Nov. - dec. 2020, 15e jg. nr.3. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Het schildergevoel van John Constable

De Engelse landschapschilder John Constable (1776-1837) won een gouden medaille op de Parijse Salon van 1824. Eindelijk roem en erkenning op 48-jarige leeftijd. De Franse koning nodigde hem uit voor een ontmoeting. Hoewel een dergelijk groot eerbetoon geheel nieuw voor hem was, sloeg Constable de invitatie af.

Door Peter van Dijk

Aan zijn beste vriend John Fisher, bisschop van Salisbury, schreef hij: "Ik kreeg vanochtend een brief uit Parijs waarin stond dat de koning mij een gouden medaille toekende. (…) Ik ben trots en tevreden, maar ik kan waarachtig zeggen dat jouw vroege aandacht en jouw vriendschap voor mij tijdens mijn onbekendheid meer waard was dan dit, en alle andere aandacht te samen." (cat. John Constable, pag 24).

John Constable was een schilder die de behoefte voelde, zo blijkt uit zijn dagboek, zijn gevoelens vast te leggen. En daar had hij geen reizen voor nodig, die zouden hem maar verwarren. Hij bleef liever in Engeland waar hij de mooie landstreken kende en wist hoe hij de schoorstenen en fabrieksgebouwen van de moderne wereld kon ontlopen.

John Constable (1776-1837), 'Wolkenstudie', ca. 1821-1822, olieverf op papier. Collectie David Thomson.

Hij schilderde en tekende alleen op handgeschept papier van Schotse en Engelse papiermolens. Dit in tegenstelling tot zijn populaire collega en tijdgenoot William Turner, die papier gebruikte uit alle Europese landen die hij aandeed. Door het land verspreid waren er wel 400 papiermakers, maar Constable bleef graag die paar Britse molenaars trouw in wie hij vertrouwen had. John Constable hield intens van de bomen op zijn geboortegrond in Suffolk, van de wolken boven de badplaats Brighton, de heide bij Hampstead en de zware luchten boven zee. Hij was geen avonturier, geen druktemaker, maar een voorbeeldige echtgenoot en vader. Hij werd beroemd als de conservator van het oer-Engelse landschap dat door de industriële revolutie dreigde te verdwijnen. Constable heeft nooit een voet buiten zijn geliefde Britse eiland gezet.

Met deze achtergond is John Constable in de loop der tijden de favoriete schilder van nostalgische Engelsen geworden, die hun Britse identiteit weerspiegelt zien in de vijver op Constable’s beroemdste schilderij 'De hooiwagen' (The Hay Wain, 1821). 'De hooiwagen' is een idylle, een boerenhuis aan een poel, bomen rondom, een paard en wagen in het water, een hond die van de kant toekijkt en een horizon van groene velden door bossen afgeschermd. Ver van de stinkende fabriekspijpen en lawaaiige locomotieven, die zijn tijdgenoot Turner graag schilderde. Constable is de Engelse Ruisdael. Het schilderij staat op koekjesdozen, gehaakte kussens, keramiek, theekopjes, puzzels. Al deze snuisterijen zijn volop te koop bij de plek waar dit schilderij geschilderd is, Flatford Mill bij East Bergholt. De molen, die eigendom was van zijn vader, is een toeristische attractie geworden, zoals Van Gogh’s sanatorium in St Rémy. Er is een groot parkeerterrein voor onder meer bussen vol schoolkinderen. Verder een wandelroute van zes kilometer langs de oorspronkelijke natuurgezichten en langs geplastificeerde kopieën van de grote schilderijen die Constable in deze omgeving schilderde.

Gefortuneerde snobs
Pas na zijn dood kreeg Constable de roem die hij verdiende. Tijdens zijn leven verkocht hij in zijn eigen land slechts twintig schilderijen. Dat kwam omdat de kunstkoper van zijn tijd uit de elite kwam en over het algemeen een gefortuneerde snob was, die pas de portemonnee trok als de reputatie van een kunstenaar alom geaccepteerd was. Hij volgde de heersende smaak.

Constable was daarentegen een grensverleggende schilder. En die worden niet snel gewaardeerd. Dat gebeurt in het algemeen pas na jaren. In zijn tijd stonden landschappen laag in de schilderijen-pikorde. Als een schilder zich waagde aan een mooie heuvel met wat bomen, dan moest er altijd een tempeltje, een cherubijntje of een Griekse god op staan. Dat waren de classicistische regels van de Royal Academy, zoals die ook de regels waren van de Academie des Beaux Arts in Parijs. Alleen in Frankrijk veranderde de smaak door kunstenaars als Géricault, Delacroix en de schilders van Barbizon, die getroffen waren door Constable’s kleuren en losse techniek. Goedkeuring door de jury’s van de officiële staatsacademies was belangrijk, omdat pas dan overheidsopdrachten verkregen konden worden. De autorisatie van een Academie gaf een keurmerk af. Ironisch was dat de schilder van de Britse ziel buiten Engeland, bij de Franse doodsvijand nog wel, alle eer en verkoopsucces kreeg die hij in eigen land pas na zijn dood oogstte.

