Mei - juni 2019, 14e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Katarzyna Kobro & Wladyslaw Strzeminski
-een Poolse avant-garde-

In het Gemeentemuseum Den Haag is een mooie expositie te zien van twee belangrijke Poolse avant-gardisten: het kunstenaarsechtpaar Katarzyna Kobro (1898-1951) en Wladyslaw Strzeminski (1893-1952). Beide kunstenaars vervulden in de eerste helft van de vorige eeuw in Polen, maar ook internationaal, een belangrijke functie in de ontwikkeling van de moderne beeldende kunst. Katarzyna Kobro zocht in haar beeldhouwwerk vol passie naar nieuwe ruimtelijke concepten, terwijl haar partner Strzeminski zowel in theorie als praktijk bezig was met 'de essentie van de kunst' en het beleven hiervan.

Door Wim Adema

Katarzyna Kobro werd op 26 januari 1898 in Moskou geboren en was de dochter van Mikolaj von Kobro, een Rus van Duitse komaf uit Letland en Eugenia Rozanowa, een Russin. Katarzyna volgde in Moskou het gymnasium en maakte in die tijd al beelden. Haar latere echtgenoot Wladyslaw Strzeminski ontmoette zij in een hospitaal in Moskou waar zij zieken verzorgde. Hij verbleef daar om van oorlogsverwondingen te herstellen. Tussen 1917 en 1920 studeerde Kobro beeldhouwen en architectuur aan de School voor Schilderkunst te Moskou. Omdat zij lid was van de Moskouse kunstenaarsvakbond maakte zij onder meer kennis met belangrijke kunstenaars als Malewich, Tatlin en Rodchenko. Na haar studie vertrok zij in 1919 naar Smolensk om met Strzeminski verder te leven en trouwde met hem in hetzelfde jaar.

Wladyslaw Strzeminski werd op 21 november 1893 geboren in Minsk, een Wit-Russische stad. Hij was afkomstig uit een adellijke familie en op de leeftijd van elf jaar al cadet op een militaire opleiding. Hij richtte zich hiermee geheel naar de wens van zijn familie: namelijk het maken van een militaire carrière. In die periode had Strzeminski geen interesse in kunst. Door zijn kennismaking met Katarzyna Kobro veranderde dat. In 1918 begon Wladyslaw Strzeminski met een vrije studie in Moskou (SVOMAS) en leerde daar onder meer ook Malewich, Tatlin en Rodchenko kennen. Tijdens de periode in Smolensk gaven Katarzyna Kobro en Wladyslaw Strzeminski beiden les aan deze kunstopleiding.

Een gezamenlijke tentoonstelling
Op de expositie in het Gemeentemuseum Den Haag is hun artistieke verwantschap en samenwerking duidelijk zichtbaar, hoewel de beeldtaal van beide kunstenaars geheel verschillend is. Waarneembaar is hun vrije en creatieve geest. Dwars tegen de traditionele Poolse kunstopvattingen in, ontplooiden zij zich als autonoom werkende kunstenaars.

Katarzyna Kobro lijkt de ontwikkelingslijn van Archipenko en Vantongerloo, die van het constructivisme, te hebben gevolgd. Door haar eigenzinnige karakter, intelligentie, creatieve onafhankelijkheid en doorzettingsvermogen, ontwikkelde zij een geheel nieuwe relatie tussen object en ruimte. Op een oorspronkelijke en vernieuwende wijze heeft Kobro materiaal, vorm, kleur en beweging samengevoegd in haar sculpturen, waardoor een nieuwe ruimtelijke beleving mogelijk werd. In talrijke essays gaf zij eveneens blijk van een diepgaand en kritisch inzicht in de beeldhouwkunst. Met Strzeminski schreef zij een boek over 'The calculation of time rhytm', waarin het principe van het Unisme, de essentie van het Zien, besproken werd. Haar partner had een zeer hoge waardering voor Katarzyna's werk en achtte het van Europees belang.

