September - november 2018, 13e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Aan Zee

"De tentoonstelling 'Aan Zee' neemt u mee op reis langs een schitterend stukje Nederland: de Zeeuwse kust met de brede stranden, fraaie duinen, schilderachtige dorpjes en het befaamde Zeeuwse licht." Dit is de openingszin van het tijdschrift 'Aan Zee', dat dient als vrolijke, lichtvoetige catalogus bij de tentoonstelling. Hij staat vol anekdotes, foto's, columns van bekende Zeeuwen en essays over de schilders van het licht van Zeeland: de luministen (lumen = licht) Piet Mondriaan, Jan Toorop, Ferdinand Hart Nibbrig en de expressioniste Jacoba van Heemskerck. Een heerlijke gids voor een zonnige tentoonstelling.

Door Peter van Dijk

Maar bestaat het licht van Zeeland wel? Volgens de Zeeuwse kunstenaar Loek Grootjans zeker. In de aanstekelijke tv-documentaire 'Panorama Pijbes' (maart 2017) liet hij aluminium bakken zien, waarin hij strandzand en zeewater van verschillende locaties had gestort. Onder kunstlicht en met verschillende waterstromingen kon hij aantonen dat het licht per uur en per plek kan veranderen.

Piet Mondriaan, die door de Eerste Wereldoorlog gedwongen werd in Domburg te blijven, wist de schittering van het Zeeuwse licht en de reflecties te vangen. Hij tekende en schilderde in kleine lijnstukjes de zee met de lucht er boven, met pieren, met duinen.

 
Piet Mondriaan (1872-1944), 'Zeegezicht', 1909, olieverf op karton, 34,5 x 50,5 cm. Gemeentemuseum Den Haag.

Hij gebruikte een nieuwe techniek, gebaseerd op het pointillisme. Mondriaan in een brief aan een criticus: "Ik vind voor onzen tijd bepaald noodig, dat de verf zo veel mogelijk puur naast elkaar gezet wordt op een pointillé of diffuze wijze." (tijdschrift Aan Zee, p.22). Het licht in de Zeeuwse schilderijen van Mondriaan moet wel Zeeuws licht zijn, in Mondriaans werk bestaat het dus.

Jan Toorop
Jan Toorop (1858-1928), verslingerd aan de schoonheid van Domburg en het licht, wist Mondriaan te verleiden naar Zeeland te komen. Ze leerden elkaar de kneepjes van het pointillisme (schilderen door puntjes primaire kleur tegen elkaar te zetten, het menselijk oog ziet dan een secundaire kleur, bijv. rode naast gele stippen geeft oranje).

Beiden hadden de ambitie om het geestelijke, het spirituele te verbeelden. Toorop was een katholiek, hij zocht God in de natuur en Mondriaan was een theosoof, die de synthese van het natuurlijke en geestelijke zocht te verbeelden. Beiden werd de 'overwinning van het licht' toegedicht: "In zonnige, van licht en lucht doortrokken voorstellingen werd een diep doorleefd gevoel doorgegeven. Kleur en lijn bleken in staat om diepere lagen van een spirituele emotie aan te boren" (Aan Zee, p.20). Toorop keerde iedere zomer terug naar Domburg om het Zeeuwse licht te beleven en te schilderen.

Ook de Commissaris van de Koning in Zeeland, Han Polman, vindt dat het typisch Zeeuwse licht bestaat. "Je bent altijd binnen twintig minuten bij open water. Ons beroemde licht is daardoor anders. De zon breekt hier ook sneller door. Bovendien is er door de zoutkristallen een ander soort blauw, een ander soort glinstering. Dit licht heb je nergens anders in ons land." (Aan Zee, pag. 35)

Fotograaf

Het leuke van het tijdschrift/de catalogus 'Aan Zee' is dat tegenspreken niet erg is. De Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren, die de opdracht van het museum kreeg om op zíjn manier de zee, de natuur en het licht van Zeeland vast te leggen en dat magistraal deed, zegt: "Nee, dat is flauwekul. Het 'Zeeuwse licht' kan je ook perfect vinden op Schiermonnikoog. Het heeft te maken met de ruimte die je krijgt. En die krijg je aan zee. Hetzelfde zie ik ook, waar ik woon, als ik op het strand sta. Maar je vindt het niet in de stad."

Illustratief voor het mysterie-licht zijn de laatste woorden van Ferdinand Hart Nibbrig, de pointillistische schilder, die zelfs een huis in Zoutelande liet bouwen om beter de tinteling van het Zeeuwse licht te kunnen vangen. Op zijn sterfbed zei hij: "Nu pas zie ik het licht zoals het is." (Aan Zee, p.48) Hoogstwaarschijnlijk heeft de theosoof Hart Nibbrig het laatste licht als spiritueel ervaren.

Het ervaren van licht is subjectief. Licht verschilt per streek, per uur, per weersgesteldheid en per waarnemer.

Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915), 'Zeeuws meisje', 1914, olieverf op doek, 50,5 x 40,5 cm Gemeentemuseum Den Haag.

De schilderingen van Toorop, Mondriaan en Hart Nibbrig op de Haagse tentoonstelling verschillen, maar de kunstenaars veroorzaken met hun werk alledrie een opwindende zonnige sensatie van essentiële rust en harmonie.

Guggenheim
In Den Haag hangt een schilderij van Mondriaan (1872-1944), dat na de tentoonstelling in november teruggaat naar New York. 'Zomer, Duin in Zeeland' uit 1910. Een schitterend schilderij, in slechts drie kleuren: licht blauw, violet en geel. Voor het eerst experimenteerde hij met grote kleurvlakken, geleerd van Kees van Dongen en Henri Matisse. Het Gemeentemuseum is de juridische eigenaar van dit grote schilderij, maar heeft het in permanente bruikleen gegeven aan het Guggenheim in New York. Het New Yorkse museum kan door dit werk de overgang van realisme naar abstractie bij Mondriaan beter in beeld brengen.

Als tegenprestatie kreeg het Haagse museum twee topwerken van Kandinsky, als aanvulling op de collectie Duits expressionisme. In de Haagse collectie is de verandering van realisme naar abstractie bij Mondriaan voldoende gedocumenteerd en wordt op de huidige expositie gedemonstreerd met 'Avond, De Rode Boom' (1910), 'Bloeiende Appelboom' (1912), verschillende strandgezichten en de kerktoren van Domburg, 'Zeegezicht' (1909).

Van het kwartet tentoongestelde schilders is Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915) de zonnigste. Hij hoefde maar vanuit zijn huis Santvlught een duintop op te lopen om de mooiste vergezichten te tekenen en in zijn atelier uit te schilderen. Op geduldige wijze componeerde hij wijdse kleurrijke landschappen, die vooral rust uitstralen. Ze werden door zijn tijdgenoten een beetje statisch gevonden, de schwung van Toorop, Jan Sluijters en Leo Gestel werd hoger aangeslagen. In zijn oorspronkelijke woonplaats Laren had ook het verzamelaarsechtpaar William en Anna Singer geen waardering voor hem: te modern. Deze foute inschatting is in 1981 recht gezet, het Singer Museum kreeg na een grote schenking een Hart Nibbrig-zaal. Hart Nibbrig zal straks nog beter vertegenwoordigd zijn in Laren, omdat Els Blokker de Nardinc-

-collectie, die zij met haar in 2011 overleden man Jaap Blokker opbouwde en waarin vele Hart Nibbrigs zitten, in 2018 aan het museum heeft geschonken. Er komt nu een Nardinc-vleugel en logischerwijs zal de Hart Nibbrig-zaal vermoedelijk verdwijnen.

