Nov. 2017 - febr. 2018, 12e jg. nr.5/13e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Kunst in de bunker: Sammlung Boros Berlijn

Toen reclamemagnaat Christian Boros in 1990 zijn eerste 'Young British Artists' kocht, wist hij wellicht nog niet dat zijn collectie hedendaagse kunst door de jaren heen zou uitgroeien tot meer dan 700 werken en dat hij samen met zijn echtgenote tot een van de top 200 kunstverzamelaars ter wereld zou behoren. In 2003 kocht Boros een leegstaande bunker in hartje Berlijn om zijn kunstwerken in onder te brengen. Zelf ging hij met zijn familie bovenop deze schat aan hedendaagse kunst wonen, in een penthouse van de hand van Mies Van der Rohe. Een verhaal over kunst, bunkers en vergunningen, maar vooral van passie.

Door Yves JORIS

Bijna even fascinerend als de kunst die zich binnen de muren bevindt, is de bunker waarin de collectie is ondergebracht. Begin jaren 40 kregen nazi-architecten de opdracht om de 'Reichsbahnbunker Friedrichstrasse' te bouwen. Oorspronkelijk zou deze betonnen gigant een schuiloord bieden aan het spoorwegpersoneel van station Friedrichstrasse. De bunker die gebouwd was voor 1.400 mensen, zou aan het eind van de oorlog een vluchtoord worden voor de Berlijnse bevolking die geteisterd werd door de onophoudelijke bombardementen van de Geallieerden. Op dat moment zaten meer dan 4.000 mensen dagelijks opeengepakt in de kille doodskist. Na de val van de hoofdstad werd de bunker door de Russen gebruikt als gevangenis voor nazikopstukken in afwachting van hun proces in Neurenberg.

Daarna werd het even stil rond dit staaltje van nazisymboliek, totdat het gebouw in 1957 opnieuw in gebruik werd genomen door de leiding van de toenmalige DDR. De koele ruimte werd een opslagplaats voor bananen en ander tropisch fruit uit Cuba, vruchten die alleen maar verkrijgbaar waren voor de apparatsjiks van de communistische partij.

 
Buitenkant bunker. Foto: © NOSHE.

In de volksmond kreeg deze plek dan ook al snel de bijnaam 'De Bananenbunker'. Na de val van de muur in 1989 verloor het gebouw zijn status en het werd in het begin van de jaren 90 een technoclub waar SM en fetisjisme niet uit den boze waren. Deze decadente periode duurde tot 1995 en werd afgesloten met een nieuwjaarsfeest dat de passende -en wellicht ook waarschuwende- naam 'De laatste dagen van Saigon' meekreeg. In 2003 kocht Christian Boros de leegstaande bunker om er zijn kunstcollectie in onder te brengen.

Wie het museum wil bezoeken, kan er van donderdag tot en met zondag terecht. Vrij bezoek is niet mogelijk, maar kunstliefhebbers worden tijdens een anderhalf uur durende rondleiding (in het Duits of Engels) rondgeleid langs de collectie. Dit is de derde presentatie van de uitgebreide kunstverzameling. Boros neemt tijd om zijn collectie te laten bewonderen. De eerste tentoonstelling liep van 2008 tot 2012. De tweede tentoonstelling, met onder andere werk van Ai Weiwei en Olafur Eliasson, sloot vorig jaar de deuren en klokte af op meer dan 200.000 kunstliefhebbers. De huidige tentoonstelling, die opende in mei 2017, voert de bezoeker mee langs werken van klinkende namen als Kris Martin, He Xiangyu en Katja Novitskova.

De tentoonstelling begint bij werk van de Belgische kunstenaar Kris Martin. In 'Mandi XXI' confronteert hij ons met een aankondigingsbord waarop de aankomst- en vertrektijden in stations worden weergegeven. Er verschijnen echter geen tijden, bestemmingen of sporen. De ronddraaiende plaatjes die normaal cijfers en letters tonen, zijn met zwart overgeschilderd. We wachten, maar we weten net als Vladimir en Estragon (hoofdpersonen uit 'Wachten op Godot', een toneelstuk van Samuel Beckett) niet waarop. Tijd en de beleving ervan is een van de grote thema's in het werk van de West-Vlaamse kunstenaar. Terwijl de tijd voorbijgaat, verschijnt er niets op het bord. Toch blijft de toeschouwer hopen op een teken, een houvast dat niet komt: hij blijft staren naar een bewegend zwart vlak waarop Malevich jaloers zou zijn.

Katja Novitskova, 'Pattern of Activation', 2014. Foto: © NOSHE.
He Xiangyu, 'Untitled', 2017. Foto: © NOSHE.

He Xiangyu is een Chinese kunstenaar die afwisselend pendelt tussen Beijing en Berlijn. Voor zijn werk -dat spijtig genoeg de weinig inspirerende titel 'Untitled' meekreeg- verguldde de kunstenaar 24 eierdoosjes. Door deze eenvoudige voorwerpen van een goudlaagje te voorzien, verandert hij de blik van de toeschouwers: alledaagsheid verandert in kunst. Maar He doet meer. Een goed observator merkt slechts een paar echte eieren op. Ook hier verandert hij onze manier van kijken. Zijn we immers niet allemaal op zoek naar de kip met de gouden eieren? Verwijst hij met deze actie ook niet naar de éénkind-politiek, die zolang de Chinese maatschappij beheerste? De lege vakken worden plotsklaps een aanklacht tegen het ontbrekende leven, gemiste kansen.

Het moet een titanenwerk geweest zijn om deze claustrofobische bunker om te toveren in een ruimte waar kunst tot rust kan komen. Vloeren werden weggesneden, muren -die bij momenten nog sporen dragen van de hoogdagen der techno- gewit. Af en toe treft men nog sporen aan van het voorbije leven. De gids wijst plekken aan waar zich vroeger de sanitaire ruimtes bevonden. Kleine luiken die werden aangebracht aan de buitengevel om de verboden bananen stiekem te lossen. De trappen werden zo ontworpen dat een grote massa snel geëvacueerd kon worden: de geest uit het verleden kijkt steeds over je schouder mee.

De Estse Katja Novitskova kan alleen maar gelezen hebben over deze oorlogsperiode. Met haar 33 jaar is ze een van de jongere kunstenaars die in de smaak vallen bij Christian Boros.

Met haar 'Pattern of Activation' (1984) combineert ze de reële en virtuele wereld. Een digitale print op aluminium met een albino paard staart ons meer dan levensgroot aan. Het beeld van reclame is nooit ver weg. De haast griezelige weergave van het paard met helblauwe ogen laat je beseffen dat het beeld gemanipuleerd is, maar we zijn het zo gewoon geworden dat we er ons nog amper vragen bij (durven) stellen.

