September - november 2018, 13e jg. nr.4. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Giacometti/Chadwick: Facing Fear

In Museum de Fundatie in Zwolle is een tentoonstelling samengesteld van twee zeer bekende beeldhouwers: Alberto Giacometti en Lynn Chadwick. In het werk van Giacometti is de zoektocht naar de kwetsbaarheid van de mens te zien, terwijl Chadwick als beeldhouwer de mens opnieuw 'construeert'. In het museum zijn twee zeer persoonlijke beeldhouwvisies te ervaren.

Door Wim Adema

De beeldhouwers vormen sculpturaal elkaars tegenpool, maar laten samen ook een nieuwe sculpturale beleving ontstaan. Hun beelden en tekeningen tonen, onverwachts, een onbekend en nieuw perspectief op naoorlogse beeldhouwkunst.

Het leven van Alberto Giacometti
Op 10 oktober 1901 werd Alberto Giacometti geboren in Borgonovo (Zwitserland). Hij was de zoon van de post-impressionistische schilder Giovanni Giacometti. Met zijn broer Diego, die kunstschilder en handwerksman was, werkte hij later veel samen. Aanvankelijk tekende en schilderde Alberto samen met zijn vader veel landschappen. Uit de kunstboeken van zijn vader leerde hij het werk kennen van Albrecht Dürer, Rembrandt van Rijn en Jan van Eyck. Tussen 1915 en 1919 kreeg Alberto de beschikking over een eigen atelier en kon hij na schooltijd gaan schilderen en beeldhouwen. Een bezoek aan de Biënnale van Venetië en de steden Florence en Rome was van groot belang voor zijn ontwikkeling als kunstenaar.

Vanaf 1922 woonde en werkte Giacometti in Parijs, in de wijk Montpernasse, en volgde lessen bij de bekende beeldhouwer Antoine Bourdelle, die hem zeer inspireerde. Door toedoen van Bourdelle kwamen er uitnodigingen om deel te nemen aan Salon des Tuileries en kreeg hij ook zijn eerste opdrachten. Via de kunstenaars Lipchitz en Brancusi raakte hij thuis in de Parijse kunstenaarswereld en ontdekte hij de Afrikaanse kunst en het surrealisme als kunststroming. Vanaf die periode stopte Giacometti met beeldhouwen naar model. Hij ontmoette in Parijs nieuwe collega's, zoals Joan Miró, Alexander Calder en André Masson. Ook in de Parijse galeriewereld kreeg hij een grotere bekendheid. De schrijver Michel Leiris beschreef zijn persoon en werk in het tijdschrift 'Documents'. In die periode maakte Alberto met zijn broer Diego ook decoratieve voorwerpen en kunstnijverheid. Tussen 1930-1932 volgden ontmoetingen met de surrealisten Louis Aragon, André Breton en Salvador Dali. Hij sloot zich bij hen aan en deed mee aan activiteiten en exposities.

In Europa en de Verenigde Staten volgden later vele andere tentoonstellingen. In 1934 vond een eerste solo-expositie plaats bij Galerie Julien Levy in New York. Tijdens de jaren 1935-1940 probeerde hij nog vergeefs naar model te werken, maar zonder goed resultaat, waarna ook een breuk met de surrealisten ontstond. Van 1942 tot 1944 verbleef Giacometti in Genève, waar hij ook zijn latere echtgenote Annette Arm ontmoette. Met haar keerde hij terug naar Parijs, waar zij in 1949 met elkaar trouwden. Hierna brak zijn meest productieve periode aan, waarbij Annette zijn voornaamste model werd. Grote exposities volgden, waaronder tweemaal de deelname aan de Biënnale van Venetië. In 1962 kreeg hij op deze tweejaarlijkse Venetiaanse kunstmanifestatie de Grote Prijs voor de Beeldhouwkunst. In 1966 overleed Alberto Giacometti aan de gevolgen van een hartziekte en een chronische bronchitus. Hij werd bij zijn ouders in Borgonovo begraven. In talrijke musea en beeldenparken is zijn werk nu te bekijken.

