Mrt. - mei 2020, 15e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

CRUX: hedendaagse schilderkunst uit Leipzig

Met de expositie CRUX presenteert Museum de Fundatie de komende maanden een nieuwe generatie schilders uit Leipzig: Martin Kobe, Mirjam Volker, Robert Seidel en Titus Schade. Zij kregen hun opleiding aan de bekende Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. Kobe was een Meisterschuler van Arno Rink, terwijl Volker, Seidel en Schade als Meisterschüler bij Neo Rauch studeerden. De tentoonstelling Crux vormt een groot overzicht van hun schilderkunst.

Door Wim Adema

De historische stad Leipzig kent een lange geschiedenis als kunstencentrum. Muziek, literatuur en schilderkunst vormden ook een onderdeel van het kunstleven in de voormalige DDR. Werner Tübke, Wolfhang Mattheuer en Bernard Heisig hadden in die tijd als schilders een grote invloed. In de DDR-periode werd het figuratief schilderen als een staatsopdracht gezien. De abstractie en het conceptuele uit het Westen bleven lang onbekend in de toenmalige DDR. Neo Rauch (1960) was de eerste beeldend kunstenaar die na de val van het DDR-regime voor een nieuwe schilderkunst in Leipzig zorgde en tevens internationale aandacht kreeg. Ook de eerder genoemde schilders Tübke, Mattheuer en Heisig kregen nieuwe mogelijkheden. Van deze drie schilders organiseerde Museum de Fundatie in 2017 een grote tentoonstelling.

Martin Kobe, 'ohne Titel', 2011, acryl op doek, 70 x 90 cm.

CRUX
Het woord CRUX vormt in deze expositie de verbinding tussen de vier exposanten. Het kruis, een X, strekt zich uit naar vier richtingen, die elkaar in het centrum van het X weer ontmoeten. Kobe, Volker, Seidel en Schade voelen zich in hun werk verbonden door hun betrokkenheid bij architectuur en gebouwen. Ook hun vakmanschap en figuratieve verbeeldingskracht verbindt hen. Daarom wordt deze nieuwe schildergeneratie uit Leipzig onder de naam Crux in Museum de Fundatie gepresenteerd.

Martin Kobe (Dresden, 1973) schildert met acryl op canvas en wordt geïnspireerd door architectuur, open ruimtes en interieurs. In zijn werk krijgen de bouwelementen van grote gebouwen een nieuwe betekenis. De vele perspectieflijnen en verdwijnpunten zorgen voor onverwachte visuele gezichtspunten en een indringende futuristische stadsbeleving. In zijn schilderverbeelding raken werkelijkheid en droom elkaar aan en ontstaan utopische stadsbeelden. In een groot schilderij uit 2011 (Zonder titel, 70 x 90 cm, acryl op doek) zie ik een zachtblauw geschilderd centrum met wegdraaiende fragmenten van gebouwen, die een transparante en organische dynamiek laat ontstaan. De vele verdwijnpunten versterken dit beeld en laten een onbereikbare utopische stad zien. Glas en staal zorgen toch voor een eigentijdse beeldtaal. Kobe roept met dit schilderij een geheel nieuw ruimtelijk perspectief op, maar laat ook een herkenbare verbinding zien met een eigentijdse architectuur. Zijn composities vertoeven echter op de grens van de realiteit en fictie en zorgen voor visuele verwarring. De schilderkunst van Kobe is zeer verfijnd van penseelstreek, met veel aandacht voor detaillering, beeldtaal en imaginaire kleurtonen. Op onverwachte momenten maakt hij met zijn verf echter avontuurlijke bewegingen en ontstaan verontrustende abstract geschilderde kleurvlakken op het canvas.

In de schilderijen van Mirjam Volker (Bann, 1977) worden kleine, bouwvallige hutten, soms in het bos of op het strand, overwoekerd door chaos en vernietiging. Deze hutten zijn opgebouwd uit afvalmateriaal en tonen een wankele en onveilige woonplaats. Lange lianen of wortels en takken van bomen slingeren om de restanten van uitgeleefde en verlaten 'woningen'. Haar schilderijen roepen een desolate sfeer op en geven weinig hoop voor leefbaarheid. Op een indringende manier wordt de kijker geconfronteerd met het einde van een stadsbestaan, het nergens meer kunnen wonen, zoals in het schilderij 'Bann' uit 2015, (acryl op doek, 180 x 220 cm). Hierop komen wortels uit de grond, die nog een laatste dynamiek van groei laten zien en vanuit een zwart open raam met takken en bladeren alsnog op zoek zijn naar ruimte en licht.
Mirjam Volker, 'Bann'

Witgroen geschilderde bladeren geven een suggestie van aantasting, te weinig licht en doodgaan. Donkere aarde vormt een laatste houvast voor een wankel gebouwde hut, die gefundeerd is op dunne verticale rietstroken. Op de rechterkant van het schilderij verzacht een lichtroze lucht de dramatiek aan de linkerkant van het doek. Mirjam Volker maakt ook monumentale tekeningen met houtskool (Kohle und Bindemittel) die voor indrukwekkende, bijna fotografische composities zorgen. Deze tekeningen zijn met een onwaarschijnlijke precisie gemaakt, maar kennen eenzelfde desolate atmosfeer als haar schilderijen. Bleekgrijze kleurtonen bieden weinig ruimte voor een andere toekomst. Haar schilderijen tonen een grote betrokkenheid en zorg voor mens en milieu.

Op de schilderdoeken van Robert Seidel (Grimma, 1983) ervaar ik een complexe maar een vlak geschilderde on-dynamische wereld, die met ei-tempera op het doek is gezet. Hij maakt zijn verf zelf, schetst niet vooraf en brengt de verf laag voor laag aan op het doek. Hierdoor ontstaat een vervreemdend effect en een zekere mate van afstand. In zijn schilderstreek ontbreekt de dynamiek van een plotselinge kleurbeweging, de rimpeling van een verfkleur, maar tegelijk zie ik heldere en ruimtelijke composities. Het schilderij 'Player, Triptychon' uit 2015-2017 is een monumentaal doek, geschilderd in drie delen en heeft een formaat van 190 x 740 cm. Het laat het aanzicht zien van een moderne hoogbouwstad, die is opgedeeld in losstaande bouwfragmenten, die weer zijn opgebouwd uit zeer kleine bouwstenen. Dit werk heeft een zeer organische en monumentale vorm gekregen. Zeer kleine menselijke figuren lopen en springen door gangen en straten. Talrijke stadssymbolen roepen eveneens een levendig stadsbeeld op. Op de achtergrond van het schilderij is een grote sterrenhemel te zien.

In andere schilderijen van Robert Seidel kunnen op onverwachte plaatsen auto's en motoren tevoorschijn komen, die een verbinding vormen met een eigentijdse wereld.

Het schilderij 'Forum Romanum' (2016) laat echter een beeld zien van een oude klassieke stad met lichtgrijze pilaren en restanten van ruïnes. Het is mooi vlak geschilderd en heeft een perspectief met veel diepte. Op de achtergrond van het doek heeft Robert Seidel een grote moderne stad geschilderd, waardoor een dubbelbeeld is ontstaan tussen verleden en heden.

 
Robert Seidel, 'Forum Romanum', 2016, eitempera op doek, 200 x 300 cm. Collection Kistlin, Berlin. Copyright Robert Seidel.

Titus Schade (Leipzig, 1984) werkt met olieverf en acrylverf op doek. De formaten van zijn schilderijen zijn wisselend. Op een speciale manier wordt de architectuur van geschilderde huizen, vaak met een vakwerkstructuur, door een scherp contrast tussen licht en donker weergegeven. Sommige schilderijen tonen een nachtelijke wereld waarin huizen met een voor- en zijkant aanwezig zijn, zoals 'Das Wolkenhaus' uit 2019, dat door helderwitte en lichtbruine kleuraccenten een zeer sterke compositie is geworden. Wit licht onder bomen en maanlicht versterken in een zwarte achtergrond de witte voor- en zijkant van het huis. Zeer donkergroen geschilderde bomen en de helderwitte maan geven het schilderij ook een romantische uitstraling. Op de voorgrond staan half afgesneden kleine, abstract geschilderde kleine struiken die vervreemdend werken. In het werk van Titus Schade zijn de composities vaak opgebouwd uit decors. Hierdoor ontstaat een imaginaire en surreële atmosfeer.

De vrijwel identiek geschilderde schilderijen 'Der Kiosk' (2012) en 'Der grosse Kiosk' (2018), die in de museumzaal naast elkaar hangen, zorgden bij mij voor een visuele confrontatie. Beide composities zijn namelijk op vrijwel dezelfde plaats in het donker geschilderd. Toch zijn er opmerkelijke kleine verschillen te zien. De perspectieflijn aan de voorzijde verloopt anders in het schilderij uit 2018. Deze is horizontaal langgerekter van vorm en heeft aan de zijkant van de kiosk meer diepte gekregen.