In dezelfde ruimte bevindt zich een epoxy pijl die perfect het koersverloop van de Duitse aandelenbeurs DAX zou kunnen weergeven. Deze pijl bevindt zich op zijn beurt op een trampoline. Twee beelden die los van elkaar volkomen logisch lijken, maar binnen in deze opstelling opnieuw een gevoel van verwarring oproepen.

Christian und Karen Boros. Foto: © Wolfgang Stahr.

Het geluk hebben om boven vier verdiepingen hedendaagse kunst te mogen leven, moet een heerlijk gevoel geven. Een bunker opwaarderen tot een open ruimte waarin kunst kan ademen is natuurlijk geen sinecure. Daarnaast was er natuurlijk ook de regelgever die van tijd tot tijd roet in het eten kwam gooien. Zo vertelt de gids ons gezelschap dat het stedenbouwkundig niet mogelijk was om een appartement te laten oprichten bovenop de bunker. Gelukkig is de mens een vindingrijk wezen en werd er uiteindelijk een vergunning afgeleverd voor een gezinswoning met kelder. In het geval van Christian en Karen Boros werd het een bovengrondse kelder van vier verdiepingen waarin men kan verdwalen tussen de hedendaagse kunst.

Meer informatie: www.sammlung-boros.de

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

HET VLOT
Kunst is (niet) eenzaam

IN HET JAN HOET LAND AANGESPOELD.
IK BEN EEN SCHIPBREUKELING.
(IK HEB MIJN VLOT VERSTOPT ZODAT IK ONGEMERKT OPNIEUW
KAN VERTREKKEN NAAR MIJN LAND, HET LAND DAT IK NOG MOET
ONTDEKKEN.)
Jan Fabre (Kassel 5 mei 1992, fragment uit derde Nachtboek 1992-1998)

Voor Jan Fabre en Joanna de Vos, zij cureerden de tweede editie van deze Triënnale (wintertentoonstelling van hedendaagse kunst) in Oostende, leek het geen gemakkelijke opgave om navolgers te zijn van Jan Hoet's eerste editie van 'De Zee'. Hoet (1936-2014) had de kracht hedendaagse kunst toegankelijk te maken. Evengoed, Fabre en de Vos hebben met 'Het Vlot' hun eigen en zeker bezienswaardige tentoonstelling neergezet, ondanks die hoge lat …

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

73 internationale kunstenaars werden uitgenodigd hun werken te tonen op deze tentoonstelling. Meer dan 50 nieuwe creaties waren het resultaat, geïnspireerd door twee sleutelwerken: 'Het vlot van de Medusa' uit 1818 van Théodore Géricault (1791-1824) en 'Kunst is (niet) eenzaam' van Fabre (1958) zelf, uit 1986.

Er zijn in Oostende twintig locaties te bezoeken en er worden tijdens de tentoonstellingsperiode achttien performances uitgevoerd. Zeker ook niet te missen is 'The Crystal Ship', street art, achtendertig kleine en grote kunstwerken 'verstopt' in de stad. Het zwaartepunt van deze triënnale ligt in museum Mu.ZEE en dat kan in deze wintermaanden wellicht een aangename locatie zijn, maar vergeet de andere locaties zeker niet. Het is een zeer goede gelegenheid om minder bekende plaatsen in Oostende te bekijken.

MUZEE
Het museum was ooit een warenhuis en de contouren daarvan zijn nog enigszins zichtbaar als je het weet, maar Mu.ZEE heeft inmiddels de allure van een stedelijk museum. Op een verdieping kunnen de selecties van Fabre en De Vos worden bekeken en dat zijn er véél.

 
Jan Fabre, 'Kunst is niet eenzaam' (1986). Foto: Lieven Herreman. Copyright: Angelos.

Enkele uitgelicht: ten eerste, de voorbereidende tekeningen van Géricault om zijn 'Vlot van de Medusa' te kunnen schilderen, na de schipbreuk van het Franse fregat Medusa in 1816, waardoor hij bijna werd geobsedeerd. Hij sprak met overlevenden van deze schipbreuk en liet zich daardoor inspireren. Het werk zelf, olieverf op doek, door de kunstenaar getiteld, 'Le Naufrage du Radeau de la Méduse' (circa 1818-1820), is een dramatisch werk en Géricault heeft zich (naar de voor die tijd geldende mores), als kunstenaar veel vrijheden veroorloofd in de compositie, de diverse tekeningen laten dat ook zien. Het schilderij is zijn meesterwerk geworden en het werk werd ook de 'Schipbreuk van de Moraal' genoemd. Dit vlot heeft kunstenaars geïnspireerd, vanaf de voltooiing en de eerste tentoonstelling tot en met heden. Helaas is Géricault geen lang leven beschoren geweest, hij werd slechts 32 jaar oud.

Dan het vlotje van Fabre zelf, 'Kunst is (niet) eenzaam', dat hij vervaardigde in 1986. Het object heeft iets tragikomisch, ook absurds, wat van Fabre als kunstenaar kan worden verwacht, in positieve zin. Een vlot waarop je tijdens je gedwongen verblijf diverse sporten kan uitoefenen, met onder andere een voetbalveldje, sintelbaantje en een gym. Fabre verwijst naar '(…) het uithoudingsvermogen van hoop op noodlottigheid. Kunst en communicatie als drijfkracht naar een beloftevolle bestemming (…)'

Er is te veel om te bespreken in dit artikel over de selectie in MuZEE, misschien nog wel het schilderwerk van Katie O'Hagan (1971) die een fotorealistisch beeld schilderde in 2011, 'Life Raft', na een tumultueuze periode in haar leven, waarbij kunst en scheppingsdrang haar boven water hebben gehouden.

Hotel du Parc en Ensor
De speciale wandelgids en -kaart (handig en verdeeld over clusters), voert me vanaf het Mu.ZEE via het Leopoldpark naar de Brasserie van Hotel du Parc. Bij het James Ensormonument in het Leopoldpark blijf ik even staan.

Theodore Géricault, 'Het vlot van de Medusa' (vierde studie, 'Bessonneau-studie'), 1819 - 20. (c) Angers, Musée des Beaux-Arts.

Ensor was een pionier van de hedendaagse en moderne kunst. De brasserie is locatie 13 en heeft goede koffie. Ik bekijk daar een selectie van zes kleinere schilderwerken, gemaakt door Enrique Marty (1969), met acryl en vernis op papier. Hij maakte deze serie (het zijn er totaal honderd) speciaal voor deze triënnale. En wat zie ik daartussen? Een soort persiflage op James Ensor's: 'Squelettes se disputant un hareng saur'/'Skeletten die vechten om een gerookte haring', waarbij de haring is vervangen door een kippetje (of is het een mens?). De twee skeletten zijn hier twee 'levende' personen, twee commandanten in een strijdperk? Het is Marty's satirische verwijzing naar het Beleg van Oostende (1601-1604). Ook de drie 'valse monumenten' die hij vervaardigde, verwijzen naar deze bloedige strijd. Deze zijn te vinden vlakbij het hotel, op het Marie-Joséplein.

