Sept. - okt. 2017, 12e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Hildo Krop
een profiel van zijn kunstenaarschap

De naam van Hildo Krop (1884-1970) is vooral verbonden met zijn werk als beeldhouwer. Alleen al in Amsterdam zijn meer dan vierhonderd beeldhouwwerken van hem aanwezig. Tijdens een lang kunstenaarsleven was Hildo Krop in talrijke kunstdisciplines werkzaam, zoals monumentale beeldhouwkunst, het maken van portretten, penningen, keramiek, dans- en toneelmaskers, meubels en grafische kunst (onder andere houtsneden). Een bezoek aan de expositie van zijn 'Ontwerpen, schetsen en afgietsels van gips' in het Hildo Krop Museum in Steenwijk was aanleiding voor een uitgebreide kenschets van zijn persoon en werk.

Door Wim Adema

Hildo Krop werd op zesentwintig februari 1884 in Steenwijk geboren. Zijn vader was een Steenwijkse bakker en zijn moeder kwam uit een kunstzinnige familie, met fotografen, tekenaars en schilders. Hoewel aanvankelijk de banketbakkerij zijn loopbaan zou bepalen, ontdekte Hildo Krop later in Engeland bij de schilder Gerald Spencer zijn artistieke aanleg. Deze kunstenaar stimuleerde hem om zich verder te gaan ontwikkelen. Door studies aan de Académie Julian, een beeldhouwersopleiding bij Bart van Hove, de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam en bij de beeldhouwer John Rädecker kreeg hij een zeer goede opleiding.

 
Kast naar ontwerp van Hildo Krop, Amsterdamse school met portretten van keramiek. Hildo Krop Museum, Steenwijk.

Bij zijn latere vriend Ossip Zadkine in Parijs leerde hij tevens de techniek van beeldhouwen en 'taille directe'. In 1912 keerde Hildo Krop terug naar Amsterdam en begon hij een loopbaan als beeldhouwer. Omdat aanvankelijk de beeldhouwopdrachten uitbleven, werkte Krop als tekenleraar en ontwierp modellen voor de keramiek van de ESKAF, de Eerste Steenwijkse Kunst- Aardewerkfabriek. Van deze fabriek was zijn vader medeoprichter. Tussen 1913 en 1916 was hij voor het eerst werkzaam als medewerker in het atelier van de beeldhouwer Hendrik van de Eijnde, die aan een grote beeldhouwopdracht werkte voor het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Daarna volgde voor Hildo Krop een lange periode vol beeldhouwopdrachten, met name voor de gemeente Amsterdam, die zijn artistieke werk later waardeerde met de eretitel Stadsbeeldhouwer van Amsterdam.

Veelzijdig kunstenaarschap
Als beeldhouwer was Hildo Krop op een veelzijdige en monumentale wijze werkzaam. Hij maakte grote sculpturen, zoals van Troelstra en Berlage, realiseerde voor talrijke bruggen in Amsterdam fantasierijke beelden en ontwierp veel beeldornamenten voor gebouwen. In zijn portretkunst toonde Krop als beeldhouwer een fijnzinnige benadering van het model en aandacht voor diens persoonlijkheid. Opmerkelijk is het feit dat hij veel tijd en aandacht kon besteden aan het ontwerpen van meubilair, keramiek, glasobjecten, smeedwerk, boekomslagen (blad Wendingen), tapijten, penningen, grafische kunst en dans- en toneelmaskers.

Rams Woerthe
In de Jugendstilvilla 'Rams Woerthe' in Steenwijk is nu het Hildo Krop Museum gevestigd. De entreekant van het museum is aan de straatzijde omgeven door een omringend fraai, lichtgroen gesmeed hekwerk, terwijl de ingang een mooie ronde overkoepeling heeft, beiden zijn gemaakt in de Jugendstil. De kamers van deze villa zijn echter vormgegeven in een Engelse landhuisstijl. Op twee verdiepingen, de begane grond en het souterrain, is op deskundige en aantrekkelijke wijze het werk van Hildo Krop tentoongesteld, dat een duidelijk beeld geeft van zijn persoon, leven en werk.

Op de begane grond is een mooi ingerichte stijlkamer aanwezig, waar een klein maar boeiend overzicht te zien is van Krops artistieke werkzaamheden. De aanwezige meubels, gemaakt in de stijl van de Amsterdamse school, bepalen de sfeer van de kamer. In een linkerhoek staat een grote sculptuur, een gehurkte faun op pilaar, waarvan de vorm in lengte en dynamiek overgaat naar de vorm van de sokkel. Een werkkast aan de raamkant toont de zakelijkheid van een Rietveldmodel, waarvan de kleuren rood, zwart en blank aangetast zijn door het vele gebruik. Fraai gemaakte handknoppen dienden voor het open- en dichtmaken van de laden.

Opmerkelijk is de portretkunst van Krop. Hij heeft van zijn kleindochter Lya een klein, maar zeer verstild gezicht gemaakt. Het karakter van het meisje is subtiel getroffen. De keramische uitwerking met een lichtgroene en grijze glazuurlaag, geeft een extra beeldende waarde aan haar gezichtsprofiel. Daarnaast staat ook een portret van Marjanova-Einstein, gemaakt in terracotta, waarvan het bronzen exemplaar helaas verloren is gegaan. Haar gezicht heeft een Oost-Europese expressie, wat versterkt wordt door de donkergroene klei en dit portret mede een karakter van eenvoud en verstilling geeft, een haast mysterieus karakter.

Berlage monument, 1956-1966, 192 cm. Hildo Krop Museum, Steenwijk.

Het Depot
In het souterrain van dit museum bevindt zich het Depot, waar in drie grote kamers de nu aanwezige expositie 'Ontwerpen, schetsen en afgietsels van gips' te zien is. Veel materiaal is afkomstig uit de ateliers van Hildo Krop in Amsterdam. De eerste indrukken van deze kamers zijn overrompelend. De aanwezigheid van zoveel gipsmodellen is nauwelijks visueel te overzien. In deze kamers krijg ik een werkelijk besef van zijn werkzaamheden als beeldhouwer. Het geeft de mogelijkheid om heel dicht bij de essentie van zijn kunstenaarschap te komen. 'De ontwerpen, schetsen en afgietsels van gips', het thema van deze expositie, vormen in dit opzicht nu een historische markering. Elk afgietsel vertelt een eigen verhaal, een avontuur in klei, het ontstaan van de mallen, de vormgeving van muurplastieken, monumentale beelden en penningen. De ontwerpen voor de vrachtboten M.S. Towa en M.S. Tara laten zijn beeldhouwkundige vakmanschap nog eens extra duidelijk zien. Aan de voorzijde van deze grote schepen maakte Hildo Krop markante beelden, zoals St. Joris en de Draak. Door de sloop van M.S. Tara ging genoemde sculptuur echter verloren.

