Eindredactie: Rob den Boer. Postbus 268, 4100 AG Culemborg. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
[terug]

INSEL HOMBROICH

Museum Insel Hombroich is een van die plekken waar je als kunstenaar moet zijn geweest. Al op de kunstacademie hoorde ik veel medestudenten erover praten. Pas tien jaar na mijn eindexamen kwam het er voor mij van om het daadwerkelijk te bezoeken.

Door Rob den Boer

Insel Hombroich ligt vlak over de grens in de buurt van Düsseldorf, maar met het openbaar vervoer is het toch vrij lastig te bereiken. Vanuit het Centraal Station in Düsseldorf ga je met de metro, die later sneltram wordt, naar Neuss. Dat blijkt een onverwacht grote stad, die ongeveer twintig minuten rijden verderop ligt, aan de andere kant van de Rijn.

Vanuit Neuss pak je een bus, die maar eens per uur of soms zelfs maar eens per twee uur gaat, naar het museumeiland dat nog een flink eind buiten de bebouwde kom ligt. Er is geen ingang te zien, slechts een zijweg ligt een tipje van de sluier op. Grappig is het bushokje aan de overkant van de straat, een sculptuur van Per Kirkeby.

Op de onverharde parkeerplaats staan maar een paar auto's, waarvan diverse met Nederlands kenteken. Het is nog flink zoeken naar de entree, maar dan zie ik een paviljoen waar een vriendelijke dame haar middagyoghurt weg hapt en een boekje leest. Bij mijn kaartje krijg ik een heel globaal plattegrondje. Aan de andere kant van het paviljoen, stap ik eruit en loop een slingerend paadje af in het bos. Via een lange steile trap beland ik 'beneden' in het park. Een nieuwe wereld gaat voor mij open. Ik sta in een fantastische landschapstuin die zich uitstrekt zover ik kan kijken. Vrijwel meteen kom ik bij het eerste paviljoen. Een hoge kubus met een aan iedere zijde een smalle deur en kubusvormige uitsneden van boven. Binnenin sta je in een fascinerende ruimte, vooral als je omhoog kijkt. Het paviljoen is volstrekt leeg, afgezien van mee naar binnen gewaaide bladeren. Aan de andere kant stap ik er weer uit. In het zicht van het volgende paviljoen geniet ik onderweg van prachtiger natuur met mooie vennen, bijzondere planten en bomen. Het landschap doet mij denken aan een gecultiveerd moeras.

Het volgende paviljoen hangt vol met schilderijen, topwerken van de meest bekende Europese schilders tussen 1900 en 1945 als Lovis Corinth en Cézanne, beelden van o.a. Arp en Alexander Calder. Er hangen alleen nergens bordjes, dus je moet maar raden wat het is. Er is ook geen bewaking en geen cameratoezicht. Het enige personeel dat ik tegen kwam was de mevrouw achter de kassa en in het restaurant. Een opsteker voor het kunstminnend geboefte, zou je denken. Maar goed, misschien zijn er veiligheidsvoorzieningen die ik niet zie. Heel bijzonder zijn de Khmerbeelden, meest paarden en andere dieren van terracotta. Zo wandel je van paviljoen naar paviljoen. Deze gebouwen zijn kunstwerken op zich, vooral de kleinere. De grote krijgen toch al gauw de allure van een museumzaal.

Op een gegeven ogenblik stap ik een paviljoen binnen dat bestaat uit twee langwerpige vleugels met ver in de hoogte een schuin aflopend dak, tegengesteld aan elkaar. Het dak was geheel transparant. Op de vloer stonden beelden. Toen ik een tijdje aan het kijken was vanuit een van de uiteinden van een vleugel, meende ik zachtjes een soort serene muziek te horen. Dus ik ging zoeken naar luidsprekers, maar die vond ik niet. Omdat het licht van boven kwam ging mijn blik onbewust naar boven. Een grote groep wespen bevond zich vlak onder het dak en liet dat merken door constant gezamenlijk te zoemen!

