Sept.-okt. 2021, 16e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Bomen in de kunst

De tentoonstelling 'Diepgeworteld - Bomen in de Nederlandse schilderkunst' in het Dordrechts Museum, werd georganiseerd ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Bomenstichting. Er waren ruim 60 schilderijen uit zes eeuwen Nederlandse schilderkunst te zien, uit Nederlandse collecties. Bomen zijn een belangrijke waarde in de natuur, en dat wordt door de klimaatverandering gelukkig weer veel meer onderkend. Een nabeschouwing van Peter van Dijk.

De promotie-aanpak van de tentoonstelling 'Diepgeworteld', over bomen in de Nederlandse schilderkunst in het Dordrechts Museum, laat zien dat musea tegenwoordig actief en op originele wijze op zoek moeten naar hun klant. Een enkele advertentie in de kwaliteitskrant helpt niet meer om de museumbezoeker te lokken. Museumbezoek is een verdringingsmarkt aan het worden. Het Van Gogh concurreert met Het Scheepvaartmuseum en het Kröller Müller met het Openluchtmuseum. Vragen als: ‘Hoe valt mijn tentoonstelling op en welke doelgroep gaan we bewerken', moeten voortaan in de voorbereiding van een nieuwe expositie grondig en verrassend beantwoord worden.

De grootste doelgroep is, sinds het begin van de grijze golf, de babyboomer. In 2010 vormden de 65-plussers vijftien procent van de bezoekers van Nederlandse musea. In 2026 zal dat bijna een kwart zijn en dat percentage zal nog een tijdje doorstijgen (Zie rapport: Agenda 2026 van de Nederlandse Museum Vereniging). De huidige en komende 65-plusser is hoogopgeleid, kritisch en gezond. Hij/zij zoekt een vrijetijdsbesteding die interessant is, waar je wat van kan leren en waarbij je gezellig kunt lunchen, koffiedrinken of winkelen. Makkelijk parkeren is ook een must. Bovendien gebruikt de moderne 65-er internet voor de selectie van zijn uitje.

De mensen van het Dordrechts Museum hadden vooraf uitgebreid gebrainstormd over het aantrekkelijk maken van hun tentoonstelling. Dat werd meteen duidelijk op de website van het museum. Ik vond een leuke wandeling langs monumentale bomen in Dordrecht. Startpunt, de oude, knoestige plataan, die in het voorhof van het museum staat. Per slot van rekening kwam het idee voor deze tentoonstelling over bomen in de Nederlandse schilderkunst van de Bomenstichting, die dit jaar haar vijftigste verjaardag viert. Verder is er een stadswandeling, die gedownload kan worden, een aankondiging van een talkshow over bomen in de stad en op schilderijen, een workshop ‘bomen schilderen’ en een workshop ‘schrijven over een inspirerende boom’. En gelukkig zijn er ook vier uitmuntende video’s over de opzet en realisatie van de expositie, per slot de clou van alle activiteit. Kortom, genoeg om een kwieke 65-plusser te amuseren.

Omdat ik van bomen houd, was de beslissing niet moeilijk: op naar Dordrecht, met zijn aantrekkelijke oude centrum van bruggetjes, grachten en gezellige winkeltjes! Ik had inmiddels, al klikkend op de website, begrepen dat er ook een bijzondere catalogus te verkrijgen is, een mengvorm van klassieke catalogus en tijdschrift, rijk geïllustreerd met artikelen over stadsbossen, de Wodanseiken in Wolfheze, schilders en hun bomen en de levensloop van de knotwilg. Deze catalogus bleek een aangenaam leesdocument.

Verbazing
Nooit eerder is er in Nederland een thematische tentoonstelling geweest over bomen op schilderijen. Dat is verbazend, aangezien bomen bij ons horen als vogels in een tuin en al eeuwen het onderwerp van mythen en rituelen zijn. Ze zijn dus diepgeworteld in het collectieve bewustzijn. De christelijke mensheid is het paradijs uitgejaagd door te eten van een appelboom. Bomen geven verkoelende schaduw en waren vroeger de plaats van rechtspraak of van religieuze samenkomsten. Boeddha bereikte na zeven weken meditatie onder een bodhiboom verlichting. Onze Germaanse voorouders vereerden oude eiken als woonplaats van hun goden, zoals de oppergod Donar of Thor, naar wie donderdag is vernoemd, en Wodan of Odin, de naamgever van woensdag. Ook in de taal heeft de boom een plaats gekregen. We spreken over een 'boom van een kerel' en 'rank als een den'. Of: de appel valt niet ver van de boom.

