Juni - augustus 2018, 13e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Achtergrond

Stedelijk Base I
Een nieuwe presentatie van de Collectie Stedelijk Museum

Zonder twijfel heeft oud-directeur Beatrix Ruf van het Stedelijk Museum Amsterdam, met de nieuwe ruimtelijke vormgeving 'Stedelijk Base' de toon gezet voor een nieuwe museale manier van tentoonstellen. Samen met de architect Rem Koolhaas, zijn bureau AMO en Federico Martelli, maakte zij een analyse van de Collectie Stedelijk en de mogelijkheden voor een nieuwe presentatievorm van de bestaande museumcollectie. Op die manier wilde Beatrix Ruf vooral de grote collectie in het depot weer toegankelijk maken voor het publiek. De nieuwe vormgeving van 'Stedelijk Base I' bleef landelijk en internationaal niet onopgemerkt.

Door Wim Adema

Voor deze internationaal befaamde collectie, die grotendeels in het depot verbleef, is in de nieuwbouw van het Stedelijk een onderkomen gevonden. De kunstwerken welke voor 1980 gemaakt zijn, kregen in de nieuwbouwkelder, 'Base-I', een nieuwe plaats, terwijl op de grote eerste verdieping de kunstcollectie van na 1980 met 'Base + I' een nieuwe bestemming kreeg. In het oude gedeelte van het museum zijn nu 'Stedelijk Now', met tijdelijke exposities, en 'Stedelijk Turns', met wisselende collectietentoon-stellingen en eigentijdse kunstexposities te bezoeken. In dit verslag wil ik mij graag richten op het concept 'Base-I' in de nieuw gebouwde museumkelder.

 
Zaalopname STEDELIJK BASE, Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, c/o Pictoright Amsterdam. Foto: Gert Jan van Rooij.

Een experimenteel concept
Door de pers is veel aandacht gegeven aan de opzet van 'Base-I'. Waarderende maar ook kritische kanttekeningen werden gemaakt. Het viel te verwachten dat architect Rem Koolhaas deze kelderruimte, circa 1100 vierkante meter, een extra architecturale dimensie zou geven. En dat bleek inderdaad het geval. In de grote zaal, welke verlicht wordt door lange neonbuizen aan het plafond, zijn nu ruim 600 kunstwerken in een geheel nieuwe ruimtelijke context geplaatst. De visie van Koolhaas is duidelijk herkenbaar. Met behulp van grote stalen platen, gelaserstraald en 1,5 cm dik, is een ingenieuze constructie bedacht, waardoor zigzaggende straten, kleine zijstraten en pleintjes zijn ontstaan, zodat kunstwerken op onverwachte momenten tevoorschijn komen en de aandacht vragen van de bezoekers. Boven de bouw van Rietvelds Harrenstein-slaapkamer is voor het publiek een extra expositieruimte met moderne meubels gemaakt, welke ruimte tevens de mogelijkheid biedt om de complexe zaalindeling van bovenaf te bekijken.

Een schijnbare disharmonie
Vanuit deze uitkijkpost zie ik een wirwar van ruimtelijke dynamiek, met hoge en lage schuine wanden in witte en zwarte kleuren; korte muren die zijn afgesneden door schuine platen, maar ook weer loskomen van de witte keldermuren. Een schijnbare disharmonie is in deze ruimte waarneembaar en geeft de bezoeker tegelijk een dwingende en spannende uitnodiging. Veel kunstwerken zijn vanuit deze kijkpositie nog niet zichtbaar, maar dat verandert helemaal als ik door de smalle 'straten' loop. Bij elk kunstwerk bevindt zich een sensor die verbinding maakt met informatie over de kunstenaar en het kunstwerk. Het valt mij op dat hiervan veel gebruik wordt gemaakt en bezoekers daardoor langer bij een kunstwerk blijven staan. Voor extra informatie kan de bezoeker gebruik maken van een audiotour.

