Sept.-okt. 2021, 16e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Actueel

Een Apostelhuis van papier

''Ik kan niet buiten Delft, ik voel me met die stad verbonden, met al die ouwe steentjes ervan. Het liefst zat ik in de Oude of de Nieuwe Kerk met de gotiek om me heen. Ik ben altijd gotiekziek geweest.''
(Jan Schoonhoven)

'Het Apostelhuis van Jan Schoonhoven. Een meesterwerk van papier' is een kleine expositie in een van de kabinetten van het mooie Museum Prinsenhof Delft. Letterlijk en figuurlijk vormt dit 'sleutelstuk' van Jan Schoonhoven (1914-1994) het middelpunt, samen met zes zelden getoonde tekeningen en twee vroege reliëfs van de kunstenaar.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Het Apostelhuis, dat een smalle gotische kapel voorstelt, is een maquette of assemblage van ribkarton en papier. De uitgeknipte tekeningetjes van Bijbelse figuren zijn met Oost-Indische inkt bewerkt. Het werk werd rond 1953 door Jan Schoonhoven gemaakt. In de loop der tijd is het in particulier bezit gekomen en in 2019 uiteindelijk verworven door Museum Prinsenhof. De maquette meet h.36 x l.35,5 x b.9 cm en stond in de particuliere collectie als 'Kasteel' te boek. Het was bij de verwerving door het museum in erbarmelijke conditie.

Gehavend
Het werk – waarschijnlijk niet als kunstobject bedoeld – werd in Museum Prinsenhof voor het eerst aan het publiek getoond tijdens de oeuvretentoonstelling van de kunstenaar in 2015,

 
Apostelhuis, Jan Schoonhoven. Coll.: Museum Prinsenhof, Schiedam. Foto: Tom Haartsen.

'Kijk, Jan Schoonhoven'. Deze werd georganiseerd in het kader van zijn honderdste geboortejaar. Voor deze tentoonstelling was het werk weliswaar schoongemaakt, maar het bleef gehavend; als 'gebouw' in een 'verkrotte' staat.

Herkomst
Hoofdconservator Anita Jansen vertelde dat de herkomst van het Apostelhuis min of meer is achterhaald. Een bevriende kunstenaar van Schoonhoven was zeer geïnteresseerd in het werk en zou het van hem hebben 'losgepeuterd'. Deze vriend liet het echter achter in het huis dat hij huurde. De nazaten van de verhuurder bleken het werk in hun particuliere collecties te hebben. Het werd door de zoon van de kunstenaar toen ook herkend.

Jazz
Het fragiele Apostelhuis heeft dan wel geen grote reizen gemaakt, maar was bepaald niet in optimale omstandigheden bewaard gebleven. Dat kan eigenlijk niet anders, papier en karton zijn kwetsbaar. Het werk was verstoft en behoorlijk beschadigd. Het had daarvoor ook al tijden in het gastvrije huis van Schoonhoven doorgebracht aan het Vrouw Juttenland, waar destijds fors werd gerookt tijdens de vele jazzconcerten die de kunstenaar en zijn vrouw organiseerden. Het materiaal zal toen al zijn aangetast door nicotine. Probeer je maar voor te stellen hoe bijvoorbeeld de vitrage eruit ziet als er continu wordt gerookt in een huis. Dat kan worden gewassen, maar papier absorbeert en 'patineert' vervolgens, om het maar netjes te zeggen. Kijk naar boeken die lang in een ruimte liggen waar wordt geleefd en gerookt. Afhankelijk van de papiersoort ontstaat er geheid verkleuring aan het boekblok.

R.K.
Schoonhoven maakte het Apostelhuis tijdens een depressieve periode, waarin hij voor zijn zoon Jaap, geboren in 1950, ridderkastelen en andere speelgoed bouwwerkjes maakte. Echter, het Apostelhuis kan niet als speelgoed worden gezien. Een peuter begrijpt niet veel van figuren met een stralenkrans en symbolische attributen. Hij of zij zou een object als dit meer als een poppenhuis zien. Het Apostelhuis kwam voort uit Schoonhovens' buitengewone fascinatie voor de Rooms-Katholieke geloofsbeleving, het mystieke. En dat terwijl hij van gereformeerde huize was. Zijn collega-kunstenaars begrepen deze religieuze interesse niet altijd.

Hiërarchie
Het Apostelhuis heeft drie verdiepingen, verbonden door laddertjes en klapluikjes. Er verblijven meer dan veertig figuren. Uiteraard de twaalf apostelen, verder zeven diakenen en de vier evangelisten. Op de zolder, de derde verdieping, huizen wat Bijbelse dieren. Er is een bepaalde hiërarchie te zien, die Schoonhoven in de plaatsing van de figuren heeft gebruikt. Hoe hoger in de rangorde van de heiligen, hoe hoger de verdieping. De vier evangelisten bijvoorbeeld, staan op de tweede verdieping. Op iedere verdieping heeft Schoonhoven wat engelen toegevoegd. Hij lijkt geïnspireerd te zijn door de vroegchristelijke kerk en -kunst.

Krukkenkruis

In de hoeken van de diverse toogkozijnen heeft de kunstenaar het zogenaamde krukkenkruis getekend. Aan de nok, tegen de voorgevel, is een 'gewoon' kruis bevestigd, formaat luciferhoutje. Het is ook het enige houten materiaal in het werk. Of zo'n kruis ook aan de achterzijde tegen de nok heeft gestaan, blijft de vraag. Een aanwezig aanzetstukje doet dat namelijk wel vermoeden.

Namen
Bij de restauratie kwam aan het licht welke namen de figuren hebben, omdat de kunstenaar deze op de voetstukjes had geschreven en die vervolgens zo aan de 'vloeren' had bevestigd. Zeer praktisch trouwens bij deze gehele operatie... Niet iedereen zou weten wie wie is. In het afgelopen jaar is het Apostelhuis na uitvoerig (kunsthistorisch) onderzoek volledig gerestaureerd. Deze restauratie werd gedaan door papierrestaurator Francien van Daalen en dit kan zeker 'monnikenwerk' worden genoemd. Zij had hier geen standaardklus aan en is hier samen met een gespecialiseerd team met vier experts intensief mee bezig geweest. Een film over het complexe proces van deze restauratie is in deze tentoonstelling te bekijken.

Apostelhuis (detail), Jan Schoonhoven. Collectie: Museum Prinsenhof, Schiedam.
Foto: Tom Haartsen.

