![]() |
|
Het
Beeldende Kunstjournaal is een uitgave van het Platform ArtizonTaal. Eindredactie:
Rob den Boer. Postadres: Postbus 268, 4100 AG in Culemborg, E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
|
|
[terug] |
KUNSTNOTITIES door
Wim Adema, beeldend kunstenaar
INTRO | DEEL 1 | DEEL 2 | DEEL 3 | DEEL 4 | DEEL 5 | DEEL 6 | DEEL 7 | DEEL 8 | DEEL 9 | DEEL 10 | DEEL 11 |
Deel
1. Het museumbeleid in Nederland Duitsland, België, Engeland, Italië, Spanje en de Verenigde Staten hebben kennelijk meer financieel vermogen om belangwekkende tentoonstellingen van moderne en hedendaagse kunst te organiseren. Op de een of andere manier lukt het nederlandse musea niet hierin te participeren. In september 2004 maakte ik hiervan bijvoorbeeld een kleine analyse. Welke tentoonstellingen 'bezochten' in 2004 niet ons land? Dat waren onder andere:
Uit de internationale agenda heb ik pas een aantal musea genoemd heb, waarvan de plaatsnaam' met de letter B begint. Er waren ook exposities van James Rosenquist, Mark Rothko, Georg Baselitz, Gerhard Richter, Jenny Holzer, Sophie Calle enz. De agenda bevatte teveel exposities om hier op te noemen. Hoe komt het dat het merendeel van deze exposities niet in Nederlandse musea te zien zijn? Natuurlijk vindt er hier en daar soms een belangwekkende tentoonstelling plaats, maar de conclusie kan getrokkenworden dat Nederland in het algemeen niet deelneemt in het circuit van belangrijke tentoonstellingen die betrekking hebben op moderne en hedendaagse kunst. Wat schort er aan ons overheids- en museumbeleidbeleid dat de belangwekkende buitenlandse exposities niet in Nederland te bezoeken zijn? Is het niet mogelijk om voor elk museum (per jaar) een extra budget beschikbaar te stellen om één grote belangwekkende tentoonstelling te organiseren? Dit zou voor het betreffende museum en haar publiek bijzonder de moeite waard zijn. Op de huidige manier krijgt het publiek een te beperkt zicht op de ontwikkelingen van de beeldende kunsten. Het meedoen in een internationaal circuit zal ook gunstig zijn voor het bezoek van publiek en public relations. Met de huidige internationale communicatiemiddelen moet het toch mogelijk zijn om internationaal interessante tentoonstellingen tijdig te traceren en in te haken als mede-organisator. Men hoort vaak van musea het argument dat participatie in dergelijke tentoonstellingen door vervoerskosten en hoge verzekering van de kunstwerken te duur is. Is dat probleem op overheidsniveau (financieel) niet op te lossen? Wat is belangrijk? -Het is allereerst de vraag of de betreffende musea en de Staatssecretaris voor Cultuur het van belang achten dat Nederland deelneemt in belangrijke internationale exposities. -Zo ja, dan zou de Staatssecretaris dienaangaande een nieuw beleid kunnen ontwikkelen en meenemen in haar jaarlijkse begroting. -De musea voor moderne en hedendaagse kunst kunnen hiervoor een beleidsnota maken, waarin op jaarbasis een internationaal expositieplan ontwikkeld wordt. De vraag is echter of de musea ruimte kunnen en willen maken voor een dergelijk beleid. Participeren in internationale projecten vraagt ervaring, durf, visie en en een uitstekend internationaal netwerk. Teveel musea baseren hun programma op hun eigen collectie. Het zijn vaak interessante onderwerpen, maar er is geen contact met het mondiale kunstgebeuren. Zijn deze musea zich bewust van het feit dat zij het publiek een beperkt beeld geven van de hedendaagse beeldende kunst? Natuurlijk worden internationale kunstenaars voor exposities in Nederland uitgenodigd, maar de meeste overzichtstentoonstellingen van gerenommeerde buitenlandse beeldend kunstenaars passeren ons land. Een grondige analyse van het internationale expositiegebeuren zou een input en inspiratie kunnen geven voor meer deelname in het internationale expositiegebeuren. |