Dec. 2019 - jan. 2020, 14e jg. nr.5. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

De wereld van Alessandro Mendini
'Io non sono un architetto- sono un dago'

Ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van het Groninger Museum, had directeur Andreas Blühm de Italiaanse ontwerper en architect Alessandro Mendini uitgenodigd om een expositie van zijn werk in te richten. Het resultaat is een groot overzicht van meer dan tweehonderd ontwerpen, waarbij ook veel ruimte beschikbaar kwam voor het werk van kunstenaars waarmee Mendini zich inhoudelijk verbonden voelde, zoals Paul Signac, Gio Ponti en Michele De Lucchi. Tot vlak voor zijn overlijden (28 februari 2019) is Mendini direct betrokken geweest bij de samenstelling van deze tentoonstelling. Mondo Mendini werd een indrukwekkend overzicht van zijn werk als ontwerper en architect.

Door Wim Adema

Rondlopen in het Groninger Museum is tegelijk terugdenken aan een heftige voorgeschiedenis. De tegendraadse, kritische en zeer creatieve museumdirecteur Frans Haks vond in de Italiaanse architect en ontwerper Alessandro Mendini een geestverwant voor de bouw van een geheel nieuw museum.

Het ontwerp van Mendini zorgde echter voor een emotionele schok in de stad, waardoor een fel debat ontstond over zijn museumbouwplan. Als je de buiten- en binnenzijde van het museum goed bekijkt, dan is duidelijk waarom. Een welhaast chaotische combinatie van stijlen, kleuren, ornamenten en kleine gebouwen zorgde voor een totaal nieuwe museale vormgeving.

 
Groninger Museum. Foto: Erik en Petra Hesmerg, 2014.

De architectuurvisie van Mendini was destijds te nieuw en te revolutionair, maar uiteindelijk werd Mendini's feestelijke, verleidelijke en vernieuwende ontwerp toch door gemeente en bewoners geaccepteerd. Als ik nu over de fraaie brug bij het museum loop, zie ik alleen snelle fietsers en wandelaars, die klaarblijkelijk geheel gewend zijn aan vormgeving en ligging van het museum.

In het Groninger Museum vormt een monumentale centrale trap in de ontvangsthal nog steeds een imposante entree. Het is een meesterlijk ruimtelijk ontwerp, waarbij de trap een prachtige draai naar beneden heeft gekregen en een uitnodiging is om naar de museumzalen te gaan. De honderden tegels laten een verrassende rijkdom aan stenen en kleuren zien. Bij de eerste uitvoering van deze trap heeft tegelzetter Dijkstra in 1994 honderden glasmozaïektegels gezet, die voor een onverwachte schoonheid van stenen en kleuren zorgden. Koninklijke Tichelaar uit Makkum heeft in 2010 deze monumentale trap gereviseerd met nieuwe tegels, waarbij de oude kleuren en patronen van de trap via de zeefdruktechniek op keramische platen werden aangebracht.

'Beelden in mij' zijn woorden die in Mendini's ideeënwereld centraal staan:
'lassu, monumentino, scivolavo, archetto, metafisico, proust, colonna del mobile infinito, kandissi'

Biografie
Alessandro Mendini werd op 16 augustus 1931 geboren in Milaan. Hij volgde een studie architectuur aan de Politecno di Milano en werd daarna onder meer ontwerper bij Marcelo Nozzoli en hoofdredacteur van enkele vakbladen, zoals Domus (19790-1985). In de jaren zeventig was Alessandro Mendini een belangrijk lid van de Radical design movement, een avant-gardistische ontwerpbeweging ontstaan in de late jaren 60, en werkte hij mee aan het Global Tools-collectief (1973). Vanaf 1978 volgde een samenwerking met de ontwerpers Ettore Sottsass en Michele de Lucchi bij Studio Alchymia.

In het landschap van een veranderend design maakte Alessandro Mendini postmodernistische ontwerpen die een geheel nieuwe benadering van producten toonden. Het vermengen van verschillende culturen en expressievormen was voor hem belangrijk en is op een volstrekt nieuwe en creatieve wijze zichtbaar gemaakt in grafische vormgeving, meubels, interieurs, schilderijen en architectuur. Grote bedrijven als Cartier, Hermes, Swarovski, Venini en Supreme gebruikten veel van zijn avant-gardistische ontwerpen. Op architectuurgebied werkte hij vanaf 1986 samen met zijn broer Francesco Mendini, bij het ontwerpbureau Atelier Mendini. Op 28 februari 2019 overleed Alessandro Mendini in Milaan.

'Don't follow the same road again' (A. Mendini)

Piedi di artista

De 'Tête Géante' uit 2002 is een monumentale entree naar deze expositie. Het zeker zeven meter hoge gezicht is gemaakt van fiberglass en polyester en met acrylverf beschilderd in asymmetrische vlakken, met gele, rode, witte, blauwe en gouden kleuren. De neus, mond, ogen en ogen zijn klein en in een gouden kleur aangebracht.

Bijzonder is een kleine en intieme keramiekserie, die in 2019 voor Maison Matras is gemaakt. Deze drie vazen (o.a. de Puro en Lucente) hebben van boven een abstracte en open vormbeweging en verwijzen in hun beeldtaal naar Matisse, met basale kleuren als zwart, geel, rood en blauw. Ondanks het hoogteverschil vormen zij een geheel.

De zitstoel 'Sedia Scivalovo' (1979) staat helemaal uit balans, is scheef en nodigt niet uit om op te zitten; het zitvlak loopt namelijk schuin weg. De stoel is gemaakt van hout en met zilverkleur beschilderd.

Alessandro Mendini, 'Poltrona di Proust', 1978, collectie Groninger Museum. Foto: Marten de Leeuw.

