Febr. - apr. 2019, 14e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Achtergrond

Nederland een museum rijker

Op Landgoed de Keukenhof opende onlangs een nieuw museum van de familie Van den Broek, bekend van de supermarkten. Hun doel: hedendaagse kunst toegankelijk maken voor een breed publiek. Daarvoor ontwierp KDVK architecten een licht en transparant gebouw.

Door Han de Kluijver

Het Lisser Art Museum (LAM) maakt van kunst kijken een laagdrempelige bezigheid. In dit privémuseum heb je geen kunstkennis nodig en hoef je ook geen bordjes te lezen. Het enige wat je nodig hebt is een smartphone met een app die je in drie kwartier langs vijf zalen met kunstwerken loodst.

Die kunstwerken zijn sinds begin jaren tachtig door de familie Van den Broek verzameld en hebben allemaal iets met eten, drinken of winkelen te maken. Maar hoe kwam dit museum op de Keukenhof terecht?

 
De schil van het gebouw is uitgewerkt in de verhoudingen van de gulden snede, met een ingetogen materiaalkeuze, afgestemd op het omringende bos. Er is een langgerekte Kolumba steen gebruikt, in een aardse kleurschakering, met een lengte van 540 mm. van Petersen Tegl. Foto: Han de Kluijver, 23 jan. 2019.

Simpel, de Van den Broek Foundation betaalde mee aan de renovatie van Kasteel Keukenhof op het gelijknamige landgoed, dat uit de 17e eeuw dateert. Zo ontstond ook het idee voor een kunstmuseum.
"Veel leuker dan kunst verzamelen is om het aan anderen te laten zien," aldus Jan van den Broek bij de onthulling van de bouwplannen in 2013.

Het gebouw is, net als de kunstverzameling, toegankelijk en heeft lichte en transparante ruimtes. Het imposante en moderne museumontwerp van KVDK architecten is deels tegen een dijk gebouwd en lijkt geheel op te gaan in het landschap. Het museumgebouw rijst tussen de bomen in het park op en bestaat uit twee delen, waarbij het ene deel, dat is verwerkt in de kunstmatige dijk uit de zeventiende eeuw, het erboven ‘zwevende’ deel draagt.

Een eigentijds gebouw dat opgaat in de omgeving
Door de hoge glazen voorgevel, zonder kozijnen en tussenregels, oogt het museum uitnodigend en blijft de dijk volledig zichtbaar. Om verkleuring van de glazen gevel tegen te gaan, is speciaal ijzeroxidearm glas met een zelfreinigende coating geïmporteerd uit Hongarije. Omdat het glas uit vier lagen verlijmd vlakglas bestaat, zouden anders de groentinten al snel de boventoon gaan voeren.

Hoe houd je zo’n enorme glazen gevel zonder kozijnen overeind en hoe verdeel je de druk evenredig? De dubbelgelaagde isolatieruiten van 6,6 m. bij 1,2 m. met een LTA-waarde (lichttoetredingsfactor) van 72 en ZTA-waarde (zontoetredingsfactor) van 53, zijn structureel verlijmd (glas op glas verlijmd zonder kozijnen) op glazen vinnen. Deze vinnen moeten behoorlijk wat gewicht kunnen dragen en zijn samengesteld uit vier lagen glas van in totaal 50 millimeter dikte. De druk van de bovenliggende bakstenen constructie is bovendien beperkt. Die lijkt wel te steunen op de glazen entreegevel, maar wordt wijder naar boven toe en is weggewerkt in de plafonds.

Ook het plafond in de entreehal is van geprinte strips, bestaande uit een mix van steen en rubber met het motief van de baksteen. Foto: Han de Kluijver, 23 jan. 2019.
Door de plaatsing in de dijk en de materiaalkeuze heeft het museum een natuurlijke en robuuste uitstraling gekregen. Foto: Han de Kluijver, 23 jan. 2019.