Sleutelstuk
Museum Prinsenhof verzamelt sleutelwerken van kunstenaars uit de Nul- of Zerogroep die oorspronkelijk in Delft is ontstaan uit de Nederlands Informele Groep (1958), opgericht door Schoonhoven en Jan Henderikse. Naast deze twee kunstenaars bestond de beweging uit Henk Peeters, Armando en Cees van Bohemen.

Het presenteren van kunst van de kopstukken uit deze groep, is een hoofdthema in het museumverhaal over Delftse Meesters. Het Apostelhuis markeert de overgang van Schoonhovens' nog figuratieve werk naar zijn eerste abstracte reliëfs. Een goede gelegenheid om het historische Prinsenhof eens te bezoeken, waar nog een andere mooie tentoonstelling is te zien: Jingdezhen 1000 jaar Porselein.

Het Apostelhuis van Jan Schoonhoven. Een meesterwerk van papier, Museum Prinsenhof Delft, t/m 10 oktober 2021. Website: prinsenhof-delft.nl.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Nieuw elan in kunst en architectuur

Nu de creatieve sector weer uit de lockdown komt, valt op hoeveel samenwerkingsverbanden er zijn. De combinatie van verschillende disciplines leidt tot innovatie en creativiteit. Waar komt die wens tot samenwerking vandaan?

Door Han de Kluijver

Tentoonstellingen van kunstenaars werden door de coronapandemie uitgesteld of afgeblazen. Toch zijn er juist vanuit deze beperking ook nieuwe initiatieven ontstaan. Daardoor worden ook de bestaande verhoudingen in de kunst en onze huidige voorkeuren voor esthetiek, vormen en stijlen ter discussie gesteld.

Samenwerken is al langer heel gebruikelijk. Zo staan op de shortlist van de Turner Prize van 2021 alleen maar kunstenaarscollectieven. Is de opkomst van het collectief en het samenwerken de toekomst voor de kunstwereld?

 
De installatie 'Tipping Point' van Simone Fezer heeft een geheel eigen esthetiek door het gebruik van fragiele alledaagse materialen zoals houten latten, kozijnen en glas. Een installatie, waarin de middelen van de kunst gebruikt zijn om ons via veranderingen in materiaal en structuur bewust te maken van sociaal-ecologische bedreigingen. Foto: Sven Bauer.

Dat kunstenaars zich groeperen om zich af te zetten tegen bestaande, dominante structuren, is natuurlijk niet nieuw. De Dadabeweging uit de jaren twintig en de Fluxusbeweging uit de jaren 60 zijn daar goede voorbeelden van. Al in de 19e eeuw daagden kunstenaars het systeem van de kunstwereld uit, door zich als groep te presenteren om vernieuwingen in de kunst te bewerkstelligen.

Individu of samenwerking?
In het begin van de 19e eeuw was het idee ontstaan dat de kunstenaar een vrij en onafhankelijk schepper moet zijn. Dit was de periode waarin het liberale standpunt postvatte dat ieder individu vrij en waardig is en zich moet kunnen ontplooien, dankzij de moderne wetenschap, onderwijs en intellectuele uitwisseling, en dat de samenleving als geheel hier baat bij heeft. Wat al die collectieven, toen en nu, gemeen hebben, is dat ze het idee ter discussie stellen van de kunstenaar als individueel genie die zijn werk in de eenzaamheid van zijn atelier creëert. Toch verenigen kunstenaars zich meestal in de eerste plaats uit praktische overwegingen en ze maken hun werk tegenwoordig vaak samen met assistenten of technici. Zo is samenwerken heel gewoon geworden. Verder is er een verschuiving gaande van het maken van objecten naar kunstwerken die gaan over kennis of informatie.

Zo laat Simone Fezer met haar installatie 'Tipping Point' in glasmuseum Frauenau in Duitsland zien dat het materiaal glas op een onconventionele en multimediale manier kan worden gebruikt. Het zijn complexe structuren die niet zozeer futuristisch, als wel opzettelijk fragiel en fragmentarisch zijn geconstrueerd. Een metafoor, waarin de middelen van de kunst gebruikt zijn om ons via veranderingen in materiaal en structuur bewust te maken van sociaal-ecologische bedreigingen. Ook John Moran, medeoprichter van Gent Glas, gebruikt glas om sociaal en politiek boeiende verhalen op te bouwen. Het werk moedigt je aan om opnieuw na te denken. Het glas is voor Moran geen uiteindelijk doel op zich, maar wordt onderdeel van een groter kunstobject.

Er kleven wel praktische bezwaren aan collectieven. De kunstmarkt worstelt er soms mee hoe om te gaan met gedeeld auteurschap. Galeries werken over het algemeen het liefst met individuele kunstenaars. Het werk van collectieven heeft ook vaak sociale en politieke motieven, het kan soms behoorlijk conceptueel zijn en is daardoor lastig te verkopen.
Bovendien kunnen kunstenaarscollectieven weer uit elkaar vallen. Wellicht zouden bij tentoonstellingen en publicaties eveneens de namen van de medewerkers moeten worden genoemd. De beeldend kunstenaar Marinus Boezem ziet de medewerkers die een tentoonstelling met hem maken, altijd als 'medekunstenaars', omdat het inrichten een gezamenlijk project is (NRC, 8 juli 2021).
Het werk van John Moran moedigt je aan om opnieuw na te denken. Het is maatschappelijk geïnspireerd werk dat een kritische lezing en interpretatie laat zien. The Crossing (collaboration with Marta Byrdziak), 2021, Materials: Free hand sculpted and engraved glass, acrylic, gold leaf, resin, 40cm H x 70cm W x 90cm D. Foto: Mike Van Cleven.

Een verstilde sfeer
Ook in de architectuur zien we een verschuiving van de verering van 'starchitects' naar aandacht voor het collectief. Een mooi voorbeeld van samenwerking in de architectuur is het in april (2021) geopende nieuwe museum van Nationaal Monument Kamp Amersfoort (NMKA), waarbij landschap, architectonisch ontwerp en tentoonstelling elkaar versterken. Kamp Amersfoort was 75 jaar na de bevrijding aan actualisatie toe, omdat de huidige generaties op een andere manier naar het verleden kijken. Er was een nieuwe presentatievorm met een eigentijdse reflectie op de geschiedenis nodig.