Voor het allereerst kan het Nederlandse publiek met deze John Constable in een magnifieke expositie kennismaken. Teylers Museum heeft de laatste jaren zeven tekeningen van de Britse meester gekocht en heeft dankzij de samenwerking met David Thomson, verzamelaar en stichter van het persbureau Reuters, een honderdtal olieverven, aquarellen, pen- en potloodtekeningen bijeen weten te brengen.

De expositie in Haarlem krijgt een extra dimensie doordat af en toe werk van schilders die Constable’s inspireerden (onder meer Rembrandt, Ruisdael, Rubens, Willem van de Velde, Claude Lorrain) naast Constable’s kunstwerken worden getoond.

John Constable (1776-1837), 'De molen van Flatford', gezien vanaf de sluis op de rivier de Stour, 1811, olieverf op doek. Collectie David Thomson.

Gelukkige jeugd
John Constable heeft een gelukkige jeugd gekend in de velden en bossen rond zijn woonplaats East Bergholtz in Suffolk (gelegen tussen Colchester en Ipswich). Zijn vader was een welgesteld handelaar en herenboer. Hij bezat watermolens voor graan, landbouwgrond met windmolens, scheepswerven en schepen. De bezittingen van zijn vader heeft Constable vaak geschilderd. Dat was overigens niet de bedoeling van zijn vader, die wilde dat John het bedrijf van hem overnam en hem verbood naar de tekenacademie in Londen te gaan. Zeven jaar hield hij uit bij zijn vader, tot zijn jongste broer zijn plaats overnam. In ieder geval leerde hij in het bedrijf de werking van molens tot in detail kennen en daarmee ook alles over wind en wolken. In 1799, op 23-jarige leeftijd, mocht hij eindelijk naar Londen verhuizen om de les te nemen aan de academie, zijn ouders bleven hem financieel en moreel steunen.

Tijdens zijn studietijd maakte hij twee reizen, 'sketching tours', eerst door Derbyshire, daarna door het Lake District, betaald door zijn oom, een rijke wijnhandelaar, die vond dat reizen je blik verruimt. Constable rapporteerde vooral dat de bergen hem terneergeslagen maakten. Van depressies had Constable ook wel last zonder berggezichten. Vooral tijdens de zeven jaar dat de ouders van zijn grote liefde Maria Bicknell het paar verbood elkaar te zien, laat staan te trouwen. Opa Bicknell was een geestelijke en dus van hogere stand dan een zoon van een herenboer, hoe rijk dan ook. De andere opa van Maria, dr. Durand Rhudde, was behalve standbewust ook een lastpak, hij dreigde Maria te onterven als ze beneden haar stand zou trouwen. De moeder van John zond daarop Rhudde een geschenk om hem te kalmeren, een schets van de kerk van East Bergholtz door John Constable. Rhudde stuurde de schilder een vriendelijk briefje terug, met een biljet van vijf pond ingesloten, zodat hij niet bij hem in het krijt stond. Deze hopeloze situatie veranderde toen de ouders van John kwamen te overlijden en John dankzij zijn erfenis aan de financiële normen van zijn schoonouders kon voldoen. Maar bij de huwelijksvoltrekking was niemand van beide families present. Opa Rhudde hield woord en onterfde Maria, maar na zijn dood bleek zij toch weer opgenomen te zijn in de lijst van erfgenamen.

Gezondheid Maria
Het was een zeer gelukkig huwelijk, het paar kreeg zeven kinderen. De enige schaduwen waren bij tijd en wijle geldgebrek, door de vele doktersrekeningen vanwege de zwakke gezondheid van Maria, die tbc had. Bovendien verhuisden af en toe naar gezondere streken in Engeland, zoals Hampstead buiten Londen en Brighton aan zee. Pas op 52-jarige leeftijd kreeg Constable in Engeland, na zijn Franse successen, enige erkenning; hij werd in 1829 toegelaten als lid van de Royal Academy met één stem verschil. Zijn grote rivaal William Turner was toen al 26 jaar lid. Dankzij een flinke erfenis van Maria’s vader, een paar jaar eerder, waren de geldzorgen van het gezin inmiddels verleden tijd en kon John met een gerust gemoed 'six-footers' gaan schilderen, grote schilderijen van 185 cm breed. Voor deze six-footers, zoals 'De hooiwagen', moet je naar Engeland. Op de tentoonstelling in Teylers hangen ze niet.

