Juni - augustus 2018, 13e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Paula Modersohn-Becker
tussen Worpswede en Parijs

Met een heldere blik kijkt het meisje van onder de rand van de zwarte hoed de bezoeker aan. Lichtblauwe ogen glanzen in een verder pasteus geschilderd gezicht. Haar blik overbrugt bijna 115 jaar.

Door Lea Nieuwhof

Het 'Portret van een jong meisje met strohoed' werd geschilderd in 1904 in Worpswede door Paula Modersohn-Becker en maakt deel uit van een expositie in het Rijksmuseum Twenthe.

De tentoongestelde tekeningen, schilderijen en beelden schetsen hoe het progressieve culturele klimaat van Parijs rond 1900 en de romantische wereld van Worpswede een bijdrage leverden aan het kunstenaarschap van Paula Modersohn-Becker.

Wie kennis wil maken met het werk van Paula Modersohn-Becker gaat misschien teleurgesteld naar huis. Tussen de vele schilderijen van andere kunstenaars, tijdgenoten die haar beïnvloedden, is maar een klein deel van haar oeuvre te zien.

 
Paula Modersohn-Becker, 'Portret van een jong meisje met strohoed', 1904. Von der Heydt-Museum Wuppertal.

Worpswede, schilders en invloeden
Paula Modersohn-Becker werd in Bremen geboren. Ze wilde schilderes worden, maar op verzoek van haar familie volgde ze eerst een lerarenopleiding voordat ze in Berlijn naar de Kunstacademie ging. Tijdens een bezoek aan Worpswede raakte ze onder de indruk van schilders als Mackensen, Modersohn en Overbeck, die zich daar, aangetrokken door het veenlandschap en de mensen, teruggetrokken hadden om buiten te schilderen. Dagboeken en brieven aan familie en vrienden geven een goed beeld van de vele indrukken die Paula onderging tijdens haar wonen en werken in Worpswede en haar vier studiereizen naar Parijs.

"Kijken, kijken en weergeven wat je ziet," was het credo van Mackensen, die een tijdlang haar leermeester was. Zijn visie wordt weerspiegeld in een aantal van haar houtskooltekeningen. Zoals in het portret van een meisje met vlecht waar de terugwijkende kin en uitstekende neus, afwijkingen van het ideale profiel, zonder reserve getekend zijn. Zelf schreef Paula dat ze meer geïnteresseerd was in het weergeven van de manier waarop ze iets ervaren en beleefd had, dan in dit werken naar de natuur. Zij wilde een doorvoelde werkelijkheid vormgeven met een eigen opvatting van kleur, vorm en compositie en het zo aanvullen dat het naar de natuur geschilderd leek.

De landschappen van haar latere man Otto Modersohn spraken haar aan door de eenvoud en zijn gevoel voor 'Stimmung'. Zelf streefde ze naar een vreemdere, naïevere vormgeving. Compositie en vlakverdeling in haar landschappen werden beïnvloed door Japanse prenten die ze in Parijs zag. Haar manier van schilderen varieerde. Een klein landschap ('Berkenlaan in de herfst') op de expositie valt op door haar gevoel voor vrijheid en losheid in de manier van schilderen.

Opvallend in veel schilderijen is de dikke verfhuid. Op veel manieren bewerkte Paula die verfhuid. Met de achterkant van het penseel kraste ze in de natte verf. Of ze bouwde een laag op uit kleine dikke kwaststreken. Ze wilde het innerlijk vibreren van de dingen weergeven.

Paula Modersohn-Becker, 'Berkenlaan in de herfst', 1900, Paula Modersohn-Becker Stiftung, Bremen.

Haar thema's vond Paula in het alledaagse leven in Worpswede en in de bewoners van het armenhuis en de dorpskinderen. Deze sfeer inspireerde haar meer dan de glamour en de stadse levendigheid van Parijs.

Parijs, studie en tentoonstellingbezoek
In Worpswede kwam Paula tot rust, in Parijs ontsnapte ze aan de gezapigheid en ging ze helemaal op in het kunstleven. Daar vond ze middelen en mogelijkheden om zich los te maken van haar omgeving en haar eigen stijl te ontwikkelen.

Op de expositie in Twente hangen twee houtskooltekeningen. Het zijn levensgrote naakten in profiel, van man en vrouw-zijn. Ze zijn hoekig getekend, met zware schaduwen en eindeloos doorwerkt en opgebouwd uit fijne houtskoolstreepjes en grijstonen, vooral in de handen. Tijdens haar verblijf in Parijs volgde Paula voornamelijk lessen modeltekenen aan de Académie Colarossi en de Académie Julian, samen met vele andere kunstenaars die vanuit de hele wereld naar Parijs kwamen. Ook bezocht ze musea en tentoonstellingen. De oude meesters in het Louvre en werken uit de klassieke oudheid inspireerden haar in gelijke mate als ideeën van de opkomende moderne schilders bij kunsthandel Vollard of op de Salon des Indépendants. Appels in een stilleven van Cezanne, vruchten op een stilleven van Modersohn Becker, ooit werd een doek van haar geweigerd voor een expositie, omdat het teveel op een Cezanne zou lijken.

Paula maakte kennis met het werk van Rodin en beschreef de kleine schetsen die hij aan het einde van zijn leven maakte van bewegende modellen. Een paar potloodlijnen, wat waterverf en een trefzekere eenvoud in de weergave van het bewegende lichaam. Een paar van die schetsen zijn te zien in Enschede. Ze hangen naast beelden van Maillol en Bernard Hoetger. Het is niet moeilijk verbanden te zien tussen deze schetsen en sculpturen en Paula's eigen geschilderde naakten. In de naakten die op de expositie te zien zijn, is de aandacht voor de ronde volle vormen van het vrouwenlichaam, in het bijzonder de torso, en het zoeken naar monumentaliteit en versimpeling in de weergave van ledematen terug te vinden.

Zelfportretten
Een groot deel van Paula Modersohn-Beckers oeuvre bestaat uit zelfportretten. Uniek voor die tijd is het grote aantal naakten dat ze van zichzelf schilderde. De 'Fayoum portretten', encaustiek (hete was) schilderingen op mummiesarcofagen uit de Egyptische oudheid, beïnvloedden haar visie op portretten sterk. Deze portretten zijn levendig en sterk aanwezig. De vormgeving is eenvoudig, bijna maskerachtig. Ze hebben grote ogen, een frontale aanblik en zijn in eenvoudige kleurtonen opgebouwd uit voorhoofd, oog, neus, mond en kin. Op de tentoonstelling hangt een mummieportret, dat juist de kenmerken mist die haar aanspraken. Waarschijnlijk afkomstig uit een latere periode, vormt het een groot contrast met de levendigheid en monumentaliteit van het zelfportret van Paula, dat erbij in de buurt hangt.

 
Fayoemportret van een vrouw, ca. 150, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.

In haar zelfportretten ontmoeten we een levenslustige vrouw die naar zichzelf keek met een poëtische blik. Gedreven door haar ambitie om als schilderes in ieder geval een paar goede schilderijen te maken, stond ze open voor alle invloeden die bijdroegen tot het ontwikkelen van haar eigen beeldtaal. In Worpswede vond ze romantiek en Duitse Gründlichkeit en in het internationaal georiënteerde Parijs, Franse esprit en vernieuwingen in de beeldende kunst.

Paula Modersohn-Becker: tussen Worpswede en Parijs, t/m 12 augustus 2018, Rijksmuseum Twenthe, Lasondersingel 129-131, Enschede. Website: www.rijksmuseumtwenthe.nl. Daarna is de tentoonstelling nog te zien in het Von der Heydt-Museum in Wuppertal (9 september 2018 t/m 6 januari 2019).

Lea Nieuwhof is beeldend kunstenaar.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Grenzeloos glasmaken

"I want people to be overwhelmed with light and colour in a way that they've never experienced." - Dale Chihuly

Het Groninger Museum presenteert van 8 december 2018 t/m 5 mei 2019 hoogtepunten uit het werk van de beroemde glaskunstenaar Dale Chihuly, een vernieuwer van het ambacht. Met zestien installaties, zowel binnen als buiten het museum, biedt de tentoonstelling een compleet overzicht van alle hoogtepunten uit zijn oeuvre en toont hiermee respect voor een eeuwenoud, maar nog steeds een actueel ambacht.

Door Han de Kluijver

Spectaculaire vormen, knallende kleuren, oogstrelende sculpturen van glas: zelfs als je nog nooit van Dale Chihuly (1941) gehoord hebt, ken je misschien een van zijn indrukwekkende werken. De 'Rotunda' kroonluchter (2001) bijvoorbeeld, die hij voor de entree van het Londense Victoria and Albert Museum maakte. Of de hangende en drijvende trossen die hij voor 'Chihuly over Venice' (1996) ontwierp. De veertien kroonluchters werden als een 'theaterstuk' geïnstalleerd op en boven de grachten van Venetië.

