Het Beeldende Kunstjournaal is een uitgave van het Platform ArtizonTaal. Eindredactie: Rob den Boer. Postadres: Postbus 268, 4100 AG in Culemborg, E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
[terug]

Kurt Schwitters en de avant-garde

Van 3 maart tot en met 28 mei is er in het Museum Boijmans Van Beuningen een belangwekkende overzichtstentoonstelling over de beeldend kunstenaar Kurt Schwitters te zien. Tegelijkertijd wordt een beeld geschetst van zijn vele contacten met toonaangevende kunstenaars, dichters en verzamelaars. Met hen wilde hij discussie en confrontatie.

Door Wim Adema

Kurt Schwitters onderhield intensieve contacten met onder anderen Raoul Hausmann, El Lissitzky, Laszió Moholy-Nagy, Piet Mondriaan, Theo van Doesburg, Hans en Sophie Arp, Hanna Höch, Wassily Kandinsky en Oskar Schlemmer. In veel opzichten waren zij geestverwanten van elkaar. Zij zochten naar nieuwe wegen voor de beeldende kunst in een moderne tijd. Dat internationale aspect wordt op deze expositie uitvoerig belicht.

Overzicht avant-garde

Meer dan driehonderd schilderijen, assemblages, collages, reliëfs, sculpturen en documenten, waaronder vele topwerken van de Europese avant-garde, kwamen onder meer uit het MoMa te New York, het Centre Pompidou te Parijs en het Sprengel Museum te Hannover. Door deze opzet ontstond ook een historisch overzicht van de internationale avant-garde. Op de museumwanden worden historische lijnen zichtbaar van een fascinerende tijd.

De tentoonstelling ‘Kurt Schwitters en de avant-garde’ kenmerkt zich door een inhoudelijk heldere structuur. Voor het publiek is het mogelijk stapsgewijs de ontwikkeling van Schwitters en zijn relatie met de avant-garde te volgen. De inrichters hebben de expositiewanden zijn als ‘golven’ gemaakt van lichtbruin spaanplaat. Het licht is sober. Steeds ontstaan nieuwe ruimtes. Het geheel ademt een historische rust en laat tegelijkertijd een kunstperiode vol fantasie en beweging zien.

Werken van Schwitters

Het werk van Kurt Schwitters staat uiteraard centraal. Hij maakte collages, schilderijen, gedichten, manifesten maar ook bouwwerken. De Merzbau, zijn levenswerk, is op deze tentoonstelling aanwezig.

Het universum van een oorspronkelijk, creatief en communicatief kunstenaar krijgt hierdoor gestalte. ‘Merz is consequent. Merz cultiveert de onzin. Merz bouwt met scherven het nieuwe op. Merz ontwikkelt de voorstudies voor gemeenschappelijke schepping van de wereld. Merz ontgint. Merz is Kurt Schwitters’. Schwitters noemt zijn kunst Merz. Het is de tweede lettergreep van het woord Commerz. Merz is de verbinding tussen alle dingen op deze aarde.

Alles wat Kurt Schwitters op straat tegenkomt, vormt het materiaal voor zijn beelden, bijvoorbeeld tramkaartjes, touw en kromme wieltjes. Met het materiaal uit het dagelijkse bestaan maakte hij een nieuwe wereld. Het verschafte hem een centrale plaats in de moderne kunst, ‘Wir spielen bis uns der Tod abholt’. Op deze manier zag Schwitters zijn plaats binnen de beeldende kunst Verzamelen wat de maatschappij hem geeft en opnieuw ordenen. Met lijmen en spijkeren maakte hij zijn composities. Merzen: merk is werk. Merzbeelden, Merzgedichten en Merzverhalen.

Schwitters gebruikt fragmenten van gesprekken, radionieuws, weggegooide woorden en klanken. Zijn voordrachtsavonden in heel Europa waren legendarisch. Hij werkte mee aan de scandaleuze Hollandse Dada-toumee van 1923. Met veel collega’s zocht hij naar de grens van nieuwe dingen. Soms stonden zij tegenover elkaar.