Jacoba van Heemskerck
Hart Nibbrig leidde ook de vierde van het kwartet uit Domburg op, waaraan deze tentoonstelling gewijd is, jonkvrouwe Jacoba van Heemskerck van Beest (1876-1923). Haar vader was een marine-officier, die de zee bevoer en schilderde. Hij was haar allereerste leermeester.
Later volgde ze lessen op de Haagse Academie, daarna nam ze privé-les bij Hart Nibbrig in Laren en ging in 1904 naar Parijs om zich verder te scholen bij de portretschilder Eugène Carrière.

 
Jacoba van Heemskerck (1876-1923), 'Bild no. 23', 1915, olieverf op doek, 113,9 x 133,1 cm. Gemeentemuseum Den Haag, legaat mevrouw M. Tak van Poortvliet, 1936.

Een portretschilder zou zij niet worden. Ze schilderde vooral landschappen, stadjes, bomen, zeetaferelen. In 1908 raakten zij en haar vriendin Marie Tak van Poortvliet, telg uit een Zeeuws geslacht, zo gecharmeerd van Domburg en de Zeeuwse kust, dat ze besloten er zomers te gaan wonen. In Domburg ontmoetten ze Jan Toorop en Piet Mondriaan en ze raakten in de ban van de spirituele ideeën van beide kunstenaars. Ze werden lid van de theosofische vereniging en ze begonnen een moestuin en een bijencultuur bij Marie's huis Villa Loverendale.

Het werk van Van Heemskerck, zoals tentoongesteld in Den Haag, is wezenlijk anders dan van Toorop c.s. Het luminisme van de anderen beviel haar niet, ze hield van krachtige zware lijnen en vormen. Via het kubisme kwam ze bij het expressionisme uit. Hierin kon ze abstract en met sterke kleuren werken. En een innerlijke betekenis meesturen. Haar grote doorbraak kwam in september 1913 toen ze op uitnodiging van kunstcriticus Herwarth Walden deelnam aan de grote expressionistische manifestatie op de Berlijnse Herfstsalon.

Van Heemskerck raakte in Berlijn onder de indruk van Wassily Kandinsky en probeerde van haar zeegezichten universele beelden te maken. Zeilboten op zee moesten van toen af aan het innerlijk leven van de mensheid weergeven. Kleine bootjes betekenden dat het innerlijk nog niet volgroeid was, wapperende zeilen verwijzen naar stormen en moeilijkheden. Het is wat gezocht, maar geheel naar de smaak van Walden, die eigenlijk Georg Levin heette, maar onder de indruk van de roman 'Walden; or, Life in the Woods' van de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau, zijn naam had veranderd.

De eerste Duitse expressionisten gebruikten meerdere technieken, zoals de houtsnede, om hun inzichten over te brengen. Ook Van Heemskerck hield van het werken met gekleurde houtsneden. Ondanks de zware zwarte golvende lijnen, zoals in 'Compositie XIII' (1916), heeft haar werk, dankzij het harmonieuze kleurgebruik, een kalme uitstraling. Met Kandinsky, Franz Marc, Fernand Léger en Marc Chagall werd zij tot de top van de expressionistische avant-garde gerekend. Walden werd haar mecenas en kwam geregeld op Loverendale logeren.

Na de dood van Jacoba in 1923 raakte haar hartsvriendin Marie Poortvliet (1871-1936) in de ban van de biologisch-dynamische opvattingen van Rudolf Steiner.

Jan Toorop (1858-1928), 'Zee en duin bij Zoutelande', 1907, olieverf over een ondertekening in zwart krijt op karton, 47,5 x 61,5 cm. Gemeentemuseum Den Haag.

Ze richtte in 1926 de Cultuurmaatschappij Loverendale op en introduceerde op haar pachtboerderijen de nieuwe landbouwmethode. Villa Loverendale werd het wetenschappelijke centrum. Marie Tak van Poortvliet, die een indrukwekkende kunstverzameling opbouwde met vele grote expressionisten en Mondriaan (geschonken aan Boijmans en het Haags Gemeentemuseum), was een belangrijke pionier van een landbouwmethode die nu een eeuw later gemeengoed begint te worden. Het merk Loverendale wordt nog altijd gebruikt voor producten van de biologisch-dynamische landbouw.

Aan Zee, t/m 18 november 2018, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Website: www.gemeentemuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Libenský, Brychtová, Chihuly en LaMonte
een artistieke uitwisseling tussen Oost en West

Hoe rijk en gevarieerd de glaskunst is, laten twee tentoonstellingen zien die ik recent bezocht in Tsjechië. Over ambacht en vernieuwing en de invloed van het Tsjechische echtpaar Libenský en Brychtová op hun Amerikaanse vakgenoten Chihuly en LaMonte.

Door Han de Kluijver

In het DOX Centrum voor Hedendaagse Kunst in Praag waren van 1 juni tot 24 september 2018 de architecturale gegoten werken van Stanislav Libenský en Jaroslava Brychtová en de geblazen sculpturen van de Amerikaan Dale Chihuly te zien. Deze tentoonstelling over drie legendes uit de glaskunst vertelde het verhaal van een vriendschap die dwars door het IJzeren Gordijn ging.

Die vriendschap begon eind jaren zestig. Libenský (1921-2002) en Brychtová (1924) ontwierpen drie grote monumentale sculpturen voor het Tsjechoslowaakse paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1967 in Montreal, Canada. De jonge bezoeker Dale Chihuly (1941) was zo onder de indruk van deze architecturale installatie van gegoten glas, dat hij in 1969 in een opwelling besloot om beide kunstenaars onaangekondigd in het toenmalige communistische Tsjechoslowakije te bezoeken. Deze ontmoeting was het begin van een bijzondere artistieke relatie die vijftig jaar duurde.

Verschillen tussen oost en west
Hun vriendschap had een aanzienlijke invloed op ieders professionele ontwikkeling. Chihuly was onder de indruk van de techniek van de gesmolten sculpturen en de brede artistieke ontwikkeling van Libenský. Als leraar drong Libenský aan om alle klassieke technieken (schilderen, beeldhouwen) te leren.

 
In de entree van de expositie hangen zes gigantische kroonluchters met bizarre vormen en schitterende kleuren van Dale Chihuly. Foto: Han de Kluijver, 23 september, 2018.

Net als Libenský zou ook Chihuly als leraar generaties glaskunstenaars beïnvloeden, mede door de oprichting van de Pilchuck Glass School. Voor Libenský en Brychtová was het bijzonder om contact te hebben met een kunstenaar uit het westen, die de grenzen van de vrije expressie opzocht. Zoals Libenský eens zei: "Dale is a phenomenon who, throughout his entire life, has been gravitating to ever more expressive, monumental, and above all freer forms of expression. He is thus becoming an absolute genius of contemporary glass art throughout the world."

