Aug. - sept. 2019, 14e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Het menselijk paradijs

De vroegste tuinen, met name de middeleeuwse kloostertuinen, zorgden voor eten en medicijnen, stilte en meditatie. Daarna kwamen in de zestiende eeuw de botanische tuinen op. Bloemen en bomen werden toen wetenschappelijk bestudeerd. Een tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden vertelt vooral over de vroegste tuinen. In een totaal andere tentoonstelling in Het Noordbrabants Museum in Den Bosch kunnen we twee meester-bloemschilders, de gebroeders Gerard en Cornelis van Spaendonck, bewonderen.

Door Peter van Dijk

Het voorwerp dat mij het meest verraste in de Leidse tentoonstelling 'Middeleeuwse tuinen' in het Rijksmuseum van Oudheden, was een gieter van aardewerk uit omstreeks 1575. Een grote ronde pot, waarvan één van de twee oren vervangen was door een tuit met gaatjes.

De verrassing school in het feit dat ik als tuinier blijkbaar zo gewend ben geraakt aan plastic, gegalvaniseerd staal en zink als materiaal voor gieters, dat het historisch perspectief voor mij verloren is gegaan. Eeuwenlang heeft de tuinman zijn bloemen natuurlijk met een aardewerk gieter begoten. Dat is het aardige van deze tentoonstelling, je realiseert je al rondlopend en kijkend, dat tuinen zo oud zijn als de mens en zelfs ouder indien je gelovig bent, want Onze Lieve Heer schiep eerst het paradijs en toen pas Adam en Eva. En je realiseert je dat in de loop der eeuwen het kleine tuingereedschap niet ingrijpend veranderd is, de basis is nog altijd de zeis, de schop, de emmer, de sikkel, de tang en de handschoen. Dat was al zo onder de farao’s. In het Museum der Egyptische Oudheden in Cairo hangen rijen hakken en sikkels aan de muur.

De landbouw is natuurlijk wel ingrijpend veranderd, grootschalig geworden met kolossale machines. De tuinbouw blijft voor particulieren nog altijd veredeld handwerk, met hier en daar een bosmaaier in plaats van een zeis, een tuinfrees voor het grondverzet en een verwarmd kasje. De tuin is een allemansvriend. Ik ken mensen die er niet graag in werken, maar niemand die er niet in wil zitten, zonnen, rusten, nadenken, spelen, beminnen of schaduw zoeken. Tuinen zijn voor alle zintuigen: vogelgeluiden, smaken van vruchten, kleuren, kruidige geuren, zachte bladeren. Middeleeuwse tuinen hadden vooral een nuttige functie, ze leverden voedsel en medicijnen. Kloostertuinen boden ook schaduw en stilte voor contemplatie en gebed.

Spiritueel
Tuinen zijn vol symboliek en kunnen een spirituele dimensie hebben. Paden vormen een kruis, waardoor vier bedden ontstaan, vier is in de christelijke leer een volmaakt getal. In een middeleeuwse tuin staat vaak een moerbeiboom, symbool van de kruisiging van Christus, die uitnodigt tot contemplatie. In de middeleeuwen betekende zorgen voor de tuin, zorgen voor de gaven van God. Hedendaagse christenen spreken nog altijd van het 'rentmeesterschap op aarde'. Een tuin vereist voortdurend onderhoud, anders vervalt hij tot wildernis. Orde floreert alleen door gestage arbeid en aandacht, seizoen in, seizoen uit. Middeleeuwers beschouwden de tuin als een door mensen gemaakt en onderhouden paradijs. Door de tuinarbeid wordt de natuur beheerst en het eeuwige paradijs naar Gods voorbeeld herschapen en geëerd.