Schitterend werk
De iets kleinere werken van Constable, schilderijen, tekeningen en etsen, zijn overigens groot en groots genoeg. In de natuur werken was Constable’s lust en leven. Hij had de pest aan het sombere atelierwerk, dat produceerde in zijn ogen alleen maar donkere, berookte, vuile doeken. Hij kon onder een boom gaan liggen om naar de beweging van de blaadjes te kijken, of uren staren naar de bodem van een sloot. "Niets is lelijk in de natuur," zei Constable vaak (L. Parris, Constable-catalogus Tate Gallery, Londen, 1976, pag. 23). Hij probeerde zo natuurgetrouw mogelijk te schilderen en was één van de allereerste schilders die met ezel, schilderkist en eigen gemaakte verfzakjes de natuur introk, al jaren voor de uitvinding van de tube in 1842. Zelfs zijn ‘six-footers’ schilderde hij buiten zijn atelier, kijkend naar de bomen, vijvers en weilanden. Als er geen vogel langs vloog dan schilderde John Constable hem niet, zo wel dan mocht hij er op. Constable genoot van de natuur. Hij noteerde in zijn dagboek: "Schilderen is voor mij gewoon een ander woord voor voelen." (D. Piper, Painting in England, 1965, pag. 108).

Dit gevoel van Constable kan de kijker op de Haarlemse tentoonstelling meebeleven. De eerste doeken op de tentoonstelling, gemaakt na zijn academietijd, een olieverfschets van Beaufort Cottage (1811) en 'Gezicht op de pastorie in East Bergholt', tonen meteen het uitzonderlijke talent van Constable in vergelijking met zijn gladschilderende tijdgenoten. Belangrijker dan het huis van Beaufort in deze olieschets zijn de wolken erboven, met dikke verf snel neergezet, die driekwart van de ruimte innemen. De huizen worden met verfstreken en puntjes weergegeven.

Wat het schilderijtje uitstraalt, is de volslagen rust rond de huisjes en de onrust in de wolkenpartij. Het 'Gezicht op de Pastorie' is vooral een gezicht op de harmonie die kan ontstaan tussen stroken bouwland en stroken gras en bossen. De pastorie is slechts een verloren bouwsel aan de rechterkant. Overigens woonde daar wel zijn geliefde Maria. Ook in dit schilderij neemt de lucht driekwart van het doek in beslag.

 

John Constable (1776-1837), 'De kerk in East Bergholt, vanuit het zuiden, 1806, aquarel, over grafiet op papier, Teylers Museum, aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt / Liente Dons Fonds en de BankGiro Loterij, 2018.

Constable gebruikte vele kleuren voor zijn wolkenhemel. Wit en blauw uiteraard, maar ook onmerkbaar bijna: roze, geel, groen, oranje, en die weer in nuances. Opnieuw is er een opmerkelijke harmonie tussen beweging en rust. In tegenstelling tot de classicistische natuurgezichten van zijn tijdgenoten, die te zien zijn in de zalen waar de bezoeker doorheen moet lopen op weg naar het vervolg van de Constable-expo, gebruikte Constable impressionistische technieken. Snelle toetsen, het mes in plaats van de kwast, nieuwe frisse kleuren en veel liefde voor lichtval en -effecten, die de kijker een vanzelfsprekende herkenning bezorgen.

Raffinement
Van een afstand lijkt 'De uiterwaarden bij Salisbury' (1820) een gewoon landschapsschilderij. Een paar bomen, heuvels, kleine waterpoel, gebolde wolken op de horizon. Doe je een stap dichterbij dan zie je hoe geraffineerd dit effect bereikt is. De grote boom zit vol in het blad, maar geen blad is apart geschilderd. Constable heeft de groene verf met snelle strepen en drukken van het penseel op het doek aangebracht, daarna witte stippels op de bladeren voor een tintelend lichteffect. Het struikgewas is snel op het doek gestreept. De wolken rollen dreigend de heuvel af, maar zijn ook ditmaal geschilderd met kleuren uit het sombere palet: donker- en lichtgrijs, zwart, blauw, wit, groen, ook lila en geel. Het schilderij maakt een snelle en onaffe indruk en daar hielden de Engelse kunstkopers niet van. Maar Géricault en Delacroix zagen meteen dat Constable de dreiging van slecht weer in alle aspecten van het schilderij liet opkomen.

