Juli - sept. 2020, 15e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

George Stubbs
De Man, het Paard, de Obsessie

In samenwerking met de MK Gallery in Milton Keynes (VK), heeft het Mauritshuis een primeur: een expositie van een selectie werken uit het oeuvre van de Britse paarden-'portrettist' George Stubbs.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

(Paarden)schilderijen van George Stubbs (1724-1806) zijn niet te vinden in Nederland, terwijl deze kunstenaar toch een behoorlijke productie

ad en alom bekend was. Nederlandse paardenschilders zijn er overigens ook. Een bekende is Philips Wouwerman (1619-1668), die zijn paarden vooral inzette bij oorlogs- en jachttaferelen. Het Mauritshuis bezit werken van Wouwerman en heeft in 2009 een tentoonstelling aan deze schilder gewijd.

Aristocratie
Dat Stubbs de paarden daadwerkelijk portretteerde als 'edelen', heeft te maken met de eeuwenoude renpaardencultuur van de Britten. En in Stubbs' tijd was het hoofdzakelijk de elite, de aristocratie, die zich een portret van zijn of haar lievelingspaard kon permitteren. Op jonge leeftijd had Stubbs al wat kapitaal vergaard met het schilderen van portretten van de Britse elite zelf. Daarmee kon hij zich wijden aan zijn andere passie: de anatomie.

Anatomielessen
Als jonge dertiger vertrok hij naar York en kon daar in een ziekenhuis anatomielessen volgen. Aldoende is hij mogelijk op het idee gekomen om zich in de anatomie van het paard te verdiepen.

 
George Stubbs, 'Whistlejacket', c.1762, doek, 292 x 246,4 cm, Londen, The National Gallery, (aangekocht met steun van het Heritage Lottery Fund, 1997). Foto zaalzicht: Ivo Hoekstra, Mauritshuis.

Het paard was toen het enige dier waaraan al eerder anatomische studies waren gewijd, maar die voldeden niet meer aan de wetenschappelijke standaard. Toen kon Stubbs zich profileren. Hij stortte zich achttien maanden lang op de eigenhandige ontleding van paardenlichamen en het maken van anatomische schetsen, in een grote schuur van een boerderij in Horkstow.

Kataklop
Ondergetekende heeft een instinctieve paardenangst, als kind al. Ooit werd ik tijdens een druk corso in het gedrang bijna tegen een politiepaard geduwd. Het was een grote schrik en de vochtige penetrante lucht die van het bruine dier afkwam, is me bijgebleven. Ik kon er bijkans onderdoor lopen. Daarom heb ik 'paardenmeisjes' nooit begrepen, die na schooltijd zonodig naar hun 'verzorgknol' (excusez le mot) moesten, om zich onder meer bezig te houden met stallen uitmesten en paardenstaarten borstelen.

En nu? Binnen een actieradius van één kilometer in mijn woonomgeving zijn vijf maneges te vinden. Op de fiets is het regelmatig om de vijgen heen laveren. Een paard in de verte laat me steevast naar de andere kant van de weg lopen of fietsen, om er vervolgens met een grote bocht omheen te gaan, of te wachten tot 'het gevaar' voorbij gelopen is. Tweemaal overkwam het me dat ik met de auto een op hol geslagen paard moest ontwijken. Een ervan had een touw om zich heen, met een stuk hek achter zich aan slingerend. Dat kataklop-kataklop-geluid op het asfalt blijft ook bij. Afijn, het heeft me tot dusver niet mee gezeten om van die paardenfobie af te komen.

George Stubbs, 'Lord Torringtons jachtpersoneel vertrekt vanuit Southill, Bedfordshire', c.1767, doek, 61 x 105 cm, Mount Stuart, The Bute Collection.

De Obsessie
Van de paarden die Stubbs heeft vereeuwigd, hoef ik niets te vrezen. Dat is trouwens wel een ander verhaal, deze kunstenaar moet een aangeboren liefde of in ieder geval een buitengewone interesse voor paarden hebben gehad, een 'obsessie'. Het feit alleen al dat de schilder zich anderhalf jaar lang heeft toegelegd op het ontleden van paarden in die grote schuur in Horkstow. Paarden die een natuurlijke dood waren gestorven. Voor het prepareren liet hij het paard eerst leegbloeden en spoot vervolgens een wasachtige vloeistof in aderen en zenuwen om zo de natuurlijke vorm te behouden. Het paard werd vervolgens met haken aan een metalen staaf gehangen, die aan het plafond van de schuur was bevestigd. De hoeven rustten op een horizontale houten plank, waardoor het paardenlichaam een staande houding kreeg.

De man
Stubbs trok dus letterlijk aan dode paarden, alleen het was voor hem geen onbegonnen zaak... Tussen 1756 en 1758 ontleedde hij twaalf paarden, die hij laag voor laag bestudeerde en op papier vastlegde volgens een vast stramien: profiel, vooraanzicht en achteraanzicht. Van die tekeningen bleven er 42 bewaard en 10 daarvan zijn op de expositie te zien. Daarbij zijn enkele werktekeningen, die hij tijdens het ontleden maakte. De overige zijn de uiteindelijke studies, nette versies en vermoedelijk in schonere omstandigheden uitgewerkt. Hoe het in die schuur heeft geroken na verloop van zo'n ontleding, wie zal het zeggen? Er waren geen koelingsmogelijkheden in de 18e eeuw en de natuurlijke ontbinding van het kadaver ging gewoon door.

Etsen
Zijn anatomische tekeningen wilde hij uiteindelijk publiceren en daarvoor was het nodig om zijn tekeningen om te zetten in etsen. Dat lukte hem aanvankelijk niet, en Stubbs trok naar London om daar contacten te zoeken met prentenmakers. In Londen was er weinig animo voor dit specifieke onderwerp, dus zag hij zich genoodzaakt om zelf de etstechniek te gaan beheersen. Het lukte hem wel om de juiste contacten te leggen voor zijn eerste opdrachten als paardenschilder. Het boek kwam er in 1766: 'The Anatomy of the Horse', inclusief 18 prenten 'all done from Nature'. Stubbs kreeg veel lof voor zijn boekwerk, vooral vanuit de wetenschappelijke hoek. In de expositie liggen twee exemplaren van deze foliant in vitrines.

Eclipse
Prominent boven de twee folianten staat het skelet van 'Eclipse' opgesteld, het beroemdste renpaard van de achttiende eeuw. Het dier werd geboren tijdens een zonsverduistering en leefde van 1764 tot 1789. Na zijn overwinningen op de racebanen werd het een fokhengst en in 17 jaar tijd kwamen er 930 nakomelingen, waarvan er zo'n 300 ook succesvolle renpaarden werden, wereldwijd. Het hart van Eclipse was groot, bleek na de dood en de daaropvolgende ontleding van het dier.

Er werd gedacht dat het hieraan zijn bijzondere snelheid ontleende. Echter, zijn kleine en goedgebouwde lichaam was de werkelijke reden van zijn prestaties. Luguber is zijn geraamte wel enigszins.

Whistlejacket
Het boegbeeld van deze kleine, maar fijne expositie is het bijna levensgrote schilderij van 'Whistlejacket' uit 1762, het renpaard dat behoorde tot de stal van de tweede Markies van Rockingham, Charles Watson-Wentworth (1730-1782), een goede vriend van Stubbs. De markies gaf de kunstenaar de opdracht voor dit schilderij, dat inmiddels eigendom is van de National Gallery in Londen.

 
George Stubbs, 'Eclipse' (1764-1789), skelet, 167 x 55 x 246 cm, Londen/Hertfordshire, Royal Veterinary College.

Voor de liefhebbers van paarden – in het algemeen – is het werkelijk een aanrader om deze expositie te gaan bekijken, een dergelijke gelegenheid zal zich niet vaker voordoen. Het moment dat ik de expo bezocht was enkele dagen na de heropening van het museum en de maatregelen rond het corona virus waren nog onwennig. De leeftijd van de bezoekers was heel divers. Van jonge paardenmeisjes tot oude paardenfokkers, schat ik zo in.

George Stubbs - De man, het paard, de obsessie, t/m 30 augustus 2020, Mauritshuis, Plein 29, Den Haag. Website: www.mauritshuis.nl.

Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen, onder de gelijknamige titel, door Kees van der Vinde: ISBN: 9789462622821.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Glas staat gelijk aan transparantie
– een eeuwenoude denkfout

Het Bauhaus Museum in Dessau, Duitsland, (geopend in september 2019) is een gebouw in een gebouw, een betonnen complex omhuld door glazen gevels. Die moeten een gevoel van transparantie geven, maar het geheel oogt kaal en gevoelloos.

Door Han de Kluijver

Het ontwerp van Addenda Architects uit Barcelona werd gekozen uit 831 inzendingen vanuit de hele wereld. De architectuur van het 105 meter lange, 25 meter brede en 12 meter hoge glazen volume is helder en eenvoudig. Het gebouw heeft een gemiddelde stedelijke schaal, tussen de grootte van een gebouw en de grootte van een stadsblok (flats) in. De plaats en afmetingen fungeren als een stadsgrens om stad en park af te bakenen. De ligging, een beetje terughoudend ten opzichte van de vroegere historische rooilijn van de vroegere bebouwing, suggereert een voortzetting van de stedelijke erfenis van de stad. In Dessau beleefde de wereldberoemde ontwerpschool Bauhaus haar hoogtijdagen tussen 1925 en 1932. Veel van de Bauhausontwerpen uit deze tijd, worden nu als iconen van de twintigste eeuw beschouwd.

 
De bezoekersentree onderscheidt zich nauwelijks van de achttien nooduitgangsdeuren. Foto: Stiftung Bauhaus Dessau, Thomas Meyer, september 2019.