Hij bouwde er een hele voorstelling omheen, want Chihuly is wellicht geen traditionele glasblazer, maar een performancekunstenaar, iemand die de entertainment-waarde van glasblazen goed begrepen heeft. Zie hem als een maestro die het glasmaken orkestreert voor zijn publiek. Daarnaast heeft Chihuly de gave om de traditionele vormen en functies van glas te overstijgen.

Zo verbaasde hij in Venetië vriend en vijand door te tonen wat je allemaal met glas kunt doen: hij verwerkte messcherpe ijspegels, bliksemschichten, krullen, staven en bloemen in metershoge kroonluchters.

 
Dale Chihuly, 'De rotunda', Londonse V&A museum. Foto: Han de Kluijver, 30 april 2010.

Het technisch vernuft en de visuele impact van zijn werken zijn groot. Voor de een maakt hem dat een vernieuwer van het ambacht, de man die als een ontdekkingsreiziger in glas nieuwe vormen en technieken bedenkt. Voor de ander is hij vooral een showman die esthetiek boven inhoud plaatst. Critici vinden hem bovendien 'verdacht' commercieel. Net als Andy Warhol met zijn Factory heeft Chihuly een commercieel studiomodel omarmd. Zijn Chihuly Studio draait dankzij een team van een man of negentig al jarenlang een enorme productie.

Dat is mede aan zijn bipolaire stoornis te danken. In zijn manische periodes heeft hij enorme uitbraken van productiviteit. Met zijn studio kan hij wel dertig nieuwe werken per jaar maken, die niet alleen verkocht worden aan musea wereldwijd, maar ook aan verzamelaars als Bill Gates, Elton John en Hillary Clinton.

Larger than life
Dat heeft zijn naamsbekendheid geen kwaad gedaan. In Amerika is Chihuly een absolute beroemdheid. Hij heeft zijn eigen museum en shop in Seattle, Washington. Wat het Van Gogh Museum is voor Amsterdam, is de Chihuly Garden and Glass voor Seattle, een van de 'must-see' attracties van de stad, waar je bovendien naar hartenlust souvenirs kunt kopen. Maar waar Van Gogh pas na zijn dood beroemd werd, is Chihuly bij leven al 'larger than life'. Chihuly groeide op in Tacoma, Washington in de Verenigde Staten. Hij studeerde weven en interieurontwerp voordat hij zich in 1965 inschreef bij de enige glasblaasopleiding in Amerika. Pas toen hij in 1968 in de leer ging bij de meesterglasblazers van Venetië op het eiland Murano, leerde hij de grenzen opzoeken van glas en zag hij wat je in een team van glasblazers kunt doen.

Dale Chihuly, Royal Botanic Gardens Kew. Foto Han de Kluijver, 28 juli 2005.
Chihuly heeft ook de verbindingen tussen het vloeibare medium van gesmolten glas en het gebruik van vloeibare acrylverf omarmd. Een belangrijke inspiratie bron voor zijn tekeningen is de abstractie van de bekende druppeltechniek van Jackson Pollock.

Chihuly keerde terug naar de Verenigde Staten en richtte in 1971 samen met twee anderen de Pilchuck Glass School op. Hier komen nog steeds iedere zomer meer dan vijfhonderd studenten en kunstenaars uit alle hoeken van de wereld samen om de mogelijkheden van de glaskunst te verkennen. Ook biedt Pilchuck technische begeleiding bij het glasmaken aan artists-in-residence. Het is zo een belangrijke plek geworden voor het verspreiden van kennis en het in stand houden en vernieuwen van dit oude ambacht.

Herinterpretatie
Chihuly's carrière valt uiteen in duidelijke fases, waarbij hij inspiratie putte uit een paar eeuwen cultuurgeschiedenis. Zijn eerste vazen waren de 'Navajo'-cilinders uit 1974: kleine, robuuste vazen met een decoratief kleurvlak, geïnspireerd op Indiaans weefwerk. Ook haalt hij veel inspiratie uit de natuur, met terugkerende verwijzingen naar de oceaan, waar hij dichtbij opgroeide. In 1980 maakte hij de serie 'Sea Forms' (1980), dunne geblazen schelpen en slakken. In 1985 verschenen zijn 'Persians', delicate flessen en schaaltjes die verwijzen naar de eeuwenoude
Perzische cultuur.

Een van de onbetwiste hoogtepunten uit zijn carrière is de serie 'Venetians', de bizarre barokke vazen die hij in 1988 samen met meesterglasblazer Lino Tagliapietra begon te maken. Aanvankelijk baseerde het tweetal zich op Venetiaanse art deco-vazen, maar aangestoken door elkaar werden de ontwerpen steeds uitbundiger. Op z'n Chihuly's: 'Bigger and better'.

Zelf blaast Chihuly al decennialang geen glas meer. Door een auto-ongeluk in 1976 verloor hij zijn linkeroog, sindsdien loopt hij rond met een zwarte ooglap. Rond dezelfde tijd liep hij ook een flinke schouderblessure op, waardoor het glasblazen hem fysiek te zwaar is geworden. Bovendien kan hij geen diepte meer zien. Hij maakt zijn kunstwerken sindsdien met grote teams, wat zowel een sterkte als een zwakte is. Chihuly zegt in interviews zich gesterkt te voelen door de creativiteit van anderen. Hij noemt zichzelf een dirigent of choreograaf, degene die het overzicht bewaart. Maar de intensieve samenwerkingen roepen ook vragen op over zijn originaliteit. Zo klaagde een oud-medewerker hem vorig jaar aan omdat Chihuly er met zijn ideeën voor schilderijen, geinspireerd op de druppel-schenk techniek (Dripping) van Pollock, vandoor zou zijn gegaan.

Hoge bomen

Chihuly ontving tijdens de eerste twee decennia van zijn carrière bijna universele lof als pionier van de 'Studio Glas Beweging'. Maar mede door zijn grote commerciële succes, blijft hij ook stevige kritiek ontvangen op zijn artistieke kwaliteiten: zijn sculpturen zouden volgens critici wel visueel aantrekkelijk zijn en technisch spannend, maar geen significante artistieke inhoud hebben.

Het is de aloude 'vorm boven inhoud'-discussie. Traditionele glasliefhebbers nemen hem soms kwalijk dat hij teveel showman is, iemand die zijn glasblazers en crew als acteurs op een podium zet.

Dale Chihuly, 'Neon 206', 2017; geblazen glas, neon. The New York Botanical Garden, Bronx. © Chihuly Studio.

Toch richt de kritiek zich vrijwel uitsluitend op de manier waarop de glazen voorwerpen van de kunstenaar worden gemaakt, in plaats van op de betekenis ervan. Zijn critici zien vaak over het hoofd dat Chihuly van onschatbare betekenis is geweest voor de evolutie van de glaskunst. Hij is iemand die het plezier van het glasmaken bij grote groepen onder de aandacht heeft weten te brengen en die zijn kennis met ontelbaar veel vakgenoten heeft gedeeld. Zo houdt hij het ambacht niet alleen levend, maar weet het ook continu te vernieuwen.

Dale Chihuly: Master of Glass and Colour, 8 december 2018 t/m 5 mei 2019, Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Website: www.groningermuseum.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

zondagmorgen
koeien komen uit de stal
onder klokgelui

koeienogen
hun levenseinde
al zichtbaar

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

VIVA ROMA!
in Museum La Boverie, Luik

'Geen enkele kunstenaar is teruggekeerd uit Italië met een visie op de natuur die identiek was aan die van vóór zijn vertrek' (Vincent Pomarède, kunsthistoricus, conservator Louvre)

VIVA ROMA! is een tentoonstelling die vooral Romekenners en -liefhebbers zal aanspreken, die zijn er wereldwijd, maar zeker ook mensen die nog onbekend zijn met deze stad. Na 'En plein air' in 2016, organiseerde La Boverie opnieuw in samenwerking met het Louvre een tentoonstelling, nu over de stad Rome.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Deze thematische expositie met ruim honderdvijftig werken laat de bezoeker Rome zien door de ogen van (Europese) kunstenaars uit periodes van de 16e tot de 21e eeuw. De werken komen uit grote internationale instellingen, zoals musea in San Francisco, Boedapest, Kopenhagen, het Yale Center for British Art, het Getty Museum in Los Angeles, Capodimonte in Napels en diverse Franse musea, waaronder uiteraard het Louvre....

De thema's zijn: 'Ontdek de Oudheid', 'Kopieer de Renaissance', 'Het katholieke Rome', 'Snoodaards, een artistiek fenomeen', 'De obsessie voor het Forum', 'De smeltkroes van Villa Médicis', 'De bevolking van Rome', 'Het licht van Rome' en 'De Napolitaanse excursie'.