Ook de vormelementen van het vakwerk kregen sterkere accenten en laten de lichtcontrasten scherper uitkomen. Het naast elkaar presenteren van deze schilderijen nodigt veel bezoekers uit om de verschillen te ontdekken. Het zijn toch twee autonome schilderdoeken geworden. In het schilderij 'Die Landschaft' (2018) geven impulsief geschilderde donkere wolkenpartij een dreigend accent boven een laag geschilderd vredig landschap. Het is abstract geschilderde donkergrijze onrust geworden.
Titus Schade, 'Der grosse Kiosk', 2018

CRUX als kruispunt
Met deze bijzonder grote expositie geeft Museum de Fundatie ruimte aan een nieuwe generatie schilders. Het is een tentoonstelling geworden waarin de vier schilders een fraai en breed palet kunnen laten zien van hun verrassend nieuwe schilderkunst en tegelijk een verbinding realiseren met de tijd waarin zij leven. Het is niet verwonderlijk dat vanuit de historische kunststad Leipzig de schilderkunst nieuwe impulsen heeft gekregen, wat te ervaren is in het werk van Martin Kobe, Mirjam Volker, Robert Seidel en Titus Schade. Nu in CRUX als kruispunt.

Crux – Schilderijen van Martin Kobe, Mirjam Völker, Robert Seidel en Titus Schade, t/m 5 mei 2020, Museum de Fundatie, Blijmarkt 20, Zwolle. Website: www.museumdefundatie.nl.

De mooi verzorgde catalogus, met hoogwaardige fotografie van de geëxposeerde werken, bevat interessante inleidingen over de vier kunstenaars. Directeur Ralph Keunig van Museum de Fundatie heeft een introductie geschreven. Leonie Pfennig gaat dieper in op de geschiedenis van CRUX.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Van Eyck – Een optische revolutie

Denk je aan het Lam Gods, dan denk je bijna automatisch aan Gent. Dit jaar staat de stad bol van evenementen rondom 'De aanbidding van het Lam Gods', het kroonjuweel van Gent, dat Jan van Eyck in 1432 in deze stad voltooide.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

De stad Gent ademt van Eyck. 'Man met rode tulband' (naar alle waarschijnlijkheid een zelfportret van Jan) of 'Man met blauwe kaproen' kom je regelmatig tegen in de stad, in allerlei afmetingen, net als van Eycks vrouw Margaretha. Maar ook diverse fragmenten uit het Lam Gods, vooral de zingende of musicerende engelen. Het Lam Gods is een altaarstuk, iconisch in letterlijke en figuurlijke zin, niet in de laatste plaats door de bewogen geschiedenis die dit grote werk (open 350 x 470 cm) heeft doorgemaakt.

Sint Baafs
Het veelluik staat al eeuwenlang in de St. Baafs Kathedraal, zij het dan wel met diverse onderbrekingen. De opdracht voor dit werk werd naar verluidt aan Hubert van Eyck gegeven door Judocus (Joos) Vijd, een bemiddeld Gentenaar.

Het werk dat Hubert (1370-1426) zelf hieraan zou hebben besteed, is onduidelijk. De twintig panelen werden door zijn jongere broer Jan (1390-1441) en zijn atelier voltooid en in de Vijdkapel van de St. Baafs opgesteld, destijds St. Jans-kerk genaamd. Daar ving het werk het juiste licht, er was in die tijd immers alleen dag- of kaarslicht.

 
Jan en Hubert van Eyck, 'De Aanbidding van het Lam Gods', 1432, buitenluiken van het gesloten altaarstuk, olieverf op paneel, Sint-Baafskathedraal, Gent. © www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw.

Agnus Dei
Een klein citaat over het symbool Het Lam Gods. "(..)Het uit zijn hals bloedende lam is een symbool; het stelt Jezus voor die zijn leven offert om de mensheid van zijn zonden te verlossen. Net als bij de kruisiging van J.C. stromen allerlei lieden toe om het tafereel te aanschouwen. Het bloed van het lam ( =onschuld) vloeit in een wijnkelk en dit maakt duidelijk waar de wijn die tijdens kerkdiensten gedronken wordt, symbool voor staat." De term Lam Gods komt ook voor in de bijbel, Johannes 1:29 (Bron: statenvertaling.net).

OMG, van Eyck was hier
Toch staat het werk niet bij de honderd belangrijkste kunstwerken ter wereld, maar die lijst zal allicht met regelmaat wijzigen en over vijftig jaar staat het Lam Gods misschien wel in de top tien. Het werk is wel opgenomen in de Codart Canon, canon.codart.nl. Daarin bevindt zich ook een ander werk van Van Eyck, nl.: 'Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw' uit 1434. De kreet: 'OMG, Van Eyck was hier', die momenteel alom in Gent is te vinden, is geïnspireerd op van Eycks signering van dit werk nl.: 'Johannes de Eyck fuit hic' (Jan van Eyck was hier). In dit tafereel bevindt zich op de achtergrond een bolle spiegel, waarin de meester zichzelf heeft geschilderd.

De optische revolutie in het MSK
Wereldwijd zijn er slechts drieëntwintig werken van Jan van Eyck bewaard gebleven. Een gedeelte van die werken kan nooit worden uitgeleend, te kwetsbaar om te reizen. Het Museum voor de Schone Kunsten Gent (MSK) wijdt nu een bijzondere tentoonstelling aan Jan van Eyck. Dertien van de drieëntwintig werken zijn hier te zien, samen met werken uit zijn atelier, kopieën van verdwenen werken en meer dan honderd topstukken van tijdgenoten. Evengoed is de kern van de tentoonstelling een samenstelling van de acht panelen uit het veelluik, die hier afzonderlijk worden getoond. Dit is eenmalig en het is dus uniek dat de eeuwenoude panelen op ooghoogte zo dichtbij kunnen worden bekeken. Er zijn dertien museumzalen gevuld met schilderijen, tekeningen, grafiek, getijdenboeken, etc. Het geheel is thematisch opgebouwd, met onderwerpen als 'Zondeval en verlossing', 'De Ruimte' of 'Moeder en kind', gebaseerd op de afbeeldingen op de panelen van het veelluik.

Hofschilder
In de eerste zalen komt Van Eyck naar voren als kamerheer en hofschilder van de Bourgondische hertog Filips de Goede en als vooraanstaand burger van zowel Gent als Brugge.

Filips de Goede (1396-1467): ''We zullen nooit zijn gelijke vinden, zo uitmuntend in zijn kunst en wetenschap.'' (13 maart 1435)

Interessant om in deze tentoonstelling te bekijken zijn ook twee schilderijen van Pierre Francois de Noter (1779-1842), die het kerkinterieur van de St. Baafs tonen, waarin het altaarstuk ook als zodanig wordt gebruikt, dus in de oorspronkelijke Vijdkapel. In één ervan (ca.1840) laat De Noter Albrecht Dürer naar het werk kijken, een tijdgenoot en bewonderaar van Jan van Eyck.

Nu staat het werk in de Villakapel opgesteld, een wat treurige plek in een glazen kooi, maar het gaat in oktober 2020 verhuizen naar de Sacramentskapel. De kooi blijft, in verband met de klimaatregeling en de veiligheid.

Jan van Eyck, 'Portret van een man met blauwe kaproen', ca. 1428-1430, olieverf op paneel, 22 x 17 cm, Muzeul National Brukenthal, Sibiu (Roemenië).

Hoofddeksels en haardrachten
Favoriet zijn voor mij de portretten, met name de hoofddeksels van de mannen die zich lieten portretteren door van Eyck. Mode is niet alleen van deze tijd, ook in de late middeleeuwen of in het gotische tijdperk werden er 'statements' gemaakt met kleding, uit fijne en kostbare stoffen vervaardigd. Gewaden of tunieken afgewerkt met randjes van: OMG! Eekhoorn- of hermelijnpelsjes en daarbij frivole sieraden, gemaakt door vooraanstaande edelsmeden. Van Eyck portretteerde zijn vrouw Margareta, in 1439. De verhoudingen van onder andere hoofd/handen kloppen niet helemaal. Heur haar is volgens de mode in twee hoorntjes verdeeld, die zijn 'verpakt' in een soort netje, daarover een linnen doek. Ook mevrouw van Eyck draagt een robe, afgezet of gevoerd met eekhoornpels.

Sendelbinde
De man in 'Man met blauwe kaproen', een portret uit ca.1428, toont een ring, aangenomen wordt dat dit zijn verlovingsportret is. Het 'Portret van Jan de Leeuw' uit 1436, waarin de man met donkere kaproen ook een ring toont, betekent vermoedelijk dat zijn beroep edelsmid is. De kaproen was een hoofdbedekking voor mannen in het gotische tijdperk (1200 – 1480), een soort baret. De loshangende strook over de schouder werd sendelbinde genoemd (bron: 'Geschiedenis van het kostuum in kleur - Moussault').

Baudouin de Lannooy, zijn portret is uit 1435, was een hoveling van Filips de Goede en hij deed het eenvoudiger. Alleen het ophebben van een hoed is hier aan de orde, en daarbij bozig kijken. Het is een hoed van bont die ook Giovanni Arnolfini draagt in zijn portret. Misschien een rekwisiet uit van Eycks atelier...

Italiaanse tijdgenoten
Om Jan van Eycks optische revolutie in een breder perspectief te plaatsen, zijn zijn werken in de tentoonstelling samengebracht met bruiklenen van Italiaanse tijdgenoten als Fra Angelico, Paolo Uccello, Pisanello, Masaccio en Benozzo Gozzoli. In tegenstelling tot Van Eyck, die met olieverf schilderde, werkten de Italianen met ei-tempera. Terwijl Van Eyck zijn vernieuwingen met olieverf doorvoerde, experimenteerden de Italiaanse schilders op hun beurt met de ruimte en introduceerden het mathematische perspectief. Deze ontwikkelingen veroorzaakten revoluties in de schilderkunst aan beide zijden van de Alpen en hadden een grote impact.

