Dec. 2018 - jan. 2019, 13e jg. nr.5. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

De losse stijl
Leonardo da Vinci en Frans Hals in Haarlem

De schilder Leonardo da Vinci staat bekend als een estheet, perfectionist en een universeel genie. Frans Hals heeft een reputatie van losbol, levenslust en van een kunstenaar met een ruwe schilderstijl. Een dikke eeuw scheidt beide kunstenaars, de één is een vertegenwoordiger van de renaissance, de ander een 'gouden-eeuwer' en eigenlijk niet plaatsbaar in een stroming. Hun werk is nu te zien in dezelfde stad, Haarlem, in twee verschillende musea.

Door Peter van Dijk

Het Teylers Museum toont drieëndertig tekeningen van Leonardo da Vinci (1452-1519) en een dertigtal tekeningen van tijdgenoten en navolgers. Het Frans Hals Museum herbergt een tentoon-stelling van de schilder Frans Hals (1582-1666) en van zijn moderne bewonderaars-vakbroeders.

Als schilder is Leonardo da Vinci zeker niet met Frans Hals te vergelijken. Daarvoor is zijn aanpak te klassiek, bedachtzaam, gecomponeerd en te bijzonder door de sfumato-aanpak: transparante kleurlagen over elkaar gezet, waardoor de voorstelling een dromerig effect krijgt. Maar de tekenaar Leonardo hanteert, evenals de schilder Hals, een losse stijl vol bravoure en oog voor allerlei menselijke emoties. Hij interesseerde zich ook voor gewone mensen. Niet alleen voor adel en priesters, beeldschone vrouwen en jongemannen. Leonardo hield van contrasten. Met een teken-boekje aan zijn broekriem zwierf hij door Milaan, altijd open voor nieuwigheden en vreemde zaken.

 
Leonardo da Vinci (1452-1519, 'Studie van de hoofden van twee krijgers', ca. 1504-05, zwart krijt of houtskool, sporen van rood krijt, Boedapest, Szépmüvészeti Múzeum.

Hij legde met zijn metaalstift of krijt snel harmonieuze strijderskoppen vast, maar ook misvormde gezichten en bizarre hoofden en had reusachtig veel plezier in grappen en boertigheid. Leonardo ried zijn collegaschilders af het werk van anderen te kopiëren, maar stimuleerde hen gezichten naar het volle leven te tekenen. Pas dan konden ze vertrouwd raken met de verscheidenheid van gelaatsvormen. In de tekenhand van het Italiaanse genie lijkt die verscheidenheid oneindig.

Hoewel Frans Hals vooral bekend is van zijn portretten van de gegoede burgerij in Haarlem, schilderde hij voor de vrije markt graag mensen uit het volk. Beroemd zijn 'La Bohémienne' (1625, Louvre, Parijs) en natuurlijk 'Malle Babbe' (1635, Gemäldegalerie SMB, Berlijn). Vincent van Gogh, een groot bewonderaar van Hals, schreef: "Hij schilderde de dronkenlap, de oude gekke visverkoopster, de mooie zigeunerhoer, baby's in luiers, een dikke kok, musici. Het is zo mooi als Zola, maar gezonder en vrolijker, zij het net zo levend." (cat. p.66). Ook de twee Haarlemse musea, Teylers en het Frans Hals, erkennen enige verwantschap en bieden een combiticket aan, tegen een reductie. Maar uiteraard kunt u beide musea ook apart bezoeken. Let op: Teylers werkt alleen met online-tickets en time-slots en het Frans Hals kunt u gewoon binnenlopen.

Slotstuk
De tentoonstelling in het Teylers Museum is het slotstuk van een drieluik over de grote tekenaars van de Italiaanse renaissance. De allereerste tentoonstelling betrof tekeningen van Michelangelo (in 2005), daarna Rafaël (in 2012) en nu deze indrukwekkende tentoonstelling van Leonardo da Vinci. Het Teylers zelf bezit een grote verzameling tekeningen (1700 stuks), waaronder werken van Rafaël en Michelangelo, maar niets van Da Vinci. Het moest dus voor deze herdenking van Leonardo's 500ste sterfdag, volgend jaar, uit bedelen. De Britse vorstin Elizabeth II was genereus en leende er twintig aan het Haarlemse museum. De collectie van de Windsors kan dat wel lijden, zij telt 600 exemplaren van de wereldberoemde Italiaanse 'uomo universale'. Andere tekeningen komen uit onder meer Parijs, Hamburg, Londen, Florence, Venetië, Wenen, Den Haag, Rotterdam en Amsterdam. Dat betekende voor de twee conservatoren van deze tentoonstelling vele jaren van voorbereiding, van reizen en overtuigen. Het resultaat is fascinerend.

Leonardo da Vinci staat, gezien zijn geschriften en tekeningen, bekend als een van de nieuwsgierigste mensen ter wereld. Zijn duizenden waarnemingen, experimenten en analyses, vastgelegd met zijn pen en tekenstift, getuigen van Leonardo's streven te begrijpen, kennis te verwerven, uit te blinken en roem te vergaren.

In zijn opvatting was schilderen de nuttigste van alle wetenschappen. Een schilder moest kennis van de natuur hebben, omdat hij deze zo getrouw mogelijk moest uitbeelden. Geometrie, perspectief, anatomie, licht en schaduw, de uitdrukking van emoties, temperamentenleer, dat allemaal moest een schilder kunnen begrijpen. De schilderkunst was ook superieur aan de literatuur, aangezien de meeste mensen makkelijker beeld dan tekst begrijpen.

We kennen de schilder Da Vinci als de schilder van harmonieus geproportioneerde gezichten, jeugdige vrouwen en mannen, met fijn gepenseelde gewaden, halskettingen, oorbellen en mysterieuze glimlachen.

Leonardo da Vinci (1452-1519), 'Studie voor het hoofd van Judas', ca. 1494, rood krijt, Royal Collection Trust/© Her Majesty Queen Elizabeth II 2018.