Er stond de ontwerpers van het museum, architectenbureau Inbo (Jacques Prins), landschapsbureau Juurlink+Geluk (Cor Geluk) en Tinker imagineers (Erik Bär), in 2014 slechts een klein deel van het oorspronkelijke kampterrein ter beschikking. Ze wilden dit niet volzetten met een museumgebouw en de restanten van het kamp, maar er een appèlplaats van maken. Een goed uitgangspunt: het NMKA is een geheel, geen verzameling van losstaande elementen. Bezoekers gaan binnen via de bewaard gebleven poort en komen dan op een grote, lege binnenplaats, die omheind is door een imposante vier meter hoge cortenstalen lamellenwand.

Aan een de zijde van de binnenplaats staat een paviljoen met twee wanden van halfreflecterend glas. Dit is de toegang tot het ondergrondse museum. Hiervandaan leidt een betonnen trap naar beneden. Een lange, van boven aangelichte, wand begeleidt de bezoekers door de ruimte, langs de tentoonstellingen. Het centrale ontwerpthema is reflectie: reflectie op de geschiedenis en op de eigen rol in actuele dilemma's. Dit komt onder meer tot uiting in de architectuur van het nieuwe bovengrondse paviljoen, in het interieur en in de tentoonstelling. Een mooi voorbeeld van reflectie is de gang, die je vanuit het licht naar het donker en tenslotte weer naar het licht brengt. Een voorbeeld van hoe verschillende ontwerpdisciplines betekenis aan een plek geven.

 
Het ontvangstgebouw van Kamp Amersfoort vormt een wand van een omsloten appèlplaats, een lege binnenplaats, die omheind is door een vier meter hoge cortenstalen lamellenwand. Foto uit entree ondergronds museum. Foto: Han de Kluijver.

Little C: een nieuw stukje Rotterdam, met de sfeer van New York
Een ander verrassend voorbeeld van samenwerking is de wijk Little C in Rotterdam. Een plan met een hoge stedelijke dichtheid en interessante binnenruimten. Je waant je in New York of Hamburg, maar je staat in Rotterdam, met een speelse verwijzing naar industrie en haven in de vorm van robuuste bakstenen gevels, grote raampartijen, stalen loopbruggen, balkons, trappen en hekwerken. Doordat de hoeveelheid beschikbare bouwgrond steeds meer afneemt, is het ontwikkelen van nieuwe stedelijke plannen met een efficiënter grondgebruik (bv. hoogbouw) van groot belang. Dat kan op verschillende manieren. In plaats van de hoge torens die elders in de stad worden gebouwd, is in Little C gekozen voor een meer afwisselende structuur met vijftien kleinere torens. Deze omvatten naast woningen ook andere voorzieningen, waaronder het Daniel den Hoed familiehuis, dat verbonden is met het ertegenover gelegen Erasmus MC.

De knipoog naar de architectuur van New York heeft een stedelijk ontwerp opgeleverd dat in dit gebied erg goed past. De verhoudingen tussen de gebouwen en de buitenruimtes is mooi in balans met de schaalgrootte van de stad Rotterdam. Als het gebied eenmaal volledig bewoond is, zal er ook een vorm van levendigheid kunnen ontstaan. Nu gaat er nog veel verkeer over de loopbruggen tussen de torens. De straten tussen de gebouwen zullen op den duur ook een functie krijgen. Little C is van de grond af aan ontworpen door een team van ontwerpers uit verschillende disciplines, waarin hun complementaire kwaliteiten zijn gebundeld: landschapsarchitecten Juurlink + Geluk in CULD (Complex Urban Landscape Design), architecten Jaakko van 't Spijker en Bert van Breugel, Inbo architecten en Ruud-Jan Kokke, de ontwerper van de zwarte, stalen hekken van de talrijke balkons.

Samenwerken, de toekomst voor de kunstwereld?
Maar om te kunnen samenwerken heb je een gedegen kennis van materialen en technieken nodig. En die kennis staat niet stil. Overal om ons heen veranderen industrieën met een ongelooflijke snelheid door ontwikkelingen in robotica, kunstmatige intelligentie, nanotechnologie, quantum computing, biotechnologie, bioglas in de gezondheidszorg, glazen touchscreens, enzovoort.

Het is noodzakelijk voor kunstenaars om op de hoogte te blijven en er een bijdrage aan te leveren. Genoeg urgentie, zou je zeggen. Vanuit hun ambacht creëren kunstenaars volop mogelijkheden voor innovatie, doordat ze anders tegen dingen aankijken en eigenzinnige oplossingen aandragen.

De ontwerper bijvoorbeeld, daagt de industrie uit om op het scherpst van de snede te werken. Zo plaatsen kunstenaars zich midden in de innovatie, en niet erbuiten, door alleen aan concepten en persoonlijke expressie te denken.

Nieuwbouwproject Little C aan de Coolhaven in Rotterdam, tussen het Erasmus MC en de Hogeschool Rotterdam, heeft een stoere, stadse sfeer met een intieme 'Village vibe'. Vergelijkbaar met de industriële uitstraling van Brooklyn, New York. Robuuste bakstenen gevels, grote raampartijen, stalen loopbruggen, balkons, trappen en hekwerken. Foto: Han de Kluijver.

Internationale Jaar van het Glas
Een goed bericht voor de ontwikkeling van het gebruik van glas is, dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het jaar 2022 heeft uitgeroepen tot het Internationale Jaar van het Glas. Dit geeft aan, dat de veelzijdigheid en de technische mogelijkheden van glasachtige materialen in de afgelopen decennia tal van culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen hebben bevorderd. Zo kunnen we in 2022 het glas wereldwijd onder de aandacht brengen als aantrekkelijk materiaal voor innovatie en toepassing in deze tijd. Daarom is het van belang, dat we ons als glaskunstenaars bewust worden van de betekenis van deze fascinerende ontwikkelingen en ons af te vragen waar we staan, hoe we ons werk tot de maatschappij willen laten verhouden en wat (glas)kunst in deze constellatie kan toevoegen en betekenen.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes. Verder op deze pagina vindt u er nog twee.

 

regendruppels
op het duinpad -
zomersproeten

zomerbos
een kristalhelder beekje
loopt met me mee

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Bomen in de kunst

De tentoonstelling 'Diepgeworteld - Bomen in de Nederlandse schilderkunst' in het Dordrechts Museum, werd georganiseerd ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Bomenstichting. Er waren ruim 60 schilderijen uit zes eeuwen Nederlandse schilderkunst te zien, uit Nederlandse collecties. Bomen zijn een belangrijke waarde in de natuur, en dat wordt door de klimaatverandering gelukkig weer veel meer onderkend. Een nabeschouwing van Peter van Dijk.

