Mei - juni 2019, 14e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL ACHTERGROND AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen

over kunst en
kunstenaars

actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

450 jaar – Pieter Bruegel de Oude
Schilder van mensen en landschappen

Over heel 2019, het 450ste sterfjaar van Pieter Bruegel de Oude, zijn op diverse locaties in Brussel en Vlaanderen expo's en activiteiten te zien en te beleven, om de schilder te gedenken. Moderne kunstwerken die geïnspireerd zijn op het werk van deze meester-observator. Dieptestudies die met behulp van moderne technieken inzicht geven in zijn werken, zowel tekeningen, etsen als schilderijen. En natuurlijk werk van de meester zelf. Een verslag van vier van deze exposities.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Bruegels strijd tussen carnaval en vasten ontleed
Joseph Weyns (1913-1974), de oprichter van Openluchtmuseum Bokrijk, liet zich door de schilderijen van Bruegel inspireren bij de inrichting (in 1958) van het museumpark, waar hij de eerste conservator was. Het Bruegel-parcours door het uitgestrekte park is ongeveer twee kilometer lang en er zijn elf 'haltes' waar de bezoeker op hedendaagse wijze kennis kan maken met enkele Bruegelwerken, zoals 'De strijd tussen carnaval en vasten'. Dit werk is een rijke bron van informatie over het 16e-eeuwse dagelijkse leven. Zulke werken waren geliefd bij de rijke burgerij, bij wie ze in de eet- en woonkamers hingen.

 
Pieter I Bruegel, 'De val van Icarus', olieverf op doek. KMSKB, Brussel, inv. 4030 © KMSKB, foto: J. Geleyns / Ro scan.

Bij de halte 'schuur Zuienkerke' is dit werk in een gigantisch formaat overgebracht op de vloer, het wordt schuin gespiegeld in gelijke grootte, waardoor de bezoeker zichzelf door het schilderij kan zien lopen of misschien beter: zien zitten, het is duizelingwekkend. In de schuur bij de halte Lommel-Kattenbos is van kunstenaar Frits Jeuris de video-installatie 'The Lost Season' te bekijken, een hedendaagse interpretatie van het al sinds eeuwen verdwenen werk (Lente) van Bruegel uit zijn serie van zes, 'De seizoenen'. Een soort 'tableau vivant' waarvoor Jeuris het landschap van Bokrijk heeft gebruikt, volgens Bruegel. Zie: www.dewereldvanbruegel.be.

Brussel 'The Originals' KMSK – Koninklijk Museum voor Schone Kunsten
Brussel staat dit jaar bol van de Bruegel-expo's en evenementen. De meesterschilder heeft er jaren gewoond, tot aan zijn dood. In de Kapellekerk is hij begraven. In het KMSK is een aantal grote werken van Bruegel te bewonderen in de Bruegelzaal, waar ook werken van zijn zoons Jan en Pieter de Jongere te zien zijn, alsmede werken van enkele navolgers. Het oeuvre van Bruegel is niet heel groot, want hij werd slechts om en nabij veertig jaar. Een aanzienlijk deel van zijn schilderijen is in het bezit van Kunsthistorisch Museum in Wenen en na dit museum bezit het KMSK Brussel de meeste. Hier is 'De val van Icarus' te bekijken, een kopie overigens, niettemin gedateerd: 1600. Dit tafereel heeft diverse dichters geïnspireerd, onder wie Judith Herzberg in haar gedicht 'De Boer'.

Bruegel heeft weinig religieuze werken gemaakt, zijn opdrachten kwamen vooral van rijke burgers en kooplieden, niet van de kerk. Er zijn wel werken met een religieus thema zoals 'De kruisdraging', maar ook daarin is toch te zien dat hij de mens en het landschap centraal stelt, met veel details. In totaal heeft hij circa 40 schilderijen, 60 tekeningen en 80 etsen nagelaten, die wereldwijd in musea hangen en in particulier bezit zijn. Boijmans van Beuningen heeft bijvoorbeeld een van de twee versies (de kleine) van 'De toren van Babel'. Die twee versies werden samen getoond in Wenen, waar tot januari 2019 een 'once in a lifetime' Bruegelexpositie werd gehouden. Een niet eerder getoonde hoeveelheid van Bruegels werken was hier samengebracht. Zie verder: www.fine-arts-museum.be/the-bruegel-experience.

BOZAR – Paleis voor Schone Kunsten – Brussel

In het Bozar zijn diverse expo's te zien in het kader van het Bruegeljaar. 'Prenten in de eeuw van Bruegel' is een overzicht met grafische werken uit de zestiende eeuw, waarin de prentkunst zich verder ontwikkelde en floreerde. De grote verspreidingsmogelijkheden die de prentkunst bood, maakte dat vele Zuid-Nederlandse schilders zich tijdens de eerste decennia van de zestiende eeuw in het medium verdiepten. Het bezoek in 1520/21 van Albrecht Dürer (1471-1528) aan de Nederlanden was baanbrekend. Zijn vernieuwende renaissance-beeldtaal en zijn techniek van etsen in ijzer zorgden voor een ware artistieke revolutie.
Antoine Roegiers, 'De Zeven hoofdzonden', 2011, videoprojectie, animatiefilm gemaakt met 92 tekeningen met pen en inkt op papier, 18'30''. Courtesy of the artist and Keteleer Gallery.

De beeldenstorm (1566) was voor de prentkunst geen belemmering om zich verder te ontwikkelen. Tijdens het calvinistisch bestuur van Antwerpen (1577-1585) werden de afbeeldingen uit de kerken gehaald. Niets mocht de aandacht van de gelovigen afleiden van het woord van God, maar de productie en verkoop van religieuze prenten bleef verder ongemoeid. De uitgever Gerard de Jode liet in die periode zelfs het gehele oude en nieuwe testament in prentdruk verschijnen.

Aan het eind van de route is een videoprojectie te zien van Antoine Roegiers (1980). Over een wand worden 92 geanimeerde inkttekeningen van Roegiers geprojecteerd, die hij baseerde op voortekeningen uit 1559 van Bruegels werk, getiteld 'De Zeven Hoofdzonden en het Laatste Oordeel'. De zeven zonden zijn: onkuisheid, vraatzucht, hebzucht, luiheid, gramschap, afgunst en hoogmoed. Er zitten bizarre en gruwelijke taferelen tussen, met mensen en fantasiedieren, of hybride mensen in fantasielandschappen. Het is moeilijk om een draad te vinden op dit formaat, maar je blijft wel kijken. Wat me het meeste is bijgebleven van deze video van circa 18 minuten, is het rijtje mensen dat staat te wachten op hun executie. Een gigantische schaar die hen een voor een door midden knipt, precies op taillehoogte. Bekijk de video via: www.youtube.com. Overigens worden de prenten van Bruegels voortekeningen in oktober 2019 getoond in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. Zie ook: www.bozar.be/prenten-in-de-eeuw-van-bruegel.