De werkwijze van Giacometti
De expositie in Museum de Fundatie laat zien dat met name de periode tussen 1935 en 1945 voor Giacometti heel belangrijk is geweest. Dat was een tijd met grote persoonlijke ervaringen. Als beeldhouwer zocht hij intens naar de vormgeving van een innerlijke en uiterlijke relatie tot het model. Hij bemerkte dat het beeld van het model zich onder zijn handen versmalde en kleiner werd. De buste van zijn broer Diego bijvoorbeeld, die vaak model voor hem stond, werd al boetserend steeds kleiner. Ook de vormgeving van een staande vrouw verkleinde zich tot een haast fragiele, virtuele lijn. Haar uiterlijke verschijning werd stap voor stap smaller en dunner van vorm.

De bewegende mens werd ook een belangrijk thema in Giacometti's beeldhouwkunst. Toch had hij geen pure interesse voor de fysieke beweging zelf. Hij plaatste de 'wandelende' mens in een lege ruimte, waardoor de figuur geheel op zichzelf kwam te staan. Een skeletvorm laat namelijk een impressie zien van leegheid en eenzaamheid. Vanaf de terrassen in Parijs zag Alberto Giacometti vaak de mensen bewegen, zonder dat zij werkelijk contact zochten. Zij werden later sculpturen in nieuwe ruimtes. De menselijke figuur bleef een uiterlijk symbool, maar werd eveneens een subjectiviteit zonder grenzen. De beelden tonen een innerlijke leegheid, maar blijven ook tastbare symbolen. Jean-Paul Sartre zei over Giacometti: 'Het gips knedend, schept hij de leegte, uit de volheid'.

Giacometti in de Fundatie
In de sculptuur 'Lepelvrouw' (1926, brons, 145 cm), vormt de ovalen vorm van een lepel het centrum van een abstracte vrouwenfiguur. Boven de lepel staat een kleine abstracte vierkanten gezichtsvorm, terwijl het lepellichaam aan de onderkant op een kleine sokkelvorm rust. In dit werk staat de mensfiguur al centraal. Het beeld 'Man en vrouw', (1926/27-brons, 59.5 cm), is een ovalen en langwerpige figuur met abstracte tekens, die verwijst naar een primitieve cultuur. De zeer kleine 'Staande vrouw met haarwrong', een bronzen plastiek uit 1949, laat de intuïtieve manier van Giacometti's werkwijze zien. Vanaf de zijkant komen subtiele en vrouwelijke lijnen tevoorschijn. Dit beeldje lijkt de essentie van de beeldhouwkunst van Alberto Giacometti te bevatten.

De grote figuur 'Femme Léon' (1947), eenbenig, lang en schraal, toont een welhaast grof geboetseerd lichaam, waarbij dunne smalle armen ruimte en licht doorlaten. In deze sculptuur heeft de Zwitserse beeldhouwer de menselijke figuur tot een haast skeletachtige essentie teruggebracht. Aangrijpend is de voelbare eenzaamheid in de 'Compositie met drie figuren en een kop', waarin drie lichamen dun en ijl omhoog komen in een hoge, lege ruimte. Een klein menselijk hoofd blijft vastzitten op de grond. In de beelden van zijn broer Diego, een kop en een buste, ervaar ik vooral een wegkijken en alleenzijn. 'De grote Hond' in brons (1957) vormt een dierlijke tegenpool, maar laat ook een zoekende, eenzame en verdrietige houding zien. De hoge sculptuur 'Lopende man' (1957, 1.83 cm) lijkt een uitvergroting van het menselijk bestaan: de autonome, alleenstaande en wandelende mens. Het grote beeld vormt op de bovenste verdieping een levensgrote afsluiting van Giacometti's beeldhouwwerk.

Het leven van Lynn Chadwick
Op 24 november 1914 werd Lynn Chadwick geboren in Barnes, een voorstad van Londen. Zijn ouders kwamen uit het noorden van Engeland. Hij kreeg een klassieke opleiding aan de Merchant Taylors' School, een privéschool voor jongens. In zijn jeugd bezocht hij al Londense musea en de Kew Gardens. Tijdens de jaren dertig werkte Chadwick als tekenaar voor verschillende ontwerpers en architecten in Londen. Hoewel hij beeldhouwer wilde worden, volgde Lynn Chadwick aanvankelijk eerst architectuurstudies, welke echter door de aanvang van de Tweede Wereldoorlog voortijdig beëindigd moesten worden. Ondanks zijn bezwaren om de militaire dienstplicht te vervullen, werd hij toch gemobiliseerd als piloot voor de Fleet Air Arm. In Toronto ontmoette hij later Charlotte Ann Secord; zij trouwden en kregen een zoon.

