Mrt. - mei 2022, 17e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

Dwarsverbanden: KUNST ruiken, voelen, horen en zien

Een noviteit in het Van Abbe Museum in Eindhoven. Het museum nodigt zijn bezoekers van de tentoonstelling 'Dwarsverbanden' uit om een Picasso te voelen en een Constant Permeke te ruiken. Het lijkt een buitenissige vorm van kunstbeleving, maar is een logisch gevolg van Van Abbe's ambitie om nieuwe verbanden en associaties in zijn bestaande collectie op te roepen.

Door Peter van Dijk

De bezoeker staat in deze aanpak centraal, hij is degene die de tentoonstelling ondergaat en daarbij mogen al zijn zintuigen een rol spelen. Het is dit keer dus niet de conservator, de tentoonstellingsmaker, die de bedoelingen van een kunstenaar duidt en in een groter kader plaatst. Conservator Diana Franssen, die na dertig jaar trouwe dienst met deze tentoonstelling afscheid neemt van haar werk, legde aan het Eindhovens Dagblad uit: "We hebben voorheen vaak theorie en teksten laten prevaleren. We wilden nu de mens, het gevoel, weer terug in de zalen."

Ruiken
Gevoel en nog veel meer is zeker weer terug in de Van Abbezalen. Naast het schilderij 'De Zaaier' (1935) van de Vlaamse schilder Constant Permeke hangt een houten bakje met geurkaartjes. Je mag er aan ruiken, je mag ze ook meenemen. Volgens het kaartje ruikt 'De Zaaier' als aarde na een regenbui. Het geurkaartje naast 'Hommage à Apollinaire', een schitterend schilderij van Marc Chagall, legt uit dat de geur correspondeert met de contrasten bij Chagall, zoals stevig versus subtiel, stoer versus bescheiden en warm tegenover koud. Ik vind dit nogal geforceerd verwoord, het kaartje ruikt eerder naar een nieuw leren jasje en contrasten zie ik nauwelijks. Het schilderij 'De Hommage' maakt vooral indruk door de suggestie van harmonie, een vrouw en man met één gezamenlijk paar benen in een cirkel met de bekende aangename Chagall-kleuren, rood, wit, groen en goud.

Een spectaculair effect van deze multisensatie-aanpak van het Van Abbe is dat de slechtziende bezoeker een kunstwerk kan 'zien' door het te voelen. Zo is van Picasso's 'Buste de femme' (1943) een afgietsel gemaakt in kunststof, dat naast het origineel is opgehangen. Ook de Chagall is op een voelreliëf te 'zien'. Het voelen doet mij persoonlijk niet veel, maar een blinde ongetwijfeld wel. Voor diens begrip is onder alle tentoongestelde werken een uitleg in braille aangebracht. Het is een mooi initiatief van het Van Abbe. In andere musea wordt de groep van gehandicapte bezoekers meestal vergeten, slechts een enkele keer wordt er voor hen een speciale rondleiding georganiseerd.

Alle zintuigen
Fraai is dus dat zowel de invalide als de valide bezoeker van deze Van Abbebenadering kan genieten, kunst kan opeens met alle zintuigen beleefd worden. Aaibare wandtapijten, kleurige wanden, voelreplica's, braille, geurkaartjes, teksten en zichtbare kunstwerken. Het Van Abbe beoogt met 'Dwarsverbanden' de bezoeker de bestaande collectie van het museum op een geheel nieuwe wijze te laten beleven. Door relaties te suggereren tussen kunstenaars en hun kunstwerken die niet vanzelfsprekend zijn. Door verbanden te leggen tussen stromingen, door beïnvloeding van kunstenaars door vakbroeders te laten zien, of de invloed van actuele problemen op de kunst, zoals de opwarming van de aarde. De bedoeling is duidelijk, namelijk om de creatieve associaties van de bezoeker te stimuleren.

Het parcours is chronologisch, de drie etages hebben ieder een eigen tijdsvak en een eigen kleur, maar gaandeweg raak je de tijd kwijt. Op de helft van het expositietraject kom je een wand vol vrouwenportretten van Marlène Dumas tegen, kunstwerken uit de volle actualiteit en aan het eind van de tentoonstelling gaat het nog steeds over de actualiteit, ditmaal om de grote zorgen over onze planeet.