Het concept
In tegenstelling tot het labyrintische Bauhaus museum in Weimar, ook geopend in 2019 (zie Glas nr. 2, 2019), is de structuur van het museum in Dessau zeer overzichtelijk: een reusachtige zaal/ontmoetingsruimte van vijf meter hoog op de begane grond en een 1.500 m2 zwarte betonnen doos op de eerste verdieping. Deze 'zwarte doos', een gesloten betonnen ruimte van achttien meter breed en honderd meter lang, is de eigenlijke tentoonstellingsvloer en rust op twee massieve trapkernen. De bovenzaal overbrugt zo de open benedenverdieping, waardoor hij lijkt te zweven. Het constructieprincipe is geïnspireerd op de bruggenbouw. De doos is gesloten vanwege de lichtgevoeligheid van de collectiestukken.

Roberto Gonzalez van Addenda Architects zei hierover in een interview (25 oktober 2019, nieuwsbrief Dessau stiftung): "Ons basisconcept voor het museum was om een grote, flexibele ruimte te creëren zodat tentoonstellingen en workshops kunnen plaatsvinden zonder op enigerlei wijze beperkt te worden door de architectuur...Zo kwamen we op het idee voor de Black Box, een gesloten betonnen kubus die boven de grond zweeft...Natuurlijk konden we de ruimte onder de Black Box niet open laten. We zijn in Noord-Europa waar het veel regent en erg koud wordt. Daarom hebben we een soort winterjas van glas gebouwd. Deze glazen gevel beschermt de gebouw, maar het creëerde ook extra ruimte voor tentoonstellingen, evenementen en kantoren op de begane grond."

De gevel
In totaal waren er 571 glazen panelen in drie lagen nodig, die zorgen voor warmte-isolatie, zonwering en veiligheid. Het gebouw is wellicht een creatieve visie op het modernisme, maar de glazen gevels vormen wel het meest problematische deel van het gebouw. Door de glazen gevels drie meter voor de zwarte doos te plaatsen, werken zij als een kas en moesten allerlei maatregelen genomen worden tegen de hitte. Gestuurde kleppen voor verticale ventilatie, metalen gecoate gordijnen en gezeefdrukte puntjes op de buitenlaag van het glas (reductie 30%) moeten het binnenklimaat draaglijk houden.

Langs het glas is een koof (plafondrand) gecreëerd voor een metaal gecoat warmte-isolatiegordijn, dat indien nodig kan worden gesloten.

Op de 'artist impressions' van het ontwerp zien we open gevels met een helder zicht naar de begane grond en de zwevende tentoonstellingsruimte.

Afhankelijk van de lichtval door het glas, ontstaat een spel van reflectie en doorzichten in de glazen gevel. Daarmee gaat het gebouw een relatie aan met zowel de stedelijke omgeving aan de ene zijde, als de parkomgeving aan de andere zijde. Bij het betreden van het gebouw lijkt alles desondanks open en transparant.

Afhankelijk van de lichtval wordt de omgeving gereflecteerd in de glazen gevel. Foto: Stiftung Bauhaus Dessau, Thomas Meyer, september 2019.

Het nieuwe Bauhaus Museum verwijst naar enkele specifieke kenmerken van de Bauhaus-school in Dessau: de glazen vliesgevel, de twee verdiepingen tellende brug en de algemene indruk van transparantie, lichtheid en vlakke oppervlakken. Het nieuwe museum verbindt het iconografisch erfgoed ('Less is More') met een manifest van de hedendaagse cultuur ('The Age of Less').

Door de tentoonstelling 'Sympton Bauhaus' van het afgelopen jaar in West, de voormalige Amerikaanse ambassade aan het Voorhout in Den Haag, zijn we genuanceerder over het modernisme van de jaren dertig gaan denken. Deze tentoonstelling liet Bauhaus niet zien als een 'time changer', zoals de beeldvorming graag wil, maar als een product van zijn tijd, die uiterst problematisch was, vol politieke ontwrichting en sociale onrust in het Duitsland tussen de Wereldoorlogen.

Politieke invloeden
Het Bauhaus werd hier niet geïntroduceerd als een puristisch idee, een nastrevenswaardig ideaal, maar als het symptoom van een kwaal, een nare afwijking. Het radicale omdenken van het Bauhaus is altijd als een positieve kracht belicht, als een modernistische avant-garde. Maar de curatoren Hans D. Christ en Iris Dressler vestigden in hun tentoonstelling in West de aandacht niet op het artistieke potentieel van het afwijkende curriculum, maar op de politieke invloeden waarin de school tijdens het interbellum functioneerde en zelfs daarna, toen de school door de nazi's was opgeheven en de oud-leerlingen uitzwermden over de wereld en hun invloed lieten gelden.

Het Bauhaus blijkt in alle fasen nauw verbonden te zijn geweest met een economisch-politieke elite, die de school en de studenten inhuurde en er een onversneden militaire agenda op nahield. De studenten blijken zowel voor als na de oorlog weinig problemen met die agenda te hebben gehad en zijn bereid geweest zich daaraan te verbinden en er vorm (en inhoud) aan te geven.

Op de tentoonstelling in West werden bijvoorbeeld constructivistische prenten getoond, vergezeld van oorlogsfoto's van oud-vliegenier Edward Steichen, wapenontwerpen van El Lissitzky, en een naar militaire normen ontworpen stadsdeel van Walter Gropius. De verhuizing van de school van Weimar naar Dessau blijkt mede gefinancierd door vliegtuigbouwer Juncker, met wie de school nauwe relaties aanging en waar allerlei oud-studenten aan de slag gingen, ook toen het Bauhaus door de nazi's werd gesloten.

Verschillende oud-studenten werkten na sluiting van de school zonder scrupules voor de nazi's en gaven vorm aan diverse propagandatentoonstellingen.

 
Aan de binnenkant van de gevel loopt een metalen, gecoat warmte-isolatiegordijn, dat indien nodig kan worden gesloten. Foto: Stiftung Bauhaus Dessau, Thomas Meyer, september 2019.

Transparantie
Terug naar het nieuwe Bauhaus Museum in Dessau, dat duidelijk voortborduurt op het gedachtegoed van de vroeg twintigste-eeuwse modernisten. Maar waar het nieuwe Bauhaus-Museum in Weimar bekritiseerd is om zijn lompe betonnen uiterlijk, een 'apotheose van het beton' werd het wel genoemd, laat dit nieuwe Bauhaus Museum in Dessau juist het andere uiterste van het modernisme zien: de kale, ongevoelige architectuur en het idee dat gul gebruik van glas altijd een gevoel van transparantie oplevert. Het duurdere anti-reflecterende glas was hier een betere toepassing geweest, om het gebouw transparanter te maken, door minder reflectie.

Meer informatie: www.bauhaus-dessau.de.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Beeldende kunsten en covid-19

De afgelopen maanden heeft het coronavirus het leven van veel mensen ontregeld. Ook musea, galeries en andere kunstorganisaties kwamen hierdoor in een volstrekt onzekere periode terecht. Tentoonstellingen werden uitgesteld, musea gingen op slot, galeries deden hun deuren dicht en de beeldend kunstenaars raakten het zicht op hun toekomst kwijt. De veerkracht waarmee hierop in de wereld van de beeldende kunsten werd gereageerd, was opmerkelijk.

Door Wim Adema

Er ontstonden in de afgelopen maanden talrijke online-activiteiten, die onverwachte nieuwe perspectieven en mogelijkheden boden. Toch bleef de 'leegte' in musea en galeries aanwezig, ruimten zonder bezoekers, dus kunstliefhebbers hoopten op een spoedige heropening. Inmiddels heeft de overheid besloten om de musea weer voor het publiek open te stellen, waarbij anderhalve meter afstand tussen de bezoekers wel een van de voorwaarden is. Galeries zullen deze beleidslijn volgen.

 
Rijksmuseum, 2014. Foto: John Lewis Marshall.

Of 300 miljoen euro voldoende is om de opgelopen schade te beperken, is nog maar de vraag. Het is zeker de moeite waard om de recente online-activiteiten in de beeldende kunstwereld nader te bekijken. Juist in de afgelopen periode van maart tot en met mei 2020 bleek het internet van grote waarde te zijn. Op deze manier konden veel kunstorganisaties met hun publiek blijven communiceren. Hieronder een klein overzicht.

De GalleryViewer, een online platform voor hedendaagse kunst, zorgde met zijn publicaties direct vanaf het begin voor een goede communicatie tussen galeries, kunstenaars en publiek. Door interviews met kunstverzamelaars te publiceren, werd inhoudelijk een goed verband gelegd tussen de diverse disciplines in de beeldende kunsten. Galeries konden het werk van hun kunstenaars met foto's en teksten online presenteren, met de nodige achtergrondinformatie in de vorm van kunstenaarsprofielen, een online magazine, een podcast, een nieuwsbrief en berichten op sociale media.

Veel musea in Nederland plaatsten tijdens deze periode van covid-19 hun collecties online, zoals het Rijksmuseum. Samen met de KPN werd het platform 'Ontdek Rijksmuseum Meesterwerken' ontwikkeld. Zo werd bijvoorbeeld de Eregalerij via het internet toegankelijk voor het publiek. Bij een aantal werken was een videoverhaal te zien en te horen. Met 'Rijksmuseum Thuis' werden tien aparte online platforms en series aangeboden, waaronder de 'Rijksstudio', 'Rijks Stories' en het 'Online museum voor families'. Bijna de gehele collectie kon zo thuis online bekeken worden.

Van een aantal internationale musea waren de collecties al gedigitaliseerd en die konden daardoor gemakkelijk online toegankelijk gemaakt worden voor het publiek. In de afgelopen maanden werden op die manier onder meer het Prado in Madrid, de Uffizi in Florence, het Metropolitan Museum of Art in New York en het British Museum veel bezocht.

Bijzonder is de online aanwezigheid van Google Arts & Culture, dat nu wereldwijd een zeer groot aantal collecties van musea via online-exposities weergeeft. De Virtuality Reality Tours bieden de bezoekers de mogelijkheid om virtueel door de zalen van musea te 'lopen'. Het Stedelijk Museum in Amsterdam ontwikkelde een serie mini-docu's en rondleidingen, die op de website van het museum waren te zien. Bijzonder is de website over de gebroeders van Eyck: www.ClosertovanEyck.be. Het beroemde altaarstuk in Gent kan nu online bekeken worden.