Sint Petrus en Pauluskerk (cluster Centrum Oostende)
Alberto Garutti (1948) heeft in deze monumentale kerk een installatie gemaakt, die is getiteld: 'Dedicated to those who look up'. De titel van dit werk legt een verband met het schilderij van Géricault, die het opdroeg aan de overlevenden en de overledenen van de schipbreuk. Elke vier minuten dwarrelt een vel A4-printpapier vanaf het hoogste punt in de kerk naar beneden, ook tijdens de diensten.... Uiteraard heb ik er twee afgewacht. Garutti wil hiermee erop wijzen dat al onze levenslijnen samenkomen in één punt. Alles wat we tot nog toe deden, alle paden die we aflegden, hebben ons geleid naar dit moment. Enfin, Garutti's oeuvre heeft wortels in de Arte Povera-beweging.

Mercator en Hippodroom
Een klein werk van Luc Tuymans (1958) is te bekijken in de kajuit van het schoolschip Mercator, aan de kade van jachthaven Mercator (locatie Mercatordok). Het is een gouache op papier, gemaakt in 1978, 'Zeeofficier', 19,3 x 15,3 cm. In samenwerking met kunstenaar Joris Van Poucke heeft Tuymans enkele stop-motionfilmpjes gemaakt van fragmenten, onder meer uit een filmpje gemaakt in 1981, waarin Tuymans verkleed als zeekapitein een sigaret rookt.

Het fragment wordt op het water bij het schip geprojecteerd en is alleen in het donker te zien. Daarom heb ik dat filmpje helaas niet kunnen bekijken, maar het lijkt mij zeker een aanrader. Andere fragmenten uit de filmpjes van Tuymans /van Poucke zijn te zien op een flatscreen, ook op het schip en in de Hippodroom (stal nr. 51). Dit is ook een interessante locatie, nr. 18 in het cluster 'Kuststrook'.

The Crystal Ship
Werkelijk nóg een goede manier om de 'Stad aan Zee' te bekijken, is een tour door de kunst in openbare ruimte, street art, met een eigen plattegrond. Indien mogelijk met een (gedeeltelijke) rondleiding door de curator van The Crystal Ship, Bøjrn Van Poucke, https://www.youtube.com

Deze street art is verspreid over achtendertig locaties, te voet (8,7 km) of met de fiets (29 km) te bereiken. Een aanrader voor de liefhebbers van street art, het is zeer divers, van piepkleine sculpturen, die je moet weten en dan nog moet zoeken, tot de indrukwekkende immense schilderingen op gevels. Nummer 35 in de samenstelling licht ik eruit, deze is niet moeilijk te vinden: Kapellestraat 12-14, een werk van Alexis Diaz (1987), een fantasierijk nieuw wapenschild voor Oostende, inclusief zeemeermin, meeuw en walvissen.

 
Alberto Garutti, 'Dedicated to those who look up', Sint Petrus en Pauluskerk. Courtesy: kunstenaar.

En, zoals Johan Vande Lanotte (burgemeester van Oostende, Minister van Staat) het omschrijft in de catalogus: "(...) de tentoonstelling is zoals de stad: wat excentriek, hier en daar is er 'een hoek af'. Maar altijd kwaliteitsvol. Zoals Oostende zelf: ongepolijst, wat ruw, verrassend, nooit gewoon (...)"

Ga zeker kijken, voor meer informatie: HET VLOT, Kunst is (niet ) eenzaam, Oostende, t/m 15 april 2018. Websites: www.hetvlot-oostende.be | www.muzee.be | www.thecrystalship.org

Gelijknamige catalogus bij deze tentoonstelling: www.lannoo.com, ISBN 9789401448604

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Drie haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

alle deuren
in zijn glimlach
zitten op slot

verdwenen
achter rimpels en plooien
zijn ogen

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

André Kerstész
'Mirroring Life'
 
In het Fotomuseum Foam in Amsterdam was onlangs een grote overzichtstentoonstelling te zien van de beroemde Hongaars-Amerikaanse fotograaf André Kerstész (1894-1985); een eerbetoon aan zijn persoon en werk. Kerstész was een van de voornaamste figuren van de avant-garde in de fotografie van de twintigste eeuw en werd door de fotograaf Henri Cartier-Bresson als een van zijn leermeesters beschouwd. Op deze expositie kreeg de bezoeker een zeer goed beeld van de creatieve fotografische reis van Kerstész.

Door Wim Adema

Biografische lijn
-Hongarije-
Als kind voelde André Kerstész zich al aangetrokken tot foto's in geïllustreerde tijdschriften. Na een studie bedrijfskunde kocht hij in 1912 zijn eerste camera, waarmee hij landschappen, boeren en zigeuners fotografeerde en tevens speelse composities maakte met zijn broers als onderwerp. Toen André Kerstész moest meedoen aan de Tweede Wereldoorlog, maakte hij met een camera een persoonlijk verslag van deze oorlogservaring.
-Parijs-
In 1925 nam hij afscheid van Hongarije en ging in Parijs wonen waar hij nieuwe, inspirerende fotografen ontmoette zoals Jacques Henri Lartigue en Brassaï. Lartigue fotografeerde zijn eigen flamboyante levensstijl en Brassaï volgde met zijn camera het nachtelijke leven van Parijs. Kerstész voelde zich meer een flaneur in de Franse hoofdstad. Op de expositie kreeg de bezoeker van die periode een zeer goed beeld. Symbolen op straat, schaduwen op pleinen of een stilleven legde hij met veel poëzie vast op de zwart-wit film.

 
'Washington square', January 9, 1954, © André Kertész, Ministère de la Culture / Médiathèque de l'architecture et du patrimoine, Dist Rmn © Donation André Kertész.

-New York-
In 1936 ging hij werken voor het agentschap Keystone in New York. André Kerstész vermoedde dat het voor een periode van een paar jaar zou zijn, maar hij zou de rest van zijn leven in de Verenigde Staten blijven. Zijn archief met duizenden negatieven moest hij echter achterlaten in Frankrijk. Door het uitbreken van de oorlog en door een gebrek aan inkomen, kon hij deze negatieven in die periode niet meer ophalen. Aanvankelijk was er in New York weinig waardering voor zijn werk, totdat de nieuwe fotografiecurator van het MoMa, John Szarkowski, het ontdekte en een grote expositie met vierenzestig foto's van hem organiseerde. Sindsdien groeide Kerstész' naam als fotograaf internationaal en werd zijn fotografie zeer bekend. 
-1963-
Gelukkig kon Kerstész in 1963 zijn negatieven terugvinden, waardoor hij zijn werk in een veel breder verband kon laten zien. In 1984 doneerde hij honderdduizend negatieven, vijftienduizend kleurdiapositieven, brieven en andere persoonlijke documenten aan het Franse Ministerie van Cultuur. Zijn leven als fotograaf kan worden ingedeeld in een Hongaarse periode (1912-1925), de Parijse tijd (1925-1936) en een New-Yorkse periode (1936-1985).
 