In 1946 verhuisden Lynn en Charlotte naar Gloucestershire. Tussen 1947 en 1952 ontstond een zeer creatieve periode en kreeg Lynn Chadwick bekendheid als beeldhouwer. Prestigieuze opdrachten volgden. Tijdens zijn samenwerking met de Engelse architect Rodney Thomas, maakte Chadwick ook mobile's, die door het publiek als kunstwerken ervaren werden. Om deze technisch goed te kunnen uitvoeren, volgde Lynn Chadwick een professionele lasopleiding. Met deze ervaring werd ook de technische basis gelegd voor de uitvoering van zijn latere grote beeldhouwwerken. Chadwick was een zeer intuïtieve persoonlijkheid en hield in zijn werk rekening met de esthetiek van de jaren vijftig. In zijn beeldhouwwerk zijn vaak naturalistische thema's aanwezig. Hij volgde de evolutie in het dierenrijk van de vissen, insecten, reptielen, zoogdieren en de mens.

In 1952 nam Lynn Chadwick met acht Engelse beeldhouwers deel aan het British Pavilion op de Biënnale van Venetië. De bekende Engelse kunstcriticus Herbert Read zag in de beelden van Chadwick een 'geometrie van de angst', een weerslag van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, maar Lynn Chadwick kon zich in deze karakterisering echter niet vinden. Tijdens een presentatie van negentien beeldhouwwerken in 1956 op dezelfde Biënnale, kreeg Chadwick verrassend de Sculpture Prize (in dat jaar was Alberto Giacometti namelijk de grote kanshebber, maar werd toen door de jury gepasseerd en kreeg de Sculpture Prize alsnog in 1962).

In het werk van de Engelse beeldhouwer ontstond in de loop der jaren steeds meer figuratie. Op Heathrow Airport werd in 1959 een groot beeldhouwwerk van hem geplaatst. Deze sculptuur vormt een herinnering aan de dubbele oversteek van het luchtschip R34 over de Atlantische Oceaan. Met zijn nieuwe beeldhouwkunst gaf Lynn Chadwick een eigentijds antwoord op de sculpturen van Henry Moore en Barbara Hepworth.

De werkwijze van Chadwick
Chadwick begon zijn loopbaan als technisch tekenaar en ontwerper van tentoonstellingsstands. Deze opleiding en ervaring bepaalde eveneens zijn werkwijze als beeldhouwer. Zijn beelden kenmerken zich door een 'constructieve' opbouw. In plaats van met klei of was te werken, laste Chadwick ijzeren staven aan elkaar. Hij maakte innovatieve bronzen en stalen beelden, die een geabstraheerd en expressief karakter hebben, maar maakte vooraf nooit schetsen. Dat gebeurde meestal pas achteraf. Als kunstenaar had hij grote waardering voor het werk van Alexander Calder en Kenneth Armitage. Het beeldende karakter in zijn eigen werk was 'lineair', wat in de grafische vormgeving van de gelaste staven duidelijk zichtbaar is. Zij vormen als het ware driedimensionale tekeningen. Dit karakter wordt mede bepaald door de 'dematerialisering' van en de hoekige vormen in zijn werk. De sculpturen van Chadwick roepen herinneringen op aan het Russische constructivisme. Hij stond in zijn beeldhouwopvatting tegenover Henry Moore, die van het 'modelleren' uitging. Bij Chadwick stond het 'construeren' van een beeld centraal. Het maken van beelden ervoer hij als een kwestie van een probleem oplossen. Als beeldhouwer had hij grote aandacht voor het detail, wat ongetwijfeld te maken had met het jarenlang maken van bouwtekeningen.

Chadwick in de Fundatie
De grote sculptuur 'Wachter V' (1960/1) toont een ijzeren structuur, waarbij de vierkante oppervlaktes vanuit de buitenkant in een middelpunt verdwijnen. Opmerkelijk zijn de geometrische dimensies van het beeld, waarbij vanaf de zijkant verticale schuine lijnen zichtbaar zijn en de voorkant gedomineerd wordt door sterke verticale laslijnen. Het beeld geeft de impressie van een mens, hoog van gestalte. In de dierfiguur 'Leeuw' (1961) is een langgerekte aanvallende houding aanwezig, een abstracte impressie van agressie. Imponerend is 'De Vreemdeling', uit 1954, een beeld van circa 70-80 cm hoogte en gemaakt van brons. Het werk wordt gevormd door een brede zwartgekleurde mantel, die wijd openvalt. Het hoofd heeft de vorm van een roofvogelsnavel, waarbij het ijzeren skelet abstract en dominant is.

