September - november 2018, 13e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Achtergrond

Drie internationale kunstenaars

In de afgelopen drie maanden heeft het werk van El Anatasui, Kara Walker en Michal Rovner grote indruk op mij gemaakt. Ik ervoer geheel nieuwe gezichtspunten in hun beeldende kunst. In het werk van de kunstenaar El Anatsui is een volstrekt nieuwe beeldtaal ontstaan uit een ambachtelijke werkwijze en hernieuwd gebruik van Ghanese producten, terwijl de Amerikaanse Kara Walker met haar immens grote silhouetten een grote betrokkenheid toont bij raciale thema's en Michal Rovner (Israel) digitale technologie gebruikt voor aangrijpende foto- en filmbeelden. Dit zijn allemaal thema's die momenteel wereldwijd actueel zijn. Om die reden heb ik deze kunstenaars in de onderstaande tekst samen besproken.
 
Door Wim Adema

De beeldend kunstenaar El Anatsui (Ghana, 1944) gebruikt in zijn werk alledaagse producten en onderdelen en realiseert hiermee een nieuwe beeldtaal, die tegelijk verrassend van vorm is. Grote bekendheid kreeg Anatsui met wandkleden die gemaakt zijn van flessendoppen.

Zijn opleiding volgde El Anatsui aan de Universiteit van Kumasi (Ghana). Sinds 1975 woont en werkt hij als kunstenaar en kunstdocent in Nsukka (Nigeria). Daarnaast is hij ook werkzaam als docent aan de Universiteit van Nigeria. Als lid van de kunstenaarsgroep Nsukka heeft Anatsui een sterke binding met de wortels van het cultureel erfgoed van de Igbo-gemeenschap. De Igbo zijn bekend vanwege hun uri- of uli-tekeningen. Deze zijn traditioneel van opzet, lineair van karakter en bezitten weinig perspectief, terwijl de vormgeving asymmetrisch is. Deze tekeningen worden gebruikt op doodskisten en bij gemeenschappelijke rituelen.

El Anatsui werkt met deze lokale symboliek en gebruikt deze materialen op een traditionele, ambachtelijke manier. Tijdens de productie van zijn monumentale kunstwerken, werkt de kunstenaar met lokale ambachtsmensen. Zo wil hij uiting geven aan zijn betrokkenheid bij de Afrikaanse geschiedenis, de postkoloniale tijd en de hedendaagse werkelijkheid. Zijn thema's hebben een politiek-maatschappelijk karakter en zijn vooral gericht op de zorg voor de aarde.

Binnen deze thematiek laat El Anatsui echter een grote artistieke vrijheid zien. De eerder genoemde wandkleden, opgebouwd uit geplette flessendoppen, tonen een imponerende vormgeving. Het is een mozaïek dat uit zeer kleine delen is opgebouwd, die samen een indringend beeld oproepen. De kunstenaar gebruikt ook metalen stencilrollen. De geplette vierkante plaatjes vormen samen een wandkleed in veel grijstinten.

In de vorige eeuw werkte El Anatsui veel met klei, hout, textiel en wegwerpmaterialen, terwijl hij in de 21e eeuw ook installaties ging maken. Zijn kunstwerken hebben onder andere een plaats gekregen in het National Museum of African Art in New York, het National Museum of African Art in Washington DC en bekende galeries zoals de Hayward Gallery in Londen. Anatsui nam aan twee Biënnales van Venetië deel, in 1990 en 2007. In 2009 ontving hij voor zijn werk de Prins Claus Prijs. De beeldende kunst van El Anatsui is doorlopend onderhevig aan verandering: 'Het leven zelf is een mysterie. Ik wil dat mijn kunst dat mysterie weerspiegelt'.

De Amerikaanse kunstenares Kara Walker werd op 26 november 1969 geboren in Stockton, USA. Als beeldend kunstenaar heeft zij een grote veelzijdigheid ontwikkeld en werkt als schilder, silhouettist en grafica. Ook maakt zij installaties en films. Haar werk kenmerkt zich door een intense betrokkenheid bij thema's als ras, gender, seksualiteit, geweld en identiteit. Walker werd vooral bekend door haar kamergrote tableaus van uitgeknipte papieren silhouetten.