Mirroring Life
De expositie in Foam gaf een diepgaand beeld van zijn ontwikkeling als fotograaf. Van elke periode was op de muur een groot biografisch verslag te zien. De foto's waren fraai opgehangen op diepgrijze muren en hadden een juiste belichting. Als bezoeker werd ik uitgenodigd ook dichter bij de fotobeelden te komen. Dat versterkt de beleving van zijn fotografie. Bij het begin van deze expositie vond ik de opname van de 'Zwervende Zigeunerviolist' heel indringend. Het stond in het aanwezige fotoboek van John Szarkowski (curator MoMa). De foto bezit een atmosfeer waarin eenzaamheid en armoede zichtbaar is. Ik zag een spelende violist op straat, een kind met een geldschaaltje en een klein kind dat toekijkt. Bij dit fotobeeld stond een gedicht van Paul Dermée (vert. Jill Anson), waarin ik woorden las als:
'There is no method, no arangement, no deception, no embroidery'.
 
Teruggevonden negatieven

Het betreffende fotoboek van Szarkowski is uitgegeven in 1963, nadat de negatieven door de fotograaf waren teruggevonden. Het is een catalogus met 64 foto's, waarin ik ook een prachtige foto zag van 'Le Pont des Arts', een namiddag in de Tuileriën uit 1963. In een andere de zaal zag ik deze foto opnieuw terug. Ook de foto van de 'Zwervende Zigeunerviolist' was te zien in Foam. De fotobeelden in de boeken en op de wanden geven eenzelfde kijkervaring.

André Kertész reisde veel. In Japan (1968) fotografeerde hij een sculptuur waarbij op de foto het beeld links een zwarte verticale contour kreeg en rechts met lange hangende mouwenplooien een spel met lijn, vorm en licht/donker te zien is.

'Nageur sous l'eau', Esztergom, Hongrie, 1917, © André Kertész, Ministère de la Culture / Médiathèque de l'architecture et du patrimoine, Dist Rmn © Donation André Kertész.

Door een gebruikte overbelichting vormt de hand een scherp lichtcontrast met de donkere en lichte plooivormen van de mouwen. 'Een balkon op Martinique' (1972) gaf een verstild minimalistische impressie. Achter een bewerkte glasplaat, links op de foto, zag ik de donkere schaduw van een persoon, terwijl rechts een asymmetrisch lijnenspel zichtbaar werd van een aflopend strak balkon, de zee en een grijze lucht, gevangen in een vierkant. In deze foto ervaarde ik een ontmoeting tussen figuratie en abstractie.
 
Visuele kunst
Het fotoboek '60 photographies d'André Kerstész: Nos amies les bêtes (texte de Jaboun)' is een hommage aan de dierenwereld. Het laat wederom zijn bijzondere fotografische waarneming zien, in dit geval van dieren. Een apart fotobeeld is 'Terugkeer naar de haven' uit 1944, gemaakt in New York. In een waterplas wordt een grote boom weerspiegeld, terwijl een man het pad in een park dwars oversteekt met een groot modelzeilschip in zijn armen; lege banken wachten op bezoekers. Er is een atmosfeer aanwezig van poëzie met regenwater, dromen en een eenzaam bestaan. In de foto 'Washington Square' van 1966 is de contour van een klassieke poort aanwezig, waarnaast een groot standbeeld staat. Poort en beeld zijn omringd door een wirwar van zwarte diepe sporen in de natte sneeuw. Een chaos van auto- en mensafdrukken vormt een heftig zwart-wit contrast met de strakke en dominante vormen van poort en standbeeld. De foto laat een desolate atmosfeer zien.
 
Kleurfotografie
In de aanwezige kleurfoto's in Foam miste ik echter de spanning tussen licht en donker, de atmosfeer en de scherpe contouren van de vorm. Er waren wel opmerkelijke opnames. Bijzonder vond ik de foto van een oude man bij een raam (Z.t., 1981). Hij staat bij een raam en kijkt naar buiten. Links staat een scherp maar ook onscherp profiel van een zwarte haan. Het lijkt alsof de haan beweegt en kraait. Het gezicht van de man is eenzaam en kwetsbaar, nauwelijks nog belicht door een ondergaande zon. Een zwart breed verticaal raamkozijn vormt een verticale afscheiding in het fotobeeld.
 
Afscheid van zijn vrouw
Op 21 oktober 1977 overleed Kerstész' vrouw Elisabeth. Zij had longkanker. Er was veel verdriet en er volgde een lange tijd van apathie, totdat de fotograaf in een boekwinkel glazen bustes ontdekte waarin de fotograaf de contouren van zijn overleden vrouw herkende. Met deze twee bustes begon hij met een licht-Polaroid SX-70 opnieuw een fotografisch spel met licht en donker. In dit geval werd het fotograferen een vorm van therapie, waardoor hij uiteindelijk terugkeerde naar zijn fotografische werk.
 
Experimenten

Op deze tentoonstelling was een groot aantal foto's aanwezig, waarin André Kerstész experimenteerde met vorm en schaduw, licht en donker, diepte-perspectief, grafische structuren, scherp en onscherp, landschap, mens en schaduw en beweging.

'Schaduwen' uit 1933 laat vier wandelende vrouwen zien, van bovenaf gefotografeerd, zodat alleen de bovenkant van hun lichamen te zien zijn. De zon laat echter langgerekte zwarte schaduwen op de straat zien, waardoor de visuele waarneming ontstaat dat de vier wandelende vrouwen naar hun schaduw lopen. Deze foto is een vreemde optische ervaring.

In de vitrine zag ik proefdrukken voor het boek 'Distortions' (1976). Via een reflectie in glazen bollen is het vrouwelijk lichaam in allerlei vervormde houdingen gefotografeerd. De fotograaf heeft in deze foto's de grens verkend van de menselijke houding, in dit geval bij de vrouw.

Citaten van Kertész:
-Everybody can look, but they don't necessarily see-
-Wat ik voel, doe ik-

 
'Mondrian's studio', Paris, 1926, © André Kertész, Ministère de la Culture / Médiathèque de l'architecture et du patrimoine, Dist Rmn © Donation André Kertész.