Het parcours door het museum laat zien hoe kunstenaars als Giovanni Paolo Pannini, Hubert Robert, Jean-Auguste Dominique, Jean Baptiste Corot, plus hedendaagse kunstenaars als Yan Pei-Ming en Johan Muyle, met hun geschilderde, getekende of gebeeldhouwde werken hun interpretatie van de stad Rome geven. Het uitgangspunt is de Europese klassieke, en vervolgens neoklassieke, kunst van de 16e tot de 21e eeuw. Veel werken van Franse kunstenaars uit Franse musea, maar ook Belgische, Deense, Duitse en Engelse kunstenaars.

 
Zaaloverzicht © La Boverie © Charlotte Durande.

Er vallen zowaar ook enkele werken van Nederlandse kunstenaars te ontdekken: Bartholomeus van Breenbergh, Johannes Lingelbach en Pieter Yver. Toch zijn er veel meer Nederlandse 16e, 17e, 18e en ook 19e eeuwse kunstenaars geweest die de reis naar Rome hebben gemaakt.

"Want Room is de stadt, daer voor ander plecken,
Der Schilders reyse haer veel toe wil strecken." (Karel van Mander, 1604)

Zoals dus Karel van Mander, Jan Asselijn, Willem Romeijn (nomen et omen …). Een aantal kunstenaars had zich tussen 1620 en 1720 verenigd in het zogenaamde 'Schildersbent' of de 'Bentvogels', met voornamelijk Nederlandse en Vlaamse kunstenaars. Ook hadden zij hun aandeel in het ontstaan van de 'Vedute di Roma'.

Pini di Roma
Wie in Rome is geweest, weet dat de stad vele gezichten heeft en wie voor het eerst door de eeuwige stad wandelt, wordt na iedere hoek die hij omgaat, verrast door objecten in de vorm van poorten, ruïnes met mooie doorkijkjes, monumenten, standbeelden en raadselachtige bouwsels. De heuvelachtige stad biedt bovendien schitterende vergezichten en laat mij de prachtige parasoldennen ('Pini di Roma') niet vergeten. Op verschillende werken in VIVA ROMA! komen deze bomen voor, ze werden ooit geplant door de Romeinen, in de kuststreken van Italië. Rome, hoofdstad van Italië, ooit het centrum van het Oude Keizerrijk; de stad had, en heeft nog steeds, een grote aantrekkingskracht op kunstenaars.

Il Viaggio (de reis)
"Alweer geruime tijd terug organiseerden wij – acht Europese kunstenaars/vrienden – een kort werkverblijf in Rome. Ieder regelde zijn eigen (vlieg)reis en verblijf en onze voertaal was voornamelijk Engels. De Romeinse kunstenaar (hierna Romein genoemd) onder ons, regelde een atelier en expositieruimte voor tien dagen in zijn woonwijk Trastevere, die op zich al een pittoresk gedeelte van Rome is. We noemden het groots: 'European Spring Academy'. Enkelen waren wel eerder als toerist in Rome geweest." (eigen beleving jmns)

Het merendeel van de Europese kunstenaars uit deze VIVA ROMA! – tentoonstelling, had in hun levensperiode wel langere tijd nodig om in Rome te komen. De Fransen langs de Alpen via Marseille, over zee of land, de Noord-Europeanen over de Alpen. Vervoer per rijtuig, kar met trekdier, dan wel te voet of op een ezelsrug. Naar verluidt liet de Nederlandse kunstenaar Cornelis Kruseman zich in 1821 drie uur lang op een slee gebonden de Sint Gothard optrekken.

Toch waren kunstenaars niet de eersten die naar Rome afreisden, want dat waren al vanaf de middeleeuwen de pelgrims, met alle gevaren die zich voor hen onderweg voordeden (struikrovers …). Pelgrims bezochten vooral de heilige plaatsen, want alleen daarvan waren lijsten beschikbaar. Allengs ontstonden de eerste reisgidsen met tekeningetjes van het Italiaanse landschap en stadsgezichten, de 'Vedute'. Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) is er beroemd mee geworden. Helaas is er in deze tentoonstelling geen enkel werk van deze kunstenaar (inspirator van Escher) te vinden, zelfs niet één ets uit zijn eigen serie 'Vedute di Roma'. Daarentegen hangen er wel weer diverse prachtige werken van een andere Italiaan:
'Ruines romaines' (Romeinse ruïnes), rond 1629 © Bartholomeus Breenbergh © Ville de Grenoble/Musée de Grenoble © J-L. Lacroix.

Giovanni Paolo Pannini (1691-1765), met het Colosseum en het Forum Romanum als onderwerpen.

Verblijf
De Europese kunstenaars uit VIVA ROMA! lieten zich in Rome inspireren door de oudheid, zoals de beeldengroep van Laocoön en Italiaanse kunstenaars als Rafael. Zij kopieerden werken, hadden een netwerk van collegakunstenaars of vrienden en gingen met elkaar om, bezochten dezelfde herbergen, volgden dezelfde lessen, schilderde dezelfde plaatsen en modellen.

Romein had voor ons iedere dag een route uitgestippeld, die buiten de toeristische paden liep. Hij liet ons vaak langs de Tiber naar door hem uitgekozen locaties lopen, omdat – zo meende hij – wij de stad zodoende anders zouden beleven dan door het drukke verkeer te gaan en daar had hij gelijk in. Ofschoon we daar niet helemaal aan konden ontkomen, dus metro en ander openbaar vervoer is door ons evengoed gebruikt, maar te voet gingen wij wel het meest. Zelf werkte hij thuis rustig door en had zijn mobieltje paraat ingeval we de weg of de kluts kwijtraakten. Whatsapp was nog niet in zwang, maar SMS was een communicatiemiddel. Een transcriptie van onze vele SMS-berichten op papier overgezet, hing als kunstwerk op onze eindtentoonstelling. Afspraak was om 16.00 uur terug te keren naar het atelier om daar in alle rust onze schetsen uit te werken. Vaak waren wij (noorderlingen) dan al uitgeteld vanwege de warmte, al was het pas mei... (eigen beleving jmns)

In veel van de werken in VIVA ROMA! komt de Tiber voor, bijvoorbeeld het campagnebeeld is een afbeelding van het werk van Jean Baptiste Camille Corot (1796-1875), 'Vue de Rome' uit 1826. Het stadslandschap toont de rivier met op de achtergrond de koepel van de Pieterskerk en de brug (waarschijnlijk Ponte Sant' Angelo), die naar de Engelenburcht - prominent rechts – over de Tiber leidt. Overigens is dit in werkelijkheid een klein werk (26,7 x 43,2 cm) in olieverf op papier, gemonteerd op doek, heel mooi … Er zijn diverse 'Vue de Rome' te vinden van de vijftig geselecteerde kunstenaars.

Cimiterio Noncattolico di Roma
Als je voor het eerst in Rome bent, wil je tenminste het Colosseum zien, het Vaticaan en een Villa of wat, dus weken wij afzonderlijk of in groepjes nog weleens af van Romein's uitgestippelde routes. Genoemde locaties zijn ook een inspiratie geweest voor de vele kunstenaars die zijn geselecteerd voor deze expositie. Ons eerste reisdoel was de enige begraafplaats voor niet- katholieken in Rome. Een behoorlijk stuk lopen vanuit Trastevere, eerst langs de rivier naar de Piramide van Gaius Cestius, waarachter deze begraafplaats ligt. We liepen voorzichtigheidshalve nooit alleen langs de rivier en kwamen langs diverse daklozententjes, bewoond of verlaten. De begraafplaats is dicht 'bevolkt' met grafstenen en -monumenten, ook hier en daar tempeltjes of mausolea. Er zijn ook levende bewoners namelijk: zwerfkatten, 'onzijdig' gemaakt en liefdevol verzorgd door vrijwilligers en deze dieren 'waken' over de graven. (eigen beleving jmns)

Punto di riferimento
Het schilderij van Jacques Henri Sablet (1749-1803) getiteld, 'Elégie Romaine' uit 1791, geeft ook een beeld van deze begraafplaats, met de piramide op de achtergrond. Bij de piramide, die daar mooi begroeid is, staat een herder met geiten. Op de voorgrond een tombe met een droevig ogend tafereel van twee mannen met witte (zak)doeken.

Het is verrassend om dit schilderij tegen te komen, dat meer dan 225 jaar geleden is geschilderd, ook al was de begraafplaats toen nog dun bevolkt. De begraafplaats bestaat inmiddels 300 jaar, de piramide stamt uit 12 v.C. en is in diverse schilderijen afgebeeld, dat viel mij op. Het zal dus voor veel kunstenaars een gewild object zijn geweest en in ieder geval een 'punto di riferimento' (herkenningspunt of landmark).