Het eindexamenwerk van kunstacademiestudenten is dit jaar te zien in de 'Social Distance Gallery' op Instagram. De Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam wil echter haar eindexamenpresentatie aan het eind van de maand augustus van dit jaar toch 'live' houden. Andere afstudeeractiviteiten van deze academie vinden wel online plaats, zoals het beoordelen van het eindexamenwerk. Dit gebeurt door middel van videobellen en online portfolio's bekijken.

Op het kunst- en designkanaal Nowness is de Duitse schilder Gerhard Richter aan het werk te zien. De website thuismuseum.nl geeft toegang tot Nederlandse musea, terwijl de Young Collectors Circle (een organisatie van jonge kunstverzamelaars) in de afgelopen maanden speciale masterclasses gaf, 'studio visits' hield en een online-helpdesk opende voor kunstliefhebbers. Een speciale activiteit is de videorubriek 'Online Gallery Visits'.

De Amsterdamse galerie Fons Welters organiseerde online speciale rondleidingen voor bezoekers, terwijl de Akinci galerie (Amsterdam) 'Quarantaine Podcast sessions' organiseerde. Het nieuwe platform van Upstream.gallery presenteert sinds 1 mei 2020 online 'The New Outside', waaraan twaalf Nederlandse en buitenlandse kunstenaars meedoen (curator Constant Dullaart). Opmerkelijke gebeurtenissen waren de Wondertelefoon van het Catharijneconvent en de Kijktelefoon van het LAM Museum. Een aantal galeries hebben speciale edities uitgegeven, waaronder Ellen de Bruijne Projects, Caroline O'Breen en de Annet Gelink Gallery.

De Appel in Amsterdam vroeg speciale aandacht voor de verschillende manieren van leren, juist in deze tijd. Met hun Archief, Curatorial Programme en Educatie willen zij in deze covid-19 periode leren van het huidige moment. De verkregen informatie wordt online geplaatst, maar dat gebeurt wel stap voor stap. De Appel denkt hierbij aan de metafoor 'van een boom met diepe wortels en verreikende takken'. De 6 Talents is een online-expositie van de Kahmann Gallery in Amsterdam. Het betreft zes jonge en nog onbekende fotografen: Joep Heijwegen, Lotte Ekkel, Ana Zibelnik, Sara Punt, Victoire Eouzan en David Hummeln.

In de afgelopen maanden zijn veel kunstorganisaties bijzonder actief en creatief geweest op internet. Ondanks grote problemen werd gezocht naar mogelijkheden om in contact te blijven met het publiek. Sinds 1 juni 2020 kunnen musea weer bezoekers ontvangen, maar wel op een andere manier. Bezoekers moeten een afstand van anderhalve meter tot elkaar bewaren en vooraf online kaarten bestellen. Voor galeries is deze 'social distance' ook van belang.

Hoe zullen de musea de opgelopen schade van covid-19 gaan verwerken? Deze vraag geldt ook voor galeries en andere kunstorganisaties In Nederland. De afgelopen maanden van stilstand zullen ongetwijfeld financiële consequenties hebben voor de beeldende kunstwereld. De talrijke online-activiteiten geven echter weer een positief gevoel. De beeldende kunsten bleven op internet sterk in beeld. Artikelen in de pers tonen echter ook veel onzekerheid en zorg voor de toekomst.

Wim Adema is beeldend kunstenaar en fotograaf en publiceert regelmatig artikelen over beeldende kunst in diverse media.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

regen
de kat houdt zichzelf
in quarantaine

vogels zingen
alsof het een gewone
lente is

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Germaine Richier, de tovenares

In totale stilte stonden de fascinerende beelden van Germaine Richier (1902 – 1959) in museum Beelden aan Zee te wachten op de eerste bezoekers. Precies op de dag van de vernissage van deze tentoonstelling besloot het kabinet maatregelen tegen het corona-virus af te kondigen en sloot het museum zijn glazen voordeuren voor bezoek. Tijdens de lockdown was een bezoekje aan het museum toch wel mogelijk. Zoals in vele musea: virtueel. Nu is de tentoonstelling daadwerkelijk voor iedereen te zien, verlengd tot 6 september.

Door Peter van Dijk

Bij de virtuele rondleiding was de sopraan Francis van Broekhuizen onze gids. Zij leidde de bezoeker van de video langs een paar van de intrigerende beelden van Germaine Richier en zong hen zinnen toe uit een van de allermooiste aria's uit het opera-repertoire: 'Vissi d' arte' uit Tosca van Giacomo Puccini. Het was een originele vondst van het museum, overigens aangedragen door Van Broekhuizen zelf. Tegen het beeld 'De diabolo' (1950) zong ze met een sonore sopraan "Vissi d' arte, vissi d' amore" ("Ik leefde voor de kunst, ik leefde voor de liefde") en meteen daarna tegen het 'Klauwbeest' (1952): "Con man furtiva, quante miserie connobi, aiutai" ("In stilte verlichtte ik de last van velen die ik zelf kende)". Licht viel door de oogkassen van de mooie mannenkop, getiteld 'De Adelaar'.

Zingen over kunst tussen kunst, op een dag dat je de musea niet meer bezoeken mag, werkt troostend. Het deed me denken aan het verhaal van een briefschrijver in de Britse krant The Times, in de tijd van de Duitse bombardementen op Londen. Hij smeekte de directie van de National Gallery om iets van de kunst die zij in veiligheid had gebracht, te mogen zien. "Omdat het gezicht van Londen gehavend en getekend is, is het meer dan ooit nodig om schoonheid te kunnen zien."

 
Germaine Richier, La Vierge folle (de dwarse maagd), 1946, Musee Picasso, Antibes.

Kenneth Clark, de directeur, ging uitzoeken wat het publiek wilde zien en tot zijn verrassing was dat 'Noli me tangere' van Titiaan. De uit zijn graf opgestane Christus, die zijn geliefde Maria Magdalena vraagt hem niet aan te raken. Een schilderij van liefdevolle gebaren.

Nieuwe Normaal
Ik stuurde een complimenteuze e-mail naar het museum over de virtuele presentatie en belde de directeur om te vragen of ik misschien toch de expositie van Richier mocht bekijken voor een recensie. Het mocht, want ons bezoek was geheel conform de normen van het 'Nieuwe Normaal'. Het museum was geheel leeg. De 1,5 meter afstand was geen probleem. In de onwerkelijke stilte van de grote expositiezaal stonden wonderlijke wezens, bronzen sprinkhanen in menselijke vorm en bosmensen met drie steelstronken als hoofd, hun huiden zijn oneffen, geribbeld, vol gaten. Ook zagen we figuren op stelten, met hologige koppen als van rupsen.

We hadden ooit beelden van deze Franse beeldhouwster gezien op de zeemuur van Musée Picasso in Antibes. In onze herinnering waren dat ranke Giacometti-achtige beelden, die opvielen door elegante armgebaren. 'De dwarse maagd' (1946), met gevouwen handen voor haar kruis, 'Het bos' (1946), dat naar zijn hoofd grijpt, dat geen hoofd is, maar een boomstronk, 'Het blad' (1948), een traditioneel gebeeldhouwde vrouw, kaarsrecht, één arm tegen haar dijbeen gedrukt, een langgerekte schoonheid en 'De Graankorrel' (1955), met een halfgebogen armgebaar en de kop van een grote zeevis zonder bek.

Richier's beelden in Beelden aan Zee, overigens een tentoonstelling in samenwerking met het Picasso Museum in Antibes (Frankrijk), hebben weinig met vanzelfsprekende esthetiek van doen. Ze zijn soms grimmig, agressief, mens-beesten, met vervreemdende koppen, soms ontroerend en intrigerend. Door de bewerking van het brons met gaten, sleuven, halve stukken, ribbels en bobbels, verliest het materiaal zijn gewone zwaarte en lijkt het lichter. De beelden zijn heel confronterend. Maar met wat?

Vele interpretaties
Zoals vaker met kunstwerken die afwijken van de mainstream, kan iedereen zijn eigen interpretatie er op loslaten, zijn eigen wereld er op projecteren. Richier's tweede echtgenoot, de Franse dichter René de Solier, legde een link met het existentialisme van Jean-Paul Sartre, volgens welke de mens in wezen slecht is en zijn medemens in de weg zit. Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum, had een andere interpretatie. Hij roemde haar en andere nieuwlichters als Constantin Brancusi, Ossip Zadkine, Jacques Lipchitz, Hans Arp, Henri Laurens als de hoeders van de beschaving, na de verschrikkingen van de Nazi's, die vooral de klassieke beelden bewonderden.
Sandberg organiseerde in het voorjaar van 1955 een expositie van haar werk in het Stedelijk in Amsterdam.

De beeldhouwer-kunstcriticus Marius van Beek op zijn beurt, beschreef haar bij die gelegenheid als "De wonderlijke beeldhouwster die op zulk een aangrijpende wijze de gruwelen van de oorlog heeft weergegeven." (catalogus pag. 98) Volgens deze drie interpretaties beoogden de beeldhouwers van de naoorlogse vernieuwing, waartoe Richier gerekend werd, de mens neer te zetten als geschonden, onttakeld, verminkt, bijna dierlijk woest. De gladde, klassieke schoonheid was in ieder geval passé. Germaine Richier heeft de oorlog in stilte doorgebracht, ze was uitgeweken naar Zwitserland en woonde in Zürich. Natuurlijk heeft ze ná de oorlog kennis genomen van de gruwelen en verwoestingen. De mensheid was na de oorlog geschonden en beschaamd.

Provence
Zij werd geboren in 1902 in Grans, hartje Provence, onder het stadje Salon de Provence en vlakbij het meer van Berre, een stil, niet toeristisch gebied, waar de krekels op de lome zomeravond een oorverdovend concert geven. Richier zei zelf dat de inspiratie voor haar beelden vooral gelegen was in de natuur om haar heen, met haar bloei en verval.