Ondanks die artistieke uitwisseling zijn de werken uit 'Oost' en 'West' toch ook heel verschillend. In de entree van DOX hingen zes gigantische kroonluchters met bizarre vormen en schitterende kleuren van Chihuly. Vier sculpturen maakten al eerder deel uit van een tentoonstelling in Venetië (1996) en een tentoonstelling in Jeruzalem (2000). De Pineapple- en de Ruby-kroonluchter waren speciaal gemaakt voor de tentoonstelling in DOX. Op de eerste verdieping stonden de indrukwekkende monumentale sculpturen van het echtpaar Libenský en Brychtová. De simpele, abstracte vormen met ingetogen kleuren maakten een geweldige indruk. Een grotere tegenstrijdigheid met de kleurrijke organische werken van Chihuly is niet denkbaar. De meesterwerken van deze drie kunstenaars tonen niet alleen het gebruik van geavanceerde, innovatieve technieken, maar ook hun gevoel voor compositie, inzicht in vormen, ruimte, kleur en transparantie.

De grenzen opzoeken
Wat de wederzijdse beïnvloeding op elkaars werk is, behalve liefde voor het materiaal en vriendschap, is lastig te beoordelen. Tijdens het bekijken van de grote conceptuele stukken van Libenský en Brychtová, moest ik door de kleuren denken aan de muur van ijs van Chihuly, tentoongesteld in Jeruzalem in 1999. Het zestig ton wegende blok ijs uit Alaska was een symbolisch geschenk aan Jeruzalem, om de dorre hellingen van water te voorzien en de spanningen in de regio te helpen ontdooien. Door de hitte en de wind erodeerden de blokken. De ijsvlakken kwamen tot leven door het druppelende water. Daarna braken de blokken als kleine glasfragmenten uiteen. De reactie van het publiek was zeer enthousiast, maar de discussie over kitsch of schoonheid was niet te vermijden.

Stanislav Libenský en Jaroslava Brychtová transformeerden glas van gebruiksmateriaal naar een medium voor serieuze kunst, Libenský/ Brychtová private gallery, Zelezny Brod. Foto: Han de Kluijver 26 nov. 2015.

Het DOX Center of Contemporary Art is op zichzelf al een bezoek waard. Een oude fabriek is door Ian Kroup getransformeerd tot multifunctionele tentoonstellingsruimten. Foto: Han de Kluijver, 23 september, 2018.

Studioglas kan soms kitscherig zijn en Chihuly zoekt bewust die grenzen van de glaskunst op. Zo heeft hij grote installaties gemaakt met materialen als neon en Polyvitro, een plastic dat Chihuly in afzonderlijke stukken giet, die lijken op glaskristallen. Vernieuwend is hij ook in de manier waarop hij glaskunst promoot: de Chihuly Glass Studio is zeer actief op sociale media. Wie de tentoonstelling in Praag gemist heeft, kan eind 2018 het werk van Dale Chihuly in het Groninger Museum gaan bekijken. Deze speciaal voor het museum samengestelde tentoonstelling bestaat uit zestien installaties, die zowel binnen als buiten te zien zullen zijn.

Plooien van glas
Wie ook beïnvloed is door het werk van Libenský en Brychtová, is de Amerikaanse glaskunstenaar Karen LaMonte (1967). Haar indrukwekkende figuratieve gegoten glazen gewaden, tekeningen en glazen gegoten handspiegels zijn in het nieuwe glasmuseum Portheimka in Praag te bewonderen. LaMonte giet haar glas in de voormalige studio van Libenský en Brychtová. De prachtige doorschijnende glazen gewaden, met subtiele indrukken van de vrouwelijke vorm, nodigen je uit om ze aan te raken. LaMontes vermogen om zo'n hard materiaal te verwerken tot sensuele plooien, fijne rimpels, vloeiende plooien en satijnachtige structuren, is fenomenaal.

De klassiek geïnspireerde, gedetailleerde glazen gewaden met de lege lichamen, staan prachtig opgesteld en wekken door de contouren en houdingen de indruk een echt menselijk lichaam onder de huid van kleding te verbergen. Ze doen denken aan de negatieve architecturale castings van Rachel Whiteread (1963). De sculpturen van LaMonte kunnen ook worden omschreven als glazen huizen: fragiele tekeningen van menselijke omhulzing. LaMonte maakt gebruik van de wasgiet-techniek, giet haar sculpturen in verschillende secties en voegt ze later samen. Ze begint met een mal van echte kleding rond menselijke modellen, daarna vult ze de tussenruimte met glas.

Het verdwenen vrouwelijke lichaam bepaalt de vorm, net zoals levende lichamen de grove vormen van kleding bepalen.

Studioglas leeft
Het in 1720 gebouwde barokke zomerpaleis Portheimka is recent getransformeerd tot glasmuseum. Het is het eerste instituut in Praag dat zich toelegt op Tsjechisch studioglas. Er is een permanente tentoonstelling 'Glas als kunst', met werk van onder meer René Roubícek, Jaroslava Brychtová en Vladimír Kopecký. De eerste tijdelijke tentoonstelling toont de sculpturen van LaMonte.

 
Karen LaMonte met Han de Kluijver. Foto: Corrie Hogenboom, 22 sept. 2018.

Gezien de nauwe banden met de Tsjechische Republiek is de keuze voor LaMonte goed te verklaren. Na haar afstuderen aan de Rhode Island School of Design in de Verenigde Staten, kreeg ze een Fulbright Fellowship en vervolgde haar studie in het atelier van Vladimír Kopecký aan de Academie voor Beeldende Kunsten, Architectuur en Design in Praag. Daar kwam ze in aanraking met de glasgiettechniek, ontwikkeld door Libenský en Brychtová. Ze werd zo enthousiast over de mogelijkheden van deze techniek, dat ze in Praag is gaan wonen. Het Portheimka toont de rijkdom van studioglas en laat zien hoe glaskunstenaars over de hele wereld elkaar blijven inspireren.

Dale Chihuly, 8 december 2018 t/m 5 mei 2019, Groninger Museum, meer informatie: www.groningermuseum.nl/chihuly. Karen LaMonte: Clothed in Light, t/m 4 november 2018, Portheimka museum in Praag, meer informatie: www.museumportheimka.cz/karen-lamonte.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

er vallen gaten
in de bomen -
najaarsleegte

alweer die mol
alweer dat graven
in mezelf

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

The World of Tim Burton

''Anybody with artistic ambitions is always trying to reconnect with the way they saw things as a child.'' (Tim Burton)

Voor de fans van Tim Burton is de expositie 'The World of Tim Burton' een echte aanrader, maar zeker ook voor bezoekers die minder bekend zijn met deze veelzijdige kunstenaar, filmmaker en producent. Maar liefst vierhonderd objecten, tekeningen, schilderijen, foto's, poppen, maquettes, animatiefilms en sculpturale installaties worden er getoond, genoeg om tenminste twee uur mee door te brengen.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Na de start in New York is de show te zien geweest in onder meer Parijs, Tokyo, Praag en São Paulo. En hij is nu dan ruim drie maanden te zien in C-mine, de erfgoedsite in Genk.

