Juni - augustus 2018, 13e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Odilon Redon
Literatuur en muziek

Odilon Redon, geboren als Bertrand-Jean Redon (1840-1916), is een eigenaardig geval binnen de schilderkunst. Tot zijn vijftigste jaar werkte hij uitsluitend in zwart, met houtskool en de teken- en etspen; pas na de geboorte van zijn zoon Ari in 1889 stapte hij over naar kleur.

Door Peter van Dijk

In het zwart maakte Redon dertig etsen en 170 litho's, waaronder tientallen monsters, spinnen, doodshoofden, los-zwevende hoofden, allerlei rariteiten en koele vrouwen. Vooral de monstertjes, wormachtige schepsels met een groot oog, opgerolde slakken met twee grote ogen, bolle kopjes met de staart van een zeemeermin, zijn bizarre wezens die niet uitnodigen om bekeken te worden. Waarom Redon tot zijn vijftigste het zwart en de sombere fantasiewezens verkoos boven de realiteit van alledag, valt misschien deels te verklaren uit zijn jeugd. Hij noemde zwart de kleur van droefenis en pijn.

Zijn moeder, Marie-Odile, aan wie hij zijn bijnaam te danken had, baarde hem toen zij vijftien jaar was. Het jaar daarvoor had zij al zijn broer Ernest, een muzikaal wonderkind, op de wereld gezet. Redon was een overgevoelig jongetje dat vermoedelijk aan epilepsie leed. Zijn kind-moeder, een Creoolse uit Louisiana (Amerika), kon zijn ziekelijkheid naast de zorg voor zijn broertje niet aan. Zijn gefortuneerde vader plaatste het jochie daarom eerst bij een verzorgster, daarna vanaf zijn vijfde bij zijn broer, die het wijndomein van de familie in de Médoc beheerde. De oom had echter meer verstand van wijn dan van kinderen. Daar, midden in de natuur, was Odilon vaak eenzaam en kon hij zijn fantasie laten gaan, zo blijkt uit zijn autobiografische notities 'Confidences d’artiste'.

Er bestaat een etsje 'Angst' (uit 1866) van Redon. Volgens kunsthistoricus Douglas W. Druick, die de catalogus voor de Redon-tentoonstelling in Chicago in 1994 samenstelde, is er een verband tussen dit etsje en het gedicht 'Elfenkoning' van Goethe. In Goethes gedicht wordt een doodziek jongetje door zijn vader te paard naar huis gebracht, maar tijdens de korte rit wordt het kind door de elfenkoning uit het leven weggerukt. Het zou als een beschrijving van Odilons traumatische scheiding van zijn ouders kunnen dienen.

Talentvol
De kleine Bertrand-Jean was een talentvol jochie, hij speelde prachtig viool, hield van lezen en had aanleg voor schrijven. Teruggekeerd in Bordeaux won hij op de middelbare school een tekenwedstrijd. In deze periode, die hij zelf als een trieste, betreurenswaardige tijd beschreef, besloot hij kunstenaar te worden. Eerst moest hij om zijn vader tevreden te stellen bouwkunde studeren, maar dat mislukte. Hij nam vervolgens teken-, schilder- en grafische lessen en begon zich te interesseren voor Darwin, Lamarck, de evolutie in het algemeen en de evolutie van de mens uit lagere soorten in het bijzonder. De gedachte dat de mens sporen van zijn primitieve voorouders in zich droeg, hield hem zeer bezig.

Verhuisd naar Parijs werd hij een trouw bezoeker van het Muséum d’Histoire Naturelle. Hij schreef over zijn belangstelling: "De vergelijkende studie in het Muséum gaf me een idee van de essentiële structuur die aan ieder wezen ten grondslag ligt. Het idee om mijn eigen denkbeeldige wezens te scheppen volgde al snel. (…) Ik wil ze geen ‘monsters’ noemen, maar eerder menselijke fantasieën, gespeeld op het toetsenbord van de osteologie (skelettenkunde), met een licht christelijke ondertoon."

Redon als schepper van zijn eigen bizarre fantasiewereld. Zijn leven lang huldigde hij de stelling dat er voor kunstbeoefening twee voorwaarden zijn: isolement en melancholie. Volgens hem kan je alleen in de eenzaamheid afdalen in jezelf, als een moderne Orpheus en vervolgens weer opstijgen als het paard Pegasus. Beide mythologische figuren zien we herhaaldelijk in zijn werk terug. Vele van zijn zwart-wit litho’s en tekeningen zijn door Helène Kröller-Müller verzameld. Haar totale collectie werken van Redon telt 167 stuks. Ze vormen de basis van de huidige tentoonstelling.