Toegepaste kunsten
In de eerder genoemde Engelse landhuiskamer (op de begane grond van deze museumvilla) bevinden zich vitrines met keramiek van Hildo Krop. Aantrekkelijk in dit gebruiksaardewerk is het samengaan van een strakke traditionele vormgeving met een abstracte en fantasierijke stilering. De beide dekselpotten zijn opgebouwd in een sierlijk maar traditioneel gebruiksformaat met een mat wit glazuur, maar de beide handvaten, zwart geglazuurd, contrasteren op een eigentijdse en opvallende manier. De handvaten hebben een plantaardige abstracte vorm die tegelijk heel functioneel is. Hierdoor heeft deze keramiek een modern karakter gekregen. Het laat zien dat Hildo Krop in zijn keramiek traditie en experiment wist te hanteren. Zijn Scarabee-aardewerk, dat hij tot 1921 maakte voor de ESKAF te Steenwijk, is in dat opzicht een artistiek hoogtepunt. Naast sier- en gebruiksaardewerk ontwierp Krop ook twaalf decors voor vierkante witte tegels, reliëf- en afour-tegels, alsmede bouw-keramische elementen.

Zijn meubelontwerpen zijn gemaakt in de stijl van de Amsterdamse School. Zij laten een groot vakmanschap en een creatieve visie zien. Hildo Krop ontwierp grote en kleine kasten, tafels en stoelen, lampen, klokken en tapijten en werkte mee aan de productie hiervan. Op een kunstnijverheidsopleiding in Berlijn had Krop een zeer goede scholing gekregen.

Hij leerde daar ook houtsnijden en maakte later zelf de plastische elementen voor zijn meubels.

De toneel- en dansmaskers van Hildo Krop bezitten een fantasierijke expressie. Een toneelmasker in gips uit 1922, genaamd 'Sidhevrouw', lijkt in vormgeving verwant met maskers uit de commedia dell'arte en verrast door een goudkleurige en abstraherende expressie. Het bronzen model van de Sidhevrouw is gestolen. Voor Albert van Dalsum, destijds een beroemd toneelspeler en -regisseur, heeft Hildo Krop talrijke toneelmaskers gemaakt.

 
Boegbeeld M.S. Towa, ca. 14 x 8 cm. Hildo Krop Museum, Steenwijk.

In zijn grafische werk nemen de houtsneden een belangrijke plaats in. In suggestief zwart-wit is de mens strijdbaar beeldend weergegeven. Dit werk heeft vaak een politieke inhoud. Krop was politiek bewust en had een afkeer van het fascisme. Hij werkte ook met glas (Leerdam), als lithograaf, schilder, ivoorsnijder en medailleur.

Instituut Collectie Krop
Van grote waarde is de uitgave van de reeks 'Hildo Krop', die verzorgd wordt door het Instituut Collectie Krop. Inmiddels zijn er acht delen verschenen, waarin zijn ontwerpen, dans- en toneelmaskers, houtsneden, portretten, penningen, keramiek en ontwerpen, schetsen en afgietsels van gips uitvoerig besproken worden. De boeken hebben een formaat van 17 x 17 cm en zijn doordacht van vorm, inhoud en lay-out. De teksten en foto's zijn op visueel plezierige wijze gedrukt. De foto's staan altijd op de linkerkant en de fotobeelden aan de rechterzijde, wat de boeken een rustige vormgeving geeft. Deze uitgaven hebben een uitnodigend formaat, zijn zeer informatief van inhoud en vormen mede een goede begeleiding bij een bezoek aan dit museum.

Traditie en modernisme
Hildo Krop leefde in een tijdsbestek waarin traditie, maar ook vernieuwing in de beeldende kunsten plaats vond. In zijn beeldhouwwerken werkte hij meestal naar de natuur. Het is een herkenbare en figuratieve vorm van beeldhouwkunst, die in zijn grote en kleine beeldhouwwerken, portretten en penningen steeds duidelijk aanwezig is. Het modernisme in de beeldende kunst had zeker zijn interesse en waardering, maar tegelijkertijd was hij zeer kritisch. Als voorzitter van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers steunde hij echter collega's die vernieuwend werkten, maar in zijn eigen werk bleef Hildo Krop toch trouw aan zijn beeldhouwprincipes.

Niettemin tref ik in zijn oeuvre verrassende en niet-figuratieve wendingen aan. Bijvoorbeeld in zijn toneel- en dansmaskers, welke een fantasierijke en abstracte vormgeving hebben. Ook in zijn kleine kleiwerkmodellen is geregeld een intuïtieve manier van werken aanwezig. Met name het keramische werk bevat vaak een verrassende beeldtaal, terwijl de kleuren van het glazuur tevens extra kracht geven aan hun beelddynamiek.

Bijzonder zijn de werkelijk monumentale beelden voor de bruggen in Amsterdam. Een voorbeeld: de kop van een faun, omringd door vogelbewakers, verrast door een fantasierijke expressie, terwijl een fraai gesmeed ijzeren hekwerk het omringt. Met deze brugbeelden en -ornamenten hebben veel bruggen in Amsterdam een unieke identiteit gekregen. Publieke Werken van Amsterdam heeft zelfs een speciale 'bruggenroute' ontworpen met deze brugbeelden.

Toneelmasker Vrouwe Emmers groote strijd, Sidhevrouw, 1922, 48 cm. Hildo Krop Museum, Steenwijk.

