Juli - sept. 2026, 21e jg. nr.2. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 

In memoriam: Cees Dam (1932–2026)

Met het overlijden van Cees Dam op 13 april 2026 heeft Nederland een architect verloren die zelden direct met glas wordt geassocieerd, maar voor wie juist dit materiaal exemplarisch was voor zijn denken. Transparantie, structuur en beheersing, het zijn kernbegrippen die zowel Dams architectuur als zijn latere werk in glas doordrongen.

Door Han de Kluijver

In een tijd waarin architectuur steeds vaker wordt gedomineerd door beeldcultuur en spektakel, hield Dam vast aan een overtuiging die zowel eenvoudig als veeleisend is: een gebouw moet niet alleen functioneren, maar ook betekenis dragen. Zijn werk getuigt van een diep vertrouwen in de autonomie van vorm, zonder ooit de realiteit van gebruik, context en opdrachtgever uit het oog te verliezen. Geboren in 1932, volgde Cees Dam de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, waar hij in 1963 afstudeerde. Een jaar later richtte hij zijn eigen bureau op. Zijn vroege werk toont verwantschap met het structuralistische denken, waarin architectuur wordt opgevat als een samenhangend systeem van relaties, die resulteerde in gebouwen met een geometrische structuur, meestal bestaande uit kleine eenheden, gebaseerd op de menselijke maat. Toch verbond Dam zich nooit dogmatisch aan één stroming. Zijn oeuvre ontwikkelde zich gestaag en eigenzinnig, met een toenemende nadruk op helderheid, geometrie en stedelijke ordening, eigenschappen die later ook zichtbaar werden in het werk van de architecten Carel Weeber en Wim Quist.

Werk
Cees Dams doorbraak kwam met de Residentie Seinpost (1980) in Scheveningen, een woongebouw dat zich in een hoefijzervorm opent naar zee. Hier wordt zichtbaar wat zijn werk blijvend zou kenmerken: architectuur als een geordend veld waarin wonen, kijken en bewegen in balans worden gebracht. In de jaren die volgden, realiseerde hij onder meer de Weenaflat in Rotterdam (1984) en het centrum van de wijk Reigersbos in Amsterdam-Zuidoost (1984). Spraakmakend waren het Stadhuis Almere (1986) en de Stopera (1987), waarin stadhuis en Nationale Opera & Ballet samenkwamen. In deze projecten manifesteerde zich Dams visie op architectuur als ordenend principe. Zijn gebouwen zijn geen iconen die om aandacht vragen, maar structuren die het dagelijks leven dragen en verdiepen. Ze bieden een kader waarin menselijke activiteit zich als vanzelfsprekend kan ontvouwen, zonder nadrukkelijke gebaren of retoriek. Juist in die terughoudendheid schuilt hun kracht. Binnen deze architectonische houding nam glas een bijzondere, zij het vaak ingetogen plaats in. Niet als spektakel of façade-effect, maar als instrument om licht, zicht en overgang te organiseren. Transparantie werd bij Dam nooit doel op zich, maar middel om ruimtelijke relaties te articuleren. Glas fungeerde als drager van helderheid, zowel letterlijk als conceptueel.

Glas
Die benadering kreeg een geconcentreerde vorm in de glazen objecten die Cees Dam samen met Siem van der Marel in 2005 ontwierp voor Royal Leerdam Crystal. Waar Dams gebouwen opereren binnen de complexiteit van stad en programma, reduceren deze objecten de architectonische principes tot hun essentie. Vlakken, volumes en ritmes zijn teruggebracht tot een minimale, maar precieze compositie, waarin licht een actieve rol speelt. Opvallend is de terughoudendheid van deze werken. In een veld waarin expressiviteit en virtuositeit vaak domineren, kozen Dam en Van der Marel voor concentratie en beheersing. Reflectie en het breken van licht zijn aanwezig, maar worden nooit nadrukkelijk geëxploiteerd. Het glas manifesteert zich niet als spektakel, maar als medium dat ruimte zichtbaar maakt en tegelijkertijd nuanceert. Het zijn objecten die niet imponeren door vorm, maar door hun precisie en hun vermogen om waarneming te vertragen. In die zin kunnen deze glazen objecten worden gelezen als miniaturen van Cees Dams architectuur. Net als in zijn gebouwen is er sprake van een heldere ordening, zorgvuldige maatvoering en een subtiel spel tussen openheid en begrenzing. Glas is hier niet alleen materiaal, maar werd ook methode – een manier van denken waarin transparantie samenvalt met structuur.

In stilte aanwezig
Cees Dam laat een oeuvre na waarin de spanning tussen gebruik en betekenis centraal staat. De waarde van zijn werk ligt niet in zichtbaarheid of spektakel, maar in duurzaamheid, precisie en een ingetogen vorm van schoonheid. Ook in zijn beperkte maar betekenisvolle bijdrage aan de glaskunst, toonde hij dat helderheid geen vanzelfsprekendheid is, maar het resultaat van discipline en aandacht. Met zijn overlijden verdwijnt een architect die architectuur beschouwde als een culturele discipline van betekenis en die, juist in glas, liet zien hoe materiaal, licht en ruimte samenvallen in een stille, maar blijvende vorm van aanwezigheid.

Han de Kluijver is architect bna bni bnsp.