Een loper van terracottakleurige bakstenen leidt de bezoeker zo de dijk in. In de entreehal versterken wanden van bruingrijs hardsteen het dijkgevoel. De aardkleurige bekleding van het gebouw zorgt er nog eens extra voor dat het gebouw lijkt op te gaan in de omgeving.

Kunst voor iedereen
Eenmaal binnen volgt de routing het 'Guggenheim-principe': de bezoeker gaat met een kooiloze glazen lift naar de bovenste derde etage. Afdalend van brede trappen, die zowel als tribune of als expositieruimte kunnen dienen, passeert de bezoeker automatisch alle vijf de museumzalen.

In het hart van het gebouw komen twee zichtassen samen op een glazen loopbrug. Vanaf deze brug heeft de bezoeker aan alle kanten zicht op de natuur en via een hoekraam kijk je uit op Kasteel Keukenhof. Bijzonder aan het ontwerp is dat er een openbaar wandelpad tussen de twee gebouwhelften door loopt. Ook niet-betalende bezoekers krijgen zo iets van het museum mee. De entreeprijs hoeft overigens niet af te schrikken: voor een klein bedrag sta je binnen en veel meer kun je er ook niet uitgeven: er is geen restaurant en geen museumwinkel. Niets anders dan de kunst staat centraal.

Slim omgaan met duurzaamheid

Ook met duurzaamheid is slim omgegaan in dit ontwerp. Omdat er al zoveel daglicht binnenkomt bij de entree, hebben de zalen zelf geen grote raampartijen. Dat maakt het klimaat ook beter te beheersen. Elke zaal heeft een bezetting-gestuurde luchtbehandelingsinstallatie (de klimaatbeheersing past zich automatisch aan de hoeveelheid mensen in het gebouw aan) en LED-verlichting om energie te besparen. Tegen de plafonds is een grid (frame) met rails bevestigd, waaraan de beweegbare verlichting hangt. De ruime mate van gefilterd daglicht draagt bij aan de vermindering van het energiegebruik, maar eveneens aan een natuurlijke beleving van het museum. Ook het depot is energiezuinig: omdat het weggewerkt is in de dijk, is koeling of verduistering niet nodig. Het museum maakt gebruik van een warmte/koude opslag en een grijswatersysteem voor de toiletten.

Een supermarkt is tijdelijk, kunst is eeuwig
Al met al is het geen geringe ambitie om je eigen privémuseum te bouwen voor de ietwat uit de hand gelopen privécollectie kunst. De bouw ervan had dan ook veel meer voeten in de aarde dan het neerzetten van een supermarkt, erkende Jan van den Broek in de Volkskrant. Maar hij hoopt dat zijn museum er, net als het 360 jaar oude Kasteel Keukenhof, over 360 jaar nog staat.

Door de vloeiende beweging vanaf de derde verdieping, ontstaat een ruimtelijke continuïteit met verrassende daglichtplekken, die een relatie met het parklandschap aangaan. Foto: Han de Kluijver, 23 jan. 2019.

Op het Lisser Art Museum zou je af kunnen dingen dat de collectie net zo goed in een bestaand museum ondergebracht had kunnen worden, maar daarvoor is wellicht een mentaliteitsverandering bij de museumdirecties nodig. Dit gebouw, waar de beleving van kunst, architectuur en natuur als één geheel met elkaar verbonden zijn, is in ieder geval het bezoeken meer dan waard.