De uitdrukking op de gezichten van zijn modellen suggereren een diepe gevoelswereld, een zachte ironie zoals bij 'Cecilia Gallerani' (1490) en 'Dame met de hermelijn', een voorzichtig wantrouwen bij 'Lucrezia Crivelli' (1494) of de intense moederlijkheid van Maria met haar kind ('Maria en Ana', 1519). Hoe hij door middel van zijn schetsen probeerde de perfectie te bereiken, wordt op de tentoonstelling mooi duidelijk gemaakt aan de hand van zijn wereldberoemde fresco 'Het Laatste Avondmaal' (1498), in het echt te bewonderen in het klooster Santa Maria delle Grazie in Milaan. Het is in Haarlem aanwezig op een muur met nissen, als een geprojecteerde kopie in drie delen.

Aan de wand hangen studies voor de rechterarm van Petrus, een tekening om te oefenen op de gevouwen handen van Johannes de Evangelist, een overzicht van de tafelindeling, de tekening van de gedraaide kop van de verrader Judas met gespannen nek en halsspieren en een studie van het hoofd van Jacobus de Meerdere. Je kan dus de voorstudies bekijken waarmee Leonardo oefende op uitdrukking, stand, spieren en verhoudingen en op hetzelfde moment het uiteindelijke resultaat zien in de twaalf apostelen aan de tafel van het avondmaal op de wand. Het langst deed hij over het vinden van de juiste kop voor Judas. De abt van het klooster had al bij Ludovico Sforza, de hertog van Milaan geklaagd dat Da Vinci voortdurend afwezig was en dus niet werkte aan het fresco. Toen Sforza Leonardo op het matje riep, legde deze uit dat hij nog geen geschikt model gevonden had tijdens zijn zwerftochten door Milaan, "maar dat hij uiteindelijk, mocht hij niets beters vinden, altijd nog dat hoofd van die onheuse, aanmatigende prior had". (catalogus p.46) Hij vond zijn ideale Judas tenslotte in een achterbuurt.

Details
Deze wijze van presenteren schept de mogelijkheid om de schitterende details in het 'Avondmaal' goed te bekijken. Op de tekening staan Judas' hals- en nekspieren onder hoogspanning en op het geprojecteerde fresco heeft hij zijn hoofd gedraaid naar Petrus en Johannes die achter zijn rug om in gesprek zijn. Judas stoot een zoutvaatje op tafel om. Een slecht voorteken. Andere voorbeelden van mooie details. Petrus grijpt naar zijn mes, Bartolomeüs maakt met twee handen een afwerend gebaar, Thomas steekt in twijfel zijn vinger omhoog en aan de linkerkant van de tafel (voor de kijker rechts) zorgen Mattheüs, Thaddeüs en Simon voor veel opwinding. Jezus, in het symmetrische midden, oogt kalm en wijs, de rechterhand in een grijpgebaar, de linker naar boven open gevouwen. Hij heeft net verteld dat hij door een van de aanwezigen verraden zal worden. Om hem heen rumoer, vragen, protest, ongeloof, het fresco is een en al beweging en emotie.

Deze schildering vol drama en energie zorgde voor een ommekeer in de schilderkunst. Tot dan toe werd het laatste avondmaal geschilderd als een bevroren tafereel, iedereen netjes op een rij, Judas zat meestal apart, altijd zonder aureool. Geen reacties, geen treurnis, geen heftigheid. Van Leonardo's nieuwlichterij verspreidden zich onmiddellijk prenten door heel Europa en al tijdens Leonardo's leven werden er ettelijke kopieën geschilderd. Leonardo's interpretatie maakte school. Zeker ook in de Nederlanden. Een treffend voorbeeld is de compositie van 'De bruiloft van Simson' (1638) van Rembrandt. Simson's weelderig geklede Filistijnse bruid neemt, vol in het licht, de plaats in van Jezus aan Leonardo's eettafel, naast haar zorgt Simson, die een raadsel opgeeft aan de bruiloftsgasten, voor veel reuring. Het is een plechtig en tegelijk emotioneel schilderij. Rembrandt kende een prent van Leonardo's fresco.

Kopiëren van Frans Hals
Ondanks Leonardo's vermaan zelf op onderzoek uit te gaan en niet te kopiëren, werd het natekenen en -schilderen de geëigende methode om het vak op kunstacademies of bij meesters te leren. Autodidacten, zoals ze in onze tijd voorkomen, bestonden voorheen nauwelijks. Het Frans Hals Museum heeft zelfs een tentoonstelling gewijd aan het kopiëren van en geïnspireerd raken door een meester, Frans Hals dus. Wonderlijk genoeg herhaalde zich in dit geval een soortgelijke geschiedenis als rond de revolutionaire schwung van Leonardo da Vinci.

Frans Hals werd in de 19de eeuw als een meester van modern schilderen herontdekt door gevierde grootmeesters als Manet, Liebermann, Van Gogh en vele anderen. Anderhalve eeuw was hij verguisd geweest als een losbol en een dronkenlap. Dat onterechte oordeel werd vooral gelanceerd door zijn eerste biograaf Arnold Houbraken, schrijver en schilder van vooral bijbelse taferelen. Vandaar wellicht. Vanaf Hals' dood tot diep in de 19de eeuw, werd de schilderkunst gedomineerd door regels die bedacht waren door de professoren van de Academies die door de staat betaald werden.

 
Zaaloverzicht. Foto: Gert Jan van Rooij. Rechts een schilderij van John Singer Sargent uit 1895, met een door Frans Hals geïnspireerde kraag.

Zo moest een schilder verheven onderwerpen uitbeelden, naakt mocht alleen als het Griekse of Romeinse godinnen betrof, een gladde stijl en heldere lijnvoering waren verplicht, losse verfstrepen en dikke klodders waren verboden. De schilders die opgeleid waren volgens deze regels, zaten weer in de commissies die nieuw aanstormend talent moesten beoordelen. Uiteraard aan de hand van de regels die ook voor hen hadden gegolden. Zo verstikte iedere originaliteit en creativiteit.

Sloopwerk
Langzaam werd dit gestolde regelgedrocht gesloopt. Eerst door Eugène Delacroix, de frontman van de romantiek, vervolgens door de realist Gustave Courbet, daarna kwam de tweede golf van realisten, met de schilders van Barbizon, zoals Jean-François Millet en Charles-François Daubigny, die weliswaar opgeleid waren volgens het academisme, maar zich losmaakten van regels en met hun ezels de natuur introkken, waar ze in de bossen rond Barbizon maar weinig Griekse godinnen tegenkwamen. Deze school geldt als de voorloper van de impressionisten en na de opkomst van Edouard Manet, Vincent van Gogh, Claude Monet, was het wel gedaan met de rigiditeit van de officiële opleidingen.