De promotie-aanpak van de tentoonstelling 'Diepgeworteld', over bomen in de Nederlandse schilderkunst in het Dordrechts Museum, laat zien dat musea tegenwoordig actief en op originele wijze op zoek moeten naar hun klant. Een enkele advertentie in de kwaliteitskrant helpt niet meer om de museumbezoeker te lokken. Museumbezoek is een verdringingsmarkt aan het worden. Het Van Gogh concurreert met Het Scheepvaartmuseum en het Kröller Müller met het Openluchtmuseum. Vragen als: 'Hoe valt mijn tentoonstelling op en welke doelgroep gaan we bewerken', moeten voortaan in de voorbereiding van een nieuwe expositie grondig en verrassend beantwoord worden.

 
Zaalzicht 'Diepgeworteld', Dordrechts Museum. Foto: Bram Vreugdenhil.

De grootste doelgroep is, sinds het begin van de grijze golf, de babyboomer. In 2010 vormden de 65-plussers vijftien procent van de bezoekers van Nederlandse musea. In 2026 zal dat bijna een kwart zijn en dat percentage zal nog een tijdje doorstijgen (Zie rapport: Agenda 2026 van de Nederlandse Museum Vereniging). De huidige en komende 65-plusser is hoogopgeleid, kritisch en gezond. Hij/zij zoekt een vrijetijdsbesteding die interessant is, waar je wat van kan leren en waarbij je gezellig kunt lunchen, koffiedrinken of winkelen. Makkelijk parkeren is ook een must. Bovendien gebruikt de moderne 65-er internet voor de selectie van zijn uitje.

De mensen van het Dordrechts Museum hadden vooraf uitgebreid gebrainstormd over het aantrekkelijk maken van hun tentoonstelling. Dat werd meteen duidelijk op de website van het museum. Ik vond een leuke wandeling langs monumentale bomen in Dordrecht. Startpunt, de oude, knoestige plataan, die in het voorhof van het museum staat. Per slot van rekening kwam het idee voor deze tentoonstelling over bomen in de Nederlandse schilderkunst van de Bomenstichting, die dit jaar haar vijftigste verjaardag viert. Verder is er een stadswandeling, die gedownload kan worden, een aankondiging van een talkshow over bomen in de stad en op schilderijen, een workshop 'bomen schilderen' en een workshop 'schrijven over een inspirerende boom'. En gelukkig zijn er ook vier uitmuntende video's over de opzet en realisatie van de expositie, per slot de clou van alle activiteit. Kortom, genoeg om een kwieke 65-plusser te amuseren.

Omdat ik van bomen houd, was de beslissing niet moeilijk: op naar Dordrecht, met zijn aantrekkelijke oude centrum van bruggetjes, grachten en gezellige winkeltjes! Ik had inmiddels, al klikkend op de website, begrepen dat er ook een bijzondere catalogus te verkrijgen is, een mengvorm van klassieke catalogus en tijdschrift, rijk geïllustreerd met artikelen over stadsbossen, de Wodanseiken in Wolfheze, schilders en hun bomen en de levensloop van de knotwilg. Deze catalogus bleek een aangenaam leesdocument.

Verbazing
Nooit eerder is er in Nederland een thematische tentoonstelling geweest over bomen op schilderijen.

Dat is verbazend, aangezien bomen bij ons horen als vogels in een tuin en al eeuwen het onderwerp van mythen en rituelen zijn. Ze zijn dus diepgeworteld in het collectieve bewustzijn. De christelijke mensheid is het paradijs uitgejaagd door te eten van een appelboom. Bomen geven verkoelende schaduw en waren vroeger de plaats van rechtspraak of van religieuze samenkomsten. Boeddha bereikte na zeven weken meditatie onder een bodhiboom verlichting. Onze Germaanse voorouders vereerden oude eiken als woonplaats van hun goden, zoals de oppergod Donar of Thor, naar wie donderdag is vernoemd, en Wodan of Odin, de naamgever van woensdag. Ook in de taal heeft de boom een plaats gekregen. We spreken over een 'boom van een kerel' en 'rank als een den'. Of: de appel valt niet ver van de boom.

Roelant Savery, 'Adam and Eve in Paradise', 1617. Particuliere collectie.

Tot voor kort was de boom een stiefkind in populaire boeken over de natuur. De meeste gingen over tuinieren, dus bloemen en struiken, of vogels en vlinders. Prinses Irene werd na de publicatie van haar boek 'Dialoog met de natuur' in 1995 vanwege haar praten met bomen nog als een dwaallicht gezien, maar sinds de Duitse houtvester Peter Wohlleben zijn 'Het verborgen leven van bomen' in 2016 publiceerde, nemen we het feit dat bomen kunnen communiceren wel serieus. Sindsdien is er een stevige stroom boekuitgaven over bomen op gang gekomen, waarvan Richard Powers' 'Tot in de hemel', overigens een roman met bomen in de hoofdrol, het populairst is. De klimaatcrisis en de massale bomen-hak op vele plaatsen in de wereld, heeft de laatste jaren de belangstelling voor de betekenis van bomen verder aangejaagd.

Zeventig schilderijen
In de Dordtse tentoonstelling wordt de boom niet bedreigd, hij staat in volle glorie, ofwel in bloei, ofwel in zijn vanzelfsprekende kracht en bladerpracht. Nederlandse schilders zijn goed in bomen. De expositie bestaat uit zeventig schilderijen, vanaf de zestiende eeuw tot heden. Verschillende musea en particulieren hebben werk uitgeleend. Een tentoonstelling over één enkel object kent het gevaar van verveling, zoals in dit geval na de zoveelste boom. Om dat te voorkomen, hebben de samenstellers een zevental subthema's bedacht: verhalen, naar buiten, blikvangers, in het bos, voor de stad, bloei en verval, en persoonlijk. Ze hoopten te bereiken dat de bezoeker de expositie doorloopt als een boswandeling, immers: '...zonder vooropgezet plan dwalen langs kronkelige paden is avontuurlijker dan 't volgen van welgekende wegen'. Achteraf lees ik deze zinnen in de catalogus, op de tentoonstelling was deze intentie me niet opgevallen. We waren vanzelf geboeid door de steeds wisselende interpretaties van de boom, zoals een klassieke boom bij Koekkoek tegenover een moderne boom bij Jan of dochter Charley Toorop. Opzet geslaagd dus.