De zeer grote stoel 'Poltrona' uit 2002 (hoogte drie meter), gemaakt voor de Fondation Cartier, is van fiberglass en hout en imponeert op een kleurrijke manier in de grote zaal. Het werk heeft een formaat van 3 x 3 x 3 meter. De Poltrona di Proust, van Carrera-marmer gemaakt, is veel kleiner van formaat, maar valt op door haar vormgeving en intieme schoonheid. De beroemde Lassu-stoel uit 1974 is een aangrijpend beeld in twee versies, waarbij verbranding de basisvorm van de stoel ingrijpend heeft veranderd. De stoel, geplaatst op een piramidestructuur, is zijn functies kwijtgeraakt en door de verbranding in een nieuwe spirituele context geplaatst. Een foto in het blad Casabella (1975) vormde hiervan een fotografisch verslag. De sieraden 'Stilemi enigmatici' (2015), gemaakt samen met zijn dochters Fulva en Elisa Mendini, zijn voor mij een intiem hoogtepunt. De gouden 24-karaats hangers imponeren door hun abstracte lijnenspel en vormgeving.

Beelden in mij: 'anna G., piedi di artista, testa da designer, coda da peta, decoro geometrico, decoro invisibele'

Atelier Mendini
Samen met zijn broer Francesco Mendini maakte Alessandro Mendini talrijke ontwerpen voor gebouwen, waarbij de realisatie van het Groninger Museum een hoogtepunt was. Op deze expositie zijn een groot aantal ontwerpen, tekeningen en maquettes van hen te zien. Intrigerend is de vraag hoe hun gezamenlijke ontwerpproces is verlopen. In de maquette voor het Centro Natatorio Bruno Bianchi, de gemeentelijke zwembaden in Triëst, valt een slanke stroomlijning van het gebouw op. Het hoofdgebouw heeft een functionele en langgerekte U-vorm, met kleine ronde raampjes en is lichtcrême ingekleurd. Aan de achterzijde van de U-vorm is nog een deel van het zwembad zichtbaar. Een vierkant asymmetrisch hoekgebouwtje contrasteert door een blauw dak, lichtblauwe decoratieve tekens op de muren en een staande zachtrode U-vorm als deur. De harmonische lijnvoering van het zwembad kan naar de hand van Francesco verwijzen en de vormgeving van het kleine gebouwtje en de poort naar Alessandro. De Teatrino dell Bischieria in Arezzo (Toscane), het Forum Museum Omegna en de herdenkingstoren van Hiroshima (Japan) zijn andere hoogtepunten uit hun oeuvre.

Beelden in mij: 'een oneindig teken, puntje van een pen, peilloze diepte, een lijn, een spoor, onzekere draden'

Inspiratie en vriendschap
Alessandro Mendini had een bijzonder goed gevoel voor de ontwikkelingen in de beeldende kunst. Talrijke kunstenaars vormden een inspiratiebron voor hem en met een groot aantal ontwerpers en beeldend kunstenaars heeft hij samengewerkt. Op deze expositie is van veel 'vrienden' werk aanwezig.

Mendini werd onder meer geïnspireerd door de ontwerper Michele de Lucchi, de Franse schrijver Marcel Proust en de beeldend kunstenaars Paul Signac, Mimmo Paladino, Alessio Sarri, Wassily Kandinsky, Oskar Schlemmer, Gerrit Rietveld en Theo van Doesburg. De beeldtaal van deze kunstenaars toonde hem vaak nieuwe creatieve wegen.

In het aanwezige object van Fortunato Depero (1892-1960) is de 'Witte Muis' (1918) een voorbeeld van een ongecompliceerde creatieve vormgeving. De muis is in hout uitgesneden, waarbij de vormdelen opnieuw bij elkaar gebracht zijn en een geheel nieuwe beeldtaal laten zien. Het werk van Fortunato Depero betekende bijzonder veel voor Alessandro Mendini.

 
Alessandro Mendini en Marcel Proust, 2010, fotomontage door Laura Villani; portret Alessandro Mendini door Gitty Darugar, Alessandro Mendini Archive, Milaan.

Beelden in mij: 'archeologia, livello fiume, museo universale, arte applica, arte contemporanea, esposizioni'

Designer Universalis
Het universum van Alessandro Mendini lijkt te groot te zijn voor een overzichtsexpositie in het Groninger Museum. Dat wordt duidelijk als je probeert de complexiteit en omvang van zijn oeuvre in een brede historische context te plaatsen. Het is echter een geruststelling dat Mendini zelf de inhoud en vorm van zijn tentoonstelling heeft ontworpen. Hij toont ons nu belangrijke momenten uit zijn loopbaan als ontwerper en architect. Alessandro Mendini bleek een 'designer universalis', een creatieve persoonlijkheid die de grenzen van design wist te verleggen en opnieuw inhoud en vorm te geven.

Mondo Mendini - De wereld van Alessandro Mendini, t/m 5 mei 2020, Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Website: www.groningermuseum.nl.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Monet – Tuinen van Verbeelding

De tentoonstelling in Kunstmuseum Den Haag richt zich specifiek op Monets langstdurende en tegenwoordig meest beroemde periode uit zijn oeuvre: zijn waterlelies en andere tuinschilderijen, gemaakt in Giverny. Er hangen maar liefst veertig internationale topstukken, waarvan het grootste deel nooit te zien is geweest in Nederland.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Voor het eerst sinds 1986 wijdt een Nederlands museum een tentoonstelling aan een van de pioniers van de moderne kunst, Claude Monet (1840-1926).

Kunstmuseum Den Haag geeft hiermee een vervolg aan het baanbrekende Monet-retrospectief dat in 1952 in dit museum werd gehouden en dat tot op de dag van vandaag de waardering voor Monets waterlelieschilderijen heeft beïnvloed.

De samenstelling van deze 'Tuinen van Verbeelding' is gebaseerd op een concept van directeur Benno Tempel en conservator negentiende-eeuwse kunst Frouke van Dijke.

 
Claude Monet, 'Blauwe regen', 1917-1920, olieverf op doek, 150.5 x 200.5 cm, Kunstmuseum Den Haag.