In Europa zijn middeleeuwse tuinen zeldzaam. In het Zwitserse Sankt Gallen is de bekendste te vinden. Frankrijk heeft Orsan in de Berry. De andere kloostertuinen zijn vaak onbeduidende hofjes, kloostergangen met wat groen en kruidentuintjes bij kerken en kloosters. Orsan heb ik een aantal malen bezocht. Klooster en tuinen zijn een getrouwe restauratie van de middeleeuwse gebouwen en tuinen. Bij binnenkomst is de eerste en overweldigende indruk die van orde, symmetrie en harmonie. Links en rechts van de ingang staan de verhoogde bakken met de medicinale kruiden in een lange rij (Le jardin des simples), voor je liggen lange regelmatige rijen grijze kool, de boomgaard is opgezet als een kruis van twee paden, met een fontein in het midden, omzoomd door rozengangen. De roos is de symbolische bloem van Moeder Maria. Kloosters schonken de monniken een leven van afzondering, de tuinen waren ommuurd als bescherming tegen de verleidingen van de buitenwereld. De gemeenschap was naar binnen gekeerd en kon zichzelf voorzien van brood, vruchten, groenten en medicinale kruiden. Er heerste een gewijde stilte.

Ook de tuin heeft zijn eigen beschermheilige, Sint Fiacrius, 30 augustus is zijn feestdag. Hij kwam als prins Fiachrach in Ierland ter wereld, vertrok naar Frankrijk voor de verkondiging van het christelijk geloof en stierf in 670 als kluizenaar in de Brie. Van de bisschop van Meaux had hij volgens de legende de kans gekregen om zoveel land te bezitten als hij in een nacht kon omspitten. Met een spade wist hij een omtrek te graven, goed voor negen hectare grond. Hij is ook de beschermheilige van de koetsiers en tegenwoordig de taxichauffeurs. Op het Hôtel de Saint-Fiacre, waar de eerste Parijse koetsen werden verhuurd, hing namelijk zijn wapen. Een bepaald soort koets heet in het Frans 'fiacre'. Afbeeldingen van Fiacrius laten hem zien in een overvolle moestuin, met schuurtje en tuingereedschap. Hij wordt ook om hulp gevraagd bij geslachtsziekten en echtelijke onvruchtbaarheid.

Siertuinen
Behalve nuttigheidstuinen kenden de middeleeuwen ook siertuinen. Ze waren een statussymbool. De kasteeleigenaar toonde zijn macht en rijkdom in zijn tuinen. In de zomer serveerde hij diners in de tuin, zijn gasten zaten op banken, vandaar het woord ‘banket’. Het statusaspect speelde nog sterker in de oosterse wereld. Ook hier liet de vorst zien dat hij de natuur bedwongen had. Hij had een bevloeiingssysteem ontwikkeld voor zijn omheinde park, zoals hij ook zorgde voor de welvaart van zijn land en onderdanen. De oosterse vorst zit op tekeningen met zijn vorstin op een tapijt, onder een parasol, een havik op de hand.

Vorstelijke tuinen beloven rijkdom.
In Spanje kunnen we nog altijd oosterse tuinen bewonderen in Granada, in het Palacio de Generalife, het zomerverblijf van de sultans, gebouwd in het begin van de 14de eeuw. Vanwege de zomerse hitte zijn de tuinen binnen de paleismuren aangelegd, zogenaamde patiotuinen, zodat er veel schaduw heerst. Fonteinen zorgen voor verdere verkoeling. Binnen is ook weer buiten, tegels met bloem- en vogelmotieven geven de indruk van een tuin, groene en blauwe kleuren staan voor leven en water, maar zijn ook de heiligste kleuren van de islam. Ook hier heerst orde en rust, symmetrie, zoals Allah het wil. Potten met bloemen en kransen verspreiden de geuren van de tuin en kooien met zangvogeltjes zorgen voor het echte geluid van de natuur.