 
Jan van Eyck, 'Portret van Jan de Leeuw', 1436, olieverf op paneel, 33 x 27,5 cm, Kunsthistorisches Museum Wenen, Gemäldegalerie.

Het is uniek dat de werken van de kunstenaars uit Noord en Zuid uit die periode hier naast elkaar tentoongesteld zijn.

Een video-installatie aan het begin van het parcours, is het enige multimedia-object in deze tentoonstelling en geeft een overzicht van de restauratie die het veelluik vanaf 2012 in dit museum heeft ondergaan. Overigens is alle informatie over de restauratie van het veelluik op deze pagina te vinden: http://closertovaneyck.kikirpa.be.

Van Eyck – Een optische revolutie, t/m 30 april 2020, Museum voor Schone Kunsten MSK, Fernand Scribedreef 1, Gent (B). Websites: www.vaneyck2020.be | sintbaafskathedraal.be | Filmpje met uitleg over het Lam Gods: www.youtube.com/LamGods.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

modderige tuin
krokusjes worstelen zich
naar de lente

in het borstje
van de vink
de dageraad

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Spiegel van de ziel

Tegen de oppervlakkigheid van het moderne leven en de zucht naar materiële welvaart, ging aan het eind van de 19de eeuw een grote groep schilders in verzet. De leden zochten hun onderwerpen in de intimiteit van de binnenwereld. Thema's als de besloten tuin, de stille stad, het stilleven, de vrouw als gelovige en zorgende moeder, de geesteswereld van de kunstenaar, godsdienst en kerkgang, domineerden hun doeken.

Door Peter van Dijk

De avant-garde van deze protestbeweging verenigde schilders als Willem Witsen, Jan Veth, Jan Toorop, Jakob van Looy, Eduard Karsen. Ze hadden nauwe banden met de literaire vernieuwingsbeweging van de Tachtigers en sommigen, zoals Jan Veth, schreven venijnige kunstkritieken in het blad 'De Nieuwe Gids'.

Deze generatie van schrijvers en beeldend kunstenaars presenteerde zich als bohémiens. Ze waren te vinden in kroegen en danstenten, dronken veel, vreeën met modellen of arbeidersvrouwen en gaven af op hun brave, burgerlijke voorgangers van de Haagse school. Non-conformisme was de essentie van deze levenshouding, die een halve eeuw eerder gepredikt werd door de aartsvader van de bohémiens, de Franse dichter Charles Baudelaire. Het ging deze kunstenaars om emotie, persoonlijkheid, gevoel, eigenheid. Hun sleutelwoord was 'stemming'. De schilder Maurits van der Valk schreef zijn kunstkritieken zelfs onder de pseudoniemen J.Stemming en I.N. Stemming. Deze stroming van de 'stemming' verschilde van het impressionisme, omdat zij meer wilde dan een visuele momentopname, zij probeerde ook een gemoedstoestand op te roepen of over te dragen.

De bohémiens waren mordicus tegen traditie en regels, zoals verkondigd door overjarige instituties als de Koninklijke Akademie.

 
Piet Mondriaan, 'Passiebloem', 1901-1908, aquarel, Kunstmuseum Den Haag.

Toch bewonderden de meesten van hen de schilders van de Haagse School, hun leermeesters, Anton Mauve, Jacob Maris en Jozef Israëls, om hun 'peinture', schilderkunstigheid. Je verzetten tegen je leermeester noemen we in het dagelijkse leven een generatieconflict. Maar in de kunsten leidt dat niet alleen tot boosheid en gescheld, maar ook tot artistieke vernieuwing.

Museum Singer Laren heeft bekende en minder bekende kunstenaars van deze generatie in een evenwichtige en thematisch geordende tentoonstelling bijeengebracht, onder de titel 'Spiegel van de ziel'. De blikvanger op de poster van de tentoonstelling is de aquarel 'Passiebloem' (1908) van Piet Mondriaan. Een jonge vrouw in een mouwloze witte jurk heeft de ogen gesloten en is in volle concentratie. Het hoofd lichtjes naar achteren, boven elke schouder is een passiebloem met een paars hart geschetst. Een beeld van rust en contemplatie. Mogelijk zit ze in een antroposofische meditatie of bereidt ze zich als concertpianiste voor op een optreden. Het Singer Museum zelf kent een licht spirituele sfeer, dankzij de bescheiden opzet, het gefilterde zachte plafondlicht en de rustgevende binnentuin. De nieuwe entree (uit 2017) heeft die bescheidenheid niet geschaad, hoogstens een wat chiquer cachet gegeven.

De 'Stille stad' en de 'Besloten tuin' zijn de thema's in de eerste zaal. In het schilderij 'Kromboomsloot' (1910) van Willem Witsen (1860-1923) overheerst stilte. Er gebeurt helemaal niets op dit Amsterdamse grachtje. Alleen een vage dame staat op de kade. De sfeer wordt bepaald door sneeuw op vensterbanken, op allerlei uitbouwtjes, daken en door de knusse Hollandse ruitjesramen in de gevels. Het schilderij deed me denken aan mijn studententijd, toen ik op de Oudezijds Kolk woonde, naast een sluisje. In die tijd waren er nog verstilde hoekjes en pleinen te vinden in het oudste deel van Amsterdam. Net als in de tijd van Willem Witsen lag er 's winters dikwijls sneeuw. Sneeuw dempt geluid en verhoogt het stilte-effect. Een stil grachtje wordt 'verstild' in de sneeuw. Na die tijd heb ik nooit meer een dergelijk sneeuw-stilleven in het echt in Amsterdam gezien, laat staan de stilte ervaren. Romantische sneeuwtafereeltjes met hun rustgevende stiltes zijn in Amsterdam geschiedenis geworden, gelukkig vastgelegd door schilders zoals Willem Witsen. In Witsen's 'De Oude Schans' (1900) is de verstilde sfeer nog sterker aanwezig, door opnieuw sneeuw en door de rimpelloze spiegeling in het grachtenwater. Witsen had op deze plek zijn eerste atelier.

Ondanks zijn voorliefde voor verstilling, voelde de Amsterdammer Witsen geen afkeer van het wonen in de stad. Hij woonde in Amsterdam, Parijs en Londen. Tot hij Betsy van Vloten ontmoette en haar in Haarlem bezocht.

Over de stad Haarlem bekende hij haar: 'Weet je wat 't is, née, - 'k wordt doodmoe - 'k vin alles zo leelijk en klein en burgerlijk - en vervelend, o vooral vervelend, om te schreeuwen; 't is alles zoo aardig en teekenachtig, nou ja, - (…) maar, m'n hemel - altijd die heldere huisjes en schoone straatjes en bovenal altijd diezelfde menschjes en alles zoo kleintjes, verbrokkeld - nooit groot en zuiver mooi - 't is niet om uit te houden'. (Jenny Reynaerts, Beheerste bewogenheid. Het leven van Willem Witsen. Bussum 2003, pag. 39-41.)

De rust die uit zijn schilderijen spreekt, zoals 'Kromboomssloot', is blijkbaar niet meer aan hemzelf besteed. Na zijn huwelijk ging hij met Betty in Ede wonen. Verder hangen er in deze zaal ter illustratie van het thema 'Stille stad', schilderijen met sombere huizen van Jan Veth en Eduard Karsen.

Willem Witsen, 'Pakhuizen aan een Amsterdamse gracht op Uilenburg', ca. 1910, olieverf op doek, Amsterdam Museum, bruikleen Rijksmuseum.

Behalve de 'Stille stad' wil deze zaal de ziel tonen door middel van schilderijen die geïnspireerd zijn door de besloten tuin. De besloten tuin kent een bijbelse oorsprong, in Hooglied 4:12: "Een afgesloten hof zijt gij, mijn zuster, mijn bruid, een afgesloten wel, een verzegelde bron..." Dankzij deze regels symboliseren in het christendom besloten tuinen allereerst de maagdelijkheid van Maria en vervolgens het maagdelijke leven, het leven in het paradijs, zonder lusten en lasten. Zonder zonden, het reine leven. De besloten tuin werd de kloostertuin, waar monniken in alle rust nuttige planten als kruiden en vruchten konden verbouwen en in de rustpauzes brevieren. Een tuin vereist onderhoud, anders vervalt hij tot wildernis. Orde floreert alleen door gestage arbeid en aandacht, seizoen in, seizoen uit. Middeleeuwers beschouwden de tuin als een door mensen gemaakt en onderhouden paradijs. Door de tuinarbeid werd de natuur beheerst en het eeuwige paradijs naar Gods voorbeeld herschapen en geëerd. Een tuin, zeker een ommuurde tuin, nodigt, haast vanzelfsprekend, uit tot meditatie.

