Febr. - apr. 2019, 14e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Vrijheid
Museale keuzes van kunsthistoricus Hans den Hartog Jager

In Museum De Fundatie in Zwolle is een groot overzicht te zien van Nederlandse beeldende kunst vanaf 1968. Kunsthistoricus en schrijver Hans den Hartog Jager heeft 'De vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968' uitgekozen, die nauw verbonden zijn met het expositiethema 'Vrijheid'. Voor deze ambitieuze en persoonlijke keuze kon hij van vrijwel alle zalen van het Museum De Fundatie gebruik maken, vier verdiepingen hoog. 'Vrijheid' biedt een breed overzicht van Nederlandse beeldende kunst, maar roept inhoudelijk ook vragen op.

Door Wim Adema

Over de inhoud van deze expositie heeft Hans den Hartog Jager ook een begeleidend boek geschreven. In zijn voorwoord beschrijft hij zijn keuze voor het thema 'Vrijheid'. Hij concludeert dat de kunstgeschiedenis niet meer bestaat en dat is een goede reden om er een te schrijven. Voor dit doel zijn 'de vijftig belangrijkste, beste, invloedrijkste kunstwerken bij elkaar gebracht, teneinde het publiek referentiepunten aan te bieden voor een nieuw kunsthistorisch traject. Voor deze tentoonstelling is een indeling van vijf tijdsperiodes ontworpen, van elk tien jaar.

 
Guido van der Werve (1977), 'Nummer acht, everything is going to be alright', 2007, video loop, 10'10, collectie van de kunstenaar en GRIMM, Amsterdam | New York. (video still © Ben Geraerts).

Het zijn ijkpunten voor een weifelende tijd en zij vormen een warm pleidooi voor klassiekers ofwel de kernkunstwerken'.

Centraal in de visie van Den Hartog Jager staat de constatering dat de moderne en hedendaagse kunst in de afgelopen tweehonderd jaar niet veranderd zijn en dat de afzonderlijke kunstenaars nog steeds een hoogstpersoonlijke wereld scheppen. Hun creatieve kracht zorgt voor een geheel eigen scheppingswereld. Hans den Hartog Jager vindt toch een breder en nieuw verband nodig en wil met deze tentoonstelling een overzicht geven van de naar zijn mening vijftig cruciale kernkunstwerken. Aan het eind van de jaren zestig kreeg het begrip 'vrijheid' een geheel nieuwe dimensie. Bestaande patronen uit de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog werden doorbroken, ook in de Nederlandse beeldende kunst. Die bevrijding heeft in onze tijd wel een andere inhoud gekregen. Vrijheid werd nu een authentieke Nederlandse waarde. Vanuit die thematiek zijn in Museum De Fundatie de 'klassiekers' vanaf 1968 tot 2018 tentoongesteld.

Originele beeldtaal
Van Gerrit van Bakel (1943-1984) bevinden zich enkele werken in een kleine en intieme ruimte waar de tijd even stil lijkt te staan. Zijn objecten blijven tijdloos, zijn zonder functie en verrassen nog steeds door een hoogst originele creativiteit. De 'Tarimmachine' uit 1982 is een onwaarschijnlijke machine, een draaischijf met vier ronde schijven, die elk een eigen draaikant hebben. De schijven zijn opgehangen aan vier lange ijzeren staven. Het object doet denken aan een landbouwapparaat, maar ziet er zeer onpraktisch uit. In een korte videofilm graaft de 'Hexagon Time Machine' een spoor door de aarde. Ogenschijnlijk lijkt het een nuttig apparaat, maar de steeds terugkerende graafbewegingen laten geen vooruitgang in het graven zien.

Een zeer kwetsbaar werk is de 'brug' van Henk Visch, dat midden in een grote zaal staat. Het is een hangbrug met een grote boog, die echter zeer fragiel oogt. Op een schuin oplopend gebogen wegdek staan zinnen als 'wij hopeloos verloren zijn' of 'om niet te verdrinken'. Het is een opmerkelijk vroeg werk van Henk Visch uit 1980 en vormt een ruimtelijke verrassing. Tjebbe Beekman schilderde een complex en heftig schilderdoek: 'Iliya's Birthroom'.

Het is een visuele herinnering aan de geboorte van zijn zoon (2001) in een oude DDR-kliniek in Berlijn. Met foto's en verf is een ontluisterend beeld gecreëerd van verwaarlozing, aantasting en nieuw leven. De talloze beeldherinneringen zijn verwerkt in een magnetiserend totaalbeeld. Schoonheid en aantasting ervaar ik eveneens in het grote schilderdoek 'Amaryllis' (1988) van Erik Andriesse. Twee knalrode grote bloemen bepalen de compositie, waarin dieprood, schoonheid van kleur en aantasting elkaar in evenwicht houden. Het is een schilderij dat door haar monumentaliteit en beeldtaal grote indruk maakt.
Zaaloverzicht met 'Zonder titel (Brug)' van Henk Visch, 1980, hout, staal, verf, 206 x 515 x 77 cm, collectie Kröller-Müller Museum, Otterlo, © Pictoright Amsterdam 2019). ). Foto: Peter Tijhuis.

Tussen 1968 en 1999
Belangrijke werken van kunstenaars als Armando, Jan Dibbets, Carel Visser, Ger van Elk, Stanley Brown, Rob van Koningsbruggen, Guido Geelen en Emo Verkerk roepen in De Fundatie kunsthistorische herinneringen op. Het zijn kunstwerken die al lang bestaan en nog steeds getuigen van een zeer sterk eigen beeldkarakter. Het is voor mij opnieuw een ontmoeting met vertrouwde schilderijen, objecten en beelden. Opnieuw ervaar ik de intense schilderkunst van Armando in 'Fahnen' (1981), de 'perspective correction' (1968) in het werk van Jan Dibbets, de hoogst originele beeldtaal van Ger van Elk in het object 'La Pièce' (1971) en kijk ik weer gefascineerd naar de 'Gevouwen kubus' uit 1970 van Carel Visser, die nog steeds een unieke vormgeving heeft.

In het monumentale keramische werk ('Zonder titel R.K. 015', 1992) van Guido Geelen domineren fantasie en keramische zeggingskracht: roodachtige, gebakken klei die de weerbarstigheid van het materiaal toont. Diervormen zijn op een chaotische wijze op elkaar gestapeld en worden in een grote totaalvorm met elkaar verbonden. Kinderen proberen de weg te vinden in dit grote keramische werk. Zij slaken kreten van verrassing als zij de resten van dieren vinden.