Opmerkelijk is de sculptuur 'Indicator III' (1963), die vierpotig van constructie is en gemaakt van gelast ijzer, waarbij een stapeling is ontstaan van een open cirkel en een zwarte ronde schijf met een lichtgat. Een lange ijzeren staaf met vier lichtgaten vormt de ondersteuning van dit beeld. Het oogt als een abstracte mensfiguur. De 'Wachters' lijken monolithische beelden, afkomstig van het Paaseiland en eisen in het museum hun ruimte op. 'Tripode III' (1964) is een speelse en open piramidesculptuur, opgebouwd uit vier vormen, waarbij de ijzerlijnen een ruimtelijke verkenning laten zien. De 'Liggende zwarte Electra' (1970) heeft prachtige laslijnen en toont een vrouwelijke impressie. Verrassend is het 'Model in harde wind', waarin een sterke wind horizontaal speelt met het haar en de jurk van het model. Deze sculptuur bevat een intense energie; ik ervaar een mens die in de storm staat.

Giacometti en Chadwick: beeldhouwers in een naoorlogs landschap
Het initiatief van Museum de Fundatie om het werk van Alberto Giacometti en Lynn Chadwick gezamenlijk te presenteren, bleek bijzonder de moeite waard. Ondanks het feit dat beide beeldhouwers een totaal verschillende beeldtaal ontwikkeld hebben, zijn hun beelden, tekeningen en litho's zeer goed bij elkaar te plaatsen. In de museumzalen is een ruimtelijke harmonie te beleven. Ook naast elkaar, zoals bij de beelden 'Meisje VII' (Chadwick, 1970) en de 'Grote kop' (Giacometti, 1960), blijft hun autonome zeggingskracht aanwezig en blijven de beeldhouwwerken in een visuele balans. De confrontatie van deze twee beeldhouwers vormt in Museum de Fundatie een museale verrassing.

Een discussiepunt is de vraag of het expositiethema 'Facing Fear' een juiste weergave is voor deze tentoonstelling. Bij het werk van Alberto Giacometti ervaar ik geen angst, maar eerder een existentiële zoektocht naar de essentie van de mens, zijn uiterlijk en innerlijk. Ongetwijfeld heeft de Tweede Wereldoorlog diepe sporen bij hem getrokken, maar ik ervaar in het werk in de eerste plaats een creatief zoeken naar een nieuwe menselijke figuratie. In het atelier van Giacometti zijn sporen aanwezig van een intens werkend kunstenaar. Het model confronteerde hem met de grenzen van de menselijke figuur en zijn plaats in de ruimte van het bestaan. Als beeldhouwer werd Giacometti geïnspireerd door schrijvers als Jean-Paul Sartre en Albert Camus.

Bij de beeldhouwer Lynn Chadwick is eveneens sprake van een interpretatieprobleem, als het gaat om de expositiethematiek 'Facing Fear'. Hoewel de Engelse kunstcriticus Herbert Read de 'geometry of fear' opvallend aanwezig vindt in het werk van Chadwick, herkent de Engelse beeldhouwer zich niet in deze karakterisering. Op beide kunstenaars zal de Tweede Wereldoorlog ongetwijfeld een grote invloed gehad hebben, maar ik ervaar het niet direct in hun beelden.

Deze magnifiek ingerichte duo-expositie in Museum de Fundatie is een zeer belangwekkende beeldhouwgebeurtenis. Niet vaak wordt het werk van twee zeer belangrijke beeldhouwers samen tentoongesteld. De fraai vormgegeven en geïllustreerde catalogus, met uitstekende fotografie, vormt een waardevolle begeleiding bij deze tentoonstelling.

Giacometti-Chadwick - Facing Fear, t/m 6 januari 2019, Museum de Fundatie, Blijmarkt 20, Zwolle. Website: www.museumdefundatie.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.