Er zijn meerdere grote(re) paviljoenen met topkunst uit Europa en uit Azië. Tot mijn verrassing kom ik op een gegeven moment terecht in een zaal met Rietveldstoelen en schilderijen van De Stijlkunstenaars zoals Bart van der Leck. Bijna al deze grote paviljoenen hebben zware houten deuren aan de vier hoeken waardoor de bladeren van buiten vrij naar binnen dwarrelen. Een ander hoogtepunt is een paviljoen met etsen van onder andere Rembrandt. Na een paar uur wandelen kom ik bij een trap waarvan ik dacht: "Hoort hij wel bij het museum?" Ik bestijg hem toch en kom via een brug in een hal met aan het einde twee prachtige fauteuils voor een groot raam dat uitzicht biedt over een groot gedeelte van het park. Je beseft totaal niet dat je bovenop een weer een schatkamer met grote kunst zit, die je kunt bereiken door dezelfde trap af te dalen en om het paviljoen heen te lopen.

Het restaurant ligt in een paviljoen met schuin aflopende ramen waardoor het park en de ruimte voor je gevoel vrijwel naadloos in elkaar overlopen. Op een tafel is eten uitgestald, met plastic bestek erbij, en ik zie dat mensen ervan nemen. Ik denk aanvankelijk dat het een groep is waarvoor dat is gereserveerd. Brutaal als ik ben sluit ik aan in de rij en neem ook van het eten. Niemand zegt wat. Onder het eten bemerk ik dat de meeste mensen om mij heen Nederlanders zijn. Het zal toch geen toeval wezen als er ergens gratis gegeten kan worden?! Als blijkt dat de koffie ook gratis is, begin ik het vermoeden te krijgen dat dit bij het concept van Insel Hombroich hoort. De rijke natuur, de schitterende paviljoenen, gevuld met bijzondere kunst; de stichter van het park, wiens werkkamer met modellen te bezichtigen is, heeft een ideaal trachten te verwezenlijken. Een soort oase dicht bij de natuur. En dat werkt! Ik ben zelf kunstenaar en hou me ook bezig met schrijven en gedichten. Hoe langer ik in het park ben hoe meer inspiratie ik krijg. Ik zie bijzondere bomen die qua vorm gelijk aan sculpturen zijn. De lichtwerking door de paviljoenen schildert prachtige taferelen voor mijn ogen. Ik krijg ideeën over gedichten, al dan niet in samenhang met beeldende kunst. Dit soort invallen schrijf ik niet op. Ik loop puur te genieten, slechts af en toe verstoord door medebezoekers, want het was een druilerige dag. Dat is minder prettig als je foto's wilt maken, maar om van het park te genieten bijna een must besef ik (veel) later. Je hebt nu eenmaal een hoop mensen die de schoonheid en sereniteit van zo'n park niet ervaren en om een of andere reden toch komen. Ze wandelen door het park, kletsend en kleppend over de kinderen en andere wereldse zaken, alsof ze door de Koopgoot in Rotterdam lopen. Als het mooi weer is en er veel meer mensen zijn valt de mogelijkheid om het park te ervaren grotendeels weg.

Met moeite oriënteer ik mij aan de hand van het al eerder genoemde zeer globale plattegrondje. Ik ben ook een paar keer gewoon verdwaald. Als ik denk alles gehad te hebben, verlaat ik het park. Bovenaan de trap richting de uitgang kijk ik nog een keer om. Door het loof van de bomen is er geen enkele paviljoen te zien. Alleen landelijkheid met bomen dat zijn schatten bekwaam verbergt. De inspiratie die ik er heb opgedaan laat ik welbewust achter. Deze hoort het park toe om er rond te waaien samen met de inspiratie van anderen. Wat ik mij ervan zal herinneren zal mijn onderbewuste absoluut in mijn werk inbrengen, daar ben ik zeker van!

Omdat ik geen zin heb drie kwartier op de bus te wachten, zelfs niet in een bushokje van Per Kirkeby, wandel ik over de vluchtstrook naar het dichtstbijzijnde dorp. Een scooter begeeft het vlak achter mij en de berijder moet zijn vervoermiddel de hele 4,7 kilometer achter mij aan duwen. In het dorp neem ik alsnog de bus terug naar Neuss. Ik slaap in het gastenverblijf van het opleidingscentrum van Deutsche Telecom dat in het weekend ook voor derden (goedkoop) te huren is.