Ook de pausen in Rome en Avignon waren deze vogels als sfeermakers opgevallen. Ze kregen ze als geschenken overhandigd door oosterse bezoekers. Vanaf het begin van de 14de eeuw houden de meeste pausen groene parkieten als huisdier. Parkieten en pausen waren onafscheidelijk en dat leidde tot de naam papegaai, de gaai van de paap. Het pauselijk paleis in Avignon had zelfs een speciale papegaaienkamer. Dit is een van de aardige weetjes uit de catalogus van deze innemende tentoonstelling. Het is wel een echte 'leestentoonstelling', een beetje ouderwets, veel tekst om te begrijpen wat je ziet en helaas soms tekst op de zijkant van de vitrines, zodat je bijna moet gaan liggen om hem te kunnen lezen.

In de late middeleeuwen werden in westerse tuinkamers bewust vazen met bloemen gezet, niet alleen voor de aangename kleur en geur in huis, maar als bescherming tegen de pest. Met name rozen, laurier en munt werden aangeraden, ze geurden sterk en heilzaam.

De mens centraal
Na de middeleeuwen kwamen in Europa, zo vanaf 1540, botanische tuinen op, vaak bedoeld voor onderwijs aan studenten in de geneeskunde, zoals de Hortus Botanicus in Leiden. De mens begon steeds meer van zijn omgeving te begrijpen. De bezoeker van de tentoonstelling 'Middeleeuwse tuinen' kan de Hortus met een combiticket bekijken. Onder invloed van de Renaissance zocht de Europese elite haar inspiratie in Romeinse tuinen: wegen en zichtassen vanuit de villa, veel fonteinen en beelden. Daarna kwamen de formele barokke tuinen, zoals die van Versailles en paleis Het Loo. De tuin van kasteel Hofwijck in Voorburg, die door Constantijn Huygens rond 1640 ontworpen werd op basis van het menselijk lichaam, liet zien dat de godsdienst als inspiratiebron verdwenen was en dat de mens nu centraal stond. In de 18de eeuw nam de zucht naar kennis verder toe. Bloemen werden ingedeeld, gedetermineerd en zorgvuldig nagetekend.

De geur van succes
Bloemen en bloemstukken werden voortaan vooral geschilderd vanwege hun schoonheid en voor de botanische wetenschap. Een van de succesvolste kenners en tekenaar-schilders van de bloemenwereld was Gerard van Spaendonck (1756-1840) uit Tilburg. Hij studeerde in Antwerpen en ging in 1769 zijn geluk beproeven in Parijs, het Europese centrum van kunst en cultuur. Met eclatant succes. Hij werd miniatuurschilder aan het hof van Lodewijk XVI en later hoogleraar bloemschilderen en directeur van de Jardin des Plantes in Parijs. Overladen met eerbetoon: Lid van de Academie, Legioen van Eer, adelstand, stierf hij als miljonair in 1822. Zijn oudere, eveneens schilderende broer Cornelis, volgde hem naar Parijs. Deze schilderde veel fruit- en bloemmotieven voor de beroemde porseleinfabriek in Sèvres. Ook hij liet een mooie collectie botanische aquarellen na.

Een selectie van zo’n zeventig schilderijen, prenten en tekeningen van hun hand in Het Noordbrabants Museum geeft een idee van hun opmerkelijke succes en hun consistente productie. Er hangen vele weelderige boeketten. De eerste exemplaren die je bewondert zijn prachtig, schitterend geschilderd, maar na een tijdje gaan ze op elkaar lijken. Ze volgen vaak dezelfde opzet, met vazen vol witte en roze rozen, dauwdruppels en vlinders. De voorstudies zijn levendiger, onder meer studies van kleuren groen en een aquarel met uitbottende rozenknopjes in verschillende fases. Een tentoonstelling over het werk van solide vaklieden.

Middeleeuwse tuinen, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, nog te zien t/m 1 september 2019; De geur van succes, Gerard & Cornelis van Spaendonck, bloemschilders in Parijs in Het Noordbrabants Museum, Den Bosch was te zien van 26 april t/m 25 augustus 2019.

Peter van Dijk is journalist.