Geestverwanten

Der Sturm was belangrijk voor hem. In deze groep trof hij geestverwanten als Franz Mare, Paul Klee, Wassily Kandinsky en Lyonel Feininger. Zij werden vrienden voor het leven. Hun streven als kunstenaar was ‘datgene zichtbaar maken wat achter de realiteit verborgen lag’. Iets goddelijks ervaren. Door het contact met deze groep ontstond bij Kurt Schwitters de interesse voor de abstracte kunst.

Lopend over deze expositie ontstaat langzaam een beeld van deze kunstenaar. Het is een complex beeld. De leidraad is zijn creatieve vitaliteit.

Zijn betrokkenheid als mens en als beeldend kunstenaar bij het bestaan. Een zoektocht om met de ‘scherven’ van zijn maatschappij een ‘merz’ te maken. Met afgedankt materiaal de spontanïteit van de vorm terugvinden. Woorden, tekens en klanken samenbrengen.

Dreigend tafereel

In 1919 kon hij enerzijds met het Hochgebirgsfriedhof, op olie en karton, een dreigend tafereel maken met een brug, kruizen en zwarte zon. Aan de andere kant hield hij in dat jaar een derde expositie bij der Sturm, waarop Schwitters veel kritiek kreeg. Zijn gebruik van vreemd materiaal en het tentoonstellen van geplakte Merztekens en gespijkerde Merzbeelden onthutsten het publiek. In zijn contacten met Holland (Dada-optredens), Hongarije en Rusland ervoer hij echter ook de positieve waardering van zijn werk. Hij raakte ook overtuigd van de Stijlgroep-opvattingen (Theo van Doesburg), hoewel hij zelf een andere creatieve werkwijze had.

Met Hans Arp en diens vrouw Sophie Arp werkte hij samen in het Cabaret Voltaire. Met absurd totaaltheater gaven zij kritiek op de samenleving. Dada is maatschappijkritiek, waarbij ook de positie van de vrouw ter discussie stond. Schwitters maakte een beeld met de titel: Frau-Uhr (collage, 1921).

Ruimtelijk perspectief

Opvallend is een beeld van 1921, waarmee Kurt Schwitters een zeer ruimtelijk perspectief realiseerde: Das Kegelbild, KS Merzbild 46A. Met staande en liggende kegelvormen onstond binnen een vierkant een geometrische fantasie. Een bijzondere uiting van Dada is de zin: ‘Niemand soll ohne dadaïstische Trost das alte Jahr beschliessen.’ Hij noemde dat Seelenmargarine.

Het contact met de grafisch vormgever Piet Zwart bepaalde mede zijn latere werkzaamheden in de reclamewereld. Dat gaf hem een goede financiële basis.

Met een ‘Collage fur Piet Zwart’ toonde hij zijn blijk van waardering en vriendschap. De zeer fraaie omlijsting van dit werk versterkte dit creatieve gebaar. Bijzonder opvallend zijn zes litho’s van Kurt Schwitters.

Composities

In een Merzmap van 1923 zitten prachtige geometrisch-abstracte composities in grijstonen en rood. Rechte lijnen, vormen en kleuren tonen naar mijn mening een artistiek hoogtepunt in zijn werk. Merzbeelden krijgen vorm en structuur. Dat bijzondere niveau is ook aanwezig in zijn nagebouwde Merzbau (1933). Deze witte constructivistische werkruimte is de ‘verbeelding’ van zijn creatieve zoektocht. Als een ‘architect’ bouwde hij uit schijnbaar tegengestelde symmetrische en asymmetrische vormen een ruimte met honderden perspectieven. Een grote kamer zonder ‘rust’. Het symboliseert de creatieve reis van Kurt Schwitters. Het is een indrukwekkend eindpunt van deze tentoonstelling. Deze Merzbau vormt het ‘Gesammtkunstwerk’, het levenswerk van Schwitters.

De expositie in Museum Boijmans Van Beuningen toont Kurt Schwitters als beeldend kunstenaar en geeft het publiek tegelijkertijd een uitzicht op een bijzonder inspirerend kunstperiode. Kurt Schwitters is een complexe ervaring. Door zijn spontanïteit ontstaan vanzelf de lijnen van een profiel.

De tentoonstelling ‘Kurt Schwitters en de avant-garde’ is nog tot en met 28 mei te zien in het museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam, www.boijmans.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn CV te bekijken.