Wisteria
Bij de entree van de Monet-expositie wordt een forse installatie getoond, waarvan aanvankelijk mijn vermoeden is dat het gaat om een eigentijdse uitbeelding van 'Blauwe regen', oftewel: Wisteria-sinensis. Tenslotte speelt het schilderij van Monet uit de collectie van het Kunstmuseum min of meer de hoofdrol op de tentoonstelling, na het uitgebreide onderzoek ernaar en de restauratie ervan. Deze Wisteria-hysteria – gezien het felle blauw – is zo te zien van papier. Materialen worden niet genoemd in het bijschrift. Het is een installatie of project van Wanda Barcelona, geen hedendaags kunstenaar, maar een Spaans designbureau en het stelt geen blauwe regen voor, maar een treurwilg. Enfin, treurwilgen zijn ook te vinden in de tuinen van Monet, als symbool van rouw.

Giverny
De expositie is verdeeld over zes onderwerpen en begint bijna vanzelfsprekend met het thema 'Naar Giverny'. Monet zocht in 1883 een plek om zich definitief te vestigen. Al snel viel zijn oog op Giverny, een dorpje zo'n 75 km van Parijs. Met zijn gezin betrok hij het huurhuis Le Pressoir (de ciderpers). De kunstenaar was toen 43 jaar en ambitieus. ''Zodra ik gevestigd ben, hoop ik meesterwerken voort te brengen,'' zo schreef hij verwachtingsvol. Gedurende zijn eerste jaren in Giverny was Monet veel op reis. Thuis schilderde hij de omgeving, zoals de oevers van de Seine en de hooimijten op het land. Altijd zocht hij naar de vereeuwiging van een vluchtig moment. Monet kon ongrijpbare elementen vangen, zoals lichtreflecties, schaduw en atmosfeer. U kunt hem aan het werk zien in dit filmpje.

Watertuin en waterlandschappen
Na jaren van kritiek en financiële malaise groeide Monet in de jaren 1890 alsnog uit tot een gevierd schilder. Dit stelde hem in staat om een huis en een aangrenzend stuk grond te kopen bij Clos Normand. Hij legde twee tuinen aan, een bloementuin en een watertuin met een indrukwekkende vijver vol waterlelies. Met zijn ronde brug en planten als bamboe, irissen en blauwe regen was deze tweede tuin losjes gebaseerd op de traditionele Japanse tuin. Tussen 1897 en 1908 schilderde hij tientallen keren zijn waterlelies. ''Waar het om draait is het wateroppervlak dat voortdurend met de spiegelingen van de hemel meeverandert,'' verklaarde Monet.
Claude Monet voor zijn huis in Giverny (detail), 1921, autochroom, 18 x 24 cm, Musée d'Orsay.

Grandes Décorations
Monet noemde deze schilderijen 'waterlandschappen', maar hij lapte alle regels van de landschapsschilderkunst aan zijn laars. In deze close-up-gezichten van zijn vijver ontbreekt elk spoor van een horizon. Hij vermengde 'boven- en onderwereld' door water, lelies en lucht in één beeld te vatten. Dankzij de reflectie van bomen en wolkenpartijen lijkt de wereld op zijn kop te staan. Al snel speelde Monet met het idee om een ronde kamer te decoreren met waterlelies. Zover kwam het niet, maar in 1909 exposeerde hij 48 van deze werken in Parijs. De tentoonstelling was een groot succes en critici prezen deze wonderlijke 'ondersteboven-schilderijen'. Pas in 1914 besloot Monet zich nogmaals toe te leggen op het schilderen van zijn waterlelies, maar dan met het oog op een groots ensemble, de 'Grandes Décorations'. Monets succes werd echter doorkruist door persoonlijke tegenslagen. Het overlijden van zijn vrouw Alice in 1911 en zijn oudste zoon Jean in 1914. Tot overmaat van ramp werd bij hemzelf staar vastgesteld. Overmand door verdriet kondigde Monet het einde van zijn carrière aan.

Treurwilgen
Na enige tijd voelde Monet weer het verlangen om het schilderspalet op te pakken. De drijfveer was de wens om zijn Grandes Décorations samen te stellen in een panorama, waarin de toeschouwer zich door water omringd zou voelen. Hij begon net voor de Eerste Wereldoorlog aan dit werk en het geweld kwam dichtbij Giverny. De kunstenaar verkondigde liever te sterven te midden van zijn levenswerk dan zijn huis te ontvluchten. Terwijl Giverny volstroomde met gewonde soldaten, riskeerde Monets tweede zoon Michel (1878 – 1966) zijn leven aan het front bij Verdun. De kunstenaar schilderde in deze periode een reeks treurwilgen. De oorlog veroorzaakte een schaarste aan verf, schildersdoek en zijn geliefde sigaretten. Maar bovenal drukte de dreiging op zijn gemoed.

''Er is in heel Europa geen man te vinden die meer en virtuozer vloekt en scheldt op het weer dan mijn stiefvader.'' (Blanche, stief- en schoondochter – vrouw van Jean – van Claude Monet).

Orangerie
Monets experiment kreeg een politiek tintje toen hij in 1918 verkondigde zijn Grandes Décorations ter viering van de overwinning te doneren aan de staat. Daarna volgde het plan voor het Musée Claude Monet in Parijs. Daar zou het panorama van waterlelies – net als Monets tuin – dienst moeten doen als meditatieve plek, waar de zintuigen tot rust konden komen.
Maar bovenal beschouwde Monet deze schenking als zijn artistieke nalatenschap. Wegens financiële tekorten kon de overheid echter geen nieuwbouw financieren en Monet moest genoegen nemen met de Orangerie, in de voormalige wintertuin van het Tuilerieënpaleis in Parijs.

 
Claude Monet, 'Waterlelies', 1916-1919, olieverf op doek, 150 x 197 cm, Musée Marmottan.