Kasteel van Gaasbeek – Bruegel herontdekt
In het Pajottenland heeft Bruegel veel geschilderd en elementen uit het landschap zijn daarom terug te vinden in zijn werken. Het Kasteel van Gaasbeek ligt midden in dit mooie gebied en in de tijd van de meester bestond dit kasteel al. Mogelijk heeft hij de toenmalige bewoners gekend, onder wie Lamoraal, de graaf van Egmond.

In en om het kasteel is de zeer bezienswaardige tentoonstelling 'Feast of Fools' te bekijken. Niet in de laatste plaats zijn de locatie en de omgeving een aanrader voor een wandeling. Er kan beslist een dag worden uitgetrokken voor de route door de tentoonstelling, zowel binnen als buiten het kasteel. Deze duurt tenminste 2,5 uur. Het is werkelijk een verrassende verzameling werken, deels uit de eigen collectie, geselecteerd door Luk Lambrecht en Lieze Eneman.

Buiten stond ik plotseling voor een oude bekende, dat wil zeggen een werk van Mario Merz (1925-2003), dat hier wordt geëxposeerd met arrangementen van groenten en fruit.

 
Mario Merz, Installatie 'Chambres d'Amis' (1986), collection Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, S.M.A.K. Gent, installatie, Feast of Fools. Bruegel herontdekt, Kasteel van Gaasbeek (2019), foto: Dirk Pauwels.

Het werk, een set tafels uit glas en steen, werd ook getoond tijdens de opzienbarende tentoonstelling van Jan Hoet, 'Chambres d' Amis', die in 1986 werd gehouden op diverse (particuliere) locaties in Gent.
Zie voor meer informatie: www.kasteelvangaasbeek.befeast-of-fools-bruegel
.

Verder is in het kader van dit Bruegeljaar te zien, onder meer vanaf oktober 2019 in Antwerpen: https://www.museummayervandenbergh.be/dulle-griet-terug en in Brussel: https://www.kbr.be/the-world-of-bruegel.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Eerbetonen aan het Bauhaus

Het Bauhaus bestond slechts veertien jaar, maar heeft een onuitwisbare invloed gehad op architectuur, kunst en ontwerp. Dat laat een tentoonstelling in Rotterdam zien en de openingstentoonstelling in het nieuwe Bauhaus-Museum in Weimar.

Door Han de Kluijver

Dit jaar wordt de honderdste Bauhaus-verjaardag groots gevierd met de opening van het Bauhaus-Museum in Weimar (5 april), de opening van het vernieuwde Bauhaus Museum in Dessau (8 september) en talloze exposities. De tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam (t/m 26 mei 2019) is bijzonder de moeite waard. 'nederland ? bauhaus – pioniers van een nieuwe wereld' laat op overtuigende wijze zien hoe architecten en kunstenaars uit Nederland en het Bauhaus elkaar wederzijds beïnvloedden. Zo doceerden de architecten Mart Stam en Johan Niegeman in Dessau en was de pionier van het nieuwe bouwen in Nederland, J.J.P. Oud, invloedrijk in de beginjaren van de school.

 
Het hoofdgebouw van de Bauhaus-Universiteit in Weimar van Henri Van de Velde, gebouwd in 1905/1906. Foto: Han de Kluijver, 4 april 2019.

Toen Theo van Doesburg in 1921 voor het eerst het Bauhaus in Weimar bezocht om het woord van De Stijl te verkondigen, stond de school nog in het teken van het expressionisme. Voor Theo van Doesburgs was het expressionisme een door de tijdgeest achterhaalde stijl en zijn acties hiertegen zorgden voor onrust binnen Bauhaus en directeur Walter Gropius was niet blij met z'n komst. Ondanks dat Van Doesburg er geen docent is geweest, is zijn invloed op de koerswijziging van expressionisme naar constructivisme van het Bauhaus, door zijn cursussen over De Stijl in zijn atelier, van groot belang geweest.

De tentoonstelling duidt de drie bepalende perioden van het Bauhaus: die van 'ambacht en utopie' (1919-1923), 'industrie en experiment' (1923-1928) en 'architectuur en wetenschap'. Die laatste periode liep af in 1933 toen de Nazi's de school sloten. De idealen van de school – het scheppen van een betere wereld met kunsten en ideeën – stonden haaks op die van het nationaal-socialisme. Het Bauhaus moest in haar korte bestaan twee keer verhuizen, kende financiële tegenslagen, en dat in een periode van grote politieke verschuivingen. Toch kon zij uitgroeien tot de meest invloedrijke ontwerpschool van de twintigste eeuw. Bauhaus zou de wereld van de vormgeving voorgoed veranderen.

De Weimarperiode
De ontwerpschool ontstond in de roerige periode na de Eerste Wereldoorlog, een jaar nadat Duitsland als verliezer en ontredderd uit de oorlog was gekomen. Kunstenaars gingen op zoek naar manieren om een betere toekomst te scheppen. Walter Gropius was een van die pionierende idealisten. Toen hij het Bauhaus in 1919 in Weimar oprichtte, wilde hij via onderwijs de kloof overbruggen tussen kunstenaars en arbeiders. In de Weimarrepubliek was ook grote behoefte aan zelfontplooiing. Er ontstond gaandeweg een wereldbeeld waarin de menselijke ziel als centrum van het bestaan werd gezien.

De architect wilde het museum in eerste instantie een glazen gevel geven. Omdat dit financieel onhaalbaar bleek, is mede op advies van de jury voor betonnen panelen gekozen. Aanvankelijk was er geen winnaar in de competitie voor de bouw van een Bauhaus-Museum in Weimar in 2011. De jury, die overtuigd was van het interieurconcept van Heike Hanada, wees haar na deze aanpassing aan als winnaar. Foto: Han de Kluijver, 5 april 2019.

's-Avonds lichten 24 witte LED-lijnen op en accentueren de geometrie van het gebouw. Dit samenspel van horizontale en verticale lijnen wordt doorgezet in het ruwe betonnen interieur, waarbij de betonnen wanden met witkalk behandeld zijn en niet gestuukt, alsof het werkplaatsen zijn. Foto: Han de Kluijver, 5 april 2019.

Het Bauhaus voert terug naar de arts-and-craftsbeweging die aan het einde van de negentiende eeuw in Engeland ontstond, als reactie op de industrialisatie. Ook in het Duitse keizerrijk heerste toen de angst dat de industrialisatie de nationale cultuur zou kunnen bedreigen en daarmee de ambachten die van generatie op generatie werden overgedragen.

Maar waar de arts-and-craftsbeweging de oplossing zocht in het handwerk van het verleden, probeerde het Bauhaus een brug te slaan tussen kunst en industrie. Daarom gingen de Bauhaus-ontwerpers in toenemende mate experimenteren met het maken van meubels in massaproductie. Volgens Mienke Simon Thomas, de samensteller van de Boijmans-tentoonstelling, is IKEA dan ook een directe afstammeling van het Bauhaus.

Ligt de ziel van het Bauhaus in dit minimalistische museum in Weimar?
Het nieuwe Bauhaus-Museum in Weimar laat zien wat de invloed van het Bauhaus is op de hedendaagse architectuur. Het ontwerp van de Berlijnse architect Heike Hanada, in samenwerking met Benedict Tonon, is een monolithische kubus van vijf verdiepingen die op een betonnen sokkel staat.