De zaal wordt beheerst door een groot kleurrijk schilderij, 'Trio fleuri' (1885), in impressionistische stijl, van Jan Toorop. Eén van de vele stijlen die Toorop beoefend heeft. In een grote tuin zit op een tuinstoel Jan's aanstaande Ierse bruid Annie Hall, in een lichtgele zomerjurk. Een zus zit tegenover haar en kijkt haar aan vanonder een zwierige slappe hoed. Achter Annie staat de andere zus in een witte zomerjurk. Ze legt haar hand kalmerend op Annie's schouder, terwijl ze een bloem plukt. De achtergrond bestaat uit een overdaad aan prachtige fleurige bloemen, ergens op het landgoed Kenley van de familie Hall in Surrey. Het werk is geschilderd vóór Annie's huwelijk met Jan. Annie ziet er een beetje treurig uit. Wellicht omdat haar ouders in dat jaar nog veel moeite hadden met de partnerkeuze van hun dochter. Vermoedelijk troosten de zussen Annie en bespreken ze de weerstand van hun ouders. Een dergelijke scene kan met enige moeite geordend worden onder het thema 'Spiegel van de ziel'.

Meer in aanmerking komt 'De lentetuin, pastorietuin' (1885) van Vincent van Gogh, geschilderd in Nuenen, in zijn donkere periode. Op een langgerekt formaat herkennen we de beginnende lente in een paar rode struiken en in de lichte bladgroei van de bomen. Een vrouw in het zwart staat middenin de tuin en in haar verlengde zien we een kerk op de achtergrond. Een licht zonnetje valt over het land, het is windstil. Alle voorwaarden voor een spiritueel moment zijn aanwezig. Kerk, tuin, groei, de cyclus van de jaargetijden, lentelicht en rust alom.

'Twee meisjes onder een appelboom' (1905) van Ferdinand Hart Nibbrig is ronduit contemplatief. Niet door de voorstelling, maar door de pointillistische techniek, waardoor het licht intenser en zuiverder lijkt en het beeld een new-age-effect krijgt. De compositie is ideaal, een appelboom in het meetkundige midden, het bladerdak in een halve cirkel geknipt. Onder de boom geeft een oudere zus haar kleine zusje een appel. De kleuren zijn, zoals vaak bij Hart Nibbrig, helder. Onze associatie ging snel naar die ene beroemde appelboom, die tot de zondeval leidde. En ja, we beleefden een moment van reflectie.

Het is niet mijn bedoeling alle werken te behandelen. Slechts een paar, om de missie van de tentoonstelling te laten zien. Het thema van de volgende zaal is 'Stillevens'. Het stilleven is een oud en dankbaar onderwerp in de schilderkunst. Vanuit het christelijke perspectief werd er dikwijls een morele boodschap in verkondigd: beheers uw lusten, gedenk te sterven, ijdelheid is des duivels oorkussen. In onze eigen tijd gaat het eerder om het tonen van de schoonheid van het object, een vaas, potje, bloemen, een citroen, een boek, enz. In deze zaal vinden we de schitterende boeketten van Floris Verster van Wulverhorst (1861-1927). Hij had in het begin van zijn loopbaan een preoccupatie met verval en schilderijen als 'Donkere pioenen in een aardewerken pot' (1908) hebben een bijna tragische elegantie, door de diepe prachtige donkere rode bloemen. In 'Bloemen en bladeren' (1888) is het verval van de herfst geschilderd in een aantal tinten grijs, geel en groen. De bladeren zijn onderweg om dode bladeren te worden, maar leven nog door hun prachtige kleuren en het licht dat erop valt. Na deze periode gebruikte Verster vijf jaar lang, tot 1900, vooral waskrijt en pastel of potlood op papier en maakte hij Japans-achtige prenten, zoals 'Eucalyptus' (1896).

Een voorbeeld van een pure objectstudie is 'Les buveurs d'eau' (1984) van Piet Meiners (1857-1903), een te vroeg gestorven vriend van Willem Witsen. Meiners had een voorkeur voor gele okers, bruinige kleuren, grijs en blauw. De 'buveurs' zit vol reflecties, zoals een spiegel, waarin een waterkaraf weerspiegelt, maar waarin ook het achterhoofd van de schilder te zien is.

 
Jan Mankes, 'Moeder in interieur', 1912, olieverf op doek, particuliere collectie.

Op de karaf op tafel valt licht van buiten; een mes, een pijp en een glas reflecteren eveneens het buitenlicht. Door het raam zien we de matte buitenwereld, die bestaat uit dakpannen, kale bomen en verre huizen. Het is een uitgebalanceerde compositie, mede dankzij de ingetogen kleuren.

In de zaal 'Droombeelden' heb ik lang stil gestaan voor de 'Moeder voor haar linnenkast' (1895) van Theo Molkenboer. Moeder Molkenboer zit, geheel in het zwart gekleed, haar haar naar achteren in een knot getrokken, en profiel, op een houten stoel met armleuningen voor een geopende linnenkast. Zij breit iets.
Haar gezicht ziet er vermoeid uit. Geen wonder, ze heeft veertien kinderen op de wereld gezet en die krioelen dagelijks om haar heen. Op vier planken in de kast liggen, netjes gestapeld, grote en kleine handdoeken, theedoeken, washandjes, allemaal wit. Een ijzeren regelmaat heerst in de kast. Theo heeft op de bovenkant van de kast geschilderd: 'Beeltenis van mijn moeder in haar 47ste levensjaar'.

Ondanks de huiselijkheid van het beeld ben ik gefascineerd door dit schilderij. Enerzijds door de schoonheid van de regelmatige stapels witgoed, anderzijds door de herinnering aan mijn eigen moeder en andere moeders van vlak na de oorlog, die nooit stilzaten en zelfs tijdens het stilzitten toch iets met hun handen moesten doen. Breien tijdens het poseren. Sloven om het gezin te laten draaien. Zo associërend wordt dit schilderij een lofzang op alle vroegere moeders als steunpilaar van het gezin. Moeder Molkenboer was katholiek, een zus van kunstenaar Antoon Derkinderen. Haar zoon Theo verwierf enige faam als portretschilder van vooral katholieke personen. Later vertrok hij naar Amerika en werd daar zo gewaardeerd, dat hij in 1913 president William Howard Taft mocht schilderen.

Er zijn meer moeders in deze zaal. 'Moeder in interieur' van Jan Mankes. 'Madonna met kind in tuin', een krijttekening van de niet erg bekende Edzard Koning (1857-1903), die in Pont-Aven bij de Nabis heeft gezeten en de typische Gauguiniaanse afgelijnde kleurvakken gebruikt. En natuurlijk van Matthijs Maris een aantal vrouwelijke schimmen, die bij goed kijken een bruid, een droomster en het verdriet blijken voor te stellen. Tenslotte de jonge vrouw van de tentoonstellingsposter van Piet Mondriaan.

Aan het einde van deze eeuw zagen we ook een opleving van het christelijke geloof en andere spirituele bewegingen, zoals de Rozenkruisers, de theosofie, de Christian Scientists. Schilders wilden dat hun kunst een verheffende rol zou spelen en iets kon tonen van de niet-materiële wereld. Een zaal getiteld 'Spiritualiteit' is dus op zijn plaats voor deze groep kunstenaars. Thorn Prikker droeg zijn mystiek-religieuze opvatting uit in fijnzinnige en fraaie schilderingen, zoals 'De Bruid' (1893) en 'Kruisafneming' (1892). De Bruid is de bruid in een mystiek huwelijk met Christus. Thorn Prikker: "Ik werk aan een bruid, die rein voelt." Alles in dit schilderij is door vloeiende lijnen met elkaar verbonden: de bruid in grijs geschilderd, de grijs-violette lelies (symbool voor Maria), de witte passiebloemen (symbool voor de kruisiging) en de decoratieve elementen, zoals kruis, hoofdband, kaarsen, die soms in zacht geel, soms heel licht groen en wit zijn gekleurd. De sierlijke, Jugendstil-achtige stilering en de onwereldse kleuren helpen de kijker los te komen van de dagelijkse werkelijkheid. Thorn Prikker wilde vooral zijn eigen gemoed uitdrukken.

Gijs Bosch Reitz was als kind van vermogende ouders een wereldreiziger. Hij volgde zijn opleiding in Amsterdam, München en Parijs, bezocht New York en Japan en verbleef in een aantal kunstenaarskolonies. Hoewel hij van naam een christen was (hij heette officieel Sigisbert Chrétien), was hij veel meer een waarnemer dan een gelovige. Zijn monumentale 'Uitgang van de Oude St. Janskerk op de Brink te Laren' (1893) laat het kerkvolk in zwarte klederdracht na de dienst zien, tussen ongenaakbare kale boomstammen. Voor de kerk zien we vaag twee groepen pratende mannen, op de voorgrond vooral zwijgende alleen staande vrouwen met witte kapjes. Verstijfde figuren tussen verstijfde bomen, zonder enige interactie. Jan Toorop (1858-1928), die zich in 1910 tot het katholicisme bekeerde en naast zijn devote minnares, de kunstenares Miek Janssen (1890-1933), een enthousiaste gelovige werd, is in deze sector aanwezig met 'Liefde in wanhopige tijden' (1917). Een nogal persoonlijk werk, dat je niet kunt begrijpen, maar zo je wilt kunt ondergaan, zoals meer religieus werk uit zijn latere periode.

Interessant is dat deze tentoonstelling geen volledige catalogus heeft meegekregen. Beschikbaar is een prachtig rijk geïllustreerd boek, 'Spiegel van de werkelijkheid', van Jenny Reynaerts, de conservator 19de eeuw van het Rijksmuseum. Zij heeft deze tentoonstelling in het Singer gemaakt en in haar opus magnum is in het hoofdstuk 'Spiegel van de ziel' de helft van de werken uit deze tentoonstelling te vinden.