Bijzondere K
De tentoonstelling is niet te missen voor liefhebbers van Monets werken, maar ook voor bezoekers die minder bekend zijn met zijn werk is het de moeite waard. 'Monet – Tuinen van verbeelding' is de eerste tentoonstelling die het museum onder de nieuwe naam presenteert. De bijzondere 'K' van Kunstmuseum is niet terug te vinden in ALT codes of bijzondere tekens, maar is ontworpen door Peter Bil'ak. Zijn idee is voortgekomen uit de grafiekcollectie van het Kunstmuseum. De ontwerper heeft zich laten inspireren door het werk van de vormgever Piet Zwart, die tussen 1923 en 1933 huisontwerper was bij de Nederlandse Kabelfabriek in Delft en die deze specifieke 'K' gebruikte voor advertenties. Bil'ak gaf een hedendaagse draai aan Zwarts K.

Monet – Tuinen van Verbeelding, t/m 2 februari 2020, Kunstmuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Website: www.kunstmuseum.nl.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

tuinbericht
het laatste kastanjeblad
is gevallen

een vaasje bloemen
op aangestampte aarde -
haar cavia

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Magritte X Dalí

Tot 9 februari 2020 wijden de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België een uitzonderlijke tentoonstelling aan Salvador Dalí en René Magritte. Voor het eerst worden de verhoudingen en de invloeden tussen de twee grootste iconen van het surrealisme belicht.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Hoewel Salvador Dalí en René Magritte nu veruit de twee beroemdste surrealistische schilders zijn, werd er tot vorig jaar nog nooit een tentoonstelling gewijd aan de dialoog tussen hun werk. In december 2018 bracht het Dalí Museum van Saint Petersburg in Florida, met medewerking van het Magritte Museum in Brussel, van beide kunstenaars een twintigtal schilderijen en sculpturen samen, aangevuld met archiefmateriaal en foto's die hun contacten en wederzijdse beïnvloeding documenteren.

De tentoonstelling in Brussel nu vloeit voort uit die eerste reünie, maar werd uitgebreid met een honderdtal werken ontstaan vanaf de jaren 1920 tot aan hun dood.

 
Zaalzicht met de installatie 'Cloud Room' © KMSKB, Brussel.

Surrealistische zomer
Magritte en Dalí ontmoetten elkaar in het voorjaar van 1929 in Parijs, in het bijzijn van de grote namen van de artistieke avant-garde. In augustus van datzelfde jaar reisde Magritte met zijn vrouw Georgette op uitnodiging van Dalí naar Cadaques, de thuishaven van de Spaanse schilder. Ook Paul Éluard en zijn vrouw Gala, Joan Miró en Louis Buñuel maakten onder meer deel uit van het gezelschap. Die zomer zal beslissend blijken te zijn voor een verandering in het surrealisme.

De Catalaan en de Belg
Dalí en Magritte wijdden hun carrières aan het uitdagen van de werkelijkheid, het betwisten van onze blik en het omgooien van onze zekerheden. Ondanks hun zeer uiteenlopende creaties en persoonlijkheden, die er uiteindelijk voor zorgden dat hun wegen scheidden, bestaat er een fascinerende verwantschap tussen de Catalaan en de Belg. De tentoonstelling werpt licht op de persoonlijke, filosofische en esthetische relaties tussen de iconische kunstenaars, aan de hand van meer dan tachtig schilderijen, sculpturen, foto's, tekeningen, films en archiefstukken.

'Op een schilderij zijn de woorden van dezelfde grondstof als de beelden' (R. Magritte)

Magritte (1898-1967) was zeventien toen hij vanuit Henegouwen (België), waar hij werd geboren, naar Brussel verhuisde om er te gaan studeren aan de Academie voor de Schone Kunsten. Hij proefde van het futurisme en het kubisme, wendde zich vervolgens tot het dadaïsme en in 1926 tot het surrealisme. Voor die omslag was het zien van een reproductie van Giorgio de Chirico's 'Liefdeszang', een werk dat als een voorloper van het surrealisme kan worden gezien, van doorslaggevend belang. Magritte hield op met het zoeken naar de juiste vorm, concentreerde zich op het onderwerp en koos voor een zorgvuldige afwerking, om het surreële in een illusie van normaliteit te hullen.

'To see or not to see' (S. Dalí)

Dalí (1904-1989) werd geboren in Figueras (Spanje) en schilderde al vanaf zijn zesde jaar impressionistische schilderijen. Later, aan de Academie voor Schone Kunsten in Madrid, proefde hij van alle mogelijke 'ismen'. In 1927 begon zich bij Dalí een eigen stijl af te tekenen en in 1929 introduceerde Joan Miró hem bij de surrealisten in Parijs. Dalí, die ernaar streefde om de moderne kunst te redden van chaos en luiheid, koesterde een grote bewondering voor de oude meesters. 1929 is ook het jaar waarin hij zijn paranoïde-kritische methode ontwikkelde.

Zaalzicht Dalí & Magritte © KMSKB, Brussel.

Dreigend weer
De tentoonstelling is thematisch samengesteld en begint (of eindigt) met de installatie 'Cloud Room'. Een 360° ervaring, waarbij drie monumentale vale objecten als gestolde wolken zweven in een immense blauwe lucht. De installatie is geïnspireerd op een schilderij van Magritte uit 1929, 'Dreigend Weer', en symboliseert die samenkomst tussen Magritte en Dalí in Cadaqués. Waarschijnlijk werd Magritte geïnspireerd door Dalí's werken, zoals 'Het lugubere spel', waarin figuren worden omgevormd tot iets anders. 'Dreigend weer' is naar alle waarschijnlijkheid het enige werk dat Magritte in Spanje schilderde. Hieronder bespreek ik enkele werken uit het parcours van dertien thema's.

Portretten X Dingen
Portretten waren in het begin van Dali's en Magrittes carrière uitgelezen contactpunten met de in twijfel getrokken werkelijkheid. Bij Dali tekenen de psychologie en de gevoeligheid van het model zich af op het gezicht. Voor Magritte is een portret eigenlijk onmogelijk; je zogeheten kennis van de ander is altijd bepaald door je eigen blik. Van Magritte is in dit gedeelte het schilderij 'De veroveraar' te zien uit 1926, uit het begin van zijn eerste surrealistische periode, zijn 'spelonkperiode' zoals hij het zelf noemde. Van Dalí is hier het discreet sensueel uitgewerkte portret van Maria Carbona uit 1925 te zien. Hij kreeg de opdracht hiervoor van een notabele in Figueras toen hij nog aan de Academie studeerde. De dochter van zijn opdrachtgever is afgebeeld in de klassieke stijl die kenmerkend is voor de esthetiek van de naoorlogse 'retour à l'ordre'.