Vogelverkoper
Al meteen in de eerste zaal een mooi voorbeeld van mogelijke dwarsverbanden rond 'Le Marchand d'oiseaux' (De Vogelverkoper) (1962), een olieverf van de Cubaanse surrealist Wifredo Lam. Lam ging in 1924 naar Madrid om zich verder te bekwamen in het schildersvak. Hij kreeg vele tentoonstellingen in Spanje, maar sloot zich in 1938 aan bij de Spaanse republikeinen die tegen Franco vochten. Twee jaar later vluchtte hij naar Frankrijk. In Parijs ontmoette hij Picasso, die hem in zijn vriendenkring introduceerde. Toen de nazi's Frankrijk binnenvielen vluchtte hij opnieuw, terug naar zijn geboorteland.
'De Vogelverkoper' is een grappig kubistisch wezentje met een klein verkopertje op zijn kop, dat een duif te koop aanbiedt. De invloed van Picasso is onmiskenbaar. Naast Lam hangt dan ook diens 'Buste de femme' (1943). Zowel 'De buste' van Picasso als 'De Vogelverkoper' van Lam hangen als voelreliëfs in deze zaal.

Op zijn terugreis naar Cuba ontmoette Lam op Martinique de dichter Aimé Césaire, die net zijn meesterwerk 'Terugkeer naar mijn geboorteland' had gepubliceerd, een aanklacht tegen kolonialisme en slavernij. Césaire had in 1934 samen met de dichter en latere president van Senegal, Léopold Senghor, in Parijs het antikoloniale literaire tijdschrift L'Étudiant noir (De zwarte student) gesticht. Uit dit blad ontstond de politieke beweging 'négritude'. Na de Tweede Wereldoorlog werd Césaire lid van het Franse parlement namens Martinique. Hij werd na zijn dood in 2008 bijgezet in de Franse heldentempel, het Panthéon. In de vitrine naast Lams 'De Vogelverkoper', dat het Van Abbe in 1962 verworven heeft, kun je het gedicht lezen en nog veel meer over deze dichter en revolutionair Césaire te weten komen. Wel flink wat leeswerk voor de bezoeker die dit allemaal wil weten. Twee schilderijen, één literair essay en een vracht dwarsverbanden.

Overtuigend
Een overtuigend resultaat van het denken in dwarsverbanden levert de zaal met werk van Marlène Dumas, Sanja Ivekovic en Iris Kendril. 'Models' van Marlene Dumas is opgezet in het bekende Dumasstramien. Een lange wand vol portretten. Precies honderd tekeningen van vrouwen, in gewassen inkt, in vier rijen boven elkaar. Hier en daar zijn ogen met pastelkrijt ingekleurd. Soms komen de vrouwenportretten uit schilderijen van oude schilders, Rembrandt, Vermeer, Cranach, soms zijn ze gemaakt naar foto's van bekende personen, Anita Ekberg, Paloma Picasso, Yoko Ono, Brigitte Bardot of bekende fotomodellen. Er is een uitzondering: de kop van een slang. Het gaat Dumas niet om het individu, maar om het beeld van vrouwen door de tijd heen. Met de slangenkop verwijst Dumas in ieder geval naar het prototype als verleidster.

Dumas tekent en schildert niet om oppervlakkige schoonheid te laten zien, het gaat haar om de betekenis van het beeld. Om menselijke gevoelens als angst, kwetsbaarheid, erotiek. Een wand overvol portretten overweldigt meteen bij de eerste confrontatie. Een rustige zorgvuldige bestudering leert hoe er in de loop der tijden naar de vrouw gekeken is. En, hoe kijken we nu? Dat is een vraag die de kijker natuurlijk zelf mag beantwoorden. Maar twee andere vrouwelijke kunstenaars in deze zaal geven alvast hún antwoord. Ze zetten vrouwen als heldinnen neer.

Nieuwe context
De Kroatische kunstenares Sanja Ivekovic, fotograaf, beeldhouwster en installatiekunstenares, plaatst zeven Kroatische verzetsheldinnen tegen het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog in een nieuwe context. Deze jonge vrouwen werden gemarteld en vermoord. Een enkele van hen is vereerd met een beeld of plaquette in Zagreb, maar de heldinnen zakken steeds dieper weg in het bodemloze collectieve geheugen. Ivekovic heeft hun namen gemonteerd in gelikte affiches van moderne reclamegirls. Ze krijgen door de glamour van het affiche een nieuw leven. Haar installatie van geshopte foto's laat de kracht van propaganda zien, die ook al werkte in de fascistische republiek Kroatië en nog altijd werkt, gehuld in onze moderne reclameboodschappen. Dit kunstwerk van Ivekovic is eerder te zien geweest in New York onder de titel 'Sweet Violence' en in Londen als 'Unknown Heroine'. In Eindhoven luidt de titel 'Gen XX'.