Kara Walker studeerde aan het Atlanta College of Art en behaalde haar Master of Fine Arts aan de Rhode Island School of Design. Stap voor stap liet zij het thema 'ras' doorwerken in haar beeldende kunst. Zij was namelijk opgegroeid in een beschermd milieu, maar de aanwezigheid van racisme in de staat Georgia was voor haar als zwarte Amerikaanse een grote schok. Zij werd in die staat een 'nigger' genoemd. De grote zwarte figuren in haar uitgeknipte silhouetten vertellen over de Amerikaanse geschiedenis van slavernij en racisme.

In haar werk gebruikt zij de gouache- en aquareltechniek, video-animatie, schaduwpoppen en magische lantaarnprojecties. Walker maakt ook grote installaties, waarin het contact met het publiek van belang is. De kunstenaars Adrian Piper, Robert Colescott en Andy Warhol waren voor de ontwikkeling in haar werk belangrijk.

Met haar silhouetten probeert Kara Walker de nachtmerrie te verbeelden die de brutaliteit van het Amerikaanse racisme en de ongelijkheid laat zien. In 2018 maakte zij grote indruk met de installatie 'Cries of Distress, Horror and Resistance: At Prospect.4' in New Orleans. Op de plaats van de aankomst van de slaven, Algiers Point, bouwde Walker een installatie die vertelde over de Afrikaanse slavernij: 'Kataswóf Karavan'. Op een door stoom aangedreven 'calliope', een soort Amerikaans kermisorgel op vier houten wielen, staan zwarte silhouetfiguren, uitgesneden in staal. Het zijn slaven die in een processie lopen en dansen, in een onheilspellend landschap met bomen, planten en gras. Steeds klinken aangrijpende liederen uit het Afrikaans-Amerikaans verzet. Onder andere: 'We shall overcome' en 'Many rivers to cross'.

Dit aangrijpende werk van Kara Walker stond slechts drie dagen op Algiers Point, maar dat had een grote historische betekenis. 'Kataswóf' is namelijk het Haitiaanse-Creoolse woord voor 'catastrophe'. De geluiden vanuit de calliope waren schril, luid en onwelluidend. De menselijke beweging op de 'calliope' was chaotisch. Kara Walker hoopt dat haar installatie een definitieve plaats in New Orleans zal krijgen.

Het beeldende werk van de Israëlische kunstenares Michal Rovner (Tel Aviv, 1957) toont een grote veelzijdigheid. Haar opleiding aan de Universiteit van Tel Aviv bestond uit de studies film, televisie en filosofie. Zij zette haar opleiding in 1981 voort aan de Bezalel Academie voor Kunst, waar zij in 1985 een BFA in fotografie en kunst behaalde. Sinds 1987 woont en werkt Rovner in New York.

In haar vroege fotografiereeks 'Outside' (1990-1991) staat een bedoeïenenkamp in de woestijn centraal, waarvan de opnames door een bepaalde manier van herdrukken vervormd zijn in grootte en kleur. Ook in de 'Decoy'-serie (1991) verstoorde zij als fotograaf de radar- en surveillancebeelden, om onduidelijke fotobeelden te kunnen maken van groepen mensen. In haar latere film- en videowerk laat zij eveneens de anonimiteit van mens en dier zien (onder andere 'Monoprints of Birds', 1998). In Rovners installaties uit de periode 1995-1998 wordt een politiek commentaar gegeven op de situatie aan de grens tussen Libanon en Israël, waar elektrische hekken en wachttorens een vrije doorgang belemmeren.

De Amerikaanse componist Philip Glass werkte met Michal Rovner samen in de video 'Notes' (2011). In deze film loopt een groep mensen tegen een hellend vlak op. Dit beeld wordt begeleid door muziekklanken. Later ontstond een zeer grote 'multi-channel' video-installatie, waarop eindeloze rijen onduidelijke wezens te zien zijn. Op de 50e Biënnale van Venetië verraste Michal Rovner het internationale publiek met mediakunst waarin digitale kunst gebruikt werd.