Kertész vond in de vorige eeuw een geheel eigen stijl van fotograferen, werd niet beïnvloed door Parijse kunstenaars als Calder, Eisenstein, Mondriaan, Zadkine, Tzara of Colette, maar maakte wel hun manier van leven mee en artistieke vernieuwingsdrang. Als fotograaf bleef hij echter trouw aan zijn eigen opvattingen. In die tijd was André Kerstész een van de eerste fotografen die een geheel eigen manier van fotograferen had gevonden. Deze tentoonstelling is niet alleen een hommage aan zijn persoon en werk, maar geeft ons tevens een uniek tijdsbeeld.   
 
De expositie 'Mirroring Life' in Foam was t/m 10 januari 2018 te bezoeken. Meer informatie: www.foam.org

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Zonder risico, geen innovatie

In het Friese Tytsjerk staat een bijzonder nieuw bezoekerscentrum, naast een historisch landhuis. Het is de grootste vrijdragende glasconstructie ooit in Nederland gemaakt. Dat maakt ook kwetsbaar.

Door Han de Kluijver

Experiment en vernieuwing helpen de architectuur, maar zijn tegelijk moeilijk toe te passen. Gebouwen worden ontworpen met het oog op de invulling, de locatie, de opdrachtgever en de omgeving en worden beperkt door constructie-eisen en regelgeving. Van prototypes, of uitproberen in een testomgeving, is bij architectuur meestal geen sprake. Het bouwproces kent namelijk geen herkansingen. Als het beton is gestort, is de gedachte gestold en de beslissing onomkeerbaar.

Om te innoveren in de architectuur moet je dus risico's durven nemen. En dat is precies wat Marieke Kums (studio MAKS) en Junya Ishigami uit

 
Het paviljoen bestaat uit enkele gangen, die vanuit het auditorium naar het park of de villa lopen. Het dak van de gangen is opgebouwd uit stalen profielen met houten gordingen. De overkapping van het auditorium bestaat uit stalen profielen met gesegmenteerde stalen gordingen. Foto: 17/1/18, Han de Kluijver.

Japan hebben gedaan met het bezoekerspaviljoen in Park Groot Vijversburg, een 19e-eeuwse buitenplaats in Tytsjerk. Het in mei 2017 opgeleverde glazen gebouw won onlangs de ARC17 Detail-prijs van vakblad de Architect. Het is een gedurfd ontwerp met een innovatieve glazen constructie. Het fraaie bezoekerscentrum voegt zich subtiel naar het bestaande park en ligt deels verzonken in het landschap. De zacht glooiende glazen gevels brengen bezoekers van buiten naar binnen, in het hart van het gebouw.

De plattegrond van het bezoekerscentrum bestaat uit een driehoekige centrale hal, die bijna een meter onder maaiveld ligt. De punten van de driehoek lopen als lange smalle gangen met glazen gevels naar het maaiveld omhoog. Uiteindelijk verdwijnen ze in de parkachtige omgeving. De kleinschalige sfeer van de omsloten ruimte loopt, dankzij de transparante constructie, over in de uitgestrektheid van het park. De glazen gevels van het paviljoen weerspiegelen het parklandschap, zodat het gebouw het park wordt en het park het gebouw.

Uitwerking

Het ontwerp van het paviljoen is Japans minimalistisch en daardoor een tegenhanger van het monumentale landhuis waar het aan grenst. De architecten wilden geen zware kolommen of stalen draagbalken: de constructie moest zo licht mogelijk zijn.

Hiervoor kwam ingenieursbureau ABT uit Rotterdam om de hoek kijken. Dit bureau werkte het uitdagende ontwerp bouw- en klimaattechnisch verder uit. De driehoekige vorm van het paviljoen is van nature een stabiele vorm, waardoor dwarsverbanden niet noodzakelijk zijn, zelfs niet bij de 15 meter lange overspanning.

Elk van de 75 panelen zijn in vorm en afmeting uniek. Ze zijn opgebouwd uit extra heldere, geharde en gelamineerde dubbele ruiten met een totale dikte van 42 mm. De 'glass spacers' zijn van aluminium (ongewoon bij gebogen ruiten), de naden van translucent siliconen: dit alles om de transparantie van het geheel te waarborgen. Foto: 17/1/18, Han de Kluijver.

ABT berekende dat de gevels van dubbel geïsoleerd glas met een gelaagde binnenruit stevig genoeg zijn om het dak overeind te houden, en dat zonder kolommen of kozijnstijlen. De verticale naden tussen de glazen panelen zijn van translucent (doorschijnend) siliconenmateriaal. Zo ontstond een haast ononderbroken glooiende glazen gevel.

Het is de grootste vrijdragende glasconstructie die ooit in Nederland is gemaakt. Een bijzondere, maar ook gewaagde keuze, want de speciaal op maat gemaakte licht gebogen glazen panelen zijn lastig te vervangen en bovendien kwetsbaar. Doordat het glas is ingeklemd in de betonnen bak, moet bij vervanging van het glas de isolatie onder het maaiveld verwijderd worden. Een kostbare operatie. De glazen panelen zijn bovendien speciaal in China gemaakt, van een zeer specifieke afmeting en kleur, die moeilijk te krijgen zijn.

Klimaat

Een tweede uitdaging bij het uitwerken van dit ontwerp, was het binnenklimaat. Hoe houd je een geheel glazen gebouw koel in de zomer en warm genoeg in de winter? Ook hier werd weer gekozen voor een minimalistische oplossing. Omdat het dak alleen door het glas wordt gedragen, konden er geen kabels en leidingen langs de muur omhoog lopen. Daarom zijn de kanalen voor de inblaas van verse lucht ingestort in de funderingsbalk. De lucht wordt naar binnen geblazen door sleuven tussen de dekvloer en de betonnen opstaande randen. De lucht wordt vervolgens afgevoerd via een sleuf langs de rand van het plafond. Kleppen in het plafond regelen de luchtafvoer langs de dakrand. Zo blijft de lucht vers, maar echt warm wordt het op deze manier niet in de wintermaanden.

 
Succes en falen liggen dicht bij elkaar. Tegenvallers op het ene niveau worden gecompenseerd door succes op een ander niveau. Guggenheim en Bilbao zijn misschien museaal een fiasco, maar toeristisch een succes. Collage: HDK architecten bna bni bnsp.

In de zomermaanden is er juist het risico dat de glazen gangen te warm worden. Het gebouw heeft een strakke dakrand zonder ruimte voor zonwering of een overstek. Wel kan er vitrage aan de binnenzijde worden opgehangen, waarbij de ruimte tussen glas en vitrage kan gaan werken als een klimaatgevel. Toch doen dit soort praktische belemmeringen weinig af aan het vernieuwende karakter van het ontwerp. Het is een uniek bouwwerk, waarin architectuur en landschap samensmelten en slechts doordat het aan complexe technische en constructieve eisen voldoet, onderscheidt het zich van kunst.

Meer informatie: http://vijversburg.nl

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Drie haiku's van Ria Giskes. Op de pagina Achtergrond vindt u er nog twee.