Paradijs
De reeks wordt geopend door een vol paradijs van Roelant Savery (1576-1639), met aan de horizon de allerbekendste boom, de boom van de kennis van het goede en het kwade, doorgaans gezien als een appelboom. Roelant Savery was van 1604 tot 1616 schilder aan het hof van de keizers van het Heilige Roomse Rijk in Praag, dat een centrum van kunst en wetenschap was. Een van zijn collega-schilders was de beroemde Italiaan Arcimboldo. Savery diende de keizers Rudolf II en Matthias, die een grote dierentuin hadden en ontwikkelde zich in Praag tot een schilder van dier en plant. De dodo, inmiddels allang uitgestorven, heeft hij vele malen op doek vastgelegd.

Savery heeft tientallen paradijzen geschilderd, allemaal barstensvol heel precies geschilderde exotische beesten, olifanten, kamelen, leeuwen, tijgers, herten, wilde paarden, struisvogels, maar ook ganzen, hanen en kippen. Op het Dordtse exemplaar uit een particuliere collectie, ligt onder een knoestige oude boom vol vogels, kalkoenen, condors en twee beertjes zelfs een doodgewone koe, een dier dat zelden voorkomt op zijn vele andere paradijs-voorstellingen. Savery schilderde in de maniëristische stijl die gebruikelijk was aan het Praagse hof. Dat wil zeggen, complexe voorstellingen, enigszins gekunstelde, overdreven vormen, lange nekken, zwanenhalzen die nooit recht zijn, altijd gebogen, heel precies uitgebeeld. Leuk om te bestuderen.

 
Jacoba van Heemskerck, 'Twee bomen', 1908. Stichting Kunstmuseum Den Haag.

Oosterbeek
Naast het paradijs hangt 'Hout verzamelen aan de rand van een bos' (1862), van één van onze vele voortreffelijke landschapschilders, Johannes Warnardus Bilders (1811-1898), voorloper van de Haagse School. Hij was samen met zijn zoon Gerard Bilders, eveneens landschapschilder, de spil van de eerste kunstenaarskolonie in Oosterbeek, die rond 1840 ontstond. Andere leden waren Willem Roelofs, Paul Gabriël, Anton Mauve en de drie gebroeders Maris. Deze schilders waren geïnspireerd door de school van Barbizon en worden als voorlopers van de Haagse school aangemerkt. Vader Bilders was een groot liefhebber van bomen. Hij betitelde de eeuwenoude eiken die langs de Wolfhezer beek stonden met de naam 'Wodanseiken', vanwege de verering door de Germanen. De groep schilders rond Bilders kopieerde zelf Germaanse gewoontes, bijvoorbeeld door nachtelijke vergaderingen onder de hoogste eik te houden, ongetwijfeld met flink wat gerstenat uit stenen pullen.

Bilders' schilderij, in bruikleen uit een particuliere collectie, heeft een prachtige opbouw. In het linker gedeelte zien we achter een lichte glooiing in het land een open vlakte, met een enkel pad en een vaag dorp in de verte. Op de voorgrond zie je weelderig riet, dat opspringt door de lichtval van een lage zon. Centraal staat een majestueuze eik, in zijn volle kracht. Onder het gebladerte zijn twee vrouwen, die verzonken zijn in hun werk, hout aan het sprokkelen. De voorstelling is subliem geschilderd en realistisch.
Krachtige en interessante bomen kunnen we ook zien op schilderijen van Meindert Hobbema, B.C. Koekkoek, Jacob van Ruisdael, Jan van Goyen en Paulus Potter. Je kan er een flinke tentoonstelling mee vullen.
Dankzij de gemêleerde aanpak, kunnen we naast de realistische weergave ook allerlei hoogst persoonlijke interpretaties van het verschijnsel boom bekijken.

Jacoba van Heemskerck (1876-1923) zag bomen als de belangrijkste elementen van een landschap. In haar schilderij 'Twee bomen' (1910) wordt de horizon een lange blauwe streep. Gras en struiken zijn neergezet in korte groene, gele, roze en lichtbruine verticale streepjes, weilanden zijn gele en groene vegen. Het doek wordt gedomineerd door twee volle bomen, met bladeren in blokjes van donkerblauwe, donkergroene en gele kleuren. Het is een stralend schilderij geworden, dat weidsheid en het vrolijke gevoel van lente oproept.

Symboliek
Een geheimzinnig schilderij is 'Ochtendlandschap met wilgen' (1944) van de realist Dirk Hidde Nijland (1891-1955), uitgeleend door de Leidse Lakenhal. Hij schilderde een wel heel erg kale knotwilg als een eenzaam monument, prominent op de voorgrond in een doodstille polder. De zon staat hoog, maar door de nevel blijft het licht koud. In de vage blauwige verte staan wat bomen, een rij knotwilgen en een molen. Een beklemmend beeld. De sleutel tot het schilderij is het jaartal, 1944. Ongetwijfeld verbeeldde Nijland hiermee het in zijn vrijheid beknotte en kaal geslagen Nederland. Dezelfde symbolische functie van bomen zien we ook in 'Landschap met boerderij' (1564) van de 16de eeuwse schilder Cornelis van Dalem. Landschap is er nauwelijks, wel een boerderij in verval, een ruïne van een kerk en beeldvullend, een geknotte eik in zijn laatste wegrottende fase. In dit werk is het protestantisme het uitgeknepen slachtoffer van het harde bewind van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva.

De schilderijen 'Tuin met bloeiende vruchtbomen' (1893) van Eduard Karsen (1860-1941) en 'Beemster, bloeiende boom' (1943) van Charley Toorop (1891-1955) hebben de lentebloei als onderwerp. Bij Karsen beslaat een parapluvormige en hoog opgeschoonde witbloeiende vruchtboom driekwart van het doek. Hij verbergt het huis erachter en rechts van de bloeiende boom is wat ruimte voor een doorkijkje naar achterliggende huizen. Een voorstelling van harmonieuze afmetingen met afgezien van de witte bloesem, bedachtzame kleuren. De spetterende boom van Toorop vult het hele doek. Onder de witte bloesem door zien we een lage horizon en een strook groene akker.
Charley Toorop, 'Beemster, bloeiende boom', 1943. Museum More.

Toorop's lentebloei is overweldigend, er bestaat op dat moment niets anders. Letterlijk. Harmonie versus uitbundigheid, twee mooie interpretaties van de lente.

Op de tentoonstelling ontdekte ik een nieuw en sfeervol werk van Paul Gabriël (1828-1903), 'Herfstmorgen' (1850). Hij is een geweldige landschapschilder die weinig bekendheid geniet. Het werk is in bruikleen bij het Dordts museum. Je ziet een paar verwaaide knotwilgen langs een beekje in een zware ochtendnevel. Een vervallen hek en drie dwarse boombruggetjes zorgen voor een ritmische herhaling van zwarte strepen. Een paar donkere schimmen trotseren de wind. Op de achtergrond is een vaag kerktorentje te zien. Door de nevel is er weinig zicht op wolken.
Een fijne tentoonstelling, vol verrassingen.