Schrift X Beeld
Tijdens zijn verblijf in Parijs in 1927-1930, begon Magritte werken te schilderen waarop zowel woorden als beelden voorkomen, hij maakte er tientallen. Door hun dagelijkse contact met verschillende schrijvers, gebruikte zowel Dalí als Magritte het geschreven woord om zaken af te beelden. Magritte tastte de gelijkwaardigheid af tussen het realistisch beeld en gekalligrafeerde tekst. Dat zij beide leesbaar zijn, maakt van het beeld een taalfeit. Het woord geldt als beeld en het beeld wordt onvermijdelijk als tekst begrepen. Het is op grond van deze twee-eenheid dat Magritte met zijn befaamde zin 'Dit is geen pijp' de afbeelding een leugen noemt. Dalí was er als de kippen bij om op deze uitspraak te reageren.

 
Zaalzicht met het portret van Maria Carbona van Dalí (1925) © KMSKB, Brussel.

Voor hem was het schrift meer een vorm van projectie, waardoor het subject weer een plaats krijgt in zowel het beeld als in zijn paranoïde kritische uitingen.

Een bezoek aan deze tentoonstelling is ook een gelegenheid om het woonhuis/museum van René en Georgette Magritte te bezoeken in het Brusselse stadsdeel Jette, het huis en atelier waar hij de meeste van zijn werken schilderde.

Dalí & Magritte - Twee iconen van het surrealisme in dialoog, t/m 9 februari 2020, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Regentschapsstraat 3, 1000 Brussel (België). Websites: www.fine-arts-museum.be/dali-magritte | www.magrittemuseum.be.

Bij deze tentoonstelling is de catalogus 'Dalí & Magritte' verschenen, 240 pagina's met een goed gedocumenteerde en fraai geïllustreerde inhoud, ISBN 978-94-9303-919-3.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Expo Hyperrealism Sculpture
'Ceci n'est pas un corps'

Een tentoonstelling in Museum La Boverie in Luik-België rond hyperrealistische sculpturen, een vorm van figuratieve kunst die in de jaren '70 de Amerikaanse kunstscene binnendrong. Elementen uit het hyperrealisme worden sindsdien door vele hedendaagse kunstenaars toegepast.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

De titel van de tentoonstelling verwijst vanzelfsprekend naar het wereldberoemde werk van de surrealist René Magritte, 'Ceci n'est pas une pipe'. Dit geeft deze tentoonstelling een zeker Belgisch accent. Daarnaast zijn er werken van de Belgische kunstenares Berlinde de Bruyckere (1964) te zien, zij is een van de tweeëndertig internationale kunstenaars die met hun sculpturen deel uitmaken van de reizende tentoonstelling 'Expo Hyperrealism Sculpture'. Deze expositie was eerder te zien in Canberra (Australië), Bilbao (Spanje), Monterrey (Mexico) en Rotterdam (Nederland), steeds met wisselende selecties.

Parcours
In museum La Boverie is die selectie in zes thema's verdeeld: 'Menselijke replica's', 'Monochrome werken', 'Lichaamsdelen', 'Spel met afmetingen', 'Misvormde werkelijkheden' en 'Verschuivende grenzen'. Elk van de zes onderdelen is toegespitst op een bepaald vormelijk concept en biedt inzichten voor het begrijpen van de individuele werken. Aan het begin van het parcours wordt een inleiding gegeven met een korte geschiedenis van de westerse beeldhouwkunst. Van het antieke humanisme, het middeleeuwse symbolisme, de herinterpretatie van de oudheid, de barok, de klassieke en neoklassieke beeldhouwkunst, tot de moderne kunst en hedendaagse experimenten.

 
'Woman and Child', 2010, © Sam Jinks. Courtesy of the artist, Sullivan+Strumpf, Sydney and Institute for Cultural Exchange, Tübingen.

Menselijke replica's
Vanaf de jaren 60 beeldhouwden de Amerikaanse kunstenaars Duane Hanson (1925-1996) en John DeAndrea (1941) gewone mensen, waarbij zij de illusie creëerden van hun tastbare aanwezigheid. Zij gingen tot het uiterste om de texturen van de menselijke huid zo getrouw mogelijk weer te geven en de illusie van de realiteit te versterken, door hun sculpturen te combineren met reële objecten. Daniel Firman (1966) daarentegen maakt anonieme personages op ware grootte, die hun gezicht achter hun kleding verbergen, om zo de lichamelijke aanwezigheid van het lichaam in beweging te tonen.

Spel met afmetingen, groot
Ron Mueck (1958) heeft de hedendaagse beeldhouwkunst ingrijpend gewijzigd, door gebruik te maken van het effect van de schaalwijziging. Onder invloed van zijn werk hebben talrijke kunstenaars, zoals Sam Jinks en Zharko Basheski, in die geest verder gewerkt. Van Mueck is het werk 'A girl' in de tentoonstelling te zien. Hoe de megarealistische sculptuur (110,5 x 501 x 134,5 cm) is gemaakt, kan worden bekeken op dit tamelijk versnelde filmpje. De sculptuur van een pasgeboren meisje ziet eruit zoals de meeste baby's die net uit het natuurlijke geboortekanaal zijn gekomen. Uitgeput, verfrommeld hoofd(je), net uit de beklemming verlost, alsof zij in doodstrijd is geweest. En wellicht is dat ook zo, er is immers nooit een mens geweest die deze ervaring heeft kunnen navertellen. Een stukje afgeknotte navelstreng tooit nog werkeloos de romp.