Naast de Ivekovic-opstelling staat een portret van de zwarte activiste Angela Davis in olieverf, van Iris Kensmil. Deze kunstenares portretteert personen die belangrijk zijn in de zwarte emancipatie. Zij zegt zelf: "Ik gebruik bewust een Europese wijze van schilderen van licht. De personen die ik portretteer krijgen daardoor een presentie, waarmee ik hun belang wil benadrukken, op respectvolle wijze."
Dat doet denken aan Marcus Garvey (1887-1940), de oervader van Black is Beautiful, de Jamaicaanse vakbondsman, die zij ook portretteerde, onder de titel 'Here the new negro begins' (1970). Ook elders te zien op deze tentoonstelling. Kenswil heeft eenzelfde soort commentaar bij dit schilderij. "De neger heeft zijn plaats in de geschiedenis veroverd, getuige het feit dat Garvey de wanden van blanke musea sierde."

Muziek
Conservator Franssen heeft tientallen van die clusters 'verbonden' werken bij elkaar gezet. Mondriaans 'Compositie XIV' (1913), overigens ook te beluisteren als muziekstuk van Sachit Ajmani, hangt naast een 'Reliëf' van Ad Dekkers uit 1965, een reliëf van Jan Schoonhoven uit 1964 en 'Attese' (Verwachtingen) uit 1960 van Lucio Fontana, een voorman van de conceptuele kunst. Fontana probeerde de traditionele schoonheid onderuit te halen, in het geval van 'Attese' door een lange snede in een strak wit doek te schilderen, die in het midden opbolt en schaduw vangt. Het werd nieuwe schoonheid in perfecte maatvoering en daarin sluit hij voortreffelijk aan bij de reliëfs van Dekkers en Schoonhoven en de composities van Mondriaan. Een mooie vondst is om Karel Appels 'De veroordeelden. Hommage à Rosenberg' (1953) naast Luceberts 'Prinsenpaar' (1962) op te hangen. Beide figuurstudies van twee echtparen winnen aan kracht in deze onderlinge competitie.

Het is zeker een originele ingeving om de museumbezoeker een complete zintuigelijke beleving te willen bereiden. Tijdens het daadwerkelijk beleven van dit totaalpakket blijkt dat er grenzen zijn aan de wens om dit allemaal te ondergaan. Net als in het dagelijkse leven wil een mens niet voortdurend alles in zijn omgeving ruiken, voelen, horen en zien. In het museum heb je soms geen zin om alweer een document te lezen, naar een muziekstuk te luisteren of een bijbehorend gedicht te lezen. Bovendien helpen, volgens mij, sommige zintuigen niet een kunstwerk intenser te beleven. De schoonheid van een geschilderde hooiberg wordt niet intenser als de geur van hooi je neus inwaait. Of wordt een zeezicht mooier als je de meeuwen hoort krijsen?

De zeggingskracht van een kunstwerk ligt in zaken als onderwerpkeuze, compositie, kleurgebruik en vakmanschap. De bijzondere kracht van de beeldende kunstenaar ligt juist in de beperking. Overigens hoef je niet alles in een ochtend of middag te beleven. Deze tentoonstelling blijft nog tweeëneenhalf jaar te zien, tijd genoeg om geregeld terug te komen. Wat dat betreft is de gekozen opzet geschikter voor Eindhovenaren dan de rest van het land.

Karel I
Op de golf van historische openheid is de kelderetage van het museum ingericht om de geschiedenis van het Van Abbemuseum te belichten. Die is niet alleen maar fraai. Henri van Abbe begon in 1900 een sigarenfabriek in Amsterdam, die hij vanwege allerlei arbeidsonrust naar Gestel en later naar Stratum verplaatste. De fabriek had maar één sigarenmerk, Karel I genoemd, naar de Britse koning die het roken populair had gemaakt om er vervolgens accijns op te heffen. De tentoonstelling laat met foto's en tijdschrift-verslagen zien hoe de tabak voor de Karel I-sigaar verbouwd, geoogst en verwerkt werd door bruine koelies in Nederlands Indië.

Hoewel Van Abbe gold als een verlichte werkgever, stopte zijn aanpak blijkbaar bij de landsgrens. Met deze korte inkijk in zijn eigen verleden handelt het Van Abbe-museum in de geest van de tijd, transparant en niet bang deze vlek in de geschiedenis te tonen. Leefde Henri van Abbe in deze tijd dan had hij als liberaal werkgever deze kleine expositie ongetwijfeld goedgekeurd.

Dwarsverbanden, collectiepresentatie, nog te zien t/m 1 juli 2024, Van Abbemuseum, Stratumsedijk 2, Eindhoven. Website: https://vanabbemuseum.nl.

Peter van Dijk is journalist.