De samenstelling van de expositie is steeds in handen van Jenny He. De scenografie in C-Mine is van Jo Klaps.

De expo bestaat uit negen onderwerpen en die zijn verdeeld over de verschillende industriële ruimtes van het complex. Speciaal voor C-Mine is een diorama toegevoegd. Een uitgebreid randpro-gramma is te vinden op de website.

 
Zaaloverzicht Tim Burton. © Selma Gurbuz © C-mine.

Winterslag
Op de C-Mine locatie werden tussen 1917 en 1988 de Winterslag-mijnen uitgebaat. Minder bekend van Genk is, dat het voor de mijnbouwperiode een kleine kunstenaarskolonie herbergde. Het pittoreske landschap van de Belgisch-Limburgse Kempen trok diverse en vooral Brusselse kunstenaars. Het Emile Van Dorenmuseum (ooit Hôtel des Artistes) in villa Le Coin Perdu, tevens een erfgoedobject, getuigt nog hiervan. Het museum is op zondagen of op afspraak te bezoeken. C-Mine / de stad Genk rust nog steeds op creatieve pijlers: Educatie (LUCA school of arts), een creatieve economie, creatieve recreatie en artistieke creatie en presentatie. Hieronder belicht ik enkele thema's uit 'The World of Tim Burton'.

Napkin Art in 'Around the World'
In het gedeelte met het thema 'Around the world' kunnen bezoekers een hoeveelheid notitieboekjes bekijken, uitgescheurde velletjes uit schrijfblokjes van hotels, die de kunstenaar heeft gebruikt om zijn ideeën de eerste gestaltes te geven. Talloze (ingelijste) servetten uit restaurants, waar Burton op heeft geschreven en getekend. De servetjes zijn kennelijk niet allemaal als zodanig gebruikt, want de meeste hebben geen etensvlekken. Hij zal steeds schone exemplaren hebben gepakt om daarop 'studies' voor zijn (film) karakters te tekenen.

Deze servetten zijn ook samengebracht in een bundel; 'The Napkin Art of Tim Burton: Things you think about in a Bar'.

Influences
Dit interessante thema laat zien hoe Burton's ongebreidelde fantasie is ontwikkeld en hoe zijn inspiratie werd gevoed. Burton, in augustus 2018 zestig geworden, verhuisde als tiener naar zijn grootouders omdat het met zijn eigen ouders niet zo boterde. Hij was een introverte jongen die zich graag bezighield met tekenen, schilderen en het kijken naar films en het lezen/bekijken van cartoons van illustrators zoals Edward Gorey, Charles Addams en Theodor Geisel (Dr. Seuss).

In zijn jeugdjaren woonde hij dichtbij een begraafplaats, wat ook een inspiratiebron moet zijn geweest. De college-aantekeningen die hij maakte tijdens zijn opleiding aan de California Institute of Art en zijn amateur 8 mm en 16 mm filmpjes waren eveneens belangrijk.

'Untitled (The Melancholy Death of Oyster Boy and Other Stories)', 1982-1984. © 2018 Tim Burton.

The Misunderstood Outcasts
Realistische dingen zijn niet aan de orde in de films van Burton. Er is altijd iets carnavalesk, in een sprookjesachtige sfeer; ook is er horror aanwezig of er zijn andere griezeligheden in te vinden. Burton is ook dichter en heeft een poëziebundel uitgegeven: 'The Melancholy Death of Oyster Boy & Other Stories' (1997), welke bundel hij uiteraard ook zelf heeft geïllustreerd. Hierin komen onder meer Cabin Boy, Oyster Boy, Robot Boy en Stain Boy voor.

De kunstenaar gebruikt graag strepen en spiraalvormen. Een klein schilderijtje van Burton viel mij op, geen meesterwerkje, eerder snel geschilderd, het aandoenlijke 'Stitched Boy'. Dit wezentje met een bij elkaar genaaid hoofd in een gestreept shirtje, associeerde ik met een andere figuurtje dat Burton heeft geschapen: Sally, de geliefde van Jack Skellington in 'The Nightmare before Christmas', een stop-motion animatie musicalfilm uit 1993. Het zijn lappenpoppen en deze figuurtjes zijn in staat zichzelf weer bij elkaar te halen, zoals Jenny He opmerkte over deze creatie(s) van Burton:

''Spirals and stripes might be disorienting, but Tim finds they ground him. Stitches and dismember-ment seem grotesque to most, but he sees it as an ability to put oneself together, like Sally in The Nightmare before Christmas."

Unrealized projects
Hier kun je bekijken welke projecten van Burton niet konden worden gerealiseerd, om een of andere reden. Het gaat bijvoorbeeld om film-, televisie- en boekprojecten in diverse staten van ontwikkeling, soms al in de ideeënfase gestopt en andere zelfs bijna voltooid. Ook hier is te zien hoe Burton zijn creatieve vermogen heeft ontwikkeld en hoe groot zijn liefde is voor 'het vak'.

Burton Café
Bezoek zeker ook het 'Burton Café', waar diverse specialiteiten te eten en drinken zijn tegen zeer schappelijke prijzen.

 
Burton's Café. © Stad Genk © C-mine.

De inrichting is in de sfeer van de film 'Big Fish' ontworpen en er bungelen talloze schoenparen over kabels. Wat de mysterieuze betekenis hiervan is in het café, geen idee... Maar, in ieder geval is de (hartige) 'Big Fish Wafl' heel smakelijk, samen met een speciaalbier: 'Kompel bovengronds' of een 'Beetlejuice' (smaakwater met stukjes groenten of fruit).

'The World of Tim Burton', C-Mine, Evence Coppéelaan 91, Genk, België, t/m 28 november 2018. Verdere informatie: www.c-mine.be.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Centrum voor Prentkunst
Schatkamer in Fochteloo

Het kan iedereen overkomen, dat je op een willekeurige dag een verzoek krijgt om de helpende hand toe te steken. Maar dat de eenvoudige hulpvraag aan Pieter Jonker, begin jaren negentig, om een kunstenaar in contact te brengen met andere kunstenaars tot een Centrum voor Prentkunst in Fochteloo uitgroeide, kon niemand vermoeden.

Door Raimond Evers en Amber Veenboer

Het verzoek kwam in dit geval van Peter Lazarov, een Bulgaarse kunstenaar die in een opvangcentrum in Appelscha verbleef. Deze kunstenaar bleek uitmuntend te zijn in het maken van houtgravures en Pieter Jonker besloot Stichting Nobilis op te richten, met als doel Lazarov te begeleiden en ondersteunen.

Nu, ongeveer 25 jaar later, woont en werkt Lazarov in Bulgarije, China en Nederland. Zijn werk is onder andere opgenomen in het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum en natuurlijk in het Centrum voor Prentkunst. Maar gelukkig was er meer te doen op het gebied van prentkunst, want sinds de oprichting in 1991 zet Stichting Nobilis zich ook in voor de hedendaagse prentkunst en de prentkunst uit de vorige eeuw, waarbij het zwaartepunt ligt bij grafiek van na 1945. Dit gebeurt door het organiseren van tentoonstellingen, het opbouwen van een collectie, het uitgeven van boeken, grafiekmappen en cahiers, het beheren van nalatenschappen van bekende Nederlandse grafici en samenwerking met musea, galeries en het tijdschrift Grafiekwereld.

