![]() |
|
Het
Beeldende Kunstjournaal is een uitgave van het Platform ArtizonTaal. Eindredactie:
Rob den Boer. Postadres: Postbus 268, 4100 AG in Culemborg, E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
|
|
[terug] |
ART NOUVEAU uit Frankrijk 'De schoonheid van de 'Vase de Nîmes' (1886-1888), een terugreis naar de School van Nancy. De Art Nouveau vormde aan het einde van de 19e eeuw een reactie op de Neo-stijlen. Veel vormgevers van de nieuwe industriële produkten raakten in de 2e helft van deze eeuw sterk beïnvloed door de vorm en inhoud van produkten en ambachten uit niet-westerse landen als Azië en Afrika. Door Wim Adema Behalve Art Nouveau werd ook de naam Jugendstil (Jonge Stijl) gebruikt. Er waren echter meerdere namen in omloop in die tijdsperiode. Dat was afhankelijk van het land. In Duitsland gebruikte men de naam Jugendstil en in Oostenrijk was sprake van Wiener Sezession en Wiener Werkstätte. Italië kende de 'stile Liberty' en Spanje de naam 'modernista'. In Frankrijk en Engeland werd het begrip Art Nouveau gebruikt. De USA kende de naam Modern Style. In Nederland waren begrippen als Art Nouveau, Jugendstil en Nieuwe Stijl gebruikelijk. (Een spotnaam was hier: 'slaoliestijl', naar aanleiding van een Calvé-advertentie van Jan Toorop voor slaolie.) Ondanks de verschillen in naam en vormgeving zijn er grote overeenkomsten bij deze landen aanwezig. De interesse voor de natuur, de grote stijlen uit het verleden, maar ook de rijkdom van de niet-westerse culturen inspireerden tot een bijzondere decoratieve vormgeving. De Art Nouveau was in de eerste plaats een decoratieve stijl. Deze was gebaseerd op patronen van sierlijk gebogen lijnen, die dikwijls deden denken aan waterlelies. Het stamde af van de decoraties van William Morris en is ook verwant met de stijlen van Gauguin, Beardsly en Munch. Na 1890 werd de Art Nouveau zichtbaar in edelsmeedwerk, byouterie, meubelen, typografie en mode. Dit had een grote invloed op de smaak van het publiek. In de architectuur was de invloed van Art Nouveau aanvankelijk minder te herkennen. Prelude op het modernisme Men probeerde de decoratieve kunsten (toegepaste kunsten) op het niveau van beeldende kunsten te brengen en vormde een prelude op het modernisme. Het werd een nieuwe zelfstandige vormentaal, waarbij de nadruk lag op ornament, plantaardige motieven en op planten gebaseerde abstracte versieringsvormen, bijv. de gebogen zweepslaglijnen. Met een nadruk op het 2-dimensionale. De decoratie kreeg een asymmetrisch karakter. Uiteindelijk had de decoratieve stijl ook veel invloed op de architectuur. In het werk van Antoni Gaudi, Charles Mackintosh, Victor Horta, Hector Guimard en Henry van de Velde werd meer zichtbaar. Hoewel in allerlei landen de Art Nouveau of Jugendstil gestalte kreeg, zal ik in dit artikel echter nader ingaan op de Art Nouveau in Frankrijk, met name de school van Nancy. Het onderwerp van dit verhaal, de Vaas van Nîmes, is afkomstig uit deze periode. Art Nouveau en Parijs In het begin van de 20e eeuw was Parijs het centrum van de wereld: ' La belle Epoque'. Het is de tijd van Alphonse Mucha en Sarah Bernhardt. Op de Wereldstentoonstelling (1900) richtte Siegfried Bing een eigen paviljoen in met o.a. Japanse kunst. Een weelderige Art Nouveaustijl met sensuele vrouwen en bloemenlandschappen verbaasde en veroverde het publiek. In de Rue de Provence opende hij zijn kunsthandel l'Art Nouveau met kunstenaars als Beardsly, Horta, van de Velde en Mackintosh. Ook de meubelontwerpers George de Feure en Eugène Gaillard kregen bij hem een plaats. Feure ontwierp grafiek, alsmede meubels en vazen met motieven uit de plantenwereld. Natuurvormen in dynamische stijl met golvende lijnen kenmerkten het werk van Gaillard. In de warenhuizen Le Printemps, Le Louvre en le Bon Marché kon men de sieraden, het glaswerk en het meubilair van René Lalique, Eugène Grasset en Emile Gallé