De 'Fox/Mouse/Belt' (1992) van Mark Manders is een opmerkelijke keuze van Hans den Hartog Jager. Wie de monumentale beeldhouwwerken en installaties van Manders kent, zal hem niet direct als maker van dit beeld herkennen. In de hoek van een kleine ruimte ligt een vos op de grond. Een zwarte riem omklemt zijn buik, met daartussen een kleine muis. Het beeld is zandkleurig, maar is van brons gemaakt en wekt een verloren en eenzame indruk. Het is voor mij een rustpunt, een verstild kijkmoment tussen de andere kernkunstwerken. Ook bij het werk van Ger van Elk ontstaat een verstilde manier van kijken. Een zeer klein object van hem, 'La Pièce' (1971) bestaat uit een wit geschilderd beukenhouten blokje op een rood kussentje, dat in een glazen vitrine is geplaatst, op een kleine houten muursokkel. In zijn eenvoud oogt het als een kleine relikwie. Tussen de grote monumentale werken in deze zaal ervaar ik het als rustgevend en verstild.

Tussen 2000 en 2018
De 'Lichte Stelle' (2000) is een groot videowerk van Marijke van Warmerdam en verraste mij ook op een manier die de maakster waarschijnlijk niet bedoeld heeft. Op een filmscherm zie ik een grote gestalte van een jongen; hij staat doodstil aan de rand van een meer. Uit zijn zwembroek druppelen nadrukkelijk langzaam waterdruppels. Zij vallen in een traag tempo, maar tegelijkertijd zie ik plotseling het omringende water en de bomen zacht bewegen. Dat beeld begint prachtig te contrasteren met de stilstaande jongen. Ongemerkt lijkt de natuur magie toe te voegen aan deze videobeleving.

 
Marijke van Warmerdam (1959), 'Lichte Stelle', 2000, 16 mm film loop, 2'53”, collectie van de kunstenaar, © Marijke van Warmerdam.

Guido van der Werve zocht als schilder naar een geheel nieuwe vormgeving van het schilderdoek in 'Nummer acht, everything is going to be alright' (2008). Door zwarte cirkelvormige verfbewegingen krijgt een 'acht' een volstrekt nieuwe beeldtaal en vorm. Fotografe Vivian Sassen maakte een grote serie over het menselijke bestaan: 'Lexicon' (2005-2011). Het is een fotoserie die een gehele muur bestrijkt en de bezoeker uitnodigt om 'visueel' met haar op reis te gaan. In de centraal gelegen hoge museumhal hangen drie levensgrote figuren van Folkert de Jong: 'Actus Tragicus' (2013). Ze vormen een intense en kleurrijke kijkervaring, waardoor de zeer grote beelden de museumhal een nieuwe en dramatische dimensie geven.

Een persoonlijke visie
Met deze tentoonstelling heeft Hans den Hartog Jager een duidelijke, maar ook zeer persoonlijke visie gegeven op de Nederlandse beeldende kunst vanaf 1968. Naar mijn mening doet hij hiermee de Nederlandse beeldende kunst en kunstenaars ook tekort. Wie alleen schrijft en spreekt over 'De vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968', beperkt naar mijn idee de inhoud en omvang van de Nederlandse beeldende kunst. Deze is namelijk inhoudelijk veel complexer en kent nog veel andere interessante beeldend kunstenaars, die nu in Museum De Fundatie afwezig zijn.

Ik miste in Zwolle bijvoorbeeld belangrijke disciplines als computerkunst, nieuwe media, mode en design, maar ook grafiek. Belangrijke beeldend kunstenaars als Peter Struycken, Geert Mul, Daan Roosegaarde, Iris van Herpen, Robbie Cornelissen en Raquel Maulwurf ontbreken. Waar is de jonge kunstenaarsgeneratie met Johan Rijpma, Isabella Werkhoven, Elise van der Linden, Saskia Noor van Imhoff en Levi van Veluw? Waarom is er geen aandacht voor de instabiele media van het V_2Lab (Alex Adriaansens)? Ook oude meesters als Constant, Ad Dekkers, Karel Appel en Alphons Freymuth zie ik niet terug in Museum De Fundatie.

Misschien zijn er wel honderdvijftig 'kernkunstwerken' in drie grote overzichtsexposities in De Fundatie nodig om een werkelijk compleet beeld te schetsen van de Nederlandse beeldende kunst na 1968. De visie van Hans den Hartog Jager is zeer goed doordacht en deze grote expositie is uitstekend opgezet, maar roept tegelijk bovenstaande vragen op. Zoals Den Hartog Jager zelf schrijft, zijn de expositie en het boek ook bedoeld als een discussieplatform over de betekenis van beeldende kunst in deze tijd. Hij ervaart een 'weifelende' tijd waarin de identiteit van beeldende kunst opnieuw geformuleerd moet worden.
Zaaloverzicht met 'Zonder titel R.K. 015' van Guido Geelen uit 1992 (klei, 175 x 230 x 55 cm, collectie De Pont museum, Tilburg, © Pictoright Amsterdam 2019). Foto: Peter Tijhuis.

De expositie 'Vrijheid' is een bezoek waard. Om veel redenen. Het publiek krijgt de gelegenheid om belangrijke kunstwerken, gemaakt na 1968, opnieuw te zien en te beleven. De tentoonstelling versterkt het beeld van de Nederlandse beeldende kunstgeschiedenis, met de vijftig uitgekozen kernkunstwerken als leidraad. De keuzes van Hans den Hartog Jager zijn zeer persoonlijk, maar roepen ook discussie op. Het moet voor hem een tour de force geweest zijn om deze tentoonstelling samen te stellen. Vrijheid en kunst is en blijft een complex en moeilijk te definiëren terrein.

Vrijheid – de vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968, t/m 12 mei 2019, Museum De Fundatie, Blijmarkt 20, Zwolle. Website: www.museumdefundatie.nl.

Praktische tip: Een makkelijk leesbare plattegrond geef houvast. In de opstelling van de kunstwerken is geen tijdslijn aangebracht en er is geen sprake van een inhoudelijke verbinding. Er zijn veel kabinetten, kleine en grote zalen voor de presentatie van de kunstwerken beschikbaar. Bij elke kunstenaar is een goed leesbare grote tekst aanwezig. Ondanks hun inhoudelijke complexiteit zijn de kunstwerken rustig en toegankelijk voor de bezoekers opgehangen en neergezet. Een start vanaf de vierde verdieping is een aanrader. Het bestijgen van de vele trappen wordt hiermee voorkomen en dat zorgt voor een meer relaxte expositiebeleving.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

De schatkamer!
Meesterwerken uit de Hermitage

Het is altijd goed om je te realiseren dat 95 procent van de lange menselijke geschiedenis alleen in archeologische materialen te bestuderen valt, zoals beelden en beeldjes, tabletten, bouwwerken, potten, vazen, goud, brons, ivoor, botten, etc. En dat die voorwerpen niet alleen in de westerse wereld, maar in de hele wereld gemaakt en gevonden zijn. Aandacht voor deze vroege kunstuitingen relativeert de adoratie van recente beroemdheden als Leonardo, Rembrandt, Caravaggio en Andy Warhol.

