Aug. - sept. 2019, 14e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Een herinnering aan Bram Hammacher
Kunsthistoricus, museumdirecteur en schrijver

Het Kroller-Müller Museum in Otterlo herdenkt met de grote beeldenexpositie 'Het begin van een nieuwe wereld' de persoon en het werk van oud-directeur Bram Hammacher (1897-2002). Hij had van 1948 tot 1963 de leiding over dit museum en onderscheidde zich door het inzetten van een nieuwe koers, waarbij de ontwikkeling van de moderne beeldhouwkunst zichtbaar werd gemaakt. Door zijn grote kennis van de beeldhouwkunst en talloze contacten met belangrijke beeldhouwers realiseerde Hammacher voor het museum een unieke beeldencollectie en beeldentuin.

Door Wim Adema

Bram Hammacher werd op 12 november 1897 geboren en was het oudste kind van Abraham Hammacher (1853-1927) en Wilhelmina Jacoba ter Smitte (1875-1950). Zelf trouwde hij twee keer. Zijn eerste huwelijk was met Anna Sophia Hooft Graafland (1893-1956) en na haar overlijden hertrouwde hij met de kunsthistorica Renilde van den Brande (1913-2014). Bram Hammacher bereikte de hoge leeftijd van 104 jaar.

In 1948 werd hij bij het Kroller-Müller Museum aangesteld als nieuwe directeur. Hij slaagde erin om naast de befaamde schilderkunstcollectie van oprichtster Helene Kroller-Müller een belangrijke beeldhouwcollectie op te bouwen. Hiermee zette hij bij het museum in Otterlo een geheel nieuwe ontwikkeling in gang. Hij realiseerde ook een internationaal vermaarde beeldentuin. In hetzelfde jaar 1948 kreeg Bram Hammacher de P.C. Hooftprijs voor zijn essayistisch werk. Verder was hij buitengewoon hoogleraar Kunstgeschiedenis aan de Technische Hogeschool Delft (1952-1968) en ontving hij een eredoctoraat aan de Rijksuniversiteit Utrecht (1958). Na zijn pensionering in 1963 werd hij als directeur van het museum opgevolgd door Rudi Oxenaar.

Hammacher zat niet stil want hij hield vervolgens honderden voordrachten over kunst, schreef daarnaast honderden artikelen en realiseerde tussen 1967 en 1994 publicaties over onder meer Henry van de Velde, Barbara Hepworth en Marino Marini. In het Musée d'Orsay in Parijs werd hij in 1990 Commandeur des Arts et des Lettres. Ter gelegenheid van het bereiken van de honderdjarige leeftijd, organiseerde hij in het Kroller-Müller Museum een grote expositie met beeldhouwwerk van Picasso, Gonzales, Miro en Chillida. Vanaf 1978 woonde en werkte Bram Hammacher in Brussel. Tijdens zijn laatste levensjaren verbleef hij in Abamo Terme (Italië), waar hij op 19 april 2002 overleed.

Kunsthistorische werkzaamheden
Voor een goed profiel van Bram Hammacher is het belangrijk om eerst een schets te geven van zijn interesses en kunsthistorische werkzaamheden. De klassieke muziek is altijd belangrijk voor hem geweest, maar zijn interesse voor de beeldende kunsten bepaalde uiteindelijk zijn levensloop. Aanvankelijk trok vooral de schilderkunst zijn aandacht en publiceerde hij in de jaren dertig onder meer over Jeroen Bosch, de Amsterdamse impressionisten en hun kring, Vincent van Gogh, Suze Robertson en Dick Ket. Opmerkelijk is zijn publicatie uit 1938 over de 'Stijlveranderingen in de Europeesche postzegels met beeltenis van 1840 tot 1938'. In 1949 stelde Hammacher een grote catalogus samen over de verzameling schilderijen van het Kroller-Müller Museum, met 264 werken. In 1950 volgde een grote tentoonstelling met schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken: 'Van Fanti tot Picasso'. Het werk van onder andere Charley Toorop, Vincent van Gogh en Floris Verster (1878-1942) genoot zijn speciale belangstelling.

Een belangrijk boek over beeldhouwkunst
Voor Bram Hammacher werd de beeldhouwkunst echter steeds belangrijker. Hij vond de ruimtelijke werking van beelden heel belangrijk. Hij hield ook van de ambachtelijke kant van het beeldhouwen en ervoer abstractie en figuratie als beeldtaal als even belangrijk. In 1955 publiceerde hij het belangwekkende boek 'Beeldhouwkunst van deze eeuw en een schets van haar ontwikkeling in de negentiende eeuw', waarin zijn grote kennis en ervaring met de nieuwe beeldhouwkunst tot uitdrukking kwam. Deze ontwikkeling wilde hij ook in het Kroller-Müller Museum laten zien. De beeldencollectie moest een tegenpool vormen voor de grote schilderijenverzameling van dit museum. Door zijn talrijke contacten met belangrijke internationale beeldhouwers kon tussen 1948 tot en 1963 een internationaal vermaarde beeldhouwcollectie opgebouwd worden en werden grote tentoonstellingen georganiseerd.