Tot voor kort was de boom een stiefkind in populaire boeken over de natuur. De meeste gingen over tuinieren, dus bloemen en struiken, of vogels en vlinders. Prinses Irene werd na de publicatie van haar boek 'Dialoog met de natuur' in 1995 vanwege haar praten met bomen nog als een dwaallicht gezien, maar sinds de Duitse houtvester Peter Wohlleben zijn 'Het verborgen leven van bomen' in 2016 publiceerde, nemen we het feit dat bomen kunnen communiceren wel serieus. Sindsdien is er een stevige stroom boekuitgaven over bomen op gang gekomen, waarvan Richard Powers’ 'Tot in de hemel', overigens een roman met bomen in de hoofdrol, het populairst is. De klimaatcrisis en de massale bomen-hak op vele plaatsen in de wereld, heeft de laatste jaren de belangstelling voor de betekenis van bomen verder aangejaagd.

Zeventig schilderijen
In de Dordtse tentoonstelling wordt de boom niet bedreigd, hij staat in volle glorie, ofwel in bloei, ofwel in zijn vanzelfsprekende kracht en bladerpracht. Nederlandse schilders zijn goed in bomen. De expositie bestaat uit zeventig schilderijen, vanaf de zestiende eeuw tot heden. Verschillende musea en particulieren hebben werk uitgeleend. Een tentoonstelling over één enkel object kent het gevaar van verveling, zoals in dit geval na de zoveelste boom. Om dat te voorkomen, hebben de samenstellers een zevental subthema’s bedacht: verhalen, naar buiten, blikvangers, in het bos, voor de stad, bloei en verval, en persoonlijk. Ze hoopten te bereiken dat de bezoeker de expositie doorloopt als een boswandeling, immers: '...zonder vooropgezet plan dwalen langs kronkelige paden is avontuurlijker dan ’t volgen van welgekende wegen'. Achteraf lees ik deze zinnen in de catalogus, op de tentoonstelling was deze intentie me niet opgevallen. We waren vanzelf geboeid door de steeds wisselende interpretaties van de boom, zoals een klassieke boom bij Koekkoek tegenover een moderne boom bij Jan of dochter Charley Toorop. Opzet geslaagd dus.

Paradijs
De reeks wordt geopend door een vol paradijs van Roelant Savery (1576-1639), met aan de horizon de allerbekendste boom, de boom van de kennis van het goede en het kwade, doorgaans gezien als een appelboom. Roelant Savery was van 1604 tot 1616 schilder aan het hof van de keizers van het Heilige Roomse Rijk in Praag, dat een centrum van kunst en wetenschap was. Een van zijn collega-schilders was de beroemde Italiaan Arcimboldo. Savery diende de keizers Rudolf II en Matthias, die een grote dierentuin hadden en ontwikkelde zich in Praag tot een schilder van dier en plant. De dodo, inmiddels allang uitgestorven, heeft hij vele malen op doek vastgelegd.

Savery heeft tientallen paradijzen geschilderd, allemaal barstensvol heel precies geschilderde exotische beesten, olifanten, kamelen, leeuwen, tijgers, herten, wilde paarden, struisvogels, maar ook ganzen, hanen en kippen. Op het Dordtse exemplaar uit een particuliere collectie, ligt onder een knoestige oude boom vol vogels, kalkoenen, condors en twee beertjes zelfs een doodgewone koe, een dier dat zelden voorkomt op zijn vele andere paradijs-voorstellingen. Savery schilderde in de maniëristische stijl die gebruikelijk was aan het Praagse hof. Dat wil zeggen, complexe voorstellingen, enigszins gekunstelde, overdreven vormen, lange nekken, zwanenhalzen die nooit recht zijn, altijd gebogen, heel precies uitgebeeld. Leuk om te bestuderen.

Oosterbeek
Naast het paradijs hangt 'Hout verzamelen aan de rand van een bos' (1862), van één van onze vele voortreffelijke landschapschilders, Johannes Warnardus Bilders (1811-1898), voorloper van de Haagse School. Hij was samen met zijn zoon Gerard Bilders, eveneens landschapschilder, de spil van de eerste kunstenaarskolonie in Oosterbeek, die rond 1840 ontstond. Andere leden waren Willem Roelofs, Paul Gabriël, Anton Mauve en de drie gebroeders Maris. Deze schilders waren geïnspireerd door de school van Barbizon en worden als voorlopers van de Haagse school aangemerkt. Vader Bilders was een groot liefhebber van bomen. Hij betitelde de eeuwenoude eiken die langs de Wolfhezer beek stonden met de naam 'Wodanseiken', vanwege de verering door de Germanen. De groep schilders rond Bilders kopieerde zelf Germaanse gewoontes, bijvoorbeeld door nachtelijke vergaderingen onder de hoogste eik te houden, ongetwijfeld met flink wat gerstenat uit stenen pullen.

