Febr. - apr. 2019, 14e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Vrijheid
Museale keuzes van kunsthistoricus Hans den Hartog Jager

In Museum De Fundatie in Zwolle is een groot overzicht te zien van Nederlandse beeldende kunst vanaf 1968. Kunsthistoricus en schrijver Hans den Hartog Jager heeft 'De vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968' uitgekozen, die nauw verbonden zijn met het expositiethema 'Vrijheid'. Voor deze ambitieuze en persoonlijke keuze kon hij van vrijwel alle zalen van het Museum De Fundatie gebruik maken, vier verdiepingen hoog. 'Vrijheid' biedt een breed overzicht van Nederlandse beeldende kunst, maar roept inhoudelijk ook vragen op.

Door Wim Adema

Over de inhoud van deze expositie heeft Hans den Hartog Jager ook een begeleidend boek geschreven. In zijn voorwoord beschrijft hij zijn keuze voor het thema 'Vrijheid'. Hij concludeert dat de kunstgeschiedenis niet meer bestaat en dat is een goede reden om er een te schrijven. Voor dit doel zijn 'de vijftig belangrijkste, beste, invloedrijkste kunstwerken bij elkaar gebracht, teneinde het publiek referentiepunten aan te bieden voor een nieuw kunsthistorisch traject. Voor deze tentoonstelling is een indeling van vijf tijdsperiodes ontworpen, van elk tien jaar. Het zijn ijkpunten voor een weifelende tijd en zij vormen een warm pleidooi voor klassiekers ofwel de kernkunstwerken'.

Centraal in de visie van Den Hartog Jager staat de constatering dat de moderne en hedendaagse kunst in de afgelopen tweehonderd jaar niet veranderd zijn en dat de afzonderlijke kunstenaars nog steeds een hoogstpersoonlijke wereld scheppen. Hun creatieve kracht zorgt voor een geheel eigen scheppingswereld. Hans den Hartog Jager vindt toch een breder en nieuw verband nodig en wil met deze tentoonstelling een overzicht geven van de naar zijn mening vijftig cruciale kernkunstwerken. Aan het eind van de jaren zestig kreeg het begrip 'vrijheid' een geheel nieuwe dimensie. Bestaande patronen uit de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog werden doorbroken, ook in de Nederlandse beeldende kunst. Die bevrijding heeft in onze tijd wel een andere inhoud gekregen. Vrijheid werd nu een authentieke Nederlandse waarde. Vanuit die thematiek zijn in Museum De Fundatie de 'klassiekers' vanaf 1968 tot 2018 tentoongesteld.

Originele beeldtaal
Van Gerrit van Bakel (1943-1984) bevinden zich enkele werken in een kleine en intieme ruimte waar de tijd even stil lijkt te staan. Zijn objecten blijven tijdloos, zijn zonder functie en verrassen nog steeds door een hoogst originele creativiteit. De 'Tarimmachine' uit 1982 is een onwaarschijnlijke machine, een draaischijf met vier ronde schijven, die elk een eigen draaikant hebben. De schijven zijn opgehangen aan vier lange ijzeren staven. Het object doet denken aan een landbouwapparaat, maar ziet er zeer onpraktisch uit. In een korte videofilm graaft de 'Hexagon Time Machine' een spoor door de aarde. Ogenschijnlijk lijkt het een nuttig apparaat, maar de steeds terugkerende graafbewegingen laten geen vooruitgang in het graven zien.

Een zeer kwetsbaar werk is de 'brug' van Henk Visch, dat midden in een grote zaal staat. Het is een hangbrug met een grote boog, die echter zeer fragiel oogt. Op een schuin oplopend gebogen wegdek staan zinnen als 'wij hopeloos verloren zijn' of 'om niet te verdrinken'. Het is een opmerkelijk vroeg werk van Henk Visch uit 1980 en vormt een ruimtelijke verrassing. Tjebbe Beekman schilderde een complex en heftig schilderdoek: 'Iliya's Birthroom'. Het is een visuele herinnering aan de geboorte van zijn zoon (2001) in een oude DDR-kliniek in Berlijn. Met foto's en verf is een ontluisterend beeld gecreëerd van verwaarlozing, aantasting en nieuw leven. De talloze beeldherinneringen zijn verwerkt in een magnetiserend totaalbeeld. Schoonheid en aantasting ervaar ik eveneens in het grote schilderdoek 'Amaryllis' (1988) van Erik Andriesse. Twee knalrode grote bloemen bepalen de compositie, waarin dieprood, schoonheid van kleur en aantasting elkaar in evenwicht houden. Het is een schilderij dat door haar monumentaliteit en beeldtaal grote indruk maakt.

