![]() |
|
Het
Beeldende Kunstjournaal is een uitgave van het Platform ArtizonTaal. Eindredactie:
Rob den Boer. Postadres: Postbus 268, 4100 AG in Culemborg, E-mail: redactie.bkj@hetnet.nl.
|
|
[terug] |
KUNSTNOTITIES door
Wim Adema, beeldend kunstenaar
INTRO | DEEL 1 | DEEL 2 | DEEL 3 | DEEL 4 | DEEL 5 | DEEL 6 | DEEL 7 | DEEL 8 | DEEL 9 | DEEL 10 | DEEL 11 |
| Deel 6. De positie van het kunstonderwijs in Nederland Hoeveel ruimte is er aanwezig om je eigen weg te vinden en vast te houden? Is het onderwijs van de kunstacademies zodanig, dat de studenten hun eigen weg kunnen vinden en voorbereid worden op het maatschappelijk bestaan? Is voor velen de overstap naar een maatschappelijke ontwikkeling vaak niet te groot? Hoe kan men een leven vormgeven als kunstschilder, fotograaf of beeldhouwer? Uit eigen ervaring moet ik concluderen dat het voor veel afgestudeerden bijzonder moeilijk is om maatschappelijk een plaats te vinden. Het is ook de vraag hoeveel studenten de potentie en de persoonlijke kracht hebben om een creatief beroep vorm te geven. Velen hebben de behoefte om kunstenaar te worden, maar slechts een kleine groep mensen bezit de mogelijkheden. Het is de vraag of op de kunstacademies dat genoeg zichtbaar wordt gemaakt. Is iedere 'afgestudeerde' in staat om een bestaan als beeldend kunstenaar op te bouwen? In
welke mate hadden de kunstacademies hun 'overstap' naar de maatschappij
beter kunnen begeleiden? Het beroep van beeldend kunstenaar is bijzonder kwetsbaar. Realisatie hiervan vraagt vanuit het onderwijs 100% ondersteuning. Hier wordt de basis gelegd voor bijzondere kunst en kunstenaars. De Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam zou bijvoorbeeld de ruimte en tijd moeten bieden om bijzonder getalenteerde studenten nog twee jaar door te laten werken. Op zich biedt deze academie de mogelijkheid om Nederlandse talenten op te 'vangen'. Dat gebeurt echter niet! Daar is de Rijksacademie destijds wel voor bedoeld. Onze Rijksacademie voor Beeldende Kunsten 'herbergt' namelijk de laatste jaren 60-70 % buitenlandse studenten. Plaatsen die m. i. in feite voor Nederlandse studenten bestemd -waren. Ik vind dat de Rijksacademie en de overheid in deze een volstrekt verkeerd beleid voert. In een klein land als Nederland moeten wij zuinig zijn op deze vorm van kunstonderwijs en op de eerste plaats de eigen studenten aan bod laten komen. Dit onderwijs moet nl. de mogelijkheid bieden om tot bijzondere prestaties te komen. De erkenning van de Rijksacademie in het buitenland is kennelijk belangrijker dan de Nederlandse studenten te begeleiden in hun artistieke groei. Een bezoek aan de slotexpositie van deze academie bevestigde mijn vermoedens. Nederland besteedt zijn subsidiegeld verkeerd. Ik keek meestal naar het werk van afgestudeerde buitenlandse studenten. Waarom stelt men geen limiet aan de deelname van buitenlandse studenten? Is het niet mogelijk dat Nederlandse en buitenlandse kunstacademies afspraken maken over de uitwisseling van studenten? Bijvoorbeeld: indien 10 Nederlandse studenten in het buitenland kunnen werken, dan zijn 10 plaatsen voor buitenlandse studenten beschikbaar op de Rijksacademie. Hierdoor zou een goede verdeelsleutel ontstaan. Dat zou de deelname van buitenlandse studenten aan de Rijksacademie in een heel ander licht stellen. In de huidige situatie krijgen m.i. de Nederlandse studenten te weinig gelegenheid om nog een paar jaar verder te studeren en te werken. Nu heeft men m.i. een eenzijdig beleid waardoor teveel buitenlandse studenten in Nederland begeleid worden en te weinig Nederlandse studenten in nederland en het buitenland verder kunnen studeren. Indien
Nederland internationaal wil meetellen, dan dient men aan de basis (de
opleiding) de mogelijkheden voor studie en internationale ervaring reeds
goed voorbereid te hebben. |