Frans Hals werd herontdekt door de Franse criticus Théophile Thoré, die als politieke balling een tijd in Brussel woonde en geregeld Nederland bezocht onder zijn schuilnaam W. Bürger. In 1863 zag hij op de bovenzalen van het stadhuis in Haarlem Hals' regenten- en schuttersstukken. Thoré kwam een paar keer terug en schreef het jaar daarop een lovende recensie in het gezaghebbende Franse tijdschrift Gazette des Beaux Arts. "Ik ken geen schilderijen die met zoveel elan zijn uitgevoerd. De levensgrote figuren, gemodelleerd met brede, zwierige toetsen, steken in reliëf buiten de lijst uit. Het is prachtig en bijna beangstigend." (Cat. p.8)

Vervolgens was er geen houden meer aan. Vele moderne Franse meesters namen de stoomtrein naar Haarlem, in hun kielzog volgden Duitsers, Engelsen en Amerikanen. Ze waren zo gegrepen door Hals, dat ze zijn aanpak en stijl geheel in hun vingers wilden krijgen en aan het kopiëren sloegen. Wie er kwamen, valt terug te vinden in de gastenboeken. Een aantal van die kopieën en de door Hals geïnspireerde schilderijen, heeft het museum bijeengebracht en naast de oorspronkelijke Frans Halsen tentoongesteld. Dat levert een verrassend levendige expositie op. Gustave Courbet heeft 'Malle Babbe' gekopieerd, John Singer Sargent vooral de kraag van een vaandeldrager, James Ensor een paar regentessen en William Merritt Chase schilderde zichzelf als een officier van de Cluveniersschutterij.

Vele andere schilders werden geïnspireerd door Hals' brede vlotte penseelstreken met losse toets. Max Liebermann, de beroemdste Duitse impressionist en kunstprofessor, die in Barbizon had gezeten, vele Nederlandse schilders tot zijn vrienden rekende en Nederlands sprak, was de grootste bewonderaar van Frans Hals. Hij noemde hem de meest fantasievolle schilder ooit. Hij genoot van de snelle verfstreken van Hals en waardeerde zijn vrije geest. Een gevleugelde uitspraak van hem is: "Door de schilderijen van Frans Hals krijg je lust te gaan schilderen, door die van Rembrandt vergaat je de lust daartoe (cat. p.18)." Van Liebermann hangt een bijzonder portret van de toenmalige burgemeester van Hamburg (1891) op de tentoonstelling, zo weggelopen uit een regenten-schilderij van Hals: zwarte mantel, witte molensteenkraag, hoge hoed, sabel op de linkerheup, gespen op de lakschoenen en een zakdoek in de linkerhand.

Manet, die getrouwd met een Nederlandse, Suzanne Leenhoff uit Zaltbommel, bezocht, wanneer hij in Nederland was, het Stedelijk Museum in Haarlem. Ook hij raakte gefascineerd door Hals zwierige penseelvoering. Bij zijn tweede bezoek schilderde hij zijn eigen versie van Hals' 'De vrolijke drinker' (1629) en noemde haar 'Le Bon Bock' (1873), ook op de expositie in Haarlem te zien.

Kijk maar eens goed naar de 'Postbode Joseph Roulin' (1888) en je ziet meteen dat Vincent van Gogh een waardig landgenoot en erfgenaam van Frans Hals is, zoals de Franse kunstcriticus Albert Aurier opmerkte (cat. p. 90). Van Gogh ging anders schilderen toen hij het gebruik van pure kleur en de vrije penseelstreek van Frans Hals had gezien.

Het Frans Hals zet een prettige trend in de museumwereld voort, namelijk geen catalogus meer uitbrengen bij een tentoonstelling die weinig wetenschappelijke voorbereiding nodig had. In zulke gevallen heeft het gemiddelde publiek genoeg aan een tijdschrift vol interessante achtergrond-verhalen, een summiere catalogus en veel 'faits divers'. Met de expositie 'Paden naar het Paradijs' was Museum Twenthe in 2015 een van de eerste die deze trend inzette. Dit jaar was er een mooi exemplaar te koop bij de tentoonstelling 'Aan Zee' in het Gemeentemuseum Den Haag en nu dus een gevarieerd nummer in het Frans Hals. Aan veel onderwerpen wordt een artikel gewijd, Frans Hals als inspiratiebron nu, de molensteenkraag, de penseel-voering van Frans Hals, de herontdekker van Frans Hals, Théophile Thoré.

Frans Hals, 'Portret van een man met een baard en een kraag', 1625, olieverf op doek, The Metropolitan Museum of Art, New York, The Jules Baches Collection, 1949. Foto: The Metropolitan Museum of Art/Art Resource/Scala, Florence.

Alles zwierig geïllustreerd door een tekenaar die ook in de tentoonstelling voortdurend aanwezig is, met getekende uitleg en volgetekende scheidingswanden. Bij een stripverhaal over Whistler in het tijdschrift, lees ik in een hele kleine letter zijn naam: Aart Taminiau. Over hem had ik ook wel een artikel willen lezen. Zou Aart te bescheiden en verlegen zijn geweest, of is dit gewoon een stomme omissie van de samenstellers?

Leonardo da Vinci, t/m 6 januari 2019, Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. Website: www.teylersmuseum.nl.

Frans Hals en de Modernen, t/m 24 februari 2019, Frans Hals Museum, Groot Heiligland 62, Haarlem. Website: www.franshalsmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Rembrandt en Saskia
Liefde in de gouden eeuw

Het Fries Museum in Leeuwarden opende het 350ste sterfjaar van Rembrandt van Rijn (1606-1669), met de tentoonstelling 'Rembrandt en Saskia'. Het museum toont 'Liefde in de Gouden Eeuw' aan de hand van het beroemde paar Rembrandt van Rijn en Saskia Uylenburg.