Essentiële waarden
Redons eeuw, de negentiende, was een eeuw van veranderingen. De komst van de locomotief, het einde van de feodale maatschappij; het geloof in god nam af, het geloof in geld nam toe, het was een tumultueuze tijd met oorlogen en opstanden. Het was niet verbazend dat er allerlei stromingen in de beeldende kunst opkwamen die de moderniteit afwezen en op zoek gingen naar de essentiële waarden van het menselijke leven. Van de vele stromingen die de moderniteit afwezen, gebruikten de romantici hun persoonlijke ervaringen en emoties als uitgangspunt voor hun kunst, als reactie op het rationalisme van de Verlichting. De impressionisten hadden vooral belangstelling voor het landelijke leven, als vlucht uit de mechaniserende wereld.

De symbolisten, bij wie Redon hoort, zetten de liefde voor traditie, het idee, de eeuwige innerlijke waarden en de spiritualiteit in het leven tegenover het vooruitgangsdenken. Zij probeerden achter de kenbare werkelijkheid te kijken, ze wilden het onzichtbare zichtbaar maken. De thema’s van de symbolisten waren meestal liefde, vrees en angst, dood, lust en sexualiteit. De volmaakte expressie van hun emoties was het vrouwelijke wezen, dat in twee oervormen weergegeven werd, de serene afstandelijke maagd en de onweerstaanbare femme fatale.

De symbolisten vormden een onsamenhangende groep. In Frankrijk, de katholieke bakermat van deze stroming, kunnen Pierre Puvis de Chavannes, Gustave Moreau, Eugene Carrière, Paul Gauguin, Felix Vallotton, Emile Bernard en Maurice Denis er toe gerekend worden. In Duitsland: Franz von Stuck, Arnold Böcklin, in Oostenrijk Gustav Klimt, in België James Ensor en in Nederland kan Jan Toorop bij het symbolisme ingedeeld worden. Wat de symbolisten bond, was een pessimistische kijk op de wereld, ze zagen overal verval en een wereld in doodsnood. De prototypische uitbeelding van het symbolisme is 'De Schreeuw' van Edvard Munch.

Bijbel van de symbolisten
Odilon Redon werd pas bekend toen de Franse schrijver en kunstcriticus Joris-Karl Huysmans de hoofdpersoon in een van zijn romans, hertog Jean Floressas des Esseintes, een zeer excentrieke en decadente snob, het werk van Redon liet verzamelen. Deze roman 'A rebours' uit 1884 (in het Nederlands vertaald als 'Tegen de keer') mag gelden als de bijbel van de symbolisten. Des Esseintes is een grillige estheet, die de vervlakking van de burgerlijke samenleving verfoeit, tegen het materialisme en de democratie fulmineert en tussendoor allerlei kunstzinnige opvattingen debiteert. Zijn geestelijke vader, Joris-Karl Huysmans, zoon van een Nederlandse vader en een Franse moeder, bekeerde zich tenslotte tot het katholicisme en verdiepte zich in de religieuze mystiek. Een model-symbolist.

In 'Tegen de keer' van Huysmans komt een beschrijving van vleselijke lust voor die een sleutelrol kan spelen in de verklaring van Redons werk. De schrijver vertelt het verhaal van Salomé, dat is het verhaal van koning Antipas die te gronde gaat door een onbeheersbare lust, die is opgewekt door het kijken naar een seksueel beladen tafereel. Huysmans schrijft: "Salomé die door de golvende beweging van haar borsten en haar buik, door het trillen van haar dijen, de kracht van de koning ondermijnt en zijn wil breekt."

Ook Oscar Wilde waarschuwde in zijn toneelstuk 'Salomé': "Kijk niet naar haar. Ik smeek u niet naar haar te kijken." Deze waarschuwing komt herhaaldelijk in zijn toneelstuk terug. Wilde bedacht de 'Dans van de zeven sluiers', die in het oorspronkelijke bijbelverhaal niet voorkomt, waarin Salomé de koning een langzame zinnenprikkelende striptease voortovert. Salomé boeide ook Redon, hij tekende, etste en schilderde haar talloze malen. In tegenstelling tot de gebruikelijke voorstelling van een voluptueuze wilde prinses, zoals van bijvoorbeeld Franz von Stuck of Lovis Corinth, beeldde Redon haar uit als een klassieke bedeesde schoonheid, meestal en profil, terughoudend en passief.