Aan de binnenkant is het museum een complexe ruimtelijke structuur, maar de buitenkant is van een opvallende eenvoud. Op de parkhelling staat het museum als een vrijstaand eenzaam object, een enkel, rechthoekig volume, bedoeld als een sterke iconische vorm. De gevel is van horizontale 'zwevende' betonnen panelen, die de voorkeur kregen boven glaswanden, die voor een spiegelende, afstandelijke uitstraling zouden zorgen. Deze betonnen gevel oogt natuurlijker, maar doet wel denken aan de grauwe monotone uitbreidingswijken uit het voormalig Oost-Duitsland.

Om de horizontale vloeiende ruimte ook in verticale richting tussen de verdiepingen door te laten lopen, zijn smalle steile trappen gemaakt. Een daarvan leidt vanaf de bovenste verdieping via een schacht naar de begane grond. Deze trap geeft je een claustrofobisch gevoel van ruimte, die helaas niet ver verwijderd is van de zuilengalerij in het naastgelegen Gauforum. Dit kolossale gebouw uit 1937 moest de macht van de nationaal-socialisten benadrukken.

Foto boven: De installatie van Tomás Saraceno, gekozen uit de door de Weimar Klassik-Stiftung georganiseerde prijsvraag, bestaat uit honingraatachtige 'wolkenclusters' gemaakt van spiegelglas. Het zijn architectonische ruimtes die eruit zien als celachtige, zwevende steden, die net als wolken van vorm veranderen, zich met elkaar verbinden en weer opdelen. Foto: 4 april 2019, Han de Kluijver.

Foto links: Eigenlijk is zelfs IKEA nog een gevolg van het Bauhaus, met zijn eenvoudige, strakke en functionele spullen die industrieel zijn ontworpen voor een groot publiek, zegt Mienke Simon Thomas, die de Bauhaus-expositie voor Boijmans heeft samengesteld. Foto: 7 februari 2019, Han de Kluijver.

Verfijnd lijnenspel
Een asymmetrisch raster van fijne geëtste zwarte lijnen vormt een regelmatig ritme, met in verzonken reliëf een doorlopende band met de woorden 'bauhaus-museum'. 's Nachts lichten vierentwintig witte LED-lijnen op die de geometrie van het gebouw benadrukken, maar zij maken het gebouw niet lichter.
Dit samenspel van horizontale en verticale lijnen wordt doorgezet in het ruwe betonnen interieur. De betonnen wanden zijn met witkalk behandeld en niet gestuukt, alsof het werkplaatsen zijn. De eveneens betonnen plafonds bestaan uit onbehandelde ribben, waartussen de installaties zijn weggewerkt. De kozijnen van deuren en ramen zijn van zilvergrijs, gepoedercoat staal. Het hoofdportaal, de liften en de balies zijn van galvalume, een met zink beklede staalplaat. Het geheel doet onbewust denken aan andere, monumentale industriële gebouwen, zoals het Tate Modern museum in Londen.

Het moderne gebouw heeft ook classicistische elementen, zoals de betonnen sokkel en de ingelijste betonnen portalen en ramen. Het zijn kenmerken die hun oorsprong in de oudheid hebben. Het is een benadering die ook Mies van der Rohe, de derde en laatste directeur van Bauhaus, beïnvloedde toen hij zijn Neue Nationalgalerie in Berlijn ontwierp. Maar ook de nazi-architect Hermann Giesler gebruikte deze ontwerptaal uit het classicisme in het naastgelegen Gauforum. Als vormcontrast heeft Heike Hanada gekozen voor opvallend grote horizontale en verticale raamopeningen, die voor sterke verbindingen tussen interieur en omgeving moeten zorgen.

Sundial for Spatial Echoes
In de entree van het Bauhaus-Museum in Weimar hangt de installatie 'Sundial for Spatial Echoes' van de in Berlijn wonende Argentijnse kunstenaar Tomás Saraceno (1973, Tucuman, AR). De installatie bestaat uit honingraatachtige 'wolkenclusters', gemaakt van spiegelglas. Het zijn architectonische ruimtes die eruit zien als celachtige, zwevende steden, die net als wolken van vorm veranderen, zich met elkaar verbinden en weer opdelen.

In letterlijke en figuurlijke zin wordt hier de vraag naar het begin en het einde van ruimte gesteld. Elke verandering van perspectief biedt nieuwe mogelijkheden voor verbeelding en nieuwsgierigheid. Ik ken het werk van Saraceno alleen door de tentoonstelling 'On Air' in het Parijse Palais de Tokyo, met haar hangende spinnenwebben, en zijn onderzoek om als mens te kunnen vliegen zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen. Deze wolkeninstallatie is echter ook indrukwekkend.

Saraceno's projecten zijn nauw verwant aan het ongebreidelde utopisme van radicale architecten zoals Peter Cook, oprichter van Archizoom, en Yona Friedman, bekend van zijn 'geschorste' steden en de uitvinder van de 'geodetische' koepel uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Spinnenwebben, astrofysica en legendarische visionairen zoals Buckminster Fuller zijn slechts enkele van Saraceno's inspiratiebronnen. Wat dat betreft sluit deze kunstenaar perfect aan bij het idealisme van het Bauhaus.

Een modern mausoleum
Door de realisatie van dit museumgebouw kan de stad Weimar haar belangrijke Bauhaus-erfenis nog beter op de voorgrond plaatsen. Toch is daar wel iets op aan te merken. Zo doordacht als het ontwerp is, zo afgeraffeld zien sommige details er uit. De Duitse perfectie is soms ver te zoeken. Aan de buitenkant sluiten her en der betonnen panelen, maar ook hoeken, niet goed op elkaar aan en maken de nauwelijks witgekalkte wanden een vuile indruk.

En wat op papier prachtig leek te werken, viel in de praktijk tegen: het gebouw gaat allesbehalve op in de omgeving. De 'stenige' uitstraling van het voorplein vormt een groot contrast met het omringende groen. Weimar is een groene stad, maar de betonnen kubus met zijn grauwe omgeving steekt daar schril tegen af.

Zonde, want de buitenruimte is bijzonder belangrijk. Het museum bevindt zich tussen het openbaar groen, aangelegd tijdens de Weimar Republiek, en het monumentale Gauforum-complex. Wellicht ziet dit ensemble van gebouwen er anders uit, als het voorplein straks gereed is.

 
Heike Hanada met Han de Kluijver. Foto: 4 april 2019, Corrie Hogenboom.

Wat vooral sterk is aan het museumontwerp, zijn de stedenbouwkundige hoogteverschillen. Hierdoor heeft het gebouw onverwachte perspectieven, ingelijste uitzichten en verrassende visuele verbindingen van binnen en van buiten. Het gebouw verdient nog wat 'puntjes op de i' in de afwerking, maar is niettemin een mooi eerbetoon aan het Bauhaus.