Strzeminski heeft eveneens veel artikelen geschreven en correspondeerde met Malewich, van Doesburg en Vantongerloo. Hij ontwikkelde in de jaren dertig een theorie over het kijken, waarin cultuur en sociale en psychofysiologische invloeden onderzocht en benoemd werden. Het zijn namelijk factoren die het kijken naar de natuurlijke omgeving mede bepalen. Door deze nieuwe vrijzinnige zienswijze kwam Strzeminski echter in conflict met de normen van de heersende opvattingen van het sociaalrealisme in Polen. Samen met Katarzyna Kobro richtte hij in 1929 de Grupa .a.r. (artysci rewolucyni) op, een revolutionaire kunstenaarsgroep. Met manifesten en kritische artikelen werd in Polen en daarbuiten de abstracte kunst verdedigd. Vanuit heel Europa schonken talrijke en vaak zeer bekende kunstenaars werk aan de Grupa, zoals Léger, Lissitzky en van Doesburg. Deze verzameling kunstwerken werd in 1931 geplaatst in een eigen museum, Museum Sztuki in Lodz, dat mede door Strzeminski werd opgericht. Op de expositie in Den Haag is nu een deel van deze collectie te zien, alsmede in een speciale zaal van Mondriaan & De Stijl.
 
Moeilijke tijden
Deze gezamenlijke tentoonstelling van Kobro en Strzeminski laat hun grote artistieke veelzijdigheid zien. Behalve beelden en schilderijen zijn ook veel tekeningen, collages en interieur- en grafische ontwerpen door hen gemaakt, waaruit zeker een verwantschap met De Stijl en het Bauhaus naar voren komt. Op deze expositie blijkt ook dat veel werk van Katarzyna Kobro verloren is gegaan. Zij heeft namelijk veel brieven en essays geschreven en kunstwerken gemaakt die in het museumarchief in Lodz niet meer aanwezig zijn. Het werk van haar echtgenoot is beter bewaard gebleven en completer en dat is op deze tentoonstelling duidelijk te merken. Katarzyna Kobro heeft een complex leven gehad en dat heeft zeker ook een negatieve invloed gehad op het archiveren van haar werk.

Doorlopend moest zij ook moeilijke politieke keuzes maken, zowel in Polen als in de Sovjet Unie. Vooral de jaren tussen 1937 en 1947 waren heel problematisch voor haar. In de Sovjet Unie werd zij namelijk gezien als een dissident en in Polen als een infiltrant. Na de scheiding van haar echtgenoot in 1944 kwam Katarzyna Kobro bovendien terecht in een periode van geestelijke ontwrichting en vroeg met name de opvoeding van haar zieke dochter Nika haar volledige aandacht. De productie van haar werk als beeldhouwster en het lesgeven aan een kunstopleiding raakten hierdoor op de achtergrond. Bijzonder is dat haar dochter Nika Strzminsaka later een succesvol en bekend psycholoog en psychiater is geworden en een belangwekkend boek over haar moeder heeft geschreven: 'Kunst, liefde, haat' (2001).
 
Katarzyna Kobro  
Op deze expositie in Den Haag zijn gelukkig een aantal belangrijke beelden van Kobro aanwezig. Uit de serie 'Abstracte sculpturen' uit 1924 staan in de eerste zaal drie beelden van haar opgesteld. De opstelling en belichting versterkt hun beeldkracht. Opmerkelijk is het fantasierijke en originele gebruik van materialen zoals ijzerdraad, maar ook de kleuren, het spel met de ruimte en een geheel nieuwe beeldtaal. Steeds opnieuw nodigt de beeldhouwster de kijker uit om deel te nemen aan haar ruimtelijke avontuur. Zij omschreef dit proces als 'Designing a new world'. 'Sculptuur nr. 3' is hiervan een sprekend voorbeeld. De massiviteit is door haar geheel losgelaten bij het vormen van haar beelden. De abstracte beeldmaterialen vormen staand een harmonieuze en inspirerende kijkervaring.

Ook de 'Suspendend Construction I', een hangende constructie  uit 1921/22, verrast door de ovalen bewegende vorm; het is een ruimtelijk object waarin kleine abstracte vormen de totale vorm een verrassende tegenbalans geven. Op de zaalmuur en op een lichtbak zie ik schaduwen die bewegen. Die zorgen voor suggestieve en poëtische vormveranderingen. De 'Suspended Construction II' (1925/1967) is een ijzeren spiraalvorm die in de ruimte hangt. Op de muur ontstaat door de belichting een spannende kleine vormverandering, terwijl op een grote lichtbak een mysterieuze en grote spiraalvorm zichtbaar is.

