Het Beeldende Kunstjournaal is een uitgave van het Platform ArtizonTaal. Eindredactie: Rob den Boer. Postadres: Postbus 268, 4100 AG in Culemborg, E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
[terug]

Huntenkunst 2007

Internationaal podium voor hedendaagse kunstontmoetingen met markante beeldend kunstenaars: Günther Hermann, Hans van der Linde, Jürgen Marose en André Lemmens.

Door Wim Adema

Ook dit jaar trok deze kunstbeurs weer een grote aandacht van het publiek. Vooral op zaterdag en zondag was er veel belangstelling voor de kunstwerken van de deelnemende beeldend kunstenaars. Als deelnemer was ik tegelijk bijzonder geïnteresseerd in het werk van de andere exposanten. Een viertal kunstenaars trok mijn bijzondere aandacht; hun werk was aanleiding voor een verslag.

1. Günther Hermann (1956, Dld)
In zijn boek Faszination Garten maakt Günther Hermann een reis als schilder door de mooiste tuinen van Europa. Tuinen die hem inspireerden tot bijzondere schilderijen, wie aus Sonne gemacht. Een zoektocht naar de geheimen van schoonheid. Het is een ode aan de kleur en het licht. Hij maakte reizen langs de tuinen van Apollo Temple (Stourhead), Bogenbrücke (Luisium), Sommergarten (Snowshill Manor) en Venus Temple (Wörlitz). Tuinen uit de achttiende, negentiende en twintigste eeuw vormen een inspiratiebron.

Op Huntenkunst 2007 liet Hermann een aantal van zijn schilderijen zien. Natuur, bomen, planten en wildgroei zijn vanaf het begin de belangrijke thema’s. Zijn werk geeft direct een verfijnde indruk. De tuinlandschappen hebben ook een intense lichtverzadiging, alsof licht en kleur in diepe rust zijn. De realistische weergave versterkt de ruimtelijke ervaring van zijn ‘tuinen’. Het zonlicht lijkt gevangen in een mysterieuze transparantie. Zijn schilderijen hebben een geheel eigen atmosfeer. Zij nodigen uit tot wandelen.

Günther Hermann heeft een diepgaande waarneming van de veranderingen in de natuur. Met zijn kleurenpalet gaat hij vooral terug naar de drie grondkleuren en volgt hierin de lijn van de impressionisten: als het licht van de zon op haar plaats is, probeert hij de kleuropbouw te ontdekken en vorm te geven. Hij kan als schilder ook ‘terugreizen’. Licht en kleur brengen hem weer naar het begin van de waarneming.

Garten, wie aus Sonne gemacht: dat is zijn credo! Bloeien en vergaan worden tastbaar. Hij reist als schilder tussen deze twee polen. Natuur is altijd metamorfose, de betovering van de verandering. Het sterven en opnieuw ontstaan. Het fascineert Hermann dat licht en kleur dat zichtbaar kunnen maken. In zijn schilderingen komen zij tot een atmosferische ‘verbinding’. In de subtropische tuinen is ook een vochtigheid in de lucht waarneembaar. Vooral in de watertuinen. Nevels hangen over het water. Sluiers van licht! Planten, bomen, water en wegen transformeren hierdoor. Sprookjes en mythen lijken tot leven te komen. Faszination Garten: Symbole einer intakten Welt. Günther Hermann is als schilder een ware romanticus en geeft de natuur haar ‘schoonheid’ terug. Dat is naar mijn mening in onze tijd een moedige daad.

2. Hans van der Linde (Ned)
Het werk van Hans van der Linde op Huntenkunst 2007 boeide mij direct. Sommige beeldend kunstenaars hebben een dermate aparte beeldtaal, dat je blik gevangen raakt. Zijn lichtvoetige, kleine panelen verwijzen naar het ‘landschap’. Nonchalant opgehangen aan transparante plastic draden geven zij de witte wanden een andere dimensie. Er ontstaan nieuwe ruimtes. Elk landschap heeft zijn eigen lijn, vorm en contour. Van der Linde reist veel. Intuïtief gemaakte notities lijken teruggebracht te worden tot een basisgrammatica. Een zoeken naar de essentie van het landschap.