Germaine Richier, 'Tête de guerrier', 1955, bronze, 26 x 20 x 23 cm, Museum de Fundatie, Zwolle en Heino-Wijhe.

Op foto's van haar atelier kunnen we zien dat ze de natuur om zich heen verzamelde, zeeschuim, schelpen, fossielen, geraamtes, kiezelstenen, insecten, stukken hout. Zij vormden, vanaf haar jeugd, haar vertrouwde leefomgeving. Ze vertelde hoe ze als kind dagenlang kon kijken naar allerlei beestjes die rondkropen: "Oh, de natuur… de dieren…! Ik heb cocons verzameld om zijdewormen te bestuderen. O..! De bidsprinkhanen, de mieren, de gewone sprinkhanen, ik had er hele legers van!" (cat. p.33). Vanuit haar atelier in Parijs schreef ze haar broer in de Provence of hij haar olijftakken en insecten wilde sturen.

Alles in de natuur, een steen, een tak, een blad, een sprinkhaan, betekende leven voor Germaine Richier. Valerie da Costa, die een mooie bijdrage aan de catalogus heeft geschreven, noemt haar een 'animistische' kunstenares. "Zij keek naar alle vormen van leven, of ze nu plantaardig, menselijk of dierlijk waren en probeerde ze met elkaar in verband te brengen en te vermengen."
Dat lijkt me een trefzekere typering, tenminste als we onder leven ook agressie, vechten, pijn en sterven mogen verstaan, dan krijgen we een beter begrip van haar hybride, mensachtige beesten-beelden. En kunnen we de verschillende interpretaties van haar werk wellicht verzoenen.

Bourdelle
Richier was een leerlinge van Antoine Bourdelle in Parijs. Op 34-jarige leeftijd kreeg ze haar eerste solo-tentoonstelling van realistische busteportretten in de Parijse Galerie Kaganovitch en meteen een aanmoedigingsprijs. Tijdens de oorlogsjaren veranderde haar stijl en begon ze hybride figuren te maken.
Na de oorlog en haar verhuizing naar Parijs ging ze door met haar experimenten met beesten, plant-mensen, beest-mensen, en mens-beesten. Ze kreeg tentoonstellingen in Londen, Venetië, Parijs, Chicago, Amsterdam, New York, Boston, Bern, Kassel. Kortom, en werd binnen de kunstwereld een beroemdheid.

Haar hybride werk domineert de tentoonstelling in Scheveningen, maar er staan ook mooie, enigszins klassieke koppen, 'Tête de guerrier' (1955), 'De adelaar' (1948). Verder de grappige 'Herder van Les Landes' (1951), een herder op stelten, zoals die vroeger in het Franse Les Landes voorkwam om de kudde beter in de gaten te houden. Deze herder van Richier is vergroeid met zijn stelten en daardoor een insect geworden. Kafka in Scheveningen.

Er staat ook een prachtig fladderende 'Vleermuis' (1946). Het beest is voluit vleermuis, en wat voor één! Een grillig beest van glimmend brons, de vleugels van een bronzen filigraine-achtige constructie, wijd uitgespreid, dunne poten en een sterke borstpartij. Een dreigend wezen, dat al van zichzelf hybride is. Ook maakte Germaine Richier gladde abstracte werken, zoals 'Het graf van de stormram' (1956) en de sierlijke, bijna drie meter hoge, 'La Grande Spirale' (1957), haar laatste werk, geïnspireerd door het binnenste van een schelp, dat in een vloeiende schroefdraad-beweging omhoog gaat en symbool staat voor ontwikkeling.

Roofdieren
Uiteindelijk sta je toch aandachtiger en langer naar haar fantasie-insecten te kijken dan naar de abstracten met de bekende vormen. 'La Mante' (1946) bijvoorbeeld, de bidsprinkhaan, is één van de eerste hybriden van Richier. Aan de hand van dit vroege, behoorlijk realistische, in brons gegoten beeld, kunnen we mogelijk gemakkelijker de belangstelling en ontwikkeling van Richier begrijpen.

In het Frans is de officiële naam van het insect 'la mante religieuse'. Het beestje van zo'n vijf cm lengte komt vooral voor in de Provence en andere subtropische streken en is helemaal geen sprinkhaan. Het behoort niet tot de familie van de rechtvleugeligen, de sprinkhanen en krekels, maar wordt ingedeeld bij de kakkerlakken.

De verschillen met krekels en sprinkhanen zijn groot. Het insect maakt geen geluid, zoals krekels en sprinkhanen, waarvan de mannetjes met geluid laten weten waar ze zijn, en het heeft geen oren. Het 'hoort' zijn vijanden, waaronder de vleermuis, met een sonar-orgaan onder het borststuk. Bidsprinkhaan-vrouwtjes lokken mannetjes met geurstoffen. Het insect heeft zijn naam als 'bidder' te danken aan de bewegingloze rechtopzittende houding en de twee grote voorpoten die gebogen en geheven zijn, om razendsnel een prooi te kunnen pakken. In de verdediging neemt het insect een bokshouding aan.

 
Germaine Richier, 'L'homme-fôret', 1945-1946.

Germaine Richier heeft de bidsprinkhaan goed bestudeerd, ze was ongetwijfeld geboeid door zijn opvallende kenmerken. Het beestje met zijn camouflage-kleuren, bruin en groen, lijkt vreedzaam te bidden, maar het kan razendsnel toeslaan. De Mante is een zeer roofzuchtig beest, het vreet alles op wat rondvliegt, vliegen, muggen, sprinkhanen, bijen en hommels. Het kan beestjes aan die anderhalf keer groter zijn, baby hagedissen, kikkertjes. Het toppunt van roofzucht: het vrouwtje vreet vaak het mannetje op dat haar bevrucht heeft, soms begint ze al tijdens de daad. Door een slim zenuwstelsel kan een mannetje zonder kop de daad toch volbrengen.Het beeld 'La Mante' van Richier uit 1946 is bovenal een agressief insect, terwijl er ook al een lichte aanzet naar een mensenlijf te zien is. Het is te begrijpen dat een kunstenaar die opgegroeid is tussen de roofzuchtige insecten van de zinderende Provence, na een gewetenloze oorlog de neiging had mens en bidsprinkhaan met elkaar te associëren. Ook op haar eerste schetsen en etsen uit 1947 komen geregeld sprinkhanen, spinnen en bidsprinkhanen met borsten voor. Niet de meest aaibare beesten.

Originele collectie
Als de eerste stap is gezet, volgen er meer. Richier begon een oorspronkelijke collectie hybride wezens in brons uit te voeren. 'L' homme foret' (Bosmens, 1945), is een mannetje van gips, blad en takken. Zijn linkerarm is een dikke vissenstaart, zijn rechterhand is afgehakt en zijn kop is in hout uitgesneden. Deze bosmens geeft aan dat de mens een wezen van de natuur is, in dit geval zelfs gemaakt van natuurlijke bouwstoffen. De kunsthistorica Da Costa, die een studie aan Richier heeft gewijd (2006), stelt dat beeldhouwster wilde laten zien dat de mens een onderdeel van de natuur is, even inwisselbaar en kwetsbaar als de dieren en dat er geen plaats is voor de hoogmoed van bijvoorbeeld 'de rentmeester namens god' of 'de mens als kroon op de schepping'. Als er een boodschap ligt in het werk van Richier is dit in ieder geval een krachtige en geloofwaardige. Kijk naar de beangstigende 'Grote Sprinkhaan' (La sauterelle grande, 1955). De mens is dier geworden, of het dier is mens geworden. Er is geen verschil meer. Ze zijn tot één wezen versmolten.

Een vrouwenfiguur met sprinkhanige poten en borsten zit in een springhouding, door haar knieën gezakt op haar kuiten, ze heeft dezelfde driehoekige kop als van een bidsprinkhaan en is tot het uiterste geconcentreerd, klaar om toe te slaan. Het dreigendst zijn haar twee kolossale naar voren klauwende handen, die gemaakt lijken om een keel dicht te knijpen. Het is een krachtig, verontrustend en indrukwekkend beeld, dat lang in het geheugen blijft. Luchtiger van aard is de 'Diabolo' (1950). Een slank persoon, met zeer hoge benen en de driehoekige kop van een rups, speelt met een diabolo, zonder de diabolo zelf, alleen met de stokken en de touwen. De touwen zijn van touw, een materiaal dat Richier ook gebruikte bij haar beelden van spinnen. Het geheel is een toonbeeld van een evenwichtig lijnenspel. De figuur helt iets achterover, wat bij het omhooggooien van de diabolo haast vanzelf gebeurt. Grappig is dat de linker voorvoet ook omhoog komt, wat helemaal niet nodig is voor het spel.

Germaine Richier heeft ook in Nederland indruk gemaakt. De 'Europeanen' (1950) van Carel Kneulman, met zijn ijle Giacometti-achtige figuren, is sterk verwant aan het werk van Richier. Het beeld bestaat uit een paar, waarvan de linkerfiguur nauwelijks een mens is te noemen. Hij zit vol gaten, half weggevreten, opgebouwd uit knekels. De rechterfiguur is weliswaar intact, maar met een pokdalige huid. Zij torst een zware Griekse kop. Het paar symboliseert de staat van ontbinding van Europa na de oorlog.

Ook Wessel Couzijn liet zich door Richier inspireren. Zijn 'Vliegend' (1955) is een grillig vogelmens, waarin mens en natuur een eenheid vormen. Ook zijn vrouw, de Amerikaanse beeldhouwster Pearl Perlmuter, heeft goed naar het werk van Richier gekeken. Haar beeld 'Vrijheid' (1959) is een hybride, half boom, half mens.