Bilders’ schilderij, in bruikleen uit een particuliere collectie, heeft een prachtige opbouw. In het linker gedeelte zien we achter een lichte glooiing in het land een open vlakte, met een enkel pad en een vaag dorp in de verte. Op de voorgrond zie je weelderig riet, dat opspringt door de lichtval van een lage zon. Centraal staat een majestueuze eik, in zijn volle kracht. Onder het gebladerte zijn twee vrouwen, die verzonken zijn in hun werk, hout aan het sprokkelen. De voorstelling is subliem geschilderd en realistisch. Krachtige en interessante bomen kunnen we ook zien op schilderijen van Meindert Hobbema, B.C. Koekkoek, Jacob van Ruisdael, Jan van Goyen en Paulus Potter. Je kan er een flinke tentoonstelling mee vullen. Dankzij de gemêleerde aanpak, kunnen we naast de realistische weergave ook allerlei hoogst persoonlijke interpretaties van het verschijnsel boom bekijken.

Jacoba van Heemskerck (1876-1923) zag bomen als de belangrijkste elementen van een landschap. In haar schilderij 'Twee bomen' (1910) wordt de horizon een lange blauwe streep. Gras en struiken zijn neergezet in korte groene, gele, roze en lichtbruine verticale streepjes, weilanden zijn gele en groene vegen. Het doek wordt gedomineerd door twee volle bomen, met bladeren in blokjes van donkerblauwe, donkergroene en gele kleuren. Het is een stralend schilderij geworden, dat weidsheid en het vrolijke gevoel van lente oproept.

Symboliek
Een geheimzinnig schilderij is 'Ochtendlandschap met wilgen' (1944) van de realist Dirk Hidde Nijland (1891-1955), uitgeleend door de Leidse Lakenhal. Hij schilderde een wel heel erg kale knotwilg als een eenzaam monument, prominent op de voorgrond in een doodstille polder. De zon staat hoog, maar door de nevel blijft het licht koud. In de vage blauwige verte staan wat bomen, een rij knotwilgen en een molen. Een beklemmend beeld. De sleutel tot het schilderij is het jaartal, 1944. Ongetwijfeld verbeeldde Nijland hiermee het in zijn vrijheid beknotte en kaal geslagen Nederland. Dezelfde symbolische functie van bomen zien we ook in 'Landschap met boerderij' (1564) van de 16de eeuwse schilder Cornelis van Dalem. Landschap is er nauwelijks, wel een boerderij in verval, een ruïne van een kerk en beeldvullend, een geknotte eik in zijn laatste wegrottende fase. In dit werk is het protestantisme het uitgeknepen slachtoffer van het harde bewind van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva.

De schilderijen 'Tuin met bloeiende vruchtbomen' (1893) van Eduard Karsen (1860-1941) en 'Beemster, bloeiende boom' (1943) van Charley Toorop (1891-1955) hebben de lentebloei als onderwerp. Bij Karsen beslaat een parapluvormige en hoog opgeschoonde witbloeiende vruchtboom driekwart van het doek. Hij verbergt het huis erachter en rechts van de bloeiende boom is wat ruimte voor een doorkijkje naar achterliggende huizen. Een voorstelling van harmonieuze afmetingen met afgezien van de witte bloesem, bedachtzame kleuren. De spetterende boom van Toorop vult het hele doek. Onder de witte bloesem door zien we een lage horizon en een strook groene akker. Toorop’s lentebloei is overweldigend, er bestaat op dat moment niets anders. Letterlijk. Harmonie versus uitbundigheid, twee mooie interpretaties van de lente.

Op de tentoonstelling ontdekte ik een nieuw en sfeervol werk van Paul Gabriël (1828-1903), 'Herfstmorgen' (1850). Hij is een geweldige landschapschilder die weinig bekendheid geniet. Het werk is in bruikleen bij het Dordts museum. Je ziet een paar verwaaide knotwilgen langs een beekje in een zware ochtendnevel. Een vervallen hek en drie dwarse boombruggetjes zorgen voor een ritmische herhaling van zwarte strepen. Een paar donkere schimmen trotseren de wind. Op de achtergrond is een vaag kerktorentje te zien. Door de nevel is er weinig zicht op wolken.
Een fijne tentoonstelling, vol verrassingen.

Diepgeworteld, Bomen in de Nederlandse schilderkunst, was van 11 november 2020 t/m 15 augustus 2021 te zien in het Dordrechts Museum. Website: www.dordrechtsmuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.