LAM (Lisser Art Museum), Keukenhof 14, Lisse. Website: www.lamlisse.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Het AfricaMuseum van vandaag

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, België, is na een renovatie van vijf jaar – nu onder de naam AfricaMuseum - heropend op 8 december 2018. In en om het statige gebouw zijn rigoureuze veranderingen aangebracht en de tentoonstellingsruimte is verdubbeld.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

''Een museum is een huis.
Dit museum is een huis.
Een huis van veel bewoners.
Een huis van talrijke bezoekers als tijdelijk bewoners.
Een huis van vele betekenissen en rijkelijk beladen geschiedenissen.
Meer dan honderd jaar geleden gebouwd om de vergaarde rijkdom te etaleren.
Een huis, een paleis om te overweldigen.
Het huis van vroeger is niet meer.
Het is nu ook een wereldvermaarde wetenschappelijke instelling met talrijke kamers.
Een hedendaags museum en een huis voor onderzoek, duiding, discussie, dialoog en
ontmoetingen. (…)"

Architect Stéphane Beel voor het studieteam.

 
Chéri Samba, 'Réorganisation', 2002, Collection RMCA, HO.0.1.3 865. Rights reserved.

Eerder nog droeg het meest bezochte museum van België de naam Congo-Museum (het huidige Congo-Kinshasa was van 1908 tot 1960 Belgisch-Congo). Het gebouw zelf oogt intussen nog steeds voornaam, alleen de aanbouw, tevens nieuwe ingang, is nu in een geheel eigentijdse vormgeving gestoken (door Stéphane Beel architecten).

De bezoekers gaan nu naar binnen via het nieuwe onthaalpaviljoen en dan door een lange gaanderij naar het gerestaureerde museumgebouw. Eerst lopen ze langs een verbreding waar daglicht binnenkomt, een oriëntatiepunt. Dan voert de route langs een pronkstuk van de museumcollectie, een grote prauw die verwijst naar de Congo-rivier, richting een ander lichtpunt in de verte: de verdiepte binnenplaats van het museumgebouw. De bezoeker komt dus via de kelders en de oude fundamenten van het gebouw binnen.

Enkele fragmenten uit het persinterview met Guido Gryseels, sinds 2001 algemeen directeur van het AfricaMuseum:

Waarom hebben jullie ervoor gekozen om de vertrouwde ingang te vervangen door een nieuw onthaalpaviljoen naast het museumgebouw?
"Het museumgebouw is een beschermd monument uit 1910. Je kan er niet zomaar structurele veranderingen in aanbrengen. We zaten dus met heel wat beperkingen. De enige manier om de infrastructuur echt grondig te verbeteren, was door een nieuwbouw. (…)''

Wat is de grote vernieuwing in de permanente tentoonstelling?
''Ten eerste willen we in de nieuwe permanente tentoonstelling een beeld van hedendaags Afrika tonen. We willen niet langer een museum zijn van het koloniale Afrika, maar wel van het Afrika van vandaag en het Afrika van de toekomst, zonder de gedeelde geschiedenis tussen België en de landen van Midden-Afrika te verwaarlozen. (...)''

Hoe gaat het museum om met het koloniale verleden van België?
"Als je naar het koloniale verleden kijkt met de ogen van vandaag, dan moet je besluiten dat het kolonialisme als systeem en bestuursvorm immoreel is en dat we daar volledig afstand van moeten nemen. Geen enkel land heeft het recht om een ander land te onderwerpen. Er is nog nooit een volk geweest dat vroeg om gekoloniseerd te worden. (…)."

Hedendaagse kunst in de nieuwe permanente tentoonstelling

Bij de renovatie was de integratie van hedendaagse Afrikaanse kunst in het museum een belangrijk item. De vernieuwing wordt expliciet verbeeld door de (autodidacte) Congolese kunstenaar Chérie Samba (1956) in zijn werk 'Réorganisation'. Het stamt uit 2002, net na het aantreden van Gryseels. In het tafereel van Samba kijkt de museumdirecteur toe hoe een groep Afrikanen een matras met daarop het werk 'De Aniotagroep' wegsleept uit het museum, terwijl het 'museumpersoneel' met enkele mensen het werk tracht tegen te houden. Deze Aniotagroep werd door beeldhouwer Paul Wissaert (1885-1951) aan het begin van de 20e eeuw gemaakt. Het werk van Samba is karikaturaal en oogt als een fragment uit een stripverhaal, maar het geeft wel een beeld van de veranderingen die de nieuwe directeur voor ogen heeft.