Bauhaus-Museum Weimar, Stéphane-Hessel-Platz 1, Weimar, Duitsland. Website: www.klassik-stiftung.de/ bauhaus-museum-weimar.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

kentering
de zon schijnt iets verder
de kamer in

de afbraakbuurt
verlicht door straatlantarens
witte bloesems

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Katarzyna Kobro & Wladyslaw Strzeminski
-een Poolse avant-garde-

In het Gemeentemuseum Den Haag is een mooie expositie te zien van twee belangrijke Poolse avant-gardisten: het kunstenaarsechtpaar Katarzyna Kobro (1898-1951) en Wladyslaw Strzeminski (1893-1952). Beide kunstenaars vervulden in de eerste helft van de vorige eeuw in Polen, maar ook internationaal, een belangrijke functie in de ontwikkeling van de moderne beeldende kunst. Katarzyna Kobro zocht in haar beeldhouwwerk vol passie naar nieuwe ruimtelijke concepten, terwijl haar partner Strzeminski zowel in theorie als praktijk bezig was met 'de essentie van de kunst' en het beleven hiervan.

Door Wim Adema

Katarzyna Kobro werd op 26 januari 1898 in Moskou geboren en was de dochter van Mikolaj von Kobro, een Rus van Duitse komaf uit Letland en Eugenia Rozanowa, een Russin. Katarzyna volgde in Moskou het gymnasium en maakte in die tijd al beelden. Haar latere echtgenoot Wladyslaw Strzeminski ontmoette zij in een hospitaal in Moskou waar zij zieken verzorgde. Hij verbleef daar om van oorlogsverwondingen te herstellen. Tussen 1917 en 1920 studeerde Kobro beeldhouwen en architectuur aan de School voor Schilderkunst te Moskou. Omdat zij lid was van de Moskouse kunstenaarsvakbond maakte zij onder meer kennis met belangrijke kunstenaars als Malewich, Tatlin en Rodchenko. Na haar studie vertrok zij in 1919 naar Smolensk om met Strzeminski verder te leven en trouwde met hem in hetzelfde jaar.

 
Katarzyna Kobro, 'Hangende compositie 1', 1921 / 1972 (reconstructie door Boleslawa Utkin), hout, metaal, glasvezel, epoxy hars, collectie Muzeum Sztuki, Lódz © Muzeum Sztuki, Lódz & Ewa Sapka-Pawliczak.

Wladyslaw Strzeminski werd op 21 november 1893 geboren in Minsk, een Wit-Russische stad. Hij was afkomstig uit een adellijke familie en op de leeftijd van elf jaar al cadet op een militaire opleiding. Hij richtte zich hiermee geheel naar de wens van zijn familie: namelijk het maken van een militaire carrière. In die periode had Strzeminski geen interesse in kunst. Door zijn kennismaking met Katarzyna Kobro veranderde dat. In 1918 begon Wladyslaw Strzeminski met een vrije studie in Moskou (SVOMAS) en leerde daar onder meer ook Malewich, Tatlin en Rodchenko kennen. Tijdens de periode in Smolensk gaven Katarzyna Kobro en Wladyslaw Strzeminski beiden les aan deze kunstopleiding.

Een gezamenlijke tentoonstelling
Op de expositie in het Gemeentemuseum Den Haag is hun artistieke verwantschap en samenwerking duidelijk zichtbaar, hoewel de beeldtaal van beide kunstenaars geheel verschillend is. Waarneembaar is hun vrije en creatieve geest. Dwars tegen de traditionele Poolse kunstopvattingen in, ontplooiden zij zich als autonoom werkende kunstenaars.

Katarzyna Kobro lijkt de ontwikkelingslijn van Archipenko en Vantongerloo, die van het constructivisme, te hebben gevolgd. Door haar eigenzinnige karakter, intelligentie, creatieve onafhankelijkheid en doorzettingsvermogen, ontwikkelde zij een geheel nieuwe relatie tussen object en ruimte. Op een oorspronkelijke en vernieuwende wijze heeft Kobro materiaal, vorm, kleur en beweging samengevoegd in haar sculpturen, waardoor een nieuwe ruimtelijke beleving mogelijk werd. In talrijke essays gaf zij eveneens blijk van een diepgaand en kritisch inzicht in de beeldhouwkunst. Met Strzeminski schreef zij een boek over 'The calculation of time rhytm', waarin het principe van het Unisme, de essentie van het Zien, besproken werd. Haar partner had een zeer hoge waardering voor Katarzyna's werk en achtte het van Europees belang.

Strzeminski heeft eveneens veel artikelen geschreven en correspondeerde met Malewich, van Doesburg en Vantongerloo. Hij ontwikkelde in de jaren dertig een theorie over het kijken, waarin cultuur en sociale en psychofysiologische invloeden onderzocht en benoemd werden. Het zijn namelijk factoren die het kijken naar de natuurlijke omgeving mede bepalen. Door deze nieuwe vrijzinnige zienswijze kwam Strzeminski echter in conflict met de normen van de heersende opvattingen van het sociaalrealisme in Polen. Samen met Katarzyna Kobro richtte hij in 1929 de Grupa .a.r. (artysci rewolucyni) op, een revolutionaire kunstenaarsgroep. Met manifesten en kritische artikelen werd in Polen en daarbuiten de abstracte kunst verdedigd. Vanuit heel Europa schonken talrijke en vaak zeer bekende kunstenaars werk aan de Grupa, zoals Léger, Lissitzky en van Doesburg. Deze verzameling kunstwerken werd in 1931 geplaatst in een eigen museum, Museum Sztuki in Lodz, dat mede door Strzeminski werd opgericht. Op de expositie in Den Haag is nu een deel van deze collectie te zien, alsmede in een speciale zaal van Mondriaan & De Stijl.
 
Moeilijke tijden
Deze gezamenlijke tentoonstelling van Kobro en Strzeminski laat hun grote artistieke veelzijdigheid zien. Behalve beelden en schilderijen zijn ook veel tekeningen, collages en interieur- en grafische ontwerpen door hen gemaakt, waaruit zeker een verwantschap met De Stijl en het Bauhaus naar voren komt.
Katarzyna Kobro, 'Ruimtelijke compositie 6', 1931, geverfd staal, collectie Muzeum Sztuki, Lódz © Muzeum Sztuki, Lódz & Ewa Sapka-Pawliczak.

Op deze expositie blijkt ook dat veel werk van Katarzyna Kobro verloren is gegaan. Zij heeft namelijk veel brieven en essays geschreven en kunstwerken gemaakt die in het museumarchief in Lodz niet meer aanwezig zijn. Het werk van haar echtgenoot is beter bewaard gebleven en completer en dat is op deze tentoonstelling duidelijk te merken. Katarzyna Kobro heeft een complex leven gehad en dat heeft zeker ook een negatieve invloed gehad op het archiveren van haar werk.