Hildo Krop leefde in een tijd vol veranderingen, hij ervoer de dramatiek van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar heeft op een autonome en vasthoudende manier steeds zijn kunstenaarschap centraal weten te stellen. Terecht is hij in 1956 Stadsbeeldhouwer van Amsterdam geworden

Museum Hildo Krop, Gasthuislaan 2, Steenwijk. Website: www.hildokrop.nl.
Stichting Instituut Collectie Krop-uitgave Hildo Krop (acht edities)

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

polder
in plastic verpakt
de zomer

een kruidige geur
het raam naar de herfst
staat open

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

DOCUMENTA 14 Kassel/Athene 2017

De veertiende editie van het door kunstenaar, docent en curator Arnold Bode (1900-1977) geïnitieerde 'Museum van honderd dagen', de Documenta in Kassel, was ditmaal voor het eerst in twee steden georganiseerd. Van 8 april tot 16 juli in Athene en van 10 juni tot 17 september in Kassel, opgeteld dus 163 dagen in beide steden. Deze uitwisseling van kunstcollecties en werken van Duitse en Griekse kunstenaars, had als motto 'Learning from Athens', over hoe de hedendaagse kunst zich verhoudt met de toestand, of de misstanden in de wereld.

Terugblik door Alix E. Nieuwenhuis en Joke M. Schrama

Tien jaar geleden bezochten wij samen de 12e editie en tot ons beider schaamte was er weinig herinnering. Vaag, zoals het '1001 antieke stoelenproject voor 1001 Chinese gasten' dat Ai WeiWei had uitgevoerd, plus zijn (omgewaaide) sculptuur van antieke deuren. Ook het klaprozenveld voor het Fridericianum was ons nog enigszins bijgebleven, alles uiteraard met meer dieperliggende betekenissen, immers het politieke en sociaal maatschappelijk engagement in de hedendaagse kunsten dat grondlegger Bode steeds voor ogen heeft gehad, blijft belangrijk.

Evengoed was dit minder nadrukkelijk aanwezig in 2007 en de focus lag in die editie meer op de hedendaagse kunst zelf.

 
Banu Cennetoglu, 'BEINGSAFEISSCARY', 2017, diverse materialen, Friedrichsplatz, Kassel, documenta 14. Foto: Roman März.

Het was zeker ook minder groot, met acht locaties (venues) en van de stad hebben we toen nauwelijks meer gezien dan station Wilhelmshöhe. Documenta had toen een goed werkende service die (preiswerte) overnachtingen bemiddelde bij particulieren dichtbij de locaties, maar die service is nu overgenomen door Airbnb, met de bijbehorende concurrentie.

Kassel
Begin augustus bezochten wij de 14e Documenta in Kassel. Athene was toen al afgesloten en wij vonden een aardig onderkomen voor twee nachten op loopafstand van station en het bergpark. Van de stad Kassel wilden we deze keer wat meer zien en voor de kunsten hadden we een bezoekplan opgesteld. Nodig, omdat deze editie in Kassel maar liefst tweeëndertig venues telde. Zes venues hadden wij uitgekozen, verdeeld over twee dagen en die zes waren de grootste, of die waar de zwaartepunten lagen. Voor wat betreft de andere bezienswaardigheden, Kassel staat bekend om het enorme 'Herkules' monument. Even na onze treinreis vanuit Amsterdam zijn we het bergpark opgelopen naar het monument, vanwaar je ook een mooi uitzicht over Kassel hebt. Zie ook: www.youtube.com.

Kulturbahnhof
Eigenlijk hadden we moeten beginnen in het voormalige ondergrondse treinstation van Kassel, waar vijf kunstenaars hun werk presenteerden, en waar het welkomstwoord in het Grieks van Zafos Xagoraris (1963): 'The Welcoming Gate', was geïnstalleerd. Onze route was iets anders, te beginnen bij het Parthenon en Fridericianum, daarna waren Neue Galerie en Documenta Halle aan de beurt. De tweede dag bezochten we de Neue Neue Galerie (Neue Hauptpost), Stadtmuseum Kassel en Kulturbahnhof.

Athene in Fridericianum
De letters 'Fridericianum' op de fries van het gebouw, waren gedeeltelijk verwijderd voor een totaal andere tekst, namelijk 'BEINGSAFEISSCARY' waarvan de betekenis ons pas op de tweede dag duidelijk werd. Het is een uitroep die de maker, kunstenares Banu Cennetoglu (1970), oppikte van een bootvluchteling. De betekenis hiervan laat zich raden, we hadden ons al voorbereid op meer van deze kunstuitingen, als gevolg van de vluchtelingen- en migrantenkwestie. Toch besloten we onbegrijpelijke zaken te laten rusten (intrigerend of niet), in verband met de tijd en ons schema. In dit voor de Documenta belangrijke gebouw waren de werken van zevenentachtig kunstenaars ondergebracht, de meeste Grieks, waaronder hun werken uit de EMST collectie (Het Griekse National Museum of Contemporary Art, Athene).

Documenta Halle als Acropolis
Vijfentwintig jaar na de ingebruikname van de Documenta Halle in 1992, is het Parthenon of Books van Marta Minujin (1943) ertegenover geplaatst. Een goed uitgekozen locatie, want Jan Hoet (1936-2014), die de 9e Documenta in 1992 cureerde, noemde het nieuwe gebouw de 'Acropolis'. Die vergelijking van Hoet was bedoeld om de burgers van Kassel trots te laten zijn op deze aanwinst.

Hier toonden anno 2017 achtentwintig kunstenaars hun werken, van schilderijen en tekeningen, assemblages en (video) installaties, sculpturen tot fotografie. We lichten er een uit, het textielwerk van Britta Marakatt-Labba (1951), uitgevoerd in borduurwerk van wollen garen, appliqué's en prints, op 23,5 meter linnen.

Het werk kan zowel van links naar rechts, als andersom, worden bekeken. Het beeldt de nogal tumultueuze geschiedenis uit van het nomadische Sámivolk (de Lappen) dat in het noorden van Europa en Rusland leeft.

De 'verboden' boeken van het 'The Parthenon of Books' van Minujín zijn begin september al uitgedeeld aan de liefhebbers in Kassel en haar levensgrote Parthenon is inmiddels afgebroken. Maar, hou deze kunstenares wel in de gaten, zij heeft het plan een derde en nog grotere versie van haar Parthenon op het Rode Plein in Moskou te plaatsen.

Marta Minujín, 'The Parthenon of Books', 2017, staal, boeken en plastic bekleding, Friedrichsplatz, Kassel, documenta 14. Foto: Roman März.