Peter Lazarov, 'Fochteloërveen', houtgravure.

Verder geeft de stichting werk in bruikleen en doet onderzoek. Bij dat laatste kan zij overigens nog hulp gebruiken van anderen met relevante kennis. Ook is er een bibliotheek om te raadplegen en mag je zelfs stukken uit het depot inzien (graag je wensen van tevoren doorgeven, zodat een en ander kan worden klaargelegd). Er zijn ongeveer twintig vrijwilligers die zich met hart en ziel inzetten voor het Centrum voor Prentkunst. En dát merk je zodra je over de drempel van het voormalige schoolgebouw in Fochteloo stapt.

In 2016 bezochten wij de overzichtstentoonstelling in Fochteloo naar aanleiding van de ateliernalatenschap van Lou Strik. Deze nalatenschap was aan de stichting geschonken door de vrouw van Lou Strik, kunstenares Anneke Kuyper, die inmiddels ook haar eigen complete oeuvre aan de stichting heeft overgedragen, inclusief de prenten die zij en haar man van andere kunstenaars hadden verzameld. Zowel van Lou Strik als Anneke Kuyper zijn in de collecties van het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam en museum Het Rembrandthuis prachtige prenten opgenomen. Wil je alle prenten én de ontwerpen, blokken en platen van hun hand zien, dan dien je toch echt in Fochteloo te zijn. En dit is nog maar één voorbeeld, er zijn namelijk meer ateliernalatenschappen ondergebracht in het Centrum voor Prentkunst, onder andere van Johannes Mulders, Toon Wegner, Ank Spronk, Henk Hester, Fred Koot en Jan Battermann.

Verstild, 10 kunstenaars zien het Fochteloërveen

Deze zomer, benieuwd naar hoe tien kunstenaars het veen zien, fietsten wij naar Fochteloo voor de expositie 'Verstild'. Stichting Nobilis nodigde tien kunstenaars uit die op verschillende manieren grafische technieken toepassen, wat de expositie zeer gevarieerd maakt. Zo is er abstract werk van onder andere Cees Andriessen, maar ook figuratief werk van Grietje Postma. Gebroederlijk hangen de 'Fochteloo'-prenten aan één muur. Aan de kunstenaars is gevraagd om naast deze prent in opdracht ook ander recent werk te laten zien. Het resultaat is een levendige presentatie, in een intieme setting, waarbij je ogen tekort komt. Net als bij ons vorige bezoek, kregen wij in een ongedwongen sfeer persoonlijk tekst en uitleg van één van de vrijwilligers.

De fantasierijke Fochteloo-prent van Anneke Kuyper is een belevenis op zich. Op prachtige wijze en tot in perfectie uitgevoerd, combineerde zij de technieken etsen, graveren en vernis-mou. In haar kleine prent laat zij fabelachtige wezens het verhaal over het veen vertellen.

Erik van Ommen, 'Kluut', reductiehoutsnede.

Een wandeling met Kuyper als gids zou zomaar kunnen leiden tot het zien van vreemde wezens in het struikgewas. Opborrelend moerasgas wordt de ademzucht van een nimf en een briesje door het haar voelt als een vleugelslag van de griffioen, die door de lucht voorbij scheert.

Bij de volgende prent is de betovering voorbij en staan we in de werkelijkheid van Reinder Homan, die net als Peter Lazarov koos voor het vogelperspectief vanaf uitzichttoren 'De Zeven', aan de rand van het Fochteloërveen. De ets van Homan laat een kilometers uitgestrekt landschap zien, waarin je op ooghoogte staat met de vogels die voorbij vliegen. In de gravure van Lazarov is de droogscheur in het hout een fraai detail, het is alsof er een wolk voorbij trekt. Hij lijkt in te zoomen op de rechte sporen in het landschap, die achtergelaten zijn door veenarbeiders tijdens de turfwinning. Een leuk weetje: de achterkant van het houtblok is gebruikt voor de Vriendenprent 2018 van Nobilis.

Het Drentse en Groningse land, waarin agrarische gebieden worden afgewisseld met heide, bos en veenlandschappen, inspireert Siemen Dijkstra tot "het archiveren van bezielde landschappen, voordat deze verdwenen zijn." Het water in zijn winterse Fochteloo-prent lijkt in beweging te zijn. Net zo invoelbaar is het boslandschap in zijn prent 'De Bork': de ochtendnevel maakt de stilte van het bos bijna tastbaar. Eind jaren tachtig tekende Dijkstra zijn eerste landschappen met inkt. Fantasie en het verhaal waren toen nog zijn uitgangspunten. De eerste kleurenhoutsnedes van zijn hand zagen in de jaren negentig het licht. Geïnspireerd geraakt door onder andere Scandinavische schilders van rond 1900 is zijn zoektocht naar de ziel van het landschap volop gaande.

 
Siemen Dijkstra, 'Zonnige winterochtend op de Fochtel, HET GROOTE STUK', kleurenhoutsnede.

Zijn houtsnedes maakt hij met de reductietechniek. Bij deze techniek worden na iedere drukgang stukjes hout weggesneden, zodat met het overgebleven hout een nieuwe kleur kan worden gedrukt. Je begint met de lichtste kleur en de kleur waarmee je daarna drukt, werkt met de voorgaande kleur(en). Bij de laatste drukgang is er bijna geen hout meer over.

Zeg je 'Fochteloërveen', dan denk je meteen aan kraanvogels. Bij Erik van Ommen vormen die dan ook het onderwerp van zijn exotisch ogende prent. Door het boek 'Alle vogels' van Koos van Zomeren kennen wij vooral zijn penseel-illustraties in zwarte aquarelverf, met een trefzekere keuze tussen zwart en wit. Dat laatste zie je ook terug in zijn getoonde reductiehoutsnedes 'Kluut' en 'Zwaluw'. Overigens schonk Van Ommen vorig jaar nog zijn collectie etsplaten en houtblokken aan Stichting Nobilis, die inmiddels de grootste collectie chalcografie in Nederland bezit.

We waren verrast door het grafische werk van Christiaan Kuitwaard, die wij kennen als schilder van schaduwen en structuren. Zijn Fochteloo-prent is gemaakt door middel van zeef- en houtdruk en laat een vierkant zien met om de centimeter geboorde openingen van verschillende afmetingen.

"Ik heb gekozen voor het vierkant, dat is een demo-cratisch formaat, alle hoeken zijn even belangrijk en het heeft een abstracte en objectieve uitstraling," aldus Kuitwaard in het begeleidende cahier. Als je een gat boort in een stukje houtplaat, kunnen rondom het boorgat splinters afbreken. Dit soort onvolkomenheden gebruikt hij en zie je terug in het werk.

De tien kunstenaars die het veen zagen, zijn: Antje Veldstra, Grietje Postma, Peter O. Gerritsen, Peter Lazarov, Cees Andriessen, Anneke Kuyper, Siemen Dijkstra, Erik van Ommen, Reinder Homan en Christiaan Kuitwaard.