Tovenares
Waarom de makers de tentoonstelling de titel 'Germaine Richier, la Magicienne/de Tovenares' hebben meegegeven, wordt pas duidelijk in het laatste essay van de catalogus van Jean-Louis Andral, de directeur van het museum in Antibes. In de Provence loopt de grootste sprinkhaan van Europa rond, de Saga pedo. Het groene beestje met een witte zijstreep lijkt met zijn grijppoten op de bidsprinkhaan, maar is veel trager dan de bidder en een echte sprinkhaan. In de Provence wordt het insect 'magicienne dentelée' genoemd, 'getande tovenares'. Het is een tovenares, een bijzonder diertje, want er bestaan alleen vrouwtjes van. Het vrouwtje kan dankzij een legboor wel 13 cm lang worden. Via die boor plaatst zij in het subtropische warme zand haar eitjes, die een jaar later uitkomen. Als dat geen ideale hybride is!

Germaine Richier, 'La Grande Spirale' (De Grote Spiraal), 1956. Foto: François Fernandez, Musee Picasso Antibes.

De sprinkhaan is vele malen getekend en gebeeldhouwd door Germaine Richier. De Belgische romanschrijfster Dominique Rolin, getrouwd met een beeldhouwer, noemde haar een 'meesterlijke tovenares', die de verschillende verschijningsvormen van de natuur in haar werk samensmelt en herschept tot nieuwe wezens die ontleend zijn aan mineralen, planten, dieren, mensen. In deze tijd, waarin de mens onverwacht door een minuscuul virus verlamd is, heeft het werk van Germaine Richier nieuwe actualiteitswaarde. Zij laat de mens zien als klein onderdeel van de natuur, vergroeid met de natuur, verbonden door onzichtbare draden met andere wezens en even kwetsbaar als plant of dier. Dit zou, wat mij betreft, de jongste interpretatie van haar werk mogen zijn.

Germaine Richier, Mensbeeld - Mensbeest, t/m 6 september 2020, Museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Den Haag. Website: www.beeldenaanzee.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Op zoek naar het paradijs
Flora op het Lam Gods

Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, voltooid in 1432, is wereldwijd bekend en wordt gerekend tot de meest invloedrijke schilderijen die ooit zijn gemaakt. Het boek 'Op zoek naar het paradijs – flora op het Lam Gods', focust op het decor met planten en bloemen in het veelluik, waarin artistiek vakmanschap, botanische kennis en christelijke symboliek aan de dag worden gelegd.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Het boek wordt ingeleid door twee gedeputeerden van de Provincie Oost-Vlaanderen, Leentje Grillaert en Annemie Charlier, verantwoordelijk voor respectievelijk Toerisme, Landbouw, Platteland en voor Erfgoed.

Determinatie, Gebruik en Symboliek
De vijfenzeventig plantenspecies die inmiddels zijn gevonden in het veelluik, zijn nauwkeurig omschreven in dit lijvige drietalige boek (ruim 1500 gram), met 295 bladzijden, zoals Determinatie, Gebruik (voeding, verzorgingsmiddel, medicijn) en Symboliek. De index is opgesteld met de Latijnse botanische namen, vertaald in Nederlands, Frans en Engels. Het boek is een waardige opvolger van 'Een wonderbaarlijke tuin', dat in 2016 werd uitgegeven, ook door de Provincie Oost-Vlaanderen, destijds in het kader van de gelijknamige tentoonstelling in het Caermersklooster in Gent. Dit boek werd eveneens samengesteld door Paul van den Bremt, maar het is niet meer verkrijgbaar. Sinds de restauraties is nog meer aan het licht gekomen over de veelheid aan flora in het altaarstuk.

 
Cover van het boek.

Natuurgetrouw
De gebroeders van Eyck schilderden de flora op het veelluik natuurgetrouw. Dat voorjaarsbloeiers, hoogzomerplanten en flora uit het zuiden naast elkaar worden verbeeld, is niet zo belangrijk. Het paradijs schijnt geen seizoenen te kennen én, het veelluik is tenslotte ook niet in één seizoen geschilderd. Iets wat we overigens vaker zien in bloemstillevens van oude meesters (al dan niet met bijbehorende fauna, zoals slakken, vliegen, bijen, etc.).

Karel van Mander schrijft erover in zijn werk 'Het Schilder'-boeck', in 1604:
''(…) In 't Landtschap zijn veel uytlantsche vreemde Boomen: de cruydekens, diemen onderkennen can, en grassekens in de gronden, zijn uytnemende aerdich en net (…).''

Jan van Eyck deed tijdens zijn reis naar Spanje en Portugal, op uitnodiging van Filips de Goede, veel kennis op over de flora aldaar en heeft die vervolgens vastgelegd.

Bijbelkennis
Van betekenis zijn de symbolen die de van Eycks aan de planten en bloemen hebben gegeven, ten opzichte van de religieuze taferelen in de panelen. Daarin moeten zij beslist zijn geadviseerd door bijbelkenners, het werk bestaat voornamelijk uit christelijke symboliek. Een voorbeeld is het meiklokje, ook genaamd lelietje-van-dalen, oftewel Convellaria majalis (Ruscaceae), dat op het paneel met zeven bladeren is vastgelegd. Dit taaie plantje, met een uitgebreid ondergronds wortelnetwerk, heeft doorgaans per bloem twee bladeren. En nee, geen mutanten met zeven bladeren, maar een symbool van de van Eycks voor de zeven smarten en zeven blijdschappen van Maria.

Citrus en Olijf
Maar ook de band met het jodendom is vastgelegd in het symbool, zoals op het middenpaneel, waar een citroen en een olijftak zijn afgebeeld. De Citrus x limon Pomum Adami, de adamsappel, is in Eva's hand en in de hand van 'De gelauwerde dichter met witte mantel', in het centrale paneel. De adamsappel is een citrusvariant en een van de vier planten die ritueel wordt gebruikt bij het Joodse Tabernakel (Loofhutten) feest. De drie soorten citrusvruchten die voorkomen op het veelluik, worden uitgebreid besproken in het boek. De olijftwijg in de handen van de man in het blauw verwijst naar een tekst van de apostel Paulus, waarin hij de joden vergelijkt met de twijgen van de edele olijfboom, Olea europaea (Oleaceae).

Het moet toch een hele uitzoekerij zijn geweest voor de van Eyck broers om alles een plaatsje te kunnen geven in het retabel. En, zouden de opdrachtgevers hiervoor, Joos Vijd en zijn vrouw Elisabeth Borluut, de kunstenaars de vrije hand hebben gegeven? Zij zijn beide door de van Eycks heel devoot afgebeeld op de buitenluiken, mogelijk alleen door Jan.
Misschien heeft Vijd wel voorgesteld: ''Zeg Jan, uw artistieke vrijheid in acht nemend, kan het in uw raad bestaan dat u een kaardebol – Dipsacus fullonum (caprifoliacaea) afbeeldt ergens in het geheel?''
De grote kaardebol is vrij herkenbaar in het paneel, een volksnaam voor deze plant is 'wijwaterborstel', deze zou in de christelijke symboliek onheil afweren. Wie weet wat zich allemaal heeft afgespeeld tijdens het vervaardigen van de twaalf panelen.

De samenstellers zijn in iedere geval ver gekomen en het boek is een aanrader voor zowel de liefhebbers van de werken van Van Eyck, als biologen en botanische wetenschappers.

Op zoek naar het paradijs, Flora op het Lam Gods, samengesteld door Paul van den Bremt en Hilde van Crombrugge, uitgave: Directie Erfgoed & Erfgoedsites, Provincie Oost-Vlaanderen, ISBN 9789082732870, prijs: 25 euro. Beeld: vimeo.com/LamGods.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

De transcendente vormen van Howard Ben Tré
13 mei 1949-20 juni 2020

Op 20 juni 2020 overleed de Amerikaanse kunstenaar Howard Ben Tré op 71-jarige leeftijd. Howard Ben Tré heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van grootschalige gegoten glasobjecten, en bij het geschikt maken van glasobjecten voor plaatsing in de buitenlucht.

Door Han de Kluijver

De eerste keer dat ik het werk van Howard Ben Tré zag, was in 2004 bij Lotsky in Pelechov (Tsjechië). De monumentale groene vormen fascineerden me door hun pure fysieke aanwezigheid en matte lichtinval. Dit gevoel werd versterkt door de combinatie van moderne vormgeving en oude architectonische verwijzingen. Ben Tré, geboren in Brooklyn, New York, in 1949, behaalde in 1978 een BSA (Bachelor of Science and Arts) aan de Portland State University in Oregon en in 1980 een MFA (Master of Fine Arts) aan de Rhode Island School of Design.

 
Howard Ben Tré, herinrichting van het voetgangersgebied in Warrington (UK), 1999, collectie kunstenaar.

Hij kreeg driemaal een National Endowment voor de Arts Fellowship en driemaal een Rhode Island State Council on the Arts Fellowship.

Het verhaal van Howard Ben Tré leest als een jongensboek. Hij leerde naar eigen zeggen het harde werken van zijn Poolse immigrantenvader, die houtbewerker en kunstenaar was. Hij ging naar de Brooklyn Technical High School om te voetballen, maar studeerde niet af. Daarop verhuisde hij naar Marshall, Missouri, om een jaar lang aan het Missouri Valley College te studeren. Hij ging vervolgens naar Brooklyn College, en raakte daar betrokken bij de Students for a Democratic Society, de anti-oorlogsbeweging en burgerrechtenbeweging van de jaren '60. Hij reisde in 1969 naar Cuba, als onderdeel van de eerste Venceremos Brigade, om suikerriet te snijden. In deze tijd ontmoette hij zijn eerste vrouw, Gay, die hem nadien altijd heeft geholpen bij het ontwerpen van zijn grootschalige werken.

Ontdekking van glas
Bij terugkeer in New York hielp Howard Ben Tré bij het opzetten van een voedselcoöperatie en het organiseren van gemeenschapsevenementen. Hij ging naar de Portland State University, waar hij in de jaren zeventig het materiaal glas ontdekte. Hij ontmoette Dale Chihuly, die hem uitnodigde om zijn studie in het glas voort te zetten. In tegenstelling tot Dale Chihuly was Howard Ben Tré niet geïnteresseerd in het blazen van delicate vormen in felgekleurd glas, maar in de kwaliteit van licht.