Etrusken
Romein stuurde ons ook naar het Etruskisch museum in de Villa Giulia, hetgeen we ook hebben gedaan om er eventueel inspiratie op te doen. Dat was zeker interessant en we hebben er ook 'gekopieerd' in de vorm van fotografie. (jmns)

 
'Vue du Colisée et de l'arc de Constantin' (Zicht op het Colosseum en de Boog van Constantijn), 1742, olieverf op doek, 83 x 107,4 cm © Giovanni Paolo Panini © Musée Thomas Henry, Cherbourg-en-Cotentin.

Op de tentoonstelling kwam ik echter geen werken tegen die geïnspireerd waren op de Etruskische cultuur of kunst, maar misschien heb ik die over het hoofd gezien. Persoonlijk vond ik onder meer het thema 'de bevolking van Rome' interessant en veel kunstenaars werden zeker geïnspireerd door de kleurrijke traditionele klederdracht van de vrouwen, met name hun ingenieus gevouwen hoofddoeken. Het zal een bepaalde beschermende functie hebben gehad, want hier en daar zijn ook vrouwen afgebeeld die er een kan of kruik op hun hoofd dragen.

VIVA ROMA! Is een mooie expositie in een zeer toepasbaar gebouw. Een gelijknamige catalogus is verschenen in de Franse en Engelse taal. Bekijk ook een promotiefilmpje over de tentoonstelling, via deze link: www.youtube.com/viva.roma [Franstalig].

VIVA ROMA! nog t/m 26 augustus 2018, Museum La Boverie, Parc de la Boverie 3, B-4020 Luik. Website: https://nl.laboverie.com.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

A Chinese Journey
De Sigg-collectie

De modernisering van China, die Deng Xiaoping in 1978 afkondigde, bevrijdde niet alleen de economie, maar ook het culturele leven. Vóór die tijd moesten Chinese kunstenaars hun vaardigheden in dienst stellen van het socialistisch realisme, zoals dat vijftig jaar geleden te zien was op affiches van een oergezonde Mao die met gestrekte arm de weg wijst.

Door Peter van Dijk

Tijdens de liberalisering ontdekten de Chinese kunstenaars Westerse schilders als Munch, Warhol, Rauschenberg en zij begonnen te experimenteren met andere onderwerpen dan portretten van partijleiders en successen van de graanoogst. Ze gingen installaties en performancekunst maken en zetten zich af tegen Chinese tradities. Alleen kende China in de jaren '80 en '90 nog geen galeries om hun experimentele kunst tentoon te stellen. De werken moesten bekeken worden in de ateliers of woonhuizen van de kunstenaars, soms op tentoonstellingen in parken, tempels of hotels. Een markt van kopers was er nog niet.

 
A Chinese Journey: The Sigg Collection. Foto Joep Jacobs.

De enigen die kwamen kijken, waren buitenlanders en vakgenoten. Onder die enkele geïnteresseerde buitenlanders, bevonden zich de Amsterdamse galeriehouder Rob Malasch en de Zwitserse diplomaat Uli Sigg. Sigg (1946) is een originele man met een onconventionele loopbaan. Deze gepromoveerde jurist werkte even als financieel journalist en accepteerde in 1977 een baan als vertegenwoordiger van de Schindler-groep (liften) in China. Niemand wilde toen naar het land van de Bende van Vier. Sigg maakte zich de Chinese taal eigen en leerde het land goed kennen. Na de veranderingen van Deng was hij van 1995 tot 1998 ambassadeur voor Zwitserland in China.

Huisbezoek
Tijdens zijn verblijf in China bezocht Sigg kunstenaars thuis en maakte ettelijke vrienden, onder wie de tegenwoordig zeer bekende Ai Weiwei. Hij ontmoette Ai Weiwei voor het eerst in 1995, toen de kunstenaar nog werkte vanuit het huis van zijn moeder. "We vonden elkaar meteen aardig, vertelde hij aan de NRC (16 maart 2018). Ik kocht een van zijn Coca-Cola-vazen. Dat was een urn van bijna tweeduizend jaar oud uit de Han-dynastie, waar Ai het logo van Coca-Cola op had geschilderd, als symbool van het begin van de consumptiemaatschappij in China."

In de verzameling die Sigg in de loop der jaren opbouwde, zijn zo'n 400 Chinese kunstenaars vertegenwoordigd, met meer dan 2400 werken. De collectie is de grootste verzameling moderne Chinese kunst ter wereld. Sigg wilde zijn collectie graag aan een museum schenken, maar de huidige autoritaire politieke situatie was een reden om zijn collectie niet aan een museum in China te schenken, maar aan het nieuwe museum M+ in Hongkong, dat volgende jaar opengaat. Met 1.450 werken behoort de schenking tot de grootste in de geschiedenis en is volgens conservatieve schattingen van veilinghuis Sotheby's zo'n 155 miljoen euro waard.

Zijn oorspronkelijke plan was om de collectie onder te brengen in Beijing of Shanghai, vertelde Sigg aan de NRC. "Ik heb ook onderhandelingen gevoerd in die steden. Censuur speelde daarbij een grote rol. Natuurlijk kan ik de censuur niet wegnemen, ik kan de volksrepubliek China niet veranderen. Maar ik wilde de regels van de censuur weten, zodat ik me daaraan zou kunnen aanpassen. Maar ze konden mij niet zeggen welke werken ik wel en welke werken ik niet kon tonen. Het was mij te riskant. Je kunt iets weggeven wat mensen nu geweldig vinden, maar over twintig jaar denkt men er weer anders over. De kans bestaat dat de officials dan zeggen: hier wordt Mao op een respectloze manier afgebeeld."

Sigg als conservator
Uit zijn bijzondere collectie heeft Uli Sigg zelf in overleg met het Noordbrabants Museum een vijftigtal topstukken uit de periode 2004-2017 gekozen: sculpturen, foto's, video-installaties, schilderijen en tekeningen, voor de eerste Sigg-expositie in Nederland. Het is een bijzondere tentoonstelling geworden. Wat mij het meeste trof was de speelse, vaak spirituele manier waarop de Chinese kunstenaars kritiek uitoefenen op maatschappelijke verschijnselen in China.

Een paar voorbeelden. Een levensgrote foto, getiteld 'Follow You' (2013), 180 x 300 cm, toont een kolossale zaal vol doodvermoeide studenten, die allemaal op hun lessenaar achter hoge stapels leerboeken in slaap zijn gevallen. De muren zijn volgeplakt met affiches en teksten als 'Education is crucial?' en 'Progress everyday?'

Alleen een grijze bebaarde man met een grote uilenbril zit recht overeind. Dat is de kunstenaar, de enige die nog wakker is, dankzij het infuus van de kunst dat voor hem staat.

Wang Qingsong, 'Follow you', 2013, c-print, 180 x 300 cm. Met dank aan de kunstenaar en de Sigg Collectie.

Iets meer voor de hand liggend, maar mooi uitgevoerd, is de 'Bonsai-boom' van Shen Shaomin (2009), die met kettingen en gewichten in een bepaalde richting wordt gemanipuleerd. De kunstenaar ziet de boom als metafoor voor de Chinese samenleving. Eenzelfde strekking heeft het grote vrolijke schilderij 'China Lake C' (2015). Vier jongemannen in pak en das, zo van de Pekingse Zuidas weggelopen, vieren een feestje met twee chique vrouwelijke collega's. De boodschap is duidelijk: er is welvaart en vrolijkheid in China. Alleen staan de zes receptiegangers tot hun knieën in het modderige water. China levert, zo is de opvatting van schilder Zhao Bandi, nog altijd geen veilige omgeving.

Twee bossen
Fascinerend vond ik 'Forest' en 'Forest II' van Ni Youyu (2013). Twee bosvoorstellingen die bij elkaar horen, een tweeluik. Links is het Chinese bos, een donker bos met knoestige boomstammen en stekelige in elkaar verstrengelde takken. De hoogte van de bomen is zichtbaar. Voor dit schilderij gebruikte Ni Youyu een Chinese techniek, waarbij water over het doek wordt gevoerd als de verfpigmenten nog nat zijn. Rechts is het Westeuropese bos, met gladde kaarsrechte stammen, die oneindig door lijken te gaan, geen zijtakken. Onder elke boom staat een geboortedatum en een sterfdatum geschilderd, bijv. 1452-1519. De data onder de bomen slaan op Europese filosofen. Even opzoeken: 1452-1519, dat is Leonardo da Vinci. Er zijn tientallen bomen en even zoveel data. Nog één proberen. 1927-1986. Dat moet Olof Palme, de vermoorde Zweedse premier, zijn. Kale data zijn intrigerende, maar lastige raadseltjes.

Er hingen schitterende werken op deze tentoonstelling, waarin Chinese traditie en moderne technieken gecombineerd worden. Feng Mengbo, een van de bekendste video- en multimediakunstenaars in China, zet oude traditionele landschapschilderingen, de shanshui-schilderingen, met 3D software om in digitale penseelstreken. Het resultaat is een goudbruin landschap met bergformaties, bomen, verticale lange en korte strepen die gewas suggereren. Een canvasdoek van 2 x 8 meter, met acryl bedekt. Indrukwekkend.