De tekst van het boek behandelt de Nederlandse schilderkunst in de negentiende eeuw en vervangt eindelijk het standaardwerk over deze tijd van Grada Marius uit 1903, 'De Hollandsche schilderkunst in de negentiende eeuw' (De Grote Marius).

Aan het eind van haar omvangrijke werk beschrijft Jenny Reynaerts een interessante observatie: "De Beurs van Berlage in Amsterdam wordt algemeen gezien als het eerste monument van het modernistische tijdperk in Nederland, maar is in feite een culminatie van onder de gemeenschapskunstenaars levende idealen van de jaren 90."

Theo Molkenboer, 'Moeder voor haar linnenkast', 1895, olieverf op doek, Drents Museum.

Toorop vervaardigde de tegeltableaus, Richard Roland Holst de schilderingen in het trappenhuis, de beeldhouwer Lambertus Zijl reliëfs en Antoon Derkinderen de glas-in-lood-ramen. De Beurs van Berlage, dat Amsterdamse symbool van het kapitalisme, is een 'gesamtkunstwerk' van kunstenaars die oorspronkelijk tegen het kapitalisme ageerden.  Hun motivatie om aan dit kunstwerk deel te nemen, moet dus gezocht worden, niet in hun afschuw van het kapitalisme, maar eerder in het ideaal van samenwerking, als een vorm van verzet tegen de overheersende rol van het egoïsme en materialisme in de samenleving.  In die zin is ook hun bijdrage aan de Beurs van Berlage een spiegel van hun ziel.

Spiegel van de ziel, t/m 10 mei 2020, Singer Laren, Oude Drift 1, Laren. Website: www.singerlaren.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Museum Mayer van den Bergh

Het herdenkingsjaar van Pieter Bruegel de Oude (1525/30-1569) is inmiddels ten einde, maar 'Dulle Griet', omstreeks 1563 geschilderd door de meester, blijft wel op 'haar' plaats in het museum Mayer van den Bergh in Antwerpen.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Voor een museumbezoek in Antwerpen wordt doorgaans op de eerste plaats gedacht aan het Rubenshuis, daarna wellicht het Museum Plantin-Moretus, dan is het MAS (Museum aan de Stroom) een optie, of het MuhkA(Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen). Het KMSKA (Koninklijke Museum voor de Schone Kunsten Antwerpen) is wegens verbouwing gesloten. Museum Mayer van den Bergh valt een beetje weg in de keuzes die er te maken zijn tussen de musea uit de Scheldestad, terwijl het toch in het historisch gedeelte ligt. Dit museum heeft de sfeer én de atmosfeer die een oud museum moet hebben. Het is wat donker en wat mysterieus, niet in de laatste plaats door de verzameling die zich erin bevindt.

De Dulle Griet
Dankzij de meesterverzamelaars Florent van Ertborn (1784-1840) en Fritz Mayer van den Bergh, zijn er veel 15e, 16e en 17e eeuwse werken van Vlaamse meesters te zien in Antwerpen. Mayer van den Bergh was een Bruegelkenner.

 
Jean Fouquet, 'Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen', (c)KMSKA, Lukas-Art in Flanders vzw. Foto Hugo Maertens.

Hij kocht al vanaf 1890 prenten van de meester, maar ook van diens zonen. Het moet persoonlijke belangstelling zijn geweest van de verzamelaar, of hij heeft het gewoon goed aangevoeld, want Bruegel werd in die periode niet hoog gewaardeerd. In 1894 werd de verzamelaar getipt door kunsthistoricus Max J. Friedländer. Het zou gaan om een paneel waarvan hij vermoedde dat het de verloren gewaande 'Dulle Griet' was, van Pieter Bruegel de Oudere. Dat Mayer van den Bergh een goede neus had, bleek wel. Hij schafte het werk via een tussenpersoon aan op een veiling in Keulen, waar het werd afgehamerd op minder dan 500 oude Belgische francs. Het tweede Bruegelschilderij kwam in 1899 in zijn collectie, 'Twaalf spreuken op houten borden', via een veiling in Parijs.

Mannin
De Dulle Griet herinner ik me enkel door de beeldverhalen van Suske en Wiske, die in de zestiger jaren als een dagelijkse stripfeuilleton werden gepubliceerd in de Leidse Courant. Geen idee destijds dat het om een figuur uit de schilderijen van Bruegel ging, ik dacht aan een stripfiguur uit Vandersteen's fantasie. Het woord 'dul' werd namelijk wel gebruikt in de trant van 'die is helemaal dul geworden', als het ging om iemand die buiten zinnen was geraakt van woede.

De Dulle Griet was echt lelijk uitgebeeld door Suske en Wiske-tekenaar Willy Vandersteen (1913-1990). Ze was wat gezet, met een dikke mopsneus en een kin die doorliep in de hals, maar had wel weer de outfit die Bruegel haar had gegeven in zijn schilderij, met borstplaat en een helmpje, alsook de lange wapperende haren. Evengoed, ook Bruegel heeft haar niet als een schoonheid neergezet, want bekijk de vrouw op het schilderij, waar zou hij de inspiratie hebben gevonden? De Dulle Griet ziet eruit als een mannin, een lange lijs, spichtig en het lijkt wel of zij een adamsappel heeft.

Pieter Bruegel de Oude, 'Dulle Griet', 1563, Museum Mayer van den Bergh Antwerpen, opname na restauratie. Foto: KIK IRPA Brussel.

Karel van Mander beschrijft het werk in zijn Schilder-Boeck uit 1604 als volgt:
''(...)een dulle Griet die een roof voor de Helle doet, die seer verbijstert siet, en vreemt op zijn schots toeghemaeckt is: ick acht dees en ander stucken oock in s'Keysers Hof zijn (…)'' (Bron: DBNL)
Daarmee bedoelde Van Mander dat het werk vermoedelijk in Praag terecht was gekomen, in de verzameling van de Habsburgse keizer Rudolf II. Wat daarna met het paneel is gebeurd, is onbekend. Naar verluidt is het in 1648 als oorlogsbuit in Zweden terecht gekomen en mogelijk, na tweeënhalve eeuw, op de al genoemde Keulse veiling.

Kenau
De brandende stad die de Dulle Griet in het tafereel verlaat, heeft alle details die wijzen naar Bruegel's inspirator Jeroen Bosch (1450-1516). Grappig en bizar tegelijk, met een veelheid aan fantasiedieren en andere zelfbedachte creaturen, je komt ogen tekort. Een groep vrouwen heeft zich op een plek verzameld en zijn daar ongenadig aan het 'huishouden', vechtend met stokken en vuisten tegen fantasiedieren, al graaiend en snaaiend. En wat er te halen valt, is onduidelijk, alleen de Dulle Griet, centraal geplaatst in het tableau, heeft de buit al in haar schort geknoopt en in een kookpan verzameld. Onder haar linkerarm houdt zij bovendien een soort schrijn geklemd en in haar rechterhand heeft ze een zwaard in de aanslag, terwijl links ook nog een dolk achteloos aan een touw langs haar rok slingert. Zo stiefelt zij snel weg, op haar dunne benen.

Het werk deed mij denken aan Kenau Hasselaer (1526-1588), maar volgens de overlevering vonden haar acties – als aanvoerster van een vrouwenleger tijdens het Beleg van Haarlem – rond 1573 plaats, dus dat kan geen inspiratie voor Bruegel zijn geweest, de kunstenaar was toen al overleden. Willy Vandersteen heeft overigens 'zijn' Dulle Griet weer wel een rol gegeven in zijn stripserie 'De Geuzen', samen met Alva. (Bron: Historische kranten Leiden en omstreken).

Religieus
Er is in Museum Mayer van den Bergh echter veel meer kunst te bewonderen, zo is tijdelijk een werk van Jean Fouquet (1420-1471) te zien, een paneel dat behoorde tot de collectie van Florent van Ertborn. Van Ertborn liet zijn verzameling na aan de stad Antwerpen, waar hij van 1817 tot 1828 burgemeester was, onder meer ter inspiratie voor kunstacademiestudenten. Nu behoren de werken tot de collectie van het KMSKA.

Een groot contrast met de bovenomschreven hellevrouw van Bruegel, is Fouquet's schilderij 'Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen'. Sereen en mystiek, zoals veel religieuze werken uit de 15e eeuw. Niet mijn favoriet, de moedermaagd en haar baby lijken celluloid poppen. Dit klinkt wat ontheiligend, celluloid bestond nog niet eens in de 15e eeuw, maar ze doen me toch echt aan dit materiaal denken.

Op de smetteloze mantel van de madonna zit haar volledig naakte babyzoon, die vermoedelijk zojuist gedronken heeft aan de borst, want die is nog ontbloot. En, een goddelijk kind huilt niet en laat geen plasjes etc. gaan, dat zou te aards zijn ... Het is voor te stellen dat dit besteed is aan de liefhebbers van religieuze kunst.

Voor wat betreft dat genre kan meer bekeken worden, eveneens uit van Ertborn's collectie is een paneel van Antonello da Messina (1420-1479), getiteld 'Calvarieberg'. Het stelt de executieplaats van Jezus Christus voor, die buiten Jeruzalem zou hebben gelegen. Volgens de geschiedschrijving waren er drie kruisen, maar in het paneel van Da Messina hangen de twee mede-geëxecuteerden ieder aan een boom, waarvan de kruin is afgezaagd en de takken afgeknot.