Klein
Regelmatig wordt het werk 'Kneeling woman' van Sam Jinks (1973) als campagnebeeld gevoerd in deze reizende tentoonstelling. De fijne sculptuur meet 30 x 72 x 28 cm en suggereert op de affiches en flyers dat het om een realistische grootte gaat. De knielende of mediterende jonge vrouw heeft echter de lengte van een dwerg, maar dan met normale verhoudingen en vrouwelijke vormen. Het zou ook een frêle elfenfee kunnen zijn (zonder vleugels of puntoren). Een ander beeld van Jinks in de tentoonstelling is 'Woman and Child' (145 x 40 x 40 cm). De sculptuur van een oudere vrouw met pasgeboren baby is aandoenlijk en lijkt op ware grootte, wat twijfelachtig is, er zijn immers grote en kleine mensen in alle culturen. Het werk is echter kleiner dan schaal 1:1. Ook in het werk van Marc Sijan (1946) zorgen de afmetingen voor verwarring, met name in zijn sculptuur 'Embrace' (79 x 94 x 79 cm). Het al wat oudere naakte koppel is zodanig met elkaar verstrengeld, dat de afmetingen moeilijk in te schatten zijn. Het verstilde tafereel versluiert eveneens de erotiek, die hierin ook is te vinden.

Verschuivende grenzen
De hyperrealistische beeldhouwkunst is eigenlijk een eenvoudig idee: het overzetten van een driedimensionaal beeld naar het niveau van fotorealistische kunst.

Nu past het zich aan aan de nieuwe media en de technologische vooruitgang. Dit zal in de toekomst ongetwijfeld nog meer het geval zijn. Het gebruik en de invloed van digitale tools zoals het internet, de smartphone en tablets worden zelf het onderwerp van de kunstwerken. Daniel Glaser (1968) en Magdalena Kunz (1972) vormen het kunstenaarsduo Glaser/Kunz. Zij werken al geruime tijd samen aan hun cinematografische sculpturen. De sculptuur die in de tentoonstelling wordt getoond, draagt de titel 'Jonathan' en is in feite sculptuur, installatie en film tegelijk. Eerst komt dit bizar over, maar later ga je het vernuftige in deze vorm van sculpturale kunst zien.
'Untitled (Kneeling Woman)', 2015, © Sam Jinks. Courtesy of the artist, Sullivan+Strumpf, Sydney and Institute for Cultural Exchange, Tübingen.

Er is veel te bekijken in museum La Boverie, een magnifieke locatie voor de sculpturen, met name in de zalen die uitkijken over de Maas. De werken mogen niet worden aangeraakt, maar aan het eind van het parcours ligt een blokje siliconenhars, om uit te vinden hoe de meeste sculpturen aanvoelen en dat is wel wat anders dan marmer...

Hyperrealism Sculpture, 'Ceci n'est pas un corps', t/m 3 mei 2020, Museum La Boverie, Parc de la Boverie 3, Luik (België). Websites: expo-corps.be | nl.laboverie.com.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

het kriebelschrift
op de kerstkaart, van haar
met die zachte stem

een tongpuntje
en vuurrode wangen -
haar eerste letter

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; videostill: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Experiment en beeldende kunst

In de geschiedenis van de beeldende kunsten neemt het experiment een belangrijke plaats in. De kunstenaar zoekt telkens opnieuw naar de grenzen van materiaal, vakmanschap en beeldtaal. Dat is vaak een onzeker avontuur, waardoor een vertrouwde werkwijze kan verdwijnen en een nieuwe vormgeving uitblijft.

Door Wim Adema

Door sommige experimenten is de ontwikkeling van de beeldende kunsten ingrijpend beïnvloed, waarbij kunstenaars als Picasso, Braque, Cézanne, Malevich, Brancusi, Mondriaan en Nam June Paik van groot belang zijn geweest. Door hun creatieve zoektocht veranderde de horizon van de verbeelding en ontstonden fascinerende, nieuwe perspectieven.

Ook in deze tijd blijft het experiment in de beeldende kunsten van groot belang. Tijdens de laatste twee maanden van 2019 verschenen opmerkelijke berichten over een 'verontrustend spanningsveld tussen fotograaf en model, de avontuurlijke rangschikkingen van collages, een experimentele literaire mixband, verontrustende sculpturale deconstructies en een uitvergroting van de camera obscura'. Het werk van Isabelle Wenzel, David Carson, Kristen Gallerneaux, Lexley Foxcroft en Richard Learoyd stond hierbij centraal. Hieronder volgt een korte weergave.

De Duitse beeldend kunstenaar en acrobaat Isabella Wenzel (Wuppertal, 1982) toont in haar foto's een geheel eigen beeldtaal en wereld. Als gezichtloos model poseert zij in pijnlijke en verontrustende settings voor haar camera. De acrobatische poses zijn absurd om te zien en tegelijk onweerstaanbaar. De inhoud van de fotobeelden lijkt te gaan over de bestaande machtsverhouding tussen fotograaf en model en daarnaast over het lichaam als stilleven. 'I am inspired by any hybrids between exhibition and performance. By the experience of time itself and by the condition of our physical being' (bron: welikeart.nl). Meer informatie: https://isabelle-wenzel.com. (Bron: weekendspecial De Volkskrant, oktober 2019)

De Amerikaanse ontwerper David Carson (Texas, 1955) woont en werkt in Amsterdam. Dit jaar verscheen van hem een nieuwe uitgave, 'Nu collage 101'. Carson heeft een fascinatie voor collages en schikt, rangschikt; legt vaak midden in de nacht iets weer recht. Hij gebruikt spullen die hij op straat vindt. Vaak rukt hij postersnippers van de muur. 'Design hoeft niet, er gaat niemand dood als het afwezig is. Maar het is geweldig als iemand een extra inspanning doet' (Bron: weekendspecial De Volkskrant, oktober 2019, nr. 5). De stad Amsterdam inspireert hem mateloos: een eindeloze stoet van straatbeelden legt hij vast met zijn camera. Meer informatie: www.davidcarsondesign.com.