De tentoonstelling 'Verstild' was tot 30 september 2018 te zien in het Centrum voor Prentkunst in Fochteloo (donderdag t/m zondag van 13.30-16.30 uur). Daarna reist de expositie naar Kunstmaand Ameland (1 t/m 30 november 2018) en het ACEC Gebouw in Apeldoorn (15 december 2018 t/m 15 januari 2019).

Christiaan Kuitwaard, 'Fochteloërveen', houtsnede, inge-kleurd.

Nog even een korte technische uitleg: bij etsen wordt een metalen plaat voorzien van een zuurbestendige etsgrond bestaande uit bijvoorbeeld hars of zachte was. Je kunt met een etsnaald in de etsgrond een tekening aanbrengen. De volgende stap is een zuur laten bijten in het metaal waardoor je gradaties in licht en donker kunt laten ontstaan. Vernis-mou is een vinding waarbij de onderliggende metaalplaat achtereenvolgens wordt bedekt met een week gemaakte etsgrond (zoals kaarsvet) en een vel papier waarop je met zoiets als een potlood een tekening maakt. De tekening wordt als het ware in de etsgrond gedrukt. Het metaal komt bloot te liggen als je het papier van de plaat wegtrekt, daarna laat je het zuur in het metaal bijten. Na een drukgang is de afdruk te vergelijken met een potlood- of krijttekening. Een gravure is een afdruk van een afbeelding of tekst die met een burijn in hout of een metalen plaat is gesneden.

Meer informatie: Stichting Nobilis, Centrum voor Prentkunst, Zuideinde 26b, Fochteloo. Website: www.stichtingnobilis.nl.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

de oude eik
in zijn stam en takken
lees ik zijn verhaal

langs het raam
nu en dan een vogel
of een vliegend blad

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

De ontwerper Olivier van Herpt is in 2015 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven en heeft voor de productie van zijn vazencollectie 'Blauw-Wit' een geavanceerde 3D-printer ontwikkeld, waarmee hij prachtige kleurcomposities in blauw en wit op aardewerk kan maken, een materiaal dat slechts enkele centimeters dik is. Op een a-geometrische vorm volgen blauwe en witte lijnen subtiel een afwijkende cilindrische vormgeving. De vazen zijn zo complex van vorm dat deze niet door mensenhanden gemaakt kunnen worden. Ongebakken wit porselein wordt door Oliver van Herpt gecombineerd met een blauw kobaltkleurpigment. Tijdens het printproces worden de bovengenoemde grondstoffen in elkaar gedrukt en ontstaat een abstract patroon met blauwe veeglijnen. Voor deze innovatieve vormgeving kreeg Van Herpt een Dutch Design Award (catergorie Best Talent). Meer informatie: www.oliviervanherpt.nl.

In Palermo (Italië) wordt momenteel de twaalfde editie gehouden van Manifesta, The European Biennial of Contemporary Art. Ruim zeventig kunstwerken zijn op tien locaties te zien. Ook in deze editie is er veel aandacht voor de problemen in de wereld: immigratieproblematiek op Sicilië, klimaatverandering, criminaliteit en de zich wijzigende relaties binnen politiek Europa. Oude paleizen vormen het decor voor een eigentijdse en vaak verontrustende beeldende visie van kunstenaars. Manifesta, the European Nomadic Biennial, is een reizend platform geworden dat dit jaar in de Italiaanse stad Palermo een dialoog laat zien tussen kunst en maatschappij in Europa. Palermo werd uitgekozen omdat in deze stad de problematiek van immigratie en klimaatverandering zeer duidelijk aanwezig is. Tegelijk is het ook een multiculturele stad in het hart van het Middellandse Zeegebied. De deelnemende kunstenaars aan Manifesta 2018 geven hier hun visie op de mensheid, kunst en cultuur. Op een interdisciplinaire manier heeft de organisatie van Manifesta 2018 naar een verbinding gezocht met de inwoners van deze stad, waarbij is gedacht vanuit de architectuur, stadsopbouw, economie en sociale en culturele infrastructuur. De kunstinterventies houden ons een spiegel voor, waarin de beelden tegelijk uitnodigen tot deelname en verandering. Manifesta 2018 is t/m 4 november 2018 te bezoeken. Meer informatie: www.manifesta.org.

De Berlijnse geluidskunstenaar Christina Kubisch (1948) heeft met haar werk 'Electrical Walks' bijzondere stadswandelingen mogelijk gemaakt. Via een koptelefoon registreert een deelnemer elektromagnetische golven en verborgen klanken van apparaten, zoals zoemende elektronica in treinen en metro's, elektrische schuifdeuren en lichtreclames. Van deze elektromagnetische registraties weet Christina Kubisch weer fascinerende klankkleuren te maken. Voor haar akoestische hoorspel 'Flying Magnetic' heeft zij de klankomgeving van luchthavens beluisterd. Componisten van elektronische muziek als C-Schulz en FX Randomiz werkten met treinklanken, die wereldwijd te beluisteren zijn. De compositie 'Das Ohr am Gleis' was hiervan het resultaat. De bovengenoemde electronische werken waren recent te beluisteren op WDR 3- Open Sounds. Meer informatie: www.wdr.de/radio/wdr3.

 

Berlijnplein, Leidsche Rijn, Utrecht. Foto: Rob den Boer

 

In Utrecht is sinds 1 juli 2017 een openbare expositieruimte van meer dan 40.000 m2: RAUM. Die ruimte is op het Berlijnplein, dat een onderdeel is van de cultuur-as van nieuwe culturele instellingen in de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn. Uitgangspunt is de interactie tussen mensen en hun omgeving; een contact dat onmisbaar is voor een levende stad. Er wordt van uitgegaan dat in 2030 circa zeventig procent van de wereldbevolking in een stad zal wonen. Een stad met veel activiteiten, die een ontmoetingsplek zal vormen voor arbeid, geld, cultuur en ontspanning. Hierdoor zijn er kansen aanwezig om de toekomst vorm te geven. Belangrijk is de relatie van mensen met de infrastructuur, gebouwen, wonen, werk en elkaar. Vanuit die visie is in Utrecht de openbare expositieruimte RAUM ontstaan. Met kunstenaars en publiek wordt er gebouwd aan installaties en evenementen die nieuwsgierig maken. Op die manier worden nieuwe inzichten verkregen voor een veelzijdige en veelkleurige stad. RAUM is altijd open. De toegang tot het terrein is gratis. Meer informatie: www.raumutrecht.nl.

De Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren heeft een unieke wijze van fotograferen. Op een experimentele wijze gebruikt hij de camera, waardoor het landschap kan veranderen in een onherkenbaar donker gebied. In zijn fotobeelden krijgen landschap, gebouwen en ruimtes een mysterieuze en indringende dimensie. De foto's zijn onscherp en laten bewogen beelden zien. Alsof de natuur een extra visuele kracht heeft toegevoegd. Stephan Vanfleteren verkent het landschap op een geheel eigen manier en vertoeft vaak dagenlang in een bepaald gebied. Hij is dan op zoek naar het wezenlijke karakter van een streek. In de expositie 'Aan Zee' in het Gemeentemuseum Den Haag staat het eiland Walcheren centraal. De zee, het strand, de duinen, torens, bomen en het licht werden op een geheimzinnige en nieuwe welhaast 'fotografische' wijze verbeeld. De natuur komt op een nog niet bekende manier tot leven. Deze tentoonstelling is nog t/m 18 november 2018 te bezoeken. Zie ook de bespreking in dit magazine via deze link. Meer informatie: www.gemeentemuseum.nl.