Door Peter van Dijk

Kijken naar een prehistorisch beeld als bijvoorbeeld de 'Venus van Kostjonki' (ca.21.000 voor Chr), dat nu te bewonderen is in de Amsterdamse Hermitage, geeft behalve een esthetisch genoegen ook inzicht. Je beseft dat, hoewel deze Venus uit de vroegste en zogeheten primitieve tijden stamt, zij toch aangrijpend mooi is.

Zij zet ons terug in de lange lijn van de menselijke ontwikkeling en doet ons realiseren dat kunst en beschaving al heel lang bestaan en in alle uithoeken van de wereld en in vele vormen voorkomen. En dus de moeite van het conserveren en bestuderen waard zijn.

 
Zaaloverzicht. Foto: Evert Elzinga.

De Venus is in 1983 gevonden in een verzonken Russische kuilwoning. Het eerste dat opvalt zijn haar volle borsten en bolle buik. Gesublimeerde vormen. Ze heeft geen herkenbaar gezicht, maar wel armbanden en een halsketting, met tekens die duiden op een moedercultus. 21.000 jaar is lang geleden. Dat was tijdens de laatste grote ijstijd. Ze lijkt een zuster te zijn van de 'Venus van Willendorf' (opgegraven in 1908 bij het gelijknamige Oostenrijkse plaatsje, te zien in het Natuurhistorisch Museum in Wenen), eenzelfde soort vruchtbaarheidsbeeldje uit de moedercultus, alleen iets ouder.

Handboek
De tentoonstelling in de Hermitage is een cadeau van het Russische Staatsmuseum, vanwege het 10-jarig bestaan van de Amsterdamse vestiging. De directeur van dit museum, Michael Piotrovsky, stelt in de rijk geïllustreerde catalogus met zijn vele lege tussenpagina's van goudkleur -goud was de smaak van Catharina de Grote- dat de Hermitage een 'encyclopedisch' museum is. Volgens hem kan de bezoeker dwalend door de zalen de hele kunstgeschiedenis volgen. Zijn opmerking betekent dat de catalogus van deze tentoonstelling een kunsthistorisch handboek zou kunnen zijn.

Dat vind ik na de tentoonstelling gezien te hebben een aardige, maar wel wat overdreven claim. De stichters van de Hermitage waren vorsten. Tsaar Peter de Grote begon de collectie en tsarina Catharina maakte er een museum van, in haar beroemde zomerpaleis aan de Neva. De collectie van de Hermitage stoelt op status. Zij is bij elkaar gebracht deels uit liefde van deze vorstelijke personen voor de kunsten, deels uit prestige-overwegingen, om macht te tonen, deels door veroveringen en deels uit geschenken van bezoekende vorsten en politici. De bedoeling van de verzameling was zeker niet een staalkaart te tonen van de menselijke beschaving van alle tijden en uit alle hoeken en gaten van de aarde.

De collectie, zoals we die nu te zien krijgen, telt vele gebruiksvoorwerpen, maar ze zijn eigenlijk altijd bijzonder of uniek, of van goud, of er staan heraldische kenmerken op, of er is later een gouden handvat aangezet, of het is van zeldzame keramiek. Een eenvoudige bijlpunt of munten van Alexander de Grote, een kleipot uit Peru of Japanse olifantjes van Kakiemon-porselein, zitten niet in de collectie. Voorwerpen die je wel in een ander encyclopedisch museum, zoals het British Museum, kunt aantreffen.

Vrouwenfiguur. Rusland, regio Voronezj, Kostjonki, ca. 23.000 – 21.000 v.Chr., kalksteen © State Hermitage Museum, St Petersburg.

De collectie van dat museum is dan ook niet gericht op status, maar op het stimuleren van begrip voor de vele culturen en kunstuitingen in de wereld. Vermoedelijk een positief gevolg van wereldwijd koloniaal bezit. Er zit één lijn, één draad in de zoektocht door de honderden schatten van de Hermitage: dat is de poging om oud en nieuw én Oost en West te vergelijken, in de hoop, zo staat in de catalogus, bij iets als een 'mondiale kunstbeschouwing' uit te komen, waarbij alles met elkaar in verband kan worden gebracht.

Dat laatste is natuurlijk ijdele hoop. De verzameling van de Hermitage is geografisch te beperkt voor het gebruik van het woord mondiaal. Het is overigens wel een beetje modieus om deze term te gebruiken. In Leiden, onder andere, wordt het vak 'World Art Studies' gedoceerd door prof. dr. Kitty Zijlmans. Hoofdpunten van onderzoek zijn: wat zijn de bronnen van kunst, kunnen we kunst uit verschillende culturen vergelijken en hoe bevruchten kunsten uit verschillende culturen elkaar? De stelling van dit nieuwe vak is vooralsnog: kunstgeschiedenis is te westers georiënteerd, we moeten oog hebben voor andere culturen. Niemand heeft daar bezwaar tegen. In de musea gebeurt er al veel op dit gebied. Het Rijksmuseum had zijn tentoonstelling over Zuid-Afrika, waarin ook gepoogd werd de stem van de autochtone bevolking te laten doorklinken. Het Van Gogh probeerde hetzelfde met de tentoonstelling 'Gauguin en Martinique'.

En zie nu de tentoonstelling in de Hermitage. Oost naast West. Los van mooie gedachten en grote woorden, kan de tentoonstelling ook genoten worden zonder de catalogus. We kunnen gewoon kijken naar de paren die de conservatoren gekozen hebben om ons te doen realiseren dat er overeenkomsten en verschillen zijn tussen oud en nieuw & Oost en West.

Een mooi voorbeeld van de paar-aanpak is een staatsieportret van Margaretha van Savoye (1608), door Pourbus de Jongere, gehangen naast het portret van een hoge Chinese aristocraat met de rang van 'zhenguo gong' (hertog) uit midden 19de eeuw, door een onbekende kunstenaar. Oost en West naast elkaar. Beiden zijn behangen met sierraden, dragen imponerende kleding en ze kijken onaangedaan, geen emoties.

Het enige signaal van beiden is: we zijn belangrijk. Een ander voorbeeld levert ook een andere associatie. De Egyptische farao Amenemhat III (1850-1800 voor Chr.), met in zijn hoofdtooi een slang als teken van macht, wordt in al zijn importantie getoond.

 

Lorenzo Lotto, 'Madonna met kind en engelen' (Madonna delle grazie), 1542. Olieverf op panel © State Hermitage Museum, St Petersburg.

