Juli - sept. 2020, 15e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Op zoek naar het paradijs
Flora op het Lam Gods

Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, voltooid in 1432, is wereldwijd bekend en wordt gerekend tot de meest invloedrijke schilderijen die ooit zijn gemaakt. Het boek 'Op zoek naar het paradijs – flora op het Lam Gods', focust op het decor met planten en bloemen in het veelluik, waarin artistiek vakmanschap, botanische kennis en christelijke symboliek aan de dag worden gelegd.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Het boek wordt ingeleid door twee gedeputeerden van de Provincie Oost-Vlaanderen, Leentje Grillaert en Annemie Charlier, verantwoordelijk voor respectievelijk Toerisme, Landbouw, Platteland en voor Erfgoed.

Determinatie, Gebruik en Symboliek
De vijfenzeventig plantenspecies die inmiddels zijn gevonden in het veelluik, zijn nauwkeurig omschreven in dit lijvige drietalige boek (ruim 1500 gram), met 295 bladzijden, zoals Determinatie, Gebruik (voeding, verzorgingsmiddel, medicijn) en Symboliek. De index is opgesteld met de Latijnse botanische namen, vertaald in Nederlands, Frans en Engels. Het boek is een waardige opvolger van 'Een wonderbaarlijke tuin', dat in 2016 werd uitgegeven, ook door de Provincie Oost-Vlaanderen, destijds in het kader van de gelijknamige tentoonstelling in het Caermersklooster in Gent. Dit boek werd eveneens samengesteld door Paul van den Bremt, maar het is niet meer verkrijgbaar. Sinds de restauraties is nog meer aan het licht gekomen over de veelheid aan flora in het altaarstuk.

Natuurgetrouw
De gebroeders van Eyck schilderden de flora op het veelluik natuurgetrouw. Dat voorjaarsbloeiers, hoogzomerplanten en flora uit het zuiden naast elkaar worden verbeeld, is niet zo belangrijk. Het paradijs schijnt geen seizoenen te kennen én, het veelluik is tenslotte ook niet in één seizoen geschilderd. Iets wat we overigens vaker zien in bloemstillevens van oude meesters (al dan niet met bijbehorende fauna, zoals slakken, vliegen, bijen, etc.).

Karel van Mander schrijft erover in zijn werk 'Het Schilder'-boeck', in 1604:
''(…) In 't Landtschap zijn veel uytlantsche vreemde Boomen: de cruydekens, diemen onderkennen can, en grassekens in de gronden, zijn uytnemende aerdich en net (…).''

Jan van Eyck deed tijdens zijn reis naar Spanje en Portugal, op uitnodiging van Filips de Goede, veel kennis op over de flora aldaar en heeft die vervolgens vastgelegd.

Bijbelkennis
Van betekenis zijn de symbolen die de van Eycks aan de planten en bloemen hebben gegeven, ten opzichte van de religieuze taferelen in de panelen. Daarin moeten zij beslist zijn geadviseerd door bijbelkenners, het werk bestaat voornamelijk uit christelijke symboliek. Een voorbeeld is het meiklokje, ook genaamd lelietje-van-dalen, oftewel Convellaria majalis (Ruscaceae), dat op het paneel met zeven bladeren is vastgelegd. Dit taaie plantje, met een uitgebreid ondergronds wortelnetwerk, heeft doorgaans per bloem twee bladeren. En nee, geen mutanten met zeven bladeren, maar een symbool van de van Eycks voor de zeven smarten en zeven blijdschappen van Maria.

Citrus en Olijf
Maar ook de band met het jodendom is vastgelegd in het symbool, zoals op het middenpaneel, waar een citroen en een olijftak zijn afgebeeld. De Citrus x limon Pomum Adami, de adamsappel, is in Eva's hand en in de hand van 'De gelauwerde dichter met witte mantel', in het centrale paneel. De adamsappel is een citrusvariant en een van de vier planten die ritueel wordt gebruikt bij het Joodse Tabernakel (Loofhutten) feest. De drie soorten citrusvruchten die voorkomen op het veelluik, worden uitgebreid besproken in het boek. De olijftwijg in de handen van de man in het blauw verwijst naar een tekst van de apostel Paulus, waarin hij de joden vergelijkt met de twijgen van de edele olijfboom, Olea europaea (Oleaceae).

Het moet toch een hele uitzoekerij zijn geweest voor de van Eyck broers om alles een plaatsje te kunnen geven in het retabel. En, zouden de opdrachtgevers hiervoor, Joos Vijd en zijn vrouw Elisabeth Borluut, de kunstenaars de vrije hand hebben gegeven? Zij zijn beide door de van Eycks heel devoot afgebeeld op de buitenluiken, mogelijk alleen door Jan.
Misschien heeft Vijd wel voorgesteld: ''Zeg Jan, uw artistieke vrijheid in acht nemend, kan het in uw raad bestaan dat u een kaardebol – Dipsacus fullonum (caprifoliacaea) afbeeldt ergens in het geheel?''
De grote kaardebol is vrij herkenbaar in het paneel, een volksnaam voor deze plant is 'wijwaterborstel', deze zou in de christelijke symboliek onheil afweren. Wie weet wat zich allemaal heeft afgespeeld tijdens het vervaardigen van de twaalf panelen.

De samenstellers zijn in iedere geval ver gekomen en het boek is een aanrader voor zowel de liefhebbers van de werken van Van Eyck, als biologen en botanische wetenschappers.

Op zoek naar het paradijs, Flora op het Lam Gods, samengesteld door Paul van den Bremt en Hilde van Crombrugge, uitgave: Directie Erfgoed & Erfgoedsites, Provincie Oost-Vlaanderen, ISBN 9789082732870, prijs: 25 euro. Beeld: vimeo.com/LamGods.

Terug naar boven