bewonderen. De architect Hector Guimard ontwiep een aantal beroemde entrees (o.a. Louvre, Pigalle en St. Michel) van de Parijse metro. Met gietijzer en glas werden de trappen naar de metro versierd met natuurmotieven. De lampen kregen motieven van ontluikende bloemknoppen. In het Museé Décoratifs kan men ook nu veel werk uit de Art Nouveau-periode bekijken ('Salle des Eglantiers). De School van Nancy Nancy vormde in die tijd het 2e centrum van de Art Nouveau in Frankrijk. Het kende een enorme economische en culturele groei. Na de toewijzing van Elzas en Lotharingen aan Duitsland verhuisden veel intellectuelen en kunstenaars naar Nancy. Belangrijke kunstenaars waren bijvoorbeeld: Emile Gallé, Louis Majorelle, Emile André en de gebroeders Daum. Emile Gallé (1846-1904) had door zijn vader een startperiode met Neo-rococo meegemaakt , interesseerde zich voor filosofie en plantkunde, kunstnijverheid en glasblazen. In 1871 kwam hij terug in Nancy en begon met de produktie van glaswerk en meubels. Plantenstengels en bloemkelken waren zijn stijlkenmerken. Bij Gallé was sprake van een artistiek pantheïsme. Zijn beschouwing van de natuur werd omgezet in zinnelijke en intellectuele waarnemingen. 'Meubles parlantes en verres parlantes' Bij Gallé kon aan de buitenkant (het lichaam) van een vaas de buitenste schil loslaten en wervelende draden aan de voet van de vaas konden wortels vormen, de bron van het plantenleven. Nachtschade was zwaarmoedigheid; herfsstijloos werd vergankelijkheid; narcotische planten smaakten bitterzoet; moeras en vegatatie werden magisch en de calla-bloemen en irissen vertolkten vrouwelijkheid. De lelie was de 'fleur mystique', het symbool van reinheid. Hij ontwierp 'meubles parlantes' (naar teksten van Mallarmé, Baudelaire en Poe) en 'verres parlantes'. In een nieuwe glastechniek bracht hij bijvoorbeeld de 'marqueterie parlants' (soort ingelegd glas). Over de 'verres parlantes' zei Gallé: 'Tous les objets ont des contours, mais d'ou vient la forme qui touche?' De Japanner Takuso Takasima vormde voor hem een inspiratiebron. Deze Franse kunstenaar bracht plantkunde, scheikunde, kunst en ethiek samen in de poezië van zijn glaskunst. Ook in zijn meubelontwerpen kon men in de geraffineerde houtinleg en de geciseleerde beslagen in exotische houtsoorten de Art Nouveaukunstenaar terugvinden. Jean Antonin en Jean Louis Auguste Daum (vanaf 1878 in Nancy) waren zeer bekende glasontwerpers. Hun stijl was vergelijkbaar met Gallé, maar onderscheidde zich door bijzondere glasontwerpen, bijvoorbeeld het 'Berluze-model'. (Een eivormige buik en lange slanke taille (1900) Jean Antonin Daum ontwierp bijvoorbeeld een vaas met calla-bloemen in verscheidene lagen glas (o.a. haut-basreliëf en martelé (gehamerd). Een kleurloos glaslichaam werd overtrokken door minstens twee gekleurde glaslagen. Na het slijpen, snijden en etsen worden lagen verwijderd, zodat de versiering in haut-bas reliëf zichtbaar wordt. Het snijden geeft de suggestie van potlood of penseel. Glaskunst van hoog niveau! De vier lange halsvazen uit 1901-1905 zijn ook een voorbeeld van bijzondere Art Nouveaukunst. Louis Majorelle was een belangrijk meubelontwerper en kwam in 1879 naar Nancy. Hij ontwikkelde zich van Neo-rococo naar Art Nouveau. Zijn decoraties werden altijd eerst door hem geboetseerd. De architect Emile André (vanaf 1902 in Nancy) kende in zijn ontwerpen een florale versiering: vensters met gevlochten stengels en raamkozijnen vertakt als bomen. Een fraai voorbeeld in Nancy is hiervan het huis Quai Claude-le-Locrain (1903). De L'Ecole de Nancy is heel sterk door Emile Gallé gestimuleerd. Dat betekende een grote stimulans voor het kunsthandwerk in de provincie. Het Musée d'Ecole de Nancy onderstreepte het kunstbelang van deze stad. Art Nouveau: verzameling individuele stijlen In feite vormde de Art Nouveau een verzameling van individuele stijlen. De asymmetrie van de Japanse karakters werden weerspiegeld. Ook de Prerafaèlieten (een Engelse schildersgroep met o.a. Dante Gabriel Rosetti) beïnvloedde de Art Nouveaukunstenaars. Een dichtregel van Alfred Musset is van belang: 'Je récolte en secret des fleurs mystérieuses'. De distel, de bloem in het wapen van de stad Nancy, is het belangrijkste siermotief. 