Naast hem staat een borstbeeld van Catherina de Grote (1773), die getooid is met een diadeem. De maker is Jean-Antoine Houdon, die haar neerzette als een innemende, alledaagse dame. Oud tegenover nieuw en Oost naast West. Hier zorgt het contrast tussen twee opvattingen van vorstelijkheid voor een verrassing.

Mooie paren
Er vallen meer mooie paren te bewonderen. De 'Donna Nuda' (16de eeuw) uit de school van Da Vinci, naast 'Vrouwelijk naakt' (1908) van Matisse. De 'Donna' is een lust voor het oog dankzij de fijne clair-obscur techniek (sterk licht-donker contrast) en de sensitieve Da Vinci-glimlach. Het naakt van Matisse is juist met felle zwarte lijnen en in zachte pastelkleuren geschilderd. Dit paar geeft inzicht in de verschillende schildertechnieken die van dezelfde inhoud totaal verschillende voorstellingen maken.

Boeiend is een protestantse 'Maria met kind' (1530) van Lucas Cranach de Oudere en een katholieke 'Madonna delle Grazie' (1542) van Lorenzo Lotto. Beide schilderijen zijn schitterend van kleur en compositie. In het schilderij van Cranach zijn moeder en kind alleen. De baby staat frontaal op schoot met een koekje en een appel in de hand. Achter Maria staat een appelboom vol vruchten. Bij Lotto wordt het doek gevuld door engeltjes, terwijl moeder en kind elkaar aankijken. In dit geval bestaat het kijkplezier onder meer uit het vergelijken van de attributen in het perspectief van het geloof, bijvoorbeeld dat engelen in het protestantisme geen rol van betekenis spelen. Je kunt hun hulp niet vragen en in beschermengelen geloven protestanten niet.

Een vondst van vergelijking vond ik een vilten zwaan uit de Pazyryk-cultuur (3de eeuw v. Chr.), opgegraven uit een grafheuvel, naast de opgezette zwaan van Jan Fabre, getiteld 'Dwaasheid staand op de dood'. Twee elegante vogels, die op deze plek een dialoog voeren over het verschil tussen klassieke en moderne kunst.

Verder valt er te genieten van losse (dus geen paar-aanpak) gouden gespen, hangers, bekers, al dan niet met gouden handvat, amforen, boeddha's, Japanse reigers, Chinese vazen en een paar schitterende schilderijen en tekeningen. Het is met veel smaak en gevoel voor variatie tentoongesteld. Kom daar maar eens om bij de Oostenrijkse Habsburgers bijvoorbeeld. In de Hofburg in Wenen vlucht je weg voor de hoeveelheid serviezen, sieraden, bestekken, kandelaars die in ontelbare rotten staan opgesteld in ontelbare vitrinekasten. Het is niet eens een vertoon van rijkdom en macht, maar van leegheid en spilzucht.

Zwaan, Rusland, Altaj, Pazyryk, grafheuvel 5, 3de eeuw v.Chr., vilt, gras, wol © State Hermitage Museum, St Petersburg.

 

Een reis door de geschiedenis van de kunst is deze Hermitage-tentoonstelling niet geworden. Daarvoor zijn er teveel hiaten in tijd en werelddelen. Maar je kijkt wel je ogen uit.

De schatkamer! Meesterwerken uit de Hermitage, t/m 25 augustus 2019, Hermitage, Amstel 51, Amsterdam. Website: https://hermitage.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

het bos
houdt een winterslaap
soms kreunt het

heuveltjes
in de tuin
mollentaal

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

STIL
Tien jaar De Ketelfactory

De Ketelfactory beleeft het eerste kroonjaar van haar bestaan met een bijzondere expositie. In het monumentale pand worden 64 werken van 64 kunstenaars getoond. De werken zijn klein, maar de kunstenaars zijn van kaliber. Allen hebben zij eerder geëxposeerd in de Ketelfactory en werden voor 'STIL' opnieuw benaderd door Winnie Teschmacher (zakelijk en artistiek leider), waarop ze bijna allemaal positief reageerden. Opdracht was het creëren van een werk over 'stilte', met één richtlijn: de omvang mocht niet groter worden dan 30 x 30 x 30 cm.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Het is het begin van de 'stiltecollectie' van De Ketelfactory. De beelden, teksten, films en objecten worden op de benedenverdieping gepresenteerd. De opstelling verandert regelmatig, zodat er steeds een andere tentoonstelling is te zien. De 'stiltecollectie' heeft overigens een voorloper. Zo'n dertig jaar geleden reisde er een geheimzinnig 'Stiltemuseum' door ons land.

Conservator en kunstenaar Rob Vrakking had via 'mail art' honderd (inter-)nationale kunstenaars gevraagd om een werk over stilte naar hem op te sturen. De respons was overweldigend: sculpturen, schilderijen, tekeningen en teksten kwamen met de post. Het museum van Vrakking werd op diverse plaatsen in Nederland 'uitgestald', waaronder in het Omroepmuseum in Hilversum en het Techniek Museum in Delft, maar ook in een boekhandel of klooster.

 
Olphaert den Otter, 'Silent Summer, Planet Earth with centered North Pole, 21 June 2121', 2018. Foto: Gert Jan van Rooij.

Na tien jaar werd de collectie overgedragen aan het Osthaus Museum in Hagen (D), een soort museum van musea. Daar lagen de werken jarenlang ingepakt en ongezien.

Mecenaat
Teschmacher, zelf (glas)kunstenaar, voert met bevlogenheid het beheer over De Ketelfactory, dat geen museum of galerie is, maar meer een projectruimte of vrijplaats voor (gevoelsmatig) kunst en creaties uit het 'hogere orde denken'. De expositie STIL heeft Teschmacher in vrij korte tijd gestalte moeten geven, op instigatie van haar oom en de mecenas van De Ketelfactory, Carel Nolet van Nolet Distillery. Hij wees zijn nichtje ongeveer driekwart jaar geleden op het feit dat De Ketelfactory in 2019 tien jaar bestaat. Of dat geen gelegenheid zou zijn voor een jubileumexpositie? De Nolet Distillery (of dynastie) bestaat overigens al meer dan 325 jaar …

En zo kwam het tentoonstellingsproces op gang; wat voor thema, wat voor kunst, welke kunstenaars, etc. Er was niet zoveel tijd, maar het boek 'Stilte, Ruimte, Duisternis' van Kester Freriks en zijn pogingen uit 2018 om het Stiltemuseum vanuit Duitsland terug te halen en hier weer te tonen, bleken een goede aanleiding. De Ketelfactory reageerde op Freriks pogingen en haalde de werken en het archief terug uit Hagen. Het komende half jaar is de collectie in wisselende opstellingen op de bovenverdieping van het gebouw te zien.

