Febr. - apr. 2019, 14e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

De schatkamer!
Meesterwerken uit de Hermitage

Het is altijd goed om je te realiseren dat 95 procent van de lange menselijke geschiedenis alleen in archeologische materialen te bestuderen valt, zoals beelden en beeldjes, tabletten, bouwwerken, potten, vazen, goud, brons, ivoor, botten, etc. En dat die voorwerpen niet alleen in de westerse wereld, maar in de hele wereld gemaakt en gevonden zijn. Aandacht voor deze vroege kunstuitingen relativeert de adoratie van recente beroemdheden als Leonardo, Rembrandt, Caravaggio en Andy Warhol.

Door Peter van Dijk

Kijken naar een prehistorisch beeld als bijvoorbeeld de 'Venus van Kostjonki' (ca.21.000 voor Chr), dat nu te bewonderen is in de Amsterdamse Hermitage, geeft behalve een esthetisch genoegen ook inzicht. Je beseft dat, hoewel deze Venus uit de vroegste en zogeheten primitieve tijden stamt, zij toch aangrijpend mooi is. Zij zet ons terug in de lange lijn van de menselijke ontwikkeling en doet ons realiseren dat kunst en beschaving al heel lang bestaan en in alle uithoeken van de wereld en in vele vormen voorkomen. En dus de moeite van het conserveren en bestuderen waard zijn.

De Venus is in 1983 gevonden in een verzonken Russische kuilwoning. Het eerste dat opvalt zijn haar volle borsten en bolle buik. Gesublimeerde vormen. Ze heeft geen herkenbaar gezicht, maar wel armbanden en een halsketting, met tekens die duiden op een moedercultus. 21.000 jaar is lang geleden. Dat was tijdens de laatste grote ijstijd. Ze lijkt een zuster te zijn van de 'Venus van Willendorf' (opgegraven in 1908 bij het gelijknamige Oostenrijkse plaatsje, te zien in het Natuurhistorisch Museum in Wenen), eenzelfde soort vruchtbaarheidsbeeldje uit de moedercultus, alleen iets ouder.

Handboek
De tentoonstelling in de Hermitage is een cadeau van het Russische Staatsmuseum, vanwege het 10-jarig bestaan van de Amsterdamse vestiging. De directeur van dit museum, Michael Piotrovsky, stelt in de rijk geïllustreerde catalogus met zijn vele lege tussenpagina’s van goudkleur -goud was de smaak van Catharina de Grote- dat de Hermitage een 'encyclopedisch' museum is. Volgens hem kan de bezoeker dwalend door de zalen de hele kunstgeschiedenis volgen. Zijn opmerking betekent dat de catalogus van deze tentoonstelling een kunsthistorisch handboek zou kunnen zijn.

Dat vind ik na de tentoonstelling gezien te hebben een aardige, maar wel wat overdreven claim. De stichters van de Hermitage waren vorsten. Tsaar Peter de Grote begon de collectie en tsarina Catharina maakte er een museum van, in haar beroemde zomerpaleis aan de Neva. De collectie van de Hermitage stoelt op status. Zij is bij elkaar gebracht deels uit liefde van deze vorstelijke personen voor de kunsten, deels uit prestige-overwegingen, om macht te tonen, deels door veroveringen en deels uit geschenken van bezoekende vorsten en politici. De bedoeling van de verzameling was zeker niet een staalkaart te tonen van de menselijke beschaving van alle tijden en uit alle hoeken en gaten van de aarde.

De collectie, zoals we die nu te zien krijgen, telt vele gebruiksvoorwerpen, maar ze zijn eigenlijk altijd bijzonder of uniek, of van goud, of er staan heraldische kenmerken op, of er is later een gouden handvat aangezet, of het is van zeldzame keramiek. Een eenvoudige bijlpunt of munten van Alexander de Grote, een kleipot uit Peru of Japanse olifantjes van Kakiemon-porselein, zitten niet in de collectie. Voorwerpen die je wel in een ander encyclopedisch museum, zoals het British Museum, kunt aantreffen. De collectie van dat museum is dan ook niet gericht op status, maar op het stimuleren van begrip voor de vele culturen en kunstuitingen in de wereld. Vermoedelijk een positief gevolg van wereldwijd koloniaal bezit. Er zit één lijn, één draad in de zoektocht door de honderden schatten van de Hermitage: dat is de poging om oud en nieuw én Oost en West te vergelijken, in de hoop, zo staat in de catalogus, bij iets als een 'mondiale kunstbeschouwing' uit te komen, waarbij alles met elkaar in verband kan worden gebracht.