Zo leidt deze tentoonstelling de bezoeker door het liefdesleven van de elite in de Gouden Eeuw, met name in Friesland. Van de eerste hofmakerij, via de bruiloften en het huwelijksleven, naar het krijgen of het uitblijven van kinderen. Het verliezen van kinderen en het afscheid van elkaar. Er zijn meer dan 250 objecten en in totaal 23 werken van de meesterschilder te zien.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Wie Leeuwarden binnenkomt met de trein en het stationsplein oversteekt, wordt geconfronteerd met een verliefd stel, dat wil zeggen de metershoge hoofden daarvan. Deze sculpturen vormen een fontein, een van de elf fonteinen die dit jaar op plekken in de welbekende elf steden zijn geplaatst, in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa. De fontein in Leeuwarden, getiteld 'LOVE' van Jaume Plensa (1955), verbeeldt geen stromende maar 'stomende' liefde voor elkaar, althans zo wil ik het zien.

 
Rembrandt, 'Zelfportret met Saskia', 1629-1633. Rijksmuseum, Amsterdam - Legaat van de heer en mevrouw De Bruijn-van der Leeuw, Muri, Zwitserland.

Het huwelijk
Rembrandt en Saskia (Saske) leerden elkaar kennen in 1633 bij een neef van Saskia, Hendrick Uylenburg, kunsthandelaar in Amsterdam. Rembrandt was al een bekend kunstschilder voor de Hollandse elite, maar Saskia was afkomstig uit een vooraanstaande familie in Leeuwarden. Al snel kondigden zij hun verloving aan en in 1634 trouwden zij in het Friese dorp Sint-Annaparochie. Het echtpaar verhuisde na de bruiloft naar Amsterdam, waar Rembrandt zijn atelier had.
Rembrandt gebruikte zijn kersverse vrouw graag als model. Een aantal van zijn tekeningen en etsen waarop Saskia staat afgebeeld, zijn te zien op de tentoonstelling.

Societyhuwelijk
De tentoonstelling volgt niet alleen het huwelijk van Rembrandt en Saskia, maar biedt ook een blik op de gang van zaken in een societyhuwelijk uit de 17e eeuw. Gegraveerde huwelijksharten, schunnige gedichten en schilderijen vol symboliek tonen hoe er in de Gouden Eeuw werd aangekeken tegen liefde, religie en eeuwige trouw. Zo staat op een werk van Govert Flinck (1615-1660) de jonge Suzanna van Baerle afgebeeld met een cupidofontein, als bewijs van haar stromende liefde en een groene klimop als symbool voor trouw en standvastigheid. Er is te veel om op te noemen aan getoonde werken en objecten die betrekking hebben op het huwelijk in die tijd, maar een vitrine met zilveren voorwerpen, waaronder talloze trouw- of knottenkistjes die lijken te zweven, is heel geslaagd.

Topstukken
Meer dan 70 bruiklenen vanuit heel Europa zijn naar Leeuwarden gekomen. De tentoonstelling, die is ontworpen door Peter de Kimpe en Rolf Toxopeus, is verdeeld over zes zalen en start met de mooie portretten van de nog jonge Saskia en van Rembrandt. Die behoren ook tot de topstukken van deze tentoonstelling, zoals 'Saskia en profil in rijk gewaad', het portret dat Rembrandt in 1633/34 van haar schilderde en dat hij na haar dood in 1642 veranderde door enkele symbolische details toe te voegen.

En dan het zelfportret uit 1632 van Rembrandt, dat nipt op tijd in bruikleen werd gekregen van de Burrell Collection in Glasgow. Dit portret schilderde hij vlak nadat hij vanuit Leiden naar Amsterdam was verhuisd. Hendrick Uylenburg had hem namelijk op het belang van de portretkunst gewezen en dat er veel vraag was bij de (Amsterdamse) elite naar 'Conterfeytsels' .

Verdriet
Het paar Saskia en Rembrandt is feitelijk een voorbeeld van een gezinsleven uit de 7e eeuw. Geboorte en dood wisselden elkaar af en of je arm of rijk was, dodelijke ziektes konden iedereen treffen.

Govert Flinck, 'Portret van Suzanna van Baerle', 1655, olieverf op doek. Museumlandschaft Hessen-Kassel, Gemäldegalerie Alte Meister.

Dat is af en toe emotioneel en aangrijpend om te lezen. De gemiddelde leeftijd was niet hoog in die tijd, in verband met de enorme kindersterfte. Van inenten was nog geen sprake en veel kinderen overleefden de kinderziekten niet. Het was een bron van groot verdriet in die tijd, maar het gebeurde. Als een kind vijf jaar was geworden, dan waren de ergste risico's wel achter de rug.

Rembrandt en Saskia kregen vier kinderen, waarvan de eerste drie in de wieg stierven. Alleen hun vierde kind Titus (1641-1668) werd volwassen, maar Saskia maakte dat niet mee. Nog voordat Titus een jaar oud was en acht jaar na de bruiloft, overleed zij.

Rembrandt en Saskia, Liefde in de gouden eeuw, Fries Museum Leeuwarden, t/m 17 maart 2019. Websites: www.friesmuseum.nl en http://11fountains.nl.

De tentoonstelling 'Rembrandt en Saskia, Liefde in de Gouden Eeuw', is gemaakt in samenwerking met Gemäldegalerie Alte Meister in Kassel, waar de tentoonstelling later in 2019 ook is te zien. Er is een audiotour beschikbaar die is ingesproken door Aaf Brandt Corstius, waarop ook veel wetenswaardigheden over de tentoonstelling te horen zijn. Bij de tentoonstelling is een gelijknamige catalogus verschenen, ISBN 9789462582866.

Bij de tentoonstelling 'Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw' organiseert het Fries Museum een uitgebreid activiteitenprogramma. Zo geeft schrijfster Froukje de Jong-Krap een lezing op 2 februari 2019 waarin zij ingaat op het leven van Saskia in Amsterdam. Daarnaast zijn er verschillende andere lezingen, workshops en cursussen te volgen in het Fries Museum. Meer informatie is te vinden op de website van het Fries Museum.

 
Huwelijkshart met kettinkje, 1600-1700, zilver. Fries Museum.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

windstil
de trage val
van een blad

de zon verdwijnt
achter de huizen - een vlieg
verliest haar glans

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

De Venetiaanse kapellen
Architectuur tussen hemel en aarde

De 16e Internationale Architectuurbiënnale van Venetië viert met het thema 'Freespace' de kracht en schoonheid van de architectuur. In de uitwerking blijkt dit thema soms wat esoterisch, maar het levert ook uitgesproken gelaagde werken op.