Howard Ben Tré vertelde tijdens een interview met Patterson Sims, 1999, dat hij glas begon te gieten, toen hij naar de gesmolten vloeistof keek en besefte dat het in wezen erg leek op gesmolten brons. Met behulp van methoden die hij leerde in zijn metaalgieterijklas aan de Brooklyn Technical High School, ontwikkelde Ben Tré op de Rhode Island School of Design zijn eigen specifieke stijl.

Hij startte met schetsen op papier, waarna het model werd gemaakt. Van het model werd de mal vervaardigd, waarin het glas werd gesmolten. Eenmaal uit de mal gehaald, werd het glas gezandstraald, gepolijst en voorzien van bronzen of granieten toevoegingen.

Technische innovaties
Ben Tré gebruikte het liefst geen gekleurd glas, maar gaf de voorkeur aan een waterige groene kleur glas, dat hij zo kocht en soms versterkte door metaaloxiden toe te voegen. Zo creëerde hij mysterieuze binnenschaduwen. Het metaal verschijnt soms als bekleding en voegt een dunne huid toe aan delen van de sculpturen, of het kan een inzetstuk in een glasvorm zijn. Soms is het een tegenelement, dat zorgt voor een scherpe geometrie tegenover de zachtere welving van een glasvorm, in de vorm van een buitenkader, accent of band, waarvan de ondoorzichtigheid de helderheid van het glas accentueert.

Met behulp van zijn technische innovaties maakte Ben Tré ook sculpturen die een buitenopstelling konden overleven, zoals de fonteinen en de gegoten glazen banken in het Post Office Square Park in Boston, de sculpturen voor het hoofdkantoor van de Bank Boston en het Rhode Island Convention Center, beide in Providence, Rhode Island, Verenigde Staten.

'Clayton Carytid', met Howard Ben Tre', 3 mei 2005. De tien meter hoge, 1.600 pond wegende sculptuur is gevormd in de vorm van een gedrapeerde vrouwenfiguur, bedekt met expansieglas, geschilderd brons en gepolijst graniet. Foto: Bill Greenblatt.

Of het nu gaat om het gieten van glas voor de openbare ruimte of om zijn individuele objecten, Howard Ben Tré vond zijn inspiratie in de geometrie van oude rituele objecten en historische architectuur. Zijn 'Wrapped Forms' (1998 - 2000) roepen associaties met de relikwieën en gebruiken van Aziatische rituelen op, terwijl 'Lightness of Being' (2008) met zijn woud aan glazen verticale monumentale torens van soms wel acht meter, zowel breekbaarheid als kracht uitstraalt. Het licht dat verspreid en gebroken door de gematteerde glasmassa heen schijnt, geeft Ben Tré's sculpturen een eigen mysterieus leven. Door sommige delen met metaal te bekleden, werd de magie juist extra versterkt. Zijn werk is opgenomen in talrijke privé- en openbare collecties in de Verenigde Staten, Europa en Azië. Howard Ben Tré heeft met zijn monumentale sculpturen een onschatbare bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het glasgieten.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

lentewind
de bomen vol
bladmuziek

bij elke windvlaag
krijgt het vogeltje
een kuifje

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; videostill: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Grandioos Glas
Optische glaskunst uit Tsjechië en Slowakije in het Escher Paleis

Optisch glas heeft een unieke uitstraling. Holten en bollingen veroorzaken vergroting en verkleining van doorkijkjes en weerspiegelingen. Het slijpwerk geeft een spiegelend, lichtbrekend en regenboogkleurig effect. De kracht van de sculpturen schuilt in de wisselwerking tussen de objecten, de omgeving en de toeschouwer. Voorbeelden hiervan uit Tsjechië en Slowakije zijn nu te zien in het Escherpaleis in Den Haag.

Door Han de Kluijver

Door het geraffineerde slijpwerk en de verlijmde lagen van optisch glas, manipuleren de objecten de omgeving, die er doorheen is te zien. Het uiteindelijke optische effect is zelfs voor de maker nauwelijks te voorspellen. Als geen ander weten de Tsjechische en Slowaakse glaskunstenaars de bijzondere effecten van het optische glas uit te buiten. Door de werking van het licht en door verandering van gezichtspunt, levert één object verschillende verschijningsvormen op. In het Escher Paleis in Den Haag spelen de objecten met de ogen van de toeschouwer, net zoals M.C. Escher zijn toeschouwers meermaals vol verwondering laat kijken naar hetzelfde werk.

Werken met optisch glas vraagt om geduld, concentratie en aandacht. Optisch glas is glas van de hoogste kwaliteit, een kostbaar materiaal dat gebruikt wordt voor lenzen, microscopen en telescopen. In Europa hebben alleen Italië, Frankrijk en Tsjechië zand dat goed genoeg is om er het pure, optische glas van te maken. Vanwege het trage afkoelingsproces en het slijpen en polijsten, is het bewerken van het glas een langdurig proces.

 
Václav Cígler, 'Half Egg', 2003, gesmolten en geslepen opaalglas. Collectie Kunstmuseum Den Haag, langdurig bruikleen Stichting Modern Glas.

Na ieder stadium van het polijsten wordt het glas zorgvuldig gewassen. Ook de kunstenaar ontsnapt niet aan een rigoureuze hygiënische routine. Het kleinste fragmentje dat achterblijft op de kleding of de handen kan al krassen in het glas veroorzaken.

Collectie Jonker/Zaremba
In 2009 overleed de glasverzamelaar Sam J. Jonker (1930-2009), die samen met zijn vrouw Valentine Zaremba (1936-2017) een indrukwekkende collectie van ruim honderd glasobjecten uit het voormalige Tsjecho-Slowakije opbouwde. Het grootste deel van de collectie is ondergebracht bij de in 2001 opgerichte Stichting Modern Glas, die de collectie in langdurig bruikleen aan het Gemeentemuseum Den Haag, nu Kunstmuseum Den Haag, heeft gegeven, zodat de collectie voor een breed publiek toegankelijk is. Een kleiner deel is te bezichtigen in het Nationaal Glasmuseum in Leerdam. (Zie ook: www.stichtingmodernglas.nl/sam-j-jonker-valentine-zaremba.

Een deel van de glasobjecten is nu te zien in het Escher Paleis. Aanvankelijk richtten Sam Jonker en Valentine Zaremba zich als verzamelaars op het werk van de Nederlandse glaskunstenaar Andries Copier. Maar eind jaren tachtig ontwikkelden zij zich tot pleitbezorgers van de Tsjechische en Slowaakse optische glaskunst. De eerste optische glasobjecten die de verzamelaars verwierven, waren van de hand van Václav Cígler, die de basis van de glascollectie Jonker-Zaremba vormen. Later kochten zij hoofdzakelijk werk aan van diens belangrijkste leerlingen, onder wie Miloš Balgavý, Štepán Pala, Zora Palová, Pavol Hlôška, Juraj Opršal, Josef Tomecko en Eva Fišerová.

Václav Cigler (1929) is een absolute meester van de optische glastechniek en een van de eerste kunstenaars die glas gebruikte voor zijn minimalistische beeldhouwkunst. Hij voelde een verwantschap met de kunst van De Stijl, met name door de wijze waarop de kunstenaars van deze beweging naar het elementaire in de kunst zochten. In Nederland was Václav Cígler ook geen onbekende. In 1969 was zijn werk voor het eerst te zien in een tentoonstelling over Tsjechisch glas in Amsterdam. In 1975 stelde conservator Bernardine de Neeve een tentoonstelling van zijn werk samen in museum Boijmans van Beuningen en dertig jaar later werd zijn werk tentoongesteld in het Haags Gemeentemuseum.

Begin jaren vijftig studeerde Cígler aan de Academie voor Kunsten, Architectuur en Design in Praag bij Josef Kaplický. In 1965 richtte hij de studio Glass in Architecture op aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Bratislava. Deze studio, die hij tot 1979 leidde, inspireerde een hele generatie Slowaakse kunstenaars om technisch hoogstaande glasobjecten te maken. Zijn studenten konden ook onder het communistisch bewind vrij experimenteren met glas, omdat het niet als een ideologisch verdacht artistiek medium werd beschouwd.

Ook andere glaskunstenaars, zoals Lubomír Arzt, waren onder de indruk van Cíglers open werkwijze, waarin elke vorm van paternalisme en dwang ontbrak. Zo ontstond een nieuwe generatie kunstenaars, die het medium glas als minimalistische beeldhouwkunst opvatte en er nieuwe conceptuele kunst mee schiep.

Lubomír Arzt, 'Champagne', 2000, optisch glas, verzaagd en gepolijst. Collectie Kunstmuseum Den Haag, langdurig bruikleen Stichting Modern Glas.

De abstract-geometrische optische glaskunst van Václav Cígler (1929), Lubomír Arzt (1946-2015), Miloš Balgavý (1955), Zora Palová (1947) en Štepán Pala (1944) is t/m 8 november 2020 op meerdere plekken in het voormalige winterpaleis van Koningin-moeder Emma tentoongesteld. Kijk, beweeg en bewonder.

Grandioos Glas: Optische glaskunst uit Tsjechië en Slowakije, t/m 8 november 2020, Escherpaleis, Lange Voorhout 74, Den Haag. Website: www.escherinhetpaleis.nl.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Geloof in het ambacht

Van 12 september tot 15 november 2020 zou de achtste editie van de Biënnale van Bornholm voor hedendaags Europees glas plaatsvinden. Het evenement is nu doorgeschoven naar september 2021. Het Deense eiland Bornholm gebruikt dit evenement om het ambacht van hedendaagse glas in Europa te promoten.

