Het Beeldende Kunstjournaal is een uitgave van het Platform ArtizonTaal. Eindredactie: Rob den Boer. Postadres: Postbus 268, 4100 AG in Culemborg, E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
[terug]

KUNSTEXPOSITIES

en commentaar

door Wim Adema, beeldend kunstenaar


 

7. Een bezoek aan Museum Belvédère, Oranjewoud (Fr.)

Inleiding
Dit museum is het eerste museum in Friesland voor moderne en hedendaagse kunst. Het beschikt over kunstwerken van belangrijke Friese schilders: Jan Mankes, Thijs Rinsema, Tames Oud, Gerrit Benner, Boele Bregman, Willem van Althuis en Sjoerd de Vries. Het museum is gelegen in het Museumpark Landgoed Oranjewoud. Museum Belvédère is ontworpen door de architect Eerde Schippers. Landschapsarchitect Michael R. van Gessel gaf vorm aan het Museumpark. Staatsbosbeheer realiseerde de reconstructie van de noordelijke aanleg van het Landgoed Oranjewoud. De droom van Thom Mercuur, Boele Bregman en Sjoerd de Vries uit de jaren vijftig kreeg gestalte. Thom Mercuur was de belangrijke initiatiefnemer en zorgde ervoor dat de Friese kunstenaars werkelijk een centrum kregen.

A. De architectuur van Museum Belvédère en Museumpark
De ligging van Museum Belvédère is uniek. Uit de verte is het gebouw nog een onderdeel van het paridandschap, maar dichterbij komend en lopend langs het Prinsenwijk (het verlengde grand canal) wordt het ruimtelijke en architectonische raffinement zichtbaar. Het gebouw is namelijk dwars over de grand canal gebouwd en het centrale gedeelte in het midden ligt boven het water. Dit middengedeelte van het museum is door glas geheel open van karakter. Het parklandschap achter het gebouw is reeds visueel aanwezig. Museum en Prinsenwijk kruisen elkaar als twee lijnen: horizontaal en verticaal. Deze structuur vindt men ook steeds terug in de architectuur van het Museumpark Landgoed Oranjewoud. Landschapsarchitect Michael R. van Gessel heeft een prachtig Museumpark ontworpen, dat tegelijk een eenheid vormt met de architectuur van het museum.

Dit museum heeft een lange smalle vorm en is aan de linker- en rechterzijde van het centrale middengedeelte gesloten van vorm. Bij helder weer heeft het gebouw een donkergrijs karakter en bij donker weer komt een donkerbruine kleur tevoorschijn. De architect Eerde Schippers ontwierp een laag en lang museum. De buitenwanden zijn opgebouwd uit rechtlijnige vormelementen (Duits basaltsteen), die de voor- en achterzijde van het museum een bijzondere struktuur geven. Het verkavelingspatroon van het landschap is bewust door de architect in de vormgeving van het gebouw teruggebracht. Tussen de ruime openingen en voegen van deze muren kunnen vogels en vleermuizen een onderkomen vinden.

De kracht van het licht verzwakt of versterkt de sculpturale vlakke wandvormen. De zijkanten van het Museum Belvédère zijn opgebouwd uit het zelfde materiaal, maar hier hebben de wanden een strakke structuur. Het verkavelingsproces is hier minder herkenbaar. Aan de onderkant is een lange streep licht aan de buitenkant van het museum zichtbaar. Openstaande grijze metalen kleppen suggereren lichtinval.

Binnen valt in het midden van het gebouw direct de lichte ruimte op. Boven de restaurantruimte hangt een gebogen plafond, waarvan de delen een afwisselend ruimtelijk spel laten zien. Dit plafond is op ingenieuze wijze aangebracht. De structuur van de buitenmuren zet zich in gebogen vorm voort. Het geeft een mooie eenheid tussen de buiten- en binnenkant van het gebouw.

De rechte lijn van het grand canal wordt aan de andere kant doorgetrokken naar het landgoed Oranjewoud. Visueel uitnodigend, maar zeker niet dichtbij. Aan de andere kant verdwijnt het parkkanaal als een lange smalle vorm in de horizon. Het landschap roept associaties op met de structuur van het oude veenlandschap. Aan een kant loopt evenwijdig op een paar meter afstand een ijzeren loopbrug. Door het plotseling passeren van mensen wordt het visuele beeld ineens dynamisch. Waar gaan zij naar toe?