Naast deze sculpturen is ook een serie 'Naakten' van Kobro te zien, beelden die tussen 1925 en 1929 gemaakt zijn. De 'Standing Female Nude' uit 1948 is gerealiseerd in zwart brons en heeft een dynamische en plastische abstracte vormgeving. Herkenbare lichaamsdelen gaan samen met een abstraherende lijnvoering. Een van Kobro's eerste beelden, 'ToS 75', is te zien in de eerste zaal, een hoge ijzeren sculptuur uit 1920. Deze is als compositie opgebouwd uit talrijke ijzermaterialen, hout, glas en industriële componenten. Er is een grote foto van dit werk te zien; het beeld is namelijk verloren gegaan. Op deze foto is echter heel duidelijk waarneembaar hoe Katarzyna Kobro in het begin van haar loopbaan als beeldhouwster gewerkt heeft. De sculptuur oogt nog massief en gesloten.

Wladyslaw Strzeminski
Het Unisme vormt een belangrijke theoretische ondergrond in het werk van Strzeminski. In abstracte composities zocht hij als schilder naar de essentie van kleur, vorm en lijn. Het was een zoektocht naar de totale onverwoestbare eenheid van het schilderij. Hij wilde het platte vlak opnieuw overdenken en wees emotionaliteit hierbij geheel af; de contrasten moesten geheel geneutraliseerd worden. Een visueel evenwicht diende te zorgen voor de organisatie van de vlakken.
Dit theoretische denkschema is in het tentoongestelde werk in Den Haag steeds waarneembaar. In de 'Unism Composition nr. 7' (1929), een olieverf op doek, zie ik zachte transparante en abstract geschilderde kleurvlakken die samen een eenheid vormen in deze compositie. De 'Architectuurcompositie' uit 1926 laat in zwart en wit een abstrahering zien van kleine, rechthoekige kleurvlakken, die tegelijk een monumentaal karakter bezitten.

In het boek 'After Images' (1930) wordt de 'logic of form' weergegeven. Het is een grafisch project en een studie van 'Unism in painting' (Konfliktly dualizmy Baroku). De vitrines in het Gemeentemuseum tonen talrijke boeken en tijdschriften waaraan Strzeminski gewerkt heeft. Opmerkelijk is vaak zijn grote typografische experiment, waarin de (voor)pagina's een nieuw ruimtelijk karakter kregen en de kleuren rood, zwart, geel en blauw de letters een aparte kracht geven. Het ontwerp voor de 'Villa van Julian Przybos' (1930) is een fantasierijke en nieuwe compositie met staande en liggende kleurvlakken in geel, zwart, blauw en rood. Het huis heeft in dit ontwerp twee leefniveaus.

In de serie 'Seascapes' (1933) valt de biomorfe constructie op van witte en zwarte contourlijnen, die verwijzen naar visuele herinneringen, waarbij groene, zachte kleuren zorgen voor een rustgevende ondergrond. Bij de Abstracte composities 21 IV is het werk 'Landscape for Chalupy' (1935) lithografisch van karakter en geeft in kleur een bosachtig en groen landschap weer, gebaseerd op niet-figuratieve visuele herinneringen. Dramatisch is de 'Deportatie-serie' (1940) waarin op een klein filmscherm portretten van Joden en de Jodenvervolging gecombineerd worden met intuïtief getekende lijnen. Centraal staat in Strzeminski's werk: 'To my friends the Jews', een collage op papier, waarin de contouren van mishandelde concentratiegevangenen op zacht zandkleurig papier weergegeven worden. In de portretten van 'De Wever en de Oogster' komen figuratieve herinneringen terug in abstract opgezette tekeningen.

Katarzyna Kobro & Wladyslaw Strzeminski, een Poolse avant-garde, t/m 30 juni 2019, Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag.
Website: www.gemeentemuseum.nl.

In een aparte vleugel van het Gemeentemuseum is een gedeelte van de collectie uit het Muzeum Sztuki in Lodz (Polen) te zien. Deze kunstwerken zijn geplaatst in de vaste opstelling van de Mondriaan & De Stijl-vleugel. De werken zijn opgehangen zoals destijds gebruikelijk was, namelijk in twee of drie rijen boven elkaar en deels boven de gebruikelijke ooghoogte.

Lees een eerder in dit magazine verschenen portret van Katarzyna Kobro via deze link.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media. Klik hier om zijn website te bekijken.