September - november 2018, 13e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Centrum voor Prentkunst
Schatkamer in Fochteloo

Het kan iedereen overkomen, dat je op een willekeurige dag een verzoek krijgt om de helpende hand toe te steken. Maar dat de eenvoudige hulpvraag aan Pieter Jonker, begin jaren negentig, om een kunstenaar in contact te brengen met andere kunstenaars tot een Centrum voor Prentkunst in Fochteloo uitgroeide, kon niemand vermoeden.

Door Raimond Evers en Amber Veenboer

Het verzoek kwam in dit geval van Peter Lazarov, een Bulgaarse kunstenaar die in een opvangcentrum in Appelscha verbleef. Deze kunstenaar bleek uitmuntend te zijn in het maken van houtgravures en Pieter Jonker besloot Stichting Nobilis op te richten, met als doel Lazarov te begeleiden en ondersteunen.

Nu, ongeveer 25 jaar later, woont en werkt Lazarov in Bulgarije, China en Nederland. Zijn werk is onder andere opgenomen in het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum en natuurlijk in het Centrum voor Prentkunst. Maar gelukkig was er meer te doen op het gebied van prentkunst, want sinds de oprichting in 1991 zet Stichting Nobilis zich ook in voor de hedendaagse prentkunst en de prentkunst uit de vorige eeuw, waarbij het zwaartepunt ligt bij grafiek van na 1945. Dit gebeurt door het organiseren van tentoonstellingen, het opbouwen van een collectie, het uitgeven van boeken, grafiekmappen en cahiers, het beheren van nalatenschappen van bekende Nederlandse grafici en samenwerking met musea, galeries en het tijdschrift Grafiekwereld.

Verder geeft de stichting werk in bruikleen en doet onderzoek. Bij dat laatste kan zij overigens nog hulp gebruiken van anderen met relevante kennis. Ook is er een bibliotheek om te raadplegen en mag je zelfs stukken uit het depot inzien (graag je wensen van tevoren doorgeven, zodat een en ander kan worden klaargelegd). Er zijn ongeveer twintig vrijwilligers die zich met hart en ziel inzetten voor het Centrum voor Prentkunst. En dát merk je zodra je over de drempel van het voormalige schoolgebouw in Fochteloo stapt.

In 2016 bezochten wij de overzichtstentoonstelling in Fochteloo naar aanleiding van de ateliernalatenschap van Lou Strik. Deze nalatenschap was aan de stichting geschonken door de vrouw van Lou Strik, kunstenares Anneke Kuyper, die inmiddels ook haar eigen complete oeuvre aan de stichting heeft overgedragen, inclusief de prenten die zij en haar man van andere kunstenaars hadden verzameld. Zowel van Lou Strik als Anneke Kuyper zijn in de collecties van het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam en museum Het Rembrandthuis prachtige prenten opgenomen. Wil je alle prenten én de ontwerpen, blokken en platen van hun hand zien, dan dien je toch echt in Fochteloo te zijn. En dit is nog maar één voorbeeld, er zijn namelijk meer ateliernalatenschappen ondergebracht in het Centrum voor Prentkunst, onder andere van Johannes Mulders, Toon Wegner, Ank Spronk, Henk Hester, Fred Koot en Jan Battermann.

Verstild, 10 kunstenaars zien het Fochteloërveen
Deze zomer, benieuwd naar hoe tien kunstenaars het veen zien, fietsten wij naar Fochteloo voor de expositie 'Verstild'. Stichting Nobilis nodigde tien kunstenaars uit die op verschillende manieren grafische technieken toepassen, wat de expositie zeer gevarieerd maakt. Zo is er abstract werk van onder andere Cees Andriessen, maar ook figuratief werk van Grietje Postma. Gebroederlijk hangen de 'Fochteloo'-prenten aan één muur. Aan de kunstenaars is gevraagd om naast deze prent in opdracht ook ander recent werk te laten zien. Het resultaat is een levendige presentatie, in een intieme setting, waarbij je ogen tekort komt. Net als bij ons vorige bezoek, kregen wij in een ongedwongen sfeer persoonlijk tekst en uitleg van één van de vrijwilligers.

De fantasierijke Fochteloo-prent van Anneke Kuyper is een belevenis op zich. Op prachtige wijze en tot in perfectie uitgevoerd, combineerde zij de technieken etsen, graveren en vernis-mou. In haar kleine prent laat zij fabelachtige wezens het verhaal over het veen vertellen. Een wandeling met Kuyper als gids zou zomaar kunnen leiden tot het zien van vreemde wezens in het struikgewas. Opborrelend moerasgas wordt de ademzucht van een nimf en een briesje door het haar voelt als een vleugelslag van de griffioen, die door de lucht voorbij scheert.