Aan beide zijden van het restaurant en de museumwinkel worden de besloten expositieruimtes zichtbaar. De open ruimte gaat over in gesloten ruimtes. De expositieruimtes van de vaste collectie zijn vierkant van vorm. Alleen aan de onderkant van de zijmuren is ruimte voor daglicht. Lange dunne strepen licht van de buitenwereld worden spaarzaam toegelaten. Het vormt een organisch geheel met de wanden. Aan het plafond hangt in elke ruimte een vierkant van neonlicht, hetgeen de kunstwerken op juiste manier uitlicht. Vanaf de ingang loopt in het midden een centrale middenmuur, waaromheen met fantasie de expositieruimtes gebouwd zijn. Het landschap is bewust 'buiten' gehouden. De kunstwerken staan centraal.

Aan de andere kant zijn de expositieruimte voor de wisselende exposities. Deze ruimte is open gehouden. Er is een grote afwisseling in de vorm van de ruimtes. Men kan dichtbij en op grote afstand de kunstwerken bekijken. Het geeft de bezoeker een grotere bewegingsvrijheid. Men kan zelf initiatieven ontplooien.

B. De permanente collectie en de wisselende exposities van Museum Belvédère
De permanente collectie is in een aparte afdeling ondergebracht. Deze afdeling heeft een eigen ruimtelijke indeling. In tegenstelling tot de zaal met wisselende exposities.

Bij een eerste contact met de werken van de vaste collectie valt de bijzondere nadruk op schilderwerk op. Belangrijke Friese kunstschilders als Jan Mankes, Thijs Rinsema, Tames Oud, Gerrit Benner, Boele Bregman, Willem van Althuis en Sjoerd de Vries hebben in dit museum een eigen plaats gekregen. Ook het werk van geestverwanten uit binnen- en buitenland zoals Tinus van Doom, Jean Brusselmans, Roger Raveel, Otto van Rees en J.C.J. van der Heyden zijn aanwezig. Een paar ruimtes zijn gewijd aan twee kunststromingen nl. de Stijl en Dada.

Deze opzet geeft de de ruimtes van de permanente collectie een bijzonder karakter. Hier en daar een sterke nadruk op de Friese kunst, maar het laat vooral een stuk kunstgeschiedenis zien. Het wordt een kunstwandeling met verrassingen.

Bij het binnenkomen trekken de schilderijen en tekeningen van Gerrit Benner direct de aandacht. Twee ruimtes zijn aan hem besteed. Studies, waarin de structuur van zijn latere schilderijen reeds zichtbaar wordt. Forse geabstraheerde lijnen en vormen. In zijn schilderijen voegen kleur, vorm en lijn zich samen in ruige landschappen vol energie. Ritmisch aangebrachte kleurvlakken vol disharmonie.

Jan Mankes is zijn realistische dromende tegenvoeter. Zachte donkere tonen bepalen de sfeer in zijn werk. Fijnzinnig uitgewerkte zelfportretten. Mankes was een natuurliefhebber en werkte in zijn latere jaren in de Knipe, vlakbij dit museum. Het huis, de dieren en het landschap, stillevens en portretten bepalen de inhoud van zijn werk. Aanvankelijk is het gebruik van kleur beperkt. Later gaat hij meer kleur gebruiken.

Een opvallend kunstenaar is Sjoerd de Vries. Het is een man met een bijzondere stijl, welke reeds in zijn beginjaren zichtbaar werd. In zijn vroege zelfportretten is reeds zijn bijzondere gevoel voor kleur, de lijn in de compositie en de intieme sfeer zichtbaar. Het werk van Sjoerd de Vries laat de kijker wegdromen in zijn fantasiewereld. Ogenschijnlijk hebben sommige werken het karakter van materieschilderijen. Dichtbij wordt een heel andere wereld zichtbaar. Het werk is opgebouwd uit bijzonder dunne kartonlaagjes, waaraan de Vries zijn verf laag voor laag heeft toegevoegd. Op een afstand vormt zich het uiteindelijke beeld. Werk met een bijzondere 'verbeelding'.

Robert Zandvliet vertegenwoordigt de jongere generatie. Zijn 'Landschap' (1998) contrasteert met het werk van de oudere schilders. Reeds het formaat is opvallend afwijkend. Het heeft het karakter van een grote panoramafoto. Het bestrijkt de gehele wand. Het is geschilderd met grote lange verfstreken in groen, grijswit en grijsdonker. Zonder details. Met zijn verfkwast gaf hij het heuvelachtige landschap haar structuur. Grote vlakken werden naast elkaar gezet. Het oogt als een winterlandschap.

Op één wand hangen schilderijen van J.C.J. van der Heyden. Abstracte verkenningen van landschap en ruimte. In beperkte kleuren (vaak wit, geel en blauw) als grote beeldvlakken opgezet. Schilderwerk zonder houvast. De kijker zal zelf een 'toegang' moeten vinden.