De houten paneeltjes zijn de dragers van zijn beelden. Men kijkt naar ‘luchtopnames’. Er is geen perspectief. De vorm van het paneel is een weerspiegeling van zijn tekenen. Een spontane, impulsieve lijn bepaalt de buitenrand van het paneel. Een horizon aan vier kanten. Het dak van een huis of toren bepaalt tevens de horizon. Dat geeft zijn panelen direct een eigen beeldtaal. De structuur van de grond, de zwarte aarde en de huizen zijn gevangen in impulsieve lijnen. Soms wordt de grond kadastraal verdeelt in ongelijkmatige vakjes. Schetsmatig en tegelijk heel beeldend. De omtrek van het landschap volgt een eigenzinnige lijn, waarbij de essentie van huizen (de voorkant) wordt teruggebracht tot een liggende, platte vorm.

De panelen van Hans van der Linde hebben een buiten- en binnenwereld. Men ervaart eerst de buitenvorm, daarna reist men naar binnen. De ruimte wordt ‘gevangen’ binnen de dominantie van de getekende lijnen. Het schilderen van een kleur is louter functioneel. Het bepaalt soms de inhoud van het object. Een tweetal panelen vallen op door hun contrast. Het is een tweeling in wit en zwart. Het dak van een huis geeft aan de bovenzijde de illusie van een horizon en bepaalt mede de vorm van het beeld. Soms is er sprake van een klein dorpstafereel. Een lichtvoetig kadastraal lijnenspel, de schetsvorm van een huis en kleurtonen van de grond geven een minimaal, maar subtiel spel te zien. Zijn ‘objecten’ hebben verwantschap met minimal art. Het reduceren, het terugbrengen tot de kern. Schetsen in olieverf geven extra warmte. De penseel biedt hem andere mogelijkheden. De essentie van zijn zoeken blijft duidelijk. De landschappen die hij gezien heeft, worden vertaald in een minimale lijn en vorm.

In het boek van Hans van der Linde zijn schilderijen, grafiek en tekeningen uit de periode 1988-1990 bij elkaar gebracht. Het vormt een goede leidraad voor zijn werk op Huntenkunst 2007. Paneel, doek en olieverf of paneel, houtskool en olieverf tonen zijn beeldende zoektocht. Door dit materiaal kan hij zijn waarnemingen filteren. De beelden op zijn netvlies veranderen in basisvormen. Grondvormen van het landschap. Houtskool en olieverf proberen aarde en horizon te verbinden.

Een prachtig voorbeeld is Verdronken land van Saeftinge (1989). Het is een geheimzinnig en eigenzinnig paneel geworden. Ondergelopen land toont nog zijn basisstructuur. De strijd tussen aarde en water is zichtbaar. In de linkerbovenhoek vult een klein zwart vierkant het pessimisme. Wordt dat de toekomst? In een ander paneel (Schuur, 1989) vangen paneel, gesso en houtskool de contouren van een schuur. Zachte grijstonen bepalen met horizontale lijnen de binnen- en buitenvorm. Hans van der Linde is een reiziger. Hij zoekt naar het geheim van het landschap. Een beeldend kunstenaar pur sang!

3. Jürgen Malrose (1952, Dld)
Op Huntenkunst waren ook de opmerkelijke schilderijen van Jürgen Malrose te zien. Een aparte belevenis. Zwartgeschilderde figuren zijn verdwaald in immense landschappen. Het lijkt alsof de schilder zelf een lange reis aan het maken is. Het landschap heeft een ragfijne, korrelige structuur. Woestijnen tonen zich ongenaakbaar en overheersen de mens. Tegelijkertijd doet het werk van Malrose visueel verfijnd aan. Grondkleuren geven diepte, waarbij het licht zijn plaats zoekt. De schilder lijkt tussen werkelijkheid en abstractie te reizen. Een zoeken naar de essentie van hetbeeld. Men voelt het aftasten van vorm, kleur en structuur. In de composities is een sterke neiging tot reduceren voelbaar. Geen details, alleen de kern van de droom blootleggen. Over kleur, penseelstreek en vorm wordt volgens mij lang nagedacht.

In de schilderijen van Jürgen Malrose overheerst de stilte. Men voelt een angst voor de ruimte en de horizon. De reizigers lijken eenzaam en zonder doel. Nomaden, Toearegs. De zwarte figuren doen denken aan de beelden van Giacometti. Een existentiële angst is aanwezig. Mensen die in een lege ruimte bewegen. De kleuren in de schilderijen bepalen de atmosfeer. Als kijker wordt men deelnemer. Men wordt uitgenodigd om ook op ‘reis’ te gaan. Gebruik van asfaltmateriaal versterkt de psychische aanwezigheid van de ‘reizigers’. Eenzaamheid.

