![]() |
|
Het
Beeldende Kunstjournaal is een uitgave van het Platform ArtizonTaal. Eindredactie:
Rob den Boer. Postadres: Postbus 268, 4100 AG in Culemborg, E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
|
|
[terug] |
De vele identiteiten van Lucebert Een verslag van zijn overzichtsexpositie in het Stedelijk Museum te Schiedam. Door Wim Adema In
alle zalen klinkt zijn stem. Golven van woorden vragen de aandacht.
Dichtbij kan men het begin van een gedicht horen: Zijn stem, zacht en haast verlegen, verontschuldigend en toch indringend, vol overtuiging. Stemmen uit het verleden en nu weer aanwezig. Pogend een brug te slaan tussen dood en leven. Een groot portret op een lichtgrijs transparant raamdoek krijgt door het spel van de zon een mysterieus karakter. Het schaduwlicht van de zon laat het gezicht van Lucebert telkens weer verdwijnen. Zijn gezicht als herinnering. Lucebert-Lu-tsje-bert-licht en nog eens licht. De naam is ontstaan uit het Italiaanse Luce (licht) en het oud-Germaanse Bert (helder, stralend). Tijdens een ontmoeting met Karel Appel en Gerrit Kouwenaar in 1947 noemde hij zich voor het eerst Lucebert. Zijn werkelijke naam was Lubertus Jacobus Swaanswijk. Hij was zoon van een huisschilder en werd als kind van twee jaar door zijn moeder verlaten. Als kind maakte hij het Jordaanoproer van 1934 mee. Verlaten worden en onderdrukking vormden de ondertonen van zijn bestaan. Als kunstenaar zocht hij een uitweg voor zijn angst, vervreemding en desillusies. Bij de experimentele groep Reflex vond Lucebert geestverwanten als Kouwenaar, Appel, Elberg en Comeille. Aan de museumwand kan men zijn gedichten lezen en horen. De politionele acties van het Nederlandse leger in Indonesië riepen een groot protest bij hem op. In 1948 schreef hij een Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia. 'Zoete
boeroeboedoer, je leende vrije voeten eens, ik liep Met een regel uit dat gedicht: 'dan stond de rijst op van je nieuwe huid' wordt ook een nieuwe vorm van dichten zichtbaar. 'Ik veroorloof mij nu veel vrijheden, zowel in de woordkeuze als de grammatica' De dichtbundel ‘apocrief/de analphabetische naam’ betekende een groot poëtisch experiment. Als dichter vernieuwde Lucebert de ruimte en betekenis van het woord. Zijn beeldtaal kon vrij realistisch zijn, maar ook zeer vervormend. Hij vond zichzelf meer tekenaar dan schilder. Hij kende vele identiteiten: "Het komt door mijn geaardheid. Er zitten vele zielen in mijn borst". De kunst zelf telde, elke dag opnieuw. Creatieve bewegingen vol onvergelijkbare vitaliteit. Hij zag de mens als wreed en onbetrouwbaar, maar uit al zijn werk spreekt een grote betrokkenheid bij het lot van het mensdom. In zijn optimisme hoopte hij voor een betere toekomst van mens en dier. Na 1945 gaan rituelen en symbolen de inhoud van zijn woorden en beelden vullen. Een enkele dichtregel toont zijn identiteit als dichter en beeldend kunstenaar: 'Wat
het oog schildert Elke dag werkte Lucebert als tekenaar en schilder. Met tekenen begon hij de ochtend: 'Uit het niets, een vlek, een veeg, een arabesk'. Daarna taxeerde hij het groeipotentieel. In de middag kreeg hij meer afstand en discipline door het schilderen, zonder vooropgezet plan. De zalen van het Stedelijk Museum geven een overvloed aan herinneringen. Brieven, boeken, gedichten aan de wanden, portretten, tekeningen in Oost-Indische inkt, olieverf- en acrylschilderijen, fotografie, litho's, trapportalen met filmbeeld en tekst, potloodtekeningen en keramiek. Stap voor stap, woord voor woord, beeld voor beeld vormt zich zijn 'universum'. Voor sommige bezoekers een kennismaking, maar voor anderen een 'thuiskomen'. Er ontvouwt zich ook een tijdsbeeld. Herinneringen aan politieke gebeurtenissen en de Reflexgroep. Zuid-Afrika: Breyten Breytenbach (Dit gedicht schaamt zich gedicht te zijn, woede wil andere wapens dan woorden). Door Lucebert wordt de naoorlogse tijd opnieuw tastbaar. Poëzie, tekeningen, schilderijen, litho's, foto's en keramische beelden tonen zijn grote creatieve veelzijdigheid. Zijn leven lijkt bepaald door een continue creatieve energiestroom. Elke dag weer verdergaan. Meer tekenaar dan schilder? Zelfportretten met potlood uit 1942/1943 op lichtbruin papier zijn realistisch