Diepgeworteld, Bomen in de Nederlandse schilderkunst, was van 11 november 2020 t/m 15 augustus 2021 te zien in het Dordrechts Museum. Website: www.dordrechtsmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

View from my window

Een wereldreis maken door middel van een boek. Vierhonderd pagina's vanuit een gemakkelijke stoel. Je bekijkt de wel zeer diverse uitzichten die mensen mondiaal hebben, vanuit hun raam of vanaf hun balkon. Van New York tot Moskou via Brussel en Venetië, of van São Paolo naar Sydney, via Mumbai en Darjeeling.

Door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Het boek 'View from my window' van Barbara Duriau bevat tweehonderdzestig foto's, verdeeld over twaalf hoofdstukken, met thema's variërend van 'Deserted streets', 'United Colours' of 'All you need is love'. De foto's die zijn geselecteerd voor deze vier centimeter dikke hardcover, dateren vanaf eind maart tot eind april 2020 (om en nabij).

'View from my window' -VFMW- legt het ongelooflijke succes vast van de Facebookgroep met dezelfde naam. Het concept was zeer eenvoudig. Je fotografeert het uitzicht vanuit je huis, tijdens de lockdown, en deelt dat vervolgens met anderen in de groep. Dit werd al gauw een wereldwijd succes. De groep, die bij oprichting zestig leden had, bereikte in nauwelijks vier maanden tijd een aantal van meer dan twee miljoen leden. Een letterlijk en figuurlijk grensoverschrijdende fascinatie.

 

 
Cover 'View from my window'

Airbus A320
Het VFMW-boek is in eigen beheer uitgegeven door de oprichter van de groep, Barbara Duriau (1972). Zij studeerde af in Grafische en visuele communicatie aan een van de meest prestigieuze scholen van België, La Cambre in Brussel. Ongeveer vijftien jaar werkte zij in de grafische studio van Moulinsart, waar zij onder meer verantwoordelijk is geweest voor het ontwerp van de beschildering van een Airbus A320 van Brussels Airlines, met een beeld van de alom bekende Kuifje (TinTin).

Amsterdam
In 1998, gedreven door een hang naar avontuur en nieuwsgierigheid, besloot zij een jaar rond de wereld te reizen. Zij raakte in de ban van het reizen en het leven en daarom trok zij in 2018 naar Amsterdam, de stad waar (naar verluidt) alles mogelijk is, om zich vervolgens daar te vestigen. In maart 2020 beleefde de hele wereld het begin van de eerste lockdown …

Ontstaan
In de spagaat tussen de isolatie en Duriau's eigen verlangen om erop uit te trekken, ontstond het concept. 'Wij zijn allen gedurende lange tijd in lockdown, bij ons thuis met uitzicht vanuit ons raam, gedurende lange en vele weken. Wat is het uitzicht aan de andere kant van de wereld? Wat als ik aan mensen op internet voorstel om een foto te nemen en die te delen met andere mensen in lockdown?' (Citaat uit het boek)

Voilà, VFMW was geboren, het is dan 22 maart 2020. Duriau deelde haar uitzicht vanuit het raam van haar studio in Amsterdam, gefotografeerd op 23 maart 2020 om 19.00 uur, in de Facebookgroep. Driehonderdvierenveertig mensen accepteerden haar uitnodiging en de volgende dag waren dat er al ruim zesentwintighonderd. Een week later vijftigduizend en op 15 april 2020 werd de één miljoen bereikt.

Assistentie
Het interview van Dominique Maricq met Barbara Duriau, dat werd gehouden op 29 juli 2020, vult zeven bladzijden en geeft uitgebreid weer hoe de VFMW-groep startte op 22 maart 2020 en hoe de maanden die erop volgden verliepen. Van grafisch vormgever werd Duriau leider van een Facebookgroep die in korte tijd ongekend groeide. Al na enkele dagen vroeg zij haar zuster Catherine om assistentie. Het leek al gauw een 24-uurs baan te worden. In verband met de tijdsverschillen schakelde Duriau (overzeese) vrienden in om te helpen en zo ontstond er een team van tweeëntwintig 'VFMW'-leden.

Selectie
Ik bladerde door de thema's en dit bracht me bij de vraag, hoe zij die selectie van tweehonderdzestig beelden uit zoveel posts hebben kunnen samenstellen. Dit is gedeeltelijk te verklaren door de stop die er na 29 april 2020 opgezet moest worden.
''Er ontstond een zogenaamde bug en het was verstandig om er een streep onder te zetten, al was het met pijn in het hart...'' (Citaat uit het boek)
Het verloop van de selectie was niet altijd zonder strubbelingen, en zoals op social media te verwachten is, ontstonden er situaties die ergernis of stress gaven.

Verlaten straten

De meeste foto's zijn gepost in de VS, Canada, Australië en het Verenigd Koninkrijk. Maar ook in Europa, zoals in Italië, een uitzicht op de Rialtobrug in Venetië op 19 maart 2020 om 16.00 u. Noord-Italië was toen al zwaar getroffen door corona en al eerder golden daar quarantaine-maatregelen. De immer drukbezochte brug over de Canal Grande ligt er uitgestorven bij.
''The city is empty, silent, beautiful, amazing and sad. We are all at home and we go out only for buying food, like in other towns in Italy. Birds and fishes live their freedom'' (citaat uit het boek).
Pagina's uit 'View from my window'

Er staat niet bij iedere post een bijschrift, maar vaak is het uitzicht al genoeg.

Dierenrijk
Die bijschriften kunnen treffend en emotioneel zijn, of evengoed simpel. Dat geldt ook voor de uitzichten, die kunnen adembenemend of jaloersmakend zijn, maar ook nogal saai. Wat te denken van een eland in je besneeuwde tuin, die door een glazen deur naar binnenkijkt (Talkeetna Alaska), of een wilde geit (Uppsala Zweden). Wilde dieren die even komen controleren of het wel goed gaat met je. Maar pas op, een eland is niet ongevaarlijk, al is het natuurlijk een kerstkaart-tafereel. Natuurlijk ontbreken de diverse soorten huiskatten niet in de mondiale vensterbanken (binnen), slapend of alert kijkend.