 

bladverlies
doorkijkjes
naar het licht

het laatste duin
de open armen
van de zee

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Ter herinnering aan Khadija Saye

Op 14 juni 2017 vond in Londen een alles verwoestende brand plaats in de Grenfell Tower. Op de twintigste etage van dit gebouw bevond zich op dat moment ook de jonge fotografe Khadija Saye, met haar moeder Mary Ajaoi Augustus Mendy. Deze vrouw kwam ooit naar Engeland om een nieuw leven op te bouwen. Khadija zelf werd in Londen geboren en stond aan het begin van haar kunstenaarschap in de fotografie. Haar deelname aan de Biënnale van Venetië 2017 was een eerste stap naar internationale bekendheid.

Door Wim Adema

Khadija Saye werd op 30 juli 1992 geboren in Londen (UK). Zij was ook bekend als Ya-Haddy Sisi Saye. Eerst doorliep zij de Sion Manning Roman Catholic School for Girls in North Kensington. Op de leeftijd van zestien jaar won zij een scholarship voor rugby, waardoor zij als kansarme terecht kwam in een milieu van tieners uit rijke families. Zij bleek ook creatief getalenteerd. Aan de University for the Creative Arts in Farnham volgde zij een fotografie-opleiding. Haar mentor was de kunstenares Nicola Green. Bovendien raakte Khadija Saye bevriend met Greens echtgenoot, Lagerhuislid voor Tottenham, David Lammy. Als assistent-curator werkte Khadija bij PEER, een expositieplatform voor kunstenaars vanuit diverse culturele achtergronden. Opmerkelijk in haar fotografisch werk is de verbinding met haar eigen Afrikaanse afkomst, wat tot uiting kwam in een reeks portretten en landschappen: 'Home.Coming'.

De Biënnale van Venetië 2017
In 2017 presenteerde Khadija Saye de fotoserie 'Dwellings: in this Space we Breathe', welke gebaseerd was op Gambiaanse spirituele gebruiken. Een expositie hiervan vond dit jaar plaats in het Diaspora Pavilion op de Biënnale van Venetië 2017. Over de opbouw van dit paviljoen maakte de BBC een documentaire, waarin ook Khadija Saye geportretteerd werd: 'Venice Biennale: Sink or Swim'. In deze film werden de deelnemende kunstenaars bij de inrichting van hun expositie gevolgd, vonden er persoonlijke gesprekken plaats en maakte het filmteam tevens een uitgebreid verslag van de openingsdag van deze tentoonstelling. Toen de film na de brand in Londen uitgezonden zou worden, werd het slot van de film echter ingrijpend gewijzigd. Voor de kijkers volgde een onverwachte epiloog met het bericht dat Khadija Saye samen met haar moeder omgekomen was tijdens de brand in de Grenfell Tower. Deze film eindigde met een herinnering aan de persoon en het werk van Khadija Saye.

Na haar overlijden
Alexandra Topping, een Brits journaliste, schreef op 17 juni 2017 in The Guardian dat Khadija een dag voor haar dood nog benaderd was voor een expositie bij een belangrijke internationale galerie. Dat leek voor haar een moment van 'It felt like her moment to shine had come', na moeilijke jaren als medewerkster in de zorg en studente aan de kunstopleiding. Haar wanhopige laatste Facebook-boodschappen op woensdag 14 juni 2017 vormden echter haar laatste contact met de buitenwereld.

Nicola Green, haar mentor, vertelde in dit artikel: "In the last few weeks she had been invited to show in all kinds of serious galleries, her dreams were actually beginning to manifest themselves in the most exciting way. (…) Khadija's story is inspirational, it needs to be told so that other Khadijas in the world hear it; that is the important legacy of her incredible story."
Charlotte Levy, fotograaf en vriendin: "She was making such powerful work, but still saying she didn't have a clue. She was such a beautiful person, she lit up a room."
Diaspora Pavilion-curator David A. Bailey zei: "She glowed, that's the best I can describe it."

Fotografische zelfportretten
Voor haar zelfportretten uit de serie 'Dwelling: in this space we breathe', gebruikte Khadija Saye 19e-eeuwse fotografische technieken, waarmee zij traditionele spirituele Gambiaanse gebruiken een nieuwe visuele dimensie gaf. De afdrukken bestonden uit een tintype-techniek met sepiatinten op dunne platen metaal. In de film van de BBC waren zij uitgebreid te zien. Gekleed in Afrikaans kostuum maakte Saye zelf deze rituelen opnieuw mee. De donkergrijze fotografie, omringd door zwarte negatiefranden, laat een terugblik naar oude tijden zien. Deze manier van fotograferen was voor Khadija ook een vorm van therapie. Zo wilde zij de racistische problemen, die zij in Engeland meemaakte, verwerken. Een opmerkelijke, krachtige en originele beeldtaal was ontstaan, waarin persoonlijke kwetsbaarheid en maatschappelijke verzet terug te vinden is. Lorna Simpson, een Afro-Amerikaans kunstenaar, feliciteerde Khadija na de opening in het Venetiaanse palazzo. The Tate Gallery in Londen maakte een herdenkingswand voor Khadija Saye.

BBC 2 TV, zaterdag 2 september 2017
Op deze zaterdagavond keek ik naar de documentaire: 'Venice Biennale: Britain's New Voices'. Niet wetend dat aan het einde van de film een memoriam van Khadija Saye zou volgen. Zij was pas 25 jaar. Hoe sterk zou haar nog jonge kunstenaarschap geworden zijn?

Meer informatie: www.sayephotography.co.uk

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Het Phoenix Art Museum (USA) organiseerde op 12 september 2017 een Slow Art Day, met speciale gasten, waaronder Christian Adame. Zij ontwierp en begeleidde deze zomer de speciale Slow Art & Mindfulness Summer Series. Professor Arden Reed hield een introductie over zijn boek 'Slow Art: The Experience of Looking. Sacred Images to James Turrell'. Reed schreef talrijke studies over beeldende kunst en literatuur, onder meer over de kunstenaars Manet, Flaubert, Coleridge en Baudelaire. Het bovengenoemde boek gaat over de manier waarop wij visuele beelden beschouwen. In musea blijken Amerikanen slechts zes tot tien seconden naar een kunstwerk te kijken. Arden Reed houdt een pleidooi voor de slow art movement en stelt voor met één kunstwerk langer bezig te zijn, zodat een werkelijke kunstervaring mogelijk is. De journalist Ko van 't Hek van FD nam een proef op de som met 'Wedgework III' van James Turrell in Museum De Pont in Tilburg (FD 23.09.2017, pp. 50/51). In een tijdsbestek van zestig minuten ervaarde hij de ontwikkeling van een magnetiserend lichtkunstwerk. Licht, tijd en ruimte werden in die minuten een verwarrende kijkervaring. Van 't Hek was zijn gevoel van tijd even geheel kwijt. Op 14 april 2018 is een nieuwe Slow Art Day. Meer informatie: slowartday.com.