Door Han de Kluijver

De Ierse curatoren Yvonne Farrell en Shelley McNamara wijzen bijvoorbeeld op een bank aan de muur van het Palazzo Medici in Florence. Een klein gebaar in de openbare ruimte, maar de bank was ook een manier voor de De Medicis om hun requestranten (aanvragers van een verzoekschrift) in het volle zicht te laten wachten en klein te laten lijken tegen de gigantische muren. Wat op vrijgevigheid lijkt, kan een heel andere betekenis hebben. Dit gelaagde gevoel kreeg ik ook bij de prachtige 'Vatican Chapels' in het bos, in de schaduw van de kerk van Andrea Palladio op het Venetiaanse eiland San Giorgio Maggiore.

 
De kapel van de Paraguayaan Javier Corvalàn benadrukt de kracht van de ronding door de ondersteuning van slechts een enkele kolom. Het concept van onstabiele balans zorgt ervoor dat het gebouw kan reageren op de atmosferische omstandigheden: als de wind waait, trilt de kapel. Foto: Han de Kluijver.

Het Vaticaan deed voor het eerst mee aan de 16e Internationale Architectuurbiënnale van Venetië. De tien door Francesco Dal Co gekozen architecten kregen de vrijheid om het architecturale concept van de kapel te verkennen. Als inspiratiebron diende de boskapel (Skogskapellet) van de Zweedse architect Gunnar Asplund, gebouwd in 1920 op de begraafplaats van Stockholm. De architecten herinterpreteren de poëzie van deze kapel in hun eigentijdse ontwerpen.

Metafysische kapellen
Dit uitgangspunt leverde zeer uiteenlopende resultaten op. De Portugese architect Eduardo Souto de Moura ontving de Leone d'oro voor het beste project op de 16e Architectuurbiënnale. Zijn ontwerp bestaat uit dikke stenen platen die voor meerdere interpretaties vatbaar zijn: graf, monument, heiligdom, altaar of gewoon een afgesloten ruimte met vier muren, zoals de architect het zelf beschrijft. Interessant is om te zien hoe Souto de Moura de muren van zijn kapel opzette. Dit doet denken aan de scharniermechanismen die door de Inca's op Machu Picchu werden gebruikt. Het buitenoppervlak van de natuurstenen platen is ruw, bijna beschadigd, met zichtbare sporen van de gereedschappen die het steen bewerkten. Je zou de slijtage kunnen interpreteren als een metafoor voor de stormen die de Katholieke Kerk door de eeuwen heen te verduren kreeg.

De Australische architect Sean Godsell lijkt juist geïnspireerd te zijn door de Toren van Babel. Zijn project bestaat uit een te openen slanke rechthoek van zink en titanium. Het holle interieur van de toren is goudkleurig geverfd, als een gebaar van licht en hoop op wedergeboorte. Helaas was de kapel door het slechte weer gesloten.

Het onmiskenbaar Japanse ontwerp van Teronobu Fujimori met prachtig bewerkte houten kerkbanken en bladgoud, blijft misschien het dichtste bij de oorspronkelijke Zweedse boskapel.

Het onmiskenbaar Japanse ontwerp van Teronobu Fujimori heeft prachtig bewerkte houten kerkbanken en bladgoud. Foto: Han de Kluijver.

Hij combineert elementen uit de Japanse houtconstructie met de traditionele kenmerken van een bergkapel. Het resultaat is een volume in zwart hout, waarbij een zadeldak op een portiek staat van boomstammen, die als kolommen dienen. Uit insnijdingen aan de oppervlakten loopt hars, als een symbool van levensbloed.

De Vaticaanse kapellen was voor mij één van de meest interessante tentoonstellingen van de Architectuurbiënnale, ook de meest samenhangende ervaring binnen het thema 'Freespace'. De ontwerpen zijn zeer divers, monumentaal of juist huiselijk en bieden gelegenheid voor reflectie en bezinning. Sommige architecten hebben een herkenbare kapel ontworpen, met een spreekstoel en altaar, andere ontwerpen zijn abstracter en sculpturaler. Tezamen vormen de ontwerpen een zoektocht naar de nieuwe identiteit van de architectuur van de Heilige Stoel.

Bijzonder in de abstractie en afwerking is de iconische luchtbel van de Chileense architect Smiljan Radic. Hij bouwde een kapel als een echte 'denktank'. De afgeknotte kegelvorm met een glasplaat als dak, is voorzien van geprefabriceerde panelen van donkergrijs beton, waarvan de binnenkant met noppenfolie is bedekt - een materiaal dat wordt gebruikt bij het gietproces en later wordt verwijderd. Dit levert een ongewone en spontane textuur op, die contrasteert met de geometrische perfectie van het architectonische ontwerp. De monumentale, kantelende houten ingang onthult een continue spiraal naar het interieur en nodigt bezoekers uit om binnen te komen voor bezinning.

 
De spichtige houten kapel van Norman Foster neemt het profiel aan van een complexe geometrische vorm, die de beweging van scheepszeilen oproept. Foto: Han de Kluijver.

De projecten van Norman Foster, Francesco Cellini en Carla Juaçaba gaan nog een stap verder. Zij ontleden de architectuur van een kapel, vermengen de grenzen tussen binnen en buiten en leggen paden aan als ontmoetingsplekken en rustplaatsen. De spichtige houten kapel van Norman Foster is samengesteld uit een niet-lineaire reeks houten latten. De gehele structuur wordt ondersteund door drie stalen kruisen, die de variatie aangeven tussen de schuine lijnen die het volume vormen. Eenmaal binnen, produceert het skelet van lariksstroken schilderachtige lichteffecten, waardoor de architectuur samensmelt met de natuur. De achterzijde van de kapel roept door de geometrische vorm de beweging van scheepszeilen op.

De kapel van de Italiaanse architect Francesco Cellini bestaat uit twee elementen: een eenvoudige tafel en een dak. Deze twee gestileerde vormen komen samen in een prachtige ruimte. De kapel van de Braziliaanse architect Carla Juaçaba bestaat uit vier acht meter lange stalen balken van 12 centimeter dik. Ze vormen een bank op zeven betonnen platen, met een staand kruis, om een dialoog te stimuleren. De bijzondere kapellen zijn zeker gedurende het jaar 2019 nog te bezoeken. Daarna wil het Vaticaan ze afbreken en weer opbouwen in Italiaanse steden die zware schade opliepen door aardbevingen.

