Dec. 2019 - jan. 2020, 14e jg. nr.5. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Pieter de Hooch in Delft

Pieter de Hooch's originele bijdrage aan de schilderkunst was een nieuw soort genrestuk, de binnenplaats. Door hem meestal geschilderd als een oase van stilte en rust, dankzij zorgvuldig geschilderde baksteentjes, warme kleuren, de dieptewerking van doorkijkjes en een sprankelende lichtval.

Door Peter van Dijk

In het begin van de zeventiende eeuw speelden de schilders van Delft geen opvallende rol. De toonaangevende artistieke centra waren Haarlem en Amsterdam. Rond 1645 kwam daar verandering in. Een aantal getalenteerde schilders vestigden zich om uiteenlopende redenen in Delft.

Gerard Houckgeest (1600-1661) verhuisde van Den Haag naar Delft, voor zijn verloofde. Hij schilderde schitterende kerkinterieurs, evenals Emmanuel de Witte (1617-1692), die uit Alkmaar kwam om in Delft bij Evert van Aelst het vak te leren.

Verder probeerde Jan Steen, bekend van het huishouden (1626-1679), die letteren en schilderkunst had gestudeerd, twee jaar lang in Delft een brouwerij te runnen en tenslotte was daar Carel Fabritius (1622-1654), een jong gestorven leerling van Rembrandt, die uit de Beemster kwam. Deze schilders experimenteerden volop met nieuwe perspectieven, verrassende lichtinvallen en inspireerden hun lokale vakbroeders.

 
Pieter de Hooch, 'Vrouw en kind bij een bleekveld in Delft', ca. 1657-1659, olieverf op doek, 73.5 x 63 cm, Rothschild Collection (Waddesdon). Foto: Mike Fear.

De Rotterdammer Pieter de Hooch belandde net na deze vernieuwingsgolf als leerling in Delft, maar dankte er toch zijn fascinatie voor licht en perspectief aan. In 1655 stopte hij met het schilderen van 'kortegaardjes', wachtlokalen van soldaten, een verbastering van het Franse 'corps de garde' en wijdde zich vooral aan kamergezichten en binnenplaatsen. Johannes Vermeer, een echte zoon van Delft, die zijn leertijd had doorgebracht in deze artistiek opwindende tijd, was de volmaakte representant van al deze nieuwigheden. Vermeer heeft zijn Delftse collega's verre overvleugeld, zijn roem is wereldwijd verspreid, uitgebreide research en vele boeken zijn aan hem gewijd. Vermeer is allang niet meer de ‘Sfinx van Delft', zoals de 19de eeuwse Franse kunstkenner Théophile Thoré-Bürger hem noemde. Die titel past Pieter de Hooch tegenwoordig beter. De laatste grote tentoonstelling gewijd aan De Hooch dateert al van 1999, en de laatste degelijke studie is van 40 jaar geleden.

Onderzoek
Dit gemis was voor het Museum Prinsenhof in Delft reden een grote expositie rond één van Delfts grootste schilders op te zetten en een aantal wetenschappelijke onderzoeken naar hem te starten. Zijn leven werd in archieven grondig onderzocht, zijn schildertechniek onder de laserstraal gelegd, de overeenkomsten met zijn vakbroeders in Delft werden bestudeerd en een aantal schilderijen kregen een nieuwe datering. De nieuwe inzichten zijn verwerkt in de grondige en overzichtelijke catalogus bij de tentoonstelling 'Pieter de Hooch' in Delft. Als ondertitel werd, dankzij deze nieuwe kennis, gekozen voor 'Uit de schaduw van Vermeer'. Uit de hele wereld zijn 29 schilderijen van De Hooch naar Delft verscheept. Een unieke hoeveelheid, die de ontwikkeling en de intieme schoonheid van de schilder De Hooch overtuigend illustreert.

Vanaf 1657 schilderde De Hooch een groot aantal Delftse binnenplaatsen. Opvallend is dat in het allereerste exemplaar op de expositie, 'Vrouw en kind bij een bleekveld in Delft' (1657-59), uit de Rothschild-collectie, De Hooch nauwelijks werkte met licht en schaduw, zijn grote kracht. De binnenplaats, die wordt gedomineerd door de Oude Kerk, ligt er vlakjes bij. De opvallende accenten zijn in kleur aangebracht, vooral op de rode rok en blauwe onderrok van de wassende vrouw en de witte blouse van het toekijkende kind. Wel schilderde De Hooch zijn eerste doorkijkjes. Ook zette hij zijn eerste bakstenen muurtje op het doek, zorgvuldig gevoegd, hier en daar gepleisterd. Door hun levendigheid en tegelijk regelmaat roepen de muurtjes van De Hooch bij de kijker een gevoel op van rust en harmonie.