Tussen 1968 en 1999
Belangrijke werken van kunstenaars als Armando, Jan Dibbets, Carel Visser, Ger van Elk, Stanley Brown, Rob van Koningsbruggen, Guido Geelen en Emo Verkerk roepen in De Fundatie kunsthistorische herinneringen op. Het zijn kunstwerken die al lang bestaan en nog steeds getuigen van een zeer sterk eigen beeldkarakter. Het is voor mij opnieuw een ontmoeting met vertrouwde schilderijen, objecten en beelden. Opnieuw ervaar ik de intense schilderkunst van Armando in 'Fahnen' (1981), de 'perspective correction' (1968) in het werk van Jan Dibbets, de hoogst originele beeldtaal van Ger van Elk in het object 'La Pièce' (1971) en kijk ik weer gefascineerd naar de 'Gevouwen kubus' uit 1970 van Carel Visser, die nog steeds een unieke vormgeving heeft.

In het monumentale keramische werk ('Zonder titel R.K. 015', 1992) van Guido Geelen domineren fantasie en keramische zeggingskracht: roodachtige, gebakken klei die de weerbarstigheid van het materiaal toont. Diervormen zijn op een chaotische wijze op elkaar gestapeld en worden in een grote totaalvorm met elkaar verbonden. Kinderen proberen de weg te vinden in dit grote keramische werk. Zij slaken kreten van verrassing als zij de resten van dieren vinden.

De 'Fox/Mouse/Belt' (1992) van Mark Manders is een opmerkelijke keuze van Hans den Hartog Jager. Wie de monumentale beeldhouwwerken en installaties van Manders kent, zal hem niet direct als maker van dit beeld herkennen. In de hoek van een kleine ruimte ligt een vos op de grond. Een zwarte riem omklemt zijn buik, met daartussen een kleine muis. Het beeld is zandkleurig, maar is van brons gemaakt en wekt een verloren en eenzame indruk. Het is voor mij een rustpunt, een verstild kijkmoment tussen de andere kernkunstwerken. Ook bij het werk van Ger van Elk ontstaat een verstilde manier van kijken. Een zeer klein object van hem, 'La Pièce' (1971) bestaat uit een wit geschilderd beukenhouten blokje op een rood kussentje, dat in een glazen vitrine is geplaatst, op een kleine houten muursokkel. In zijn eenvoud oogt het als een kleine relikwie. Tussen de grote monumentale werken in deze zaal ervaar ik het als rustgevend en verstild.

Tussen 2000 en 2018
De 'Lichte Stelle' (2000) is een groot videowerk van Marijke van Warmerdam en verraste mij ook op een manier die de maakster waarschijnlijk niet bedoeld heeft. Op een filmscherm zie ik een grote gestalte van een jongen; hij staat doodstil aan de rand van een meer. Uit zijn zwembroek druppelen nadrukkelijk langzaam waterdruppels. Zij vallen in een traag tempo, maar tegelijkertijd zie ik plotseling het omringende water en de bomen zacht bewegen. Dat beeld begint prachtig te contrasteren met de stilstaande jongen. Ongemerkt lijkt de natuur magie toe te voegen aan deze videobeleving.

