Mrt. - mei 2020, 15e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Beauty is a line

Het Rijksmuseum Twenthe in Enschede is niet om de hoek, maar ik werd verleid tot een bezoek vanwege het motto van de tentoonstelling 'Beauty is a line' en door het feit dat twee musea uit twee buurlanden samenwerkten aan deze tentoonstelling.

Door Peter van Dijk

Om met het laatste te beginnen: voor de onoplettende westerling is deze samenwerking misschien bijzonder, voor de plaatselijke bevolking begint zij gewoon te worden. Al sinds 1958 bestaat er een Euregio, die allerlei vormen van samenwerking tussen de twee grensregio’s wil bevorderen. In deze Euregio werken 129 steden, gemeenten, Kreisen samen, dat zijn in totaal 3,4 miljoen burgers, grofweg tweederde Duitsers en een derde Nederlanders.

Aanvankelijk werd er vooral werk gemaakt van een gemeenschappelijke flexibele arbeidsmarkt, maar sinds 1985 wordt ook op kleinere schaal allerlei culturele en toeristische samenwerking aangezwengeld.
Enschede en Münster zijn actieve voortrekkers. In 2017 tekenden de burgemeesters een 'letter of intent' voor samenwerking op bestuurlijk, wetenschappelijk, maatschappelijk en economisch terrein. Zo is er nu afvalverwerking voor twaalf gemeenten uit beide landen. De universiteiten van Enschede (10.000 studenten) en Münster (de vijfde grootste in Duitsland met 45.000 studenten) werken samen in onder meer batterij-onderzoek, het verlenen van beurzen en het mogelijk maken van dubbele aanstellingen. De VVV’s hebben een gemeenschappelijk fietspadennetwerk opgezet.

Ook op cultuurgebied gebeurt er steeds meer. Er is een museumwegwijzer verkrijgbaar voor 64 culturele uitstapjes in de grensstreek. Sinds 2017 wordt ieder jaar een cultureel thema gekozen, dit jaar is dat 'Paradijzen, waar en hoe willen we leven?' En Rijksmuseum Twenthe werkt zo nu en dan samen met het Kunstmuseum Pablo Picasso in Münster.

Wat verlopen
Het zwaartepunt van de huidige tentoonstelling, met tientallen werken van Picasso en Matisse uit de collectie van Münster, ligt in het Rijksmuseum Twenthe, terwijl het museum in Münster zich heeft ontfermd over abstracte reeksen van Cy Twombly en de minimal art van onder meer Soll LeWitt en Gerhard Richter. Dat is jammer, want het Rijksmuseum Twenthe oogt wat verlopen en heeft door de kleurkeuze van de wanden de tentoongestelde kunst geen dienst bewezen. Vuilgrijs en lelijk donkerblauw als achtergrond voor vrolijke Kirchners, subtiele litho’s van Matisse en etsen van Picasso. Een zwaar gedempte verlichting, vermoedelijk nodig voor het behoud van de kunstwerken, versterkt de treurigheid van de inrichting. Het geld was op, of de conservatoren hebben weinig gevoel voor een rustgevende inrichting? Het museum in Münster daarentegen ademt lichtheid en verzorgdheid; alom roomwitte wanden, subtiele verlichting en kwaliteitsmaterialen. Het zou kunnen dat de Duitsers in de Euregio meer geld over hebben voor hun musea dan de Nederlanders.

William Hogarth
De lijn is een fascinerend onderdeel van de beeldende kunst. Iedereen kent de eerste primitieve lijnen uit grottekeningen, maar ook de denkbeeldige lijnen die de overgang tussen kleurvlakken markeren. Een simpele lijn kan al een gracieuze danspas verbeelden. Meerdere lijnen kunnen perspectief oproepen. William Hogarth, een Britse graveur en schilder (1697-1764), is de auteur van de zin 'Beauty is a line', het motto van deze tentoonstelling.

