Juli - sept. 2020, 15e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

George Stubbs
De Man, het Paard, de Obsessie

In samenwerking met de MK Gallery in Milton Keynes (VK), heeft het Mauritshuis een primeur: een expositie van een selectie werken uit het oeuvre van de Britse paarden-'portrettist' George Stubbs.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

(Paarden)schilderijen van George Stubbs (1724-1806) zijn niet te vinden in Nederland, terwijl deze kunstenaar toch een behoorlijke productie had en alom bekend was. Nederlandse paardenschilders zijn er overigens ook. Een bekende is Philips Wouwerman (1619-1668), die zijn paarden vooral inzette bij oorlogs- en jachttaferelen. Het Mauritshuis bezit werken van Wouwerman en heeft in 2009 een tentoonstelling aan deze schilder gewijd.

Aristocratie
Dat Stubbs de paarden daadwerkelijk portretteerde als 'edelen', heeft te maken met de eeuwenoude renpaardencultuur van de Britten. En in Stubbs' tijd was het hoofdzakelijk de elite, de aristocratie, die zich een portret van zijn of haar lievelingspaard kon permitteren. Op jonge leeftijd had Stubbs al wat kapitaal vergaard met het schilderen van portretten van de Britse elite zelf. Daarmee kon hij zich wijden aan zijn andere passie: de anatomie.

Anatomielessen
Als jonge dertiger vertrok hij naar York en kon daar in een ziekenhuis anatomielessen volgen. Aldoende is hij mogelijk op het idee gekomen om zich in de anatomie van het paard te verdiepen. Het paard was toen het enige dier waaraan al eerder anatomische studies waren gewijd, maar die voldeden niet meer aan de wetenschappelijke standaard. Toen kon Stubbs zich profileren. Hij stortte zich achttien maanden lang op de eigenhandige ontleding van paardenlichamen en het maken van anatomische schetsen, in een grote schuur van een boerderij in Horkstow.

Kataklop
Ondergetekende heeft een instinctieve paardenangst, als kind al. Ooit werd ik tijdens een druk corso in het gedrang bijna tegen een politiepaard geduwd. Het was een grote schrik en de vochtige penetrante lucht die van het bruine dier afkwam, is me bijgebleven. Ik kon er bijkans onderdoor lopen. Daarom heb ik 'paardenmeisjes' nooit begrepen, die na schooltijd zonodig naar hun 'verzorgknol' (excusez le mot) moesten, om zich onder meer bezig te houden met stallen uitmesten en paardenstaarten borstelen.

En nu? Binnen een actieradius van één kilometer in mijn woonomgeving zijn vijf maneges te vinden. Op de fiets is het regelmatig om de vijgen heen laveren. Een paard in de verte laat me steevast naar de andere kant van de weg lopen of fietsen, om er vervolgens met een grote bocht omheen te gaan, of te wachten tot 'het gevaar' voorbij gelopen is. Tweemaal overkwam het me dat ik met de auto een op hol geslagen paard moest ontwijken. Een ervan had een touw om zich heen, met een stuk hek achter zich aan slingerend. Dat kataklop-kataklop-geluid op het asfalt blijft ook bij. Afijn, het heeft me tot dusver niet mee gezeten om van die paardenfobie af te komen.

De Obsessie
Van de paarden die Stubbs heeft vereeuwigd, hoef ik niets te vrezen. Dat is trouwens wel een ander verhaal, deze kunstenaar moet een aangeboren liefde of in ieder geval een buitengewone interesse voor paarden hebben gehad, een 'obsessie'. Het feit alleen al dat de schilder zich anderhalf jaar lang heeft toegelegd op het ontleden van paarden in die grote schuur in Horkstow. Paarden die een natuurlijke dood waren gestorven. Voor het prepareren liet hij het paard eerst leegbloeden en spoot vervolgens een wasachtige vloeistof in aderen en zenuwen om zo de natuurlijke vorm te behouden. Het paard werd vervolgens met haken aan een metalen staaf gehangen, die aan het plafond van de schuur was bevestigd. De hoeven rustten op een horizontale houten plank, waardoor het paardenlichaam een staande houding kreeg.