De ontwerpers van de Vaticaanse kapellen zijn: Andrew Berman (New York, USA, 1969), Francesco Cellini (Rome, Italië, 1944), Javier Corvalan Espinola (Asuncion, Paraguay, 1962), Eva Prats (1965) en Ricardo Flores (1965) (Barcelona, Spanje), Norman Foster (Londen, Groot-Brittannië, 1935), Teronobu Fujimori (Nagano, Japan, 1946) ), Sean Godsell (Melbourne, Australië, 1960), Carla Juaçaba (Rio de Janeiro, Brazilië, 1976), Smiljan Radic Clarke (Santiago, Chili, 1965), Eduardo Souto de Moura (Porto, Portugal, 1952), MAP studio, Francesco Magnani (1971) en Traudy Pelzel (1967) (Venetië, Italië).

De kapel van de Italiaanse architect Francesco Cellini bestaat uit twee elementen: een eenvoudige tafel en een dak. De twee hoogst gestileerde vormen komen samen om een nieuwe ruimte te maken. Foto: Han de Kluijver.

Bron: Catalogus Vatican Chapels, 2018, 252 p., uitgeverij Electa Architecture, Milaan, ISBN 978-88-918-2020-4. Website: www.electa.it/en/vatican-chapels-3. HOLY SEE, Vatican Chapels, www.labiennale.org/holy-see.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

The Instrument of Troubled Dreams

Van 23 november 2018 tot 29 april 2019 fungeert de Oude Kerk in Amsterdam als tempel voor muziek, waarbij alles draait om een op geluid gebaseerd kunstwerk. Directe aanleiding voor deze interventie is de voltooiing van de restauratie van het wereldberoemde Vater-Müller orgel.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Voor wie een bezoekje aan de hoofdstad wil of gaat brengen in de komende periode, is de Oude Kerk zeker een interessant doel. Bekijk bij een rondje om de kerk lopen, aan de noordzijde het omstreden (contemporaine) rode raam. Het raam kijkt uit op het Drs P.-Plein, waar enkele raamdames huizen.

Het was de geliefde buurt van Drs P. (Heinz Hermann Polzer, 1919-2015), waarover hij een lied schreef en meer dan dat, het werd zijn lievelingslied, getiteld: 'Quartier Putain' (beluister hier op YouTube).

 
Vater-Müller orgel, Oude Kerk. Foto: Maarten Nauw.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het van buitenaf eigenlijk nauwelijks opvalt dat de glas-in-loodruitjes in het raam van kunstenaar Giorgio Andreotta Calò (Venetië, 1979) nu rood zijn. Maar, genoeg nu over de ramen en terug naar de muziekkunstenaars.

Kunst, erfgoed en muziek
Tijdens hun voorbereidende bezoeken aan de Oude Kerk heeft het kunstenaarsduo Janet Cardiff (1957) en George Bures Miller (1960) op meerdere manieren klank in de ruimte laten resoneren. Met behulp van stem en orgel hebben zij een beeld gekregen van de akoestische mogelijkheden die de architectuur van het oudste gebouw van Amsterdam biedt. Wat hen vooral aansprak was het in restauratie verkerende Vater-Müller orgel uit 1742. Het instrument werd onderzocht en wordt vooruitlopend op de oplevering in mei 2019 op experimentele wijze bespeeld en voor geluidsopnames gebruikt.
Cardiff: "The organ in the church inspired us. We thought: why not make another organ? But of a different type and one that the public could play." (Bron: perstekst Oude Kerk)

Soundtrack voor het monument
De bezoeker wordt automatisch onderdeel van een geluidswerk, waaraan je kortstondig zelf een bijdrage levert. Je stapt in een werk dat allesomvattend is; het geluid vult de hele ruimte. Zie het als een soort soundtrack voor het monument. Een mellotron uit de zestiger jaren (een mechanische voorloper van de sampler), verbindt 25 speakers, die omgevingsgeluiden met zang en tonen vermengt met onder meer het Vater-Müller orgel. Het geluid doet een beroep op je verbeeldingskracht, je geheugen en je bereidheid tot overgave. Via de mellotron kan de monumentale ruimte worden bespeeld en daarmee de atmosfeer en perceptie van de Oude Kerk.
Oude Kerk, Amsterdam. Foto: Rob den Boer.

Een aanrader, voor meer informatie: oudekerk.nl/cardiff-miller.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

nog één feest, zegt hij
maar zijn blik is al
naar binnen gekeerd

gordijnen worden
dichtgeschoven - een huis
sluit de ogen

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

In het Nieuwe Instituut in Rotterdam wordt tot en met 10 maart 2019 een presentatie gehouden van de winnaar van de Prix de Rome Architectuur 2018. De genomineerden waren Alessandra Covini, Bram van Kaathoven, Katarzyna Nowak en Rademacher de Vries. De Prix de Rome Architectuur is een jaarlijkse onderscheiding en werd dit jaar gegeven aan de Italiaanse architecte Alessandra Covini (1988, Milaan) voor haar ontwerpvoorstel 'Amsterdam Allegories', die ontworpen is voor het Sixhavengebied in Amsterdam-Noord. Aan deze prijs is onder meer een werkperiode in de American Academy in Rome verbonden. Ook de overige genomineerden hebben samen met het ontwerpbureau Collective Works een ontwerpplan voor de Sixhaven gemaakt. Op deze tentoonstelling zijn maquettes, andere modellen, tekeningen, impressies en toelichtingen te zien. Meer informatie: hetnieuweinstituut.nl.

Gebouwen van het TextielMuseum in Tilburg. Foto: Rob den Boer.

In het kader van 100 jaar Bauhaus zal het TextielMuseum in Tilburg in 2019 een 'limited edition glazendoek' lanceren. Het Bauhaus was een vooruitstrevende academie voor architectuur en toegepaste kunst in Weimar (Ddl). Met deze beperkte editie wil het TextielMuseum een uniek stuk uit de eigen collectie opnieuw uitgeven. Dit keer is het de bijzondere glazendoek (theedoek) van Kitty van der Mijl-Dekker, die afstudeerde aan het Bauhaus en voor de damast- en linnenweverij E.J.F. van Dissel & Zn. een ontwerp maakte dat in die tijd zeer modern en vernieuwend was. In het TextielLab in Tilburg wordt het nu opnieuw gemaakt en het resultaat is er vanaf januari 2019 ook te koop. Het glazendoek laat een geraffineerde combinatie zien van rode en blauwe strepen, met kleurnuances op de plaatsen waar de strepen elkaar kruisen. Ook de asymmetrie werd in 1935 als baanbrekend beschouwd. Meer informatie: www.textielmuseum.nl.