Haar grote fotoproject 'Night' uit 2016 biedt een indringende en geheimzinnige kijk in het nachtleven van jakhalzen. Grote fotobeelden tonen de dieren als zwarte schaduwen, waarbij hun helverlichte ogen als schijnwerpers gericht zijn op de museumbezoeker. Hun vage donkergrijze lichamen gaan op in de hen omringende zwarte nacht. In 'Outside # 3', 1991, zijn ook donkere transparante schaduwen van bewegende mensen te zien.

Michal Rovner fascineert met aangrijpende, monumentale foto- en filmbeelden. Mens en dier staan hierbij centraal in een schimmige onbereikbare wereld. De grens tussen realiteit, onze herinneringen en de magie van de nacht, worden doorlopend door haar verkend. Die vormt een zoektocht naar waarneming, realiteit en identiteit.

Meer informatie: www.tate.org.uk/el-anatsui | www.karawalkerstudio.com | www.pacegallery.com/michal-rovner.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Het Oog van de Dichter
25 schilderijgedichten, belicht door Anton Korteweg

Luc De Voldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel, de uitgeverij waar dit boek in de lente van 2017 is verschenen, schreef het volgende:

''Soms wil je als lezer in het hoofd van een dichter kijken. Wat heeft hem of haar tot een gedicht verleid? Helaas krijg je zelden de kiemen van een vers te zien.Bij gedichten die op schilderijen zijn geïnspireerd, is het anders: daar kun je rechtstreeks kennis nemen van de inspiratiebron. Je kijkt als het ware mee door het oog van de dichter.''

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Anton Korteweg heeft een mooie bloemlezing gemaakt, met gedichten van onder meer Charlotte Mutsaers, M. Vasalis, Roland Jooris, Anna Enquist, Eddy van Vliet en schilderijen van Gauguin, Khnopff, Renoir, Raveel, Morandi en anderen. Enkele heb ik er uitgelicht, waaronder Morandi, omdat Museo Morandi in Bologna nog steeds niet is afgevinkt op mijn lijstje met geplande museum-bezoeken.

Het schilderij 'Schaduw werd opgehoopt' (stilleven, 1953/55, 22,5 x 35,5 cm, olieverf op doek, Stedelijk Museum Amsterdam) van Giorgio Morandi (1890-1964), is gekoppeld aan een gedicht van Roland Jooris, 'Morandi stilleven', uit: gedichten 1958-1978, Lotus Antwerpen 1978.

En ik koos het gedicht van Ingmar Heytze 'Agatha' uit: Ademhalen onder de maan, Podium Amsterdam 2012, omdat vrienden deze naam voor hun dochter kozen: Agata, geboren in Assisi, ook in de lente van 2017. Het gedicht van Heytze heet: 'Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege'. Dit wordt gecombineerd met een schilderij van Jan van Scorel (1495-1562), 'Agatha van Schoonhoven' (37,5 x 26 cm, olieverf op doek, 1529, Galleria Doria Pamphilj, Rome).

Nog twee er uitgelicht, in woord, beeld en muziek: 'Wegdromen naar een ongehoorde bel' en 'Het ergste is als alles blijft zoals het is', zie ook het filmpje via deze link: www.vimeo.com/204170269

 
De cover van het boek.

Een aardige anekdote bij het schilderij 'En écoutant Schumann' van Fernand Khnopff is, dat James Ensor, een tijdgenoot van Khnopff, een soortgelijk schilderij maakte met de titel 'Russische muziek'. Het tafereel bestaat hier inderdaad ook uit één pianospelend en één luisterend persoon, waarbij in dit geval een vrouw piano speelt en geheel in beeld is gebracht, terwijl de luisterende hier een man is. Ensor maakte zijn schilderij echter twee jaar eerder en beschuldigde Khnopff vervolgens van kopieergedrag. De twee hebben elkaar gemeden na die tijd. Wat zou het zijn geweest, geïnspireerd of gekopieerd?