Ik heb lang gekeken naar 'Het huis van Willy Lot' (1816). Ook in dit schilderij domineert de natuur, middels een enorme oude boom, die de mens en zijn behuizing klein maken. Het gebladerte lijkt heel fijn, blad voor blad geschilderd, maar dat is schijn, het zijn streepjes, puntjes, soms kleine klodders. De lichtval is bijzonder, midden op de boom. Constable gebruikte voor deze en de andere bomen en struiken tientallen tinten groen. De compositie is perfect, je blik gaat van de hoogste boom op de voorgrond in een diagonaal naar de kleinste op de lage horizon. Deze plek en het huis waren Constable zeer bekend, zijn vader was de eigenaar en Willy Lot zijn leven lang de huurder.

Spectaculaire werken zijn 'Gezicht op Harrow' (1821) en 'De baai van Weymouth' (1816). De ondergaande zon is het onderwerp van het eerste schilderij. De zon, die al bijna gedaald is tot achter de horizon, verschuilt zich deels achter paarsgrijze strepen wolk. Oranje strepen verlevendigen de wegtrekkende regenwolken, een deel van de hemel ligt open en vervolgens sluiten lichtgrijze wolken, vermengd met roze, het hemelse tafereel boven af. Op de voorgrond van een vrijwel vierkante afbeelding, vluchtig neergezet met groen voor het gras, bruin en zwart voor struiken, herkennen we een vrouw aan een witte vlek. Een hoed zo te zien. Op het andere schilderij is een opstekende storm het thema. Onheilspellende grijze en zwarte wolkslierten raken het strand, twee personen op de voorgrond houden hun hoeden en kleren vast. Met het grootste gemak is hier het ongemak van een strandbezoek in zwaar weer geschilderd. De verf aan de onderkant van de wolken is weggelopen, vermoedelijk heeft Constable de eerste regendruppels op zijn doek gekregen. Dit zorgt voor een wonderlijk levensecht effect.

Wolkenstudies
Een bijzondere serie olieverven is de wolkenstudies van Constable, waarvan de meeste uit de verzameling van David Thomson geleend zijn. Deze studies schilderde Constable op zeldzaam blauw papier, dat gemaakt was door George Steart, die daarvoor een een medaille van de Society of Arts kreeg. Constable was als ex-molenaar geboeid door het weer, boven land en boven zee. Hij kon eindeloos naar de hemel turen. 'Skying' noemde hij dat. Uit zijn dagboeken blijkt dat kijken naar en schilderen van luchten voor hem, zoals hierboven geschreven, een manier was om zijn emoties te beleven en zich te realiseren dat de natuur voortdurend veranderde.

Hij noteerde ook de weersomstandigheden voor en na het moment dat hij ze schetste. Op bijna al zijn schilderijen spelen wolken een belangrijke rol. Hij dankte deze fascinatie aan Jacob van Ruisdael, die hij bewonderde en wiens werk hij zorgvuldig bestudeerd had.

De zeven wolkenstudies (1821-1822) die het Teylers nu toont, maakte Constable meestal in het deksel van zijn schilderdoos, zodat hij snel kon werken. Hij was in een uur klaar en soms bleven delen van het blauwe papier onbedekt. De variëteit en intensiteit van de wolken bewijzen nogmaals dat Constable een originele en gevoelige kunstenaar was.

John Constable (1776-1837), 'De baai van Weymouth', 1816, olieverf op doek. Collectie Victoria and Albert Museum, Londen (schenking van Isabel Constable, 1888).

Bezoek vooral deze schitterende tentoonstelling in Haarlem en ga zodra het weer kan naar Londen, naar de National Gallery of het Victoria and Albert Museum om ook zijn grootste werken te bewonderen.

John Constable, t/m 31 januari 2021, Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. Website: www.teylersmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel! | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACTUEEL

Verder in dit nummer:

Actueel

This is America:
Art USA today
,
door Wim Adema

Luchtschepen, op weg naar een nieuwe toekomst, door Han de Kluijver

Haiku 1 van Ria Giskes

LUCHT, een wonderlijk fenomeen,
door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Haiku 2 van Ria Giskes

Kunstflitsen,
kunsttips voor lezers

 

Agenda
actuele exposities in Nederland en België

Uitgelicht
opmerkelijke
kunstberichten

Archief
vorige nummers

Colofon
over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Nieuwsbrief
Verschijnt als er een nieuw nummer uit is.
Aanmelden kan door
een e-mail te sturen
naar nieuwsbrief.bkj@
gmail.com
.

Facebook
Bezoek Het Beeldende Kunstjournaal op Facebook! Wordt fan!

Oproep
Vrijwiligers gezocht!