Das Schöne Land
Het museum Neue Galerie is opgericht in 1877 en heeft doorgaans werken in huis uit (Duitse) kunstverzamelingen, vanaf de negentiende eeuw tot hedendaagse en moderne kunst uit de 20ste en 21ste eeuw. Het was voor de eerste keer volledig vrijgemaakt voor deze 14e Documenta en hier werden werken van negentig kunstenaars gepresenteerd. Wel waren de acht marmeren beelden blijven staan die symbolisch de 'nations of art' voorstellen; het oude Griekenland, het oude Rome, Italië, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Nederland en Engeland. Het is ondoenlijk om een van de negentig tentoongestelde werken eruit te lichten, maar de eer is hier voor Arnold Bode zelf, van wie voor de eerste keer in dit museum teken- en schilderwerken waren te zien, onder meer 'Das Schöne Land'. Ook dit werk werd door het nazi regime 'entartet' verklaard en Bode moest zijn atelier in Kassel toen sluiten. Zie ook: https://universes.art/documenta-14/neue-galerie/arnold-bode/.

Lugubere sprookjes
De zes 'venues' die we bezochten, bevonden zich op loopafstand van elkaar, zodat we de stad zelf ook min of meer konden meenemen. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat er weinig stedenbouwkundig fraais te zien is, eigenlijk meer 'saais'. Bijna 80 procent van de stad werd namelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bombardementen van geallieerde zijde weggevaagd. Een maquette met een overzicht van de verwoeste stad is permanent te zien in het Stadtmuseum. Indrukwekkend was een videowerk van Hiwa K (1975), waarin deze kunstenaar over een gedeelte van deze maquette beelden van ruïnes had geprojecteerd, met een voice-over van een Iraakse vluchteling. Deze is verzeild geraakt in een asielprocedure, waarmee hij probeert te voorkomen teruggestuurd te worden naar een 'unsafe' city.

Steeds als we met de tram langs twee grote haveloze donjons of bastions reden, intrigeerden die ons vanwege de 'lugubere sprookjesuitstraling'.

Het was de tijdelijke bedekte 'Torwache' op de Brueder -Grimm-platz, met twee grote torens aan iedere zijde van de weg, daar waar de Wilhelmshöher Allee begint. Ze waren aan de buitenkant opgetrokken uit talloze aan elkaar gestikte jute zakken, door kunstenaar Ibrahim Mahama (1987). Daaronder de (onvoltooide) gebouwen van architect Heinrich Christoph Jussow (1754-1825), die ook het bergpark en enkele andere gebouwen in Kassel heeft ontworpen. Het was de droom van de militaire top binnen het naziregime dat Kassel de 'Gauhauptstadt' zou worden. Binnen deze torens waren werken te zien van zes kunstenaars, onder meer dat van Oskar Hansen (1922-2005), van wie het ontwerp voor 'The Monument to the Victims of Fascism in Auschwitz-Birkenau' werd getoond.

'Le déjeuner sur l' herbe' in de Neue Neue Galerie
Dit grote gebouw werd in 1975 in gebruik genomen als hoofdpostkantoor van Kassel. Gedeeltelijk functioneert het nog als zodanig, maar in het grootste gedeelte zijn nu onder meer de sociale diensten gehuisvest. Het restaurant op de bovenste verdieping, dat ooit dienst deed als kantine voor de vele postbestellers, is heringericht. Nu wordt er milieubewust, gezond eten en drinken geserveerd. De bakken van de frituurfornuizen hebben mooie frisse groene planten als inhoud gekregen en over de voormalige afzuigkappen woekert Hedera (Klimop).

 
Beatriz González, 'Telón de la móvil y cambiante naturaleza' (Hangend gordijn met mobiel en veranderend karakter), 1978, acryl op doek, Neue Neue Galerie (Neue Hauptpost), Kassel, documenta 14. Foto: Mathias Völzke.

Vierentwintig kunstenaars toonden hier hun werk, verdeeld over verschillende ruimtes, waarbij tevens de mezzanines (tussenvloeren of entresols) van het postdistributiecentrum zijn gebruikt. Ook hier is het moeilijk om een werk apart te belichten, misschien de enorme 'doeken' van Beatriz González (1933), een fors uitvergrote 'remake' uit 1978 van 'Le déjeuner sur l' herbe' van Edouard Manet, dat in 1863 een omstreden werk was. Gonzalez gebruikt haar 'tweeluik' als coulisse.

We hebben beslist veel gemist op deze 14e Documenta, door duidelijke keuzes te maken, maar 'verzadigd', dát waren we in ieder geval.

Meer informatie: www.documenta.de.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

de wind is gedraaid
het berkenblad toont
zijn zilveren kant

ze ploffen
mijn kindertijd in
kastanjes

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Olga Rozanova
The mother of abstract expressionism

In de serie 'Opmerkelijke vrouwen van de avant-garde 1900-1950', neemt Olga Vladimirovna Rozanova (1886-1918) een aparte plaats in. Wie zich verdiept in haar persoon en werk, raakt onder de indruk van haar artistieke veelzijdigheid en groot vermogen tot beeldende vernieuwing. Zij overleed op zeer jonge leeftijd, slechts tweeëndertig jaar oud, maar was belangrijk voor de geschiedenis van de Russische avant-garde. Olga Rozanova reisde niet naar Italië en Frankrijk om geïnspireerd te worden door vernieuwingen in de schilderkunst, maar ontwikkelde zelf een nieuwe manier van schilderen.

Door Wim Adema

Olga Rozanova werd op 21 juni in 1886 te Melenki geboren, een kleine stad bij Vladimir (Rusland). Zij kwam uit een aristocratisch milieu, maar legde al vroeg contact met de kunstenaarswereld. Na een basisopleiding in Vladimir-0n-Kliazma (1896-1904), volgde zij een studie aan de kunstschool van Konstatin Yuon en Ivan Dudin (1904-1910). Op het Bolshakov Painting and Sculpture Institute en het Central Stroganov Industrial Art Institute, beiden in Moskou, vervolgde Rozonova haar opleiding en beëindigde deze in St. Petersburg aan de Zvantseva Art School. Daar maakte zij in 1912 kennis met haar toekomstige echtgenoot, de dichter Alexei Kruchenykh. Vanaf 1911 werd Olga Rozonova een van de meeste actieve leden van de Union of Youth, een organisatie die kunstexposities organiseerde en lezingen (met discussie) hield. Tijdens haar periode aan de Stroganov School (toegepast kunstonderwijs) schreef zij voor deze Unie van de Jeugd een manifest over de plaats van de Russische vrouw in de kunst.