Eigenheid en samenhang
In deze expositieopzet zijn de kunstwerken ogenschijnlijk losgemaakt van een chronologische tijdslijn en is het verband tussen stijlperiodes eveneens losgelaten. Wanneer de bezoeker echter langer op dit kunstparcours aanwezig is, ontstaan toch bepaalde kijkconstanten. Er is bijvoorbeeld ruim aandacht voor het werk van kunstenaars als Kazimir Malevich, Karel Appel en Piet Mondriaan. Ook de historische fotowerken van Emmy Andriesse zijn op intieme wijze tentoongesteld en komen daardoor dichtbij, terwijl Marc Chagall met twee zeer grote schilderijen, waaronder 'Le violoniste' (1912/13), op een bijzonder indrukwekkende manier aanwezig is. Steeds wijzigt zich echter het kunstparcours. Bijvoorbeeld: een schuine kleine witte wand bevat een aantal kleine plateaus waarop door middel van een intrigerende 3D-presentatie het meubilair (clay-serie) van Maarten Baas geprojecteerd is. Schokkend is het altaar van Niki de St. Phalle: 'Tir'. Na het bekend worden van de ontrouw van haar partner, schoot zij met een geweer in grote woede blikjes rode verf op dit altaar kapot, waardoor een suggestie van dood en verderf ontstond.

Het grote object 'De Zaag' van Claes Oldenburg past wonderwel in deze experimentele ruimte van Beatrix Ruf en Rem Koolhaas. De zaag is in drie delen ruimtelijk verdeeld, maar bleef wel fysiek met elkaar verbonden. Het handvat leunt verticaal tegen de muur, terwijl het middenstuk met de zaag schuin naar voren komt. Het onderste deel van de zaag rust weer op de vloer.

In een donker hoog kabinet is een grote witte boot met fallussen van Yayoi Kusuma 'afgemeerd'. In die boot zag ik onverwachts een verdwaalde witte damesschoen.

Zaalopname STEDELIJK BASE, Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, c/o Pictoright Amsterdam. Foto: Gert Jan van Rooij.

'Stedelijk Base - I' geeft het publiek de mogelijkheid om een nieuwe ruimtelijke ervaring van kunstwerken te ondergaan. Kijken is een nieuw avontuur geworden. Van de bezoeker wordt nu een eigen kijkplanning gevraagd. Op een geheel nieuwe wijze is de kunstgeschiedenis vormgegeven. Vermoedelijk is een eenmalig bezoek aan 'Base-I' niet voldoende. Deze nieuwe expositieopzet vraagt van de bezoeker veel tijd en aandacht. Het is bovendien een zeer boeiend kijkavontuur geworden. Er is zoveel historische kunstinformatie aanwezig dat een eenmalig bezoek de kunstenaars en de kunstwerken tekort zal doen. Men kan gerust stellen dat Beatrix Ruf en Rem Koolhaas een museaal novum hebben gerealiseerd, waardoor de dynamiek van het kijken naar kunst een extra dimensie heeft gekregen. Het is een treurige zaak dat Beatrix Ruf niet meer voor het Stedelijk werkt en geen nieuwe museale concepten meer kan bedenken.

Stedelijke Base is de permanente opstelling van hoogtepunten uit de collectie van het Stedelijk Museum. Meer informatie: www.stedelijk.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Tussen Vlissingen en Wijnegem
Erfgoed hergebruikt voor kunst

Hergebruikt industrieel erfgoed is al enige tijd in vele landen een bloeiende bestemming voor toerisme. Erfgoed bestaat in allerlei vormen en toepassingen. Bezoek bijvoorbeeld het gebied van de voormalige werf de Koninklijke Schelde Groep in Vlissingen en je ziet een intrigerend scala van mogelijkheden tot hergebruik die daar inmiddels zijn gerealiseerd. De gemeente Vlissingen is armlastig en het Scheldekwartier verandert dus maar langzaam. 'Slow planning' wordt dat verzachtend genoemd.

Door Peter van Dijk

De Scheldewerf betekende voor Vlissingen wat Philips voor Eindhoven was: de grootste werkgever, die de contouren van het stadsbeeld en het leven in die stad bepaalde. De werf is niet meer, op een paar hectares en gebouwen na, die botenbouwer Damen heeft overgenomen. De resterende oude werven, bruggen, kranen, werkplaatsen horen bij de identiteit van Vlissingen en haar bewoners. Ze mogen dus niet verdwijnen. Identiteit is heden ten dage hoofdzaak. Dus hergebruik, dat veel geld en visie vraagt, is ook in deze artikel-12-gemeente onomstreden. Gelukkig is er enige hulp van buitenaf. Damen heeft het hoofdgebouw overgenomen en schitterend hersteld in zijn oude roodgloeiende glorie.