Doorlopend moest zij ook moeilijke politieke keuzes maken, zowel in Polen als in de Sovjet Unie. Vooral de jaren tussen 1937 en 1947 waren heel problematisch voor haar. In de Sovjet Unie werd zij namelijk gezien als een dissident en in Polen als een infiltrant. Na de scheiding van haar echtgenoot in 1944 kwam Katarzyna Kobro bovendien terecht in een periode van geestelijke ontwrichting en vroeg met name de opvoeding van haar zieke dochter Nika haar volledige aandacht. De productie van haar werk als beeldhouwster en het lesgeven aan een kunstopleiding raakten hierdoor op de achtergrond. Bijzonder is dat haar dochter Nika Strzminsaka later een succesvol en bekend psycholoog en psychiater is geworden en een belangwekkend boek over haar moeder heeft geschreven: 'Kunst, liefde, haat' (2001).
 
Katarzyna Kobro  
Op deze expositie in Den Haag zijn gelukkig een aantal belangrijke beelden van Kobro aanwezig. Uit de serie 'Abstracte sculpturen' uit 1924 staan in de eerste zaal drie beelden van haar opgesteld. De opstelling en belichting versterkt hun beeldkracht. Opmerkelijk is het fantasierijke en originele gebruik van materialen zoals ijzerdraad, maar ook de kleuren, het spel met de ruimte en een geheel nieuwe beeldtaal. Steeds opnieuw nodigt de beeldhouwster de kijker uit om deel te nemen aan haar ruimtelijke avontuur. Zij omschreef dit proces als 'Designing a new world'. 'Sculptuur nr. 3' is hiervan een sprekend voorbeeld. De massiviteit is door haar geheel losgelaten bij het vormen van haar beelden. De abstracte beeldmaterialen vormen staand een harmonieuze en inspirerende kijkervaring.

Ook de 'Suspendend Construction I', een hangende constructie  uit 1921/22, verrast door de ovalen bewegende vorm; het is een ruimtelijk object waarin kleine abstracte vormen de totale vorm een verrassende tegenbalans geven. Op de zaalmuur en op een lichtbak zie ik schaduwen die bewegen. Die zorgen voor suggestieve en poëtische vormveranderingen. De 'Suspended Construction II' (1925/1967) is een ijzeren spiraalvorm die in de ruimte hangt. Op de muur ontstaat door de belichting een spannende kleine vormverandering, terwijl op een grote lichtbak een mysterieuze en grote spiraalvorm zichtbaar is.

Naast deze sculpturen is ook een serie 'Naakten' van Kobro te zien, beelden die tussen 1925 en 1929 gemaakt zijn. De 'Standing Female Nude' uit 1948 is gerealiseerd in zwart brons en heeft een dynamische en plastische abstracte vormgeving. Herkenbare lichaamsdelen gaan samen met een abstraherende lijnvoering.

 
Wladyslaw Strzeminski, 'Unistische compositie 14', 1934, olieverf op doek, collectie Muzeum Sztuki, Lódz © Muzeum Sztuki, Lódz & Ewa Sapka-Pawliczak.

Een van Kobro's eerste beelden, 'ToS 75', is te zien in de eerste zaal, een hoge ijzeren sculptuur uit 1920. Deze is als compositie opgebouwd uit talrijke ijzermaterialen, hout, glas en industriële componenten. Er is een grote foto van dit werk te zien; het beeld is namelijk verloren gegaan. Op deze foto is echter heel duidelijk waarneembaar hoe Katarzyna Kobro in het begin van haar loopbaan als beeldhouwster gewerkt heeft. De sculptuur oogt nog massief en gesloten.

Wladyslaw Strzeminski
Het Unisme vormt een belangrijke theoretische ondergrond in het werk van Strzeminski. In abstracte composities zocht hij als schilder naar de essentie van kleur, vorm en lijn. Het was een zoektocht naar de totale onverwoestbare eenheid van het schilderij. Hij wilde het platte vlak opnieuw overdenken en wees emotionaliteit hierbij geheel af; de contrasten moesten geheel geneutraliseerd worden. Een visueel evenwicht diende te zorgen voor de organisatie van de vlakken.
Dit theoretische denkschema is in het tentoongestelde werk in Den Haag steeds waarneembaar. In de 'Unism Composition nr. 7' (1929), een olieverf op doek, zie ik zachte transparante en abstract geschilderde kleurvlakken die samen een eenheid vormen in deze compositie. De 'Architectuurcompositie' uit 1926 laat in zwart en wit een abstrahering zien van kleine, rechthoekige kleurvlakken, die tegelijk een monumentaal karakter bezitten.

In het boek 'After Images' (1930) wordt de 'logic of form' weergegeven. Het is een grafisch project en een studie van 'Unism in painting' (Konfliktly dualizmy Baroku). De vitrines in het Gemeentemuseum tonen talrijke boeken en tijdschriften waaraan Strzeminski gewerkt heeft. Opmerkelijk is vaak zijn grote typografische experiment, waarin de (voor)pagina's een nieuw ruimtelijk karakter kregen en de kleuren rood, zwart, geel en blauw de letters een aparte kracht geven. Het ontwerp voor de 'Villa van Julian Przybos' (1930) is een fantasierijke en nieuwe compositie met staande en liggende kleurvlakken in geel, zwart, blauw en rood. Het huis heeft in dit ontwerp twee leefniveaus.

In de serie 'Seascapes' (1933) valt de biomorfe constructie op van witte en zwarte contourlijnen, die verwijzen naar visuele herinneringen, waarbij groene, zachte kleuren zorgen voor een rustgevende ondergrond.

Bij de Abstracte composities 21 IV is het werk 'Landscape for Chalupy' (1935) lithografisch van karakter en geeft in kleur een bosachtig en groen landschap weer, gebaseerd op niet-figuratieve visuele herinneringen. Dramatisch is de 'Deportatie-serie' (1940) waarin op een klein filmscherm portretten van Joden en de Jodenvervolging gecombineerd worden met intuïtief getekende lijnen. Centraal staat in Strzeminski's werk: 'To my friends the Jews', een collage op papier, waarin de contouren van mishandelde concentratiegevangenen op zacht zandkleurig papier weergegeven worden. In de portretten van 'De Wever en de Oogster' komen figuratieve herinneringen terug in abstract opgezette tekeningen. 

Wladyslaw Strzeminski en Katarzyna Kobro, ca. 1930-1931 © archief Muzeum Sztuki, Lódz.

Katarzyna Kobro & Wladyslaw Strzeminski, een Poolse avant-garde, t/m 30 juni 2019, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag.
Website: www.gemeentemuseum.nl.

In een aparte vleugel van het Gemeentemuseum is een gedeelte van de collectie uit het Muzeum Sztuki in Lodz (Polen) te zien. Deze kunstwerken zijn geplaatst in de vaste opstelling van de Mondriaan & De Stijl-vleugel. De werken zijn opgehangen zoals destijds gebruikelijk was, namelijk in twee of drie rijen boven elkaar en deels boven de gebruikelijke ooghoogte.

Lees een eerder in dit magazine verschenen portret van Katarzyna Kobro via deze link.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

The Glass Delusion – work in progress

'Verschijnen / verdwijnen', dat is het thema van DordtYart dit jaar. Het is tevens het laatste thema, want na acht jaar werken en experimenteren verdwijnt DordtYart uit de machinehal in Dordrecht. Tijdens dit laatste seizoen tonen zeventien kunstenaars hun werk. Veertien van hen werken vijf tot zes weken lang in de hal aan nieuwe onderzoeken en installaties (o.a. Maria Blaisse & Bin Xu, Driessens & Verstappen, Rick van Meel, Funda Gül Özcan, J&B en Femke Herrgraven).