Het futurisme in Rusland
Het futurisme was een Italiaanse beweging die werd gelanceerd door Filippo Tommaso Marinetti. In de publicatie 'Le Futurisme' bewierookte hij de moderne technologie en de agressieve snelheid van het stadsleven. De tradities van de westerse kunst werden geminacht en snelheid, energie, agressie en technologische vooruitgang werden belangrijk. Een soortgelijke ontwikkeling deed zich ook voor tijdens de Russische revolutie.

In het leven van Olga Rozanova waren de futuristische dichters Alexei Kruchenykh en Velimir Khlebnikov heel belangrijk. Deze schreven een geheel nieuwe dichterlijke taal, de 'zaumnaia', een transrationele poëzie waarmee zij een geheel nieuwe poëtische taal ontwikkelden, die gebaseerd was op de destructie van de traditionele grammatica en de betekenis van woorden. Door het gebruik van neologismen, klankassociaties en onlogische combinaties van woorden en geluiden, ontstond een nieuwe taal: de 'zaum'. Rozonova was heel erg betrokken bij hun poëtische ontdekkingen en werd ook een van de eerste kunstenaars in de Russische avant-garde die zich verbond met het Futurisme.

In 1913 begon Olga Rozonova boekomslagen en illustraties voor haar vrienden te ontwerpen. Hierdoor ontstonden ook haar eigen transrationele gedichten, welke in 1917 (postuum) gepubliceerd werden in de bundel 'Valos' van Kruchenykh. Zij illustreerde in die jaren eveneens veel boeken, zoals 'Transrational Pook', 'War' en 'Universal War' (1916). De Italiaanse futurist Marinetti was in die periode erg belangrijk voor de ontwikkeling van Olga Rozanova. Zij ontmoetten elkaar in 1914 in St. Petersburg, waardoor zij kon deelnemen aan de grote 'Esposizione Libera Futurista Internationale' in Rome (1915). Voor deze manifestatie maakte Olga Rozanova mode- en textielontwerpen.

Experimenten
Het cubo-futuristische boek 'Te li le' uit 1914 toont een experiment om verbale en picturale elementen met elkaar te verbinden. Voor de tekst gebruikte Olga Rozanova haar eigen handschrift waarmee zij stemming en emotie probeerde weer te geven. De uitgave 'Universal War' werd geïllustreerd met twaalf abstracte collages, die uit levendig gekleurde, veelhoekige vormen in een geometrische rangschikking bestonden. Deze onregelmatige hoekige vormen deden herinneren aan de vroegere abstracte schildercomposities van Olga Rozanova. Zij lieten nieuwe verbindingen zien tussen het woord en het picturale beeld.

Door haar huwelijk in 1916 met Alexei Kruchenykh maakte Olga Rozonova ook kennis met de Supremus-groep van Kazimir Malevich. Diens suprematistische experimenten werkte zij uit in een aantal composities met een versterkt dynamische element. In dit werk zijn vlakke, veelhoekige gebieden te zien met heldere kleuren. Deze manier van werken verschilde zeker met de werkwijze van Malewich. Een collega, de kunstenares Varwara Stepanova, schreef hierover: 'Malewich construeerde zijn composities op het vierkant, terwijl Rozanova haar werk baseerde op kleur'.

De opmerkelijke jaren 1917 en 1918
In die jaren maakte Olga Rozonova een aantal composities, waarin zij de kleur non-objectief (niet gebonden aan een object) gebruikte. Zij noemde dit 'tsvetopsis' ofwel color painting. Deze composities vormden een geheel nieuwe ontwikkeling in de Russische avant-gardekunst. In haar beroemde olieverfschilderij 'Untitled' (Green Stripe) is het canvas ruw en roomachtig geschilderd, terwijl een brede en stijl geschilderde groene streep het oppervlak verdeelt. In het toenmalige Rusland was Rozanova de enige schilder die een dergelijke schilderwijze toepaste. Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstonden in de vijftiger en zestiger jaren in de USA gelijksoortige kleurexperimenten, zoals in de werken van Barnett Newman.

Na de Russische revolutie
Mede dankzij haar studie-ervaring aan de Stroganov School wist Olga Rozanova na de Russische revolutie veel creatieve energie te steken in de organisatie van de landelijke industriële kunst. Zij was direct betrokken bij de IZO Narkompros (Arts Department of the People's Commisariat of Education) en de Proletcult. Op veel locaties in het land organiseerde Rozanova de Free Art Studios (Svomas). Voor haar dood ontwierp zij nog een plan voor de reorganisatie van het industriële museum van Moskou. Dit plan, om kunst en industriële productie te combineren, werd later door de Constructivisten uitgevoerd.

Toen bleek dat zij dodelijk ziek was, ontwierp Olga Rozanova nog banieren en slogans voor de jaarlijkse viering van de Russische revolutie in 1918. Een week ervoor overleed zij echter aan difterie. Een paar weken later kreeg de kunstenares een postume tentoonstelling waarin haar 250 schilderijen geëxposeerd werden. Op dit grote overzicht werd haar ontwikkeling als schilderes geheel zichtbaar, met werken uit de periodes van het impressionisme, het neo-primitivisme, kubisme en suprematisme.

Uniek kunstenaarschap
Op deze tentoonstelling werd ook duidelijk dat Olga Rozanova in staat was tot vernieuwende experimenten in de schilderkunst. Zij ontwikkelde, ondanks haar zeer korte leven, een volstrekt nieuwe kunstbenadering. In korte tijd ontstonden belangrijke schilderijen als 'Still Life with Scrolles' (1911), 'Portrait of a Woman in a Green Dress' (1913 en 'Non-Objective Composition' (1916). Ook 'Transrational Pook', een opmerkelijke serie geschilderde spelkaarten met eenkleurige illustraties, waaronder het vrijmoedig geschilderde 'The Queen of Spades' (1915), toonde eveneens haar grote creativiteit.