Museale beeldhouwkunst
Van de Franse beeldhouwer Ossip Zadkine werden in 1948 al twee grote beelden aangekocht, de torso 'Clementius' (1948) en de bronsplastiek 'Zittende vrouw' (1937). In 1952 volgde de aanschaf van een groot houten beeld van Zadkine met de figuur Rebecca als onderwerp. Hammacher zag de Franse beeldhouwer Auguste Rodin als een van de grondleggers van de nieuwe beeldhouwkunst en kocht drie werken van hem. Met name zijn 'Gehurkte vrouw' uit 1882 verraste hem vanwege de onoverzichtelijke anatomie. Door de grote landschappelijke mogelijkheden van het Kroller-Müller Museum kon Bram Hammacher een dimensie toevoegen aan de expositieruimten van dit museum, namelijk de realisatie van een grote beeldentuin, waar de beeldhouwkunst een avontuur kon aangaan met de natuur.

Deze beeldentuin werd in 1961 geopend en trok direct internationaal aandacht. Het was toen een geheel nieuw en revolutionair concept. Met zijn 25 hectare en ruim 160 sculpturen is het nog steeds een van de grootste beeldentuinen van Europa. Door Hammachers contacten met belangrijke internationale beeldhouwers, ontstond een beeldenpresentatie van een zeer hoog artistiek niveau. Hij kon tijdens zijn directieperiode werken aankopen van onder andere Alexander Archipenko, Jean Arp, Antoine Bourdelle, Julio Gonzales, Barbara Hepworth, Jacques Lipchitz, Marino Marini, Henry Moore en Constant Permeke. Ook niet-westerse beelden waren voor hem een inspiratiebron.

'Het begin van een nieuwe wereld'
De expositie 'De ontwikkeling van de moderne sculptuur' in de zalen van het Kroller-Müller Museum is een belevenis! De geschiedenis van de moderne beeldhouwkunst is opnieuw zichtbaar geworden en laat haar unieke ontwikkeling zien. Het beeld 'Le commencement du monde' van Constantin Brancusi neemt hierbij een centrale plaats in. Deze sculptuur, een schitterend ovalen weergave van een liggend hoofd, vormde voor Bram Hammacher de essentie van de nieuwe beeldhouwkunst. Het beeld was jarenlang onbereikbaar voor hem, maar kon in 1995 toch door het museum aangeschaft worden. Ook het grote beeld 'Ruiter' (1949) van de Italiaanse beeldhouwer Marino Marini is te zien. Van de Nederlandse beeldhouwers Wessel Couzijn en Carel Visser werden grote werken aangekocht: de beelden 'Vliegend' en 'Stervend paard'. Opmerkelijk is de zeer grote beeldende veelzijdigheid van de beeldhouwers.

Een goed voorbeeld is een grote en lange vitrine waarin talrijke portretten in steen, brons en hout zijn tentoongesteld. Zij tonen een rijkdom aan beeldtaal, van figuratieve tot abstracte vormgeving. Dat is onder meer te zien in de portretten van Barbara Hepworth, Charlotte van Pallandt en Henry Moore, terwijl aan de wand de schilderijen van Marini, 'Cavallo e cavaliere' uit 1951-1955 en van Fernand Léger, 'Personnage et nature morte' uit 1951, een twee-dimensionale tegenpool vormen. Een groot overzicht van beeldhouwwerken van Jacques Lipchitz vormt een belangrijk kunsthistorisch centrum op deze tentoonstelling. Ondanks de geslotenheid van deze presentatie, in een afgebakende maar open vierkanten ruimte waarbinnen veel beelden bij elkaar geplaatst zijn, komt de beeldhouwontwikkeling van deze beeldhouwer toch geheel tot zijn recht. De sculpturen bezitten ieder een zeer sterke eigen beeldtaal, maar vormen samen ook een harmonisch visueel geheel.

Bijzondere feiten
Een aparte expositie was destijds de 'Tekeningen van Beeldhouwers', die in 1959 door Bram Hammacher werd samengesteld. Hij bezag de beeldhouwtekening als voorstudie, maar ook als zelfstandig werkstuk, waardoor het los kon komen van het beeldhouwwerk. Deze beeldhouwtekeningen vormden voor hem een belangrijke deelcollectie en een aanvulling op de reeds aanwezige schilderijen en beelden in de collectie van het museum. Met zijn boek 'The Evolution of Modern Sculpture. Tradition and Innovation' heeft Hammacher in 1969 een totale visie op de ontwikkeling van de moderne beeldhouwkunst gegeven.

Deze grote expositie vormt een eerbetoon aan de persoon en het werk van Bram Hammacher. Tot en met 29 september 2019 is 'Het begin van een nieuwe wereld' te bezoeken. Het is een indrukwekkende presentatie van moderne en eigentijdse beeldhouwkunst!

Het begin van een nieuwe wereld. De ontwikkeling van de moderne sculptuur, t/m 29 september 2019, Kröller-Müller Museum, Houtkampweg 6, Otterlo.
Website: www.krollermuller.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media.