Door Han de Kluijver

Op de tweede verdieping zal filmmaker en beeldend kunstenaar Barbara Visser (in samenwerking met Bart Haensel en Judith Roux van RAAF) 'The Glass Delusion' tonen, een lopend onderzoek naar de betekenis van glas. Visser verbaast zich over het feit dat we het materiaal glas iedere dag gebruiken, maar eigenlijk niet echt begrijpen. Zij maakt een film, geluidsopnamen en een installatie over glas. Het wordt een caleidoscopische (veelkleurige) vertelling waarin kunst, wetenschap, ambacht, industrie en het dagelijks leven in elkaar overlopen.

Voor haar project putte ze inspiratie uit onderzoek naar het wezen van glas van chemicus Liesbeth Janssen van de TU Eindhoven. Ondanks de overvloed van glas in ons dagelijks leven, is glas een wetenschappelijk mysterie.

 
De opening van het laatste seizoen DordtYart. Na acht jaar werken en experimenteren verdwijnt DordtYart uit de machinehal in Dordrecht. Daarom is het motto voor dit jaar: 'verschijnen / verdwijnen'. Alles verandert, alles is vergankelijk. Foto: 20 april 2019, Han de Kluijver.

Is het een vaste stof, zoals blijkt als je er tegenaan tikt, of een vloeibare? Als je met een microscoop sterk inzoomt op een glasplaat, dan lijkt het of je naar een vloeistof kijkt.

De chemicus Janssen richt zich vooral op de overgang van de glasfase naar de vloeibare fase. Sinds enkele jaren weten we dat veel andere zaken uit de natuur zich ook glasachtig gedragen, zoals kankercellen. In het beginstadium is een tumor net als glas een bijna vast object. Totdat de tumor begint uit te zaaien, dan gedragen de tumorcellen zich ineens als vloeistof.

Stel dat wij kunnen berekenen wanneer een materiaal zich glasachtig gedraagt en wanneer niet, dan kunnen we misschien al heel vroeg voorspellen hoe kankercellen zich ontwikkelen.

Het kunstwerk 'The Glass Delusion' gaat niet alleen over de wetenschappelijke kenmerken van glas, maar gebruikt glas als aanleiding om een verhaal te vertellen over de sociale, culturele en overdrachtelijke betekenis ervan. Zo probeert de kunstenaar ons opnieuw te laten kijken naar een materiaal dat alomtegenwoordig is, maar toch zo ongrijpbaar.

Dubbelzinnige doorzichtigheid
Eind juli is het eindresultaat bij DordtYart te bewonderen. 'The Glass Delusion' zal verrassende dwarsverbanden leggen tussen de meest uiteenlopende manifestaties van glas. Wat heeft een 17e-eeuwse microscoop bijvoorbeeld te maken met forensisch onderzoek in het haar van de dader van een ramkraak? Wat vertelt de lens van de mega-telescoop in Chili ons over het glazen plafond? En waarom is transparantie eigenlijk een positief geladen woord?

Soms verkeren mensen in de waan zèlf van glas gemaakt te zijn. 'The dream', Iona Stelea, patte de verre, blown glass foto; Han de Kluijver, 7 april 2019.

Persoonlijk ben ik benieuwd of we door de film en de discussies tot nieuwe inzichten over glas en over onze samenleving zullen komen. De metaforen waarin glas een rol speelt, vertellen ons iets over fragiliteit, transparantie, scherpte en helderheid.

De filosoof Walter Benjamin noemde glas in zijn essay 'Ervaring en armoede' vaak de vijand van het mysterie, waarmee hij wees op de dubbelzinnige doorzichtigheid van glas, waarachter je je moeilijk kan verbergen.

Soms verkeren mensen in de waan zèlf van glas gemaakt te zijn. Een van de eerste bekende personen was Karel VI van Frankrijk, bijgenaamd 'De Waanzinnige'. De protagonist van Cervantes' 'The lawyer of glass' liet zich veiligheidshalve in een kist met hooi vervoeren, om niet te breken. De metafoor van breekbaarheid blijft tot de verbeelding spreken: in de superheldenfilms 'Unbreakable' (2000) en 'Glass' (2019) speelt Samuel L. Jackson de 'man van glas', een stripboekenverzamelaar die lijdt aan een ziekte waardoor hij zeer poreuze botten heeft.

Naast metaforen gaat de installatie 'The Glass Delusion' ook over de oorsprong van het materiaal glas, die de deur opende naar de moderne tijd. Het laat zien hoe de winning van bepaalde soorten zand niet zonder gevolgen is gebleven, zoals het boek 'Sand, a journey through science and the imagination' van Michael Welland en de collectie 'ZandBank' van Atelier NL (www.ateliernl.com/projects/ zandbank) ook laten zien. Zo zullen we in het laatste seizoen van DordtYart meer leren over het mysterie en de schoonheid van glas, een materiaal dat zo gewoon is dat we het haast niet meer zien.

Op zondag 21 juli 2019 om 14.00u. zal Barbara Visser, in samenwerking met Bart Haensel & RAAAF / Judith Roux, haar onderzoek toelichten in DordtYard, Maasstraat 11, Dordrecht, entree 5 euro.

Een werkplaats voor het schrijven van een scenario over de betekenis van glas, waarin verschillende elementen te zien zijn waarmee de kunstenaars hun onderzoek mogelijk maken; een wand waarop inhoudelijke dwarsverbanden in de komende maanden verder worden uitgewerkt; een 1:10 maquette voor ruimtelijke experimenten met glas en projectie; ruw filmmateriaal waarin een glazen oog wordt vervaardigd en een geluidstrack in de vorm van een radioprogramma waarin de makers hun onderzoek toelichten. Foto: 20 april 2019, Han de Kluijver.

DordtYart 2019, t/m 28 juli 2019, Maasstraat 11, Dordrecht. Website: http://dordtyart.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

de bomen botten uit
vogels vinden weer
een schuilplaats

dicht gebladerte
windvlagen tonen
de ziel van de boom

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Dit jaar zal Het Nieuwe Instituut (Rotterdam) de Nederlandse bijdrage verzorgen voor de XXII Triennale di Milano. Curator Paola Antonelli onderzoekt binnen het thema 'Broken Nature: Design Takes on Human Survival' de rol van het design. Hierbij staan het herstel van de relatie tussen mens en omgeving centraal, zowel bij natuurlijke als sociale ecosystemen. De Nederlandse bijdrage 'I See That I See What You Don't See' is een reactie op onze relatie tot de duisternis. Nederland behoort tot de landen waar veel licht aanwezig is, dag en nacht. Energie, technologie en datastromen vormen de brandstoffen voor een productielandschap van vierentwintig uur. Het onderscheid tussen licht en duisternis heeft in ons land nauwelijks invloed op onze productiviteit. In een wereld die totaal gecontroleerd wordt, vervagen de grenzen tussen natuur, technologie en cultuur. In de Nederlandse bijdrage ervaart de kijker de effecten van de complexe verhouding tussen licht en donker, tussen zien en niet zien, mens, aarde en andere organismen. Binnen dit thema wordt gespeculeerd op de rol van design als een destructieve en mogelijk ook restauratieve kracht. Zowel in Milaan als in Rotterdam wordt hetzelfde programma gepresenteerd.
Meer informatie: triennale2019.hetnieuweinstituut.nl.
 