Bergen
Kuo Chih-Hung maakt berglandschappen op papier, die er van een afstand eenvoudig en eendimensionaal uitzien, maar van dichtbij bekeken diepte krijgen en nu eens uit kleine verfstreekjes, dan weer uit grove penseelstreken bestaan. Soms is een ondertekening gebruikt en er zitten wollige gedeeltes in, roze en vuilwit, die niet de granietachtige uitstraling van de bergpartijen hebben. De schilder heeft de kleur en essentie van koude, hoge bergen goed getroffen. Ai Weiwei is uiteraard ruimschoots aanwezig op de tentoonstelling. Zelfs als lijk, languit op zijn buik, op de grond in een gangpad. Een protestbeeld van siliconen-gel van He Xiangyu tegen de opsluiting in de gevangenis in 2011 van China's bekendste kunstenaar, getiteld: 'Dood van Marat'. Dit is een overduidelijke verwijzing naar het bekende schilderij van Jacques-Louis David van de vermoorde Franse revolutionair Jean-Paul Marat, opzij hangend in zijn groene badkuip..

Weiwei heeft tientallen Neolitische aardenwerken potten met klassieke versieringen uitgestald, waarvan vele met witte industriële verf zijn overgeschilderd. Tezamen vormen zij het kunstwerk 'Whitewash'. Het werk kan gezien worden als kritiek op de manier waarop in China met de geschiedenis wordt omgesprongen, of als een clash tussen oud en nieuw in de laatste veertig jaar.

Naast deze potten hangen drie foto's van Uli Sigg, die de beroemde act van Ai Weiwei met de overgeschilderde Coca-Cola-pot uit de Han-dynastie van 2000 jaar oud nog eens overdoet: hij laat de pot uit zijn handen vallen.

Tsang Kin-Wah, 'Second Seal – Every Being That Opposes Progress Should be Food for You', 2009, 6 minuten en 30 seconden, Digitale video en geluidsinstallatie. Met dank aan de kunstenaar en de Sigg Collectie.

Volgens Ai Weiwei zijn er zelfs twee dure exemplaren gesneuveld, omdat de fotograaf de eerste pot niet goed halverwege had genomen.

Bloedige wanden
Een video-installatie van Tsang Kin-Wah in een vierkant zaaltje begint plechtig. Rode teksten uit de Boekrol met de zeven zegels en de Openbaring van de laatste dagen van de mensheid uit het Nieuwe Testament vallen langzaam als bloeddruppels over drie projectiewanden. 'They must struggle', 'The dangerous one'. Er loopt een soundtrack mee. De woorden vallen steeds sneller, ze worden vetter en compacter, de zinnen worden langer, tot de muren onder oorverdovend lawaai met bloed lijken te zijn doordrenkt. Een totale chaos. Een hallucinerende ervaring. Een mogelijke interpretatie: heilige woorden uit heilige boeken leiden tot heilige oorlogen. Zo waren er nog een veertigtal kunstwerken te zien, niet allemaal even speels en fijnzinnig, maar meestal wel kritisch over de eigen samenleving.

The Sigg Collection, a Chinese Journey, was van 17 maart t/m 8 juli 2018 te zien in het Noordbrabants Museum, Den Bosch. Website: www.hetnoordbrabantsmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

merelzang
ik gooi mijn gedachten
in de prullenmand

voor ons uit
varen futen
fluisterboot

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Van Tiepolo tot Richter
Dialoog in Europa

Dat kunstwerken en mensen zich over de grenzen heen verplaatsen in Europa, heeft altijd geleid tot ontmoetingen, uitwisseling en innovatie. Voor het eerst zetten veertien Europese instellingen, die ijveren voor het behoud van het cultureel erfgoed, samen deze maatschappelijke rol van kunst en cultuur in de verf. Dat doen ze met een zowel chronologische als thematische tentoonstelling met bijna zeventig werken, groot, klein en zeer divers, in een van de zalen van het Museum Kunst & Geschiedenis in het Jubelpark in Brussel.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

De tentoonstelling 'Van Tiepolo tot Richter' is eigenlijk in korte tijd tot stand gekomen, slechts enkele maanden voor het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018. Het is een initiatief van de Koning Boudewijnstichting. De tentoonstelling laat zien hoe erfgoed de contacten tussen Europeanen van eeuw tot eeuw stimuleerde en is meteen een gelegenheid voor de Europese stichtingen die in dit domein actief zijn, hun engagement beter te laten zien. Het zijn de veertien belangrijkste Europese instellingen, respectievelijk uit België, Duitsland, Finland, Italië, Nederland en Portugal, die al jaren bestaan, de meesten hiervan langer dan de Europese Economische Gemeenschap (1958), vervolgens de Europese Unie (1993), zelf. Zij selecteerden topstukken uit hun collecties, om ze samen te brengen in Brussel en daarmee hun eigen verhaal te vertellen over de interculturele banden en verwantschap tussen Europese burgers en hun geschiedenis. Een kleine greep uit de presentaties van de stichtingen:

De Finnish Cultural Foundation -Kirpilä Art Collection
De Finnish Cultural Foundation in Helsinki (opgericht in 1939) presenteert drie werken uit de Kirpilä Art Collection, waaronder een van mijn favorieten op de tentoonstelling: 'Winterbos' van Pekka Halonen uit 1931, olieverf op doek.

 
Léon Spilliaert, 'De Absintdrinkster', 1904, Indische inkt, pastel en gouache op papier. Collectie Koning Boudewijnstichting, in bruikleen bij het Museum voor Schone Kunsten, Gent (© Studio Philippe de Formanoir).

Halonen studeerde in Parijs en bij Paul Gauguin, die een grote invloed had op zijn werk. Halonen schilderde vooral (Finse) landschappen en portretteerde mensen. In 1898, kort na zijn huwelijk, ontwierp hij samen met zijn broer een nieuwe atelierwoning aan het Tuusulameer en gaf het de naam 'Halosenniemi'. In dit huis wilde hij het karakter van een Engels landhuis samenbrengen met dat van de traditionele Karelische blokhut en de hoge plafonds van de ateliers die hij in Parijs had gezien.

Dan het werk 'De dochter van de smid' (olieverf op karton) van Helene Schjerfbeck uit 1928. In 1902 verhuisde Schjerfbeck met haar moeder naar het stadje Hyvinkää, waar zij portretten van vrouwen en kinderen maakte. Onder meer met deze portretten maakte zij naam als een van de belangrijkste modernisten. De vier kinderen van de plaatselijke smid behoorden tot haar geliefde modellen. Schjerfbeck werkte in Londen en Parijs, waar zij voor het eerst erkenning kreeg. De Kirpilä Art Collection is door de reumatoloog en kunstverzamelaar Juhani Kirpilä (1931-1988) aan de Finse stichting geschonken. Het gaat om een collectie Finse kunst van tussen 1850 en 1980. De collectie is ondergebracht in het vroegere woonhuis van Kirpilä, nu een museum.

Koning Boudewijnstichting

De Koning Boudewijnstichting bestaat sinds 1976 en werd opgericht in het kader van het 25-jarige koningschap van Koning Boudewijn van België. De stichting presenteert hier dertien zeer gevarieerde objecten uit oude en nieuwe kunstperiodes. Een werk van Léon Spilliaert licht ik eruit en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: Spilliaert is een van mijn favoriete kunstenaars. Het is een werk uit 1907, in Oost-Indische inkt, pastel en gouache op papier, getiteld 'De absintdrinkster'. Spilliaert woonde een tijd in Parijs, maar keerde terug naar zijn woonplaats Oostende, waar hij vriendschap sloot met de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, die hem op zijn beurt voorstelde aan de kunstverzamelaar Hugo Heller uit Wenen. Dit werk dateert uit Spilliaerts meest creatieve periode. Zonder enige referentie aan tijd of plaats, zeggen de verwijde pupillen en donkere oogkassen alles over de verwoestende effecten van haar verslaving.

Fondazione Cariplo
De Fondazione Cariplo uit Milaan bestaat officieel sinds 1991 onder deze naam, maar vindt zijn oorsprong al in 1816 als actieve filantropische organisatie. De stichting laat twaalf werken zien, waarvan er twee zijn gemaakt door een van de naamgevers van deze tentoonstelling: Giovanni Battista Tiepolo. Het zijn twee jachttaferelen, 'Jager met hert' en 'Jager te paard', beide in olieverf op doek, gemaakt tussen 1718 en 1730. Tiepolo vertegenwoordigde het hoogtepunt van de Rococo-schilderkunst in Europa met zijn excentrieke composities vol kleur en licht.