De mediahistoricus en kunstenaar Kristen Gallerneaux maakte met het werk 'High Static, Dead Lines' een experimentele literaire mixband (opnameband voor geluid), waarin de grenzen tussen geluid, materiële cultuur, landschap en esoterisch geloof opgezocht worden. Met essays en fictokritische (spel tussen feit en fictie) intermezzi wordt een netwerk van leylijnen (energielijnen in de aarde) opgeroepen, waarin een sonisch spook kan rondreizen. Het is een geluid dat aanwezig is als een onzichtbare ruislaag naast bestaande technologische geluiden. In Gallerneaux' verhalen is de steeds terugkerende aanwezigheid van geluid een rode draad. Meer informatie: www.kristengallerneaux.com. (Bron: VPRO-Gids 11 oktober 2019, BBC Radio 3)

Lexley Foxcroft (Sheffield, 1949) werkt op een experimentele manier met materialen als MDF, papier en karton en vervaardigt hiermee sculpturale deconstructies. Materiaal als staal, brons of marmer gebruikt zij niet. 'Ik hou van het idee dat het ongecompliceerde een doel heeft: dat het materiaal een sculptuur niet zijn waarde geeft, het is de kunstenaar die het doet' (bron: London Coroner (2015), MDF, 8 delen). Door de methoden van vouwen, snijden, drukken en stapelen van materiaal op de vloer of aan de wand, laat zij een dialoog ontstaan tussen materiaal, ruimte en sculptuur. Foxcrofts installaties hebben hierdoor een alledaagse esthetiek en een tweedimensionale architectuur. Meer informatie: www.slewe.nl. (Bron: bespreking Rudi Fuchs in De Groene Amsterdammer 17.10.2019, pag. 61, rubriek Kijken)

De fotograaf Richard Learoyd (1966) werkt met het oudste fotografische proces, namelijk de camera obscura. Deze 'donkere kamer' heeft hij zelf gebouwd, maar dan letterlijk kamergroot. Hierin wordt het fotopapier belicht. Het onderwerp, vaak een persoon, maar soms ook een stilleven, bevindt zich in de aangrenzende kamer en is daarvan gescheiden door een lens. Het licht dat op het onderwerp valt, wordt direct op het fotopapier gebracht zonder een tussenliggend fotonegatief. Het resultaat is een opname zonder korrel en een directe weergave van het onderwerp, die tevens een fotografische illusie bevat. De levensechte beelden kunnen met het menselijke oog niet in de volle intensiteit gezien worden, maar tonen toch een zeer intieme fotografische kunst. Het werk van Richard Learoyd is te zien tot en met 5 januari 2020 in het Fotomuseum Den Haag. Meer informatie: www.fotomuseumdenhaag.nl. (Bron: De Groene Amsterdammer, 24.10.2019, Fotomuseum Den Haag)

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

De Italiaanse beeldend kunstenaar Lorenzo Vitturi (1980) speelt met realiteit en fictie. Hij vermengt fotografie, beeldhouwkunst, schilderkunst, collage en bouwt hiermee sets op in zijn studio. Steden als Lagos, Venetië en Londen inspireren hem, maar ook verschillende streken in Peru. Hij zoekt naar kleuren en vormen die specifiek voor mensen of gebieden zijn. Speciale materialen worden verwerkt in sculpturen en foto's, waarmee hij het verstrijken van de tijd in een geglobaliseerde wereld probeert vast te leggen en de veranderingen die daarmee samenhangen zichtbaar te maken. Met de expositie 'Materia Impura' in Foam (Amsterdam) worden oudere projecten als Dalston Anatomy, Droste Effect, Debris and Other problems en Money Must Be made opnieuw tentoongesteld, maar ook het nieuwste werk van Vitturi, 'Caminantes' (wandelaars). Dit laatste project heeft betrekking op zijn familiegeschiedenis in Peru. Zijn vader, die uit Venetië (Murano) afkomstig was, begon namelijk in de zestiger jaren een glasfabriek in Peru. De foto's van Lorenzo Vitturi reflecteren op de constante veranderingen van schepping, vernietiging, herschepping en tonen een heftige wereld van vorm en kleur. Er is ook een aparte Smartify-app voor deze expositie in Foam gemaakt. Deze tentoonstelling is nog te bezoeken tot en met 19 januari 2020. Meer informatie: www.foam.nl.

De Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm (Stiermarken, 1954) toonde tijdens zijn kunstopleiding aan de Hogeschool van Wenen reeds een grote aanleg voor ruimtelijke vormgeving. Hoewel hij schilder wilde worden, besloten zijn docenten dat de afdeling sculptuur een betere studierichting voor hem was. Direct vanaf het begin ontwikkelde Wurm zich als een eigenzinnig en tegendraads beeldend kunstenaar. 'Ik ben geïnteresseerd in het dagelijkse leven. Alle materialen die me omringen kunnen nuttig zijn, evenals de objecten, onderwerpen in de hedendaagse samenleving'. Alle aspecten van de mens, fysieke, spirituele, psychologische en politieke, komen samen in Wurms beelden en installaties. De kunstenaar heeft een humoristische benadering van formalisme. 'Sarcasme en humor helpen de dingen op een lichtere manier te bekijken'. Voor de manifestatie 'Gewoon bijzonder' in Delft heeft Erwin Wurm een zeer grote installatie geplaatst in de Oude Kerk in Delft. Het is een zeer groot, hoog, wit, smal bouwwerk dat er uitziet als een heel huis: 'Narrow House'. Een dun claustrofobisch pand dat vervormd is en dunner en smaller geworden dan wij gewend zijn. Het is bedoeld als kritiek op de huidige manier van samenleven. Vaak blaast de kunstenaar ook dingen op om te laten zien hoe wij als mensen met het leven omgaan. Ook op diverse andere  locaties in Delft zijn kunstwerken te zien, tot en met 16 februari 2020. Meer informatie: gewoon-bijzonder.com | www.erwinwurm.at.