Rozanova was heel actief op het gebied van schilderkunst, het ontwerpen en illustreren van boeken, maakte designs voor textiel en kleding en schreef poëzie. Voor belangrijke kranten schreef zij een groot aantal artikelen over de kunst. Zij overleed op tweeëndertigjarige leeftijd, op 8 november 1918 in Moskou, maar liet ondanks haar korte leven een indrukwekkend oeuvre na.

Zij werd The Intellectual mother of Abstract Expressionism genoemd.
'Olga Rozanova painted colorfields before Rothko and vertical lines before Barnett Newman' 

Literatuur:

1. Miuda Yablonskaya: 'Olga Rozanova, uitgave Rizzoli, New York, 1990, pp. 81-98

2. Nina Gurianova: Exploring Color: Olga Rozanova and the Early Russian Avant-Garde 1910-1918, G+B Arts International, Amsterdam, 2000.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Een foto van een fraaie vaas van gele bijenwas, 'Vessel #1', uit 2011 van Tomas Libertiny (1979), valt op door een fijnzinnige honingraatstructuur. Het lijkt alsof de vaas in een bijenkorf is ontstaan. Dat blijkt het geval. De Slowaakse ontwerper heeft deze vaasconstructie ontworpen en gekoppeld aan een bijenkorf, waarna circa veertigduizend bijen de contouren van de vaas gevuld hebben met hun was. Op de foto heeft deze vaasvorm een ragfijne structuur van een honingraat met een diep gele buitenkant. Er is wonderlijke vermenging van verbeelding en natuur ontstaan. Het Modern Art Museum in New York gebruikte de afbeelding van deze bijenvaas al voor het entreeticket. Tomas Libertiny zoekt in zijn ontwerpen naar een verbinding tussen de krachten van de natuur en beeldende kunst. In zijn studio is hij constant bezig met experimentele ontwerpen, waardoor handgemaakte sculpturale vormen en installaties een diep verband tonen tussen de natuurelementen. Zijn landschappen laten ook een menselijke conditie zien, die kan benauwen. Het werk van Tomas Libertiny wordt nu door internationale musea ontdekt en gepresenteerd. Het is een naam om te onthouden. Meer informatie: www.tomaslibertiny.com.
 
De Duitse schrijver en kunstenaar Ror Wolf (1932, Saalfeld) is een zeer veelzijdig kunstenaar. Hij schrijft niet alleen licht absurdistische poëzie en proza, met invloeden van Kafka en Beckett, maar maakt als beeldend kunstenaar ook surrealistische collages. In 'Hörspiel' (WDR 3) was kortgeleden zijn  experimenteel hoorspel te beluisteren, de fantasievolle horrorroman 'Die Vorzüge der Dunkelheit' (2012), in een bewerking van Thomas Gerwin. De carrière van Ror Wolf (pseudoniem: Raoul Tranchirer) is indrukwekkend. Invloeden van het surrealisme, het fantastische en avontuurlijke, de criminologieliteratuur, maar ook humor en erotiek zijn aanwezig in zijn gedichten en prozawerk. Op speelse wijze vermengt hij de taal met de realiteit, die echter steeds herkenbaar blijft. Met materiaal uit oude lexicons, tijdschriften en grammaires maakte Wolf surrealistische collages, die gezien kunnen worden als een parodie op wetenschap en autoriteit. In het Literaturmuseum der Moderne in Marbach is nu permanent een deel van zijn werk te zien. Ror Wolf kreeg in de loop der jaren vele prijzen, zijn Ror Wolfwerke bestaan uit negen volumes. De Werkausgabe verscheen bij de Frankfurter Verlagsanstalt, terwijl de Encyclopedie voor onverschrokken lezers in negen delen vorm kreeg. Er zijn Records aanwezig van de Reality Factory en zijn vele kritische uitgaven tonen een brede en kritische maatschappelijke benadering. Bibliofiele prints en hoorspelen besluiten het overzicht van zijn werk. Een hoorspel op WDR-3 kreeg voor mij een boeiend en onverwacht vervolg op internet. Meer informatie: www.ror-wolf-werke.de.
 
De Franse architect Jean Nouvel realiseerde in 1994 in Parijs een futuristisch bouwwerk voor La Fondation Cartier. Aan de Boulevard Raspail 261, het vroegere particuliere adres van de 19e eeuwse Franse schrijver Chateaubriand, werd een nieuw kunstcentrum in glas en lichtgrijs staal gebouwd met zestien etages, waarvan acht verdiepingen zich onder de grond bevinden. Het gebouw staat nu in het culturele hart van de linkeroever van de Seine. Nouvel wist een 'doorzichtige' tempel voor de moderne kunst van de Fondation Cartier te ontwerpen. Een rondomliggende tuin maakt volledig deel uit van dit centrum. Licht, lucht en natuur omringen de moderne kunstwerken. De verbinding tussen de buiten- en binnenzijde van dit museum is transparant gehouden en geeft het gebouw een open karakter. Dat komt op de eerste plaats door de open rechtlijnige verticale en horizontale lijnwerking van de stalen structuur. Aan de voorzijde lijkt deze vormgeving openheid en tegelijk geslotenheid te geven, maar is tegelijk futuristisch van karakter. Jean Nouvel verwerkte in dit gebouw tevens historische elementen en de schoonheid van de reeds aanwezige natuur. Hij zei hierover: 'It is an architecture based entirely on lightness, glass and finely woven steel. An architecture that plays on blurring the tangible limits of the building and rendering the reading of a solid volume superfluous, in a poetics of ambiguity and evanescence.' Meer informatie: www.fondationcartier.com.
 
De tentoonstelling Earth Matters gaat over de wereldwijde ontwikkeling van duurzaamheid en respect voor de aarde. Binnen de wereld van design, wetenschap en bedrijfsleven zijn deze ontwikkelingen van groot belang. De samenstellers van deze tentoonstelling, Lidewij Edelkoort en Philip Fimmano, hebben in dit verband vier thema's centraal gesteld: Stil staan bij de oorsprong, Ingrediënten verzamelen, Materialen heruitvinden en Duurzame productie, waarin de duurzame cycli en materiaalstudies nader belicht worden. In deze expositie worden experimenten, van mode tot design, getoond en laten de bezoekers nadenken over de oorsprong van materiaal en proces van fabricage. Binnen het Textielmuseum in Tilburg is het Textiellab de werkplaats voor 'Earth Matters'. Meer dan veertig internationale designers, kunstenaars en producenten geven in dit lab inhoud en vorm aan de vier werkthema's. Deelnemers zijn onder meer Sanne Visser met 'The New Age of Technology' en Jólan van der Wiel/Iris van Herpen met 'Magnetic Shoes'. Deze expositie is nog t/m 26 november 2017 te bezoeken in het Textielmuseum.
Meer informatie: www.textielmuseum.nl/earthmatters.       
 