Giovanni Battista Tiepolo, 'Jager te paard', 1718 – 1730, olie op doek. Collectie Fondazione Cariplo (Foto: Milan, (Italy), Collectie Fondazione Cariplo).

Hij stond bekend als begenadigd tekenaar, werkte buitengewoon snel, was zeer productief en kreeg bestellingen uit heel Europa. Deze schilderijen behoren tot een serie die werd besteld door de Venetiaanse edelman Alvise Zenobio. Het toeval wil dat ik in Venetië een paar keer in het monumentale pand (laat 17e /vroeg 18e eeuws) van deze familie Zenobio zomeracademies heb gevolgd. Het Palazzo Zenobio behoort sinds 1850 aan een Armeense organisatie, welke het intussen weer verhuurt voor diverse culturele activiteiten, onder andere de Biënnale van Venetië, voor zowel kunst als architectuur. De spiegelzaal, centraal in het Palazzo, is gedeeltelijk ook door Tiepolo gedecoreerd.

Olbricht Foundation
De Olbricht Foundation Berlijn presenteert zeven werken. Deze stichting wil kunst toegankelijker maken voor het grote publiek, vooral voor jongeren, en mensen steunen die actief zijn in de hedendaagse kunst. Een van de zeven werken is van de andere naamgever aan deze tentoonstelling, de hedendaagse kunstenaar Gerhard Richter. Het is een van zijn grote gobelins of wandtapijten, 'Musa' uit 2009. Richter maakte een reeks van vier, genaamd: Musa, Yusuf, Iblan en Abdu, die alle vier verwijzen naar het soefisme en ook alle vier tot de Olbricht Collection behoren. De tapijten zijn gebaseerd op Richters olieverfschilderij 'Abstraktes Bild' uit 1990. De kunstenaar gebruikte een computer om het motief van het schilderij in segmenten op te splitsen. Voor Musa gebruikte hij het volledige oorspronkelijke schilderij dat hij twee keer spiegelde, zodat de bovenste en onderste helft van het beeld identiek zijn. Richter is met recht een veelzijdig kunstenaar.

Een werk uit de Olbricht Collection is ook het campagnebeeld van deze tentoonstelling geworden, 'Straßenszene' van Ernst Ludwig Kirchner in potlood en kleurkrijt op velijn (een soort perkament), uit 1914. Kirchner was schilder, beeldhouwer en graveur en hij geldt algemeen als de voorman van 'Die Brücke', een kunstenaarscollectief dat een 'brug' wilde slaan tussen de oude artistieke traditie van Duitsland en de moderne tijd van toen. Kirchner verkende de Berlijnse straten en pleinen zowel overdag als 's nachts en schetste de nieuwe architectuur en het grootstedelijke leven van de stad, met haar uiteenlopende sociale milieus.

Tenslotte, de zes geselecteerde werken uit Nederland worden gepresenteerd door het Prins Bernard Cultuurfonds en de Vereniging Rembrandt. Een ervan is 'Fauna' van Constant uit 1949. Zoals bekend maakte Constant (Anton Nieuwenhuys) deel uit van de Cobragroep, met leden afkomstig uit Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Officieel heeft de groep bestaan van 1948-1951. De leden vonden dat je een kunstwerk niet moest beoordelen op formele kwaliteiten, maar het moest zien als een natuurlijk verlangen naar expressie.

 
Ernst Ludwig Kirchner, 'Straßenszene', ca. 1914, potlood en gekleurd krijt op perkament. Olbricht Collectie. (©Achim Kukulies, Düsseldorf).

Een bezoek aan deze tentoonstelling in Brussel is zeker een goede tijdsbesteding. Wie tijd over heeft, kan vervolgens nog een ander initiatief van de Koning Boudewijnstichting bekijken in het museum, namelijk de expositie (Victor) 'Horta & Wolfers' (Frères) met Art Deco sieraden.

Van Tiepolo tot Richter, dialoog in Europa, t/m 30 september 2018, Museum Kunst & Geschiedenis, Jubelpark 10, Brussel. Verdere informatie: www.efc.be | www.kmkg-mrah.be | www.kbs-frb.be.

Het museumcomplex is lopend te bereiken 20-30 minuten vanaf station Brussel Centraal, of met de metro naar station Schuman.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Beelden van Eduardo Chillida
In de tuinen van het Rijksmuseum in Amsterdam

De Spaanse-Baskische beeldhouwer Eduardo Chillida was als kunstenaar doorlopend in gevecht met materie, natuurelementen en ruimte. Zijn grote beeldengroep 'Peines del viento' (Windkammen) uit 1977, die aan de kust van San Sebastian staat, laat de essentie zien van deze strijd. Op een groot rotsblok, direct liggend aan het strand en de zee, lijken de monumentale Windkam-beelden een confrontatie met de natuur te zoeken. Het zware cortenstaal staat te midden van een harde oceaanwind, onrustig zeewater en een hete zon. Het kammen van de wind betekent letterlijk: op zoek zijn naar het onmogelijke. De grote roestige vingers van de sculpturen tarten de natuur. Deze zomer zijn nu een groot aantal beelden van Eduardo Chillida te zien in de Rijksmuseumtuinen te Amsterdam.

Door Wim Adema

Eduardo Chillida werd op 10 januari 1924 geboren in San Sebastian. Hij studeerde eerst bouwkunst in Madrid (1943-1946), maar vertrok in 1949 naar Parijs om beeldhouwer te worden. Hij was intuïtief, nauwgezet en conservatief van karakter en maakte een langzame ontwikkeling door als beeldhouwer. Vanuit de stenen figuren ontstonden vanaf 1950 abstracte ijzeren beelden. In 1959 begon hij ook met hout te werken. Chillida liet steeds meer het volume los en concentreerde zich op de ruimte. Vorm en inhoud moesten duidelijk worden door de ambachtelijke bewerking van het beeldhouwmateriaal. Na een expositie in 1949 in het Musée National d'Art Moderne te Parijs keerde de beeldhouwer in 1950 terug naar San Sebastian. Tussen 1959 en 1977 nam hij deel aan Documenta II, III, IV en VI. De kunstenaars Brancusi, Gonzáles en Tapiès waren een inspiratiebron voor hem. Eduardo Chillida werd internationaal steeds bekender als beeldhouwer.

Ontwikkeling als beeldhouwer
In het vroegere werk van de Spaanse beeldhouwer staat vooral de menselijke figuur centraal. Hij beeldde die uit in torso's en bustes van steen. Later werden zijn sculpturen massiever en abstracter; de monumentale werken ontstonden. Chillida werkte toen met beton en cortenstaal. In de Rijksmuseumtuinen zijn vooral de beelden in cortenstaal te zien.

 
Eduardo Chillida, 'Peine del viento XIX', 1999. Met dank aan Ordovas. Foto: Rijksmuseum.

Als ik rondloop in dit park, dan ervaar ik wel een probleem. Deze grote stalen sculpturen lijken namelijk moeilijk te passen in de klassiek aangelegde museumtuinen. Bovendien zijn een aantal beelden in een cirkelvorm van ijzer geplaatst, welke met grijs gemalen steen is opgevuld. Volgens mij was plaatsing in het gras beter geweest. Toch vallen deze kijkbelemmeringen snel weg, omdat de autonome kracht van de Chillida's beelden heel sterk is.

Beelden van cortenstaal en graniet
Eduardo Chillida zocht intens naar de beleving van een open structuur, zoals in 'Advies voor ruimte IX' uit 2001. Ik zie een grote stalen boom met uitstekende takken. De platen van cortenstaal zijn massief en drie centimeter dik. Het beeld is opgebouwd vanuit een vierkanten grondstructuur en heeft daarboven uitgespreide takken. Rondlopend ervaar ik openheid, massiviteit en natuurinspiratie. Van de eerder genoemde serie 'Peines del viento' is in dit park 'Windham XIX' uit 1999 te zien. Het is een sterk beeld van half gedraaide cirkels van staal, die ruimtelijk in elkaar overgaan. Als ik er omheen loop, wijzigt zich steeds mijn waarneming van de binnenruimtes. Ik probeer mij voor te stellen hoe dit beeld, verankerd aan een rotsblok, in de Atlantische Oceaan bij San Sebastian staat.

Chillida werkte ook met graniet. In dit park is het beeld 'Diep in de lucht XVIII' uit 1998 te zien. Het is een imposant liggend stuk graniet (100 x 200 x 70 cm), waarvan de buitenkant onbewerkt is gebleven. Binnenin heeft de beeldhouwer kleine vierkanten ruimtes uitgehakt.

Deze binnenvormen zijn weer door kleine tussengangen met elkaar verbonden. De kleine, intieme ruimtes zijn geheel glad gepolijst, wat een groot contrast vormt met de ruwe buitenkant van het graniet. Dit beeld is tegelijk gesloten en open van vorm. Met de 'Boog van de vrijheid' (1993) maakte Eduardo Chillida een sculptuur die de leegte verbeeldt. Er is een waarneembare relatie tussen architectuur en ruimte aanwezig. Twee grote metalen staanders bieden doorgang, maar zijn ook met elkaar verbonden door halve open platen, die cirkelvormig van vorm zijn.