De man
Stubbs trok dus letterlijk aan dode paarden, alleen het was voor hem geen onbegonnen zaak... Tussen 1756 en 1758 ontleedde hij twaalf paarden, die hij laag voor laag bestudeerde en op papier vastlegde volgens een vast stramien: profiel, vooraanzicht en achteraanzicht. Van die tekeningen bleven er 42 bewaard en 10 daarvan zijn op de expositie te zien. Daarbij zijn enkele werktekeningen, die hij tijdens het ontleden maakte. De overige zijn de uiteindelijke studies, nette versies en vermoedelijk in schonere omstandigheden uitgewerkt. Hoe het in die schuur heeft geroken na verloop van zo'n ontleding, wie zal het zeggen? Er waren geen koelingsmogelijkheden in de 18e eeuw en de natuurlijke ontbinding van het kadaver ging gewoon door.

Etsen
Zijn anatomische tekeningen wilde hij uiteindelijk publiceren en daarvoor was het nodig om zijn tekeningen om te zetten in etsen. Dat lukte hem aanvankelijk niet, en Stubbs trok naar London om daar contacten te zoeken met prentenmakers. In Londen was er weinig animo voor dit specifieke onderwerp, dus zag hij zich genoodzaakt om zelf de etstechniek te gaan beheersen. Het lukte hem wel om de juiste contacten te leggen voor zijn eerste opdrachten als paardenschilder. Het boek kwam er in 1766: 'The Anatomy of the Horse', inclusief 18 prenten 'all done from Nature'. Stubbs kreeg veel lof voor zijn boekwerk, vooral vanuit de wetenschappelijke hoek. In de expositie liggen twee exemplaren van deze foliant in vitrines.

Eclipse
Prominent boven de twee folianten staat het skelet van 'Eclipse' opgesteld, het beroemdste renpaard van de achttiende eeuw. Het dier werd geboren tijdens een zonsverduistering en leefde van 1764 tot 1789. Na zijn overwinningen op de racebanen werd het een fokhengst en in 17 jaar tijd kwamen er 930 nakomelingen, waarvan er zo'n 300 ook succesvolle renpaarden werden, wereldwijd. Het hart van Eclipse was groot, bleek na de dood en de daaropvolgende ontleding van het dier. Er werd gedacht dat het hieraan zijn bijzondere snelheid ontleende. Echter, zijn kleine en goedgebouwde lichaam was de werkelijke reden van zijn prestaties. Luguber is zijn geraamte wel enigszins.

Whistlejacket
Het boegbeeld van deze kleine, maar fijne expositie is het bijna levensgrote schilderij van 'Whistlejacket' uit 1762, het renpaard dat behoorde tot de stal van de tweede Markies van Rockingham, Charles Watson-Wentworth (1730-1782), een goede vriend van Stubbs. De markies gaf de kunstenaar de opdracht voor dit schilderij, dat inmiddels eigendom is van de National Gallery in Londen.

Voor de liefhebbers van paarden – in het algemeen – is het werkelijk een aanrader om deze expositie te gaan bekijken, een dergelijke gelegenheid zal zich niet vaker voordoen. Het moment dat ik de expo bezocht was enkele dagen na de heropening van het museum en de maatregelen rond het corona virus waren nog onwennig. De leeftijd van de bezoekers was heel divers. Van jonge paardenmeisjes tot oude paardenfokkers, schat ik zo in.

George Stubbs - De man, het paard, de obsessie, t/m 30 augustus 2020, Mauritshuis, Plein 29, Den Haag. Website: www.mauritshuis.nl.

Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen, onder de gelijknamige titel, door Kees van der Vinde: ISBN: 9789462622821.