Een kleine greep uit de STIL werken
Dat de deelnemende kunstenaars inspiratie putten uit eerder gecreëerd werk is goed mogelijk. Robert Zandvliet (1970) roept een stiltegevoel op met zijn creatie, een schilderij van een deur die half open staat, maar slechts door een kier licht doorlaat. De verflaag is zo te zien zeer dun, maar het werk zou ook gemaakt kunnen zijn met houtskool, hoewel dat op doek weer een korrelig effect geeft, daarvoor moet je schoon kunnen werken.

Het werk van Aeneas Wilder (1967) is een liefdevolle piepkleine installatie, een kleine console. Zo te zien is het object van beschouwing een walnoot, uitgevoerd in goud en in een houten kistje gelegd. Het mag voor even bekeken worden, maar daarna gaat het grotere kistje (zou het passen ...) er weer beschermend overheen, dan is het donker en stil. Wilder is gewend heel wat grotere installaties en sculpturen te maken, dus dit kleine werk zal evengoed een uitdaging zijn geweest.

Olphaert den Otter (1955) kan zelf zijn werken uitvoerig en theoretiserend beschrijven, dus zo zal hij dat ook kunnen in zijn STIL-bijdrage. Het is een werk, dat momenteel aan het begin van de expositie hangt, ondanks de toegestane grootte tamelijk prominent. En ja, het doet toch sterk denken aan onze blauwe planeet en die zal van deze afstand volkomen verstild zijn.

Robert Zandvliet, 'zonder titel', 2018. Foto: Gert Jan van Rooij.

Distillaties
Om de naam van De Ketelfactory en het mecenaat kennelijk eer aan te doen (het gebouw behoort tot het complex van de distilleerderij, maar was ooit een melkfabriek), worden 'distillaties' georganiseerd. Op 11 en 12 mei as. is er weer een distillatie, met gesprekken, lezingen, films en performances. Tijdens de tentoonstelling vinden er allerlei activiteiten plaats rondom het onderwerp 'stilte'. Van alle kunstenaars zijn video-opnamen gemaakt door Kim Zeegers (ook een van de initiators van De Ketelfactory), die eveneens in het gebouw zijn te bekijken.

'STIL', t/m 14 juli 2019, De Ketelfactory, Hoofdstraat 44, Schiedam. Website: www.deketelfactory.nl. Bekijk een impressie van De Ketelfactory via deze link: vimeo.com/ketelfactory

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Maestro Van Wittel

"Maestro Wie? Van Wittel! Nooit van gehoord." Een kunstenaar die betrokken was bij de organisatie van de tentoonstelling 'Maestro Van Wittel' in Amersfoort, vertelde mij zo enthousiast over het resultaat dat 'gaan kijken' het enige juiste antwoord was. En dat geldt hopelijk ook voor de lezers van deze bespreking.

Door Peter van Dijk

Ik vroeg me na bezichtiging natuurlijk af waarom dit zo'n plezierige tentoonstelling is. Ik had afgelopen weken de 'Caravaggisten' in Utrecht en 'De schatkamer!' in de Amsterdamse Hermitage gezien, mooie tentoonstellingen, maar dit was anders, intiemer, interessanter, vanwege die onbekende man met zijn schitterende stadsgezichten. Van Wittel was in zijn tijd (1653-1736) wereldberoemd (de wereld beperkte zich toen tot Europa), maar is daarna, behalve bij een paar kenners, in de vergetelheid geraakt. Geboren in Amersfoort verhuisde hij al snel, op 21-jarige leeftijd, naar Italië, zoals de mode onder artiesten en rijke edellieden was in die tijd. In zijn nieuwe land werd hij de uitvinder en meester van het realistische stadsgezicht, ofwel de maestro van het portret van de stad. In het Italiaans: de 'veduta', het genre dat na hem talenten als Canaletto en Guardi heeft voortgebracht.

Waarom?
Waarom is dit een plezierige tentoonstelling? Je ziet al snel dat er veel liefde is besteed aan deze tentoonstelling. Er is werk verzameld van tijdgenoten, leermeesters en volgelingen. Van hemzelf zijn tekeningen, gouaches, waterverven, schilderijen, documenten en foto's bijeengebracht.

 
Luigi Vanvitelli, 'Portret van Caspar van Wittel', ca. 1725, olieverf op doek, 66,6 x 49,8 cm, 455, Courtesy Accademia Nazionale di San Luca, Rome.

Heel veel moest geleend worden van andere musea en uit particuliere collecties. Tien jaar van voorbereidend werk. En dat voor zo'n klein museum, dat overigens steun kreeg van museum Flehite, het Mondriaanhuis en het Architectuurcentrum FASadE en daarnaast geld ontving van ettelijke overheden en instellingen.

Het verhaal van de wording van deze onbekende beroemdheid wordt gaande de expositie onderhoudend en to the point uit de doeken gedaan. En… de tentoonstelling is in alle rust te bekijken, na de Hermitage en het Centraal Museum is dat een verademing. Je kunt de prachtige stadsgezichten vol dagelijks leven bestuderen en biografische teksten lezen, zonder dat je het gevoel krijgt dat je andere kijkers ophoudt. De sleutel tot de aantrekkelijkheid van deze tentoonstelling is het bekijken van al die getekende en geschilderde voorstudies van Van Wittel, waardoor je ontdekt hoe zijn grondige voorbereiding leidde tot esthetische hoogstandjes.

Al wandelend door Rome maakte hij tekeningen, van details, van gebouwen. Zijn interesse ging uit naar de architectonische kant van een stadsgezicht. Zo zijn er talloze fijne, zorgvuldig bemeten tekeningen van de Tiber, de Engelenburcht, Romeinse pleinen, het Quirinaal, Venetië, enz., te zien naast de uiteindelijke schilderijen. Het geeft inzicht in zijn manier van werken en het is prachtig werk. Van deze schetsen en tekeningen maakte hij vervolgens vaak grote tekeningen, liggende rechthoeken van soms breder dan een meter. Hij trok rasterlijnen met potlood en pen, gaf de rasters nummers, maakte korte notities van kleur en plaats. Deze ontwerptekeningen vormden de basis voor zijn schilderijen. Interessant om rustig te bekijken.

Wanneer hij een stadsgezicht opnieuw kon verkopen, haalde hij zijn ontwerptekening tevoorschijn en veranderde in een nieuwe versie van het schilderij wat kleuren en details van de mensen of wagens en verkocht het opnieuw. Zo verbaas je je over een 'Piazza Navona' die Caspar van Wittel in Napels heeft gemaakt, terwijl je even tevoren zelfs twee Navona's hebt gezien, die in Rome zijn geschilderd. Het ging om efficiency, hij leverde snel, op bestelling.