Antonello da Messina, 'Calvarieberg', 1475, © KMSKA – Lukas-Art in Flanders vzw. Foto: Hugo Maertens.

De kale bomen met hun lijken staan aan weerszijde van het kruis en het tafereel ziet er gruwelijk uit. Panoramisch is de achtergrond die de kunstenaar schilderde in deze terechtstelling, met een stad aan een meer (of is dat de Dode Zee?).

Museum Mayer van den Bergh, Lange Gasthuisstraat 19, 2000 Antwerpen (B). Website: www.museummayervandenbergh.be | filmpje: www.youtube.com/Dulle Griet in restauratie.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

winter sale
meer kleding op de grond
dan in de rekken

dichte mist
de straatlantarens doen
hun uiterste best

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; videostill: ©John Giskes. Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Ambacht als aanjager van vernieuwing

In 2021 wordt voor de negende maal de Bernardine de Neeve-prijs uitgereikt. Een stimulans voor glaskunstenaars die de grens opzoeken tussen kunst, ambacht en design.

Door Han de Kluijver

Glas is een geweldig magisch materiaal. Het kan transparant zijn, doorschijnend of ondoorzichtig. Het reflecteert, creëert licht en schaduw. Glas kan een essentieel onderdeel zijn van architectuur, beeldhouw-kunst, multimedia, installatiekunst of performancekunst. De nog altijd onvoorspelbare manier waarop glas zich gedraagt tijdens de uitvoering, is specifiek voor het medium. Kunstenaars voelen zich aangetrokken door het contrasterende gevoel dat glas kan oproepen. Glas biedt oneindig veel mogelijkheden om vorm, licht, textuur en ruimte te onderzoeken. Op conceptueel niveau kan glas een maatschappelijke boodschap overdragen, of heel persoonlijke gevoelens verbeelden.

De mogelijkheden van glas lijken schier eindeloos. Toch is de teneur in de huidige discussies over de toekomst van glaskunst vaak negatief: jonge kunstenaars zouden het ambacht niet meer leren, het aantal opleidings-mogelijkheden zou teruglopen, net als het aantal galeries en musea dat glaskunst tentoonstelt. Misschien is het tijd voor meer aandacht voor de Nederlandse glaskunst: we hebben immers een rijke traditie die ook nieuwe generaties kan inspireren.

Denk aan de recente restauratie van de Copier-ramen in het voormalige ABN AMRO-kantoor aan de Rotterdamse Coolsingel, nu het onderkomen van boekhandel Donner.

 
Het raam van Copier in het voormalige ABN AMRO-kantoor aan de Rotterdamse Coolsingel is niet één raam, maar bestaat uit vijf verticale ramen die aan de achterkant van het gebouw van de kelder tot aan de derde verdieping lopen. Aan weerszijden zijn ze dertien ruiten hoog, de drie middelste zijn elf ruiten hoog, en overal drie ruiten breed. Omdat de afbeeldingen op de ruiten in elkaar overlopen, komt het als één geheel over. Foto: Han de Kluijver, januari 2020.

De oplevering van het gerenoveerde gebouw, eind 2019, ging gepaard met een bescheiden Copier-tentoonstelling. Museum JAN (voorheen Jan van der Togt) in Amstelveen heeft een mooie verzameling glaskunst en trok vorig jaar een recordaantal bezoekers.

Noodzaak voor vernieuwing
De productie van glas en vooral het blazen ervan, is een relatief duur proces en sterk afhankelijk van schaarser wordend zand en van fossiele brandstoffen. Hoewel er kritische vragen zijn te stellen over de toekomst van het glas als een artistiek medium, blijven de optische kwaliteiten van glas uniek en glas is honderd procent recyclebaar. Dat zou goed nieuws moeten zijn.
Naarmate de 21e eeuw zich verder ontvouwt, is het van cruciaal belang om een nieuw publiek te verleiden, door progressie te tonen op een intellectueel en visueel overtuigende manier. Ook de discussie om het ambacht naar een nieuw niveau te tillen en het imago van vakmanschap te verrijken, vraagt om de producten te 'herdefiniëren'.

Hoe zou dat kunnen? De sleutel zou wel eens kunnen liggen bij het ambacht. Als het ambacht wordt beschouwd als een onderdeel van de culturele en creatieve industrie, wordt design een belangrijk element om het ambacht op te waarderen. Ook in de ambachtelijke sector is de vraag naar goed ontworpen ambachtelijke producten van fundamenteel belang om het behoud en de valorisatie (waardebepaling) ervan te garanderen.

In de ambachtelijke cultuur zal ook rekening moeten worden gehouden met de vraagzijde en er zal gezocht moeten worden naar een manier waarop de smaak van potentiële consumenten kan worden ontwikkeld. Een positief aspect is dat de belangstelling voor het ambacht een ideaal moment kan zijn om vooruitgang te boeken in het kader van duurzaamheid en bij het ontwikkelen van nieuwe productie- en consumptiemodellen, die gericht zijn op het verminderen van de verspilling en de ontwikkeling van een circulaire economie. Ambachtelijke produkten worden immers vaak naar de wens van de klant gemaakt, in tegenstelling tot massaprodukten die meestal wegwerpartikelen zijn. Ook kan er door deze kleinschaligheid meer rekening worden gehouden met specifiek (duurzaam) materiaalgebruik.

De prijs

De Bernardine de Neeveprijs* van de Vereniging van Vrienden van Modern Glas (VVMG) kan dan ook een uitstekende gelegenheid zijn om deze discussie te voeden en om te laten zien wat glaskunstenaars vandaag de dag inspireert en beweegt om met glas te werken. De kunstenaars worden daarom gevraagd werk in te sturen dat kan bijdragen aan de ontwikkeling van glas als artistiek expressiemedium, dat krachtig en nieuw is, en de grenzen opzoekt tussen kunst, ambacht en design. In het beste en meest interessante werk zal het concept perfect afgestemd zijn op de formele aspecten van het werk en de mogelijkheden van het medium.
Er zijn verschillende manieren om met glas te werken. Een belangrijke ontwikkeling is het gieten van grootschalig glas door Stanislav Libensky en Jaroslava Brychtova. Libinsky gallery, Zelezny Brod. Foto: Han de Kluijver, november 2015.

De prijs bevordert het medium glas binnen de beeldende kunst- en designwereld en kan in de discussie een belangrijke rol spelen. De prijs is voor de kunstenaars zelf een mogelijkheid om ideeën te testen die al een tijdje ontkiemen, of om een nieuwe lijn van conceptueel onderzoek verder uit te werken. De prijs brengt ontwerpers ook bij elkaar en geeft de ruimte om dialogen aan te gaan en netwerken uit te breiden. Daarnaast biedt het de genomineerden een validatie van hun werk, die zelfs de meest beroemde ontwerper waardeert.

Meedoen aan de Bernardine de Neeveprijs? Klik voor de procedure en alle overige informatie op deze link [PDF]

Meer informatie: www.modernglas.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

TEFAF 2020

Er heerste al een rustige sfeer tijdens de tiendaagse TEFAF-beurs in het MECC Maastricht, die van 7-11 maart 2020 werd gehouden. De beurs voor oude en nieuwe kunst, antiquiteiten, juwelen, design en daaromtrent. De oorzaak van deze plotselinge terugval is bekend; de Covid-19 virusdreiging leidde tot 20 tot 30 procent minder bezoekers en uiteindelijk tot voortijdige sluiting.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Evengoed zijn er objecten van eigenaar verwisseld tijdens deze wereldbekende beurs, ondanks de noodzakelijkerwijs verkorte duur. Deze 33e editie had ook weer een (bijna) adembenemende bloemenweelde meegekregen, verzorgd door bloemkunstenaars Ten Kate, met hun slogan 'Where flowers meet art'.

Hier en daar waren bezoekers druk doende met het maken van selfies bij de bloemarrangementen. Dit hoort inmiddels bij de museale ervaring die deze beurs biedt. Ook waren er rondleidingen met door TEFAF geautoriseerde dames en heren (kunsthistorici).

 
Foto: TEFAF

Het moment van binnenkomen is altijd weer verwachtingsvol. Wat is er dit jaar weer te koop op deze prestigieuze markt? Steeds zijn er weer verbluffende objecten te zien en heus niet alléén in de sectie moderne kunst. Zo'n aanbod (geballoteerd) ontstaat en zeker niet uitsluitend in de miljoenen € sfeer. Er werd overigens wel het een en ander aangeboden in die prijsklasse...

Hoogtepunten waren onder meer twee werken van Vincent van Gogh (1853-1890), die inmiddels een andere eigenaar hebben gevonden. Er zijn tenslotte particulieren, instituten en/of musea die er zoveel geld voor kunnen neerleggen. Van Gogh was een zeer productief kunstenaar en hier en daar duikt nog wel eens een werk van hem op.