Door Han de Kluijver

Stilte op straat, een lege agenda, het loslaten van verplichtingen, en tegelijkertijd de onheilspellende berichten en de onrust van binnen over de verspreiding van het Coronavirus. Er heerst een vreemde sereniteit. Eigenlijk wisten we allang dat onze manier van leven, reizen, consumeren en vermaken ingrijpend zal moeten veranderen, willen we als soort overleven. Het eindeloos produceren en consumeren van goederen, maar ook de slopende hoeveelheid informatie over onzinnige zaken die dagelijks op ons afkomt, hadden een verdovend effect. Zelden doen we dingen zonder te haasten, zelden wachten we rustig op antwoorden.

 
Bornholm Kunstmuseum. Bornholm heeft een hoge concentratie van ambachtslieden per vierkante kilometer. Het eiland kreeg in 2018 de titel 'World Craft Region' en zal dit internationale evenement gebruiken om het ambacht van het hedendaagse glas in Europa promoten. Foto: Bornholms Kunstmuseum.

Nu we in één keer massaal in de quarantaine van onze eigen consumptiemaatschappij zitten, beseffen we dat we nauwelijks nog zelf dingen produceren. Ambachtelijke industriëen zoals meubel- en modebedrijven verplaatsten hun productie al eerder naar landen als China. Glasfabrieken en de ambachtelijke kristalproducent Royal Leerdam Crystal sloten hun deuren. Nu ook de overgebleven ambachtslieden onder zware financiële druk staan, beseffen we wat we missen. Zonder ambachtslieden kunnen we fluiten naar bijzondere schoenen, kleren, meubels, glas en keramiek, muziekinstrumenten, boekenkasten, boeken en goed eten.

Ambachtscultuur
Er wordt al lange tijd gesproken over de noodzaak tot herwaardering van ambachtelijk werk. Die oproep is nu urgenter dan ooit, willen we na deze crisis nog ambachtslieden over hebben. Maar hoe ziet zo'n ambachtscultuur eruit? In een ambachtscultuur zijn consumenten niet alleen geïnteresseerd in de prijs, maar vooral in de kwaliteit van het product of de dienst. Ze hechten waarde aan het verhaal achter het ambachtelijke werk en willen dat stimuleren door ambachtelijke producten en diensten af te nemen. Daarnaast moet er geïnvesteerd worden in goed onderwijs. Er is veel inspanning voor nodig om jongeren te stimuleren om voor een ambacht te kiezen en om goede vakopleidingen aan te kunnen blijven bieden.

Inmiddels hebben niet alleen overheden maar ook internationale organisaties als UNESCO aandacht voor het ambacht. Het besef is doorgedrongen dat moderne samenlevingen ook in deze tijd van voortsnellende technologische ontwikkelingen, goede ambachtslieden hard nodig hebben en dat het belangrijk is om hun kennis en vaardigheden te bewaren. Musea hebben in het verleden verschillende tentoonstellingen georganiseerd om 'de rol van het maken in ons leven' te vieren (zoals het Victoria and Albert Museum in 2011) of 'om de discussie over het ambacht naar een ander niveau te tillen en het imago van het vakmanschap te verrijken' (Museum Boijmans van Beuningen, 2013).

Tekenend is de invloed die het boek 'De Ambachtsman' (2008) heeft gehad, geschreven door de Amerikaanse socioloog Richard Sennett. In de kunsten werd dit boek met groot onthaal ontvangen, met als gevolg dat steeds meer kunstenaars het ambachtelijke aspect van hun werk onderkennen. De belangstelling kan iets te maken hebben met de karakterisering die Sennett geeft van de ambachtsman: wie wil niet gezien worden als iemand die werkt met het hoofd, het hart en de handen?

Kortom, het is hoog tijd dat we beseffen dat we onze ambachtslieden moeten koesteren. Vervolgens moeten we er alles aan doen om een nieuwe ambachtscultuur te realiseren, die niet alleen kwalitatief hoogstaande producten en diensten voortbrengt, maar ook bijdraagt aan een duurzame economie.

Glas en duurzaamheid
Terug naar het evenement in Bornholm. De European Glass Context 2020 komt voort uit een visie op Bornholm als 'Makers Island'. Bornholm heeft namelijk een hoge concentratie van ambachtslieden per vierkante kilometer en kreeg in 2018 de titel 'World Craft Region'.

Tijd voor algehele herwaardering van ambachtelijk werk. Martin Janecky. Foto: Murano, Han de Kluijver, 19 mei 2018.

De European Glass Context 2020 organiseert afwisselend om de twee jaar tentoonstellingen over keramiek en glas, en wordt gesteund door de Koninklijke Deense Academie voor Schone Kunsten en de School of Design Bornholm (KADK). In 2021 staan glas en duurzaamheid centraal in twee tentoonstellingen, in het Bornholm Kunstmuseum en Grønbechs Gård. Zestig kunstenaars uit alle 31 Europese landen zijn uitgenodigd om nieuw werk te maken. Zij kunnen zich laten inspireren door de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties, waarbij de kunstwerken politiek of sociaal-activistisch van aard mogen zijn, of unieke, eigentijdse meesterwerken. Daarnaast zullen er tal van lezingen en workshops worden gegeven. Kortom, een evenement waar Europese glaskunstenaars laten zien hoe ze hun ambacht levend houden.

Meer informatie: www.europeanglasscontext.com.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Jan Robert Leegte (1973) was in de jaren negentig een van de eerste kunstenaars in Nederland die met behulp van internet kunstwerken maakte. In 2013 realiseerde hij een remake van 'Spiral Jetty (1970) (Robert Smithson) in het computerspel Minecraft, waarin je als speler een virtuele reis kunt maken en veel vrijheid krijgt om deze reis zelf vorm te geven. Na een studie architectuur volgde een tweede opleiding aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, waar hij in Fine Arts en Interaction Design studeerde. In de internetkunst van Jan Robert Leegte krijgen websites een speciale vormgeving die door kunsthistorische tradities genspireerd zijn, zoals conceptuele kunst, performances en Land Art. Digitale concepten, zoals scroll-balken, cursors en menubalken worden omgevormd tot sculpturen, prints en projecties. De fysieke aanwezigheid van digitale elementen komt steeds terug in zijn werk. Hun symboliek wordt in het werk van Leegte opnieuw beeldend vertaald en laat tevens de mogelijkheden zien van het enorm gegroeide processorvermogen van computers. Hij visualiseert de grote verschillen in de vorm van vergelijkende cijferreeksen met hun eigen kleuren en patronen. De Upstream Gallery in Amsterdam werd recent door Jan Robert Leegte geheel getransformeerd In een computerlandschap waarbij gebruik werd gemaakt van een real-time landschapssimulator. Jan Robert Leegte ontwikkelde een kwetsbare natuur die voor klimaatopwarming zorgt en een instorting van ecosystemen. Meer informatie: www.leegte.org | www.upstreamgallery.nl.

Het overlijden van Antoinette Reuten (1948-2020) betekent een groot verlies voor de Nederlandse kunstwereld. Zij had een grote kunsthistorische kennis en gaf onder meer les in de hedendaagse kunstgeschiedenis aan de Rotterdamse kunstacademie. In 1981 nodigde zij op deze academie Joseph Beuys uit voor een werkweek. Voor veel jonge, beginnende kunstenaars was zij een mentor. Haar betrokkenheid bij de hedendaagse beeldende kunst en de toekomst van jonge kunstenaars kreeg opnieuw vorm door de start van de Reuten Galerie (Amsterdam) in 1992. Jonge en onbekende kunstenaars kregen van haar de mogelijkheid om te exposeren. Als tentoonstellingsmaker realiseerde zij talrijke groepsexposities en zomersalons. In deze salons, vaak met twaalf kunstenaars, maakte zij visueel zeer aantrekkelijke beeldende verhalen. Antoinette bleef tot het laatst actief in de kunstwereld, bezocht openingen van andere exposities, had veel aandacht voor nieuwe kunstenaars en zorgde voor promotie van hun werk. Ook nam zij met haar galerie geregeld deel aan belangrijke kunstbeurzen. Haar credo was: kunst moet je vooral met zoveel mogelijk kracht de wereld in helpen. Antoinette Reuten was op een gepassioneerde wijze betrokken bij de hedendaagse beeldende kunst. Meer informatie: www.reutengalerie.com.

Een bezoek aan Het Kunstuur in de Heilige Geestkapel en het Heilige Geesthuis (Mechelen, België) is een unieke belevenis en duurt exact één uur. Het is een aparte ervaring omdat de aanwezige kunstwerken één voor één belicht worden. Via een koptelefoon hoort men als bezoeker muziek en verhalen. In dit Kunstuur worden 32 topwerken getoond van Belgische kunstenaars uit de periode 1887-1937. Een periode die heel rijk was aan diverse kunststromingen. De vertellers zijn bekende en minder bekende Vlamingen. Zij worden als persoon naast het kunstwerk geprojecteerd. De vertellers schetsen hun band met het kunstwerk of de betreffende kunstenaar. In de Heilige Geestkapel vertelt acteur Jo De Meyere de levensverhalen van deze kunstenaars. Om de twintig minuten kunnen telkens maximaal acht bezoekers aan Het Kunstuur deelnemen. Deze tentoonstelling vindt plaats op een historische locatie in Mechelen. De kapel dateert van het einde van de 13e eeuw en is sinds 1938 een beschermd monument. Deze expositie is nog tot en met 30 september as. te bezoeken. Deze expositie is na 17 mei jl. weer toegankelijk geworden voor bezoekers. Meer informatie: www.hetkunstuur.com/mechelen.