Het zwart markeert hun ‘onderweg’ zijn en is essentieel voor de beeldtaal van Malrose. In de vierluik Weltenwanderung (2006) laat Malrose zien dat ook op klein formaat (40 bij 40 centimeter) de visuele kracht aanwezig blijft. De mens lijkt gevangen in het landschap.

Bergen en woestijnen in dramatische grijstonen (acryl) omringen een zwarte figuur. De werkwijze van de schilder is sober en tegelijk suggestief. Het handschrift van de schilder toont een lange reis. Op deze manier schilderen vraagt veel ervaring en inzicht. In Karawane (2006) treft een zandstorm een lange rij van reizigers. Zij komen ons tegemoet. Wat hebben zij meegemaakt?

In andere composities is er soms een ruimtelijke opbouw van kleur, lijn en vlak. Bijvoorbeeld in Am Waldrand. De mensen zijn ‘opgesloten’ in een langwerpig horizontaal grijsvlak. Dit vlak loopt lichtgrijs door tot de rechterkant van het doek. In de rechter bovenhoek is in een vierkant een afdruk van dode asfaltbomen. Linksboven en onderaan is er lucht en grond in lichte grijskleuren. Gekraste lijnen geven het landschap een aparte dimensie. Een schilderij met de zelfde titel geeft meer ruimte aan poëzie en kleur. Er is een asfaltkleurige weg naar zwarte bomen met herfstkleuren. Een lichtblauwe lucht geeft licht en ruimte. Een zandkleurige ondergrond doet de woestijn echter niet vergeten. De menselijke figuren komen ook meer dichterbij.

Unterwegs voert mensen naar een verbrand donkerbruin aangetast landschap. In het boek Any where out of the world verbeeldt Malrose zijn wereld van reizen, Toearegs, woestijnen en Aboriginals. Het toont een ‘blijvend’ zoeken naar houvast, ondanks de visueel harmonische
vormgeving (tekst en beeld) van het boek. Jürgen Malrose, Das Leben ist eine Irrfahrt zum Selbst (Paolo Bianchi) ofwel Reisen ins Ungewisse

4. André Lemmens (1967, Dld)
Het visuele avontuur van André Lemmens ging niet ongemerkt aan mij voorbij. Ik herkende in zijn werk veel van mijzelf. De werkelijkheid een nieuwe dimensie geven. Er is ook verwantschap met de schilderijen van Jürgen Malrose. De eenzame mens. Bij Lemmens is echter de stad centraal. Hij zegt: ‘Stadt steht still’. Momenten uit het stadsleven lijken gefixeerd. Onscherpe contouren van een gebouw, een weg of een plein omringen mensen. Eenzaamheid en vervreemding is aanwezig in zijn werk. Zijn ‘beelden’ balanceren tussen onscherp en half scherp. Toch heeft zijn werk een volstrekt eigen atmosfeer en beeldtaal.

Lemmens geeft echter geen enkel houvast. Als kijker krijgt men geen greep op het leven in de stad. Het is een bijna herkenbaar silhouet, wat tegelijkertijd ontoegankelijk is. ‘Sie erzahlen von der Einsamkeit der grossen Metropolen’. Toch realiseert André Lemmens een eigen visuele schoonheid. De stad lijkt veranderd en transpa-ranter. Mensen zijn silhouetten, maar er is veel licht en ruimte. Men kan zien dat Lemmens ook architect is. Hij geeft de stad een nieuwe structuur, en elimineert de vorm van de stad en zoekt naar rustpunten. Zijn werken zijn vrijwel overbelicht en onscherp, maar toch ontstaan markante beeldcomposities. Het overtollige wordt weggelaten. De mens staat ‘onscherp’ in witte ruimtes.

Lemmens combineert digitale fotografie en traditioneel schilderen. Het is voor hem een een al vijftien jaar durend proces. Door een bijzondere wijze van opbouw (laag op laag) ontstaat een 3D-karakter in zijn werk. Het is een zoektocht naar een nieuwe visuele beeldtaal en presentatie. Met zijn serie On the way geeft André Lemmens de nieuwe media een geheel eigen impuls. Als architect en beeldend kunstenaar geeft hij uitzicht op andere wegen.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn CV te bekijken.