'Panorama Walcheren’ in de oude Machinefabriek, Vlissingen.

De vlakbij gelegen 'Zware plaatwerkerij' is met overheidssubsidie respectvol en mooi verbouwd tot een zorgcentrum. Er is een museum over de Schelde-werf in de 'Oude Verbandkamer', dat draait met vrijwilligers en een bruikleen op het gebouw van de gemeente tot volgend jaar.

Verloren op een groot leeg terrein, bedekt met betonnen platen, staat de helderwitte 'Timmerfabriek', gered dankzij twee plaatselijke ondernemers en de Stichting BOEi, die ijvert voor herstel van industrieel erfgoed. BOEi heeft ook de exploitatie van een restaurant en een hotel in de Timmerfabriek op zich genomen. Er tegenover staat een grote vervallen hal. Geen erg aantrekkelijk gebouw, het was ooit de belangrijke 'Machinefabriek'. Deze machinefabriek is een interessant voorbeeld van Vlissingens bestuurlijke problemen. De grond eronder is vervuild, schoonmaken kan de gemeente niet betalen. Woningbouw mag niet op vervuilde grond. Dus wat dan?

Panorama Walcheren
Op dit moment wordt de Machinefabriek gebruikt als onderdak voor het 'Panorama Walcheren', een tiental series hoge zorgvuldig beschilderde panelen van de schilder Jo Dumon Tak, waarop de schoonheid van de Zeeuwse steden, havens, zeearmen en landschap minutieus en levensecht is vastgelegd, soms met impressionistische verfstreken op de grote vlakken. De vaardige schilder zelf noemt zijn werk, inmiddels ruim 500 m2 beschilderd doek: 'Een ode aan het Zeeuwse licht'. Het is een uniek project, dat ook voor een drietal helpende vrijwillers een levenstaak is geworden. Zij hopen dat een gat in de wet de oplossing kan bieden voor de definitieve huisvesting van het Panorama. Woningen bouwen op vervuilde grond mag namelijk wel als de onderste twee etages een andere bestemming dan wonen krijgen. En … voilà. Ze hopen dat een projectontwikkelaar hun hal in de onderste twee etages van zijn woonkolos wil integreren.

Likeurfabriek
Hoe veel makkelijker verloopt het proces van hergebruik als een rijke mecenas met lef en smaak een project begint. In Wijnegem, vlakbij Antwerpen, heeft de Belgische miljonair Axel Vervoordt in 1999 een logge betonnen likeurfabriek opgekocht, die op de nominatie voor afbreken stond en eigendom was van Heineken. Vervoordt is een Belgische antiek- en kunsthandelaar, die een geschat vermogen van 48 miljoen euro heeft vergaard met het inrichten van de paleizen en villa's van prinsen en prinsessen en sterren als Madonna, Robert de Niro, Sting, Kanye West. In tegenstelling tot arme gemeentebesturen heeft Vervoordt behalve geld, ook moed, smaak en visie. Toen hij de vervallen likeurfabrieken aan het Albertkanaal kocht, zei hij dat de 21ste eeuw de 'eeuw van de recycling' zou worden. Een voorspelling die lijkt uit te komen en waaraan hij zelf een indrukwekkende bijdrage heeft geleverd.

Als je nú een bezoek brengt aan dit Kanaalcomplex, waar gedurende vijftien jaar aan ge- en verbouwd werd, kun je je wel voorstellen wat Vervoordt erin zag toen hij de ruïne kocht.

Alleen als je in 1999 een bezoek aan deze verwaarloosde en vervallen mouterij had gebracht, had je vermoedelijk niet gezien wat Vervoordt zag. Nu kun je zien dat de artistieke kracht van deze betonnen likeurkathedraal in de soberheid zit. Eenvoud is dikwijls de kracht van industrieel erfgoed, het is gebouwd voor een doel, niet om te behagen.

Vervoordts project is stoer, recht toe recht aan en sober. Aan de buitenkant zeker niet mooi. Pas na een bezoek aan het binnenste van de stokerij, krijgt het gebouw de originaliteit en simpele schoonheid terug.