De van oorsprong nomadische No de Man's Art Gallery (Amsterdam-West) organiseert sinds september 2018 pop-up tentoonstellingen in een vaste galerieruimte met bar en restaurant, temidden van een multiculturele wijk in Amsterdam-West. Initiatiefneemster Emmelie Koster en zakelijk partner Lih-Lan Wong hechten waarde aan het spotten en exposeren van talenten uit het buitenland (van Iran tot Duitsland en van Zuid-Afrika tot India), maar schenken ook aandacht aan verdieping en een lange samenwerking met deze kunstenaars. In hun galerie in Amsterdam biedt No Man's Art haar klanten de mogelijkheid om via een speciale WhatsApp-groep kunst te kopen van jonge, opkomende kunstenaars, die zij in het buitenland hebben gescout. Op die manier willen de galeriehouders jonge kunstenaars al vroeg ook een platform in een ander land geven, voordat zij deel gaan uitmaken van de internationale kunstmarkt. De No Mans'Art Gallery werkt nauw samen met binnenlandse en buitenlandse galeries en neemt deel aan internationale kunstbeurzen (o.a. Art Rotterdam 2019).
Meer informatie: www.nomansart.com

 
Recent werd in het radioprogramma Kulturfeature van de WDR-3 een interview uitgezonden met de belangrijke Zwitserse kunstcriticus Paul Nizon. Hij is 89 jaar oud en woont en werkt al 40 jaar in Parijs. Nizon schreef talloze boeken en essays over beeldend kunstenaars, waarbij hij steeds op zoek ging naar hun drijfveren. Verleden jaar verscheen een bundeling van zijn kunstkritieken: Sehblitz: Almanach der modernen Kunst. Paul Nizon werd op 19 december 1929 geboren en interesseerde zich al jong voor de geschiedenis van de kunsten, de klassieke archeologie en de Duitse taal en literatuur. In 1957 schreef Nizon een proefschrift over Vincent van Gogh en hij was in 1961 een belangrijk kunstcriticus voor de Neue Züricher Zeitung. Het Franse dagblad Le Monde omschrijft hem als de grootste magiër van de Duitse taal. Zijn bundel Sehblitz vormde voor de WDR-redactie een aanleiding om de schrijver in Parijs op te zoeken. In het overzicht van zijn publicaties staan onder meer vermeld: 'Lebensfreude in Bildern grosser Meister' (1969) en 'Abschied von Europa' (2003).
 
In 2019 staat de herdenking centraal van honderd jaar Bauhaus. Het is echter goed om te beseffen dat naast het Bauhaus in Europa nog meer kunstenaarsgroeperingen actief waren met de ontwikkeling van design, architectuur en materiaalgebruik. Bijvoorbeeld de Union des artistes modernes (UAM), een Franse beweging die uit dissidente decoratieve kunstenaars en architecten bestond. Onder leiding van Robert Mallet-Stevens ontstond vanaf 15 mei 1929 een sterke en militante groep, die streed tegen het gebruik van 'rijke' materialen, voorwerpen die te 'goed' gemaakt zijn en mede door de 'geschiedenis' vormtechnisch bepaald waren. Ook jonge edelsmeden werden lid van deze vakbond. Zij wilden minder dure materialen gebruiken en met hun werk voor het publiek meer toegankelijk zijn. Zij werkten daarom met beton, staal en glas. Ook hun meubels waren autonoom van vormgeving en pasten niet binnen de bekende binnenhuistraditie. Jaarlijks werd een Salon d'Automne gehouden, waar shows en manifesten hun gedachtegoed weerspiegelden. Op de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs was de UAM ook aanwezig. Bekende namen uit die tijd zijn onder meer Charlotte Periaud (klapstoel van staal) en Jean Prouvé (stoelen van plexiglas). Naast het zeer bekende Bauhaus is de UAM in Frankrijk een gelijkwaardige groepering geweest.

De Duitse radiozender WDR 3 schenkt in het programma Open Sounds veel aandacht aan componisten die hun muziek combineren met beeldende kunst. Recent was er werk te horen van de Kroatische componist Marko Cicilliani (1970). Met hulp van livevideo en lichtontwerpen maakt hij enerverende, toegankelijke klankperformances. Tot 2010 woonde Cicilliani in Nederland en studeerde onder meer bij Louis Andriessen en Clarence Barlow. Zijn werk werd onder andere uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouw Orkest en het Asko Ensemble. Tegenwoordig woont en werkt de componist in Oostenrijk en is hij hoogleraar aan het Institut für Elektronische Musik und Akustik in Graz. Een van zijn opmerkelijke werken is GAPPP. Het is een audiovisuele performance, die Marko Cicilliani samen met Barbara Lüneburg (DE) uitvoert. In deze twaalf werken worden elementen uit computergames opnieuw audiovisueel gebruikt. Aan deze performance doen zes artiesten mee. De werktitel is Deep Space 8 K. Meer informatie: gappp.net
 
Artlead.net is een online platform dat het publiek helpt bij het ontdekken en verzamelen van hedendaagse  beeldende kunst. Het is opgericht door Thomas Caron die eerder curator was van het S.M.A.K., een belangrijk museum voor hedendaagse kunst in Gent. Hij wil met deze online-service zijn ervaring in dienst stellen van kunstliefhebbers, waarbij de aandacht vooral gericht is op het verzamelen van kunst. Caron werkt met een vijftigtal geselecteerde musea, kunstinstellingen en uitgeverijen samen. Van zeer bekende kunstenaars als Louise Bourgeois, John Baldessari, Gerhard Richter en Luc Tuynmans wordt op deze website werk aangeboden, maar ook van jonge kunstenaars zoals Kate Cooper, Kaspar Bosmans en Catherine Biocca. Op deze site is ook uitgebreide informatie te vinden van de kunstenaars en het getoonde werk. Verder kan er contact gelegd worden met de galeries die de betreffende beeldend kunstenaars vertegenwoordigen. Door middel van verschillende projecten, zoals de Billboard Series, wordt ook aandacht geschonken aan een grote publieke verspreiding van deze kunstinformatie. In de serie is een recent project te volgen: A temporary Monument for Brussels. Artlead profileert zichzelf als 'an insiders guide to today's best artists'. Meer informatie: www.artlead.net.
 