In de stad Liège-Guillemins (Luik) staat sinds 2009 een station met een futuristisch karakter. Het werd ontworpen en gebouwd door de Spaanse architect Calatrava. Nergens staat een rechtopstaande muur, terwijl vloeiende lijnen een bijzonder verrassende open ruimte laten zien. Aan beide zijden is dit station open van karakter en het heeft een immense overkapping. Vanonder dit luifel hebben de reizigers een mooi gezicht op de stad Luik en aan de andere zijde komt de heuvel van het stadsdeel Cointe in beeld. Dit station heeft een geheel nieuwe en eigentijdse vormgeving en wordt door bezoekers als een 'ruimteschip' ervaren. De naam van het station, Liège-Guillemins, verwijst naar de geschiedenis van de Wilhelmieten (Guillemins), een kluizenaarsorde die een klooster in Luik had.
 
Nouvelles Images in Den Haag heeft onlangs haar deuren gesloten. Het was een van de belangrijkste galeries voor hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Deze galerie werd in 1960 opgericht door Erik Bos (1955-2016) en hield spraakmakende exposities met onder andere Armando, Lucebert en JCJ Vanderheyden. Later volgden tentoonstellingen met nieuwe jonge kunstenaars als Michael Raedecker, David Bade en Hamid Al Kanbouhi. Galerist Sander Creman werkte sinds 1989 al als assistent van Erik Bos, terwijl Marie Jeanne de Rooij, na het overlijden van Erik Bos in maart 2017, directeur werd van de galerie. Met een laatste verkoopexpositie, 'Vaarwel/Farewell', tussen 1 en 9 september 2018, werd het bestaan van galerie Nouvelles Images echter afgesloten. De financiering voor een nieuw beleid bleek te gecompliceerd. Volgens Sander Creman lijkt de crisis van 2008 de ontwikkeling van de kunstmarkt mede in negatieve zin beïnvloed te hebben, maar hij constateert eveneens dat de start van nieuwe galeries in Den Haag ook hoop geeft voor de toekomst. Bron: De Volkskrant 16.08.2018, auteur: Bart Dirks.
 
In Museum Ludwig in Keulen is tot en met 15 januari 2019 een tentoonstelling te zien van de kunstenares Gabriele Münter (1877-1962). Haar persoon en werk is in de geschiedenis van de moderne kunst lange tijd op de achtergrond gebleven. Dat blijkt ten onrechte. Haar naam wordt meestal genoemd in verband met Wassily Kandinsky, met wie zij jarenlang een grote vriendschap deelde. Uit de nu gerealiseerde expositie komt echter een bijzonder creatieve en scheppende vrouw tevoorschijn. Zij had een verfijnde manier van tekenen en toonde een volstrekt eigen kleurgebruik in haar werk. In die tijd was het voor vrouwen bijzonder moeilijk om een eigen artistieke carrière te beginnen; dat gold ook voor Münter. Met veel discipline en de ontwikkeling van haar schildertalent, realiseerde zij een geheel eigen oeuvre. Kandinsky erkende haar talent. Met 'unbeschwerter Augenlust' bleef zij werken. In de serie 'Opmerkelijke vrouwen van de avant-garde 1900-1950' in dit kunstjournaal, is een profiel aanwezig van haar persoon en werk (zie Archief). Bron: De Groene Amsterdammer, 27.09.2018, auteur: Joke de Wolf.

De dit jaar overleden Roemeense kunstenares Geta Bratescu (1926-2018) hield van het experiment. In haar studio te Boekarest bleef zij tot het laatst spelen met lijnen op papier. Vanaf 1945 volgde zij studies literatuur en beeldende kunst. Het communistische bewind maakte hier in 1948 een einde aan. Na 1957 sloot zij zich aan bij de UAF, de Kunstenaarsbond, om haar artistieke werk voort te kunnen zetten. Bratescu ontwikkelde een abstracte manier van kijken. Zij ervaarde een groot contrast tussen de geometrische vormen in de industrie en de organische vormen van de natuur. Door het maken van talrijke reizen in Oost- en West-Europa verbreedde zij haar kijk op de wereld. Zij werkte aan animaties, teksten en boekillustraties. In haar eigen studioruimte stond het experiment centraal: 'Kunst is een serieus spel'. In 1974 schreef zij over haar experimenten met magneten als: 'Oefeningen in ruimte en tijd'. Zij betrok sculpturen, tekening en collages bij dit ruimtelijke avontuur. Ook Geta Bratescu blijkt een vrouw die door de internationale kunstwereld vergeten werd. Pas op haar negentigste verjaardag werd een eerste grote expositie gehouden buiten Roemenië. Op de Biënnale van Venetië in 2017 was het Roemeense paviljoen geheel gewijd aan haar persoon en werk. Er werd een selectie getoond van haar tekeningen, fotografie, film, collage, schilderijen, textiel en teksten uit de jaren 60. Deze presentatie heette 'Apparitions': verschijningen! Bron: rubriek Het Einde, De Groene Amsterdammer, 27.09.2018, auteur: Roos van der Lint.

Sinds eind vorig jaar is de non-profit boekwinkel Page Not Found van start gegaan. Hij functioneert tevens als platform voor kunstenaars die het boek als medium gebruiken. De kunstwerken worden veelal bij kleine drukkers gemaakt en verschijnen in eigen beheer. De oplage is klein, waardoor de boeken lastig te krijgen zijn. Page Not Found wil hierin verandering brengen en deze werken meer toegankelijk maken voor een groter publiek. Als platform voor kunstenaars organiseert deze boekwinkel tentoonstellingen, artists talks, lezingen en workshops over het gedrukte kunstboek en grafiek. Meer informatie: page-not-found.nl. (Bron: BK-informatie nr. 6, 2018).