'Zicht op Middelburg' - Panorama Walcheren

Vervoordt heeft de fabrieksgebouwen met zijn eigen gevoel voor smaak en essentie heringericht. De wanden zijn diepzwart of van kaal beton, de ruimtes zijn soms duister, de deurhoogtes zijn veranderd om te voldoen aan zijn feilloze gevoel voor verhoudingen. Het effect van de duisternis is, dat zijn eigen verzameling van kunst optimale aandacht en schittering krijgt. Het tentoongestelde object kan een houten Boeddhabeeld (13de eeuw) uit China zijn, een kosmogram uit Ecuador, een aantal bloedrode schilderijen van de Japanse schilder Kazuo Shiraga, een sterrenhemel die tevoorschijn getoverd wordt dankzij de projectie van licht door duizenden gaatjes in een metalen plaat, een wandtafeltje uit de 11de eeuw, of een wit schilderij van Jef Verheyen. 'Red Shift', een kunstwerk van James Turrell, krijgt een extra lading doordat je tastend in het duister naar het rode licht op een wand toe schuifelt, dat intussen langzaam weer verandert in blauw. Je denkt het te kunnen aanraken, maar er is niets, geen wand, je tast in een leegte. Het is alleen maar perceptie.

Anish Kapoor
Hoogtepunt van de vaste collectie is een werk van Anish Kapoor, 'At the edge of the world'. Het is alsof de fabriek gemaakt is ter meerdere glorie van Kapoor. Zijn werk, een grote koepel van metaal, is gemonteerd in een van de cilindrische ruimtes. Vroeger stond hier een ronde stookketel, nu past Kapoors kunstwerk er precies in. Vanuit het donker stap je onder een reuzenkap en opeens ben je in een wereld van een dieprode kleur die geen einde kent. Het lijkt alsof er geen grenzen zijn. Die sensatie duurt, als je flink doorstapt, hooguit een halve minuut, dan weet je wel beter, er zijn grenzen, maar als je stil blijft staan, ervaar je een raadselachtige oneindigheid. Dat is wat Kapoor beoogt, in de hoop dat de mens oog in oog met de oneindigheid terugkeert naar de eindigheid, zichzelf, zijn binnenste zelf. Het klinkt misschien pathetisch, maar de beleving van dit kunstwerk is een intense en verwarrende ervaring.

De permanente collectie van 'Kanaal' is op aanvraag te bezoeken. De wisselende tentoonstellingen kunnen zonder reservering worden bezocht. Tot 2 juni 2018 is er werk te zien van Otto Boll, Chung Chang-Sup, Kwon Dae-Sup (beiden Zuid-Koreanen) en Jeff Verheyen. Mooi werk. Boll maakt flinterdunne stalen zwarte strepen en kromme lijnen, die ogenschijnlijk los in de lucht hangen of op een muur geprojecteerd worden. Verbaasd loopt je door de kale betonnen fabriekszalen te zoeken naar glas, substantie, ophangpunten, draden, letterlijke en figuurlijke houvast. Het werk lijkt de ultieme simpelheid, maar is het natuurlijk niet.

Chung Chang-sup is een papiervirtuoos. Hij maakt uit speciale papierpulp, in het Koreaans: 'tak', perkamentachtig blad en bewerkt dat met natuurlijke pigmenten uit tabaksbladeren en steenkool. Kwon Dae-sup is opgeleid als schilder, maar wijdt zijn tijd nu aan potten en kruiken. Een ruimte is gevuld met ogenschijnlijk dezelfde zachtwitte kruiken, maar geen een is hetzelfde. Vervoordt is zo te zien dol op het thema: het is anders dan je waarneemt.

Luxe appartementen

'Kanaal' bestaat uit meer dan de gebouwen van de likeurfabriek. Vervoordt heeft op het terrein van de oude distilleerderij appartementen laten bouwen en nog eens vier nieuwe woongebouwen laten ontwerpen. Bij elkaar zijn er een honderdtal rustgevende en ruime appartementen, ook nu weer: geen is hetzelfde, en in prijs oplopend van een half miljoen tot 1.6 miljoen euro. Vanaf de tiende verdieping van het hoogste gebouw zie je in de verte Antwerpen. Verder zijn er in het complex kantoren, studio's en ateliers. Door de lichte architectuur van de nieuwe gebouwen en de rustgevende bijna oosterse tuinen, de kanaaltjes en looppaadjes die tussen de gebouwen meanderen, wordt het kolossale en ongenaakbaar karakter van de betonnen silo's als het ware verzacht.