 

Voorgevel S.M.A.K. Gent. Foto: S.M.A.K.

Van 21 oktober 2017 t/m 18 februari 2018 wordt in het museum S.M.A.K. in Antwerpen een boeiend overzicht getoond van de ontwikkeling als schilder van de Duitse beeldend kunstenaar Gerhard Richter. In een veertigtal werken wordt een beeld gegeven van zijn kunst uit vroegere en latere periodes. Het S.M.A.K. schrijft zelf: 'Ontdek de vroege en late Richter in 40 werken'. Meer informatie: www.smak.be.
 
Het kunstblad Metropolis M publiceert elk jaar, sinds in 2013,  een speciale bijlage over de eindexamens van de kunstacademies in Nederland en België. De uitgave van dit jaar, Eindexamens 2017, geeft wederom een boeiend overzicht van afgestudeerde jonge kunstenaars. Mede dankzij de inbreng en financiële ondersteuning van de academies zelf, is deze vijfde uitgave weer mogelijk geworden. In achtenveertig  pagina's wordt een informatieve kenschets van veertig kunstenaars gegeven, die op twaalf academies en zeventien locaties hebben gestudeerd. Op deze manier is een goed en helder, informatief beeld ontstaan van de eindpresentaties uit 2017. De academies hebben voor deze bijlage zelf een keuze gemaakt uit de afgestudeerde studenten. Een aantrekkelijke  lay-out en kleurenfotografie zorgen voor een prettige leesbaarheid en goede informatie. Bij elk profiel van een student staat een begeleidende tekst van een externe deskundige:  een schrijver, kunsthistoricus of beeldend kunstenaar. Opmerkelijke bladzijden: Het lichtspel met een registratie van fragiel verval door Christa te Dorshorst, de animatiepresentatie 'Art is Our Hope' van Renée van Oploo, een magisch universum van Chantal van Rijt en de registratie van de digitale dualiteit tussen echt en fictief door Sander Motmans. Meer informatie: www.metropolis.com.
 
In het FD van 15 juli 2017 besprak Elsbeth Grievink het fenomeen Instagram. Zij constateert dat de internationale kunstwereld Instagram omarmd heeft, maar dat de Nederlandse galeriehouders en verzamelaars nog wat voorzichtig zijn met dit 'plaatjesmedium'. Sommige verzamelaars in Nederland maken er echter uitgebreid gebruik van. Het posten van een foto op Instagram in Milaan kan namelijk gezien worden door een Nederlandse verzamelaar en aanleiding zijn voor contact en aankoop. Zij ervaren dat dit medium interessante kunst laat zien. Een kunstbeurs is belangrijk maar informatie via dit kunstmedium gaat sneller. Met de zoeksleutels #art of #contemporaryart krijgen verzamelaars een grote hoeveelheid afbeeldingen en informatie. Larry's List biedt bijvoorbeeld een database van kunstverzamelaars met onder meer Top 25 Art Collector Instagrams. Onder galeriehouders in Nederland is er ook scepsis en werken zij voorzichtig met dit medium. Bepaalde galeries zien Instagram echter als een aanvulling op hun eigen fysieke galerie. Online hebben zij dan ook minder beperking in tijd en ruimte om klanten te informeren. In het boek 'Ontroerend goed' heeft Manuela Klerkx, oprichter van Klerkx International Art Management, geschreven over de kansen van sociale media in relatie tot verkoop van beeldende kunst. Zij vindt dat musea en galeries in Nederland actiever moeten worden op Instagram, want een actief beleid hierop kan veel belangrijke informatie geven. (Bron: FD, 15 juli 2017, Elsbeth Grievink, pp. 50 en 51.).
 
Ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van Museum De Pont in Tilburg heeft de Britse beeldend kunstenaar Anish Kapoor een speciaal verjaardagscadeau gemaakt, namelijk een luchtspiegel: Sky Mirror. Voor het grote entreeplein van het museum ontwierp hij een grote gedraaide langwerpige glasplaat die steeds de hemel weerspiegelt. Over het gehele vlak, tot in de hoeken van deze luchtspiegel, worden doorlopend licht en donker, de bewegingen van de wolken en de zon gereflecteerd. Het indrukwekkende beeld is geplaatst in een waterpartij die omringd is door een tuin. Anish Kapoor heeft dit beeld vernoemd naar de directeur van het museum Hendrik Driessen: 'For Hendrik'. Het licht dat de spiegelplaat opvangt, doet ook denken aan het bijzondere daglicht dat in deze textielfabriek aanwezig is. Museum De Pont is in vijfentwintig jaar uitgegroeid tot een bijzonder museum dat hedendaagse kunst op een vooruitstrevende en onafhankelijke wijze presenteert. Anish Kapoor fascineert nog steeds in dit museum met een kabinet, waarin een diepzwarte atmosfeer aanwezig is en waar heel langzaam de contouren van de ruimte ontdekt kunnen worden. Maar buiten voor de ingang van het museum laat hij met Sky Mirror in veel kleur- en lichttonen het universum zien. Meer informatie: www.depont.nl.
 
Vrouwen, Uit de kunst! kunstenaressen op de noordelijke Veluwe 1880-1950 blikt terug op de periode vanaf 1880, toen veel kunstschilders naar de ongerepte noordelijke Veluwe kwamen om daar te werken. In die periode hebben ook een groot aantal vrouwen hier geschilderd. Het was een tijd waarin steeds meer vrouwen kozen voor een artistiek beroep. Op de tentoonstelling in het Noord-Veluws Museum in Nunspeet is nu hun werk te zien. Van zestien vrouwelijke kunstenaars zijn bruiklenen ontvangen van gerenommeerde musea als het Teylers Museum, Singer Laren en het Groninger Museum. Er is werk te bekijken van onder meer Suze Robertson, Anna Lehmann en Kitty van der Mijll Dekker. Laatstgenoemde kunstenaar volgde tussen 1929-1932 een opleiding aan het Bauhaus in Dessau (Dld). Andere schilders volgden een opleiding aan kunstacademies in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam. Landschappen, dorpen, portretten en stillevens vormden de onderwerpen van hun  schilderkunst. Deze overzichtsexpositie is nog te bezoeken t/m 4 maart 2018. Meer informatie: www.noord-veluws-museum.nl.
 