United Colours
Je kunt een minder spectaculair uitzicht hebben, bijvoorbeeld een schutting van verticale planken, die je zelf hebt geplaatst vanwege de privacy. Een dame in Lubbock, Texas (VS), besloot de honderdzeventig planken van haar schutting in verschillende kleuren te schilderen. Nu zijn het forse 'kleurpotloden' geworden en zij vergat daarbij niet de punten goed zichtbaar te 'slijpen' voor de inbraak- remmende werking. Of zij ook de kant van de buren heeft gedaan, staat er niet bij.
"I painted my new fence to look like 170 different colored pencils. It has been my pandemic therapy."

De coverfoto van het boek is gemaakt in Utne, Noorwegen, op 27 maart 2020 om 18.00 uur. Deze toont een werkelijk jaloersmakend uitzicht, in het thema 'Feast your eyes'.
Het boek VFMW biedt beslist lees- en kijkgenoegen.

Meer informatie: viewfrommywindow.world.

Op 17 november 2021 verschijnt het tweede deel van de bestseller 'View from my window', met 370 pagina's 'verhalen uit het echte leven'. Dit boek is verkrijgbaar in de boekhandels en via de website voor 32 euro.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Twee haiku's van Ria Giskes.

 

het lied
van de merel -
morgenster

waggelend
van kroeg naar kroeg -
nachtvlinders

 

Haiku: Ria Giskes-Pieters; foto: ©John Giskes.
Meer haiku's van Ria Giskes vindt u hier: http://tjilp.blogspot.com.

Terug naar boven

 

Bernardine de Neeve-prijs 2022
Het ambacht verdient een plek in ons moderne denken

In de periode 4 november 2021 t/m 9 januari 2022 wordt voor de negende maal de Bernardine de Neeve-prijs* uitgereikt. Deze prijs is een stimulans voor glaskunstenaars die de grens opzoeken tussen kunst, ambacht en design.

Door Han de Kluijver

De onvoorspelbare manier waarop glas zich gedraagt tijdens de uitvoering is specifiek voor het medium. Kunstenaars voelen zich aangetrokken tot het contrasterende gevoel dat glas kan oproepen. Glas biedt oneindig veel mogelijkheden om vorm, licht, textuur en ruimte te onderzoeken. Op conceptueel niveau kan glas een maatschappelijke boodschap overdragen, of juist heel persoonlijke gevoelens verbeelden. Toch is de teneur in de huidige discussies over de toekomst van glaskunst vaak negatief: het aantal opleidingsmogelijkheden zou teruglopen, net als het aantal galeries en musea dat glaskunst tentoonstelt.

 
Judith Roux. De getoonde werken zijn af, maar ook een springplank voor nieuw werk. De fragiliteit van de installatie laat zien dat de grens tussen zijn en niet zijn dun is en dat met ogenschijnlijk fragiel materiaal een overtuigend werk kan worden geconstrueerd. Het glazen landschap op het pad nodigt uit tot reflectie en een steeds veranderende kijk op de werkelijkheid. Foto: J. Roux.

Door het verdwijnen van glasfabrieken in Europa en de sterke afname van (technische) opleidingen, staat het ambacht bovendien onder druk. Het aantal glasblazers is de laatste tien jaar achteruit gegaan en zicht op verandering is er niet. Zeker nu veel ontwerpers en kunstenaars glas hebben ontdekt als medium om hun ideeën vorm te geven, is dit een ongewenst scenario. We zien dan ook overal kleinschalige opleidingen ontstaan, die ervoor moeten zorgen dat bijvoorbeeld het ambacht van glasblazer niet uitsterft. Maar er is ook hoop. Glaskunstenaars zijn ware globetrotters die de wereld bereizen om op allerlei plekken met glas te kunnen werken en deel te nemen aan symposia, evenementen en tentoonstellingen. Kunst, en zeker glaskunst, opent grenzen. Juist kunstenaars denken en kijken over die grenzen heen.

De Bernardine de Neeveprijs kan worden gebruikt om het hedendaagse glas in Europa te promoten, omdat het winnen van de prijs Europese glaskunstenaars de gelegenheid geeft te laten zien hoe ze hun ambacht levend houden. Een eerste stap zou kunnen zijn om naast Nederland en België ook Duitsland bij de prijs te betrekken.

Noodzaak voor vernieuwing
Die verbreding is nodig. Naarmate de 21ste eeuw zich verder ontvouwt, is het namelijk van cruciaal belang om een nieuw publiek te verleiden. Kunnen we glaskunst 'herdefiniëren' door progressie te tonen op een intellectueel en visueel overtuigende manier? En zo ja, hoe zou dat kunnen?
De sleutel zou wel eens kunnen liggen bij het ambacht. Als het ambacht wordt beschouwd als een onderdeel van de culturele en creatieve industrie, wordt design een belangrijk element om het ambacht op te waarderen. Ook in de ambachtelijke sector is de vraag naar goed ontworpen producten van fundamenteel belang om het behoud en de valorisatie (waardebepaling) ervan te garanderen.

Op academies, in musea en in galerieën ligt tegenwoordig een grote nadruk op het leren denken, het vormen van concepten. Historische kennis en het volgen van voorbeelden liggen niet langer aan de basis van het ontwerpen. Eigen inzichten, individuele ideeën en de persoonlijke expressie staan voorop. Het resultaat is dat de vernieuwing van het ambacht en het denken over materialen en technieken soms ontbreken. Het waarderen van verandering en vernieuwing boven traditie en ervaring heeft zich ook sterk in de ontwerpwereld gemanifesteerd. Het zogenoemde 'out of the box' – denken en innovatie staan hoger aangeschreven dan traditie, ambacht, materiaalkennis en onderhoud.
Han de Kluijver laat het werk van Jenny Ritzenhoff digitaal zien aan de juryleden, die niet aanwezig waren.
Foto: P. Augustijn.

Aandacht voor ervaring en de ontwikkelingen op de langere termijn, ontbreekt op deze manier. Ervaring is zelfs verdacht, omdat het gelijk staat aan vastgeroest zijn in oude gewoontes. Die trend werd in de jaren zestig van de vorige eeuw in gang gezet. Het establishment veranderde van voorbeeld in vijand. Deze omwenteling is zo krachtig geweest dat we tot op de dag van vandaag de 'eeuwige jeugd' idealiseren en het 'ouder' worden vooral zien als een tekortkoming, in plaats van als vergaring van wijsheid en ervaring. Waar de jeugd ooit gezien werd als een voorstadium van volwassenheid, kreeg ze vanaf het midden van de twintigste eeuw op allerlei manieren een belangrijke en zelfstandige rol toegedicht. Revolutionaire omwentelingen zoals de studentenopstand van mei 1968 en de flower power-beweging werden door de jeugd in gang gezet, die zich afzette tegen de generatie van hun ouders. Ook de commercie ontdekte de jeugd als doelgroep, wat de verering van verjonging en vernieuwing verder versterkte.