Op de volgende voorstelling zijn twee dienstmeiden in kleurige kledingstukken op een binnenplaats bezig met waterhalen en het spinnen van wol (een werk uit de privé-collectie van de Britse koningin). Ditmaal gebruikte De Hooch wel fel zonlicht en scherpe schaduwlijnen om de voorstelling tot leven te brengen. Voor zijn tijdgenoten waren de felle kleurstelling en de lichtval ongetwijfeld nieuwigheden.

Hoogtepunt
Een hoogtepunt uit zijn lichtstudies is 'Vrouw met een emmer op een binnenplaats' (1660), eigendom van de Staatliche Kunsthalle in Karlsruhe. Een jonge vrouw staat in gedachten verzonken met emmer en bezem op een binnenplaats, aan haar voeten scharrelen twee kippen. Ook op dit schilderij is de vrouw gekleed in een helrode rok met een gouden bies en een diepblauwe overrok. Zij is geen gewone dienstmeid, daar zijn de stoffen te kostbaar voor. Door een poortje zien we de buitenwereld, bomen, koren en torens, ver weg.

Pieter de Hooch, 'Vrouw met een emmer op een binnenplaats', ca. 1660, olieverf op doek, 48.2 x 42.9 cm, Staatliche Kunsthalle Karlsruhe. Foto: Wolfgang Pankoke.

Zonlicht valt door en over het poortje naar binnen. De jonge vrouw baadt in het licht. De puntjes van de blaadjes van een boom, die in de halfschaduw van een muur staat, worden net even aangelicht. Hierdoor ontstaat boven het hoofd van de vrouw een sprankelend spel van witte blaadjes. Samen met de peinzende vrouw lijkt de binnenplaats een dromerige binnenwereld te zijn geworden.

Ook bij het schilderen van taferelen binnenshuis speelde De Hooch met bijzondere lichtinvallen en natuurlijk met openstaande deuren voor het perspectief. Een mooi voorbeeld is het schilderij 'Moedertaak' (1661) uit het Rijksmuseum in Amsterdam. Een vrouw zittend voor een bedstee ontluist haar kind. Zij zit in een donkere hoek, maar door een raam rechts boven haar (voor de kijker) worden haar bovenlijf, handen en voorhoofd opgelicht. Links van haar staat de kamerdeur wijd open en kijken we door een andere, dubbel openslaande voordeur naar buiten, waar bomen staan. Op de bovenste halve deur, die geopend is, valt de schaduw van een boom, op de vloer van het halletje wordt het bovenlicht uit de voordeur weerspiegeld. Het rechter voorpootje van een hondje dat braaf voor de geopende kamerdeur zit, wordt een beetje belicht. Ook de geglazuurde tegels waarop het beestje zit, reflecteren het licht. Een verfijnd spel van licht dat uit verschillende hoeken komt.

De bruine en rode tonen van de voorstelling zorgen voor een serene huiselijke sfeer. Reden voor de kunstcriticus Jan Nieuwenhuis, die in de vorige eeuw leefde, om te schrijven dat De Hooch 'de schilder van het kleine geluk' was. Volgens deze criticus, geciteerd in de catalogus, is er "weinig ter wereld met een zoo fluwelen toon, in een zoo zoet-streelende verrukking geschilderd, als het gelaat van de vrouw, die zich in 'Moedertaak' heenbuigt over het kind."

De vrouw in de gouden eeuw
Er valt ook een andere draai aan deze huiselijke voorstellingen van huisvrouwen en dienstmeiden te geven. Simon Schama doet dat in zijn boek 'Overvloed en Onbehagen'.

"In de voorgrond veegt een meid een vloer die al brandschoon lijkt. Er hangt een huiselijke sfeer: godsvrucht in het zonovergoten gezicht en de smetteloze, kale, houten vloer. (…) Het zijn vaker moeders dan vaders die in Nederlandse schilderijen en prenten fungeren als hoeders van het zuivere huisgezin. Zij was het die de gevaarlijke grens tussen de vuile straat en het propere huis bewaakte, die de meiden aan het schrobben (…) zette en (…) de kinderen verzorgde."

Het is wat we geregeld zien op de schilderijen van De Hooch: de open poortjes en deuren geven zicht op de buitenwereld, maar centraal staat het schrobben van de binnenplaats en het verzorgen van huis en kind, geplaatst in een verrassende lichtval.