Opleiding
Van Wittel heeft zijn opleiding genoten in Nederland. Eerst bij Matthias Withoos, een schilder van onder meer stadsgezichten in Amersfoort, die ook al in Italië zijn opleiding had vervolmaakt. Withoos had een gezin met vier dochters en uit vrees voor de Franse invallers verhuisde hij naar Hoorn. Van Wittel volgde hem en kwam daar in contact met werk van Hendrick C. Vroom, ook al een schilder van stadsgezichten en met de mathematisch perfecte kerkinterieurs van Pieter J. Saenredam. Toen Withoos en Van Wittel terugkeerden naar Amersfoort, troffen ze daar zo'n puinhoop aan dat Caspar als vrije jongeman besloot zijn geluk maar in Italië te zoeken. Dat is hem wonderbaarlijk goed gelukt.

Caspar van Wittel, 'Piazza Navona', 1699, olieverf op doek, 96,5 x 216 cm, © Carmen Thyssen-Bornemisza Collection on loan at the Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, Madrid.

Hij had een feilloos gevoel voor de juiste connecties. Allereerst werd hij lid van de artiestenclub de 'Bentveughels', ook wel de 'Schildersbent' genaamd, waarvan de Utrechtse caravaggisten later eveneens lid werden. Daar kwam hij via via in contact met Cornelis Meijer, een waterbouwkundig ingenieur, die van de paus de opdracht had gekregen om de Tiber te bedwingen, iets wat hij met succes had volbracht. Van Wittel maakte tekeningen voor Meijer en kwam dankzij hem in steeds hogere kringen terecht. Een groot aantal werken van Caspar van Wittel werd daardoor opgenomen in de collecties van chique Romeinse families als de Colonna's en de Sachetti's. De combinatie van landschap, architectuur en stadsgezichten was populair in Rome, waar volop gebouwd werd; de stad stond voortdurend in de steigers.

Vanvitelli
Van Wittel noemde zich voortaan Caspare Vanvitelli. Hij trouwde op 45-jarige leeftijd met Anna Lorenzani, dochter van een geelgieter, dat is een kopergieter, kopersmid, die voor de aanzienlijkste Romeinse families werkte. Deze schreef ook toneelstukken en organiseerde regelmatig avonden voor toneel- en muziekliefhebbers. Ook leden van de leidende elite kwamen graag bij hem op bezoek. Het echtpaar Van Wittel kreeg vier zonen, waarvan er drie kort na hun geboorte stierven, en een dochter. Zoon Luigi werd een vermaarde architect in Italië. Dat hij ook schilderen kon, blijkt uit het portret dat hij van zijn vader maakte en dat op de expositie hangt.

Caspar reisde veel en vond in het hele land opdrachtgevers en kopers voor zijn kleurrijke stadsgezichten, vol dagelijks leven. Bekijk eens op uw gemak, bijvoorbeeld, het schilderij 'De Tiber onder de Engelenburcht'. U ziet Rome op de achtergrond, een vissersboot en wat roeibootjes op de rivier, op de oever schapen en herders, allemaal heel precies geschilderd en een blote man die gaat zwemmen. Links in het statige huis met de zuilen ziet u een vrouw die het tafereel gadeslaat.

Napels
Twee jaar lang woonde het gezin Vanvitelli in Napels, waar Caspar voor een mooi maandgeld in dienst was getreden van de Spaanse onderkoning, de hertog van Medinaceli. Deze had al werk van Van Wittel in bezit. De schilder kreeg als opdracht de privé-appartementen van de onderkoning te decoreren. Hij leverde in de vier jaar die hij uiteindelijk voor de hertog werkte, 35 schilderijen af, een enorme productie.
De kwaliteit is wisselend, maar een schitterend schilderij is het grote (74 x 171,8 cm) 'De Darsena Napels'. De Darsena is een driemaster, afgemeerd in de haven. Er liggen meer schepen, alle zeer fijn en zorgvuldig geschilderd. Op de voorgrond zeelieden, notarissen, vrouwen met kinderen, een koets. Het levendige tafereel wordt omzoomd door Van Wittels handelsmerk: mathematisch en mooi geschilderde gebouwen, huizen, paleizen, kantoortjes.

De status van maestro Vanvitelli werd bekroond met zijn lidmaatschap in 1686 van de Compagnia dei Virtuosi al Pantheon. Een select kunstenaarsgenootschap, dat onder gezag stond van de paus himself. Kardinaal Pietro Ottoboni, een achterneef van paus Alexander VIII, was tientallen jaren de beschermheer van deze Compagnie. Ottoboni was een kunstmecenas en verzamelaar. Van Vittel zat gebeiteld.

De finale inburgering was het Romeinse burgerschap, dat hem in 1709 officieel werd toegekend. Twee jaar later volgde de verheffing tot het artistieke walhalla van Rome. Caspar werd uitgenodigd lid te worden van de Accademia di San Luca en als buitenlander was hij nu meer dan honderd procent geaccepteerd in Rome. Als lid van deze academie ging hij lesgeven in de toepassing van het perspectief. Het vak waarin hij dé grootmeester van zijn tijd was.

Hans Wilschut
Nog een laatste reden waarom deze tentoonstelling voor zo'n goed humeur zorgt, zijn de foto's van Hans Wilschut. Wilschut kreeg van de organisatoren de opdracht de plekken die Van Wittel bezocht en geschilderd heeft, op zijn eigen wijze te fotograferen. Wilschut probeert als fotograaf, net als Van Wittel met de kwast, stad en stadsleven te vangen in een eigen interpretatie.

Hans Wilschut, 'Salute', 2019, archival print, 47,7-80 cm, courtesy Galerie Ron Mandos.

Naast de geschilderde Piazzo Navona hangt nu een imposante foto, naast de haven van Napels idem dito, naast de 'Salute' Wilschuts kijk op Venetië. Andere mensen, andere werklieden, geen koetsen maar auto's, jachten in plaats van zeilschepen, maar met dezelfde aandacht voor scherpte en precisie gefotografeerd zoals door Van Wittel geschilderd, met slim gebruik van kleur en licht, zodat je je verbaasd staat af te vragen of de foto nu een schilderij is of het schilderij een foto. Het werk van de ene kunstenaar beïnvloedt de manier van kijken naar het werk van de andere. En andersom natuurlijk. Een bijzonder effect.