Grote rotonde
De sculptuur die in de grote rotonde staat, is een werk van Aimé Mpane (1968) uit 2016/17, getiteld 'Nouveau souffle ou le Congo bourgeonnant'. Een monumentaal houten beeld van een Afrikaans gezicht en profil, op een bronzen 'voetstuk'. Het brons lijkt over de vloer te vloeien en treedt zo in dialoog met de omringende werken in verguld brons.

Aimé Mpane, 'The rotunda', © RMCA, Tervuren. Foto: Jo Van de Vijver.

Dat plaatst ze in perspectief en werpt tegelijk een kritische blik op het koloniale propagandaverleden. Mpane heeft inmiddels zijn bezwaar tegen het museum en zijn strijd tegen de koloniale opzet en misdaden naar de achtergrond verschoven. Nu staat zijn werk in het teken van de toekomst, in het teken van de mens. Hij schenkt de Afrikaan opnieuw een centrale plek in de grote rotonde, als symbolische en beladen plaats. Een veeg uit de pan naar de imperialistische propaganda van Leopold II. Ik vroeg de kunstenaar welke westerse kunstenaars hem inspireren, misschien Jaume Plensa? Maar, voor Mpane is Alberto Giacometti meer een inspirator.

Moseka
Om iets aan de vele verkeersongevallen in de DR Congo te doen, ontwierp Thérèse Izay Kirongozi (1975) samen met de vereniging Women's Technology (Wotech) een reusachtige verkeersrobot. De mensachtige constructie wordt gebruikt om het verkeer te regelen in de straten van grote Congolese steden. Het project werd bekroond met de prijs voor innovatie op de WorldSafe Awards 2017/18 in Atlanta (USA) en wordt geëxporteerd naar andere Afrikaanse landen.

Het museum kreeg in 2018 een robot van de nieuwe generatie in haar bezit, de vrouwelijke versie genaamd 'Moseka', wat 'jong meisje' betekent in het Lingala. Moseka weegt 160 kilo, is 2,90 meter groot en staat op een sokkel van 1,10 meter. Een indrukwekkende jongedame! Haar draaibewegingen worden bestuurd met een ruitenwissermotor en de 540 ledlampen werken op 12 Volt.

Zij zingt een populair deuntje over verkeers-veiligheid dat de Congolese kinderen op de basisschool leren. In de steden voorzien zonnepanelen de verkeersrobots van stroom.

De contemporaine Afrikaanse kunst is te zien op prominente plaatsen in het museum en, verspreid over het enorme gebouw, tussen de cultuurhistorische objecten uit Midden-Afrika. Er is met gemak een dag door te brengen, het museum was voor de verbouwing zoals gezegd het meest bezochte van België en het zal zeker de bedoeling zijn om die status te behouden.

 
'Zicht van Rituelen en Ceremonies', © KMMA, Tervuren. Foto Jo Van de Vijver.

''(…) Belgen weten dat bij hun voorvaderen – de missionarissen, ambtenaren, zakenlieden - ook veel liefde bestond voor de Congolezen en hun fascinerende cultuur. Elke Belg heeft wel een familielid met een historie in Congo (…).'' Aldus David van Reybrouck, auteur van 'Congo: Een geschiedenis'.

AfricaMuseum, Leuvensesteenweg 13, Tervuren (België). Website: www.africamuseum.be.

Het museum ligt even ten zuidoosten van Brussel en is met het openbaar vervoer bereikbaar vanaf Brussel Centraal via metro 1 richting Stokkel, halte Montgomery en vervolgens via een mooie rit met tramlijn 44 door de twee kilometer lange Tervurenlaan naar het museum.

Terug naar boven | Print dit artikel! | LEES ACTUELE BERICHTEN OP DE PAGINA UITGELICHT

Inhoud