Guido van der Werve zocht als schilder naar een geheel nieuwe vormgeving van het schilderdoek in 'Nummer acht, everything is going to be alright' (2008). Door zwarte cirkelvormige verfbewegingen krijgt een 'acht' een volstrekt nieuwe beeldtaal en vorm. Fotografe Vivian Sassen maakte een grote serie over het menselijke bestaan: 'Lexicon' (2005-2011). Het is een fotoserie die een gehele muur bestrijkt en de bezoeker uitnodigt om 'visueel' met haar op reis te gaan. In de centraal gelegen hoge museumhal hangen drie levensgrote figuren van Folkert de Jong: 'Actus Tragicus' (2013). Ze vormen een intense en kleurrijke kijkervaring, waardoor de zeer grote beelden de museumhal een nieuwe en dramatische dimensie geven.

Een persoonlijke visie
Met deze tentoonstelling heeft Hans den Hartog Jager een duidelijke, maar ook zeer persoonlijke visie gegeven op de Nederlandse beeldende kunst vanaf 1968. Naar mijn mening doet hij hiermee de Nederlandse beeldende kunst en kunstenaars ook tekort. Wie alleen schrijft en spreekt over 'De vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968', beperkt naar mijn idee de inhoud en omvang van de Nederlandse beeldende kunst. Deze is namelijk inhoudelijk veel complexer en kent nog veel andere interessante beeldend kunstenaars, die nu in Museum De Fundatie afwezig zijn.

Ik miste in Zwolle bijvoorbeeld belangrijke disciplines als computerkunst, nieuwe media, mode en design, maar ook grafiek. Belangrijke beeldend kunstenaars als Peter Struycken, Geert Mul, Daan Roosegaarde, Iris van Herpen, Robbie Cornelissen en Raquel Maulwurf ontbreken. Waar is de jonge kunstenaarsgeneratie met Johan Rijpma, Isabella Werkhoven, Elise van der Linden, Saskia Noor van Imhoff en Levi van Veluw? Waarom is er geen aandacht voor de instabiele media van het V_2Lab (Alex Adriaansens)? Ook oude meesters als Constant, Ad Dekkers, Karel Appel en Alphons Freymuth zie ik niet terug in Museum De Fundatie.

Misschien zijn er wel honderdvijftig 'kernkunstwerken' in drie grote overzichtsexposities in De Fundatie nodig om een werkelijk compleet beeld te schetsen van de Nederlandse beeldende kunst na 1968. De visie van Hans den Hartog Jager is zeer goed doordacht en deze grote expositie is uitstekend opgezet, maar roept tegelijk bovenstaande vragen op. Zoals Den Hartog Jager zelf schrijft, zijn de expositie en het boek ook bedoeld als een discussieplatform over de betekenis van beeldende kunst in deze tijd. Hij ervaart een 'weifelende' tijd waarin de identiteit van beeldende kunst opnieuw geformuleerd moet worden.

De expositie 'Vrijheid' is een bezoek waard. Om veel redenen. Het publiek krijgt de gelegenheid om belangrijke kunstwerken, gemaakt na 1968, opnieuw te zien en te beleven. De tentoonstelling versterkt het beeld van de Nederlandse beeldende kunstgeschiedenis, met de vijftig uitgekozen kernkunstwerken als leidraad. De keuzes van Hans den Hartog Jager zijn zeer persoonlijk, maar roepen ook discussie op. Het moet voor hem een tour de force geweest zijn om deze tentoonstelling samen te stellen. Vrijheid en kunst is en blijft een complex en moeilijk te definiëren terrein.

Vrijheid – de vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968, t/m 12 mei 2019, Museum De Fundatie, Blijmarkt 20, Zwolle. Website: www.museumdefundatie.nl.

Praktische tip: Een makkelijk leesbare plattegrond geef houvast. In de opstelling van de kunstwerken is geen tijdslijn aangebracht en er is geen sprake van een inhoudelijke verbinding. Er zijn veel kabinetten, kleine en grote zalen voor de presentatie van de kunstwerken beschikbaar. Bij elke kunstenaar is een goed leesbare grote tekst aanwezig. Ondanks hun inhoudelijke complexiteit zijn de kunstwerken rustig en toegankelijk voor de bezoekers opgehangen en neergezet. Een start vanaf de vierde verdieping is een aanrader. Het bestijgen van de vele trappen wordt hiermee voorkomen en dat zorgt voor een meer relaxte expositiebeleving.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.