Maestro Van Wittel, t/m 5 mei 2019, Kunsthal KadE, Eemplein 77, Amersfoort. Website: www.kunsthalkade.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

in de verte
nadert een trein - de duif
stapt van de rails

een vlucht ganzen
even het verlangen
een van hen te zijn

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Mondiale geschiedenis, culturele vernieuwing en identiteit vormen de thema's van de tentoonstelling Cultural Threads in het TextielMuseum in Tilburg. Hedendaagse kunstenaars hebben textiel als instrument gebruikt om hun ideeën over politiek-maatschappelijke vraagstukken te verbeelden. Met dit materiaal werd gezocht naar de eigen afkomst en identiteit in een steeds meer geglobaliseerde wereld. Soms werd een geschiedenis ontrafeld, in andere gevallen wordt er een nieuwe toekomst geschetst. In het TextielLab maakten vier kunstenaars nieuw werk voor deze tentoonstelling, in opdracht van het TextielMuseum. Door middel van films, schetsen, stalen en andere inspiratiebronnen wordt hun onderzoeks- en maakproces duidelijk gemaakt. Deelnemende kunstenaars zijn onder meer Mary Sibande, Fiona Tan, Jennifer Tee en Otobong Nkanga. Gelijktijdig kregen jonge kunstenaars en Tilburgse kunstenaars de gelegenheid om voor een parallelexpositie (KunstKameraden YOU!) werk te maken, dat op het Panoramadeck van het Textielmuseum te zien is. Deze twee exposities zijn nog te bezoeken tot en met 12 mei 2019. Meer informatie: www.textielmuseum.nl.

In Museum Het Schip in Amsterdam is een tentoonstelling te zien over de relatie tussen de architectuur van Antoni Gaudi en de Amsterdamse School. De invloed van de Spaanse architect is duidelijk aanwezig in de bouwstijl van de Amsterdamse School. Zijn verbeeldingskracht en relatie met de natuur zijn in de architectuur van deze School duidelijk terug te vinden in het gebruik van golvende lijnen en vormen. Het Museum Het Schip bijvoorbeeld, is in deze stijl gebouwd. In de tentoonstelling zijn de twee architectonische stijlen bij elkaar gebracht. Bezoekers kunnen nu ook met een bustocht kennis maken met verschillende gebouwen die in deze stijl gebouwd zijn. Gaudi en de Nederlandse architecten uit de Amsterdamse School zochten allemaal naar nieuwe vormen om te bouwen en hebben zich verzet tegen de lelijkheid van de 'industriële revolutie'. Deze expositie is nog tot en met 31 maart 2019 te bezoeken. Meer informatie: www.hetschip.nl.

 

Het Scheepvaarthuis, Amsterdam, gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School. Foto: Rob den Boer.

 

Door een grootscheepse verbouwing, waarbij de gebouwen in hun oude luister zullen worden hersteld, zal Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam zeven jaar gesloten zijn. De renovatie gaat in fases verlopen, waarbij de vaste collectie zal worden verplaatst naar externe depots. Tot 26 mei 2019 zijn nog wel de grote Bauhaus-expositie en museumtopstukken te bekijken in het gebouw Bodon (de moderne linkerhelft van het museum). Op zeven andere locaties in de buurt van Rotterdam zal de expositie 'Boijmans bij de buren' te zien zijn. Een aantal topstukken gaat via reizende tentoonstellingen naar het buitenland, onder de titel: 'The Best of Boijmans'. Boijmans blijft ook in Rotterdam zichtbaar. Voor Rotterdamse schoolklassen is het onderwijsprogramma 'Boijmans in de Klas' ontwikkeld en het oude V&D-gebouw in Rotterdam-Zuid zal worden gebruikt voor de tentoonstellingen. In 2020 wordt het nieuwe Depot in het Museumpark naar verwachting geopend voor het publiek. In dit collectiegebouw is tevens ruimte voor exposities, een restaurant en de bibliotheek. Meer informatie: www.boijmans.nl.

Alternative Art Guide is een website die een hulpmiddel is voor het vinden van alternatieve kunstorganisaties en -ruimtes. Via de smartphone kunnen nu wereldwijd elfhonderd kunstruimtes gevonden worden, uit een overzicht van organisaties die 'non-profit, artist-run en independent art' actief zijn. De website is nog niet volledig; de bedoeling is dat nog ontbrekende kunstenaars en organisaties deze Alternative Art Guide zullen weten te vinden om ook hun gegevens in de database op te laten nemen. Sponsors van deze website zijn onder meer het Mondriaan Fonds en Stroom, Den Haag. Meer informatie: www.alternativeartguide.com.

In de Groene Amsterdammer besteedde kunstjournalist Roos van der Lint onlangs aandacht aan het programma Why Am I Here? Er was een open call geweest voor transsexuele kunstenaars om in het Van Abbemuseum in Eindhoven een kritische en creatieve visie over inclusiviteit te koppelen aan de collectie van het museum. Sommige kunstenaars refereerden aan een kunstwerk uit de collectie, een schilderij, maar anderen ervoeren de opgelegde structuren van het museum als knellend en konden geen keuze maken. Zij voelden zich niet welkom. De roep om diversiteit in de kunstwereld is echter groot. Een leidraad vormen de vier grote P’s.: programma, publiek, personeel en partners. Het Van Abbemuseum kreeg  in dit opzicht een eervolle vermelding bij de CCD Award 2017 (Code Culturele Diversiteit). Het diversifiëren van de kunstsector heeft dus prioriteit, maar is een moeilijk beschrijfbare thematiek. Kunstenaars blijken problemen te hebben de verwoording van hun performances. Welke woorden worden geaccepteerd en hoe kunnen afkomst en thematiek in woorden op diverse wijze uitgedrukt worden? Het Tropenmuseum publiceerde al eerder: 'Woorden doen ertoe: Een Incomplete Gids voor woordkeuze binnen de culturele sector'. Het Van Abbemuseum bracht in 2015 'A Queer Glossary' uit, waarin onder meer een taalkundige ontsluiting van begrippen als identiteitspolitiek en homonationalisme werd gerealiseerd. Er is een website ontwikkeld waarop beide voorgenoemde uitgaven te vinden zijn: studio-inclusie.nl.

ARTtube is een online platform met een gezamenlijk aanbod van ruim dertig toonaangevende musea en kunstinstellingen in Nederland en België. Op ARTtube staan bijzondere interviews en portretten van toonaangevende kunstenaars en ontwerpers. Verder bieden de deelnemende musea een kijkje achter de schermen bij de opbouw van tentoonstellingen en de restauratie van kunstwerken. Daarnaast worden curatoren en conservatoren aan het woord gelaten. Op deze site staan circa zeshonderd video’s over tentoonstellingen, collecties en kunstenaars. Elke week komt er een nieuwe content bij. Meer informatie: www.arttube.nl.

Cultcheers is een nieuw cultuurplatform, dat diverse vormen van cultuur dichter bij de mensen wil brengen door gesprekken in huiskamerbezetting. Via de website van het platform krijgt de bezoeker een overzicht van de activiteiten, waaraan deelname mogelijk is. Er zijn bijvoorbeeld huiskamerbijeenkomsten over beeldhouwkunst (Auguste Rodin), het leven van een musicus, Transmedia, de architect Berlage, de diagnose van een schilderij en de Comedie van Dante (declamatie en luit). Door een recente crowdfunding actie kreeg Cultcheers de mogelijkheid om het cultuurprogramma de komende jaren voort te zetten. Meer informatie: www.cultcheers.com.