In dezelfde galerie die een schilderij van van Gogh aanbood (en verkocht), was ook een schilderij te vinden van René Magritte (1898-1967), een min of meer surrealistisch portret van Jackie, zijn witte keeshond, een type hond dat Magritte en zijn vrouw Georgette graag hielden: www.simondickinson.com/le-civilisateur-june-1944. Het schilderij werd aangeboden met als gimmick de voer- of drinkbak van Jackie, die eronder op de vloer stond. Het is nog te koop voor € 2.750.000 miljoen. Niet te geef dus en dan nog exclusief bijkomende kosten, waarvan het percentage mij is ontschoten.

Zoveel lofwaardige en interessante werken te bekijken, bijvoorbeeld een Trompe-l'Oeil van een collage van gegraveerde portretten van Nederlandse en Vlaamse schilders: www.stephenongpin.com/18th-century-dutch-school-n-a. Wel een kwestie van geduld om uit te zoeken wie wie is, echter de koper krijgt er mogelijk een overzicht bij, want elke portret is genummerd in bruine inkt.

Intrigerend was het haarscherpe fotowerk van Thomas Struth bij Galleri K.: inktjetprint, getiteld: 'Alice, Cern, Saint Genis-Pouilly'. Dat nodigde uit tot nader 'onderzoek': www.youtube.com/Thomas.Struth.

Dit was een microgreep uit het immense aanbod, volgend jaar maart is er weer een TEFAF.

Meer informatie: www.tefaf.com.

Bekijk hier een filmpje over TEFAF Maastricht 2020 Early Access Day: www.youtube.com/TEFAF.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Afscheid van Panamarenko (1940-2019)

De Belgische beeldhouwer Panamarenko (Henri van Herwegen) is op 79-jarige leeftijd overleden. Hij kampte reeds enkele jaren met gezondheidsproblemen. Panamarenko geldt als een van de belangrijkste Belgische kunstenaars van de tweede helft van de vorige eeuw. Zijn constructies (assemblages) waren wonderlijke vervoermiddelen, waarbij de kunstenaar een voorliefde toonde voor vliegtuigen en de vliegende mens. Hij studeerde aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten in Antwerpen (1955-1960) en had reeds in 1963 de eerste solotentoonstelling. Vanaf 1970 ontstonden schaalmodellen van talrijke imaginaire voertuigen, zoals vliegtuigen, ballonnen en helikopters met hoogst originele verrassende vormen, die de droom van het vliegen door de mythologische figuur Icarus moesten verbeelden.

In de periode 1969-1971 bouwde Panamarenko de zeppelin 'The Aeromodeller' en in 1990 ontstond de eerste 'Archaeopterix' (een intelligente kip) naar het model van een prehistorische vogel. Panamarenko gaf veel publicaties uit van zijn werk. Voor het MuHKA maakte hij in 2014 het boek Universum. Eerder ontstonden bijvoorbeeld de uitgaven 'Struycken en Panamarenko' in 1981, 'De introduktie van een elektrisch vliegtuig' (1976) en 'Multiples-Panamarenko' van 1966-1994 en 2002. De duikboot 'Pahama Novaya Zemblaya' werd in 1996 gepresenteerd. In die tijd kreeg Panamarenko internationale bekendheid en werden solotentoonstellingen in onder meer Londen en Bazel (2000) en New York (2001) georganiseerd. In 2003 volgde realisatie van het beeld 'Pepto Bismo' in Antwerpen op het Sint-Jansplein.

Destijds gaf conservator en directeur Jan Hoet (1936-2014) in het Gentse SMAK-museum veel aandacht aan het werk van Panamarenko. De Antwerpse Luchtschipbouw werd in 2002 in Panamarenko's atelier in Borgerhout (Antwerpen) geopend.

Tijdens de opening van zijn overzichtsexpositie in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel in 2005 deelde Panamarenko het publiek mee dat hij zijn bestaan als actief kunstenaar zou beëindigen. Op 14 december 2019 overleed de kunstenaar in Breukel (Be) na een zeer groot actief kunstleven. Hij was als beeldend kunstenaar werkzaam tussen de jaren 1963 en 2005. (
Wim Adema)

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Op 21 januari 2020 hebben algemeen directeur Steven van Teeseling en artistiek directeur Bonaventure Soh Bejeng van Park Sonsbeek in Arnhem het nieuwe internationale team van co-curatoren en een selectie van deelnemende kunstenaars gepresenteerd van de twaalfde editie 'Force Times Distance, On Labour and Its Sonic Ecologies'; een kunstmanifestatie die van 5 juni tot en met 13 september as. gehouden wordt. Sonsbeek 20-24 wil hedendaagse opvattingen over macht, tijd en afstand tegen het licht houden, een dialoog op gang brengen over de geschiedenis van Sonsbeek en de context laten zien waarbinnen de eigentijdse kunsttentoonstellingen tussen 1949 en 2020 hebben plaatsgevonden. Aan de hand van de thema's arbeid en het 'sonische' (geluid) wil artistiek directeur Ndikung feit en fictie over Arnhem met verhalen wereldwijd verbinden. Deze nieuwe expositie in Park Sonsbeek zal duren van 5 juni t/m 13 september 2020. Meer informatie: www.sonsbeek.nl.

 

TextielMuseum Tilburg. Foto: Rob den Boer

In het TextielMuseum Tilburg zal de Nederlandse ontwerper Kiki van Eijk een expositie maken waarin de theatrale ervaring centraal staat. Zij is als ontwerper bekend om haar fantasierijke designs van grillige klokken tot wandkleden voor Google. Voor het Franse winkelimperium Hermès ontwierp zij poëtische winkeletalages. Samen met scenograaf Theun Mosk wordt een tentoonstelling ontworpen die meerdere zintuigen zal aanspreken: 'Gedachtenspinsels/Dutch Design door Kiki van Eijk'. Zij is reeds twintig jaar als ontwerper werkzaam en kent met Dutch Design internationale waardering. Vanwege dit jubileum heeft het Textielmuseum haar als ontwerper en Theun Mosk gevraagd om voor het publiek een speelse, creatieve tentoonstelling te maken. Met een kijkdoos wil zij haar designs laten zien en zal met camera's worden ingezoomd op schetsen van haar werk. Als bezoeker ziet men niet alleen de kijkdoos, maar is men tevens getuige van doen en horen. De expositie zal een rijke diversiteit laten zien van designproducten, kleurrijke wandkleden, luxe textielobjecten, meubels, klokken en lampen. Deze tentoonstelling van Kiki van Eijk wordt gehouden van 29 mei tot en met 1 november 2020. Meer informatie: www.textielmuseum.nl.

In het Amsterdamse hoofdkantoor van Manifesta zijn werken te zien die op eerder gehouden edities van Manifesta tentoongesteld werden. De laatste editie van Manifesta vond plaats in de Italiaanse stad Palermo in 2018. Dit non-profit festival is in 1996 ontstaan als een kunstenaarsreactie op de val van de muur en de gevolgen hiervan voor Europa. Bij elke tweejaarlijkse editie is de organisatie gericht op een samenwerking met de betreffende festivalstad en haar inwoners. Men noemt zich een 'Europese nomadische biënnale'. Na Palermo in 2018 volgt dit jaar een presentatie in de Franse stad Marseille. De uitgenodigde kunstenaars maken een kunstwerk dat past bij deze plaats. De deelnemende kunstenaars van eerdere edities hebben nu voor de Amsterdamse editie 'Manifesta Revisited' opnieuw hun werk beschikbaar gesteld. Er zijn aquarellen aanwezig van Marlene Dumas, portretten van onder meer James Baldwin, Alan Turing en Sergei Eisenstein, een videowandeling van Erik van Lieshout (door de kelder van de Hermitage), kleurrijke fotowerken van het Amerikaanse collectief Fallen Fruit en een videofilm van Francis Alys. Deze kunstwerken zijn nog tot en met 22 mei as. in het hoofdkantoor van Manifesta te zien. (Adres: Herengracht 474, Amsterdam) De toegang is gratis. (Bron: Trouw, De Verdieping, 28.11.2019, auteur: Joke de Wolf). Meer informatie: www.manifesta.org.

In het Cobra Museum (Amstelveen) is het project 'Sigmar Polke vs Blaudzun: muziek van onbekende herkomst' gestart. Het laat zien hoe moderne beeldende kunst, in de traditie van de Cobra beweging, een nieuwe dynamiek kan krijgen door een koppeling te maken met eigentijdse muziek. Blaudzun koos negen kunstwerken die hij voorzag van een experimentele muzikale soundtrack. Samen met de negen individuele schilderijen vormen de negen soundtracks een 'score' waardoor een 'totaalkunstwerk' te bekijken en te beluisteren is. In Nederlandse, Duitse en Amerikaanse (USA) studio's zijn de soundtracks opgenomen die nu in het Cobra Museum via een speciale 3D audio-opstelling te beluisteren is. (11.1 surround). De mix voor deze opstelling maakte Blaudzun met de Gramma-genomineerde Ronald Prent in de Valhalla Studio's, New York. Deze muzikale presentatie is nog tot en met 5 april as. in het Cobra Museum, Amstelveen te bezoeken. Meer informatie: www.cobra-museum.nl.