'Qui s'y frotte, s'y pique'. Emile Gallé wilde het verloren paradijs herwinnen. Boven zijn atelierdeuren stond: 'Ma racine est au fond des Bois'. Nancy weerspiegelde de florale variatie van de Jugendstil: La flore Lorraine. De stad kon men associëren met lichtheid, bevleugelde gratie, pasteltinten, asymmetrie, rocaille en rococo. Het vormde in de 19 eeuw een prachtige stad. Een beroemde vaas uit Nîmes In een dergelijk kunstklimaat werd de 'Vase de Nîmes' gemaakt. Deze vaas is een prachtig voorbeeld van Art Nouveaukunst uit Frankrijk. Op de expositie Art Nouveau in de Hermitage te Amsterdam vormde zij voor mij het middelpunt. Het is een schoonheid van een vaas. Door haar grootte, de vormgeving, de beeldtaal van de decoraties, haar kleuren en uitstraling. Het is een kunstvoorwerp waarvan men haar geschiedenis wil leren kennen. Gelukkig bleek dat mogelijk. De Vase de Nîmes werd tussen 1886 en 1888 in de Sèvres-porseleinfabriek in Parijs gemaakt. Het decor was van Horace Bieuville. De vaas is gemaakt van hard porselein, het decor is 'en pâtes colorées' (in páte sur páte) verguld. Haar hoogte is 150 centimeter. Over de herkomst is bekend dat deze vaas in 1896 aangeboden werd aan tsaar Nicolaas II door het Ministère l'Education Publique van de Franse regering. Later werd de vaas overgebracht naar de Hermitage, het Hofmaarschalkgedeelte van het Winterpaleis. Tegenwoordig wordt onder páte sur páte een versiering met witte pasta op een gekleurde ondergrond verstaan. In de 19e eeuw werd echter in de Sèvres-fabriek deze benaming vaak gegeven aan decors die waren ingebakken in hoog vuur (grand feu) en versierd werden met gekleurde pasta (pátes colorées). In het laatste decennium van de 19e eeuw paste páte sur páte op een perfecte manier bij de Art Nouveaustijl. Een van de kenmerken van deze 'Nieuwe Stijl' was het lenen uit de tradities van de orièntaalse kunst. Dat ging uitstekend samen met de tradities van Sèvres en van in feite het gehele Europese porselein. De keramiek uit China en Japan had reeds lange tijd als voorbeeld gediend. Op de Vaas van Nîmes kan men de rijkdom terugvinden van de Art Nouveau. Een bonte wereld van planten, bloemen en vogels beweegt rond de fraaie buikvorm van de vaas. Rose bloemen, groene slingerplanten en vogels in lichtbruine pastelkleur versterken en verzachten het monumentale karakter van haar vorm. Het gouden onderstuk met strak symmetrische motieven plaatst haar dominant op de grond, maar tegelijkertijd begint in dat de gebied de groei van wortels en planten. De ronde vorm van de buik geeft de flora alle gelegenheid om uit te dijen. Een zomer vol vormen en beweging. Twee gouden ringen scheiden de bovenkant van de buik en het midden van de bovenhals. Alsof de ontwerper terug ging naar de 'vorm' van de vaas. Er is meer gelijkmatigheid in de beeldtaal, kleuren en ruimte. De bovenkant van de vaas heeft een strak geometrisch motief en tot slot een gouden rand. Dat gebeurde ook aan de onderkant. Deze vaas kenmerkt zich door een fantastische vormgeving en vakmanschap. Hierdoor vormt zij een ode aan de kunst: l'Art Nouveau. Op de expositie in de Hermitage te Amsterdam inspireerde de Vaas van Nîmes door haar schoonheid. Art Nouveau tijdens de laatste tsaren, tot en met 5 mei 2008, De Hermitage Amsterdam, Nieuwe Herengracht 14, Amsterdam, website: www.hermitage.nl. Met dank aan mevrouw Charlotte Oster, afd. Educatie van de Hermitage te Amsterdam, voor belangrijke literatuur- en beeldinformatie over de Vaas van Nîmes. Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn CV te bekijken. |