Italy’s Invisible Cities is een driedelige hightech reportage over Florence, Venetië en Napels van de historicus dr. Michael Scott en Alexander Armstrong van ScalLab Projects, voor BBC 1. Met de meest geavanceerde 3D-technologie werd de geschiedenis en de bouwkundige structuur van deze steden onderzocht. Binnen een 3D-model werden grote delen van deze steden en belangrijke historische gebouwen stap voor stap gescand en digitaal in een 3D-model opgeslagen. Het resultaat van deze digitale zoektocht is ronduit schitterend om te zien. Een voorbeeld: de rivier het Canal Grande in Venetië krijg je te zien als een dynamisch beeldstroom, waarbij het water zich visueel, als beeld, vermengde met de 3D-structuur van transparante oude paleizen. Voor het eerst werd het mogelijk om de werkelijke bouwstructuur van het Dogenpaleis te doorgronden. Scott en Armstrong maakten aan het einde van reportage samen een virtuele wandeling. Met een VR headset ‘wandelden’ zij door de virtuele ruimte van het Dogenpaleis (schaal 1:1) Zelden werd op de televisie een geschiedenis van tweeduizend jaar zo briljant gevisualiseerd. Meer informatie: BBC, Italy’s Invisible Cities.

 

Het Canal Grande, Venetië. Foto: Han de Kluijver.

 

Overig nieuws

De onlangs overleden Amerikaanse filantroop Jane Fortune (USA, 1942-2018) zorgde ervoor dat vergeten vrouwelijke kunstenaars weer de museale aandacht kregen, die zij verdienen. Fortune was diep bezorgd over het lot van veel vrouwelijke kunstenaars, die door de eeuwenlange achterstelling in de kunstwereld vaak geheel vergeten zijn geraakt. In een kunstboek van Giorgio Vasari zag Fortune in 2005 voor de eerste keer het oeuvre van de schilderes Plautilla Nelli (1524-1588). De kunsthistoricus Vasari omschreef Plautilla Nelli als 'De eerste vrouwelijke kunstenaar van de Italiaanse Renaissance'. Met name haar meesterdoek 'Bewening van de gestorven Christus' boeide Jane Fortune bijzonder. Na veel research ontdekte zij dat dit schilderij zich in het San Marco Museum bevond, maar de staat van dit doek schokte haar zeer. Het hing er treurig bij en had alle glans verloren door een laag vuil. Op kosten van Jane Fortune werd het schilderij door dit museum geheel gerestaureerd. Zo ontdekte zij ook dat topwerken van Nelli's vrouwelijke tijdgenoten in een zeer slechte staat verkeerden. Ook deze schilderijen werden op haar initiatief grondig gerestaureerd. Fortune merkte ook dat deze discriminatie van vrouwelijke kunstenaars zich voortzette tot in de 21e eeuw. Deze constatering was de aanleiding om de stichting Advancing Women Artists op te richten. Met een team van kunsthistorici en restaurateurs werd het werk van vrouwelijke kunstenaars vanaf de 16e eeuw in beeld gebracht en waar nodig gerestaureerd. Op deze manier nam Jane Fortune revanche. De kunstgeschiedenis werd door haar toedoen herschreven. Bron: De Groene Amsterdammer, 11.10.2018; auteur: Margreet Fogteloo.

Op 27 september 2018 overleed in Leiden Tineke de Ruiter (1952-2018), een vrouw die voor de fotografie als kunstvorm een grote betekenis heeft gehad. Naast de fotografie had zij een grote belangstelling voor de natuur. Zij studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Leiden en schreef haar doctoraalscriptie over de fotograaf Eva Besnyo. Zij gaf de ontwikkeling van de fotografiehistorie een sterke impuls door het werk van een vrouwelijke fotograaf centraal te stellen, omdat zij namelijk een grote afwezigheid van vrouwen had opgemerkt tijdens de samenstelling van de tentoonstelling 'Fotografie in Nederland 1940-1975' (Stedelijk Museum Amsterdam). Tegelijk wilde Tineke de Ruiter de stad Leiden ook promoten als stad met een eigen fotohistorische geschiedenis. Op haar initiatief ontstond op de faculteit Kunstgeschiedenis van Universiteit Leiden de leerstoel Fotografie. Zelf werd zij docent fotografie-geschiedenis en zorgde daarnaast voor het voortbestaan van de fotografie-afdeling van het Prentenkabinet. Zij stond aan de basis van de oprichting van het Amsterdamse fotomuseum Foam in 2001 en was hiervan vijf jaar bestuurder. Ook bij het Nederlandse Fotogenootschap en het Fonds Anna Cornelis had Tineke de Ruiter bestuurlijke functies. Voor de wereld van de fotografie is zij van eminent belang geweest. Bron: De Volkskrant 16.11.2018; rubriek 'Het eeuwige leven', door Peter de Waard.

Op 30 december 2018 overleed de promotor van nieuwe mediakunst: Alex Adriaansens (1953-2018). Door de oprichting en ontwikkeling van het V2_Lab voor de instabiele media heeft hij Rotterdam vanaf de beginfase een vooraanstaande plaats gegeven in de nieuwe mediakunst. Ook voor de Europese media-kunstscene was Adriaansens heel belangrijk. Met veel energie gaf hij V2 vorm en inhoud. Zijn historische manifest ‘Boek voor de instabiele media' uit 1987 was inhoudelijk van groot belang. Alex Adriaansens had het zeldzame vermogen om kunstenaars, ideeën en projecten optimaal te ondersteunen. Hij beschreef het V2_Lab als een 'volledig werkend systeem' en gaf de nieuwe mediakunst landelijk en internationaal een grote impuls. (Woorden van Alessandro Ludovico, wetenschapper en kunstenaar). Het befaamde Dutch Electronic Art Festival (DEAF) werd ook door Alex Adriaansens georganiseerd. Tussen 1994 en 2014 vonden er in Rotterdam tien edities plaats, voor Alex Adriaansens een tweejaarlijkse mediahoogtepunt. Het was een internationaal en multidisciplinair festival, dat de nieuwste ontwikkelingen van mediatechnologie en kunst liet zien. Het begon in 1987 als ‘Manifestation for the Instable Media' en kreeg in 1994 de nieuwe naam DEAF, waarin technologie, wetenschap en maatschappij als thema’s centraal stonden. Er was steeds sprake van een thematische benadering. Zijn overlijden is een groot verlies voor de nieuwe mediakunst in Nederland en in het buitenland.

Bovenstaande Kunstflitsen en de berichten in 'Overig nieuws' zijn samengesteld door Wim Adema.

Terug naar boven | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACHTERGROND

Inhoud