Schilderijgedichten
Achterin het boek schrijft Korteweg een uitgebreide en interessante verantwoording: 'Totdat het gaaf te prijken stond, een verantwoording', (blz. 217-260). Korteweg schrijft hier dat hij uitsluitend echte 'schilderijgedichten' heeft opgenomen, dus gedichten die hun oorsprong vinden in de ontmoeting van een dichter met één bepaald schilderij, of een afbeelding daarvan. De enige uitzondering is het gedicht van Ad Zuiderent, 'Zonder titel', waarin hij verlangt de titelloze blauwe koffiekan van Klaas Gubbels aan de muur erbij te willen hebben en dan voor lief neemt dat het een houtdruk op papier is.

"Geen tekeningen, geen etsen, geen foto's, laat staan plastische kunstwerken. Alleen schilderijen. Het zijn vijfentwintig drie-eenheden, die elk voor zich een combinatie vormen van een schilderij, een gedicht en een opstel," aldus Korteweg. "Het oog van de dichter' is een 'Musée imaginaire'. De gedichten zijn de zaalteksten van de conservatoren. Mijn commentaar daarop is de tekst van de eigenwijze directeur in de catalogus. Het boek is een uitnodiging aan de lezer, om als padvinder of rechercheur, een eigen denkbeeldig museum van zijn favoriete schilderijgedichten in te richten. Er is nog heel wat brood voor oog en hart te vinden."

Het oog van de dichter, 25 schilderijgedichten belicht, Anton Korteweg, Ons Erfdeel vzw, ISBN 978-90-7970-526-9, ook verkrijgbaar als e-boek. Website: www.onserfdeel.be.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

FRAME
20 years: Framing the future

In deze jubileumuitgave van FRAME, een internationaal magazine voor interieurontwerp, werd op een originele en interessante wijze de twintigjarige ontwikkeling (1997-2017) van het interieurontwerp belicht. Door fraaie fotografie en boeiende interviews met ontwerpers ontstond een uitstekend beeld van het verleden, heden en de toekomst van het interieurontwerp.

Door Wim Adema

Hoofdredacteur Robert Thiemann beschreef de hoofdlijnen van het magazine met de volgende woorden: "In 1997 verscheen de eerste editie van FRAME. Twintig jaar later is het duidelijk dat design een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt."
Interieurontwerpers gebruiken nu een groot scala van methoden en technieken en werken met de meest geavanceerde technologie, materialen, licht en kleur. Ik ervaar in dit boek dat ontwerpers bij de ontwikkeling van hun producten ook rekening houden met 'experience'.
"De ontwerpen dienen ook geschikt te zijn voor een goede plaats in het interieur, ruimte geven voor een goede communicatie. In feite wil de hedendaagse ontwerper het DNA van de klant, een identiteit, in zijn ontwerpen verwerken. Het magazine FRAME heeft in de afgelopen twintig jaar geprobeerd deze ontwikkelingen en de toekomst van het interieurontwerp een platform te geven," aldus Thiemann.

In dit nummer stond het getal '20' centraal. Dit getal bepaalde het aantal geïnterviewde ontwerpers, de designs voor nieuwe ruimtes (spaces) en de toepassingen van geavanceerde technologie. Binnen dit frame van twintig ontstond een evenwichtige balans tussen beeld en tekst, in portretten, ruimten, toekomst en rapporten.

 
Image courtesy of jackthumm at FreeDigitalPhotos.net.

Er is uitgebreid aandacht voor de twintigjarige geschiedenis van de 'stoel', de toepassing van het licht, nieuwe definities van ruimtebeleving en de toekomst van het ontwerp. Dit geeft een verrassende inkijk in het samengaan van 'radial architecture, large-scale video', 'atmospheric lighting' en 'holographic illusions' en toont tegelijk een vergezicht op nieuwe ontwikkelingen. De jubileumuitgave van FRAME uit 2017 maakt ook heel nieuwsgierig naar de toekomst van het interieurontwerp: 'New furniture captures the spirit of the age'.

FRAME nr. 116, mei/juni 2017, Special Anniversary Issue, Amsterdam. Meer informatie: www.frameweb.com.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel! | LEES ACTUELE BERICHTEN OP DE PAGINA UITGELICHT

Inhoud