Daarbij zorgde de omwenteling in de jaren zestig er ook voor dat alle autoriteit verdacht raakte, waardoor het onmogelijk werd om een autoritair hiërarchische structuur als het meester-leerling-principe te handhaven. Zo werd de meester-leerling relatie doorbroken. Er ontstond ook een overwaardering van authenticiteit en eigenheid, zonder het langere voortraject van een ambachtelijk proces, geleerd van een meester, in de traditie van het vak. Maar de generatiekloof waar de jaren zestig-revolutie een gevolg van was, bestaat niet langer. Ook de oudere generatie is nu continu bezig zich eenzelfde radicaliteit aan te meten als de jongere generaties. Hiermee lijkt iedereen op hetzelfde niveau te opereren: puur op individuele basis, zoekend naar eigen ideeën, authenticiteit en een eigen stijl.

Het probleem van versnippering
Het voordeel van deze vrijheid is ook duidelijk: in plaats van binnen een strak omlijst kader te moeten ontwerpen, kunnen verschillende tradities op losse wijze aan elkaar worden gekoppeld om tot iets nieuws te komen. Die vrijheid moeten we koesteren, want nieuwsgierigheid is immers fundamenteel voor ons bestaan.

Maar zijn we nu, meer dan vijftig jaar na de 'summer of love', niet vastgeroest geraakt in ons idee van vernieuwing? Draait de nadruk op vernieuwende concepten en op authenticiteit niet slechts om herkauwde ideeën verpakt in steeds wolliger woorden?

Laten we de vernieuwing niet alleen zoeken in het conceptuele, maar ook in de technieken en in de materialen, zodat het creatieve proces weer echt betekenis krijgt. Op deze manier kunnen ontwerpers en kunstenaars zich te midden van maatschappelijke ontwikkelingen plaatsen, zoals duurzaamheid en digitalisering, en een nieuwe relevantie opeisen. Laten we veel meer inzetten op het vernieuwen van het ambacht, zodat ook de techniek en de kennis meegenomen worden in de 21e eeuw. Anders hebben we straks alleen nog een eindeloos in herhaling vallende reeks goede ideeën, in steeds gebrekkiger uitvoering.

 
Installatie van Jan Doms, winnaar van de Bernardine de Neeve-prijs 2018. Foto: H. de Kluijver.

 

De Bernardine de Neeve-prijs
Kunstenaars creëren vanuit hun ambachtelijke werk volop kansen voor innovatie, kijken anders naar dingen en zoeken andere oplossingen. De ontwerper daagt de industrie uit om grensverleggend te werken. Op deze manier plaatsen kunstenaars zichzelf te midden van de vernieuwing, en niet erbuiten door enkel over concepten en persoonlijke expressie na te denken.

De Bernardine de Neeveprijs* van de Vereniging van Vrienden van Modern Glas (VVMG) is dan ook een uitstekende gelegenheid om deze discussie te voeden en om te laten zien wat glaskunstenaars vandaag de dag inspireert en beweegt om met glas te werken. Kunstenaars zijn gevraagd werk in te sturen dat kan bijdragen aan de ontwikkeling van glas als artistiek expressiemedium, dat krachtig en nieuw is, en de grenzen opzoekt tussen kunst, ambacht en design. In het beste en meest interessante werk zal het concept perfect afgestemd zijn op de formele aspecten van het werk en de mogelijkheden van het medium.

De jury heeft in eerste instantie uit dertig inzendingen elf inzendingen geselecteerd. Het werk van de elf geselecteerden is tot 20 maart 2021 tentoongesteld in het Nationaal Glasmuseum in Leerdam. Tijdens deze tentoonstelling heeft de jury drie kunstenaars (Jenny Ritzenhoff, Judith Roux en Nataliya Vladychko) genomineerd om nieuw werk te maken voor de definitieve keuze. De genomineerden krijgen ieder een bijdrage van € 2.000,- voor het maken van dat werk. Van 4 november 2021 t/m 9 januari 2022 presenteren de genomineerden zich met dit nieuwe werk, aangevuld met oudere werken, in Museum JAN in Amstelveen. Tijdens die tentoonstelling wijst de jury de winnaar van de Bernardine de Neeve Prijs 2022 aan. (De winnaar ontvangt een cheque van € 5.000,-).

Han de Kluijver, voorzitter de Bernardine de Neeveprijs 2015, 2018 en 2021

*De Bernardine de Neeve-prijs is in 1990 in het leven geroepen door de Nederlandse Vereniging van Vrienden van Modern Glas en is een eerbetoon aan de eerste hoofdconservator kunstnijverheid van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, mevrouw Bernardine de Neeve (1915-1996). Zij was vanaf de late jaren vijftig conservator kunstnijverheid van het genoemde museum en uit hoofde van die functie verantwoordelijk voor het verzamelbeleid. Al snel legde zij zich niet alleen toe op de traditionele antieke en historische gebruiksvoorwerpen, maar vanaf 1960 richtte zij haar aandacht vooral op de eigentijdse kunstnijverheid. In 1986 was De Neeve een van de grondleggers van de Vereniging van Vrienden van Modern Glas.
De jury voor de Bernardine de Neeve-prijs 2021 (Christine Vanoppen, Sue Schiepers, Anne Vanlatum, Jens Pfeifer, Tomas Hillebrand en Hein van de Water, onder voorzitterschap van Han de Kluijver en secretaris Piet Augustijn ) kwam op 8 maart bijeen, deels fysiek en deels digitaal. Foto: P. Augustijn.

De prijs is in 1990 in het leven geroepen ten behoeve van de artistieke ontwikkeling van glaskunstenaars uit Nederland en België. De prijs wordt in 2022 voor de negende maal uitgereikt aan een kunstenaar die een vernieuwende en verrassende kijk heeft op glas en dit op artistieke grondslag promoot, waarbij glas als beeldend materiaal een essentieel onderdeel vormt in het gehele oeuvre.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.

Terug naar boven | Print dit artikel!

 

Kunstflitsen

Een rubriek met tips over mooie tentoonstellingen en evenementen die een bezoek waard zijn, of mooie boeken.

Terug naar boven

Inhoud