De 'Hommage aan Calder' van 1979 bestaat uit hangende 'mobiles', die een rebellie tegen de zwaartekracht (Calder) uitbeelden. Drie stalen buizen, hangend in een ritmische symmetrie, laten in beton en staal een grote lichtheid van vorm zien. Open tangen met een cirkelvorm zijn met elkaar verbonden en vormen steeds nieuwe binnenruimtes. Een lage tafel op drie verborgen poten, de 'Tafel van Omar Khayyam III' (1983), lijkt in het grasperk te zweven. Khayyam was een wiskundige en astronoom, die in het begin van de 12e eeuw leefde. Zijn gedachten waren voor Chillida een inspiratiebron: met name voor zijn geometrische poëzie. Door cirkelvormige ingrepen in het tafelblad en het zwevende karakter van de tafel, kwam Chillida naar mijn idee dicht bij de denkwereld van Omar Khayyam.

Eduardo Chillida, 'Arco de la Libertad' (Boog van de vrijheid), 1993. Chillida-Belzunce Family. Met dank aan Ordovas. Foto Johannes Schwartz.

Deze beeldenexpositie van Eduardo Chillida is voor elke kunstliefhebber van belang. Het is indrukwekkende beeldhouwkunst. In de beelden kun je zijn intense fascinatie ervaren voor de natuur, het materiaal en de ruimte. Eduardo Chillida overleed op 19 augustus 2002 in San Sebastian. Deze expositie vormt een mooie herinnering aan zijn persoon en werk.

Chillida in de Rijksmuseumtuinen, t/m 23 september 2018, Rijksmuseum, Museumstraat 1, Amsterdam. Website: www.rijksmuseum.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

De modemanifestatie State of Fashion 2018 wordt van 1 juni t/m 22 juli 2018 gehouden in De Melkfabriek in Arnhem. De mode wordt op een avontuurlijke en veelzijdige manier gepresenteerd. Er is een videopresentatie van Stella McCartney, Fashion Revolution en Apparatus 22 zijn vertegenwoordigd, alsmede innovaties in de mode van Bruno Pieters. Verder wordt er meegewerkt door van Osklem en Iris van Herpen, die een relatie aangaan met modemakers als Orange Fiber, Rafael Kouto en Pauline van Dongen. Ook worden er uitkomsten getoond van een onderzoek op het gebied van mode en textiel, verricht door het Living Lab van de ArtEZ University of Arts en de Wageningen University & Research. Hierbij zijn de grenzen tussen mode en andere disciplines nader verkend. Een werkthema is 'Searching for the new luxury'. Op basis van dit onderwerp wordt iedere vrijdagavond een platform over het thema 'Whataboutery' georganiseerd. State of Fashion wordt gehouden in De Melkfabriek, Nieuwe kade 1 in Arnhem. Meer informatie: www.stateoffashion.org.

De tentoonstelling California: Designing Dreaming was van 17 maart 2018 t/m 17 juni 2018 te bekijken in het Design Museum Den Bosch. Meer dan tweehonderd objecten in vijf grote secties lieten de ontwikkeling van design in Californië zien, waarbij de nadruk op individuele vrijheid lag. De afdeling 'Go where you want' draaide om bewegingsvrijheid. Mobiliteit, van navigatie tot draagbaarheid en onderzoek, waren zichtbaar in het eerste GPS-apparaat voor consumenten en de replica van de Captain America-shopper van Easy Rider. 'See what you want' liet Californië zien als een land van illusie, Disney, Hollywood en videogaming. Er waren illustraties te zien van Syd Mead voor de film 'Blade Runner' en vroege videogameafbeeldingen. Met 'Say what you want' toonde Californië haar unieke geschiedenis van de vrijheid van meningsuiting. Door middel van posters, tijdschriften en online platforms werd de communicatiecultuur verkend. De sectie 'Make what you want' liet de industriële technologie zien die in deze staat verregaand gedemocratiseerd is. Met talrijke hulpmiddelen is geprobeerd haar toegankelijker te maken voor het publiek. Er was een Whole Earth-catalogus aanwezig en er waren hulpmiddelen van Apple Macintosh. De laatste sectie 'Join what you want' vertelde dat sinds de oprichting van Californië de vrijheid om een eigen gemeenschap te maken centraal heeft gestaan. Voor de ontwikkeling hiervan werden talrijke hulpmiddelen ontwikkeld. Per 1 juni 2018 wijzigde het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch haar naam in Design Museum Den Bosch. Meer informatie: www.designmuseum.nl.

Na een bestaan van 32 jaar heeft de Stichting KunstFort Asperen besloten haar activiteiten te beëindigen. Een lange periode van exposities met eigentijdse kunst, in het decor van een stuk militair erfgoed en het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, is hiermee afgesloten. Sinds 1985 huurde de stichting Fort Asperen van Staatbosbeheer. Na de restauratie in 2015 veranderde echter de inhoud van deze huurrelatie. Staatsbosbeheer wilde de stichting, naast de verantwoording voor de exploitatie, ook het beheer en onderhoud van het fort geven. Tijdens het seizoen 2016/2017 werd nog een proef gehouden met de uitvoering van een nieuw erfpachtcontract. Ondanks een maximale inzet bleek het niet mogelijk om een kostendekkende exploitatie te realiseren. Menig kunstliefhebber heeft in het verleden een bezoek aan Fort Asperen gebracht. Binnen Nederland vormde het fort een bijzonder markante plaats voor de presentatie van hedendaagse kunst en kunstenaars. Het was in de zomermaanden jarenlang een landelijk trefpunt voor exposities van ruimtelijke kunst. Meer informatie: www.kunstfortasperen.nl.

In veel opzichten was de grote expositie (Lines of Sight, 2 december 2017 t/m 8 april 2018) van Carmen Herrera (Havana, Cuba, 1915) in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen te Düsseldorf een spraakmakende gebeurtenis. De kwaliteit van haar schilderkunst, geïnspireerd op de abstractie, vormde een grote ontdekking. Zij was nauwelijks bekend in de kunstwereld en heeft nu, op ruim honderdjarige leeftijd, alsnog kunnen meemaken dat haar schilderkunst van grote waarde wordt gevonden. Vanaf 1948 tot nu heeft zij gewerkt aan een zeer groot oeuvre. Zij was bevriend met collega's als Stuart Davis, Georgia O'Keeffe en Barnett Newman. Deze bewonderden haar kleurgebruik en abstracte beeldtaal. Vooral met Newman had Carmen Herrera een bijzondere vriendschap. In Parijs maakte zij vanaf 1948 een grote ontwikkeling door als schilderes. Na haar terugkeer in Cuba, met haar partner Jesse Loewenthal, werkte Carmen Herrera gestaag verder aan haar schilderijen. Het was een bijzondere gebeurtenis dat zij op zeer hoge leeftijd toch de internationale erkenning van haar schilderkunst kon beleven. Meer informatie: www.museumtijdschrift.nl en www.kunstsammlung.de.

Onlangs is De Appel (Amsterdam) begonnen met een nieuwe zesdelige serie events in samenwerking met DNK DAYS 2018. Dit is een sociale ruimte voor muziek, performance, geluidskunst, en dergelijke. DNK zoekt naar een vorm voor een serie kritische muziekevenementen, die mede ontstaat door samenwerking met De Appel, San Seriffe, Theater Perdu, PuntWG en Muziekgebouw aan 't IJ. Voor De Appel heeft DNK een programma samengesteld waarin de grenzen en nieuwe mogelijkheden van het hedendaagse concertformat onderzocht kunnen worden. Binnen de actuele progressieve muziekproductie worden tevens nieuwe presentatievormen verkend. Er vinden performances plaats met onder andere Lea Bertucci, Taku Sugimoto, Yan Yu en het Dario Calderone trio. Een groot nieuwe tentoonstellingsproject van De Appel heet '2UNLIMITED', waarin Amsterdamse kunstenaars en creatieve denkers kunnen reflecteren op nieuwe kritische denkbeelden over gemeenschap, ontwerp en taal. Dit project is op 30 mei 2018 gestart. Meer informatie: www.deappel.nl.

De Stichting International Land-Art (Maastricht) organiseert vanaf begin mei tot eind september 2018 een kunstroute op het traject Via Belgica, dat gelegen is binnen de gemeenten Maastricht, Meerssen en Valkenburg. De Via Belgica is een oude Romeinse weg die van Boulogne sur Mer (Fra) naar Keulen liep. Aan kunstenaars is gevraagd om op markante punten een twintigtal kunstwerken te realiseren. Het uitgangspunt was: 'iets te doen met een boom ter plekke'. Van dit project is tevens een boekje met routekaart beschikbaar. Meer informatie: clemensmaassen(at)live.nl.