 
Pieter de Hooch, 'Binnenkamer met een moeder die het haar van haar kind reinigt', bekend als 'Moedertaak', ca. 1660-1661, olieverf op doek, 52,5 x 61 cm, Rijksmuseum Amsterdam, bruikleen van de gemeente Amsterdam (legaat A. van der Hoop).

De zedenmeesters van die tijd betoogden met veel vuur "dat het huwelijk en huisvrouwschap het enige geschikte doel vormden voor de vrouw, omdat ze, als ze aan zichzelf werd overgelaten, een uiterst zwak vat was." (geciteerd door Schama). De heersende opvatting was dat een vrouw zonder het keurslijf van huwelijkse en huiselijke plichten grillig zou zijn, onbetrouwbaar, snel tot ijdelheid te verleiden, geneigd tot sensueel genot en licht ontvlambaar. Een verlichte geest als de arts-moralist dr. Van Beverwijck schreef in dezelfde tijd dat de vrouw anatomisch geschapen was voor ‘innerlijke' of huiselijke dingen, haar lichaam was zachter en haar spieren waren zwakker.

Zedenprediker Jacob Cats zette deze gedachte op rijm:

De man moet op de straet om sijnen handel gaen;
Het wijf moet in het huys de keuken gade slaen…
(…) Gy, reyst dan, neerstigh man en past op uw gewin,
Gy, set u, jonge vrou en let op uw gesin.

Het huis was de schuilplaats tegen de smerige buitenwereld. De cultus van huishoudelijk werk kwam de vaderlandse calvinisten goed van pas, met hun obsessie voor het wegwassen van de kleinste smetten in de menselijke natuur. De vrouw was in de gouden eeuw de bewaakster en verzorgster van de huiselijke binnenwereld. In lijn met deze moraliteit werd voor het eerst in de Nederlandse kunst de loftrompet gestoken op het ideale huisgezin, onder meer door Pieter de Hooch, Gerard Terborgh, Jan Luiken en P. van den Bosch en de spot gedreven met de ontwrichting ervan, zoals door Jan Steen.

Nooit scheuren

Opvallend is dat de muren van De Hooch nooit scheuren vertonen, ze zijn zorgvuldig gemetseld en gevoegd, zoals misschien te verwachten valt van de zoon van een metselaar. Bij Vermeer speelt het verval wel een rol. Bekijk 'Het Straatje' en de geplamuurde scheuren van het grote huis springen meteen in het oog. De stenen boven het linker poortje zijn aan vervanging toe en alle raamsponningen hebben hard een verfje nodig.

Bij De Hooch is dat nooit het geval. We zien geen loszittende tegels op de vloer, alles glimt en weerkaatst zonlicht. Op het schilderij 'Vrouw met een mand in de moestuin' (1660) staat alles recht en schoon, het regelmatige pad van stenen glooit lichtjes, klimplanten en struiken zijn zorgvuldig geknipt, geen kapotte dakpannen, de luiken zitten goed in de verf, de vrouw met haar mand staat stijf als een standbeeld, alleen op de voorgrond ligt een verdwaalde baksteen in het gras. Het schilderij ademt de stilte van bewegingloosheid. Deze binnenplaats vol planten, die door hun aard grillig zijn, maar bij De Hooch getrimd tot decorstukken, vat de aantrekkelijkheid van Pieter de Hooch's schilderijen nog eens helder samen: bij hem heerst de volmaaktheid van rust en stilte, in een harmonie van licht en verhoudingen.

Pieter de Hooch, 'Een binnenplaats in Delft in de avond met een spinnende vrouw', ca. 1657, olieverf op doek, 69,3 x 53,8 cm. Royal Collection Trust / © Her Majesty Queen Elizabeth II 2019.

Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer, t/m 16 februari 2020, Museum Prinsenhof Delft, Sint Agathaplein 1, Delft. Website: prinsenhof-delft.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel! | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACTUEEL

Verder in dit nummer:

Actueel

De wereld van Alessandro Mendini, door Wim Adema

Monet – Tuinen van Verbeelding, door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Haiku 1 van Ria Giskes

Magritte X Dalí, door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Expo Hyperrealism Sculpture, door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Haiku 2 van Ria Giskes

Experiment en beeldende kunst,
door Wim Adema

Kunstflitsen,
kunsttips voor lezers

 

Agenda
actuele exposities in Nederland en België

Uitgelicht
opmerkelijke
kunstberichten

Archief
vorige nummers

Colofon
over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Nieuwsbrief
Verschijnt als er een nieuw nummer uit is.
Aanmelden kan door
een e-mail te sturen.

Facebook
Bezoek Het Beeldende Kunstjournaal op Facebook! Wordt fan!

Oproep
Vrijwiligers gezocht!