Het BKNL (Beeldende Kunst Nederland) heeft in 2016 een begin gemaakt met de bundeling van alle beschikbare gegevens over de sector beeldende kunst. Deze werkzaamheden hebben in 2016 geleid tot het publiceren van deze gegevens: 'Een collectieve selfie. Beter zicht op Beeldende Kunst'. Dit jaar heeft het BKNL een tweede editie gepubliceerd: De collectieve selfie #2. In deze publicatie zijn nu ook de festivals beeldende kunst opgenomen. Het is namelijk een opzienbarend feit dat het aantal festivals met een beeldend kunstprogramma de laatste jaren sterk is toegenomen. Tussen 2012 en 2014 steeg het bezoek aan musea eveneens, met bijna dertig procent. Opmerkelijk is dat het aantal beeldend kunstenaars dalende is. In 2012 waren dit nog 19.000 personen en in 2016 was dit aantal gezakt tot 14.000. Het BKNL komt na de zomer van 2017 ook met extra gegevens over het inkomen van beeldend kunstenaars, moderne kunstmusea en galeries. Meer informatie: bknl.nl.
 
In het Gorcums Museum is een tentoonstelling samengesteld over het gebruik van glas in de hedendaagse beeldende kunst. Deze werken, van vijfentwintig kunstenaars, laten een breed scala zien van glaskunst op de expositie Glass 4Ever- beeldend glas van nu. Vijftig jaar geleden ontstonden veel mogelijkheden voor kunstenaars om in hun eigen werkplaats met glas te gaan werken. In Amerika was namelijk een kleine en verplaatsbare glasoven ontworpen. Glas was niet alleen functioneel en economisch nuttig, maar werd ook een medium waarmee creatief gewerkt kon worden. Op de Gerrit Rietveld Academie ontstond zelfs een apart opleidingsprogramma. Op de expositie in Gorcum kan het publiek de veelzijdigheid en de artistieke verbeelding van een aantal belangrijke glaskunstenaars ervaren. Simsa Cho toont surrealistisch en figuratief werk. De abstracte installaties van Karen Maurer ogen transparant, bijna onzichtbaar. Bernard Heesen laat aparte encyclopedische 'gewrochten' zien, die geïnspireerd zijn op afbeeldingen uit oude encyclopedieën. Bij De La Torre Brothers uit Mexico hebben de kleurrijke glasobjecten ook een maatschappijkritische noot of er wordt gereageerd op de actualiteit van het dagelijkse leven. Deze expositie is t/m 18 maart 2018 te zien. Meer informatie: www.gorcumsmuseum.nl.
 
De Nederlandse Vakgroep Keramisten (NVK) houdt in de lente van 2018 voor de vierde keer een grote keramiekmanifestatie. Evenals de vorige keer vindt deze expositie plaats in het CODA Museum in Apeldoorn. Voor deze Keramiek Triënnale 2018 worden keramisten uit geheel Europa uitgenodigd. Het thema is deze keer sculpturale, figuratieve keramiek. Ook bij deze expositie zijn geldprijzen beschikbaar. Naast de tentoonstelling zal een uitgebreid tentoonstellingsprogramma worden samengesteld met workshops, lezingen en kinderworkshops. Met deze internationale keramiekmanifestatie wil de NVK en het CODA Museum de stand van zaken op keramisch gebied in Europa laten zien. Meer informatie: www.nvk-keramiek.nl/triennale.
 
Op 25, 26 en 27 mei 2018 vindt de zesentwintigste internationale kunstbeurs Huntenkunst plaats in de monumentale SSP-hal (DRU) in Ulft. Deze beurs heeft in de loop der jaren een grote internationale bekendheid gekregen. Meer dan de helft van de deelnemende kunstenaars komt uit het buitenland. Uniek is het feit dat de deelnemende kunstenaars zelf met een eigen unit het contact verzorgen met de bezoekers. De deelname staat open voor beroepsmatig werkende beeldende kunstenaars en galeries. Selectie vindt plaats door ballotage. De editie van 2017 was zeer succesvol en trok zeer veel bezoekers.
Meer informatie: www.huntenkunst.org.

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

De absurdistische performancekunstenaar Feiko Beckers (Witmarsum, 1983) krijgt in het Fries Museum zijn eerste museale solotentoonstelling: bearable. In video, performance, installaties en tekst probeert hij oplossingen te vinden voor alledaagse problemen en sociale ongemakken. Daarnaast geeft Beckers een aantal workshopachtige performances in het Fries Museum. Met zijn onnavolgbare logica en atypische decors, kostuums en rekwisieten zijn Beckers’ performances op zijn minst vervreemdend te noemen. Voor triviale problemen verzint hij hilarische oplossingen die hun doel veelal voorbij schieten. Beckers is genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunst-prijs 2018, wegens zijn 'imposante oeuvre' waarin 'de a-natuurlijk-ervaring een gevoel van 'ehhh pardon?' ontmoet'. Nog t/m 29 april 2018 in het Fries Museum, Leeuwarden. Bron: Fries Museum. Website: www.friesmuseum.nl. (RdB)

Monumentaal Assen - Stadsgezichten uit de schenking Dr. W.H. Berghuis omvat een verzameling stadsgezichten van ruim vijftig kunstenaars, die van Wim Berghuis opdracht kregen om de stad Assen te schilderen. Berghuis was begin jaren zeventig directeur werd van de Effectenbank ‘Van der Hoop Offers’ in Amsterdam. Hij bleef zich echter interesseren voor de geschiedenis en cultuur van Drenthe, waarbij zijn aandacht vooral uitging naar figuratief werkende schilders. Veel van de geselecteerde kunstenaars zijn afkomstig uit Noord-Nederland en hebben gestudeerd aan de kunstacademie Minerva in Groningen, maar de verzameling omvat ook buitenlandse, met name Duitse, kunstenaars. In Monumentaal Assen is onder meer werk te zien van Karel Buskes, Menno ter Braak, Douwe Elias, Peter Hartwig, Frank Lisser, Konrad Knebel, Pieter Pander, Hans-Otto Schmidt, Gerrie Wachtmeester en Franziskus Wendels. Nog t/m 24 juni 2018, Drents Museum, Assen. Bron: Drents Museum. Website: www.drentsmuseum.nl. (RdB)

 

Oude stadhuis Middelburg, waarin links Vleeshal Markt. Foto: Rob den Boer

De groepstentoonstelling Show Personality, Not Personal Items in Vleeshal Markt in Middelburg ontleent deze titel aan Nora Turato's gelijknamige performance uit 2017. De vijf woorden zijn uit hun oorspronkelijke context gehaald en worden hergebruikt als titel voor deze groepstentoonstelling, met nieuwe en recente werken van Leda Bourgogne, Nora Turato en Evelyn Taocheng Wang. Zij bewegen zich in hun werk tussen lichaam en geest, terwijl zij machtsverhoudingen, luststructuren en maatschappelijke normen onderzoeken. Nog te zien t/m 2 april 2018 in Vleeshal Markt, Middelburg. Bron: Vleeshal, Middelburg. Website: http://vleeshal.nl. (RdB)

Terug naar boven | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACHTERGROND

Inhoud