Hogarth was een succesvol (portret)schilder. In 1757 benoemde de koning George II hem tot hofschilder, hoewel Hogarth zich mateloos ergerde aan de laffe modieuze smaak van de zogenaamde rijke kunstkenners in zijn tijd. Hij wilde hen wel eens uitleggen wat schoonheid werkelijk inhield en schreef in 1753 zijn bekend geworden boek 'The analysis of beauty' (1753). Hierin liet hij zien dat niet alleen dansende herderinnetjes mooi zijn, maar ook lijnen. Hij gaf als voorbeeld een serpentinelijn. Deze serpentinelijn is alleen al door haar vorm, van een kurkentrekker, een zelfstandige beauty, volop in beweging, levendig en esthetisch volmaakt.

De klassieke mythologie zegt dat een lijn zelfs het begin van alle beeldende kunst was. De creatieve dochter van een Corinthische pottenbakker, Dibutades, zag bij het afscheid van haar geliefde hoe een kaars zijn schaduw op een muur wierp. Zij trok snel ter herinnering zijn contour met een stift na, om die vervolgens met zwart op te vullen. Haar vader maakte de wandtekening in klei na en zorgde voor kunst in drie dimensies. Dit Griekse verhaal is door Romeinse auteurs overgenomen en bleef daarna lang populair. Tot Wolfgang Goethe in de 18de eeuw de geloofwaardigheid in twijfel trok. De populariteit van Dibutades als eerste kunstenares laat zien hoe aansprekend deze mythe over het ontstaan van kunst was. Zo is het natuurlijk vaak gegaan, een simpele lijn werd gekrast in steen, gebakken in potten of met een vinger werd primitieve verf aangebracht, zoals op de wanden van de grotten van Lascaux.

Abstractie
Een goed getekende lijn impliceert vaak een abstractie van de werkelijkheid en suggereert door zijn doeltreffendheid een nog niet gekende essentie, een diepere betekenis. Kijk maar eens naar het portret door Pablo Picasso van de Franse romancier Honoré de Balzac, op de tentoonstelling in Enschede te zien. Een paar lijnen, twee priemende ogen en de maestro heeft de zware kop van Balzac met de karakteristieke snor met ogenschijnlijk gemak en minimale middelen getekend. Het wezen van Balzac perfect getroffen in hooguit tien penlijnen.

Tot 1717 heerste er binnen de kunstacademies (in Italië en Frankrijk), die vanwege hun netwerken belangrijk waren voor opdrachten van overheid en kerk, een intens conflict wat belangrijker was: de lijn of de kleur? Schilders die veel met lijnen werkten, waren vindingrijk in hun composities, technisch bekwaam, ze werden vaak als intellectuelen gezien (Rafaël bijv.). Kleur gebruikten zij als decoratie. Schilders die kleur voorop stelden, werden beschouwd als realisten, overschilders van de natuur, nabootsers. Dit conflict werd in de 17de eeuw bekend als de strijd tussen de Poussinisten, genoemd naar de wat koele klassieke Franse schilder Nicolas Poussin en de Rubenisten, de liefhebbers van kleur, genoemd naar de warmbloedige temperamentvolle Vlaamse schilder Peter Paul Rubens.

In onze ogen is dit een onzinnige discussie, gewend als we zijn aan beide aanpakken, maar in die tijd, de 16de en 17de eeuw, ging het wel over iets belangrijks. Academies waren een soort Vaticaan, de hoogste artistieke autoriteit, die de kunststijlen dicteerden, met geboden en verboden en een hiërarchie van genres. Het hoogste was de historische voorstelling, religieus of wereldlijk. Stillevens, landschappen, portretten werden als van een lagere orde beschouwd. Tot 1717 dus, want in dat jaar werd Jean-Antoine Watteau met het kleurige schilderij 'De inscheping voor Cythera', een gezicht op een rij wachtende mensen in een bosrijk decor, tot de Franse Academie toegelaten. Een overwinning voor de coloristen.