In Gent bestaat het museum S.M.A.K. twintig jaar. Sinds 1990 is een internationale kunstcollectie opgebouwd, vaak in samenwerking met het Museum voor Schone Kunsten in Gent (MSK). Die wisselwerking is ook in de nu lopende collectiepresentatie te zien. De nadruk ligt echter in de eerste plaats op het tonen van de eigen museumcollectie: 'Highlights for a Future' (I). Bekende klassiekers, nieuwe topstukken en recente aanwinsten worden samen getoond in een context van 'kijken naar hedendaagse realiteit en eigentijdse verbanden leggen'. Hierbij is het museum uitgegaan van de constatering dat de hedendaagse werken niet te vatten zijn in een overkoepelende, lineaire kunstvisie. De bezoekers worden nu gevraagd om zelf verbanden te leggen tussen de aanwezige werken. Er vinden zeven deelpresentaties plaats, terwijl met het MSK in Gent een aparte  uitwisselingstentoonstelling gerealiseerd is. Belangrijke kunstwerken die oorspronkelijk in het MSK te zien waren, maar later in de collectie van het S.M.A.K. kwamen, zijn nu in een speciale presentatie tijdelijk teruggekomen bij het MSK. Het betreft drie basiswerken van Panamarenko (The Areomodeller), Wirtschaftswerte van Jozef Beuys en 'Le décor et son double' van Daniel Buren. Deze beide exposities zijn tot en met 29 september 2019 te bezoeken. De musea bieden voor deze gelegenheid een speciaal combiticket aan. Meer informatie: www.smak.be.
 
Op een speciale website, MuseumDepotShop.nl, bieden bekende Nederlandse musea aan particulieren de mogelijkheid om kunstwerken die niet meer tot hun kerncollectie behoren, online te kopen. Zij willen op deze manier de zogenaamde 'ontzamelde' objecten weer een nieuwe toekomst geven. Het aanbod is veelomvattend en varieert van beelden en schilderijen tot wapens en alledaagse gebruiksvoorwerpen, die soms meer dan honderd jaar oud zijn. Het Fries Museum biedt bijvoorbeeld een 19de-eeuwse bakkerskar aan, het Maritiem Museum in Rotterdam toont een aantal prachtige scheepsmodellen en het Sieboldhuis in Leiden brengt schitterende Japanse prenten in de verkoop. Op deze manier proberen een aantal Nederlandse musea hun ontzamelde kunstobjecten uit de depots opnieuw een zinvolle toekomst te geven. Meer informatie: MuseumDepotShop.nl.
 
In de mondiale kunstwereld is de onlinepresentatie van beeldend kunstenaars en kunstwerken, galeries en musea heel belangrijk geworden. Voor een dergelijke wereldwijde aanpak zorgt bijvoorbeeld ook de website Artsy.net. Bij een bezoek aan deze site vallen verschillende zaken op. Er is sprake van een zeer duidelijke indeling van kunstdisciplines, maar ook van onderdelen. Door de rubrieken Painting, Photography, Prints & Multiples, Works on Paper, Film & Video, Design en All mediums wordt de aangeboden beeldende kunst nauwkeurig gecategoriseerd. Opmerkelijk is de directe relatie met bekende kunstenaars en de fraaie presentatie van tekst, beeld en prijsniveau van de kunstwerken. In verschillende categorieën wordt de hoofdindeling van de disciplines verder uitgebreid:  Landscape, Trending: artists to follow, Emerging Painting, Street Art, Geometrics, Black & White Photography en Gallery shows. Vanuit Artsy.net wordt wereldwijd nauw samengewerkt met galeries en staat een digitale marketing centraal. Het streven is om de deelnemende kunstenaars in contact te brengen met  een 'world audience'. De opzet van Artsy.net is vergelijkbaar de website GalleryViewer in Nederland. Meer informatie: www.Artsy.net.

 

Performance van Konpaku door John Giskes en Martine von Gleich. Foto: Mick Otten.


 
Door middel van een performance schenkt Konpaku (John Giskes en Martine von Gleich) aandacht aan de kloof tussen mannen- en vrouwenrollen in de westerse maatschappij, waardoor meestal voorbij wordt gegaan aan het feit dat de waardering van de mannen- en vrouwenrol aan elkaar gekoppeld is. In beide gevallen is er dan sprake van een beperking. In deze tijd is er immers nog steeds een sterke presentatie van een mannelijke en vrouwelijke identiteit. Met deze sociale scheidslijn als uitgangspunt heeft de danser John Giskes een performance ontwikkeld, die
hij samen met de violiste Martine von Gleich uitvoert. Zij gaan hierbij uit van het 'onbewuste', de laag die gespeend is van rede en sociale conventies. In een toestand van meditatie worden de performances uitgevoerd, waarbij geen mannelijke of vrouwelijke statements ingebracht worden. Als een kind gebruiken en onderzoeken de performancers alles om hen heen. Vanuit die zoektochten ontstaan de performances. In de voorstelling willen zowel Martine von Gleich als John Giskes hun oorspronkelijke onbevangenheid bewaren. Op de onvoorspelbare klanken van de viool zoekt de danser naar lichamelijke expressies. Bewegingen die geïnspireerd zijn door de Japanse Butoh-dans. Meer informatie: www.konpaku.nl of johngiskes.blogspot.com.

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

Deze zomer vindt in park De Oude Warande in Tilburg de tiende editie plaats van de internationale expositie Lustwarande, getiteld 'Delirious'. Lustwarande wil actuele ontwikkelingen in de hedendaagse sculptuur uitlichten. Kunstenaars mixen anno nu 'ouderwetse' materialen als klei, hout en marmer met hedendaagse kunststoffen, 3D-prints en gevonden voorwerpen. Delirious toont een aantal blikvangers van formaat, van zowel opkomende als gevestigde kunstenaars. Zo is er een zeven meter lange sculptuur van Isabelle Andriessen te zien, een grote marmeren, organische sculptuur van Claudia Comte, een bijna vijf meter hoge, eclectische totem van Steven Claydon, een drie meter hoge sculptuur in brons, staal en koper van Camille Henrot en de bijna vijf meter lange reuzencourgettes, een in beton, de ander in brons, van de gerenommeerde kunstenaar Sarah Lucas. Lustwarande, 'Delirious', is nog te zien t/m 20 oktober 2019. Meer informatie: lustwarande.org. (RdB)

In de monumentale Grote of Barbarakerk in Culemborg zoeken negen kunstenaars het hoger op. Zij hebben grote zwevende kunstwerken gemaakt die aan het plafond hangen. Letterlijk: Boven de kronen en dat is ook het thema van de tentoonstelling. In de eeuwenoude ruimte met een overvloed aan licht reageren de kunstenaars met eigentijdse vormen op hun indrukken van de kerk. De deelnemers zijn: Lisa Couwenbergh, Karin van Dam, Bart Ensing, Kim Habers, teja van hoften, Rucha Kulkarni, Harald Schole (tevens curator), Annelies van Sterkenburg en Friso Witteveen. De door hen gekozen plekken laten grote kunstwerken toe, die veelal speciaal gemaakt zijn voor deze expositie. Strandligstoelen nodigen de bezoekers uit naar boven te kijken. Nog te zien tot 7 juli 2019 in de Grote of Barbarakerk, Grote Kerkstraat 2, Culemborg, dagelijks geopend 13-17u, website: www.deroosvanculemborg.nl. (RdB)

Terug naar boven | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACHTERGROND

Inhoud