September - november 2018, 13e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Het Oog van de Dichter
25 schilderijgedichten, belicht door Anton Korteweg

Luc De Voldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel, de uitgeverij waar dit boek in de lente van 2017 is verschenen, schreef het volgende:

''Soms wil je als lezer in het hoofd van een dichter kijken. Wat heeft hem of haar tot een gedicht verleid? Helaas krijg je zelden de kiemen van een vers te zien.Bij gedichten die op schilderijen zijn geïnspireerd, is het anders: daar kun je rechtstreeks kennis nemen van de inspiratiebron. Je kijkt als het ware mee door het oog van de dichter.''

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Anton Korteweg heeft een mooie bloemlezing gemaakt, met gedichten van onder meer Charlotte Mutsaers, M. Vasalis, Roland Jooris, Anna Enquist, Eddy van Vliet en schilderijen van Gauguin, Khnopff, Renoir, Raveel, Morandi en anderen. Enkele heb ik er uitgelicht, waaronder Morandi, omdat Museo Morandi in Bologna nog steeds niet is afgevinkt op mijn lijstje met geplande museumbezoeken.

Het schilderij 'Schaduw werd opgehoopt' (stilleven, 1953/55, 22,5 x 35,5 cm, olieverf op doek, Stedelijk Museum Amsterdam) van Giorgio Morandi (1890-1964), is gekoppeld aan een gedicht van Roland Jooris, 'Morandi stilleven', uit: gedichten 1958-1978, Lotus Antwerpen 1978. En ik koos het gedicht van Ingmar Heytze 'Agatha' uit: Ademhalen onder de maan, Podium Amsterdam 2012, omdat vrienden deze naam voor hun dochter kozen: Agata, geboren in Assisi, ook in de lente van 2017. Het gedicht van Heytze heet: 'Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege'. Dit wordt gecombineerd met een schilderij van Jan van Scorel (1495-1562), 'Agatha van Schoonhoven' (37,5 x 26 cm, olieverf op doek, 1529, Galleria Doria Pamphilj, Rome).

Nog twee er uitgelicht, in woord, beeld en muziek: 'Wegdromen naar een ongehoorde bel' en 'Het ergste is als alles blijft zoals het is', zie: www.vimeo.com/204170269

Een aardige anekdote bij het schilderij 'En écoutant Schumann' van Fernand Khnopff is, dat James Ensor, een tijdgenoot van Khnopff, een soortgelijk schilderij maakte met de titel 'Russische muziek'. Het tafereel bestaat hier inderdaad ook uit één pianospelend en één luisterend persoon, waarbij in dit geval een vrouw piano speelt en geheel in beeld is gebracht, terwijl de luisterende hier een man is. Ensor maakte zijn schilderij echter twee jaar eerder en beschuldigde Khnopff vervolgens van kopieergedrag. De twee hebben elkaar gemeden na die tijd. Wat zou het zijn geweest, geïnspireerd of gekopieerd?

Schilderijgedichten
Achterin het boek schrijft Korteweg een uitgebreide en interessante verantwoording: 'Totdat het gaaf te prijken stond, een verantwoording', (blz. 217-260). Korteweg schrijft hier dat hij uitsluitend echte 'schilderijgedichten' heeft opgenomen, dus gedichten die hun oorsprong vinden in de ontmoeting van een dichter met één bepaald schilderij, of een afbeelding daarvan. De enige uitzondering is het gedicht van Ad Zuiderent, 'Zonder titel', waarin hij verlangt de titelloze blauwe koffiekan van Klaas Gubbels aan de muur erbij te willen hebben en dan voor lief neemt dat het een houtdruk op papier is.

"Geen tekeningen, geen etsen, geen foto's, laat staan plastische kunstwerken. Alleen schilderijen. Het zijn vijfentwintig drie-eenheden, die elk voor zich een combinatie vormen van een schilderij, een gedicht en een opstel," aldus Korteweg. "Het oog van de dichter' is een 'Musée imaginaire'. De gedichten zijn de zaalteksten van de conservatoren. Mijn commentaar daarop is de tekst van de eigenwijze directeur in de catalogus. Het boek is een uitnodiging aan de lezer, om als padvinder of rechercheur, een eigen denkbeeldig museum van zijn favoriete schilderijgedichten in te richten. Er is nog heel wat brood voor oog en hart te vinden."

Het oog van de dichter, 25 schilderijgedichten belicht, Anton Korteweg, Ons Erfdeel vzw, ISBN 978-90-7970-526-9, ook verkrijgbaar als e-boek. Website: www.onserfdeel.be.