In de wereld van de beeldende kunst was Marjan Unger (1946-2018) een bekende persoonlijkheid. In Nederland was zij jarenlang de deskundige op het gebied van sieraadkunst. Na de HBS-B volgde zij in 1964 een opleiding voor industriële vormgeving en ontstond bij haar een brede belangstelling voor kunst. Marjan Unger wist een baan aan de Modeacademie te combineren met een studie kunstgeschiedenis. Op deze academie zorgde zij voor inspirerende veranderingen. Vanwege haar grote interesse voor sieraden promoveerde zij met het proefschrift 'Sieraad in context'. Zij heeft een belangwekkende verzameling sieraden opgebouwd, waarbij zij ook veel aandacht schonk aan nieuwe ontwerpers. Een grote expositie (2002) in het Centraal Museum te Utrecht was voor haar een hoogtepunt. In 2004 verscheen een belangrijke publicatie over het 'Nederlandse sieraad in de 20ste eeuw'. Tijdens haar leven schonk Marjan Unger al een groot deel van haar sierradencollectie aan het Rijksmuseum te Amsterdam. De geschiedenis van het sieraad was bij haar in zeer goede handen. Bron: Peter de Waard, de Volkskrant van 25 juli jl., rubriek 'Het Eeuwige Leven'.

De auteur Paul Kempers schreef een monografie over oud-museumdirecteur Jean Leering (1934-2005) met de titel: 'Het gaat om de eenvoudige dingen. Jean Leering en de kunst'. Vooral de herinnering aan zijn periode als museumdirecteur staat in deze monografie centraal. Bij het Van Abbemuseum in Eindhoven probeerde Leering het museum weer relevant te maken voor de maatschappij. Hierdoor kreeg hij de reputatie van museumvernieuwer. Bij het Tropenmuseum in Amsterdam probeerde Jean Leering met eenzelfde instelling te werken, maar dat lukte niet. De kunst is in zijn gehele leven belangrijk geweest. Hij had een bepaalde visie op de rol van de kunst in de samenleving en wilde het museum hierin een belangrijke rol laten spelen. De politieke, sociale en culturele ontwikkeling stonden hierbij centraal. Dit boek is gewijd aan een zeer inspirerend mens: Jean Leering. Uitgave: Valiz, 2018, 336 blz., ISBN 978 94 92095 077.

Op 1 juli 2018 overleed in Potsdam (Dld.) de beeldend kunstenaar Armando (Herman Dirk van Dodeweerd, 1929-2018). Zonder twijfel is hij een van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars van Nederland geworden. In zijn werk was schoonheid naast het kwaad aanwezig, verlangen naast onmacht. De Tweede Wereldoorlog had bij Armando diepe sporen nagelaten, die telkens opnieuw in zijn werk, met name in schilderijen en beelden, verbeeld moesten worden. Als kunstenaar kende hij geen rust en moest hij altijd werken. Zijn herinneringen aan oorlog en geweld zijn te zien in de schilderijen 'Gefechtsfeld', 'Krieger' en 'Feindbeobachtung': heftige zwarte verfingrepen op het canvasdoek. Het concentratiekamp 'Amersfoort' was in zijn jeugd dichtbij. Als jongen zag hij wat daar gebeurde. Armando was een veelzijdig kunstenaar: hij schilderde en tekende, was graficus en maakte grote beelden; hij was schrijver en journalist, speelde viool met zigeuners en werkte mee aan het VPRO-televisieprogramma's zoals Herenleed. De omvang van zijn werk is nauwelijks te bevatten. Over zijn werkproces zei: 'Kunstenaars gaan nooit met vakantie. Het wil gemaakt worden!'. In Duitsland vond hij ruimte om te leven en te kunnen werken. Museum Voorlinden te Wassenaar organiseert vanaf 3 november 2018 een groot retrospectief van zijn werk. In de Groene Amsterdammer van 5 juli 2018 schreef de kunstcriticus Koen Kleijn een gedenkwaardige herinnering over Armando.

In Tokyo (Japan) is een nieuw digitaal museum geopend: het MORI Building Digital Art Museum: Team Lab Borderless. Dit museum combineert wetenschap, kunst, technologie, design en beelden van de natuurlijke wereld, in simulaties met 520 computers en 470 hightech-projectors. Op vijftig verschillende plaatsen zijn in dit museum interactieve displays te zien, welke verdeeld zijn over vijf zones. De naam 'borderless' is hier van toepassing. Het Team Lab probeert de bovenstaande werkgebieden met elkaar te verbinden, grenzen open te maken. Een Borderless World ontstaat door een verbinding in het interactieve digitale landschap, een doorlopende verandering van tijd, de ontdekking van het 'Athletics Forest, een 'Forest of Resonating Lambs' en een 'Future Park' voor kinderen. Meer informatie: www.mori.art.museum en https://borderless.teamlab.art.

In editie 194 van De Witte Raaf wordt de vraag gesteld wat het ideale eindpunt van een kunstwerk is en wanneer dit 'onvoltooid' kan worden genoemd. Kan onvoltooidheid een utopie zijn? En hoeveel zelfvertrouwen kost het om te besluiten: nu is het af? Christophe Van Gerrewy schrijft in het openingsessay over zeven verschillende manieren waarop kunst 'onaf' kan zijn. Daarna bespreken zeven andere medewerkers een onafgewerkt gebleven kunstproject of project: 'Zeven soorten onvoltooidheid'. Er zijn bijdragen over de Duitse kunstenaar Günther Förg en diens relatie met het Stedelijk Museum Amsterdam en de blijvende uitdaging van de kunstbeweging De Stijl, maar ook zijn er fragmenten te lezen uit het onvoltooide boek van Jean-Paul Sartre over enkele doodgeboren projecten van Gustave Flaubert: 'L'idiot de la famille'. Verder staan er tentoonstellingsbesprekingen in over 'Radical software: the Raindance Foundation', 'Media Ecology and Video Art' en Lutz Bacher: 'The Silence of the Sea'. Meer informatie: www.dewitteraaf.be.

Op het online platform www.arttube.nl is het gezamenlijke kunstaanbod van ruim dertig musea en kunstinstellingen in Nederland en België te zien. Op deze website staan ook bijzondere interviews met en portretten van toonaangevende kunstenaars en ontwerpers. De musea bieden een kijkje achter de schermen bij de opbouw van tentoonstellingen, de restauratie van kunstwerken en laten curatoren en conservatoren aan het woord. Deze website bevat eveneens zeshonderd video's, die elke week aangevuld worden. Voor het Kunstenaar Magazine bespreekt de redactie van ARTtube elke twee weken een bepaalde video, waardoor je als kijker een beeld krijgt van het werkproces van een kunstenaar. Meer informatie: www.arttube.nl.