De beeldhouwer Guido Geelen (1961, Thorn) maakte tijdens zijn loopbaan twintig keramische bokalen welke nu op de expositie 'Colouring' in het Hedge House en Tuin (buitenplaats kasteel Wijlre) te zien zijn. De grondleggers van deze buitenplaats, Jo en Marlies Eijck, kochten in 1988 van Geelen de eerste bokaal, welke tevens het begin van deze serie betekende. Voor deze tentoonstelling maakte Guido Geelen tevens vier nieuwe bokalen, welke in rode gebakken klei vormgegeven zijn. In het bos van deze buitenplaats heeft Geelen ook een monumentale installatie laten ontstaan, welke een weerspiegeling vormt van zijn presentatie in het Hedge House. Meer informatie: www.kasteelwijlre.nl.

Conversations #1 in het Koetshuis van kasteel Wijlre is een expositie van Esther Janssen, Miriam Gossing en Lina Sieckmann. Esther Janssen (Design Academy te Eindhoven) is bekend als een kunstschilder zonder verf. In haar werk maakt zij 2D en 3D-installaties waarbij gebruik wordt gemaakt van computertekeningen, kunstleer en papier, waardoor een kunstmatige wereld van huizen, tuinen, bossen en straten ontstaat. Met deze werken maakt Janssen de leegte en vervreemding van ons bestaan zichtbaar. Miriam Gossing en Lina Sieckmann (Kunsthochschule für Medien in Keulen) onderzoeken samen in experimentele korte films de grenzen van maakbaarheid in stedelijke en privé-architectuur alsmede zeer sterk  geënsceneerde en gestileerde omgevingen. De inhoud van hun films tonen een verwantschap met het werk van Esther Janssen. De werken van deze drie kunstenaars bevinden zich reeds in collecties van nationale en internationale musea en galeries. Meer informatie: www.kasteelwijlre.nl.
 
De Japanse kunstenaar Tetsuji Seta (1960) heeft de Jaap van der Veen/Teylers Museum Prize for the Contemporary Art Medal gewonnen. Zijn werk heeft een unieke signatuur, waarin verstilde objecten, welke altijd in een hand passen, gevormd zijn door sobere geometrische vormen. Seta verbindt kleine gevonden voorwerpen uit zijn tuin met cirkels of vierkanten met afgerande hoeken aan elkaar. Takjes, blaadjes of bloemknopjes zijn tot in het kleinste detail in brons of zilver weergegeven. De kunstenaar verbindt momenten uit zijn leven en de seizoenen met elkaar. Op de geometrische vormen staan de namen van planten, de data en soms wordt een kort gedicht of tekst toegevoegd. Bijvoorbeeld: 'I found the goldfish in the garden dead' of 'I fell off the horse an struck my shoulder strongly'. Deze penningprijs is een initiatief van de verzamelaar en schenker Jaap van der Veen. Het Teylers Museum is tevens in staat gesteld om elke keer het prijswinnende werk voor haar collectie aan te kopen. Ter gelegenheid van deze prijsuitreiking verschijnt tegelijk de publicatie 'Parallel Worlds, Art Medals by Tetsuji Seta'. Deze expositie is nog te bezoeken t/m 28 januari 2018 in het Teylers Museum in Haarlem. Meer informatie: www.teylersmuseum.nl.

De GAA Foundation heeft met Personal structures-open borders, in het kader van de Venice Art Biennale 2017, op drie locaties: in de Palazzi Bembo en Mora en de Giardini Marinaressa, een internationale presentatie van kunstenaars gerealiseerd, welke afkomstig zijn uit verschillende landen en culturen. De GAA werd hierbij ondersteund door het European Art Centre. Dit jaar was het thema 'Time, Space and Existence'. Door deze opzet hebben de deelnemende kunstenaars de gelegenheid gekregen om hun werk individueel maar ook in een gezamenlijke opstelling te presenteren. Er is een brede variëteit te zien van video, beelden, schilderijen, tekeningen, foto's en installaties. Tweehonderd kunstenaars uit veertig landen zijn aanwezig met hun werk. In het Palazzo Bembo zijn onder meer beelden te zien van de bekende Iraanse kunstenaar Masoud Akhavanjam, bijvoorbeeld de 'Ballerina' uit 2016. Tot en met 26 november as. is deze grote kunstexpositie op drie locaties in Venetië te bezoeken. Meer informatie: www.personalstructures.org.

De jury van de award BNA Beste gebouw van het Jaar kende dit jaar deze prestigieuze Nederlandse architectuurprijs toe aan de OV Terminal Breda, ontworpen en gebouwd door de architect Koen van Velzen. Andere kanshebbers voor deze prijs waren: De stedelijke ontwikkeling van het stadskwartier Deventer en het Museum Voorlinden in Wassenaar. De jury was onder de indruk van het gigantische gebouw van de OV Terminal Breda, 'dat voelde als een stadje'. Deze terminal is een bus- en treinstation ineen, met een parkeergarage, een winkel- en woongebied. De jury ervoer de woningen als 'poten' die op de voorpleinen landen en de overgang vormen van het station naar de omringende buurt. Een vondst is ook de parkeergarage op het dak en het enorme venster waardoor je op de perrons kijkt. De wanden en vloeren zijn van natuursteen, terwijl een grote lichthoven van glas omkleed werd met bewerkt metaal. De detaillering van dit nieuwe NS-station kan wedijveren met de sierlijke stations van de ondergrondse metro in Moskou. De architect Koen van Velzen droeg altijd twee foto's met zich mee, namelijk een foto van mensen en een foto van een Moskou's metrostation met een chique afwerking met natuursteen en prachtige armaturen aan het plafond. Talloze functies, zoals reizen, wonen, werken, winkelen en parkeren, zijn in dit complex bij elkaar gebracht. Door de open constructie werden de twee stadsdelen weer met elkaar verbonden. Meer informatie: www.dearchitect.nl.