Slaolie kunst
Het is aardig om met deze kennis naar de tentoonstelling 'Beauty is a line' te kijken. Bij fel kleurrijk werk van Ernst Ludwig Kirchner en Jan Sluijters vraag je je af: hoezo lijnschilders? Hun lijnen verdwijnen geregeld in het overdadige kleurgebruik. Bijvoorbeeld Sluijters 'Opkomende bui bij Heeze' zou ik kwalificeren als het werk van een colorist. In 'Stilleven met plastieken' van Kirchner zijn de lijnen, contourlijnen, er vooral als afbakening van lichamen, wel weer prominent.

Sierlijnen zijn qualitate qua lijnen. Kijk naar het beroemde affiche van 'Delftsche slaolie' (1894) van Jan Toorop, met de golvende haren van de slaolie schenkende vrouw, de lijn is zelf kunst geworden. Dat geldt ook overduidelijk voor 'Arabesk' (1943) van Piet Ouborg. De lijn is zo wezenlijk in deze kunststroming dat het genre een eigen naam gekregen: in de volksmond 'sla-olie'- of 'vermicelli'-stijl, in de kunstgeschiedenis jugendstil of fin de siècle.

De meesters van de superieure lijn, tenminste op deze tentoonstelling, zijn Pablo Picasso en Henri Matisse. Zij behandelden lijnen steeds vrijer en speelser dan hun voorgangers. Bij Matisse bijvoorbeeld, hoefden monden geen hoeken te hebben, ze wapperen als het ware het gezicht in. Een zwaan krijgt door een paar lijnen in de vleugels en de diepe kromming van de hals een bozige en dreigende houding.
Het lijkt zo simpel getekend. De lijnen worden het kenmerk van de speelsheid van de artiest. De werkelijkheid is niet meer zaligmakend, maar de innerlijke individuele verbeelding van een object wordt het kunstwerk. De realiteit is vervangen door de gevoelde of bedachte realiteit. Picasso schetst met een enkele zwierige lijn vogels, vrouwen, een stier, bloemen. Zijn keramische productie laat schitterende voorbeelden zien van zijn vermogen om met een enkele lijn een specifiek beeld op te roepen.

Stieren van Picasso
Op deze tentoonstelling wordt de bekende serie litho’s van stieren van Picasso uit 1945 getoond. Lithografie is een druktechniek die heel geschikt is om de helderheid van lijnen weer te geven. Picasso was een Spanjaard uit Malaga en hij was als jongetje al gegrepen door het stierengevecht. Zijn eerste tekeningen waren van stieren. Hij heeft zelfs een boek gemaakt samen met de ooit beroemde stierenvechter Luis Miguel Dominguin, 'Toros y torreros' (1961), en tekende illustraties voor het boek 'De kunst van het stierenvechten' (auteur: Jose Delgado). Vele malen tekende en schilderde Picasso een stier. Er bestaat een prachtige foto uit 1948 van hem op het strand van zijn woonplaats Vallauris met een stierenmasker op zijn hoofd.

Een bekende uitspraak van Picasso luidt: 'El toro soy yo' (De stier, dat ben ik). Voor de Spanjaard Picasso was de stier ongetwijfeld een symbool van mannelijkheid. Deze serie is een mooi voorbeeld van het creatieve proces van een groots en speels kunstenaar. De eerste stierlitho toont een zeer realistisch exemplaar, zwaar en stevig op zijn poten, de staart zwaait naar voren als teken van dynamiek. In de volgende tien litho’s versimpelde Picasso de voorstelling steeds verder, zoals hij zelf schreef, hij schrapte het overbodige en naderde steeds meer de essentie, de onverzettelijkheid van dit beest, de beheerste kracht.

In de laatste twee litho’s, -we zien steeds minder lijnen-, wordt de kop van de stier steeds ieler en in de allerlaatste schuilt de kracht van het beest alleen nog in de lange gebolde ruglijn. De krachtpatser is bijna abstracte kunst geworden. Alleen een paar lijnen zijn over. Vol schoonheid.

Beauty is a line, t/m 24 mei 2020, Rijksmuseum Twenthe, Lasondersingel 129 - 131, Enschede & Kunstmuseum Pablo Picasso Münster (Dld.). Websites: www.rijksmuseumtwenthe.nl | www.kunstmuseum-picasso-muenster.de.

Peter van Dijk is journalist.