Museum Arnhem toont in de tijdelijke tentoonstellingsruimte De Kerk de expositie City Life. Mensen & de urbane realiteit. Internationale kunstenaars verbeelden uiteenlopende aspecten van het leven en overleven in steeds groter wordende steden. Door de grote toename van de wereldbevolking is de verwachting dat over tien jaar acht miljard mensen op de aarde zullen leven. Twee derde hiervan zal in grote en kleine steden gaan wonen. Nu reeds is sprake van overbevolking en raken treinen en metro's overvol, worden groengebieden volgebouwd en raken de autowegen overbelast. De stad wordt steeds meer een kwetsbare stad, waarin het contact onderling afwezig wordt en veel mensen geen woonplek kunnen vinden. In deze tentoonstelling laten de deelnemende kunstenaars hun visie zien op deze ontwikkeling. Enkele namen: Abdulrazaq Awofeso (Nigeria), Alaa Albaba (Palestina), Maga Berr (Peru), Mirthe Dokter (Nederland) en Michael Wolf (Duitsland). Deze expositie is t/m 23 augustus 2020 te bezoeken. Meer informatie: www.museumarnhem.nl/city-life.

Kunstenaars uit binnen- en buitenland verbeelden in de tentoonstelling other.worldly in het Fries Museum een wereld onder water. Al eeuwen wordt de mens tot de zee aangetrokken die unieke gevoelens van tijdloosheid en verbondenheid oproepen. De zee kan een milde en kleurrijke muze zijn, maar haar onderwereld bezit ook een koude onderstroom. In haar diepte kunnen mensen verdrinken maar raakt zij ook vervuild. Tegelijk is haar wereld bijzonder mooi en zwemmen er mysterieuze wezens rond. In de expositie other.worldly geven ruim twintig kunstenaars hun visie op de onderwaterwereld van de zee. Een kernstuk van deze tentoonstelling is het werk Osedax van de kunstenaars Edgar Cleijne (Ned) en Ellen Gallagher (USA), waarin zij reis maken langs een booreiland en betoverende zeedieren en planten ontdekken. Deze tentoonstelling is nog t/m 14 februari 2021 te zien in het Fries Museum in Leeuwarden. Meer informatie: www.friesmuseum.nl/otherworldly.

Het Amsterdamse fotofestival Unseen zal toch weer gehouden worden. Aanvankelijk zou de failliet verklaarde fotobeurs dit jaar niet meer gehouden worden, maar door de overname van dit festival door Fons Hof (directeur Art Rotterdam) en Johan de Bruijn (Galleryviewer.com) is het voortbestaan van dit festival veilig gesteld. De verwachting is dat de organisatie van dit fotofestival kleiner van opzet gaat worden. De ideële stichting van het festival, Unseen Foundation, is niet door het faillissement geraakt. De twee nieuwe eigenaars willen aan de presentatie van Unseen voorlopig weinig veranderen. De beurs zal vermoedelijk in de zelfde vorm op het Westergasterrein gaan plaatsvinden. Het plan is dat deze beurs nog vijf jaar op deze plaats gehouden zal worden. Fons Hof zegt over het festival: 'Unseen is een fantastische beurs, zowel in Amsterdam als internationaal. Hij verwacht echter dat met een veel kleiner team gewerkt zal gaan worden, waardoor de kosten van de beurs ook sterk omlaag kunnen gaan. De digitale catalogus van Unseen staat op www.Galleryviewer.com. Het is nog onduidelijk of het fotofestival Unseen in 2020 doorgaat. Meer informatie: www.unseenamsterdam.com.

De bekende Utrechtse kunstenaars Leon Keer is door het Utrechtse stadslab Raum en Street Art Today gevraagd om een 150 m2 grote vloerschildering te maken op het Berlijnplein in Utrecht Leidsche Rijn. Dit werk zal in principe een jaar lang te zien zijn. Tijdens het gratis minifestival Buurtborrel x Street zal Leon Keer met dit kunstwerk beginnen. Hij is wereldbekend als street-artist en heeft in de gehele wereld gewerkt. In zijn stijl van 'anamorphic street art'l zijn in Mexico, Saudi-Arabiëtalrijke schilderijen gemaakt. Tot nu toe was zijn werk in Utrecht nooit langer dan een paar dagen te zien, maar hier heeft Raum nu verandering in gebracht. Leon Keer zal een 3D-vloerschildering gaan maken. Deze techniek wekt de illusie dat je als kijker nu een 3D-schildering ziet. Dat is wel afhankelijk van de plaats waar je naar dit schilderij kijkt. Street art staat er om bekend dat het van tijdelijke aard is, omdat de schilderingen in de openbare ruimte gemaakt worden. Het stadslab Raum organiseert exposities en events voor bewoners/bezoekers en wil het toekomstige stadsleven op deze manier vormgeven. Meer informatie: www.raumutrecht.nl.

 

Berlijnplein, Utrecht Leidsche Rijn. Foto: Rob den Boer.

 

New Radicalism: the Radical New Voices from the Middle-East, North Africa and her Diasporas is recent als een nieuw festival voor digitale kunst en nieuwe media in Rotterdam-Noord gehouden. Het bracht kunst en politiek samen en werd gepresenteerd door een nieuwe generatie curatoren, kunstenaars en ontwerpers die stereotypen over kunst en cultuur ui het Midden-Oosten en Noord-Afrika bevragen. De organisatie van het festival wilde een genuanceerd perspectief bieden van de complexe relatie tussen het Oosten en het Westen. Het programma bestond uit installaties, fotografie en videokunst, een contextprogramma met workshops en lezingen, alsmede een muziekprogrammering. Als curatoren waren aangetrokken: Sophia Al Maria, Sofiane Si Merabet, Ulya Soley en Jameela Elfaki, Verschillende organisaties als Framer Framed, The Outpost, SubbaCultcha en Tate Young People's Programmes waren eveneens met dit project inhoudelijk verbonden. New Radicalism vond in Rotterdam-Noord plaats tussen 6 t/m 9 februari 2020. Een stadsdeel waar veel kinderen met roots in het Midden-Oosten en Noord-Afrika opgroeien. Naast deze tentoonstelling was ook een educatief programma met de kunstenaars aanwezig. Kortom: een vernieuwende en actuele kunstactiviteit. Meer informatie: www.newradicalism.world.

Bovenstaande Kunstflitsen zijn samengesteld door Wim Adema.

Promoveren in de kunsten is nu ook mogelijk in Limburg. Dat kan in MERIAN, een samenwerking op het gebied van artistiek onderzoek tussen Zuyd Hogeschool, Universiteit Maastricht en de Jan van Eyck Academie. MERIAN (de Maastricht Experimental Research In and through the Arts Network) is een omgeving waarin geselecteerde PhD-kandidaten vanuit alle kunst- en wetenschappelijke disciplines een promotietraject in 'Maastrichtse stijl' artistiek onderzoek kunnen doen. Meer informatie: www.zuyd.nl/promoveren-in-de-kunsten. (RdB)

Naar aanleiding van haar 150 jarig bestaan publiceert de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam de plattegrond 'Rijksakademie op de kaart, 150 jaar beelden in Amsterdam'. Hiermee kun je deze zomer dwalen door de straten en parken van Amsterdam, op zoek naar Rijksakademie-geschiedenis. 441 werken in de openbare ruimte van de hand van kunstenaars die de afgelopen 150 jaar aan de Rijksakademie verbonden waren, zijn in kaart gebracht: van voormalig directeuren en docenten tot advisors en alumni. Je vindt zo werk van Jan Toorop, Hildo Krop, Constance Wibaut, Constant, Karel Appel en Erwin de Vries, maar ook van een hedendaagse generatie alumni, zoals Jennifer Tee, Fernando Sanchez Castillo, Ebru Özseçen, Amalia Pica en Papa Adama. Meer informatie: https://150y.rijksakademie.nl/Rijksakademie-On-The-Map. (RdB)

De bouw van Depot Boijmans Van Beuningen - 's werelds eerste publiek toegankelijke kunstdepot - is bijna gereed. Vrijdag 25, zaterdag 26 en zondag 27 september opent het kunstdepot, ontworpen door MVRDV, voor het eerst zijn deuren voor het publiek met de Zilveren Opening. Dit is de enige kans voor bezoekers om het gebouw - inclusief de daktuin met uitzicht over Rotterdam - te verkennen voordat het gebouw sluit om de verhuizing van de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen (151.000 objecten) mogelijk te maken. Meer informatie: https://boijmans.pr.co/depot-boijmans-van-beuningen. (RdB)

Koop kunst met de KunstKoop, het kan weer! Ben je fervent kunstkijker, maar denk je dat kunst kópen alleen is weggelegd voor mensen met een dikke bankrekening? Dan hebben we goed nieuws voor je: de KunstKoop kan weer worden gebruikt! Daarmee hoef je een kunstwerk niet in één keer te betalen, maar maak je jezelf wel in één klap kunstverzamelaar. Zonder rente of extra kosten: al vanaf minder dan een tientje per maand. En intussen steun je ook nog kunstenaars en galeries. Door het online systeem van onze nieuwe partner Santander Consumer Finance Benelux is de KunstKoop nu volledig digitaal en daardoor sneller en makkelijker dan ooit. Meer informatie: https://kunstkoop.nl.(RdB)

Nxt Museum, het eerste museum in Nederland voor nieuwe mediakunst, opent haar deuren op 29 augustus 2020. Met een driedelig programma bestaande uit tentoonstellingen, performances en educatie, laat Nxt Museum kunst met technologie samenkomen met de focus op 'what is next'. In een voormalig productiestudio van 2100 vierkante meter levert het museum een unieke toevoeging aan het florerende creatieve district van Amsterdam-Noord. Nxt Museum is een nieuwe culturele bestemming voor de stad en omstreken. Het museum opent met Shifting Proximities, de eerste tentoonstelling bestaande uit multi-zintuigelijke installaties van lokale en internationale gerenommeerde kunstenaars en academici, waaronder Thijs Biersteker en Stefano Mancuso, Lucy McRae en Niels Wouters, Heleen Blanken, Roelof Knol, Marshmallow Laser Feast en United Visual Artists (UVA). Shifting Proximities onderzoekt menselijke interactie en ervaring in het licht van technologische en sociale uitdagingen. Een aantal werken zijn specifiek voor Nxt Museum ontworpen. Meer informatie: https://nxtmuseum.com. (RdB)

Terug naar boven

Inhoud