Van midden juni tot eind september 2020 vindt de tweede editie van de IJsselbiënnale plaats. Het is een kunstevenement van internationale allure. Zesentwintig beeldend kunstenaars uit het binnen- en buitenland zorgen met 'tijdelijke' kunstwerken voor een nieuwe en inspirerende kunstroute tussen Doesburg en Kampen. Dit jaar is het thema: 'Tij, Tijd en Tijdelijkheid'. Er komen bijdragen van onder meer Benjamin Bergmann: 'Me We', de Space Cowboys: In God We Trust', en van Boerstra Engineering: 'Research Vessels' (Arjen Boerstra). De kunstwerken gaan een verbinding vormen met het mooie IJssellandschap, waarin historische Hanzesteden, slingerende dijken, oude steenfabrieken en statige landgoederen een verhaal vertellen over de rivier de IJssel en haar landschap. Rondom deze grote buitententoonstelling is tevens een programma met veel culturele activiteiten te bezoeken. Meer informatie: www.ijsselbiennale.nl.

Voor het beeldende werk van Antonietta Peeters (1967) is een zuiver kijken belangrijk. Het gestikte linnen dat zij gebruikt laat direct de ruimtelijke vormgeving van compositie en materiaal zien. Voorbeeld: in de structuur van een kleine vierkant van 24 x 24 cm vormen vouwen en schaduwen van het materiaal mede vorm en inhoud van de geschilderde compositie. Door het gebruik van witte acrylverf wordt de compositie nog meer verstild. Als kijkervaring is het vergelijkbaar met het werk van Ad Dekkers. Hij was ook een kunstenaar die op het canvas minimale ingrepen verrichtte en verstilling in zijn composities opriep. Rudi Fuchs heeft recent in zijn column Kijken van de Groene Amsterdammer (14.11.2019) uitgebreid aandacht gegeven aan het kunstenaarschap van Antonietta Peeters. Hij schrijft: 'Het licht glijdt over de oneffenheden in het oppervlak. Het wit wordt er gestreeld. Dat ding was om te beginnen gewoon een mooi kleinood. Het is een fragiele verbeelding die niets figuratiefs voorstelt. De voorstelling is een geheim'. Het werk van Antonietta Peeters is aanwezig in galerie Andriesse-Eyck, Amsterdam. Meer informatie: www.andriesse-eyck.com.

De beeldend kunstenaar Jan Eric Visser (1962) maakt sedert dertig jaar kunstwerken uit gebruikte materialen, zoals plastic, kranten en folders, kapotte pennen, een oude thermoskan, pulp, vermalen papier en vuilniszakken. Met zijn werk vraagt hij extra aandacht voor het milieu. Hij wil een ecologische footprint laten zien en beschouwt zijn werk als een stil protest tegen de consumptiemaatschappij. De sculpturen zijn op verschillende manieren te bekijken. Haar vormen en het materiaal doen denken aan steen, brons en keramiek. 'Mijn afval is mijn goud zegt Visser. De boodschappen komen via de voordeur naar binnen en de verpakkingen gaan als kunst weer naar buiten'. De vorm van afval inspireert hem: 'Form Follows Function'. Hiermee laat hij zien dat het principe van een bouwwerk of product voortvloeit uit de functie. Bezoekers van zijn expositie kunnen de kunstwerken aanraken. Jan Eric Visser noemt die mogelijkheid een 'Touchstone'. De bezoeker kan voelen hoe kunst aanvoelt en ook klinkt. Hij voelt zich verwant met de Franse kunstenaar Arman en zijn Poubelle-serie. (poubelle: vuilnisbak). Deze tentoonstelling In het Stedelijk Museum Schiedam is nog tot en met 22 maart as. te zien. Meer informatie: www.stedelijkmuseumschiedam.nl.

In de vernieuwde Abdijkerk van het Drents Museum Assen zijn schilderijen van de Duitse schilder David Schnell (1971) te zien. Hij is een van de belangrijkste Duitse hedendaagse kunstenaars en behoort tot de Neue Leipziger Schule. Met de tentoonstelling 'Saison' worden vijftien monumentale schilderijen van Schnell gepresenteerd. Het is zeer kleurrijk werk met bijzondere perspectieven die balanceren op de grens van werkelijkheid en abstractie. Het zijn zeer grote, gefragmenteerde schilderijen die vanuit een éénpuntsperspectief geschilderd zijn en een peilloze diepte en heldere kleuren kunnen bevatten. Resten van landschappen zijn aanwezig tussen abstracte fragmenten. De menselijke figuur is in zijn werk niet belangrijk en is af en toe aanwezig bij een verdwijnpunt. David Schnell woont en werkt in Leipzig en studeerde aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst. De expositie van David Schnell is nog tot en met 3 mei as. te zien. Meer informatie: www.drentsmuseum.nl.

Bij de uitgeverij Van Halewyck is een boek van Rachel Ignotofsky verschenen over 'Meisjes en kunst: De 50 meest vernieuwende vrouwelijke kunstenaars wereldwijd'. De oorspronkelijke titel van het boek luidde: 'Women in Art'. Rachel Ignotofsky, Amerikaans schrijfster en illustrator, schreef dit boek voor jongeren vanaf 12 jaar en wilde hen hiermee de schoonheid van beeldende kunst laten zien maar ook vertellen dat kunst niet alleen met schoonheid te maken heeft maar ook macht kan bezitten. De schrijfster laat zien dat vrouwen ook buitengesloten konden worden en in de kunstwereld vaak als minder belangrijk gezien werden. Dat was reeds in de prehistorische tijd het geval. De beroemde prehistorische grottekeningen werden altijd toegeschreven aan mannen, maar uit onderzoek blijkt nu dat driekwart van de handafdrukken door vrouwen gemaakt zijn. Dit boek laat wereldwijd de geschiedenis zien van vrouwelijke kunstenaars die in de beeldende kunst, literatuur, architectuur en muziek belangrijk zijn geweest. Door het bespreken van een groot aantal biografieën is een enthousiast en stimulerend boek ontstaan. Rachel Ignotosky wil met haar boek jongeren, en vooral meisjes, enthousiast maken voor kunst. Meer informatie: www.rachelignotofskydesign.com.

 

Scheepvaartmuseum Amsterdam. Foto: Rob den Boer

In het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is tot en met 10 mei as, de tentoonstelling 'Rijzend Water' van de fotojournalist en filmmaker Kadir van Lohuizen aanwezig. Deze expositie is een wake-up call en belicht de wereldwijde en onomkeerbare gevolgen van de stijgende zeespiegel. Van Lohuizen reisde naar Groenland, Miami, New York, de Marshall Islands, Fiji, Jakarta, Bangladesh, Papua Nieuw Guinea, Panama en het Verenigd Koninkrijk om de impact van de waterstijging te onderzoeken en in beeld te brengen. Ook maakte hij foto's in Nederland en sprak zowel met beleidsmakers als de bevolking om de verschillende perspectieven van een klimaatcrisis te belichten. Met foto's en films worden in deze tentoonstelling ontluisterende beelden en statistieken zichtbaar gemaakt en wordt een confronterend beeld van een nabije toekomst getoond. Meer informatie: www.hetscheepvaartmuseum.nl.

In de nieuwe centrale bibliotheek van Utrecht, te vestigen in het voormalige monumentale postkantoor, zal ook veel ruimte voor kunst beschikbaar komen. Binnen de 9.500 vierkante meter krijgt de actuele beeldende kunst een belangrijke plaats. Er is ruimte voor tijdelijke exposities en speciale ontwerpen van vijf Utrechtse kunstenaars. Dezej gaan permanent een onderdeel vormen van het complex. Maarten Baas, een van de kunstenaars, zal aanwezig zijn met 'levende klokken', terwijl Jan Willem Deiman hangende sculpturen bedacht die geïnspireerd zijn door het Fenicisch alfabet. Op de jeugdafdeling zal Frank Halmans een boekenkast maken in de vorm van een huis, bijna 4,5 meter hoog. Het 38-duizend jaar oude beeld van de 'leeuwmens', dat in Duitsland gevonden is, vormt de inspiratie voor Daan Spaans. Hij maakt een installatie, foto's, 3D-sculpturen en textiel. Jop Vissers Vorstenbosch ontwierp een groot 3-dimensionaal glas-in-loodwerk (5 x 5 meter).
Meer informatie: www.bibliotheekutrecht.nl.

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

Na de renovatie van het Glasmuseum Lette in Coesfeld (Duitsland) is nog t/m 13 april 2020 de eerste tentoonstelling 'Neuerwerungen/New acquisitions 2019' van 2020 te bewonderen. Het gaat om aankopen van objecten van Heikko Schulze Höing, Iris Haschek, Nina Casson McGarva, Allister Malcolm, Han de Kluijver en Masayo Odahashi, die in 2019 door het museum zijn gedaan. Deze en andere fascinerende nieuwe werken worden gepresenteerd in deze eerste tentoonstelling van 2020. Bereid je voor op een aantal verrassende ontdekkingen! Meer informatie: www.glasmuseum-lette.de. (HdK).

De Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam viert dit jaar haar 150-jarig bestaan. Het gehele jaar door wordt de geschiedenis van dit instituut belicht in diverse events, die onderdeel zijn van het jubileumprogramma 'Activating Pasts, Practising Futures'. Hierbij wordt ook gekeken naar wat relevant is voor de kunstenaarspraktijk van vandaag. De 150ste verjaardag zal worden aangegrepen om in samenwerking met kunstenaars en andere partners nieuwe projecten te starten. Zo kan de Rijksacademie zich klaarmaken voor de volgende 150 jaar. Meer informatie: 150y.rijksakademie.nl. (RdB)

Terug naar boven

Inhoud