Het kunstenaarsmagazine Kont is een 'slow' magazine, een papieren platform dat cross-disciplinaire samenwerkingen van unieke makers in de omgeving van Eindhoven mogelijk maakt, daarbij subtiel reflecterend op de huidige 'status quo'. In september 2018 verscheen het tweede nummer. Het magazine is een jaarlijkse uitgave en wordt gemaakt door twintig tot dertig nieuwe makers uit allerlei disciplines en generaties: beeldend kunstenaars, designers, dansers, schrijvers en filosofen. In dit blad worden zij aan elkaar gekoppeld, soms met twee of drie personen, om samen in dialoog een nieuw werk te maken. Hun bijdragen zijn alleen voor het blad Kont bestemd. Het blad is tweetalig, Engels en Nederlands. Via een webshop is het te koop, alsmede op verschillende verkooppunten in het binnen- en buitenland. Als platform organiseert het ook informele bijeenkomsten voor makers, curatoren en mensen die makers willen ontmoeten of samenwerken via Slow Portfolio Dates. (Bron: BK-informatie nr. 6, 2018).
Meer informatie: kontmagazine.nl.

Op de website movejects.com kunnen kunstenaars hun kunstwerken ruilen. Deze site is gemaakt om de moeilijke arbeidsmarktpositie van kunstenaars te verlichten en hen de gelegenheid te geven om eigen werk onder de aandacht van het publiek te brengen. Via deze website kunnen zij niet alleen werk ruilen, maar ook doorverkopen binnen het eigen netwerk. De site wil eveneens extra ruimte bieden om een nieuw netwerk binnen de kunstwereld op te bouwen. Geruilde werken worden vanaf het moment van ruilen ook getoond op de website. Er wordt een bescheiden deelnamevergoeding gevraagd. (Bron: BK-informatie nr. 6, 2018). Meer informatie: www.movejects.com.

Het Voerman Museum Hattem ontwikkelde een indoor-navigatie-app, waarmee mensen met een visuele beperking informatie kunnen krijgen over de kunstwerken in hun collectie. Daarvoor zijn een aantal geschilderde landschappen vertaald naar geluidslandschappen. Deze app kan op termijn ook geschikt gemaakt worden voor gebruik in andere musea. Via soundscapes komen schilderijen tot leven voor mensen met een visuele handicap. Museum Voerman heeft met deze app ook meegedaan aan de Raak Stimuleringsprijs 2018 en won als een van de drie genomineerden de derde prijs. Genoemde Stimuleringsprijs is bestemd voor het toegankelijker maken van museumcollecties voor blinden en slechtzienden. Het Verzetsmuseum, dat de eerste plaats behaalde, ontwikkelde een vloermarkering in relièf die de bezoeker met een visuele beperking langs afbeeldingen en authentieke objecten leidt, begeleid door een audiotour. Het Museon (tweede plaats) wil een zintuigprikkelende rondleiding ontwikkelen, die langs uiteenlopende voorwerpen uit de wereld van natuur, cultuur en technologie voert. Deze rondleiding zal plaatsvinden in het museumdepot. Meer informatie vindt u op de volgende websites: www.voermanmuseumhattem.nl | https://raakstimuleringsprijs.nl.

Het platform voor hedendaagse fotografie Unseen lanceert een grensverleggend digitaal platform dat volledig gericht is op de introductie van nieuwe kunstenaars en hun fotografische werk. In samenwerking met galeries, als een soort ecosysteem van fotografieprofessionals, wil Unseen een onbekend terrein ontginnen door een dynamische omgeving voor publiek en kunstenaars te ontwikkelen: Unseen Platform. Dit onconventionele medium geeft de deelnemende kunstenaars de mogelijkheid om een eigen verhaal te vertellen en perspectieven en inzichten in de hedendaagse wereld te laten zien. Hopelijk ontstaat hierdoor ook een goede samenwerking tussen fotografieliefhebbers, curatoren, critici, verzamelaars, auteurs, fotoredacteuren, galeriehouders en kunstenaars. De fotowerken die op het Unseen Platform getoond worden zijn nooit eerder fysiek of online getoond. Ook videofilms zullen op dit platform gepresenteerd gaan worden. Op Paris Photo 2018 is het Unseen Platform inmiddels gelanceerd. Meer informatie: www.unseenplatform.com.

BAK, basis voor actuele kunst in Utrecht, presenteert tot en met 27 januari 2019 de expositie Forensic Justice, over het werk van het Londense onderzoeksbureau Forensic Architecture. Dit is een onafhankelijk en interdisciplinair bureau dat onder meer bestaat uit kunstenaars, wetenschappers, juristen, filmmakers en architecten. Door gebruik van nieuwe esthetische en politieke onderzoekmethodes worden schendingen van de rechten van zowel mensen als de natuur onderzocht. Met dit materiaal worden internationale gerechtshoven en een breed scala van activistengroeperingen, de Verenigde Naties en Amnesty International benaderd. Zij werken ook samen met kunstinstellingen om internationaal een platform te kunnen zijn voor het publiek. In de expositie bij BAK staat een onderzoek centraal naar het herwinnen van sociale of ecologische rechtvaardigheid. Iedere twee weken is er tijdens deze tentoonstelling een publiek programma: 'Propositions #7: Evidentiary Methods', waarin bewijs en methode door het publiek onderzocht kan worden. Meer informatie: www.bakonline.org. (Bron: BK-Informatie nr. 7, 2018).

In het kader van een wederkerend educatief programma van De Appel in Amsterdam, vindt van november 2018 tot en met 24 februari 2019 het event Het Ensemble plaats. Hier worden ideeën en ervaringen met betrekking tot polyfone stemmen verzameld in relatie tot een tentoonstellingsprogramma van De Appel. Belangstellenden kunnen gratis aan dit programma deelnemen. In de novemberperiode is geluid en expressie onderzocht aan de hand van bewegingen van het lichaam. Belangrijke vragen waren: wat doet geluid met ons lichaam, wat doet het lichaam met onze psyche, hoe kunnen wij communiceren via beweging en hoe kan een andere kijk op ons lichaam ontstaan? Deze onderwerpen werden zichtbaar gemaakt in een eerste expositie: 'Ensemble of Movements: It is here/This will last forever' van Ben Russell (was te zien t/m 01.12.2018). Het Ensemble of Movements wordt door De Appel georganiseerd in samenwerking met de choreografen en kunstenaars Sedrig Verwoert en Christiaan Den Donder. Meer informatie: www.deappel.nl. (Bron: BK-informatie nr.7, 2018)  

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

Terug naar boven | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACHTERGROND

Inhoud