 

Kasteel Cannenburgh in Vaassen. Foto: Han de Kluijver

 

Aanbevelenswaardige tentoonstellingen voor de komende periode zijn onder andere, 'Marc Chagall: Edelstenen uit de hemel', in het Lalique Museum Nederland in Doesburg, t/m 23 juni 2019 (www.musee-lalique.nl) en de glaskunstexpositie 'Glas Natuurlijk….Voor Haar', 18 vrouwen in glas (België en Nederland) in Kasteel Cannenburgh in Vaassen, 4 t/m 18 november 2018 (www.stichtingglaskunst.nl) en een tentoonstelling met foto's van Alfredo Jaar: 'El lamento de los imagenes', in het Nederlands Fotomuseum te Rotterdam, 26 januari t/m 12 mei 2019 (www.nederlandsfotomuseum.nl).

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

De tentoonstelling Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode in het Gemeentemuseum Den Haag is volledig gewijd aan vrouwelijke mode-ontwerpers, zoals Coco Chanel, Vivienne Westwood, Miuccia Prada, Maria Grazia Chiuri (Dior), Sarah Burton voor Alexander McQueen, Clare Waight Keller (Givenchy), Stella McCartney, Iris van Herpen en Fong Leng. Bij veel modehuizen, vaak opgericht door een man, staan inmiddels vrouwen aan het roer. Modeconservator Madelief Hohé: "Doen zij hun werk anders? Hoe invloedrijk is hun werk? En speelt het vrouw-zijn een rol in hun ontwerpen?" Krachtige, opvallende vrouwen zie je ook steeds vaker verschijnen op de catwalk en in campagnes. Het Gemeentemuseum werkt voor deze tentoonstelling onder andere met een 'classic model', Eveline Hall, de zeventig inmiddels gepasseerd. Op haar 65e werd ze ontdekt als model en ze liep vervolgens over de catwalk voor bijvoorbeeld Jean Paul Gaultier en werkte met beroemde fotografen als Peter Lindbergh. Voor Femmes Fatales schittert ze op foto's en posters, onder andere in een 3D-print van Iris van Herpen. 'Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode' is te zien van 17 november 2018 t/m 24 maart 2019. Meer informatie: www.gemeentemuseum.nl/femmes-fatales. (RdB)

Het MRK Uden heropent op 6 november 2018 weer de deuren voor het grote publiek met onder meer de openingstentoonstelling 'De Stad als Klooster. Lezen, schrijven, leven in de late Middeleeuwen'. Klooster en stad; ze leken mijlenver van elkaar af te staan. De muur was een scheiding tussen het religieuze en het alledaagse. Uit baanbrekend onderzoek van het NWO-onderzoeksteam 'Cities of Readers' van Rijksuniversiteit Groningen, is gebleken dat dit niet zo werd beschouwd in de late Middeleeuwen: steden waren bezaaid met kloosters, stadsbewoners - leken - lazen en schreven dezelfde religieuze teksten als kloosterlingen en wisselden hun werkzaamheden af met devotie en gebed. De hele stad was een klooster, zoals Erasmus destijds constateerde. De bezoekers lopen de tentoonstelling door met het onderzoeksteam via de audiotour. Hier kunnen zij tientallen topstukken uit musea, bibliotheken en particuliere collecties bekijken. Audio, beeld en geur dragen bij aan de totaalbeleving van de late Middeleeuwen. De tentoonstelling wordt ingeleid met een congres (Engelstalig) en een publieksavond (Nederlandstalig) op 8 november waarbij 'Cities of Readers' voor het eerst zijn resultaten met het grote publiek deelt. 'De Stad als Klooster. Lezen, schrijven, leven in de late Middeleeuwen' is te zien van 6 november 2018 t/m 28 januari 2019. Meer informatie: www.museumvoorreligieuzekunst.nl. (RdB)

Matthew Lutz-Kinoy heeft nieuwe schilderijen gemaakt voor zijn solotentoonstelling 'Sea Spray' in de Vleeshal Markt in Middelburg. Op een 19e-eeuws schilderij is de voormalige vleeshal in volle glorie te zien: karkassen hangen aan haken in de marktruimte en overal zijn manden. 'Vaten' die voedsel van de een naar de andere kant vervoeren. De notie van het vat, gemaakt in verhouding tot het menselijk lichaam, is een terugkerend element in het werk van Lutz-Kinoy. In zijn tentoonstelling in de Vleeshal verschijnt het vat in verschillende vormen; als gezeefdrukte foto's van flessen; als vismanden voor de vangst en opslag van palingen, als lijkbaren van wilgentakken. De schilderijen zijn zelf ook poreuze vaten; containers voor collages van tekst en beeld die door het rauwe en onbehandelde doek heen schijnen. Een vertrekpunt voor deze nieuwe werken is Lutz-Kinoy's voortdurende interesse in het vieren van lokale voedseltradities, ambacht en samenwerking. Temidden van Lutz-Kinoy's werk kan worden nagedacht over de invloed van voedsel op ons gedrag, over de kracht van de bacteriën in het lichaam, die de verlangens weleens veel meer zouden kunnen bepalen dan het verstand. In de voormalige vleesmarkt kan eveneens worden stilgestaan bij de relatie tussen het alomtegenwoordige eten van vlees en de implicaties hiervan voor het veranderende klimaat. Matthew Lutz-Kinoy, 'Sea Spray', nog te zien t/m 16 december 2018. Meer informatie: https://vleeshal.nl/matthew-lutz-kinoy. (RdB)

Op donderdag 29 november 2018 om 17.00 uur wordt het boek 'De beste krant van Europa' van Peter van Dijk gepresenteerd in Spui25, in Amsterdam. Het boek, uitgegeven door Amsterdam University Press, gaat over een beroemde Nederlandse krant, de Gazette de Leyde, die vrijwel niemand kent. Hij werd gedurende de gehele 18de eeuw gemaakt in Leiden, in het Frans. Machthebbers, beslissers en intellectuelen in geheel Europa lazen hem. Het was een krant die een functie vervulde zoals de International Herald Tribune in de 20ste eeuw. Zonder deze krant zou Europa nauwelijks iets hebben geweten van de Amerikaanse vrijheidsstrijd, die zo'n grote invloed had op de Franse en patriottische revolutie in Nederland. De hoofdredacteur Johan Luzac, tevens hoogleraar Grieks en vaderlandse geschiedenis in Leiden, gold als een meelevend en behulpzaam mens. Hij werd in zijn positie als hoofdredacteur bewonderd en door een enkeling gehaat. Onder zijn vijanden bevond zich zijn zwager Wybo Fijnje, een felle patriot en journalist, die de enige dictator werd die Nederland gekend heeft. Gelukkig voor Luzac maar zes maanden, maar dat was genoeg om hem van zijn krant en baan te beroven. Luzac vocht jarenlang om eerherstel, kreeg zijn baan terug, maar niet zijn krant. Jan Greven, oud-hoofdredacteur van Trouw en directeur van PCM, zal het boek introduceren met een beschouwing over de journalistiek. Peter van Dijk zal het eerste exemplaar aanbieden aan Eric Luzac, achterachterkleinzoon van de hoofdpersoon van dit boek, prof. dr. Johan Luzac (1746-1807). Meer informatie en bestellen: www.aup.nl/de-beste-krant-van-europa. (RdB)

Terug naar boven | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACHTERGROND

Inhoud