In Amsterdam vindt van 21 juni t/m 30 september 2018 de eerste editie plaats van een tweejaarlijkse expositie: 'Pay Attention Please'. Het is een overzicht van bestaande en nieuwe 'tijdelijke' kunstwerken in de publieke ruimte. Elf kunstinstellingen hebben een programma ontwikkeld met wandelroutes, verhalen, lezingen en performances. De inhoud wordt bepaald door verhalen uit de Amsterdamse samenleving. De verhalen gaan over de nieuwbouw, het toerisme en de bedrijvigheden in deze stad. Aan dit project werken onder meer CBK-Oost en de Stichting De Appel mee. Meer informatie: https://publicart.amsterdam.

Op 3 februari 2018 is het Dutch Digital Art Museum Almere (DDAMA) op een nieuwe locatie heropend met de expositie 'Like Digital Art'. Na het MuDA in Zürich is het DDAMA het tweede museum voor digitale kunst in Europa. Het museum heeft geen eigen gebouw, maar vindt onderdak bij een kunsthandel in het winkelcentrum van Almere. De expositie is bedoeld als visitekaartje en etalage voor digitale kunst. De stichting DDAMA wil hiermee een aanzet geven tot de verdere ontwikkeling van een museum. Zij heeft zelf helaas geen financiële middelen en probeert via de huidige presentatie contact te maken met sponsors, subsidieverleners en particuliere instanties. In de nu lopende expositie zijn opmerkelijke werken te zien van onder meer Akha Hulzebos (Placa de la Virreina), Jan Coenen, Vion Pansiyue en Studio Moniker. Meer informatie: www.ddama.eu.

In editie 213 van het Belgische kunstblad De Witte Raaf staat dit keer het thema 'Freischwebende Intelligenz?' centraal. De vraag is of deze nog bestaat. Rudi Laermans analyseert de 'dood van de intellectureel' en de nieuwe schijngestalten van deze verdwenen mensensoort. Hans Demeyer heeft met Mark Fisher (1968-2017) alsnog een recent- weliswaar tragisch- voorbeeld van de vrije intellectureel gevonden. Voor Bart Verschaffel is het schrijfproject van de Vlaamse essayist Dirk Lauwaert (1944-2013) een aanhoudende poging om te verliezen met stijl. Eddy Bettens heeft het over 'notitieschrijvers' die met open handen weten te schrijven, terwijl Arnold Heumakers zich afvraagt of Erich Wichman (1890-1929) 'fascistische kunst' maakte en of die vraag wel zin heeft. Erwin Jans waarschuwt de hedendaagse diversiteitsdenkers voor de zwakte van het razend populaire 'Orientalisme' (1978) van Edward Said. In dit nummer neemt tevens Dirk Pültau afscheid van De Witte Raaf. Hij was jarenlang een van de belangrijke medewerkers van dit Belgische kunsttijdschrift en schreef talrijke artikelen over de hedendaagse beeldende kunst, kunstenaars en maatschappij en kunst. Vanaf juli 2018 wordt dit blad gemaakt door Laura Herman, Daniël Rovers en Christophe Van Gerrewey. Meer informatie: www.dewitteraaf.be.

In 1987 startte het magazine 'Beelden' als informatiebulletin van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Dit bulletin stopte in 1990, maar kreeg in 1997 een herstart als leporello van twaalf pagina's en ontwikkelde zich hierna stapsgewijs van magazine tot een kwartaalblad voor ruimtelijk georiënteerde kunst (veertig pagina's). In 2007 kwam dit blad echter los te staan van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, waarna uitgeverij Smit van 1876 het overnam. 'Beelden' is thans een van de weinige tijdschriften op het gebied van ruimtelijke kunst. In het blad worden tentoonstellingen en kunst in de openbare ruimten gerecenseerd en boeken besproken. Ook is er aandacht voor debatten, symposia en kunstprijzen. Het tijdschrift 'Beelden' is uitgegroeid tot een belangrijk en kritisch vak- en kunstblad. Meer informatie: www.beeldenmagazine.nl.

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

 

Jheronimus Bosch Art Center. Foto: Rob den Boer.

 

Afgelopen mei was ik in het Jheronimus Bosch Art Center in Den Bosch voor de opening van de tentoonstelling Lady Madonna, een mail-art tentoonstelling over de Maagd Maria, waaraan ik meedoe. Het is een onmogelijkheid om de originele werken (een 25-tal) van Jeroen Bosch bij elkaar te zien. Ze zijn verspreid over de wereld en mocht je er al een 'tegen het lijf' lopen, dan is het moeilijk om de details in de schilderijen goed te bestuderen, omdat je afstand moet houden. Bij het binnenlopen van het Art Center had ik geen last van deze beperkingen en werd ik overweldigd door en ondergedompeld in de bizarre rijkdom van de verbeelding van deze schilder. In de ruimte zweefden grote sculpturen: uitvergrote (ingetogen van kleur) voorstellingen uit zijn schilderijen, die gemaakt zijn in een Oost-Europees atelier. Kwaliteitsfoto's op ware grootte in 'originele' lijsten hingen aan de muren. Deze waren van dichtbij te bekijken. De drieluiken kon je zélf openen en sluiten. Alles van een laagdrempelige pracht. Op het altaar waren hallucinerende zoekplaten van een fotograaf te zien, die met dezelfde blik naar de wereld kijkt als Jheronimus Bosch deed. Vanzelfsprekend ziet deze nu andere dingen dan zijn collega uit de middeleeuwen. Ga je in de toren de post-kunsttentoonstelling bekijken, dan zou ik met de lift helemáál naar boven gaan. Je wordt daar beloond met een panoramatisch beeld van de stad. Op deze manier had ik nog nooit tegen de St Jan (de buurman) aan gekeken. Daal je hier vandaan met de wenteltrap naar beneden, dan vind je ergens op verdieping drie of vier mijn werk. Het bestaat alleen uit tekst. De litanie van de Maagd Maria, door een volle kerk in de maand mei opgezegd met de telkens repeterende galm 'Bid voor ons', had een hypnotiserende werking op me als schooljongetje. De tentoonstelling loopt nog t/m 6 januari 2019. Meer informatie: www.jheronimusbosch-artcenter.nl (Rinus Groenendaal).

Op 12 juli 2018 opende de Beeldentuin van Bret haar deuren. Op het eerste Amsterdamse circulaire bedrijventerrein, naast Station Sloterdijk, tonen Willem Harbers en Karin Dekker hun werk. De beeldentuin opent terwijl de tuin op zijn mooist is; de groene wijngaard in contrast met de rode paviljoens van zeecontainers. Het werk van Harbers en Dekker, industriële vormen in natuurlijke materialen en rood staal, onderstreept het contrast tussen mens en natuur. De tentoonstelling is aanleiding om de poorten van de tuin te openen voor de eerste bewoners van Sloterdijk, toeristen, studenten en mensen die in de omliggende bedrijfspanden werkzaam zijn. De Tuin van BRET is de plek waar een groep van ondernemers hun droom aan het verwezenlijken is. Ieder vanuit een andere achtergrond en vanuit een ander vakgebied maar met een zelfde doel: samen een eigen, inspirerende plek creeëeren die een zo minimaal mogelijke impact heeft op het milieu maar een zo maximaal mogelijk impuls geeft aan de omgeving. Tuin van Bret, Kastrupstraat 11, Amsterdam t/o Station Sloterdijk, nog t/m 2 september 2018. Meer informatie: www.tuinvanbret.nl.

In de Kunstkamer Vaassen is een expositie van moderne en hedendaagse kunst te zien die een breed overzicht biedt van schilderijen, tekeningen, fotografie, grafiek, keramiek, sculpturen, mixed media, ruimtelijke objecten, papierwerken, mail art, glasbeelden en new art. Nog te bezoeken t/m 15 oktober 2018, zaterdag en zondag van 13.00 -17.00 uur. Kunstkamer Vaassen, ter Heerdtspad 14, Vaassen, tel. 0578-617879, e-mail: w.adema6@kpnplanet.nl.

Konpaku geeft in juli een voorstelling op Tableau Vivant bij Oeljebroelje, een kunstmanifestatie in Fort Ellewoutsdijk, aan de Schelde. Meer informatie over het fort: www.natuurmonumenten.nl/fort-ellewoutsdijk. De voorstelling van Konpaku vindt plaats in een kazemat van het fort. De inspiratie voor de voorstelling komt uit een BBC-documentaire over grotten. Met Natasja de Lange, Han Koster en John Giskes (dans) en Stanley Pashouwers (DJ, muziek). Datum 22 juli 2018, van 11:00 tot 17:00 uur, toegang gratis. Meer informatie: www.facebook.com/konpaku.performances.

Terug naar boven | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACHTERGROND

Inhoud