en aftastend. Zijn tekeningen met Oost-Indische inkt ogen speels en intuïtief. Een vlek, een veeg of een kras begint de ruimte van het papier te vullen. Stoppen of verdergaan? In een potloodwerk van 1987 zoekt hij vanuit de cirkel en rechte lijn naar vervaging van de vorm. Zijn grafisch werk kenmerkt zich door spontane composities van lijn, vorm en licht/donker. De 'Hexenküche' van 1958 bevat een litho met een gecompliceerd beeldverhaal. Een dubbelhoofd lijkt de waanzin van het bestaan te vertellen. Een grafiekmap (Koppen) bevat litho's en gedichten. Taal en beeld tonen hun verwantschap. Lucebert lijkt gefascineerd door het groeiproces van het beeld. 'Zoek mij dan' lijkt hij te zeggen. Door te tekenen stimuleert hij iedere keer weer zijn 'verbeelding'. Iedere ochtend opnieuw! Schilderen doet hij in de middag. De dag heeft vorm gekregen. Er is meer afstand, discipline. Zonder vooropgezet plan. Olieverf op doek en acryl op doek/paneel geven hem de mogelijkheid om 'zijn creatieve bewegingen vol onvergelijkbare vitaliteit' in kleur vorm te geven. In de 'Dierentemmer' (1959) is Lucebert schilder en tekenaar tegelijk. Een ondergrond van donkere tonen laat een ruig geschilderd landschap zien. Een tijger is met een zoekend handschrift impulsief in zwarte verf midden in de compositie gezet. Er is geen perspectief. De dierentemmer lijkt uit balans. Zwarte contouren rondom de zon geven het schilderij een mysterieus karakter. Verf en tekenlijn lijken op zoek naar harmonie. De 'Kleine generaal' (olieverf, 1972) is een sleutelwerk. Twee schilderijen hangen naast elkaar. Een afbeelding van die Hülsenbecksen Kinder (Philipp Otto Runge, 1805/1806) toont een idyllisch plaatje van spelende kinderen. Lucebert verandert het kind uit de bolderwagen in een 'Kleine Generaal', een gluiperig baasje. Het jongetje met de zweep is een grijzend monster geworden, terwijl het oudere meisje rust en evenwicht blijft uitstralen. In de afbeelding van Runge zag hij reeds de ontwikkeling van de kinderen en hun latere maatschappelijke positie. De jeugdervaringen van Lucebert veranderden de idylle in een nachtmerrie. Het
acrylschilderij 'Kale goeroe smelt berg' ( 1976) toont een geheel andere
wijze van schilderen dan de 'Dierentemmer'. De complexiteit verandert
in een haast surrealistisch landschap. Tegen een strakblauwe achtergrond
zitten figuren in een lege ruimte aan een tafel. De verfhuid is dun
geschilderd met subtiele kleurnuances. Wellingen, rondingen en schaduw
kenmerken de vormen. Het is een driedimensionaal realisme. Glimlachend
tegenover dreigend, kwaadaardig, soms monsterlijk. Meer schilder dan tekenaar? Lucebert was hierover zeer duidelijk. Het tekenen stond bij hem voorop. Hierin kon hij zijn 'wereld' vormgeven. De verf lijkt zijn emoties in te vullen. Het schilderproces geeft gevoel, intensiteit en kracht. Dat is ook merkbaar in zijn keramiek. De glazuurlijnen volgen de lijnen van de vormen. Als tekenaar bepaalt hij de compositie. Als schilder legt hij de kleuraccenten. Hij geniet van het kleimateriaal en zijn mogelijkheden. Een speels avontuur. In de jaren 1955-1968 fotografeert hij veel in Spanje, Duitsland, Frankrijk en België. Lucebert heeft veel interesse in de mensen. Hij toont hen in hun armoede (Bulgarije). Documentairefotografie, vakbekwaam en mooi afgedrukt (zilvergelatinedruk). Toch zocht hij nergens het avontuur met de camera. Dat is heel opmerkelijk. Het lijkt alsof de camera hem beperkingen oplegt en zijn creatief avontuur niet stimuleert. Zijn olieverfschilderijen 'De Aartsvaders' en 'Cycloop' zijn uit zijn laatste levensjaar (1994). Het toont het lichtvoetige tegenover het donkere levensgevoel. (Aartsvaders). 'Es lebt die Zigeunerin, Charakter ist nur Eigensinn' (woorden in een ets van 1994). Een documentaire toont vier spelende kinderen in zijn atelier. Voor allen een 'speelplaats'. Een hand schuift over de huid van schilderijen, zoekend langs de vormen van complexe beelden. Zijn laatste woorden voor zijn vrouw Tony waren: Dag Pooky! Lucebert. Schilder, dichter, fotograaf, tot 3 juni, Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112-114 Schiedam, website: www.stedelijkmuseumschiedam.nl Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn CV te bekijken. |