In Redons beeldtaal is er een duidelijk verband tussen kijken en begeerte, schrijft de Amerikaanse kunsthistorica dr. Martha Lucy in 'De blik en de vrees, Redons femmes fatales', haar fascinerende bijdrage aan de catalogus bij de tentoonstelling in het Kröller-Müller. Vooral in het zwarte deel van zijn oeuvre speelt de oogbol een hoofdrol. Voorop het reuzenoog van de cycloop, in tekeningen en studies. Maar er zijn volop andere oogbollen te zien in de tentoonstelling op de Hoge Veluwe. Oogbollen die zweven over oceanen, in eierdopjes zitten, op een schaal liggen; ze ontspruiten uit bloemen of ze vormen het uiteinde van een raar beestje. Ogen hebben maar één functie: kijken. Kijken is wat koning Antipas begerig naar Salomé deed.

Oerkrachten
In zijn geschriften worstelde Redon duidelijk met zijn eigen onbewuste oerkrachten. Als hij over ‘de zaken van het hart’ begint, schrijft hij dat het hart werkt volgens ‘oneindig raadselachtige wetten, zodat als je een vrouw ontmoet … het bezit neemt van je hele persoon, als een overheersing, een invasie … waarbij je niet meer goed kunt onderscheiden wat behoorlijk gedrag is, waar het verschil tussen goed en kwaad niet meer bestaat". (cat. p.159) Redon wilde zich niet verliezen in zijn eigen lusten zoals Antipas. ‘Gelukkig zijn de wijze mannen die zichzelf meester zijn en die hun verlangens kunnen bedwingen."

In zijn geschriften, zo schrijft Lucy, wordt Redon heen en weer geslingerd tussen verlangen en zelfverwijt, een strijd tussen toegeven en schuldgevoel, die alleen beëindigd kan worden door de dood, de afwezigheid van gevoelens. Vanwege deze zielenstrijd was Redon ook verzot op de roman 'De verzoeking van de heilige Antonius' van Gustave Flaubert, ‘een goudmijn voor mezelf’. In deze roman wordt de woestijnheilige Antonius bezocht door onder meer erotische visioenen, die hem erg opwinden. Redon heeft deze roman uitgebreid geïllustreerd, de illustraties zijn eveneens te zien op de tentoonstelling van Kröller-Müller.

Het gaat in Redons werk niet om de zinnenprikkelende kant van de erotiek, maar meer om de psychologische kwelling. In zijn interpretaties van Salomé schildert Redon sluiers om haar lichaam, niet om het te accentueren, maar om het te laten verdwijnen. En hij schildert nog vaker Johannes de Dopers afgehakte hoofd, niet bloederig of gruwelijk, maar juist vredig en kalm. Lucy heeft daarvoor een mooie verklaring. Johannes was de enige man die Salomé weerstond, hij weigerde te kijken, wat de woede van de verliefde Salomé opriep. Het voort-levende en vredige afgehakte hoofd van Johannes is in feite de droom van Redon: een geest zonder lichaam, een hoofd vol van spiritualiteit dat niet bedorven wordt door vleselijke verlangens.

Zwart was (noodzakelijk gepaard aan wit) in zijn strategie om niet seksueel geprikkeld te worden, de enige kleur die afstand hield, neutraal was. In zijn eigen woorden: "Zwart behaagt niet, roept geen wellust op en wekt de seksualiteit niet. Het is het instrument van de geest."

Eindelijk kleur
Gelukkig is Redon oud geworden en is hij vanaf zijn vijftigste jaar, onder invloed van Paul Gauguin, naast zwart ook kleur gaan gebruiken. Vermoedelijk nam zijn libido met de jaren af en daarmee zijn innerlijke strijd. Hij kreeg een zoon, Ari, in 1889, samen met zijn vrouw Camille Fait, eveneens een Creoolse, met wie hij in 1880 trouwde. Zij stond model voor het prachtige portret 'De gele sjaal', in de kleuren blauw en geel (krijt en pastel op papier, 1899). Odilon kwam in rustiger vaarwater en schonk de kunstliefhebbers de mooiste kleuren. Door gebruik te maken van pastel en olieverf wist hij de bloemen, die hij in verrassende kleurcombinaties tekende en schilderde, een dromerige en sprookjesachtige allure mee te geven.

De zoektocht naar spiritualiteit, naar de achterkant van de zichtbare wereld, bleef hem zijn leven lang bezighouden. Ook zijn vrouwen in pastelkleuren, met of zonder bloemen, soms in boten, blijven verstilde en ongrijpbare wezens, net als de veldboeketten, verschijnselen van een mysterie. Voor Redons kleurgebruik is een tocht naar de Hoge Veluwe al de moeite waard.

Odilon Redon, La littérature et la musique, t/m 9 september 2018, Kröller-Müller Museum, Houtkampweg 6, Otterlo. Website: https://krollermuller.nl/odilon-redon.

Peter van Dijk is journalist.