Modern Perspectives, een project van het Stadsarchief Amsterdam over fotografie en film in de jaren twintig van de vorige eeuw, laat de film zien als een geheel nieuwe kunstvorm die grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de fotografie. Met name het element beweging is als dimensie heel belangrijk geweest. Van vijfendertig internationaal bekende fotografen worden in deze tentoonstelling films en fotobeelden getoond, onder meer van Joris Ivens, Germaine Krull, Erwin Blumenfeld, Éva Besnyö en John Fernhout. Amsterdam wordt getoond als een stad die voortdurend verandert, een stad waar het leven sneller gaat. Deze expositie is in samenwerking met het EYE Filmmuseum ontstaan en nog tot en met 16 februari 2020 te bezoeken. Meer informatie: www.amsterdam.nl/stadsarchief.
 
Het MUHKA in Antwerpen heeft een grote overzichtsexpositie over de belangrijke Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers (1924-1976) georganiseerd. Het is een belangrijk project geworden waaraan meerdere curatoren hebben meegedaan. De expositie 'Soleil politique' toont een breed beeld van Broodthaers oeuvre, waarbij uitgegaan is van zijn idee dat kunst altijd politiek is. Het is een constant onderhandelen zonder slotsom. De complexiteit van zijn visuele werk en zijn woorden en teksten, wordt in verschillende expositiedelen gepresenteerd. Broodthaers was namelijk eerder actief als dichter, journalist en fotograaf. Deze tentoonstelling wil een omvattend geheel laten zien van zijn 'thematieken, media- en presentatiestrategieën'. Het majestueuze Décor: A conquest by Marcel Broodthaers uit 1975 is voor het eerst in dit museum te zien. Het is een genereuze bruikleen van de V-A-C Foundation in Moskou. Tot en met 19 januari 2020 is de expositie van Marcel Broodthaers in het MUHKA te bezoeken. Meer informatie: www.muhka.be.

In Leipzig is tot en met 15 maart 2020 de expositie Zeichen von Intelligenz te zien, in het Museum für Druckkunst. De iconen, pictogrammen en symbolen die ons in deze tijd vertrouwd zijn, als ons omringende 'tekens', zijn in deze tentoonstelling opnieuw bij elkaar gebracht. Doelstelling is om de studie naar beeldtekens een nieuwe impuls te geven. Nog steeds staat een dergelijke studie in de kinderschoenen en ontbreekt een allesomvattende interpretatie. De samenstellers van deze expositie proberen een nieuwe betekenisstructuur te ontwikkelen, in samenwerking met de bezoekers. Hen wacht het spel 'Genesis', een zaalvullend project waarbij de bezoeker uitgenodigd wordt om actief mee te werken aan een wereldtaal van beeldtekens: een Designer-Bibel! Meer informatie: www.druckkunst-museum.de.

Een opmerkelijk huis staat in West-Kinderdijk (Alblasserdam), namelijk het Huis van Zessen. Cornelis van Eesteren bouwde dit pand in 1923 in samenwerking met Theo van Doesburg (De Stijl). Van Eesteren realiseerde het bouwplan, terwijl van Doesburg een kleurenschema voor dit huis ontwierp. Door deze samenwerking is een bijzonder huis ontstaan. Het werd een leunend dijkhuis, dat zeer modern van vorm is met strakke lijnen, aparte ramen en bijzonder grote kamers. Licht, lucht en ruimte waren het uitgangspunt voor het ontwerp. Door de medewerking van Theo van Doesburg is geheel in stijl een fraai kleurenpalet toegepast, waarbij de trapleuning en de ingangsdeur geel werden, de raamkozijnen wit, zwart en rood en een bovenraam een zachtblauwe kleur kreeg. Het Huis van Zessen is voor het publiek toegankelijk. Meer informatie: www.huisvanzessenalblasserdam.nl.
 
In het vernieuwde Allard Pierson Museum in Amsterdam is de tentoonstelling Cmd P (reality) 2079 van start gegaan, waarbij de collecties van het museum gebruikt zijn voor een ontdekkingsreis naar 2079. 'Cmd P' is de combinatie voor een printopdracht op een Apple-computer. De uitdaging was welke rol grafiek in een digitale toekomst kan spelen. Aan een viertal deelnemende kunstenaars is gevraagd om op basis van de uitgekozen collecties van het museum een nieuw digitaal perspectief te ontwikkelen. Maki Suziki, Karin Ferrari, Emre Hüner en het collectief 000000 wisselden hun kennis uit met de betreffende conservatoren van het Allard Pierson Museum. In het AGA LAB, het oudste grafische atelier van Nederland, werd het project uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden nu als interventies in het museum getoond. De tentoonstelling is nog tot en met 19 januari 2020 te bezoeken in museum Allard Pierson in Amsterdam. Meer informatie: www.allardpierson.nl.
  
Museum Kroller-Müller in Otterlo heeft samen met 999 Games een nieuw bordspel ontwikkeld: Art Collector. Het is gebaseerd op het serious game 'Verzamelen als Helen' dat een onderdeel was van het lespakket voor middelbare scholieren. Dit online-spel uit 2005 was echter aan een update toe. Centraal stond voor het museum de vraag of dit spel niet een 'echt' spel kon worden. Als resultaat van de samenwerking tussen het museum en 999 Games werd een geheel nieuw bordspel voor alle leeftijden ontwikkeld. Het brengt de deelnemers op een speelse manier terug in de geschiedenis van de beeldende kunst. Tekenaar Erik Varekamp maakte nieuwe illustraties. Voor de scholen verschijnt nu een apart lespakket. Art Collector werd mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het VSB-fonds. Meer informatie: www.krollermullershop.nl.
 
De Prix de Rome 2019 werd dit jaar toegekend aan Rory Pilgrim (Bristol, 1988). Hij kreeg deze prijs voor zijn film 'The Undercurrent (2019-ongoing)', waarin hij de camera richtte op een kleine gemeenschap van jonge klimaatactivisten. Hiermee toont hij een romantisch en idealistisch beeld van een kleine club gelijkgestemden. Andere genomineerden voor de Prix de Rome waren Sander Breure & Witte van Hulzen, Esiri Erheriene-Essi en Femke Herregraven. De presentatie van hun werk is nog tot en met 22 maart 2020 te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam. Meer informatie: www.prixderome.nl.

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

Terug naar boven

Inhoud