Bij de volgende prent is de betovering voorbij en staan we in de werkelijkheid van Reinder Homan, die net als Peter Lazarov koos voor het vogelperspectief vanaf uitzichttoren 'De Zeven', aan de rand van het Fochteloërveen. De ets van Homan laat een kilometers uitgestrekt landschap zien, waarin je op ooghoogte staat met de vogels die voorbij vliegen. In de gravure van Lazarov is de droogscheur in het hout een fraai detail, het is alsof er een wolk voorbij trekt. Hij lijkt in te zoomen op de rechte sporen in het landschap, die achtergelaten zijn door veenarbeiders tijdens de turfwinning. Een leuk weetje: de achterkant van het houtblok is gebruikt voor de Vriendenprent 2018 van Nobilis.

Het Drentse en Groningse land, waarin agrarische gebieden worden afgewisseld met heide, bos en veenlandschappen, inspireert Siemen Dijkstra tot "het archiveren van bezielde landschappen, voordat deze verdwenen zijn." Het water in zijn winterse Fochteloo-prent lijkt in beweging te zijn. Net zo invoelbaar is het boslandschap in zijn prent 'De Bork': de ochtendnevel maakt de stilte van het bos bijna tastbaar. Eind jaren tachtig tekende Dijkstra zijn eerste landschappen met inkt. Fantasie en het verhaal waren toen nog zijn uitgangspunten. De eerste kleurenhoutsnedes van zijn hand zagen in de jaren negentig het licht. Geïnspireerd geraakt door onder andere Scandinavische schilders van rond 1900 is zijn zoektocht naar de ziel van het landschap volop gaande. Zijn houtsnedes maakt hij met de reductietechniek. Bij deze techniek worden na iedere drukgang stukjes hout weggesneden, zodat met het overgebleven hout een nieuwe kleur kan worden gedrukt. Je begint met de lichtste kleur en de kleur waarmee je daarna drukt, werkt met de voorgaande kleur(en). Bij de laatste drukgang is er bijna geen hout meer over.

Zeg je 'Fochteloërveen', dan denk je meteen aan kraanvogels. Bij Erik van Ommen vormen die dan ook het onderwerp van zijn exotisch ogende prent. Door het boek 'Alle vogels' van Koos van Zomeren kennen wij vooral zijn penseel-illustraties in zwarte aquarelverf, met een trefzekere keuze tussen zwart en wit. Dat laatste zie je ook terug in zijn getoonde reductiehoutsnedes 'Kluut' en 'Zwaluw'. Overigens schonk Van Ommen vorig jaar nog zijn collectie etsplaten en houtblokken aan Stichting Nobilis, die inmiddels de grootste collectie chalcografie in Nederland bezit.

We waren verrast door het grafische werk van Christiaan Kuitwaard, die wij kennen als schilder van schaduwen en structuren. Zijn Fochteloo-prent is gemaakt door middel van zeef- en houtdruk en laat een vierkant zien met om de centimeter geboorde openingen van verschillende afmetingen. "Ik heb gekozen voor het vierkant, dat is een democratisch formaat, alle hoeken zijn even belangrijk en het heeft een abstracte en objectieve uitstraling," aldus Kuitwaard in het begeleidende cahier. Als je een gat boort in een stukje houtplaat, kunnen rondom het boorgat splinters afbreken. Dit soort onvolkomenheden gebruikt hij en zie je terug in het werk.

De tien kunstenaars die het veen zagen, zijn: Antje Veldstra, Grietje Postma, Peter O. Gerritsen, Peter Lazarov, Cees Andriessen, Anneke Kuyper, Siemen Dijkstra, Erik van Ommen, Reinder Homan en Christiaan Kuitwaard.

De tentoonstelling 'Verstild' was tot 30 september 2018 te zien in het Centrum voor Prentkunst in Fochteloo (donderdag t/m zondag van 13.30-16.30 uur). Daarna reist de expositie naar Kunstmaand Ameland (1 t/m 30 november 2018) en het ACEC Gebouw in Apeldoorn (15 december 2018 t/m 15 januari 2019).

Nog even een korte technische uitleg: bij etsen wordt een metalen plaat voorzien van een zuurbestendige etsgrond bestaande uit bijvoorbeeld hars of zachte was. Je kunt met een etsnaald in de etsgrond een tekening aanbrengen. De volgende stap is een zuur laten bijten in het metaal waardoor je gradaties in licht en donker kunt laten ontstaan. Vernis-mou is een vinding waarbij de onderliggende metaalplaat achtereenvolgens wordt bedekt met een week gemaakte etsgrond (zoals kaarsvet) en een vel papier waarop je met zoiets als een potlood een tekening maakt. De tekening wordt als het ware in de etsgrond gedrukt. Het metaal komt bloot te liggen als je het papier van de plaat wegtrekt, daarna laat je het zuur in het metaal bijten. Na een drukgang is de afdruk te vergelijken met een potlood- of krijttekening. Een gravure is een afdruk van een afbeelding of tekst die met een burijn in hout of een metalen plaat is gesneden.

Meer informatie: Stichting Nobilis, Centrum voor Prentkunst, Zuideinde 26b, Fochteloo. Website: www.stichtingnobilis.nl.