Ik heb mij niet voorbereid op mijn bezoek aan Insel Hombroich. Pas thuis lees ik hoe het ontstaan is en wat de filosofie erachter is. Dan blijkt dat ik lang niet alles heb gehad. Het naastgelegen voormalige NAVO-terrein, Raketenstation Hombroich, waar Nike en Pershing-raketten stonden opgesteld, blijkt ook eigendom van de Stiftung Hombroich. Er werken nu diverse kunstenaars. De internationaal gelauwerde Japanse architect Tadao Ando bouwde er een bijzonder museum voor de collectie Langen, een unieke verzameling Japanse kunst.

Het gebrek aan informatie blijkt onderdeel van de filosofie van Hombroich. Het is de bedoeling dat de bezoeker de dagelijkse wereld om hem heen even vergeet en zich in een andere sfeer waant. Een oase waarin kunst en cultuur in elkaar over lopen, waar je je geen zorgen hoeft te maken over geld en of je wel te eten krijgt. Waar je niet van bordje tot bordje loopt die de kunstwerken verklaren maar geniet van pure schoonheid en kleur. Daarom heet Museum Insel Hombroich een eiland te zijn, wat het geografisch niet is.

Insel Hombroich is in 1982 gesticht door Karl-Heinrich Müller, een rijke kunstverzamelaar. Hij gaf kunstenaar Anatol Herzfield, beeldhouwer Erwin Heerich, schilder Gotthard Graubner en tuinarchitect/filosoof Bernhard Korte de opdracht, of liever gezegd de vrijheid, om een plek te creëren waar kunst en natuur in elkaar overlopen. Daartoe had Müller een eilandje verworven met een oud huis erop en een grote maisvelden. Alle natuur is aangelegd, hoe landschappelijk het er ook uitziet.

In 1994 kocht Müller de aangrenzende voormalige NAVO-basis die werd herschapen in een plek waar kunstenaars, maar ook wetenschappers kunnen werken. Het Raketenstation Hombroich biedt sinds 2004 ook plaats aan het museum van de Langen Foundation. De collectie omvat een unieke verzameling Japanse kunst uit de 12e tot en met de 19e eeuw en Westerse moderne kunst.

Wat is nu mijn totaalindruk? Museum Insel Hombroich is een perfecte weergave van het volk dat het park aanlegde. Het staat open voor invloeden van over de hele wereld, het heeft een grote voorliefde voor kunst en filosofie en van daaruit bouwt het iets dat blijvende waarde heeft. Deze openheid gaat echter altijd gepaard met een grondige planning en een flinke dosis 'Gründlichkeit'. Dat maakt Insel Hombroich ook zo Duits: alles werkt prima, maar de knipoog ontbreekt. Ik vind het ook jammer dat ik niet veel eerder ben gegaan. Deze ervaring had ik ook bij dat andere 'verplichte nummer', de Joseph Beuysnalatenschap in Schloss Moyland die ik vorig jaar bezocht. Op grond van mijn fascinatie voor het werk van Beuys tijdens mijn academietijd had ik er een grote voorstelling van en dan valt het dus tegen als je er na tien jaar komt. Maar zo valt alles op zijn plek en ik ga zeker nog een keer terug, zowel naar Insel Hombroich als naar Schloss Moyland. Al was het maar om alles wat ik gemist heb in Hombroich alsnog te zien!

Museum Insel Hombroich, Minkel 2, Neuss-Holzheim, telefoon 0049.2182.2094, e-mail: stiftung@inselhombroich.de, website: www.inselhombroich.de.

Openingstijden: dagelijks ma-zo, 1 april tot 30 september 10.00-19.00u, 1 tot 31 oktober 10.00-18.00u, 1 november tot 31 maart 10.00-17.00u, gesloten op 24 en 25 december alsook op 31 december en 1 januari. Bezoekers kunnen in de zomermaanden tot 21.00u in het park blijven.

Tevens te bezoeken: Langen Foundation, museum met vooral Japanse kunst van de 12e tot en met de 19e eeuw, en Raketenstation Hombroich, het gehele jaar geopend di-zo 10-18u, website: www.langenfoundation.de, telefoon 0049.2182.57010.