De provincie Limburg lijkt in Nederland een vergeten kunstprovincie. Komt dat door de vorm van de provincie, in de vorm van een laars, of is er toch sprake van een buitenlands 'gebied', waar de op de Randstad georiënteerde kunstwereld geen werkelijk contact mee heeft? Toch is er in Limburg sprake van een bijzonder kunstklimaat en werkterrein. Het Bonnefantenmuseum in Maastricht biedt een breed beeld van de internationale hedendaagse kunst, terwijl het Museum Bommel van Dam in Venlo met exposities veel aandacht geeft aan belangrijke Limburgse kunstenaars. De TEFAF vormt jaarlijks een beroemd en belangwekkend internationaal platform voor de beeldende kunsten. De ARTindex is een uitstekende Documentatie van Beeldende Kunst in Limburg. De provincie Limburg associeer ik als kunstliefhebber zeker met beeldhouwkunst. Een groot aantal belangrijke beeldhouwers zijn uit Limburg afkomstig of hebben hier jarenlang gewerkt. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het prachtige werk van de beeldhouwers Alphons Bemelmans, Arthur en Caius Spronken, Willem Lensinck, Francisca Zijlstra, Wim Rijvers, Jos Dirix, Jo Ramakers, Paul Beckers en Ted Vroemen. Zou het geen schitterende ontmoeting kunnen zijn, als deze Limburgse kunstenaars in het Westen van ons land museaal gepresenteerd gaan worden? Meer informatie: www.artindex.nl/limburg.

EMST in the World was een samenwerking tussen Documenta 14 (2017) en het museum EMST te Athene, die al in 2016 startte met de expositie 'Learning from Athens'. Na de start van Documenta 14 in Athene met de expositie 'EMST in the world', kreeg deze tentoonstelling in Kassel, in een meer aangepaste versie, ook een vervolg op de Documenta 14 in het Fridericianum te Kassel. De sociale rol van de kunst in een getraumatiseerde wereld was voor beide presentaties de leidraad. Sinds 1960 bestaat deze verzameling van The Emst Collection, die meer dan elfhonderd werken omvat. Vanuit een verband tussen persoonlijke en collectieve herinneringen, existentiële vragen, culturele uitwisseling en migratieproblemen, werd het werk van hedendaagse en experimenterende Griekse kunstenaars in een internationaal perspectief getoond. Hun thematiek was: Antidoron (de terugkeer van een geschenk) of Antidanion (de terugkeer van een geleend linguistiek en cultureel geschenk). Het woord 'anti' betreft een gezichtspunt, het is niet per sé het tegenovergestelde, maar wil vanuit een ander en nieuw communicatiepunt beginnen, het is een poging om met elkaar te argumenteren en elkaar te begrijpen. Het oudste publieke museum van Europa, het Fridericianum te Kassel, vormt nu een nieuw verbindingspunt voor de Griekse beschaving en filosofie. Mogelijk is het een startpunt voor een nieuw humanisme. Meer informatie: www.documenta.de of www.emst.gr.

Schrijfster Nina Weijers vestigde de aandacht op Carmen Herrera, een Cubaans-Amerikaanse kunstenares, in haar column XY/XX in de Groene Amsterdammer van 6 juli 2017. Zij is inmiddels 102 jaar oud. In de afgelopen eeuw was haar positie als kunstenares moeizaam en weinig hoopvol. Herrara's schilderstijl, met geometrische vormen, strakke lijnen en opvallende kleuren, werd destijds in Parijs en New York, centra van de moderne kunstwereld, zeker opgemerkt, maar niet gewaardeerd. Het werk werd te abstract gevonden en was niet vrouwelijk genoeg van karakter. Pas in het begin van deze eeuw kreeg zij op negenentachtigjarige leeftijd erkenning, toen zij haar eerste schilderdoek verkocht. Vanaf dat moment kreeg Carmen Herrera de waardering van belangrijke musea en werden haar schilderijen steeds meer aangekocht. Nina Weijers vond haar verhaal hoopgevend, omdat gerechtigheid niet altijd te laat komt, maar het is wrang dat erkenning zo lang op zich laat wachten. De columniste stelt de terechte vraag: wie houdt het vol om decennialang kunst te maken voor helemaal niemand? Hoeveel mensen blijven in zichzelf en hun kunst geloven onder die omstandigheden? Tijdens Weijers recente bezoek aan het Haus der Kunst in München, waar de grote expositie 'Factor X: Das Chromosom der Kunst' te zien was, bleek nu dat de helft van de deelnemende kunstenaars uit vrouwen bestond. Het was een expositie met alleen Nederlandse kunstenaars. De grote aanwezigheid van vrouwelijke kunstenaars gaf haar weer hoop. (Bron: De Groene Amsterdammer, 06.07.2017, pagina 57, auteur: Nina Weijers)

Kan een mens eigenlijk wel zonder facade? De manifestatie voor beeldende kunst Façade 2017 in Middelburg heeft kunstenaars uitgenodigd op deze vraag te reageren. In 2012 was het thema 'De stad als een masker' en nu op Façade 2017 staat de 'mens' centraal, die de mogelijkheid heeft om zich af en toe achter een masker te verschuilen. Dit thema werd verbonden met de Vier Vrijheden van Franklin Delano Roosevelt, oud-president van de Verenigde Staten, wiens gedachtegoed nog steeds in de oude stad Middelburg voortleeft. Niet alleen is het University College Roosevelt in Middelburg aanwezig, maar ook deze Vier Vrijheden zijn nog steeds belangrijk: t.w. de vrijheid van meningsuiting en van religie, alsmede vrijwaring van gebrek en van vrees. Vrijheden welke later de grondslag vormden voor de Universele Rechten van de Mens. In 2017 realiseerden vijftien kunstenaars langs de wandelroute in Middelburg installaties die op deze thematiek geïnspireerd waren. Deelnemers zijn onder meer Guillaume Bijl, Berlinde de Bruyckere, Henk Visch en Folkert de Jong. T/m 5 november 2017 is dit Contemporary Art Festival in Middelburg te bezoeken. Meer informatie: www.facade2017.nl of www.cbkzeeland.nl.

Terug naar boven

Inhoud