Dat laatste is natuurlijk ijdele hoop. De verzameling van de Hermitage is geografisch te beperkt voor het gebruik van het woord mondiaal. Het is overigens wel een beetje modieus om deze term te gebruiken. In Leiden, onder andere, wordt het vak 'World Art Studies' gedoceerd door prof. dr. Kitty Zijlmans. Hoofdpunten van onderzoek zijn: wat zijn de bronnen van kunst, kunnen we kunst uit verschillende culturen vergelijken en hoe bevruchten kunsten uit verschillende culturen elkaar? De stelling van dit nieuwe vak is vooralsnog: kunstgeschiedenis is te westers georiënteerd, we moeten oog hebben voor andere culturen. Niemand heeft daar bezwaar tegen. In de musea gebeurt er al veel op dit gebied. Het Rijksmuseum had zijn tentoonstelling over Zuid-Afrika, waarin ook gepoogd werd de stem van de autochtone bevolking te laten doorklinken. Het Van Gogh probeerde hetzelfde met de tentoonstelling 'Gauguin en Martinique'.

En zie nu de tentoonstelling in de Hermitage. Oost naast West. Los van mooie gedachten en grote woorden, kan de tentoonstelling ook genoten worden zonder de catalogus. We kunnen gewoon kijken naar de paren die de conservatoren gekozen hebben om ons te doen realiseren dat er overeenkomsten en verschillen zijn tussen oud en nieuw & Oost en West. Een mooi voorbeeld van de paar-aanpak is een staatsieportret van Margaretha van Savoye (1608), door Pourbus de Jongere, gehangen naast het portret van een hoge Chinese aristocraat met de rang van 'zhenguo gong' (hertog) uit midden 19de eeuw, door een onbekende kunstenaar. Oost en West naast elkaar. Beiden zijn behangen met sierraden, dragen imponerende kleding en ze kijken onaangedaan, geen emoties.

Het enige signaal van beiden is: we zijn belangrijk. Een ander voorbeeld levert ook een andere associatie. De Egyptische farao Amenemhat III (1850-1800 voor Chr.), met in zijn hoofdtooi een slang als teken van macht, wordt in al zijn importantie getoond. Naast hem staat een borstbeeld van Catherina de Grote (1773), die getooid is met een diadeem. De maker is Jean-Antoine Houdon, die haar neerzette als een innemende, alledaagse dame. Oud tegenover nieuw en Oost naast West. Hier zorgt het contrast tussen twee opvattingen van vorstelijkheid voor een verrassing.

Mooie paren
Er vallen meer mooie paren te bewonderen. De 'Donna Nuda' (16de eeuw) uit de school van Da Vinci, naast 'Vrouwelijk naakt' (1908) van Matisse. De 'Donna' is een lust voor het oog dankzij de fijne clair-obscur techniek (sterk licht-donker contrast) en de sensitieve Da Vinci-glimlach. Het naakt van Matisse is juist met felle zwarte lijnen en in zachte pastelkleuren geschilderd. Dit paar geeft inzicht in de verschillende schildertechnieken die van dezelfde inhoud totaal verschillende voorstellingen maken.

Boeiend is een protestantse 'Maria met kind' (1530) van Lucas Cranach de Oudere en een katholieke 'Madonna delle Grazie' (1542) van Lorenzo Lotto. Beide schilderijen zijn schitterend van kleur en compositie. In het schilderij van Cranach zijn moeder en kind alleen. De baby staat frontaal op schoot met een koekje en een appel in de hand. Achter Maria staat een appelboom vol vruchten. Bij Lotto wordt het doek gevuld door engeltjes, terwijl moeder en kind elkaar aankijken. In dit geval bestaat het kijkplezier onder meer uit het vergelijken van de attributen in het perspectief van het geloof, bijvoorbeeld dat engelen in het protestantisme geen rol van betekenis spelen. Je kunt hun hulp niet vragen en in beschermengelen geloven protestanten niet.

Een vondst van vergelijking vond ik een vilten zwaan uit de Pazyryk-cultuur (3de eeuw v. Chr.), opgegraven uit een grafheuvel, naast de opgezette zwaan van Jan Fabre, getiteld 'Dwaasheid staand op de dood'. Twee elegante vogels, die op deze plek een dialoog voeren over het verschil tussen klassieke en moderne kunst.

Verder valt er te genieten van losse (dus geen paar-aanpak) gouden gespen, hangers, bekers, al dan niet met gouden handvat, amforen, boeddha’s, Japanse reigers, Chinese vazen en een paar schitterende schilderijen en tekeningen. Het is met veel smaak en gevoel voor variatie tentoongesteld. Kom daar maar eens om bij de Oostenrijkse Habsburgers bijvoorbeeld. In de Hofburg in Wenen vlucht je weg voor de hoeveelheid serviezen, sieraden, bestekken, kandelaars die in ontelbare rotten staan opgesteld in ontelbare vitrinekasten. Het is niet eens een vertoon van rijkdom en macht, maar van leegheid en spilzucht. Een reis door de geschiedenis van de kunst is deze Hermitage-tentoonstelling niet geworden. Daarvoor zijn er teveel hiaten in tijd en werelddelen. Maar je kijkt wel je ogen uit.

De schatkamer! Meesterwerken uit de Hermitage, t/m 25 augustus 2019, Hermitage, Amstel 51, Amsterdam. Website: https://hermitage.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven