie aan kunstenaars om 'in de geest van Van Gogh' nieuwe werken te maken, waaronder bekende namen als Robert Zandvliet, Marc Mulders, Marlene Dumas, Emo Verkerk, Arnulf Rainer, Ossip Zadkine, Margriet Smulders, Pieter Laurens Mol. Vincent van GoghHuis, Markt 27, Zundert. Bron en website: www.vangoghhuis.com. (RdB)

Vanaf 3 juli 2017 is het kunstwerk Aan mijn liefste van Ingeborg Meulendijks openbaar toegankelijk op begraafplaats Daelwijck. Het is een klein paviljoen rondom een bestaande eik op de begraafplaats. Aan de buitenkant bevinden zich drie schrijfnissen, met daarin een schrijfblad en een kruk. Bezoekers kunnen een brief schrijven aan een overledene en die vervolgens in een nis in het paviljoen stoppen. Aan de binnenzijde van het paviljoen is plaats voor naamplaatjes van overleden personen waarvan het graf opgeheven is. Door ontkerkelijking zijn er voor veel mensen geen standaard rituelen meer die steun en troost geven bij de vormgeving van een uitvaart en in de tijd daarna. Het Team Begraafplaatsen heeft samen met de afdeling Cultuur van de gemeente Utrecht kunstenaars uitgenodigd om naar deze vraagstukken te kijken. Uit vier ideeënschetsen is het ontwerp van Ingeborg Meulendijks voor begraafplaats Daelwijck uitgevoerd. Via haar blog is de ontwikkeling is het hele proces nauwgezet gedocumenteerd: www.aanmijnliefste.nl. Aan het paviljoen is een postadres gekoppeld, zodat ook brieven van buiten Utrecht verstuurd kunnen worden. Het adres is: 'Aan mijn liefste', Floridadreef 11, 3565 AM Utrecht. De postbode PostNL bezorgt de brieven rechtstreeks in het kunstwerk. (Bron: Gemeente Utrecht/Culturele zaken) (RdB)

Terug naar boven

Inhoud