Ook het boulevardaanzicht van Vlissingen ontkomt niet aan vernieuwing. Foto: Rob den Boer

Vervoordt noemt zijn project 'Een stad in de natuur'. Het heeft meerdere kenmerken van een stad, er zijn winkels, er is medische zorg: een dokter, fysiotherapeut, er is een crèche en een restaurant. De appartementen zijn vrijwel allemaal verkocht. De kunst van Vervoordt trekt bezoekers uit de hele wereld, alleen die komen per privé-vliegtuig en niet in drommen. Voor gewone bezoekers levert 'Kanaal' nog altijd stilte, rust en harmonie, kwaliteiten die tegenwoordig in en rond musea zeldzaam zijn.

Panorama van Walcheren, Willem Ruysstraat 102, Vlissingen.
Website: www.panoramawalcheren.nl.

Kanaal, Stokerijstraat 19, Wijnegem, België. Website: www.kanaal.be.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Metropolis M: Nieuwe Collectie 2017
Aanwinsten van musea in Nederland

Het kunstblad Metropolis M is dit museumjaar begonnen met een nieuwe editie over de aanwinsten van 21 Nederlandse musea. Hen is gevraagd om ieder één kunstwerk hieruit centraal te stellen. Hierdoor is een boeiende en informatieve special ontstaan.

Door Wim Adema

Op deze wijze werd niet alleen het aanschafbeleid van de betreffende musea besproken, maar ook de speciale keuze uitgebreid toegelicht. Een groot aantal publicisten heeft aan deze editie meegewerkt, waardoor een breed en interessant overzicht van het Nederlandse museumbeleid is ontstaan. Er is bijvoorbeeld aandacht voor de 'Zeeuwse museummethode', waarbij vooral de nadruk gelegd wordt op het contact tussen publiek en de kunstwerken.

Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Gerrit Schreurs.

Op deze manier is er tevens extra attentie voor de diversiteit van een museum. De collectie vormt mede de grondstof voor opdrachten aan ontwerpers en kunstenaars.

Enkele voorbeelden uit deze special:
Het Gemeentemuseum Den Haag kocht recent een groot werk van de Amerikaanse kunstenares Lee Bontecou, 'Supended' (1996). Die aankoop was een vervolg op haar grote expositie in dit museum. Het betreffende werk is ingenieus opgebouwd en levert tegelijk kritiek op de maatschappij. Het is science-fiction en bevat natuurlyriek.
Christiaan Zwanikken realiseerde in 1991 het beeld 'Fallen Angel', een klein robotje dat uit een rond waterbassin probeert te komen. Het Rijksmuseum Twenthe kocht dit werk in 2017. Deze aankoop was een vervolg op de eerder gehouden expositie 'Ik speel dus ik ben', waaraan Zwanikken had meegedaan. Voor SCHUNCK* Museum heeft RAAAF (Rietveld Architecture-Art-Affordances) een opmerkelijke ruimtelijke zithoek ontworpen: 'The End of Sitting- Cut Out, 2015'. Er werd in de grote museumhal een geheel nieuwe werksituatie geschapen, waarbinnen mensen staand met elkaar kunnen samenwerken, terwijl zij communiceren in gescheiden, asymmetrisch gebouwde ruimtelijke cabines.

In samenwerking met het Mondriaanfonds kunnen musea gebruik maken van de 'Incidentele Aankopen'. Opnieuw blijft de inhoud van de Collectie Nederland, namelijk vier miljoen items, een onderwerp van discussie. Het Mondriaanfonds geeft echter de voorkeur aan een zeker ahistorisch perspectief op de Collectie Nederland. Voor Birgit Donker, directeur van het Mondriaanfonds, staat de 'vitaliteit en levendigheid van collecties' voorop. In Nederland zullen musea elkaar steeds meer nodig hebben om een goed beeld van de kunst en de kunstenaars te kunnen geven. De special 'Nieuwe Collectie 2017' van Metropolis M kan hierbij voor de kunstliefhebber zeker een goede ondersteuning zijn.

Bron: Metropolis M, Aanwinsten 2017, bijlage nummer 6, 2017.

Meer informatie: www.metropolism.com.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel! | LEES ACTUELE BERICHTEN OP DE PAGINA UITGELICHT

Inhoud