De aanwezigheid van de Belgen Roger Raveel, Jean Brusselmans en Floris Jespers is een verrassing. De inhoud van hun werk trekt een duidelijk spoor naar het werk van de Friezen. Zij blijken geestverwanten. Floris Jespers laat in zijn werk 'Congo' zijn zoektocht naar het autonome beeld zien. Puur geschilderd en ingelijst. Afwezigheid van perspectief. Het staat haaks op iedere kunstbeleving. De 'Hand' (1973) van Roger Raveel heeft een sterke aantrekkingskracht. De vorm van de mouw is in enkele dikke inktlijnen opgezet. De hand is hangt hulpeloos. Zonder kracht. In licht-donker grijs met verticale lijndetails geschilderd.

Het werk van Tinus van Doorn geeft de permanente collectie een bijzonder accent. Het zijn zeer grote emotionele landschappen. Met meesterschap geschilderd in prachtige lyrische tonen. Puur expressionisme. De beeldtaal doet aan Chagall denken. Het heeft een vergelijkbare compositieopbouw. De toon is echter dramatischer. De dreigende wereldoorlog nr. 2 heeft zijn werk sterk bepaald.

De dreiging van de oorlog en de angst voor de Duitse bezetting hebben zijn schilderijen 'donker' gemaakt. Met zijn vrouw Akkie Vermeulen (pianiste) koos hij voor de dood, op 17 mei 1940, de dag waarop dag de Duitsers Brussel binnenvielen.

De 'Stijl-kamer' in dit museum is een bijzondere ervaring. Twee stromingen uit de jaren twintig worden zichtbaar. Een ontmoeting tussen Theo van Doesburg, Vilmo Huszar, Bert van der Leek en de Dada-beweging van Kurt Schwitters vindt plaats. In Drachten is Schwitters een aantal keren geweest. Hij had een jarenlange vriendschap met Theo van Doesburg en de gebroeders Rinsema. Op een muur staat een klankgedicht van Kurt Schwitters. (In het Fries). De invloed van de Stijl is in het meubilair van Thijs en Evert Rinsema zeer duidelijk aanwezig. Dit werk geeft de vaste collectie een apart cachet. Verbeelding en vakmanschap. Een stroming met een zeer duidelijk karakter. Het werk van Vïimos Huszar en Bart van der Leek onderstreept het belang van deze Stijl-kamers.

Vooral het werk van Huszar krijgt bijzondere aandacht. Schilderijen van o.a. Boele Bregman, Willem van Althuis, Tames Oud, Jentje van der Sloot, Sierd Geertsema, Jan Snijder, Chris Beekman en Jocfaem Hamstra completeren het beeld van de Friese schilderkunst. Een prachtig naakt van Toon Kelder toont de harmonie van de schilderkunst.

In de andere expositieruimte is een herinneringstentoonstelling van de beeldend kunstenaar Sjoerd Janzen. Het werk van Sjoerd Janzen (1955-2005) is dramatisch van karakter. Het werk is onontkoombaar. Heftig en indringend. Het leven op een snijpunt. Janzen leefde jarenlang in de marge, tussen de daklozen. Deze wereld bepaalde voor een groot deel zijn werk. Bijzonder grote krijttekeningen in zwart en wit tonen het uitzichtloze van het bestaan. Later worden ook conté en inkt als materiaal gebruikt. Hij werkt dan op groot pakpapier met materialen als tape en aluminiumfolie. Hierdoor wordt zijn werk nog intenser. Bijbelse thema's als het Laatste Avondmaal, maar ook seksualiteit, geweld, geloof, hoop en liefde raakten in conflict met angst, agressie en duisternis. In zijn krijttekeningen uit de tachtiger jaren blijkt een bijzonder meesterschap. Impulsief opgezette lijnen vermengen zich virtuoos met zwarte vlekken en witte 'ruimtes'. Pure 'verbeelding', in een heftig moment opgezet. In de zomer van 2005 werd Sjoerd Dirk Janzen onverwacht ernstig ziek en overleed in dat zelfde jaar op 21 augustus.

Sjoerd Janzen: 'Tekeningen op de grens van leven en dood'. Hopelijk gaat zijn werk ook op reis buiten Friesland.

Tot slot: Museum Belvédère zal generaties lang de Friese beeldende kunst een plaats kunnen geven. De schilderkunst bepaalt nu m.i. te sterk de inhoud van de exposities. Mogelijk kunnen beelden, grafiek, keramiek, fotografie en film, moderne media ook een plaats krijgen. Het beeld van de Friese beeldende kunst zal dan nog completer worden.